Een kind met ADHD motiveren, door de juiste aanpak!

Een kind met ADHD motiveren, door de juiste aanpak!

Tot actie komen, is het effect van motivatie.  Maar motivatie is ook het effect van het nemen van actie

Ketting van inspiratie, motivatie en actie

Kinderen nemen veelal pas actie als ze gemotiveerd zijn. En gemotiveerd wordt je door inspiratie. Dit kan negatieve of positieve inspiratie zijn. Bijvoorbeeld, pas aan de slag gaan met een project als je bang bent voor de consequenties. Of fanatiek gaan wielrennen, geïnspireerd door de Tour de France.

Wanneer een kind niet genoeg positieve of negatieve inspiratie voelt, is het niet gemotiveerd om actie te ondernemen. Met als gevolg dat iemand zijn doel niet haalt. Dit werkt bij kinderen met ADHD sterker dan bij andere kinderen.

De oorzaak van het niet halen van doelen

Het is bijzonder dat het kinderen met ADHD minder goed lukt om doelen te halen, ook als het gaat om doelen die belangrijk voor ze zijn. Dit komt omdat ze niet geïnspireerd worden door negatieve emoties.
Meer dan bij kinderen zonder AHDH brein laat een kind zich leiden door belemmerende gedachten om iets niet te gaan doen. Uit angst om te falen ondernemen ze geen actie.

Hoe dan wel, een kind met ADHD motiveren?

Het goede nieuws is dat deze cyclus van inspiratie, motivatie en actie niet driedelig is, maar eindeloos doorgaat. Je kunt een kind helpen dit patroon te doorbreken. Bijvoorbeeld door een kleine stap te zetten in iets wat een kind graag wil. Door het behalen van een klein succes ontstaat er positieve emoties en inspiratie zodat een kind zijn motivatie vindt om in de toekomst ook weer actie te ondernemen. Dit is een succesvolle manier om de mindset van een kind te resetten.

Door iets te doen raakt een kind veelal gemotiveerd! Door iets te doen, raak je namelijk geïnspireerd. Wil een kind echt niet, spreek dan een tijd af waarop een kind met iets bezig moet zijn. Is de tijd voorbij, dan is het klaar en mag een kind stoppen. Een kind zal echter wel het resultaat zien en hierdoor mogelijk geïnspireerd raken.

Intrinsieke motivatie is belangrijk omdat het kind zelf verantwoordelijkheid neemt, een groei mindset

bron: adhd-praktijk.nl

De geheimen van een ADHD brein

De geheimen van een ADHD brein

Een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit is een verwarrende, tegenstrijdige, inconsistente en frustrerende aandoening. Het is overweldigend voor kinderen die er elke dag mee leven. De vraag is of je het wel een aandoening moet noemen. Dit suggereert immers dat er iets niet goed werkt. Het zenuwstelsel van kinderen met ADHD is bijzonder omdat het aandacht en emoties op andere manieren reguleert dan het zenuwstelsel van iemand zonder een ADHD brein.

De term ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder of wel aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit klopt eigenlijk niet. Veelal is het tegenovergestelde waar. Waarom iets een stoornis noemen als het veel positieve dingen oplevert. ADHD is geen beschadigd of defect zenuwstelsel. Het is een zenuwstelsel dat goed werkt, volgens zijn eigen regels.

Ondanks de associatie van ADHD met leerstoornissen, hebben de meeste mensen met een ADHD-zenuwstelsel een significant hoger dan gemiddeld IQ. Ze gebruiken dat hogere IQ ook op andere manieren dan “gewone” mensen. Ze zijn in staat oplossingen te zien voor (complexe) problemen die andere niet zien. De overgrote meerderheid van volwassenen met een ADHD-zenuwstelsel is niet openlijk hyperactief. Ze zijn intern hyperactief.
Mensen met ADHD hebben geen gebrek aan aandacht. Ze besteden juist teveel aandacht aan alles. De meeste mensen met ADHD zonder medicatie hebben vier of vijf dingen tegelijk in hun hoofd. Het kenmerk van het ADHD-zenuwstelsel is geen aandacht tekort, maar inconsistente aandacht.

ADHD is geen stoornis maar een andere manier van denken

De ADHD zone

Iedereen met ADHD weet dat ze minstens vier of vijf keer per dag ‘in de zone kunnen komen’. Wanneer ze zich in deze zone bevinden, hebben ze geen beperkingen, of last van verstoorde executieve functies die ze mogelijk hadden voordat ze de zone betraden. Kinderen met ADHD weten (of zouden moeten weten) dat ze slim zijn, maar ze weten nooit zeker of hun capaciteiten goed kunnen benutten wanneer ze ze nodig hebben. Het feit dat symptomen en beperkingen de hele dag door komen en gaan, is kenmerkend van ADHD, dit maakt het frustrerend.

Mensen met ADHD komen voornamelijk “in de zone” door geïnteresseerd of geïntrigeerd te zijn in wat ze doen.
Ze komen in de zone wanneer ze worden uitgedaagd of in een competitieve omgeving terecht komen. Soms trekt iets onbekends of nieuws hun aandacht. Nieuwigheid is echter van korte duur en na een tijdje is alles oud.
Mensen met een ADHD brein krijgen beter toegang tot hun capaciteiten wanneer een taak urgent is – bijvoorbeeld een do-or-die-deadline. Dit is de reden waarom uitstelgedrag veel voorkomt bij kinderen met ADHD. Ze willen hun werk gedaan krijgen, maar kunnen pas beginnen als de taak interessant, uitdagend of urgent wordt.

Lees meer over ADHD en executieve functies

Hoe de rest van de wereld functioneert

De 90 procent van de niet-ADHD-mensen in de wereld wordt ‘neurotypisch’ genoemd. Het is niet dat ze “normaal” of beter zijn. De werking van hun brein en gedrag is meer geaccepteerd en algemeen onderschreven door de wereld. Voor deze kinderen is het nuttig om geïnteresseerd te zijn in een taak of uitgedaagd te zijn. Of de taak nieuw of urgent is, is voor hen geen voorwaarde om het te doen.

De “gewone” mens gebruikt drie verschillende factoren om te beslissen wat ze moeten doen, hoe ze met iets aan de slag moeten gaan en het af moeten maken.

  1. het concept van belang (ze vinden dat ze het voor elkaar moeten krijgen).
  2. secundair belang – ze worden gemotiveerd door het feit dat hun ouders, leerkracht, baas of iemand die ze respecteren, denkt dat het belangrijk is om de taak aan te pakken en te voltooien.
  3. het concept van beloningen voor het uitvoeren van een taak en gevolgen en straffen voor het niet doen ervan.

Een kind met ADHD heeft vrijwel nooit het idee van belangrijkheid of beloningen kunnen gebruiken om een ​​taak te starten en uit te voeren. Ze weten wat belangrijk is, ze houden van beloningen en houden niet van straf. Maar voor hen zijn de dingen die een groot deel van de mensen aansporen in beweging te komen, geen motivatie om te beginnen aan iets.

Het onvermogen om belang en beloningen te gebruiken om gemotiveerd te raken, heeft een levenslange impact op het leven van iemand met ADHD.
Hoe kun je kiezen tussen meerdere opties als je de begrippen belangrijkheid en (financiële) beloningen niet kan gebruiken om gemotiveerd te raken?
Hoe kun je belangrijke beslissingen nemen als de begrippen belangrijkheid en beloning niet behulpzaam zijn bij het nemen van een beslissing, noch als motivatie om iets te doen?

Gedragstherapie en een ADHD brein

Dit verklaart waarom geen van de cognitieve en gedragstherapieën die worden gebruikt om ADHD-symptomen te beheersen een blijvend voordeel hebben. Veel onderzoekers beschouwen ADHD als een gevolg van een defect of op een tekort gebaseerd zenuwstelsel. Het brein van iemand met ADHD werkt perfect, volgens zijn eigen regels. Helaas werkt het niet volgens de regels of technieken die in een neurotypische wereld worden aangeleerd en aangemoedigd. Dit is dan ook waarom:

  • Kinderen met ADHD niet passen in het standaard schoolsysteem, dat is gebouwd op het herhalen van wat iemand anders belangrijk en relevant vindt.
  • Het kiezen tussen alternatieven voor kinderen met ADHD moeilijk is, omdat alles hetzelfde gebrek aan belang heeft. Voor hen zien alle alternatieven er hetzelfde uit.
  • ADHD vaak samen gaat met ongeorganiseerd zijn. Bijna elk organisatiesysteem, is gebouwd op twee principes – prioriteitstelling en tijdbeheer – waar iemand met ADHD niet goed in is.
  • Mensen met ADHD niet gedij en in de standaardbaan waarbij mensen worden betaald om te werken aan wat iemand anders (namelijk de baas) belangrijk vindt.

Probeer kinderen met ADHD niet te veranderen

Omdat kinderen met ADHD problemen ondervinden op school of daarbuiten wordt vaak hulp of ondersteuning gezocht. Met als doel om beter mee te kunnen komen en te voldoen aan de algemene verwachtingen die de maatschappij stelt aan kinderen. Er wordt als het ware geprobeerd kinderen te veranderen. Veel energie gaat naar het aanleren van vaardigheden waar ze nooit in zullen uitblinken. Het is belangrijk om vroeg in te grijpen en een kind met ADHD inzicht te geven in hoe hij in elkaar zit. Anders, maar niet minder!  Voordat een kind gefrustreerd en gedemotiveerd raakt.

Medicatie of voeding kan een kind helpen dingen voor elkaar te krijgen. Het onderdrukt tijdelijk de impulsiviteit en helpt bij de concentratie. Dit is echter niet voldoende. Een kind kan zich met de juiste medicatie beter concentreren en de taken doen die van hem verwacht worden. Maar dit alles gaat nog steeds uit van de benadering die niet past bij zijn brein.
Om beter te functioneren en zelfverzekerd door het leven te kunnen is het belangrijk dat een kind zichzelf beter leert kennen. Het ontdekken van zijn eigen gebruiksaanwijzing

Wat wel doen bij kinderen met een ADHD brein

Een “ADHD-gebruikershandleiding” moet gebaseerd zijn op huidige successen. Hoe kom je nu in de zone? Onder welke omstandigheden slaagt en gedijt een kind? In plaats van je te concentreren op waar je tekortschiet, moet je bepalen hoe je in de zone komt en op opmerkelijke niveaus functioneert.

Laat een kind een maand lang bij houden wanneer het in de zone komt. Dit kan door dit op te schrijven in een boekje of in te spreken op de dictafoon van de telefoon.
Wanneer ze bezig waren met iets wat ze echt interessant vonden, of juist een specifieke taak of situatie. Of stimuleert het competitief element juist?

Aan het einde van de maand hebben de meeste kinderen 30 of 40 verschillende technieken verzameld waarvan ze weten dat ze voor hen werken. Als ze worden gevraagd om te presteren en betrokken te raken, begrijpen ze nu hoe hun zenuwstelsel werkt en welke technieken nuttig zijn.

Deze aanpak probeert niet om mensen met een ADHD zenuwstelsel te veranderen in neurotypische mensen, maar geeft levenslange hulp omdat het voortbouwt op hun sterke punten.

Lees meer over de misvattingen over ADHD

bron: ADDitude

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Elk kind heeft wel eens moeite of geen zin om zich aan te kleden, een klusje in huis te doen, zich klaar te maken voor school of een andere dagelijkse routine. Zoals in het artikel slim maar … omschreven hebben sommige kinderen meer moeite met een taak als gevolg van minder ontwikkelde executieve functies. Voor het opruimen van spullen en aankleden voor school of een rustig slaapritueel, zijn er drie executieve functies waar een beroep op wordt gedaan. Het werkgeheugen, volhouden van aandacht en taakinitiatief. Wanneer deze executieve functies minder ontwikkelt zijn, blijven dergelijke taken lastig. Door je hier bewust van te zijn, kun je een kind gerichter helpen.

Werkgeheugen en dagelijkse routine

Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment beschikbaar is. Het werkgeheugen draagt dus bij aan de organisatie van iemands kennis en de bereikbaarheid er van. Het werkgeheugen heeft grote impact op de schoolprestaties van een kind.

Als een kind moeite heeft met het in gedachten houden van informatie bij het uitvoeren van (complexe) taken, kun je op de volgende manier helpen:

  • Maak oogcontact voordat je een kind de opdracht geeft.
  • Check of de boodschap wel goed is aangekomen door een kind deze te laten na vertellen. Vraag bijvoorbeeld of een kind weet wat hij moet doen.
  • Beperk afleiding, dit kan een televisie zijn die aan staat of rommel op tafel.
  • Gebruik visuele geheugensteuntjes. Maak pictogrammen voor het ochtend en of avond ritme. Op school wordt vaak gebruik gemaakt van de beertjes van Meichenbaum. Hier zijn veel varianten van te vinden op internet.
  • Hou er rekening mee dat leren uit ervaring erg moeilijk is voor kinderen met een slecht werkgeheugen. Het opslaan van ervaringen is lastig. Zowel positieve als negatieve ervaringen komen moeilijker in het lange-termijn geheugen terecht.
  • Bespreek situaties met een kind door. Vraag door naar details. Zo laat je een kind in-zoomen en ziet het eerder wat er goed en fout ging.
  • Ontwikkel samen met een kind manieren om dingen te onthouden. Een kind kan meedenken over een eigen tactiek of strategie.

Lees meer over hoe je het werkgeheugen kunt stimuleren

Volhouden aandacht

Je aandacht op iets richten betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat aandacht richten en inhibitie (je gedrag remmen) zich samen ontwikkelen. Aandacht volhouden is, zeker bij saaie taken, erg lastig. Een kind wat snel is afgeleidt raffelt zijn werk ook vaak af.

Wat kun je doen om een kind te helpen?

  • Voer de tijdsspanne geleidelijk op om de volgehouden aandacht te trainen. Hoe lang houdt een kind een activiteit nu vol? Neem die tijd als basis en voeg daar steeds een paar minuten aan toe.
  • Gebruik een timetimer om de tijd inzichtelijk te maken
  • Zorg voor een uitdagende taak. Probeer aan te sluiten bij zijn interesse, door er een wedstrijd of spel van te maken.
  • Gebruik een beloningssysteem.
  • Geef een kind iets om naar uit te kijken. Bedenk een leuke activiteit voor ná de taak waarvan hij het moeilijk vindt om zijn aandacht er bij te houden.
  • Blijf bij een kind als hij bezig is. Herinner een kind aan de taak en moedig aan

Taakinitiatie

Taakinitiatie betekent niks meer dan beginnen zonder uitstel. En dan vooral aan vervelende taken. Het gaat echt om die dingen waar een kind tegenop ziet. Bijvoorbeeld het opruimen van speelgoed. Geen enkel kind zal zin hebben om zijn spel te stoppen, om op te gaan opruimen. Degene die het toch doen hebben een goed ontwikkelde taakinitiatie. Taakinitiatie is de taken uitvoeren die gedaan moeten worden. En daarbij hoort ook weten van jezelf wat je nodig hebt om het te doen.

Kinderen die moeite hebben met taakinitiatie gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even naar het toilet of beginnen iets anders, als het maar niet de opdracht is.

Hoe kan je hen helpen?

  • Moedig een kind aan om gelijk te beginnen.
  • Deel grote taken op in kleinere taken als dit mogelijk is.
  • Laat een kind vooraf bedenken hoe en wanneer hij de taak doet.
  • Laat een kind verzinnen hoe je hem kunt aansporen, bijvoorbeeld met een wekker.
  • Zorg voor een visuele herinnering.

 

Lees meer over wat taakinitiatief en executieve functie met elkaar te maken hebben. 

Executieve functies en ADHD

Executieve functies en ADHD

Waarom is het voor sommige kinderen lastig om dingen te plannen, huiswerk te maken. Om geduld te hebben, hun emoties te beheersen, prioriteiten te stellen, taken te starten en af te maken. Voor kinderen met ADHD is vaak geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen! Wat hebben Executieve functies en ADHD met elkaar te maken.

Het brein van kinderen met ADHD of ADD werkt anders. In meer medische termen: de prefrontale cortex is kleiner en er is minder activiteit. In dit hersengedeelte worden de executieve functies geregeld. De executieve functies helpen bij het richten van de aandacht, het beheersen van emoties, het vaststellen van prioriteiten, het plannen van activiteiten, organiseren en het verbeteren van het geheugen. Hierdoor ontstaan dus de problemen waar veel kinderen met ADHD mee worstelen.

In dit deel van de hersenen is een sterkere doorbloeding op bij moeilijkere taken. Bij iemand met ADHD is die doorbloeding minder. Dit verklaart waarom iemand met ADHD meer gestimuleerd moet worden (extra prikkels nodig heeft) om taken uit te voeren. Daarom werken deadlines  goed of even bewegen.

ADHD is meer dan alleen gebrek aan concentratie of te veel hyperactiviteit.  ADHD beïnvloedt ook de manier waarop informatie wordt verwerkt, waardoor het voor een kind soms lastig is te voldoen aan de verwachten die worden gesteld. Zoals stil zitten en luisteren in de klas.

Wat doen executieve functies?

De executieve functies zijn aansturend en controlerend voor het hele doen en laten. Ze beïnvloeden het gedrag van een kind, hoe een kind leert. Die aansturing gebeurt grotendeels onbewust.  Je gebruikt  executieve functies vooral in nieuwe situaties en minder in situaties die je vaak meemaakt.

De belangrijkste executieve functies zijn cognitieve flexibiliteit, zelfbeheersing, planning, werkgeheugen en zelfbewustzijn.

Cognitieve flexibiliteit

Dit is een verzamelterm voor meerdere activiteiten. Het gaat om zowel de vaardigheid om anders te denken, en om het veranderen van perspectief, als ook om het aanpassen aan een omgeving die continu verandert.

Cognitieve flexibiliteit is belangrijk voor het functioneren in het dagelijks leven. Het zorgt ervoor dat kinderen zich kunnen aanpassen als de routines ineens even anders is. Bijvoorbeeld wanneer een kind met de auto naar school gebracht wordt in plaats van op de fiets omdat het regent.

Zelfbeheersing

Zelfbeheersing geeft ons de mogelijkheid om eerst na te denken en vervolgens te doen wat nodig of passend is, in plaats van impulsief te handelen. Het zorgt ervoor dat kinderen aandachtig en gedisciplineerd met een opdracht bezig kunnen zijn. Ook als de verleiding er is om iets anders te doen. Je niet laten afleiden door emoties en externe prikkels.

Planning

Het vermogen taakgericht te werken en om verleidingen te weerstaan. De basis van het maken van een planning en de uitvoering ervan. Plannen houdt ook in dat we anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, doelen stellen en door logisch te redeneren een strategie uitstippelen.

Werkgeheugen

We gebruiken ons werkgeheugen onder andere om aanwijzingen op te volgen en dingen in de juiste volgorde te doen. We gebruiken ons werkgeheugen om dingen te onthouden en aan elkaar te relateren. Het stelt ons in staat te kunnen praten en tegelijkertijd te onthouden wat we willen zeggen.

Zelfbewustzijn

Zelfbewustzijn gaat om het vermogen om je eigen prestaties te monitoren, zodat indien nodig gedragingen aangepast kunnen worden. Het vormt de basis voor het reguleren van emoties en gedrag. Het zelfbewustzijn houdt ons een spiegel voor, zodat we realistische verwachtingen van onszelf hebben. Het maakt dat we kunnen leren van onze ervaringen.

Verstoorde ontwikkeling van executieve functies bij ADHD

Elk kind heeft wel eens last van licht verstoorde executieve functies. Kinderen met ADHD ondervinden hier in het dagelijks leven echter veel meer hinder van dan hun leeftijdsgenoten zonder AD(H)D. Bij activiteiten waar kinderen interesse in hebben, werken hun  executieve functies goed wel goed.
Dit verschijnsel ‘ik kan het soms wel, maar meestal niet’ wekt de indruk dat ADHD een gebrek aan doorzettingsvermogen zou zijn. Wat dus absoluut niet het geval is.

Lees meer over de geheimen van een ADHD brein

 

 

Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Veel kinderen, en zeker kinderen met ADHD worstelen met huiswerk. Een ieder worstelt op zijn eigen manier. Het ene kind is ongeorganiseerd, de ander stelt het steeds uit of is afgeleid. Welke specifieke huiswerkuitdagingen er ook zijn, hier zijn oplossingen voor die goed werken.  Vaak heeft een kind problemen met zijn executieve functies. Een paar specifieke strategieën die de meest voorkomende huiswerkfrustraties, zoals chaotisch of uitstelgedrag.

Chaotisch

Veel kinderen met ADHD hebben moeite met het verwerken van informatie, wat betekent dat ze moeite hebben met het bijhouden van de opdrachten die ze moeten maken. Hun map met spullen is vaak rommelig. Dit is voor een kind heel frustrerend. Vooral ook als het huiswerk af is, maar vervolgens kwijt is als het moet worden ingeleverd.

De sleutel is om de organisatie als een onderwerp te behandelen. In plaats van huiswerktijd te beginnen met een wiskundeopdracht of een woordenschatlijst, begin met een paar minuten te besteden aan organisatie. Ga met een kind door zijn map heen. Werk samen aan enkele organisatorische strategieën. Als een kind bijvoorbeeld moeite heeft om papieren in een ringband met drie ringen te archiveren, vraag haar dan of ze in plaats daarvan een accordeonmap wil proberen.

Help kinderen die wat chaotisch zijn ook door te zorgen voor dagelijkse routine. Leg ’s avonds alles klaar voor school, zo kan een kind de dag georganiseerd beginnen.

Uitstellen gedrag

Uitstelgedrag is ook veel voorkomend. Kinderen zijn geneigd om huiswerkopdrachten uit te stellen. We gaan er vaak vanuit dat een kind geen zin heeft of niet wil. Maar in veel gevallen wil een kind beginnen maar ze voelen zich overweldigd. De hoeveelheid leerstof lijkt zo groot dat het verlammend werkt.

Om kinderen die uitstelgedrag te helpen, moet je eerst de drempel voor toegang verlagen. Maak het maken van huiswerk zo gemakkelijk dat iedereen het kan. Hier zijn twee hoofdstrategieën:

1. Per taak : Kies een kleine taak die een kind kan doen om aan de slag te gaan. Als er een werkstuk moet worden gemaakt, begin dan met het schrijven van de titelpagina.  Of als het om een wiskundig werkblad gaat met 20 opgave, vraag dan om de eerste twee te voltooien – en neem daarna een korte pauze.

2. Op tijd : Sommige kinderen hebben een timer nodig.  Gebruik bijvoorbeeld 10 minuten,  noem het de “Tolerable 10. Zeg tegen een kind dat hij zich gedurende 10 minuten zo goed mogelijk moet concentreren op zijn huiswerk.  Als de tijd om is, laat hem dan een rondje door de woonkamer lopen of een snelle rekoefening doen.

Of het nu gemotiveerd is door een taak of door de tijd , een kind zal zien dat zodra de drempel voor toegang is verlaagd, het werk niet zo moeilijk is.

Uitstellen kan ook te maken hebben met de grote van de opdrachten.  Als de leerstof in kleine, behapbare stukken wordt gedeeld, creëert dit overzicht en duidelijkheid. Het is dan veel makkelijker om aan iets te beginnen voor een kind als hij de leerstof kan overzien.  Een kind krijgt dan het idee dat het haalbaar is om de taak met succes te doen.

De huiswerkfrustraties: afgeleid

Afleidbaarheid komt in twee vormen: we hebben onze onruststokers en we hebben onze dagdromers. Onrustige kinderen bewegen altijd, heen en weer schommelen in hun stoel, of herhaaldelijk op hun pen klikken of hun haar draaien terwijl ze huiswerk maken. Voor ouders die hen helpen, kan deze constante beweging vervelend en storend worden. Aan de andere kant van het spectrum zijn de dagdromers, die de neiging hebben om een ​​opdracht van 15 minuten te nemen en deze naar een uur of langer te slepen. Simpelweg omdat ze niet gefocust kunnen blijven. Ze beginnen misschien uit het raam te kijken of op de hoek van het papier te krabbelen, in plaats van op de taak te letten.

Onderzoek toont aan dat afleidbare kinderen moeten friemelen om zich te kunnen concentreren. Met andere woorden, hen vertellen “stil te zitten” is in feite contraproductief. Geef ze in plaats daarvan een fidget-speeltje, een klein handobject waarmee je op een niet-storende manier kunt friemelen of een stressbal.

De dagdromer help je door een herinneringssysteem te gebruiken. Vraag een kind hoeveel herinneringen hij denkt nodig te hebben om een ​​opdracht af te maken. Als hij het niet zeker weet, begin dan met drie. Houd je aan dat aantal, wat er ook gebeurt. Wijs de eerste keer zachtjes zijn aandacht op zijn afleiding. Als jij weer afdwaalt, probeer het dan opnieuw: ‘Dit is je tweede herinnering; Ik geef je er nog één.  Als je hem weer ziet wegdromen, complimenteer een kind op wat al wel af is. En geef de laatste herinnering.  Deze strategie haalt het ‘zeurende’ element er uit en maakt een kind bewust van zijn eigen afleidbaarheid.

Je kunt dagdromers ook helpen door een stoptijd in te stellen. Hierdoor kan een kind een einde in zicht zien en zijn eigen tijd daarop afstemmen.

Gehaast

Dan zijn er de kinderen die wild door hun huiswerk rennen, gewoon om het zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Gehaast en snel huiswerk maken, ongeacht of het goed is. Een kind wil het gewoon zo snel mogelijk doen.

Gebruik bij gehaaste kinderen aangewezen huiswerktijd. Dit is gebaseerd op het uitgangspunt dat kinderen van elk leerjaar een bepaalde hoeveelheid tijd aan huiswerk moeten besteden. Een goede vuistregel is dat kinderen elke avond 10 minuten per klas moeten doorbrengen. Dus een 3e klasser zou ongeveer 30 minuten huiswerk moeten hebben, terwijl een 6e klasser maximaal 60 minuten kan hebben. Als ouder kunnen je stellen, ‘Ongeacht hoeveel huiswerk je ook zegt, je moet elke avond 30 minuten zitten en huiswerk maken. Als je echt niet genoeg te doen hebt, kun je een boek lezen of je wiskundige feiten oefenen’ In de meeste gevallen vermindert deze ingestelde periode de haast, omdat een kind weet dat het hoe dan ook niet in staat zal zijn om na 3 minuten op te staan ​​en Xbox te spelen

Gefrustreerd

Soms maakt huiswerk een kind van streek. Tekorten aan de executieve functies, leer problemen of moeilijke onderwerpen kunnen kinderen van streek maken. Als een kind van streek is kan hij zich minder op zijn huiswerk concentreren.

Als een kind gefrustreerd raakt, is de beste strategie om te stoppen. Een discussie aangaan heeft weinig effect op het moment dat een kind overstuur is. Belangrijk is het gevoel te erkennen, hierdoor kalmeert een kind. Als een kind weer rustig is, kan je opnieuw beginnen.

Als stoppen niet werkt voor een kind, is een andere strategie om het gevoel een naam te geven . Dit is een manier om empathie te oefenen waardoor kinderen het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Laat weten dat je snapt dat het huiswerk allemaal wat veel is.