Drukke kinderen: we zien vaak het gedrag, maar vergeten hun talenten

Drukke kinderen: we zien vaak het gedrag, maar vergeten hun talenten

Elk kind is weleens druk. Maar sommige kinderen lijken altijd in beweging. Ze rennen, praten veel, hebben honderd ideeën tegelijk en reageren vaak impulsief. Ze zijn snel afgeleid, hebben moeite om stil te zitten en lijken voortdurend “aan” te staan.
Dat kan behoorlijk uitdagend zijn. Voor ouders, voor leerkrachten én voor het kind zelf.
Toch vergeten we in alle drukte soms iets belangrijks: juist deze kinderen hebben vaak bijzondere talenten.

Waarom zijn sommige kinderen zo druk?

Veel kinderen die als druk worden omschreven, verwerken prikkels anders dan anderen. Geluiden, bewegingen, veranderingen of alles wat om hen heen gebeurt, komt vaak veel sterker binnen.

Ieder kind reageert daar op zijn eigen manier op. De één trekt zich terug en droomt weg. De ander raakt juist overprikkeld en ontlaadt die spanning door veel te bewegen, te praten of steeds iets nieuws te willen doen.

Dat gedrag is niet altijd een teken dat er iets mis is. Het vertelt vooral iets over hoe een kind informatie en prikkels verwerkt.

Sommige kinderen herkennen zich in kenmerken van ADHD of ADD. Voor anderen geldt dat niet. Druk gedrag alleen zegt daar dus niet genoeg over.

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

De talenten van drukke kinderen

Achter het drukke gedrag schuilen vaak eigenschappen die later juist een grote kracht kunnen zijn.

  • Ze genieten intens.
    Waar anderen iets ‘leuk’ vinden, beleven zij het vaak met hun hele hart. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk.
  • Ze zijn creatief.
    Ze verzinnen de mooiste verhalen, bouwen de meest fantasierijke werelden en bedenken oplossingen waar anderen niet op komen.
  • Ze durven.
    Omdat ze minder lang blijven nadenken, zetten ze vaak sneller een stap. Dat maakt hen ondernemend en nieuwsgierig.
  • Ze hebben enorm veel energie.
    Wanneer iets hen interesseert, kunnen ze daar volledig in opgaan en met veel doorzettingsvermogen aan werken.
  • Ze zijn betrokken bij anderen.
    Veel drukke kinderen voelen emoties van anderen goed aan en zijn trouwe, behulpzame vrienden.
  • Ze zien dingen die anderen missen.
    Soms valt het hen als eerste op dat iemand een nieuw kapsel heeft of dat er iets veranderd is in de klas.
  • Ze brengen leven in de groep.
    Waar anderen nog afwachten, nemen zij vaak het initiatief. Ze zorgen voor plezier, beweging en spontaniteit.
  • Ze denken buiten de gebaande paden.
    Doordat ze niet altijd volgens de vaste regels denken, komen ze regelmatig met verrassende en vernieuwende ideeën.

Kijk verder dan het gedrag

Druk gedrag kan vermoeiend zijn. Dat is soms voor iedereen zo.
Maar als we alleen naar het gedrag kijken, missen we vaak het kind dat erachter zit. Een kind met energie, nieuwsgierigheid, creativiteit en een groot hart.
Juist wanneer kinderen zich gezien voelen om wie ze zijn én leren omgaan met hun uitdagingen, krijgen hun talenten de ruimte om te groeien.
Want misschien is een druk kind niet alleen druk.
Misschien is het vooral een kind met ontzettend veel energie, ideeën en potentieel.

Meer weten over hoe druk gedrag ontstaat?

 

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijvoorbeeld onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!
Verstoorde primaire reflexen kunnen verschillende oorzaken hebben en voor verschillende problemen zorgen.

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Wanneer een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten zijn:

  • moeilijk stilzitten;
  • struikelen, moeite met evenwicht;
  • tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel liggen;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met verstoorde primaire reflexen

Er zijn verschillende oorzaken waardoor reflexen soms niet of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi);
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

Verstoorde primaire reflexen behandelen met ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
www.kinderpraktijkaandedijk.n

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

Veel ouders herkennen het beeld: ADHD, dat zie je vooral bij drukke, stuiterende jongens. Maar wat als je dochter niet druk is, maar wél voortdurend afgeleid? Als ze veel praat, alles voelt, of juist wegdroomt in de klas?

Bij meisjes laat ADHD zich vaak subtieler zien. Niet door storend gedrag, maar door aanpassen, pleasen en stil verdwijnen in de groep. Daardoor worden ze minder snel gezien – en minder snel geholpen.

De cijfers liegen niet: bij 33 tot 50 procent van de meisjes blijft ADHD onopgemerkt. En dat heeft gevolgen, vaak pas jaren later. Juist daarom is het zo belangrijk dat we anders leren kijken. Naar meisjes. Naar hun signalen. En naar wat zij nodig hebben om tot bloei te komen.

Waarin verschillen meisjes van jongens als het gaat om ADHD?

ADHD laat zich bij meisjes vaak anders zien dan bij jongens. Niet omdat het er minder is, maar omdat het zich anders uit. Subtieler. Minder zichtbaar aan de buitenkant.

Minder hyperactief

Hyperactiviteit is het beeld dat veel mensen automatisch koppelen aan ADHD. Rennen, wiebelen, niet stil kunnen zitten. Bij meisjes komt dit veel minder voor.
Meisjes met ADHD kunnen vaak prima blijven zitten. Ze friemelen minder en voelen minder drang om voortdurend te bewegen. De onrust zit vaker vanbinnen dan vanbuiten – en blijft daardoor makkelijk onopgemerkt.

Minder impulsief

Ook op het gebied van impulsiviteit vallen meisjes minder snel op. Ze hebben vaak meer controle over hun gedrag en komen daardoor minder in de problemen.
Ze roepen niet zomaar iets door de klas, pakken niet impulsief iets af en overschrijden minder snel regels. Dat lijkt positief, maar maakt het ook lastiger om te zien waar ze tegenaan lopen.

Het verschil tussen ADHD en ADD is niet enkel de hyperactiviteit 

Concentratieproblemen

Concentratieproblemen komen voor bij zowel jongens als meisjes met ADHD. Meisjes zijn net zo vaak en net zo snel afgeleid.
Het verschil zit in hoe dat eruitziet. In plaats van onrustig gedrag, zie je bij meisjes vaker dagdromen. Ze lijken aanwezig, maar zijn met hun gedachten ergens anders. In de klas missen ze daardoor uitleg of instructies, zonder dat het direct opvalt.

Ze praten heel veel

Kletsen hoort bij opgroeien. Maar bij meisjes met ADHD kan praten bijna niet stoppen. Ze hebben moeite om een gesprek af te ronden of ruimte te laten voor de ander.
Subtiele signalen – een blik, een pauze, een verandering in toon – worden niet altijd opgepikt. Daardoor nemen ze onbedoeld veel spreektijd in. Ook vallen ze vaker anderen in de rede of beginnen te praten op momenten waarop dat eigenlijk niet passend is. Niet omdat ze dat willen, maar omdat hun gevoel voor timing anders werkt.

Geïsoleerd gedrag

Meisjes laten vaker geïsoleerd gedrag zien. Voor zowel jongens als meisjes met ADHD kan het moeilijk zijn om vrienden te maken. Voor veel meisjes komt hier een extra uitdaging bij kijken. Vaak wordt van meisjes verwacht dat ze bepaalde sociale vaardigheden hebben. Zoals het zich kunnen inleven in een ander, gevoelens tonen en subtiele sociale hints oppikken. Omdat dit met ADHD lastiger is, kan het zorgen voor sociale problemen.

Emotioneel gevoelig 

Meisjes zijn erg emotioneel en heel gevoelig.  Sterke uiteenlopende emoties en ADHD gaan vaak hand in hand. Meisjes komen dan ook  vaak hypersensitief en extreem emotioneel over ten opzichte van jongens. Dit wordt in de puberteit vaak erger.

Meer over de ondersteuning van een gevoelig kind

Laag zelfbeeld

Meisjes hebben meer last van gevoelens als schaamte en een laag zelfbeeld.  Het kan voorkomen dat een meisje met ADHD zich schaamt voor het feit dat ze zich maar moeilijk kan focussen of opletten. De kans is groot dat ze het zichzelf kwalijk gaat nemen dat ze met bepaalde (sociale) dingen moeite heeft. Dit kan een behoorlijke impact hebben op haar zelfvertrouwen.

Als de klachten van ADHD niet behandeld worden, kunnen meisjes als ze ouder worden sneller last krijgen van andere stoornissen. Denk aan depressies, verslavingen en angststoornissen. Dit kan vooral in de periode van de puberteit ontstaan. Maar ook pas jaren later als volwassen vrouw.

Ook al valt ADHD dus minder op dan bij jongens, het is dus nog steeds belangrijk dat meisjes ook de juiste behandeling krijgen.

Ondersteuning in de ontwikkeling van executieve functie kan meisjes enorm helpen

bron: thehealthy.com

 

Waarom pompoen écht goed is voor het brein van jouw kind

Waarom pompoen écht goed is voor het brein van jouw kind

Zodra de blaadjes vallen en de kinderen thuiskomen met koude neuzen, weet je: het is weer pompoentijd! 
In de herfst komt de volle, zoete smaak van pompoen perfect tot zijn recht. Zelf pompoensoep maken is niet alleen heerlijk, maar ook verrassend eenvoudig.

Pompoen zit boordevol vitamine B en luteïne — goed voor geheugen, concentratie en focus. Handig dus, zeker als er weer huiswerk gemaakt moet worden. En dankzij de vele mineralen geef je het hele gezin een gezonde boost.

Kinderen vinden het vaak geweldig om de pompoenpitten eruit te lepelen (lekker kliederen mag voor één keer!). Rooster ze daarna met een beetje zout: een knapperige snack voor erbij.

Ingrediënten pompoensoep

Er zijn natuurlijk talloze varianten pompoensoep, maar dit is mijn favoriet. Makkelijk, vol smaak én echte brainfood voor het hele gezin. Naast pompoen zit in deze soep ook avocado en zoete aardappel. Avocado stimuleert de bloedsomloop – goed voor de hersenen – en zoete aardappel bevat veel vitamine B6 en C.

Dus haal die pompoen in huis, zet een pan op het vuur en geniet samen van een kommetje herfstgeluk.

  • 1 flespompoen
  • een grote zoete aardappelen
  • 1 avocado
  • rode paprika
  • 1 grote vleestomaat
  • 1 rode uien
  • 2 tenen knoflook
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel tijm
  • 1 theelepel kurkuma
  • één liter kippen- of groentebouillon
  • Eventueel Peper en zout

Bereiding van de soep?

  1. Pel de knoflooktenen en snijd hem in stukjes.
  2. Schil de pompoen, verwijder de pitten en de draden en snijd ze in stukken van 2 cm. (of koop 400 gram kant en klaar gesneden blokjes)
  3. Schil de de zoete aardappelen en snijd hem ook in blokjes.
  4. Snijd de ui, paprika en tomaat in stukjes
  5. Zet intussen de bouillon op
  6. Meng alle groenten door elkaar in een grote kom met 2 eetlepels olijfolie en de tijm.
  7. Pak alle groenten 10 minuten in een hapjes pan.
  8. Voeg de tijm en kurkuma toe
  9. Gooi alle groenten en de avocado bij de bouillon
  10. Laat het kort koken en pureer het geheel met een staafmixer tot een romige soep.
  11. Verdeel de soep over 4 kommen

Eetsmakelijk

Kijk hier voor meer brainfood recepten

pomppoensoep

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De hele dag gemotiveerd en geconcentreerd bezig zijn kan soms nog wel eens lastig zijn voor kinderen. Deze tips kunnen je daarbij helpen.

Concentratie en motivatie hangen sterk met elkaar samen. Iets doen wat je leuk vindt vraagt veel minder, of bijna géén, overredingskracht om gefocust te kunnen blijven. Als de motivatie ontbreekt is concerteren veel lastiger. 

Concentratie verhogen 

1. Prikkelarme omgeving

Het klinkt logisch maar verwijder alles wat af kan leiden. Voor kinderen met (tijdelijke) concentratieproblemen geldt, hoe minder afleiding hoe beter. Zorg daarom zoveel mogelijk voor een prikkelarme omgeving. Dit betekent een opgeruimde werkplek met zo min mogelijk onnodige spullen in het zicht.

Zorg er ook voor dat het zo rustig mogelijk is. Als je meerdere kinderen hebt is dat vaak lastig. Het kan dan helpen om ze verder uit elkaar te zetten. 

Wat helpt bij concentratie problemen

2. Concentratie verhogen door rust

Als kinderen oud genoeg zijn om zelfstandig te werken, laat ze dan alleen op een rustige plek werken. Een stille ruimte zal veelal de concentratie goed doen. Als ze op hun slaapkamer zitten, zorg dan dat deze opgeruimd is zodat ze niet worden afgeleid door speelgoed of andere spullen 

Een voordeel van een eigen ruimte is dat ze niet worden afgeleid door huisgenoten die langs lopen of even pauze houden.

3. Koptelefoon

In een huis vol mensen is het nooit écht stil. Als een kind snel is afgeleid door geluiden kan een koptelefoon uitkomst bieden. Dit kan een gehoorbeschermer zijn of een koptelefoon, bij voorkeur met noise cancelling. Een koptelefoon bied ook uitkomst als een kind zich juist beter concentreert met muziek, omdat hij juist een hoge drempelwaarde heeft

Lees meer over drempelwaarde en concentratie

4. Inspannen en ontspanning

Geen enkel kind houdt het vol om uren achter elkaar geconcentreerd te werken. Zorg voor een afwisseling in denk en doe-taken. Wanneer je zorgt voor een afwisseling in die twee taken, zul je zien dat een kind zijn  concentratie en focus langer vast kan houden. Zorg ook voor voldoende ontspanning door op gezette tijden pauze momenten in te lassen.

Kinderen en tieners kunnen zich gemiddeld 20 tot 30 minuten echt concentreren. Het werkt het beste als het thuislesschema daar op aangepast wordt. Zet eventueel een timer en spreek af dat een kind tot die tijd met een bepaalde opdracht of vak bezig moet zijn.  Zorg tijdens de pauze dat een kind ook echt even van zijn werkplek op staat om buiten te spelen of fruit te eten op een andere plek. Voorkom dat er gegamed wordt op dezelfde plek.

5. Concentratie verhogen door bewegen en frisse lucht

Bewegen heeft een positieve invloed op de concentratie van kinderen.  Tussen het werken door is het dus goed om even te bewegen. Dit kan een wandeling zijn, maar ook een dansje door de kamer is goed en gezellig om te doen. Op school gaan de kinderen in de pauze ook naar buiten, dus probeer dit er thuis ook in te houden (of weer in te krijgen). 

6. Contact met vriendjes

Last but not least, zorg dat  kinderen contact houden met hun klasgenoten. Vaak wordt dit ook vanuit school gearrangeerd, en worden er groepjes gemaakt die via een google meet of teams samen werken. Maar ook samen thuiswerken (op gezette tijden) met een facetime of zoom verbinding, kan motiverend werken. 

Lees meer over voedingstoffen die van grote invloed zijn op het concentratie vermogen