Het impulsieve gedrag van beelddenkers

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

We worden allemaal geboren met een dominante rechter hersenhelft. Dit is ook heel logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd.
Wanneer een baby honger heeft gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen. Dit impulsieve gedrag van een baby stopt als hij melk krijgt. Een baby snapt nog niet dat hij soms even moet wachten met eten. Nee hij heeft NU honger! We spreken dan van een primair denkproces.

Primaire en secundair denkproces

Beelddenkers blijven meer bij het primair leerproces. Gevolg hiervan is dat ze vaak direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteit maakt niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Een kind krijgt onterecht het stempel niet in staat om te luisteren.

Het secundaire denkproces stelt gecontroleerd de behoefte tot bevrediging uit tot een geschikt moment. Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld, het secondaire denkproces neemt dan veelal de overhand. De meeste kinderen weten zich vanaf deze leeftijd redelijk te beheersen als ze hun zin niet krijgen. Ze bekijken de omstandigheden.  Beelddenkers daarentegen blijven veelal de voorkeur houden voor het primaire denkproces.

Dit heeft vaak het volgende resultaat:

  • weinig geduld
  • autoriteiten maken niet veel indruk
  • gevoel van binnen overheerst
  • accepteren geen nee
  • geen uitstel dulden
  • obsessie of “hyperfocus” (bijvoorbeeld door een spelletje)
  • afstand nemen van een situatie is moeilijk
  • wat gedaan wordt gebeurt intensief

Hoe kun je omgaan met impulsieve gedrag

Het beelddenkende kind wil vaak direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: Bijvoorbeeld ik wil NU een glaasje limonade. Elk argument van zijn moeder zal een kind verwerpen, simpelweg omdat het niet in zijn denkproces past. Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit een driftbui veroorzaken. Hij krijgt uiteindelijk het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Wanneer je een kind vraagt of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en kan limonade inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Waardoor hij begrijpt dat hij even moet wachten. Of hij is creatief en vindingrijk alles om toch zijn zin te krijgen.

Bij driftbuien kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet. Begin totaal ergens anders over, dit leidt een kind vaak af van het kritische onderwerp.

Geduld kan worden aangeleerd door de wachttijd visueel te maken of te vragen om zich voor te stellen

bron: ik leer in beelden

 

Waar herken je een beelddenker aan?

Waar herken je een beelddenker aan?

Iedereen wordt geboren als beelddenker, een baby kent immers geen woorden.  Langzaam ontwikkelt het taaldenken zich en wordt het beelddenken kleiner.
Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken. Waar herken je een beelddenker aan?

Het lijkt wel of er steeds meer beelddenkers komen. In iedere klas zitten er wel een paar. Deze kinderen het vaak moeilijk op school. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een veel gehoorde uitspraak.
Niet elke beelddenker is gelijk, maar er zijn wel verschillende kenmerken te benoemen die jonge beelddenkers in de klas laten zien.
Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor het in beelden denken, zijn ook beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Daarnaast zijn er ook die dat helemaal niet hebben. Vooral deze groep beelddenkers krijgt vaak lees- en/of spellingproblemen op school. Waar herken je een beelddenker aan

Algemene kenmerken beelddenkers.

  • Afwezige indruk
    Een beelddenker kan een trage, soms afwezige indruk maken, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen.
  • Werktempo
    Het werktempo van een beelddenkend kind is vaak lager dan gemiddeld, omdat hij steeds weer van taal naar beeld en andersom moet vertalen in zijn hoofd.  Het werktempo bij handelen en reageren zijn vaak weer wel hoog.
  • Zwakke concentratie
    Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Dromerig
    Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of zij niet opletten, maar het overkomt hen gewoon.
  • Regels
    Een beelddenker heeft moeite om zich aan regels te houden.
  • Zoeken naar woorden
    Je ziet vaak woordvindings moeilijkheden bij beelddenkers. Dit komt omdat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als:  je-weet-wel, dinges, of die/dat. Beelddenkers gebruiken vaak synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen andere mensen het wel begrijpen.
  • Woordenschat
    Een beelddenker wordt vaak niet begrepen door andere mensen. Dit komt door de woordenschat die beelddenkers gebruiken. Zij hebben hun eigen, vaak beperkte, woordenschat. Een beelddenker zal bijvoorbeeld over een boot praten en niet over een schip, over mama en niet over moeder. Beelddenkers gebruiken weinig `moeilijke` woorden. Dit wordt veroorzaakt door het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en einde aan een verhaal.
  • Kinderlijk
    Een beelddenker komt vaak kinderlijk over. Ze zijn langer afhankelijk van hun ouders, omdat deze hen wegwijs moeten maken in de wereld buiten hun denkwereld.
  • Tijdbesef
    Beelddenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.
  • Links-rechts
    De beelddenker kan moeilijk de begrippen links en rechts onderscheiden.
  • Taalontwikkeling
    Beelddenkers hebben vaak een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze zwijgzaam kunnen zijn.
  • Weinig woorden
    Een beelddenker gebruikt vaak weinig woorden om iets te vertellen. In hun hoofd hebben ze alles al gezien en voor sommige woorden hebben kennen ze niet geen beeld, dus deze worden niet benoemd. Ze maken korte onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen ze weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.
  • Gedachten verwoorden
    Het is voor een beelddenker lastig om zijn gedachten te verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten en de kinderen komen stil en verlegen over.
  • Instructies opvolgen
    Beelddenkers hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak heeft het kind geen beeld bij wat er van hem wordt verwacht en begrijpt hij het niet. Deze kinderen krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waarbij bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.
  • Letterlijk nemen
    Beelddenkers nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis er van niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn vaak een probleem voor hen!
  • Zwak in analyse
    Een beelddenker kan een probleem niet goed analyseren. Zij vinden het lastig om zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten en/of structuur aan te brengen. Denk aan agenda invullen, huiswerk plannen.

bron Beeldenbrein

 

Welke invloed heeft voorlezen op de ontwikkeling van een kind?

Welke invloed heeft voorlezen op de ontwikkeling van een kind?

Jonge kinderen leren enorm veel van voorlezen. Daarom is het goed veel voor te lezen, ook als kinderen zelf al kunnen lezen. Maar waarom is voorlezen goed en waar moet je goed opletten?

Voorlezen is voor een kind heel belangrijk. Het is gezellig, maar ook van groot belang voor de ontwikkeling van het kind. Dat geldt voor jonge kinderen, maar zeker ook voor oudere kinderen.

Taalontwikkeling

Voorlezen heeft een positief effect op woordenschat, spelling, tekstbegrip en de leesattitude van kinderen. Voorlezen is goed voor de taalontwikkeling van een kind. Tijdens het lezen leren kinderen nieuwe woorden, maar ook hoe een goede zin opgebouwd is.

Concentratie

Tijdens het voorlezen leren kinderen goed luisteren. Door aandachtig te luisteren leren ze zich ook beter concentreren.

Informatief

Afhankelijk van het onderwerp van het boek leert een kind veel van de wereld om zich heen. Voorlezen stimuleert daarnaast de fantasie van het kind.
Kies een boek wat qua onderwerp aansluit bij wat er op dat moment speelt in het leven van een kind. Bijvoorbeeld een boek over de herfst, winter of vakantie. Een boek kan ook steun bieden. Denk aan een een bezoek aan de tandarts of logeren bij opa en oma.

Rust en regelmaat

Samen lezen helpt in het brengen van rust en regelmaat. Kinderen ontspannen tijdens het voorlezen. Door op vaste momenten voor te lezen creëer je regelmaat en wordt er een vaste structuur in de dag gebracht. Daarom is voor veel ouders het lezen onderdeel van het ritueel voor het slapen gaan.

Waarop letten bij het voorlezen.

  • Bekijk voor het lezen van het boek samen de kaft. Bedenk waar het boek over kan gaan, dit stimuleert de fantasie van kinderen.
  • Kies een boek dat qua thema, lengte van het verhaal, hoeveelheid illustraties en dergelijke past bij een kind.
  • Varieer tijdens het voorlezen met stemmetjes of de intonatie, dit maakt het verhaal lekker levendiger, wat het voorlezen leuker maakt.
  • Stem de lengte van het verhaal af op de spanningsboog van een kind. Kies een verhaal welke je in een keer uit kan lezen.
  • Herhaling vinden jonge kinderen erg leuk. Het is dan ook goed een boek meerdere keren te lezen. Kinderen leren hierdoor het verhaal beter begrijpen en leren voorspellen wat er gaat gebeuren.
  • Belangrijk is om tijdens het lezen goed contact te houden met een kind.  Wanneer een kind het verhaal eng vindt kan door middel van een grapje tussen door, een andere intonatie, een andere woordkeus en eventueel het verhaal aanpassen of een stukje overslaan het verhaal minder eng worden gemaakt.

Interactief voorlezen draagt om meerdere fronten bij aan de ontwikkeling van kinderen

Voorlezen

Kinderlogica | 7 hilarische kinderuitspraken

Kinderlogica | 7 hilarische kinderuitspraken

Kinderen kunnen van die heerlijke uitspraken doen of opmerkingen maken. Kinderlogica, dingen die voor ons logisch of vanzelfsprekend zijn. Een mooi onderdeel van de taalontwikkeling van kinderen. De prachtige kinderuitspraken kleuren je dag. Twitter staat er vol mee en ook op Instagram kun je de nodige grappige uitspraken vinden. Wij hebben de 7 meest hilarische kinderuitspraken over eten voor je op een rijtje gezet.

Televisie kijken

We vertellen zoon lief dat te veel televisie kijken ongezond is.
“Dan eet ik er toch een appeltje bij!”

Kinderlogica over het eten van een ijsje

Het is een natte koude herfst dag als dochter om een ijsje vraagt. We geven aan dat dit nu niet mag, daar is het nu veel te koud voor. Dochter kijkt ons verontwaardigd aan: “Ja maar ik eet hem gewoon binnen op”

Boeren na het eten

Na het eten laat zoon een keiharde boer, waarna hij mij heel zelfverzekerd aankijkt:
“Ja mam, had je maar geen boerenkool moeten maken”

Verliefd

Zus tegen broer: “Als je verliefd bent heb je vlinder ingeslikt”

Vegetariërs

Zoon snapt er helemaal niks van. “Waarom zijn er mensen die geen vlees eten? Dan komen er toch veel te veel dieren en dat is toch slecht voor het klimaat?”

Hilarische Kinderuitspraken

Op zoek naar half volle melk

Dochter lief is op pad gestuurd om een pak half volle melk te halen bij de supermarkt.
Ze komt een half uur later teleurgesteld terug van de winkel “mama alle pakken melk zaten hartstikke vol!”

Ik hoor niks

We staan bij de slager in het dorp. Zoon krijgt een plakje worst van de slager. Heel opvoedkundig wil ik een bedankje ontlokken bij hem en zeg: “ik hoor niks?”.
Zoon is even stil en antwoord: “ik ook niet”

Heb jij nog leuke kinderlogica? Deel ze dan met ons op Facebook of twitter, gebruik de #kinderlogica 

Meer over spraak en taalontwikkeling

Taalontwikkeling stimuleren met vertelplaten!

Taalontwikkeling stimuleren met vertelplaten!

Taalontwikkeling, leren praten is een belangrijke stap in de ontwikkeling van een kind. Als een kind begint te praten, kan het beter uitdrukken wat het wil en wat het voelt en wordt het contact met de omgeving versterkt. Taalontwikkeling stimuleren kan op verschillende manier.

Een manier om de taalontwikkeling te stimuleren is middels vertelplaten. Een vertelplaat is een kleurrijke tekening die je samen met je peuter of kleuter, gezellig op de bank kan bekijken en ontdekken. Zo ontwikkel je het taalgevoel van een kind.

Hoe gebruik je een vertelplaat?

Vertelplaten helpen ouders om te praten met hun jonge kind. Op elke plaat staat een voor kinderen herkenbaar tafereel uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld spelen in de speeltuin, gaan slapen, in bad gaan of samen eten.
Volwassen kunnen bij de platen van alles vertellen. Benoemen wat je ziet.

Veel prentenboeken lenen zich ook uitstekend als vertelplaat. Bijvoorbeeld Boer Boris gaat naar zee! Prentenboek van het jaar 2015

Vertelplaten per thema

  1. de badkamer
  2. de keuken
  3. de woonkamer
  4. de slaapkamer
  5. de speelhoek
  6. buiten spelen

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en op zijn eigen tempo. Er zijn echter wel gemiddelde leeftijd waarop kinderen diverse mijlpalen bereiken. Benieuwd welke mijlpalen dat zijn?