Bij dyslexie wordt vaak gedacht aan kinderen die problemen hebben met lezen en/of schrijven. Er zijn echter verschillende soorten van dyslexie. Zo zijn er kinderen die moeite hebben met het visuele woordbeeld, andere hebben meer problemen met het taalbegrip en klanken. Het gros van de dyslectische kinderen blijkt niet zozeer moeite te hebben met de herkenning van een visueel woordbeeld, maar wel met het maken van een verbinding tussen een letter en een klank. 

Soorten dyslexie

Als er wordt gesproken over soorten dyslexie, gaat dit over de verschillende manieren waarop kinderen met dyslexie kunnen worstelen.
Er zijn geen officiële vormen van dyslexie. Maar experts hebben mogelijke ‘subtypen’ onderzocht. Het doel van dit onderzoek is om de oorsprong van verschillende leesuitdagingen beter te begrijpen en uiteindelijk betere manieren te vinden om kinderen te ondersteunen. 

Onderzoek naar subtypes van dyslexie betekent niet dat iemand de ene of de andere ‘soort’ dyslexie heeft. Het is niet alsof je diabetes type 1 of type 2 hebt. 
Subtypen van dyslexie zijn meer als stukjes in een puzzel. Samen vormen ze een uniek profiel van wat iemands leesuitdagingen zijn. Dit soort details kan ouders en leerkrachten helpen de juiste ondersteuning te vinden die past bij de behoefte van een kind

Fonologische dyslexie 

Het merendeel van de kinderen met dyslexie heeft moeite om spraak in individuele geluiden te breken, ontleden. Elke taal heeft een reeks gemeenschappelijke geluiden die het keer op keer hergebruikt worden om woorden te vormen. Kinderen met dyslexie hebben niet zo zeer moeite met het produceren en verwerken van de geluiden die ze nodig hebben om hun moedertaal te spreken. De moeilijkheid zit hem in het identificeren van de individuele klanken waaruit een woord bestaat.  Kinderen hebben moeite met het uitspreken van woorden. Hierbij ondervinden ze vooral problemen bij het lezen van onbekende of onzinwoorden.

Het lijkt misschien niet alsof geluiden belangrijk zijn bij het lezen, maar een van de eerste stappen die kinderen moeten nemen om te  leren lezen,  is het decoderen van woorden. Dit houdt in dat je klank van één letter of een groep letters kent. 

Oppervlaktedyslexie

Kinderen met dit subtype vinden minder moeite om een klank aan een woord te koppelen. Ze hebben daarentegen problemen met het herkennen van een woordbeeld. 
Deze kinderen hebben moeite met het lezen van onregelmatige woorden. Dit zijn woorden waarbij twee woorden met klanken die op dezelfde wijze wordt geschreven, niet hetzelfde worden uitgesproken.  Oppervlaktedyslexie is een type dyslexie dat niet in alle taalgebieden voorkomt omdat niet alle landen onregelmatige woorden hebben. In het Spaans kent men dit soort woorden namelijk niet, maar in het Nederlands wel. Bijvoorbeeld: “oefening” (normaal) en “coëfficiënt” (onregelmatig).
Veel kinderen hebben zowel oppervlakkige als fonologische dyslexie. Dat kan zijn omdat problemen met het decoderen, het beheersen van zichtwoorden in de weg kunnen staan. Een kind komt een woord misschien niet vaak genoeg tegen om het in één oogopslag te herkennen.

Snelle naamgevingstekort

Er zijn ook kinderen die moeite hebben om dingen als letters, cijfers en kleuren snel een naam te geven als ze die zien. Ze kunnen de namen uitspreken, maar het duurt langer voordat ze er veel op een rij noemen. Experts denken dat dit probleem verband houdt met de verwerkingssnelheid  en leessnelheid .