**//sticky ads code//**

Dyscalculie staat veel minder in de belangstelling dan dyslexie. Over dyscalculie is ook nog veel minder bekend. Kinderen met dyscalculie hebben moeite heeft met het leren van basisvaardigheden voor rekenen.

Een kind met dyscalculie heeft moeite met:

  • de betekenis van getallen en hoeveelheden leren
  • het leren van rekenprocedures, ook na herhaalde uitleg
  • ruimtelijke oriëntatie

Automatiseren en dyscalculie

In de eerste jaren van het basisonderwijs worden de basisvaardigheden van het rekenen veelvuldig geoefend met kinderen om zo de sommen te automatiseren. Een kind weet dan dat 4 plus 3 zeven is en kan hierdoor ook sommen als 14 plus 3 of 13 plus 4 gemakkelijk maken. Hij hoeft dit niet elke keer uit te rekenen. Ook eenvoudige aftrek-, vermenigvuldig- en deelsommen worden geautomatiseerd.  Deze vaardigheden worden opgeslagen in het lange-termijngeheugen en worden daar zo nodig zonder enige moeite (automatisch) uit naar boven gehaald. Er hoeft dan geen energie besteed te worden om eenvoudige sommen en onderdelen van bewerkingen uit te rekenen. Dat is heel handig, want een kind kan van opgeslagen kennis gebruik maken als de rekenopgaven ingewikkelder worden.

Kinderen met dyscalculie lukt het niet deze rekenvaardigheden zich vlot eigen te maken. Er is bij hen sprake van een beperkte ‘rekengeschiktheid’ in vergelijking met wat ze kunnen begrijpen van rekenen.

Oorzaak van dyscalculie

Er is nog niet veel bekend over de oorzaak van dyscalculie. Wel weet men dat het een neurologisch probleem is, wat niets te maken heeft met intelligentie, concentratie of motivatie. Erfelijkheid kan ook een rol spelen. Daarnaast lijken problemen met het korte termijn geheugen een rol te spelen. Ongeveer tien procent van de basisschool kinderen heeft problemen met rekenen. Het merendeel leert met extra hulp, andere methodes en een aangepast niveau omgaan met zijn rekenproblemen, maar 1/2 % houdt hardnekkige rekenproblemen.

Diagnose

In Nederland mag de diagnose dyscalculie alleen gesteld worden door een arts, gezondheidszorgpsycholoog of een orthopedagoog die opgenomen is in het BIG-register.

Voordat er een diagnose gesteld wordt, moet worden uitgesloten dat er een andere verklaring is voor de rekenproblemen,bijvoorbeeld slecht onderwijs. Ook moet de school kunnen aantonen dat met een halfjaar lang intensieve hulp de achterstand niet afneemt.