Tegenwoordig krijgen kinderen al snel een label zoals autisme of ADHD, vooral als ze wat drukker zijn dan gemiddeld of zich net iets anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Maar vaak ligt de oorzaak in hoe een kind prikkels verwerkt. Sommige kinderen raken snel overprikkeld, anderen juist onderprikkeld. Als je met die kennis naar hun gedrag kijkt, zie je vaak iets heel anders – en ontstaan er betere mogelijkheden om hen te ondersteunen, als dat nodig is.

Het ene kind is gevoelig voor prikkels en zoekt rust. Het andere barst van de energie, friemelt continu, praat veel en kan nauwelijks stilzitten. Na een drukke schooldag wil het gevoelige kind misschien gewoon even alleen zijn, om bij te komen. Een onderprikkeld kind zoekt juist actie: het klimt in bomen, springt op de trampoline, steeds op zoek naar meer prikkels.

Verschillende manieren om te reageren op prikkels

Kinderen kunnen op twee manieren reageren als ze over- of onderprikkeld zijn: actief of passief. In het boek  Wiebelen en friemelen worden deze reacties verder uitgewerkt in vier verschillende ‘prikkeltypes’.

Onderprikkeld en actief (actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Wanneer er te weinig prikkels het bewustzijn bereiken, merkt een kind simpelweg niet dat er iets moet gebeuren. Het krijgt geen duidelijke signalen van binnenuit. Daardoor oogt het kind vaak wat traag of dromerig.

Een actief onderprikkeld kind laat het daar niet bij zitten. Die gaat zélf op zoek naar extra prikkels. En dan het liefst prikkels die langer duren, harder binnenkomen en steeds opnieuw terugkomen. Want prikkels? Die zijn juist heerlijk! Hoe meer, hoe beter.

Kenmerken van overprikkeld en actief kind:

Altijd ‘aan’, druk, spontaan en soms wat chaotisch.
Dit kind vraagt veel aandacht, is continu op zoek naar nieuwe prikkels en gaat maar door. Routines en regels? Niet echt zijn ding. Hij is enthousiast, impulsief en snel verveeld. Je ziet hem vaak wiebelen, friemelen of van zijn plek lopen — stilzitten is simpelweg geen optie.

Onderprikkeld en passief (niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Wanneer er te weinig prikkels het bewustzijn bereiken, krijgt een kind geen duidelijke signalen van binnenuit. Het lijkt alsof er niets hoeft te gebeuren. Zo’n kind oogt vaak loom, dromerig of afwezig.

Een passief onderprikkeld kind gaat zelf niet actief op zoek naar extra prikkels. Daardoor blijft hij wat trager, mist belangrijke informatie en lijkt soms niet helemaal aanwezig. Maar… komen de juiste prikkels toevallig wél op zijn pad? Dan kan hij daar echt van genieten.

Kenmerken van overprikkeld en passief kind:

Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken
Een kind is vaak heel rustig en kan zich goed concentreren. Presteert goed onder druk, omdat hij daar niet veel van opmerkt. Lijkt soms ongeïnteresseerd, is geregeld traag en vergeetachtig. Droomt snel met zijn gedachte weg. Mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

Overprikkeld en actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Wanneer er te veel prikkels tegelijk binnenkomen, raakt een kind overspoeld. Alles komt even hard binnen, waardoor het lastig is om te onderscheiden wat écht belangrijk is op dat moment.

Een overprikkeld actief kind probeert daar zelf grip op te krijgen. Hij doet zijn best om prikkels die niet fijn voelen te vermijden en zoekt juist naar prikkels die hem helpen om tot rust te komen. Zo probeert hij de overprikkeling de baas te blijven.

Een overprikkeld kind wat juist prikkels opzoekt, moeilijk te rijmen

Kenmerken van een overprikkeld actief kind:

Dit kind houdt van structuur en duidelijkheid. Hij is besluitvaardig, let op elk detail en raakt snel gespannen. Controle houden geeft hem rust. Alleen zijn vindt hij fijn — dan kan hij alles op zijn eigen manier doen, zonder onverwachte wendingen. Hij vergeet zelden iets en pikt álles op. Flexibel is hij niet echt; veranderingen kunnen heftig binnenkomen en zorgen soms voor sterke, emotionele reacties.

Op school zie je hem bijvoorbeeld achter in de rij staan, waar het wat rustiger is. Of hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd om zich af te schermen van alle prikkels om hem heen.

Overprikkeld en passief (kan zichzelf niet goed kalmeren)

Bij deze kinderen komen prikkels in overvloed binnen. Ze worden overspoeld, waardoor het moeilijk is om te filteren wat op dat moment écht belangrijk is. Een overprikkeld passief kind probeert die prikkels niet actief te sturen of te verminderen, waardoor hij regelmatig vastloopt in de overprikkeling.

Kenmerken van een overprikkeld passief kind:
Gevoelig, opmerkzaam, houdt van rust, snel gespannen en kan plotseling overstuur raken.
Dit kind neemt veel waar, heeft oog voor detail en onthoudt precies wat mensen zeggen. Tegelijkertijd raakt hij snel afgeleid en kan hij hyper of nerveus worden. Onverwachte prikkels schrikken hem snel af — hij ziet ze niet aankomen, maar ze komen wél hard binnen.

Bron: 7zintuigen

prikkelverwerking