**//sticky ads code//**

We stonden in een hebbedingenwinkeltje voor kinderen vol met van alles en nog wat en bovendien naast de kassa een soort van enorm kaartenmolen achtig ding met bakken waarin allerlei plastic miniaturen lagen.

Van ridders met wapperende capes, met of zonder steigerend ros onder de plastic bipsjes, vuuspuwende draken in allerlei kleuren en eenhoorns met weelderige manen en dito staarten, tot elfjes met libelle- of vlindervleugeltjes in lichtroze jurkjes en schattige snoetjes en prinsesjes met lange blonde haren en bolle jurkjes die eruit zagen als taartjes.

Bij de molen stonden twee broertjes van een jaar of vier, vijf die iets mochten uitzoeken van hun vader, die de molen uitnodigend ronddraaide voor hun vier nieuwsgierige oogjes. Broertje nr 1 had al snel een keuze gemaakt en hield een stoer riddertje met een lansje in de aanslag op een even zo stoer zwart hengstje omhoog. Broertje nr 2 had wat meer tijd nodig en liet de inhoud van verschillende bakken een paar keer langzaam voorbij draaien. Toen hij zijn keuze uiteindelijk gemaakt had kwam de vader, die een plichtmatig rondje door de winkel had gelopen, net weer aangelopen, zijn portemonnee al in de aanslag.
‘ En heb je al iets uitgekozen? ‘ vroeg hij.
Het jongetje hield een met een verheugde glimlach één van de roze sprookjesprinsesjes omhoog.
De vader knikte langzaam. Ik had het idee dat hij een keer slikte. Toen zei hij bemoedigend: ‘ Kijk anders nog maar een keertje rustig rond. We hebben geen haast… ‘