**//sticky ads code//**

Ik zeg het niet graag en ik hoor het nog minder graag: Roman vloekt. Sinds kort. Vroeger zei hij wel eens hartgrondig Jezus Christus, maar dat was sporadisch en op een of andere manier klonk het vriendelijk, onschuldig. Alsof hij de heer op een positieve manier aanriep. Maar sinds hij weer naar school gaat, want daar steekt hij het volgens mij op, is de onschuld er een beetje af. Hij vloekt en scheldt niet leuk. Omdat ik van de moderne opvoeding ben, weet ik niet goed wat ik ermee aan moet.
‘Het zal wel door die oudere kleuters uit zijn klas komen,’ meld ik mijn partner ’s avonds.
Het leeftijdsverschil tussen de nieuwelingen, waarvan Roman er een is, en de tweedejaars kleuters is soms wel erg groot. Er zitten er bij die ‘nadelig’ jarig zijn. Dat wil zeggen dat ze dit schooljaar zeven worden. Het verschil tussen deze groteren (sommigen steken qua lengte al bijna boven de leerkrachten uit) en de vierjarigen is enorm. De grote jongens zijn stoer, ze proberen hun mannelijkheid te onderstrepen met stoer meisjes pesten en stoer taalgebruik.
En daar loopt mijn kleine, tot nu toe onbedorven Roman tussen. Einde onschuld.
Nu denken we af en toe met vertedering terug aan de tijd dat hij wel eens Jezus aanriep. Maar misschien hadden we toen harder moeten ingrijpen. We maakten toen de afspraak met hem dat er alleen gevloekt werd bij een noodgeval. Dat begrip gaven we al snel een heel strikte definitie, want Roman ontwikkelde de gewoonte om in alles een noodgeval te zien.
‘Alleen als er bloed is, is het een noodgeval,’ legde ik hem uit.
Het hielp. Een tijdje.
Sinds enkele weken is het vloeken en schelden dus in heftigheid toegenomen. ‘Breedbekkikker. Pieshoofd!’ roept hij bij wijze van begroeting tegen zijn vader. Dat klinkt nog wel aardig. Soms denk ik dat ook van hem. Wat de kleinere scheldkanonnades betreft huldigen we het standpunt: negeren. Daarmee volgen we de opvoedmethode die voorschrijft goed gedrag te belonen en fout gedrag niet te belonen, ook niet met aandacht. Doodzwijgen dus. Maar dat wordt knap lastig als je in een bomvolle trein zit en zoonlief het weer buiten omschrijft als ‘kutregen’. Ik kan wel heel stoïcijns blijven doen, maar de andere inzittenden reageren wel. Sommigen door te grinniken, dat door Roman als aanmoediging wordt geïnterpreteerd.

Dan zoek ik mijn toevlucht maar naar de blackmail always worksmethode. Iedere ouder bewandelt ooit de weg van chantage. ‘Als je dat niet eet, dan krijg je geen toetje,’ – daar zijn we allemaal mee groot geworden, ten slotte. Mijn eerste poging nadat ik Roman nodeloos hoor schelden: ‘Als je nu niet ophoudt met dat gescheld, dan luister ik niet naar je,’ heeft impact. Helaas maar kort. Ik besluit over te gaan op hardere maatregelen en haal dreigementen uit de kast: ‘Hou op met – vul maar in -, anders gaan we niet naar de bibliotheek.’ Roman begrijpt gelukkig wat daarvan de consequenties zijn. Namelijk geen uitje en in het verlengde daarvan misschien zelfs niet voorlezen vanavond.

Ik blijf moeite houden met deze methode. Doorgaans zit er namelijk geen enkel verband tussen het verbod en de toezegging. Dat gebrek aan logica zich ooit vast tegen ons keren.