De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De hele dag gemotiveerd en geconcentreerd bezig zijn kan soms nog wel eens lastig zijn voor kinderen. Deze tips kunnen je daarbij helpen.

Concentratie en motivatie hangen sterk met elkaar samen. Iets doen wat je leuk vindt vraagt veel minder, of bijna géén, overredingskracht om gefocust te kunnen blijven. Als de motivatie ontbreekt is concerteren veel lastiger. 

Concentratie verhogen 

1. Prikkelarme omgeving

Het klinkt logisch maar verwijder alles wat af kan leiden. Voor kinderen met (tijdelijke) concentratieproblemen geldt, hoe minder afleiding hoe beter. Zorg daarom zoveel mogelijk voor een prikkelarme omgeving. Dit betekent een opgeruimde werkplek met zo min mogelijk onnodige spullen in het zicht.

Zorg er ook voor dat het zo rustig mogelijk is. Als je meerdere kinderen hebt is dat vaak lastig. Het kan dan helpen om ze verder uit elkaar te zetten. 

Wat helpt bij concentratie problemen

2. Concentratie verhogen door rust

Als kinderen oud genoeg zijn om zelfstandig te werken, laat ze dan alleen op een rustige plek werken. Een stille ruimte zal veelal de concentratie goed doen. Als ze op hun slaapkamer zitten, zorg dan dat deze opgeruimd is zodat ze niet worden afgeleid door speelgoed of andere spullen 

Een voordeel van een eigen ruimte is dat ze niet worden afgeleid door huisgenoten die langs lopen of even pauze houden.

3. Koptelefoon

In een huis vol mensen is het nooit écht stil. Als een kind snel is afgeleid door geluiden kan een koptelefoon uitkomst bieden. Dit kan een gehoorbeschermer zijn of een koptelefoon, bij voorkeur met noise cancelling. Een koptelefoon bied ook uitkomst als een kind zich juist beter concentreert met muziek, omdat hij juist een hoge drempelwaarde heeft

Lees meer over drempelwaarde en concentratie

4. Inspannen en ontspanning

Geen enkel kind houdt het vol om uren achter elkaar geconcentreerd te werken. Zorg voor een afwisseling in denk en doe-taken. Wanneer je zorgt voor een afwisseling in die twee taken, zul je zien dat een kind zijn  concentratie en focus langer vast kan houden. Zorg ook voor voldoende ontspanning door op gezette tijden pauze momenten in te lassen.

Kinderen en tieners kunnen zich gemiddeld 20 tot 30 minuten echt concentreren. Het werkt het beste als het thuislesschema daar op aangepast wordt. Zet eventueel een timer en spreek af dat een kind tot die tijd met een bepaalde opdracht of vak bezig moet zijn.  Zorg tijdens de pauze dat een kind ook echt even van zijn werkplek op staat om buiten te spelen of fruit te eten op een andere plek. Voorkom dat er gegamed wordt op dezelfde plek.

5. Concentratie verhogen door bewegen en frisse lucht

Bewegen heeft een positieve invloed op de concentratie van kinderen.  Tussen het werken door is het dus goed om even te bewegen. Dit kan een wandeling zijn, maar ook een dansje door de kamer is goed en gezellig om te doen. Op school gaan de kinderen in de pauze ook naar buiten, dus probeer dit er thuis ook in te houden (of weer in te krijgen). 

6. Contact met vriendjes

Last but not least, zorg dat  kinderen contact houden met hun klasgenoten. Vaak wordt dit ook vanuit school gearrangeerd, en worden er groepjes gemaakt die via een google meet of teams samen werken. Maar ook samen thuiswerken (op gezette tijden) met een facetime of zoom verbinding, kan motiverend werken. 

Lees meer over voedingstoffen die van grote invloed zijn op het concentratie vermogen

 

Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Kinderen kunnen zich soms moeilijk concentreren op iets wat ze moeilijk vinden of ze zijn snel afgeleid.  Er kunnen veel redenen zijn waarom concentreren even niet lukt. Maar wat nou als concentratie problemen van een kind eigenlijk motivatie problemen zijn.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

Of is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Deze voedingsstoffen dragen bij aan een betere concentratie

Door Anniek Oosting van lichtflits

De geheimen van een ADHD brein

De geheimen van een ADHD brein

Een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit is een verwarrende, tegenstrijdige, inconsistente en frustrerende aandoening. Het is overweldigend voor kinderen die er elke dag mee leven. De vraag is of je het wel een aandoening moet noemen. Dit suggereert immers dat er iets niet goed werkt. Het zenuwstelsel van kinderen met ADHD is bijzonder omdat het aandacht en emoties op andere manieren reguleert dan het zenuwstelsel van iemand zonder een ADHD brein.

De term ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder of wel aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit klopt eigenlijk niet. Veelal is het tegenovergestelde waar. Waarom iets een stoornis noemen als het veel positieve dingen oplevert. ADHD is geen beschadigd of defect zenuwstelsel. Het is een zenuwstelsel dat goed werkt, volgens zijn eigen regels.

Ondanks de associatie van ADHD met leerstoornissen, hebben de meeste mensen met een ADHD-zenuwstelsel een significant hoger dan gemiddeld IQ. Ze gebruiken dat hogere IQ ook op andere manieren dan “gewone” mensen. Ze zijn in staat oplossingen te zien voor (complexe) problemen die andere niet zien. De overgrote meerderheid van volwassenen met een ADHD-zenuwstelsel is niet openlijk hyperactief. Ze zijn intern hyperactief.
Mensen met ADHD hebben geen gebrek aan aandacht. Ze besteden juist teveel aandacht aan alles. De meeste mensen met ADHD zonder medicatie hebben vier of vijf dingen tegelijk in hun hoofd. Het kenmerk van het ADHD-zenuwstelsel is geen aandacht tekort, maar inconsistente aandacht.

ADHD is geen stoornis maar een andere manier van denken

De ADHD zone

Iedereen met ADHD weet dat ze minstens vier of vijf keer per dag ‘in de zone kunnen komen’. Wanneer ze zich in deze zone bevinden, hebben ze geen beperkingen, of last van verstoorde executieve functies die ze mogelijk hadden voordat ze de zone betraden. Kinderen met ADHD weten (of zouden moeten weten) dat ze slim zijn, maar ze weten nooit zeker of hun capaciteiten goed kunnen benutten wanneer ze ze nodig hebben. Het feit dat symptomen en beperkingen de hele dag door komen en gaan, is kenmerkend van ADHD, dit maakt het frustrerend.

Mensen met ADHD komen voornamelijk “in de zone” door geïnteresseerd of geïntrigeerd te zijn in wat ze doen.
Ze komen in de zone wanneer ze worden uitgedaagd of in een competitieve omgeving terecht komen. Soms trekt iets onbekends of nieuws hun aandacht. Nieuwigheid is echter van korte duur en na een tijdje is alles oud.
Mensen met een ADHD brein krijgen beter toegang tot hun capaciteiten wanneer een taak urgent is – bijvoorbeeld een do-or-die-deadline. Dit is de reden waarom uitstelgedrag veel voorkomt bij kinderen met ADHD. Ze willen hun werk gedaan krijgen, maar kunnen pas beginnen als de taak interessant, uitdagend of urgent wordt.

Lees meer over ADHD en executieve functies

Hoe de rest van de wereld functioneert

De 90 procent van de niet-ADHD-mensen in de wereld wordt ‘neurotypisch’ genoemd. Het is niet dat ze “normaal” of beter zijn. De werking van hun brein en gedrag is meer geaccepteerd en algemeen onderschreven door de wereld. Voor deze kinderen is het nuttig om geïnteresseerd te zijn in een taak of uitgedaagd te zijn. Of de taak nieuw of urgent is, is voor hen geen voorwaarde om het te doen.

De “gewone” mens gebruikt drie verschillende factoren om te beslissen wat ze moeten doen, hoe ze met iets aan de slag moeten gaan en het af moeten maken.

  1. het concept van belang (ze vinden dat ze het voor elkaar moeten krijgen).
  2. secundair belang – ze worden gemotiveerd door het feit dat hun ouders, leerkracht, baas of iemand die ze respecteren, denkt dat het belangrijk is om de taak aan te pakken en te voltooien.
  3. het concept van beloningen voor het uitvoeren van een taak en gevolgen en straffen voor het niet doen ervan.

Een kind met ADHD heeft vrijwel nooit het idee van belangrijkheid of beloningen kunnen gebruiken om een ​​taak te starten en uit te voeren. Ze weten wat belangrijk is, ze houden van beloningen en houden niet van straf. Maar voor hen zijn de dingen die een groot deel van de mensen aansporen in beweging te komen, geen motivatie om te beginnen aan iets.

Het onvermogen om belang en beloningen te gebruiken om gemotiveerd te raken, heeft een levenslange impact op het leven van iemand met ADHD.
Hoe kun je kiezen tussen meerdere opties als je de begrippen belangrijkheid en (financiële) beloningen niet kan gebruiken om gemotiveerd te raken?
Hoe kun je belangrijke beslissingen nemen als de begrippen belangrijkheid en beloning niet behulpzaam zijn bij het nemen van een beslissing, noch als motivatie om iets te doen?

Gedragstherapie en een ADHD brein

Dit verklaart waarom geen van de cognitieve en gedragstherapieën die worden gebruikt om ADHD-symptomen te beheersen een blijvend voordeel hebben. Veel onderzoekers beschouwen ADHD als een gevolg van een defect of op een tekort gebaseerd zenuwstelsel. Het brein van iemand met ADHD werkt perfect, volgens zijn eigen regels. Helaas werkt het niet volgens de regels of technieken die in een neurotypische wereld worden aangeleerd en aangemoedigd. Dit is dan ook waarom:

  • Kinderen met ADHD niet passen in het standaard schoolsysteem, dat is gebouwd op het herhalen van wat iemand anders belangrijk en relevant vindt.
  • Het kiezen tussen alternatieven voor kinderen met ADHD moeilijk is, omdat alles hetzelfde gebrek aan belang heeft. Voor hen zien alle alternatieven er hetzelfde uit.
  • ADHD vaak samen gaat met ongeorganiseerd zijn. Bijna elk organisatiesysteem, is gebouwd op twee principes – prioriteitstelling en tijdbeheer – waar iemand met ADHD niet goed in is.
  • Mensen met ADHD niet gedij en in de standaardbaan waarbij mensen worden betaald om te werken aan wat iemand anders (namelijk de baas) belangrijk vindt.

Probeer kinderen met ADHD niet te veranderen

Omdat kinderen met ADHD problemen ondervinden op school of daarbuiten wordt vaak hulp of ondersteuning gezocht. Met als doel om beter mee te kunnen komen en te voldoen aan de algemene verwachtingen die de maatschappij stelt aan kinderen. Er wordt als het ware geprobeerd kinderen te veranderen. Veel energie gaat naar het aanleren van vaardigheden waar ze nooit in zullen uitblinken. Het is belangrijk om vroeg in te grijpen en een kind met ADHD inzicht te geven in hoe hij in elkaar zit. Anders, maar niet minder!  Voordat een kind gefrustreerd en gedemotiveerd raakt.

Medicatie of voeding kan een kind helpen dingen voor elkaar te krijgen. Het onderdrukt tijdelijk de impulsiviteit en helpt bij de concentratie. Dit is echter niet voldoende. Een kind kan zich met de juiste medicatie beter concentreren en de taken doen die van hem verwacht worden. Maar dit alles gaat nog steeds uit van de benadering die niet past bij zijn brein.
Om beter te functioneren en zelfverzekerd door het leven te kunnen is het belangrijk dat een kind zichzelf beter leert kennen. Het ontdekken van zijn eigen gebruiksaanwijzing

Wat wel doen bij kinderen met een ADHD brein

Een “ADHD-gebruikershandleiding” moet gebaseerd zijn op huidige successen. Hoe kom je nu in de zone? Onder welke omstandigheden slaagt en gedijt een kind? In plaats van je te concentreren op waar je tekortschiet, moet je bepalen hoe je in de zone komt en op opmerkelijke niveaus functioneert.

Laat een kind een maand lang bij houden wanneer het in de zone komt. Dit kan door dit op te schrijven in een boekje of in te spreken op de dictafoon van de telefoon.
Wanneer ze bezig waren met iets wat ze echt interessant vonden, of juist een specifieke taak of situatie. Of stimuleert het competitief element juist?

Aan het einde van de maand hebben de meeste kinderen 30 of 40 verschillende technieken verzameld waarvan ze weten dat ze voor hen werken. Als ze worden gevraagd om te presteren en betrokken te raken, begrijpen ze nu hoe hun zenuwstelsel werkt en welke technieken nuttig zijn.

Deze aanpak probeert niet om mensen met een ADHD zenuwstelsel te veranderen in neurotypische mensen, maar geeft levenslange hulp omdat het voortbouwt op hun sterke punten.

Lees meer over de misvattingen over ADHD

bron: ADDitude

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijvoorbeeld onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!
Verstoorde primaire reflexen kunnen verschillende oorzaken hebben en voor verschillende problemen zorgen.

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Wanneer een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten zijn:

  • moeilijk stilzitten;
  • struikelen, moeite met evenwicht;
  • tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel liggen;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met verstoorde primaire reflexen

Er zijn verschillende oorzaken waardoor reflexen soms niet of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi);
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

Verstoorde primaire reflexen behandelen met ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
www.kinderpraktijkaandedijk.n

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

Jongens met ADHD, die (her)kent iedereen vaak wel.  Ze zijn druk, aanwezig en kunnen zich moeilijk concentreren. Bij meisjes uit ADHD zich heel anders. Een druk jongetje wordt al snel doorverwezen naar een deskundige, meisjes veel minder.  In 33 tot 50 procent van de gevallen worden symptomen van ADHD bij meisjes niet herkend.  Meisjes die wat meer kletsen of naar buiten staren worden als minder storend ervaren door leerkrachten. Mocht hier echter wel sprake zijn van ADHD en dit onbehandeld blijven, kan dat later tot veel ernstige problemen leiden

Waarin verschillen meisjes van jongens als het gaat om ADHD?

ADHD uit zicht bij meisjes op een aantal punten anders dan bij jongens.

Minder hyperactief

Het belangrijkste symptoom dat wordt geassocieerd met ADHD is hyperactiviteit. Maar in vergelijking met jongens, hebben meisjes met ADHD, over het algemeen veel minder moeite met stilzitten. Ze hebben minder last van friemelen en ook minder drang om continue te moeten bewegen.

Minder impulsief

Meisjes kunnen ook beter hun impulsen onder controle houden. Ze komen minder in de problemen door hun impulsieve gedrag. Ze pakken bijvoorbeeld niet zomaar iets zonder het te vragen.

Het verschil tussen ADHD en ADD is niet enkel de hyperactiviteit 

Concentratieproblemen

Een signaal welke je zowel bij jongens als meisjes ziet zijn concentratieproblemen. Meisjes zijn net zo snel en vaak afgeleid. Het uit zich wel anders, ze zijn meer aan het dagdromen en zijn vaak afgeleid in de klas.

Ze praten heel veel

Kletsen is een favoriete bezigheid van veel kinderen. Meisjes met ADHD praten ontzettend veel en kunnen hier moeilijk mee stoppen. Ze missen signalen en hints van hun omgeving die een gesprek proberen te sturen. Hierdoor is er minder kans voor een ander om aan het woord te komen.

Ze zijn ook vaker geneigd om gesprekken van anderen te onderbreken. Bovendien kunnen ze het niet goed aanvoelen als het niet gepast is om te spreken.

Geïsoleerd gedrag

Meisjes laten vaker geïsoleerd gedrag zien. Voor zowel jongens als meisjes met ADHD kan het moeilijk zijn om vrienden te maken. Voor veel meisjes komt hier een extra uitdaging bij kijken. Vaak wordt van meisjes verwacht dat ze bepaalde sociale vaardigheden hebben. Zoals het zich kunnen inleven in een ander, gevoelens tonen en subtiele sociale hints oppikken. Omdat dit met ADHD lastiger is, kan het zorgen voor sociale problemen.

Emotioneel gevoelig 

Meisjes zijn erg emotioneel en heel gevoelig.  Sterke uiteenlopende emoties en ADHD gaan vaak hand in hand. Meisjes komen dan ook  vaak hypersensitief en extreem emotioneel over ten opzichte van jongens. Dit wordt in de puberteit vaak erger.

Meer over de ondersteuning van een gevoelig kind

Laag zelfbeeld

Meisjes hebben meer last van gevoelens als schaamte en een laag zelfbeeld.  Het kan voorkomen dat een meisje met ADHD zich schaamt voor het feit dat ze zich maar moeilijk kan focussen of opletten. De kans is groot dat ze het zichzelf kwalijk gaat nemen dat ze met bepaalde (sociale) dingen moeite heeft. Dit kan een behoorlijke impact hebben op haar zelfvertrouwen.

Als de klachten van ADHD niet behandeld worden, kunnen meisjes als ze ouder worden sneller last krijgen van andere stoornissen. Denk aan depressies, verslavingen en angststoornissen. Dit kan vooral in de periode van de puberteit ontstaan. Maar ook pas jaren later als volwassen vrouw.

Ook al valt ADHD dus minder op dan bij jongens, het is dus nog steeds belangrijk dat meisjes ook de juiste behandeling krijgen.

Ondersteuning in de ontwikkeling van executieve functie kan meisjes enorm helpen

bron: thehealthy.com