Wat ik wenste dat de wereld wist over de ADHD van mijn kind

Wat ik wenste dat de wereld wist over de ADHD van mijn kind

ADHD bij kinderen is moeilijk te beheren en nog moeilijker uit te leggen. In dit blog zeven ervaringen van ouders, soms vermoeiende, soms inspirerende, die ze graag met andere mensen zouden willen delen. 

 

1. ADHD bij kinderen is onzichtbaar, maar bestaat echt

“Ik wil, net als veel andere ouders, graag dat aandachtstekortstoornis ( ADD of ADHD ) wordt geaccepteerd als een echte diagnose, in plaats van een excuus om lui te zijn of om speciale behandeling te vragen. Wanneer mijn kind een opdracht inlevert met onbeantwoorde vragen, is het niet omdat ze opzettelijk zijn overgeslagen, maar omdat die vragen ongezien zijn gebleven (net als ADHD zelf)”

 

2. Mijn kind kan niet alleen maar ‘harder proberen’

“Ik wou dat de wereld wist dat ADHD neurologisch is. Het is niet gedragsmatig. En het is niet alleen een kwestie van harder proberen. Je zou een blinde nooit vragen om alleen maar harder te turen. Stop met denken dat mijn kind gewoon harder moet proberen. Hij doet zijn best – veel harder dan de meeste kinderen!”

“ADHD is geen keuze. Als mijn zoon ‘harder zou kunnen proberen’, zou hij dat doen!” 

3. De vereiste inspanning om te ‘passen’ is enorm

“Ik wou dat mensen de kracht van kinderen met ADHD konden begrijpen. Ze hebben niet alleen een constant feest in hun hoofd, maar ze moeten proberen dat feest te negeren en zich als anderen te gedragen, zodat ze niet als ‘ vervelende kinderen ‘ worden gezien”  

4. Verandering gebeurt wanneer je je op sterke punten concentreert

“Het is soms gemakkelijk, om ons te concentreren op de zwakke punten van kinderen. Als we ons leren concentreren op de sterke punten van kinderen met adhd – de dingen die ze goed doen en waar ze echt goed in zijn – kunnen ons helpen meer begrip te krijgen als ze extra hulp nodig hebben met andere dingenHet zorgt er ook voor dat kinderen zich goed, gewaardeerd en getalenteerd voelen! ”

“Ik heb geprobeerd mijn zoon te leren dat een brein dat anders is bedraad een geschenk is en iets om trots op te zijn. Zoveel van de meest briljante geesten in de geschiedenis hadden kenmerken die verband houden met ADHD, en het was omdat die mensen anders konden denken dat ze dingen hebben bereikt. “

5. De keuze voor medicatie is niet makkelijk

“Ik wou dat de wereld wist dat het voor veel ouders niet eenvoudig was om te beslissen of ze medicijnen moesten gebruiken. Er is een overweldigende schuldgevoel aan die beslissing verbonden, ongeacht je keuze. Je begrijpt het niet tenzij je zelf een kind met ADHD hebt.”

“Als persoon die voorheen tegen medicatie was, zou ik graag willen dat mensen weten dat medicatie niet altijd de eerste keuze van een ouder is. Je kunt praten over de dingen die je ‘nooit zou doen’, maar totdat je zelf met die situatie wordt geconfronteerd, weet je niet wat je zult doen. Wanneer je kind zich ellendig voelt en medicatie – in combinatie met therapie en voeding- hem kan helpen, kun je medicatie niet langer als optie uitsluiten. “

6. Slecht zelfbeeld is een nare bijwerking van ADHD

“Ik wou dat de wereld wist dat kinderen met ADHD goed willen zijn. Wanneer dit niet lukt, maakt ze dit van streek en ontwikkelen soms faalangst. Ze hebben het gevoel dat ze dingen niet kunnen doen vanwege hun eerdere teleurstellingen en dat vermindert hun zelfrespect verder. We moeten ze allemaal eraan herinneren dat ze het kunnen! “

“Ik wou dat meer mensen begrepen dat mijn kinderen lief en grappig zijn en willen passen. Ik wou dat meer mensen konden zien dat de ADHD-superkrachten die ze bezitten, worden gedempt door de herinneringen aan hun fouten en dat ze het vertrouwen kunnen verliezen door constante niet voldoen. Ze willen dat hun leven net zo gemakkelijk is als dat van hun vrienden, maar ze zien zichzelf voortdurend tekortschieten, ook al werken ze harder dan iedereen om hen heen. Blijf kinderen positief stimuleren, zodat ze niet opgeven. “

7. We profiteren er allemaal van wanneer kinderen leren hun ADHD-krachten te benutten

“Onbegrip over ADHD is veel schadelijker dan ADHD-symptomen ooit kunnen zijn. Ik wou dat de wereld wist dat dezelfde eigenschappen waar mijn kind vaak negatieve reacties op ontvangt, ook een positieve kant heeft, de keerzijde van de medaille die ADHD wordt genoemd. Kinderen met ADHD geven niet snel op, zijn gedreven en out of de box denkers. Hun veerkracht en nieuwsgierigheid kunnen de maatschappij een hoop goeds brengen.”

bron: ADDitude magazine

 

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken:
    vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken:
    braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Wees je ervan bewust dat niet elk compliment leidt tot meer zelfvertrouwen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijvoorbeeld onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!
Verstoorde primaire reflexen kunnen verschillende oorzaken hebben en voor verschillende problemen zorgen.

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Wanneer een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten zijn:

  • moeilijk stilzitten;
  • struikelen, moeite met evenwicht;
  • tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel liggen;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met verstoorde primaire reflexen

Er zijn verschillende oorzaken waardoor reflexen soms niet of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi);
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

Verstoorde primaire reflexen behandelen met ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
www.kinderpraktijkaandedijk.n

Wat hebben leerproblemen en primaire reflexen met elkaar te maken?

Wat hebben leerproblemen en primaire reflexen met elkaar te maken?

Al doe je nog zo je best, reflexen kun je niet tegenhouden. Iedereen heeft bij zijn geboorte een aantal primaire reflexen die gemakkelijk zijn op te wekken. Reflexen, zoals de zuig- of grijpreflex, zijn nodig om direct na de geboorte te overleven. Ze helpen bij een goede en gezonde ontwikkeling. Wanneer het zenuwstelsel zich goed ontwikkelt, komen de reflexen na ongeveer een half jaar onder controle. Dat gebeurt echter niet altijd. Het is nog niet heel bekend dat soms bij mensen de primaire reflexen (gedeeltelijk) ongecontroleerd aanwezig blijven. Dat kan komen door bijvoorbeeld stress tijdens de zwangerschap, complicaties bij de geboorte, vaccinaties of andere heftige gebeurtenissen.

Ongecontroleerde primaire reflexen

Het dagelijkse leven wordt dan verstoord door onbewuste automatische reacties die zowel lichamelijk, sociaal, mentaal als emotioneel kunnen zijn. De compensaties die daarop volgen kunnen grote gevolgen hebben.
Ongecontroleerde primaire reflexen  kunnen problemen geven, denk hierbij aan:
• leer- en concentratieproblemen
• verdriet, angsten, paniek of woede-uitbarstingen
• informatieverwerkingsproblemen zoals ADD, ADHD, autisme, dyslexie, dyscalculie,
• slaapproblemen (inslapen en doorslapen)
• gespannen nek of schouders, rugklachten, hoofdpijn, buikpijn, moeite met leren zwemmen of fietsen
• het gevoel ”ik ben mezelf niet” of ”er is iets, maar ik weet niet wat”

Goed ontwikkelde reflexen zorgen ervoor dat een fysiek goed kan functioneren. Dit komt doordat de reflexen de basis vormen voor het evenwicht, de zintuigen, tijd en ruimtebesef, motorische en visuele vaardigheden en de motoriek. Ook zijn de reflexen verantwoordelijk voor hoe een kind zich sociaal-emotioneel en cognitief ontwikkelt.

Misdiagnose

Het komt vaak voor dat een kind onterecht de diagnose AD(H)D krijgt, terwijl de primaire reflexen ten grondslag liggen aan de problemen.
Omdat bij leer-gedrags of concentratieproblemen veelal niet wordt gedacht aan de primaire reflexen, gaat men dan aan het werk met dat wat er mis gaat.
Eindeloos rekensommen geven, het oefenen van het vangen van een bal of een kind continu aanspreken op zijn niet gewenste gedrag. Een kind wil wel anders, maar het lukt dan gewoon niet, met soms frustratie en onmacht tot gevolg. Vanuit het oogpunt van de reflexen ga je je niet bezig houden met de vaardigheid die er mis gaat, maar werk je aan de basis.

Niet geïntegreerde reflex

Een reflexmatige beweging heeft altijd voorrang en verstoort zo het normaal functioneren. Een kind, en met name het jonge kind, zal deze niet gewenste bewegingen en reacties willen onderdrukken of compenseren en dat kost hem ‘bakken vol energie’. Niet geïntegreerde reflexen zorgen ervoor dat een kind uit balans gaat met alle gevolgen van dien.  Een kind raakt vermoeid en zal, wanneer er niet op tijd wordt ingegrepen, niet meer in staat zijn om zelf zijn balans te herstellen. Extreme vermoeidheid, prikkelbaarheid, overgevoeligheid, achterstand in de fijne-of grove motoriek, leer-lees achterstand  of een verstoorde werking van het immuunsysteem, zijn zomaar wat voorbeelden van problematiek die hierdoor veroorzaakt kunnen worden.

Voorbeelden van reflexen

Wanneer de grijpreflex van een kind nog niet goed geïntegreerd is, zal elke prikkel van de hand ervoor zorgen dat deze weer opengaat. Hoe kun je ervoor zorgen dat je netjes schrijft of binnen de lijntjes kleurt, als het je zoveel moeite kost om je pen vast te houden?

Een kind wat niet stil kan zitten. Het is geen onwil, maar het lukt hem niet omdat de oprichtreflex niet geïntegreerd is. Het zal gaan hangen op zijn stoel, wiebelen of afdwalen met zijn gedachten. Het oprichtreflex is tevens verantwoordelijk voor aandacht en focus.

Een (faal) angstig kind wil wel anders denken maar als de overlevingsreflex is nog actief. Deze is nodig bij de geboorte. Een kind blijft in de alarmstand staan. Dan is de veroorzaker van de angst dus niet een negatieve gedachte of emotie, maar een reflex die niet tot rust is gebracht.

De therapie: Reflexintegratie

Het begint bij het uit testen welke reflex verstoord is. Wat er aan de verstoring van de reflex ten grondslag ligt. Vervolgens kan door het volgen van een (licht) bewegingsprogramma er in de meeste gevallen snel verbetering optreden.
Deze oefeningen zijn leuk omdat ze samen met de ouder, broertjes of zusjes gedaan kunnen worden. Het gebruik van spelmateriaal, een skippyballen, yogaballen of ander spelmateriaal verhoogd het plezier bij de oefeningen.

Lees meer over verstoorde primaire reflexen

bron: carlavanwensen.nl

.

 

Meer zelfvertrouwen voor beelddenkers door de juiste feedback

Meer zelfvertrouwen voor beelddenkers door de juiste feedback

Het komt vaak voor dat beelddenkers weinig zelfvertrouwen hebben of zelf faalangst ontwikkelen. Dit doordat ze informatie anders verwerken.
Beelddenkers leren vanuit het geheel al associërend naar het antwoord of de oplossing. Dit is niet een proces dat netjes op volgorde gaat. Dit is een associatief, chaotisch proces. Een beelddenker heeft dus duidelijke structuren en kaders nodig om het overzicht in zijn chaotische wereld te houden. Wat verbetert het zelfvertrouwen van beelddenkers?

Binnen het onderwijs wordt veel nadruk gelegd op volgorde en details en het verwerken van seriële informatie. Dit is voor beelddenkers ontzettend lastig. Details onderscheiden is niet de sterkste kant van een beelddenker.
Een beelddenker zoekt overeenkomsten vanuit het geheel, niet naar verschillen.

Omdat het onderwijs niet goed aansluit bij hun manier van informatie verwerken, verliezen zij hun zelfvertrouwen en ontwikkelen beelddenkers vaak faalangst.
Het lukt een beelddenkend kind niet goed meer om onder stress zijn voorkeurs denken te hanteren. Hij wordt gedwongen door de stress zich op de details te richten. Met als resultaat dat een kind blokkeert , waardoor de faalangst ontstaat.

Een beelddenker communiceert anders

Een beelddenker voelt zich vaak onbegrepen omdat hij anders communiceert . Als een beelddenker een verhaal vertelt, bevindt hij zich in het beeld en als de taaldenker een verhaal vertelt, kijkt hij tegen een beeld.

Hoe vertelt een taaldenker zijn verhaal?

Als een taaldenker iets wil vertellen, stelt hij zich een plaatje voor van een situatie.
Hij kijkt tegen een beeld aan. Het beeld geeft hem steun om een verhaal netjes op volgorde te vertellen. Hij doorloop het denkproces stap voor stap. Netjes van het begin tot het eind.
Anders gezegd: Een taaldenker visualiseert een beeld waar hij tegenaan kijkt als geheugensteun om iets te vertellen. Hij bedenkt het plaatje bij zijn woorden.

Hoe vertelt een beelddenker zijn verhaal

De beelddenker bevindt zich in zijn beeld. Om zijn ruimtelijk beeld te kunnen verwoorden moet hij zichzelf buiten het beeld of gebeuren plaatsen. De beelddenker bekijkt het beeld en verwoordt dan wat hij `ziet’. Dat is niet een verhaal op tijd en volgorde, maar het is een chaotisch verhaal. Dit gebeurt omdat het denkproces door de associatiebeelden chaotisch verloopt. Niet netjes met een kop en een staart.
Anders gezegd: Een beelddenker staat in het beeld en zet zich dan buiten het beeld om de zaak te verwoorden. De beelden is de enige mogelijkheid om tot de juiste woorden te komen. Hij moet de woorden bij het plaatje zoeken. Dit kost tijd en veel concentratie.

Hoe geef je de juiste feedback?

Door op de juiste manier feedback te geven, ontwikkelt een kind zelfvertrouwen en leert een kind zijn sterke en zwakke kanten kennen. Dit is belangrijk om krachtiger in het leven te staan.
Met feedback reageren je op wat iemand gezegd of gedaan heeft.  De manier waarop feedback wordt gegeven is heel belangrijk voor dit proces om als kind sterker in de wereld te staan.

Feedback geven kan op vier manieren. Het kan zowel negatieve als positieve feedback zijn en taakgerichte danwel persoonsgerichte.

Taakgerichte feedback

Taakgerichte feedback is een reactie die alleen gericht is op de gedane taak. Een positieve reactie op een taak is bijvoorbeeld: Deze opdracht heb je goed gedaan.
Een negatieve reactie op een niet goed uitgevoerde taak kan zijn: Deze opdracht heb je niet zo goed gemaakt.

Persoonsgerichte feedback

Persoonsgerichte feedback is een reactie die gericht is op de persoon. Het is belangrijk dat persoonsgerichte feedback altijd positief is.
Bij positieve persoonsgerichte feedback laat je het kind in zijn waarde. Positieve persoonsgerichte feedback is bijvoorbeeld: Je bent altijd erg behulpzaam.
Negatieve reactie op de persoon kan bijvoorbeeld zijn: Wat ben je vervelend!
Nee… het kind is niet vervelend, zijn gedrag is vervelend. Dus benoem zijn gedrag.
Zeg bijvoorbeeld: Ik vind je gedrag vervelend!
Probeer negatieve persoonsgerichte feedback om te zetten van de persoon naar het benoemen van het gedrag.

Evenwicht in positieve en negatieve reacties zorgt voor zelfvertrouwen van beelddenkers

Het is belangrijk een goed evenwicht te vinden tussen positieve en negatieve reacties. Te veel negatieve reacties maken het kind onzeker met als gevolg de reactie: Ik doe toch nooit iets goed!.
Maar door te veel positieve reacties wordt het kind onbedoeld onder druk gezet. Hij zal denken dat hij geen fouten mag maken. Leer kinderen ook dat fouten maken mag en zelfs goed is!
Reageer in eerste instantie positief op een kind als hij iets zegt of heeft gedaan. Daarna kan er negatieve taakgerichte feedback volgen. Het is de bedoeling dat het kind iets leert van deze negatieve taakgerichte feedback.

Hoe herken je een beelddenker?

Bewaar dit bericht over het zelfvertrouwen van beelddenkers op pinterest

zelfvertrouwen beelddenkers

bron: beeldenbrein