De geheimen van een ADHD brein

De geheimen van een ADHD brein

Een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit is een verwarrende, tegenstrijdige, inconsistente en frustrerende aandoening. Het is overweldigend voor kinderen die er elke dag mee leven. De vraag is of je het wel een aandoening moet noemen. Dit suggereert immers dat er iets niet goed werkt. Het zenuwstelsel van kinderen met ADHD is bijzonder omdat het aandacht en emoties op andere manieren reguleert dan het zenuwstelsel van iemand zonder een ADHD brein.

De term ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder of wel aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit klopt eigenlijk niet. Veelal is het tegenovergestelde waar. Waarom iets een stoornis noemen als het veel positieve dingen oplevert. ADHD is geen beschadigd of defect zenuwstelsel. Het is een zenuwstelsel dat goed werkt, volgens zijn eigen regels.

Ondanks de associatie van ADHD met leerstoornissen, hebben de meeste mensen met een ADHD-zenuwstelsel een significant hoger dan gemiddeld IQ. Ze gebruiken dat hogere IQ ook op andere manieren dan “gewone” mensen. Ze zijn in staat oplossingen te zien voor (complexe) problemen die andere niet zien. De overgrote meerderheid van volwassenen met een ADHD-zenuwstelsel is niet openlijk hyperactief. Ze zijn intern hyperactief.
Mensen met ADHD hebben geen gebrek aan aandacht. Ze besteden juist teveel aandacht aan alles. De meeste mensen met ADHD zonder medicatie hebben vier of vijf dingen tegelijk in hun hoofd. Het kenmerk van het ADHD-zenuwstelsel is geen aandacht tekort, maar inconsistente aandacht.

ADHD is geen stoornis maar een andere manier van denken

De ADHD zone

Iedereen met ADHD weet dat ze minstens vier of vijf keer per dag ‘in de zone kunnen komen’. Wanneer ze zich in deze zone bevinden, hebben ze geen beperkingen, of last van verstoorde executieve functies die ze mogelijk hadden voordat ze de zone betraden. Kinderen met ADHD weten (of zouden moeten weten) dat ze slim zijn, maar ze weten nooit zeker of hun capaciteiten goed kunnen benutten wanneer ze ze nodig hebben. Het feit dat symptomen en beperkingen de hele dag door komen en gaan, is kenmerkend van ADHD, dit maakt het frustrerend.

Mensen met ADHD komen voornamelijk “in de zone” door geïnteresseerd of geïntrigeerd te zijn in wat ze doen.
Ze komen in de zone wanneer ze worden uitgedaagd of in een competitieve omgeving terecht komen. Soms trekt iets onbekends of nieuws hun aandacht. Nieuwigheid is echter van korte duur en na een tijdje is alles oud.
Mensen met een ADHD brein krijgen beter toegang tot hun capaciteiten wanneer een taak urgent is – bijvoorbeeld een do-or-die-deadline. Dit is de reden waarom uitstelgedrag veel voorkomt bij kinderen met ADHD. Ze willen hun werk gedaan krijgen, maar kunnen pas beginnen als de taak interessant, uitdagend of urgent wordt.

Lees meer over ADHD en executieve functies

Hoe de rest van de wereld functioneert

De 90 procent van de niet-ADHD-mensen in de wereld wordt ‘neurotypisch’ genoemd. Het is niet dat ze “normaal” of beter zijn. De werking van hun brein en gedrag is meer geaccepteerd en algemeen onderschreven door de wereld. Voor deze kinderen is het nuttig om geïnteresseerd te zijn in een taak of uitgedaagd te zijn. Of de taak nieuw of urgent is, is voor hen geen voorwaarde om het te doen.

De “gewone” mens gebruikt drie verschillende factoren om te beslissen wat ze moeten doen, hoe ze met iets aan de slag moeten gaan en het af moeten maken.

  1. het concept van belang (ze vinden dat ze het voor elkaar moeten krijgen).
  2. secundair belang – ze worden gemotiveerd door het feit dat hun ouders, leerkracht, baas of iemand die ze respecteren, denkt dat het belangrijk is om de taak aan te pakken en te voltooien.
  3. het concept van beloningen voor het uitvoeren van een taak en gevolgen en straffen voor het niet doen ervan.

Een kind met ADHD heeft vrijwel nooit het idee van belangrijkheid of beloningen kunnen gebruiken om een ​​taak te starten en uit te voeren. Ze weten wat belangrijk is, ze houden van beloningen en houden niet van straf. Maar voor hen zijn de dingen die een groot deel van de mensen aansporen in beweging te komen, geen motivatie om te beginnen aan iets.

Het onvermogen om belang en beloningen te gebruiken om gemotiveerd te raken, heeft een levenslange impact op het leven van iemand met ADHD.
Hoe kun je kiezen tussen meerdere opties als je de begrippen belangrijkheid en (financiële) beloningen niet kan gebruiken om gemotiveerd te raken?
Hoe kun je belangrijke beslissingen nemen als de begrippen belangrijkheid en beloning niet behulpzaam zijn bij het nemen van een beslissing, noch als motivatie om iets te doen?

Gedragstherapie en een ADHD brein

Dit verklaart waarom geen van de cognitieve en gedragstherapieën die worden gebruikt om ADHD-symptomen te beheersen een blijvend voordeel hebben. Veel onderzoekers beschouwen ADHD als een gevolg van een defect of op een tekort gebaseerd zenuwstelsel. Het brein van iemand met ADHD werkt perfect, volgens zijn eigen regels. Helaas werkt het niet volgens de regels of technieken die in een neurotypische wereld worden aangeleerd en aangemoedigd. Dit is dan ook waarom:

  • Kinderen met ADHD niet passen in het standaard schoolsysteem, dat is gebouwd op het herhalen van wat iemand anders belangrijk en relevant vindt.
  • Het kiezen tussen alternatieven voor kinderen met ADHD moeilijk is, omdat alles hetzelfde gebrek aan belang heeft. Voor hen zien alle alternatieven er hetzelfde uit.
  • ADHD vaak samen gaat met ongeorganiseerd zijn. Bijna elk organisatiesysteem, is gebouwd op twee principes – prioriteitstelling en tijdbeheer – waar iemand met ADHD niet goed in is.
  • Mensen met ADHD niet gedij en in de standaardbaan waarbij mensen worden betaald om te werken aan wat iemand anders (namelijk de baas) belangrijk vindt.

Probeer kinderen met ADHD niet te veranderen

Omdat kinderen met ADHD problemen ondervinden op school of daarbuiten wordt vaak hulp of ondersteuning gezocht. Met als doel om beter mee te kunnen komen en te voldoen aan de algemene verwachtingen die de maatschappij stelt aan kinderen. Er wordt als het ware geprobeerd kinderen te veranderen. Veel energie gaat naar het aanleren van vaardigheden waar ze nooit in zullen uitblinken. Het is belangrijk om vroeg in te grijpen en een kind met ADHD inzicht te geven in hoe hij in elkaar zit. Anders, maar niet minder!  Voordat een kind gefrustreerd en gedemotiveerd raakt.

Medicatie of voeding kan een kind helpen dingen voor elkaar te krijgen. Het onderdrukt tijdelijk de impulsiviteit en helpt bij de concentratie. Dit is echter niet voldoende. Een kind kan zich met de juiste medicatie beter concentreren en de taken doen die van hem verwacht worden. Maar dit alles gaat nog steeds uit van de benadering die niet past bij zijn brein.
Om beter te functioneren en zelfverzekerd door het leven te kunnen is het belangrijk dat een kind zichzelf beter leert kennen. Het ontdekken van zijn eigen gebruiksaanwijzing

Wat wel doen bij kinderen met een ADHD brein

Een “ADHD-gebruikershandleiding” moet gebaseerd zijn op huidige successen. Hoe kom je nu in de zone? Onder welke omstandigheden slaagt en gedijt een kind? In plaats van je te concentreren op waar je tekortschiet, moet je bepalen hoe je in de zone komt en op opmerkelijke niveaus functioneert.

Laat een kind een maand lang bij houden wanneer het in de zone komt. Dit kan door dit op te schrijven in een boekje of in te spreken op de dictafoon van de telefoon.
Wanneer ze bezig waren met iets wat ze echt interessant vonden, of juist een specifieke taak of situatie. Of stimuleert het competitief element juist?

Aan het einde van de maand hebben de meeste kinderen 30 of 40 verschillende technieken verzameld waarvan ze weten dat ze voor hen werken. Als ze worden gevraagd om te presteren en betrokken te raken, begrijpen ze nu hoe hun zenuwstelsel werkt en welke technieken nuttig zijn.

Deze aanpak probeert niet om mensen met een ADHD zenuwstelsel te veranderen in neurotypische mensen, maar geeft levenslange hulp omdat het voortbouwt op hun sterke punten.

Lees meer over de misvattingen over ADHD

bron: ADDitude

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De hele dag gemotiveerd en geconcentreerd bezig zijn kan soms nog wel eens lastig zijn voor kinderen. Deze tips kunnen je daarbij helpen.

Concentratie en motivatie hangen sterk met elkaar samen. Iets doen wat je leuk vindt vraagt veel minder, of bijna géén, overredingskracht om gefocust te kunnen blijven. Als de motivatie ontbreekt is concerteren veel lastiger. 

Concentratie verhogen 

1. Prikkelarme omgeving

Het klinkt logisch maar verwijder alles wat af kan leiden. Voor kinderen met (tijdelijke) concentratieproblemen geldt, hoe minder afleiding hoe beter. Zorg daarom zoveel mogelijk voor een prikkelarme omgeving. Dit betekent een opgeruimde werkplek met zo min mogelijk onnodige spullen in het zicht.

Zorg er ook voor dat het zo rustig mogelijk is. Als je meerdere kinderen hebt is dat vaak lastig. Het kan dan helpen om ze verder uit elkaar te zetten. 

Wat helpt bij concentratie problemen

2. Concentratie verhogen door rust

Als kinderen oud genoeg zijn om zelfstandig te werken, laat ze dan alleen op een rustige plek werken. Een stille ruimte zal veelal de concentratie goed doen. Als ze op hun slaapkamer zitten, zorg dan dat deze opgeruimd is zodat ze niet worden afgeleid door speelgoed of andere spullen 

Een voordeel van een eigen ruimte is dat ze niet worden afgeleid door huisgenoten die langs lopen of even pauze houden.

3. Koptelefoon

In een huis vol mensen is het nooit écht stil. Als een kind snel is afgeleid door geluiden kan een koptelefoon uitkomst bieden. Dit kan een gehoorbeschermer zijn of een koptelefoon, bij voorkeur met noise cancelling. Een koptelefoon bied ook uitkomst als een kind zich juist beter concentreert met muziek, omdat hij juist een hoge drempelwaarde heeft

Lees meer over drempelwaarde en concentratie

4. Inspannen en ontspanning

Geen enkel kind houdt het vol om uren achter elkaar geconcentreerd te werken. Zorg voor een afwisseling in denk en doe-taken. Wanneer je zorgt voor een afwisseling in die twee taken, zul je zien dat een kind zijn  concentratie en focus langer vast kan houden. Zorg ook voor voldoende ontspanning door op gezette tijden pauze momenten in te lassen.

Kinderen en tieners kunnen zich gemiddeld 20 tot 30 minuten echt concentreren. Het werkt het beste als het thuislesschema daar op aangepast wordt. Zet eventueel een timer en spreek af dat een kind tot die tijd met een bepaalde opdracht of vak bezig moet zijn.  Zorg tijdens de pauze dat een kind ook echt even van zijn werkplek op staat om buiten te spelen of fruit te eten op een andere plek. Voorkom dat er gegamed wordt op dezelfde plek.

5. Concentratie verhogen door bewegen en frisse lucht

Bewegen heeft een positieve invloed op de concentratie van kinderen.  Tussen het werken door is het dus goed om even te bewegen. Dit kan een wandeling zijn, maar ook een dansje door de kamer is goed en gezellig om te doen. Op school gaan de kinderen in de pauze ook naar buiten, dus probeer dit er thuis ook in te houden (of weer in te krijgen). 

6. Contact met vriendjes

Last but not least, zorg dat  kinderen contact houden met hun klasgenoten. Vaak wordt dit ook vanuit school gearrangeerd, en worden er groepjes gemaakt die via een google meet of teams samen werken. Maar ook samen thuiswerken (op gezette tijden) met een facetime of zoom verbinding, kan motiverend werken. 

Lees meer over voedingstoffen die van grote invloed zijn op het concentratie vermogen

 

Waaraan herken je een beelddenker?

Waaraan herken je een beelddenker?

Iedereen wordt geboren als beelddenker, een baby kent immers geen woorden.  Langzaam ontwikkelt het taal denken zich en wordt het beelddenken kleiner.
Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken. Waar herken je een beelddenker aan?

Het lijkt wel of er steeds meer beelddenkers komen. In iedere klas zitten er wel een paar. Deze kinderen hebben het vaak moeilijk op school. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een veel gehoorde uitspraak.
Niet elke beelddenker is gelijk, maar er zijn wel verschillende kenmerken te benoemen die jonge beelddenkers laten zien.
Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor het in beelden denken, zijn ook beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Daarnaast zijn er ook die dat helemaal niet hebben. Vooral deze groep beelddenkers krijgt vaak lees- en/of spellingproblemen op school. Waar herken je een beelddenker aan?

Algemene kenmerken beelddenkers.

  • Afwezige indruk
    Een beelddenker kan een trage, soms afwezige indruk maken, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen.
  • Werktempo
    Het werktempo van een beelddenkend kind is vaak lager dan gemiddeld, omdat hij steeds weer van taal naar beeld en andersom moet vertalen in zijn hoofd.  Het werktempo bij handelen en reageren zijn vaak weer wel hoog.
  • Zwakke concentratie
    Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Dromerig
    Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of zij niet opletten, maar het overkomt hen gewoon.
  • Regels
    Een beelddenker heeft moeite om zich aan regels te houden.
  • Zoeken naar woorden
    Je ziet vaak woordvindings moeilijkheden bij beelddenkers. Dit komt omdat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als:  je-weet-wel, dinges, of die/dat. Beelddenkers gebruiken vaak synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen andere mensen het wel begrijpen.
  • Woordenschat
    Een beelddenker wordt vaak niet begrepen door andere mensen. Dit komt door de woordenschat die beelddenkers gebruiken. Zij hebben hun eigen, vaak beperkte, woordenschat. Een beelddenker zal bijvoorbeeld over een boot praten en niet over een schip, over mama en niet over moeder. Beelddenkers gebruiken weinig `moeilijke` woorden. Dit wordt veroorzaakt door het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en einde aan een verhaal.
  • Kinderlijk
    Een beelddenker komt vaak kinderlijk over. Ze zijn langer afhankelijk van hun ouders, omdat deze hen wegwijs moeten maken in de wereld buiten hun denkwereld.
  • Tijdbesef
    Beelddenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.
  • Links-rechts
    De beelddenker kan moeilijk de begrippen links en rechts onderscheiden.
  • Taalontwikkeling
    Beelddenkers hebben vaak een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze zwijgzaam kunnen zijn.
  • Weinig woorden
    Een beelddenker gebruikt vaak weinig woorden om iets te vertellen. In hun hoofd hebben ze alles al gezien en voor sommige woorden hebben kennen ze niet geen beeld, dus deze worden niet benoemd. Ze maken korte onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen ze weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.
  • Gedachten verwoorden
    Het is voor een beelddenker lastig om zijn gedachten te verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten en de kinderen komen stil en verlegen over.
  • Instructies opvolgen
    Beelddenkers hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak heeft het kind geen beeld bij wat er van hem wordt verwacht en begrijpt hij het niet. Deze kinderen krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waarbij bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.
  • Letterlijk nemen
    Beelddenkers nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis er van niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn vaak een probleem voor hen!
  • Zwak in analyse
    Een beelddenker kan een probleem niet goed analyseren. Zij vinden het lastig om zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten en/of structuur aan te brengen. Denk aan agenda invullen, huiswerk plannen.

bron Beeldenbrein

 

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Het is voor mijn kinderen niet altijd gemakkelijk om zich de hele dag te concentreren op school. Ze zijn snel afgeleid als er iets beurt in de klas. Of ze vinden hetgeen een buurman of buurvrouw aan het doen is net interessanter dan wat de juf staat te vertellen.

Om ze te helpen let ik goed op hun voeding. Nou volgen ze echt niet een streng dieet, maar ik probeer ze geregeld dingen te laten eten die bijdrage aan een betere concentratie. Wat je eet heeft namelijk invloed op je brein en op de mate waarin je je kunt concentreren.
Met ‘slimme’ voeding kun je de hersenen gezond houden. Wat valt er dan onder die ‘slimme voeding’ ?

1. Blauwe bessen

Blauwe bessen zitten vol met antioxidanten, welke belangrijk voor je brein. Antioxidanten helpen de doorstroming van zuurstof naar je hersenen te bevorderen. Blauwe bessen daarnaast vol met vitamine C, wat je helpt bij de concentratie.

2. Havermout

Havermout is super goed voor je kind, omdat het veel B-vitamines bevat, magnesium en boordevol vezels zit. Geef je kinderen ’s ochtends een kommetje havermoutpap en ze komen zonder knorrende maag de ochtend door.  Haver bevat relatief weinig calorieën, houdt je langer verzadigd. Het geeft je energie en helpt je gefocust te blijven. Voor optimale concentratie, voeg er een handje blauwe bessen aan toe!

3. Pure chocolade

Pure chocolade bevat magnesium en is erg gezond. Het stimuleert wederom de bloedtoevoer naar je hersenen. Wat zorgt voor een beter geheugen en concentratie. Het gaat hierbij niet om de chocolade rapen die je in supermarkt koopt. Hier zit veel suiker in en minder echte chocolade.  Geef je kind af en toe een paar stukjes pure chocolade mee in zijn of haar  broodtrommel.

4. Banaan

Bananen zijn een makkelijk tussendoortjes die je concentratie een boost geven. Ze bevatten een goede combinatie van eiwitten, suikers, vitamines en mineralen. Vooral de kalium die er inzit, is belangrijk voor de hersenen. Hoe rijper de banaan, hoe hoger het suikergehalte en hoe sneller je kind er energie door krijgt. Een verantwoord tien-uurje.

5. Avocado

De hersenen bestaan voor maar liefst zestig procent uit vetten. Deze moeten regelmatig worden aangevuld met nieuwe, gezonde vetten. Avocado’s zitten hier vol mee. Verder stimuleert avocado de bloedsomloop, wat zeer belangrijk is voor het functioneren van je brein. Avocado is rijk aan vitamine K en Kalium. Deze 2 stoffen zorgen ervoor dat de bloeddruk naar beneden gaat, en dat de zuurstof sneller en gemakkelijker de hersenen kunnen bereiken.

6. Eieren

Eieren zijn voedzaam en gemakkelijk. Er zit lecitine, vitamine B, ijzer en zink in, wat een krachtige combinatie voor de hersenen is.  Stop daarom af en toe een gekookt eitje in de broodtrommel van je kind.

 

Meer zelfvertrouwen voor beelddenkers door de juiste feedback

Meer zelfvertrouwen voor beelddenkers door de juiste feedback

Het komt vaak voor dat beelddenkers weinig zelfvertrouwen hebben of zelf faalangst ontwikkelen. Dit doordat ze informatie anders verwerken.
Beelddenkers leren vanuit het geheel al associërend naar het antwoord of de oplossing. Dit is niet een proces dat netjes op volgorde gaat. Dit is een associatief, chaotisch proces. Een beelddenker heeft dus duidelijke structuren en kaders nodig om het overzicht in zijn chaotische wereld te houden. Wat verbetert het zelfvertrouwen van beelddenkers?

Binnen het onderwijs wordt veel nadruk gelegd op volgorde en details en het verwerken van seriële informatie. Dit is voor beelddenkers ontzettend lastig. Details onderscheiden is niet de sterkste kant van een beelddenker.
Een beelddenker zoekt overeenkomsten vanuit het geheel, niet naar verschillen.

Omdat het onderwijs niet goed aansluit bij hun manier van informatie verwerken, verliezen zij hun zelfvertrouwen en ontwikkelen beelddenkers vaak faalangst.
Het lukt een beelddenkend kind niet goed meer om onder stress zijn voorkeurs denken te hanteren. Hij wordt gedwongen door de stress zich op de details te richten. Met als resultaat dat een kind blokkeert , waardoor de faalangst ontstaat.

Een beelddenker communiceert anders

Een beelddenker voelt zich vaak onbegrepen omdat hij anders communiceert . Als een beelddenker een verhaal vertelt, bevindt hij zich in het beeld en als de taaldenker een verhaal vertelt, kijkt hij tegen een beeld.

Hoe vertelt een taaldenker zijn verhaal?

Als een taaldenker iets wil vertellen, stelt hij zich een plaatje voor van een situatie.
Hij kijkt tegen een beeld aan. Het beeld geeft hem steun om een verhaal netjes op volgorde te vertellen. Hij doorloop het denkproces stap voor stap. Netjes van het begin tot het eind.
Anders gezegd: Een taaldenker visualiseert een beeld waar hij tegenaan kijkt als geheugensteun om iets te vertellen. Hij bedenkt het plaatje bij zijn woorden.

Hoe vertelt een beelddenker zijn verhaal

De beelddenker bevindt zich in zijn beeld. Om zijn ruimtelijk beeld te kunnen verwoorden moet hij zichzelf buiten het beeld of gebeuren plaatsen. De beelddenker bekijkt het beeld en verwoordt dan wat hij `ziet’. Dat is niet een verhaal op tijd en volgorde, maar het is een chaotisch verhaal. Dit gebeurt omdat het denkproces door de associatiebeelden chaotisch verloopt. Niet netjes met een kop en een staart.
Anders gezegd: Een beelddenker staat in het beeld en zet zich dan buiten het beeld om de zaak te verwoorden. De beelden is de enige mogelijkheid om tot de juiste woorden te komen. Hij moet de woorden bij het plaatje zoeken. Dit kost tijd en veel concentratie.

Hoe geef je de juiste feedback?

Door op de juiste manier feedback te geven, ontwikkelt een kind zelfvertrouwen en leert een kind zijn sterke en zwakke kanten kennen. Dit is belangrijk om krachtiger in het leven te staan.
Met feedback reageren je op wat iemand gezegd of gedaan heeft.  De manier waarop feedback wordt gegeven is heel belangrijk voor dit proces om als kind sterker in de wereld te staan.

Feedback geven kan op vier manieren. Het kan zowel negatieve als positieve feedback zijn en taakgerichte danwel persoonsgerichte.

Taakgerichte feedback

Taakgerichte feedback is een reactie die alleen gericht is op de gedane taak. Een positieve reactie op een taak is bijvoorbeeld: Deze opdracht heb je goed gedaan.
Een negatieve reactie op een niet goed uitgevoerde taak kan zijn: Deze opdracht heb je niet zo goed gemaakt.

Persoonsgerichte feedback

Persoonsgerichte feedback is een reactie die gericht is op de persoon. Het is belangrijk dat persoonsgerichte feedback altijd positief is.
Bij positieve persoonsgerichte feedback laat je het kind in zijn waarde. Positieve persoonsgerichte feedback is bijvoorbeeld: Je bent altijd erg behulpzaam.
Negatieve reactie op de persoon kan bijvoorbeeld zijn: Wat ben je vervelend!
Nee… het kind is niet vervelend, zijn gedrag is vervelend. Dus benoem zijn gedrag.
Zeg bijvoorbeeld: Ik vind je gedrag vervelend!
Probeer negatieve persoonsgerichte feedback om te zetten van de persoon naar het benoemen van het gedrag.

Evenwicht in positieve en negatieve reacties zorgt voor zelfvertrouwen van beelddenkers

Het is belangrijk een goed evenwicht te vinden tussen positieve en negatieve reacties. Te veel negatieve reacties maken het kind onzeker met als gevolg de reactie: Ik doe toch nooit iets goed!.
Maar door te veel positieve reacties wordt het kind onbedoeld onder druk gezet. Hij zal denken dat hij geen fouten mag maken. Leer kinderen ook dat fouten maken mag en zelfs goed is!
Reageer in eerste instantie positief op een kind als hij iets zegt of heeft gedaan. Daarna kan er negatieve taakgerichte feedback volgen. Het is de bedoeling dat het kind iets leert van deze negatieve taakgerichte feedback.

Hoe herken je een beelddenker?

Bewaar dit bericht over het zelfvertrouwen van beelddenkers op pinterest

zelfvertrouwen beelddenkers

bron: beeldenbrein