ADHD bij meisjes vaak niet herkend

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

Jongens met ADHD, die (her)kent iedereen vaak wel.  Ze zijn druk, aanwezig en kunnen zich moeilijk concentreren. Bij meisjes uit ADHD zich heel anders. Een druk jongetje wordt al snel doorverwezen naar een deskundige, meisjes veel minder.  In 33 tot 50 procent van de gevallen worden symptomen van ADHD bij meisjes niet herkend.  Meisjes die wat meer kletsen of naar buiten staren worden als minder storend ervaren door leerkrachten. Mocht hier echter wel sprake zijn van ADHD en dit onbehandeld blijven, kan dat later tot veel ernstige problemen leiden

Waarin verschillen meisjes van jongens als het gaat om ADHD

ADHD uit zicht bij meisjes op een aantal punten anders dan bij jongens.

Minder hyperactief

Het belangrijkste symptoom dat wordt geassocieerd met ADHD is hyperactiviteit. Maar in vergelijking met jongens, hebben meisjes met ADHD, over het algemeen veel minder moeite met stilzitten. Ze hebben minder last van friemelen en ook minder drang om continue te moeten bewegen.

Minder impulsief

Meisjes kunnen ook beter hun impulsen onder controle houden. Ze komen minder in de problemen door hun impulsieve gedrag. Ze pakken bijvoorbeeld niet zomaar iets zonder het te vragen.

Het verschil tussen ADHD en ADD is niet enkel de hyperactiviteit 

Concentratieproblemen

Een signaal welke je zowel bij jongens als meisjes ziet zijn concentratieproblemen. Meisjes zijn net zo snel en vaak afgeleid. Het uit zich wel anders, ze zijn meer aan het dagdromen en zijn vaak afgeleid in de klas.

Ze praten heel veel

Kletsen is een favoriete bezigheid van veel kinderen. Meisjes met ADHD praten ontzettend veel en kunnen hier moeilijk mee stoppen. Ze missen signalen en hints van hun omgeving die een gesprek proberen te sturen. Hierdoor is er minder kans voor een ander om aan het woord te komen.

Ze zijn ook vaker geneigd om gesprekken van anderen te onderbreken. Bovendien kunnen ze het niet goed aanvoelen als het niet gepast is om te spreken.

Geïsoleerd gedrag

Meisjes laten vaker geïsoleerd gedrag zien. Voor zowel jongens als meisjes met ADHD kan het moeilijk zijn om vrienden te maken. Voor veel meisjes komt hier een extra uitdaging bij kijken. Vaak wordt van meisjes verwacht dat ze bepaalde sociale vaardigheden hebben. Zoals het zich kunnen inleven in een ander, gevoelens tonen en subtiele sociale hints oppikken. Omdat dit met ADHD lastiger is, kan het zorgen voor sociale problemen.

Emotioneel gevoelig 

Meisjes zijn erg emotioneel en heel gevoelig.  Sterke uiteenlopende emoties en ADHD gaan vaak hand in hand. Meisjes komen dan ook  vaak hypersensitief en extreem emotioneel over ten opzichte van jongens. Dit wordt in de puberteit vaak erger.

Meer over de ondersteuning van een gevoelig kind

Laag zelfbeeld

Meisjes hebben meer last van gevoelens als schaamte en een laag zelfbeeld.  Het kan voorkomen dat een meisje met ADHD zich schaamt voor het feit dat ze zich maar moeilijk kan focussen of opletten. De kans is groot dat ze het zichzelf kwalijk gaat nemen dat ze met bepaalde (sociale) dingen moeite heeft. Dit kan een behoorlijke impact hebben op haar zelfvertrouwen.

Als de klachten van ADHD niet behandeld worden, kunnen meisjes als ze ouder worden sneller last krijgen van andere stoornissen. Denk aan depressies, verslavingen en angststoornissen. Dit kan vooral in de periode van de puberteit ontstaan. Maar ook pas jaren later als volwassen vrouw.

Ook al valt ADHD dus minder op dan bij jongens, het is dus nog steeds belangrijk dat meisjes ook de juiste behandeling krijgen.

Ondersteuning in de ontwikkeling van executieve functie kan meisjes enorm helpen

bron: thehealthy.com

 

Waarom hebben beelddenkers een zwakke concentratie in de klas?

Waarom hebben beelddenkers een zwakke concentratie in de klas?

Beelddenkers leren anders. Ze verwerven informatie anders, maar ook de verwerking verloopt anders dan bij de kinderen die meer taal georiënteerd zijn. Beelddenkers verwerken informatie voornamelijk visueel, zij willen informatie ‘zien’ en verwerken informatie associërend. Deze kinderen hebben daarom snel een zwakke concentratie in de klas.

Een beelddenker neemt 1500 prikkels per minuut waar. Een kind kijkt naar de leerkracht die voor het bord staat om uitleg te geven over een spellingregel. De leerkracht noemt als voorbeeld het werkwoord spelen. Het kind hoort het woord ‘spelen’ en krijgt meteen associatie-beelden als: plein met het voetbaldoel > hierop volgt associatie > zijn voetbalwedstrijd van maandagavond > hierop volgt associatie > eten bij oma > hierop volgt associatie > vakantie met opa en oma > hierop volgt associatie > zwemmen in het zwembad.

De eerste uitleg van de spellingregels heeft een kind nu al gemist!
Een kind kijkt naar de leerkracht en ziet een hele hoop. Kijken de ogen van de leerkracht blij of boos – mooie krullen in het haar – rode jurk – de poster naast het bord. Maar tegelijk neemt een kind ook waar wat er naast hem gebeurt. Het kind neemt ook waar vanuit de ooghoeken en krijgt impulsen als: jan die op een pen kauwt – Mary heeft vandaag een gebloemde legging aan – de deur van het lokaal is niet helemaal dicht, enz.
In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken. In het hoofd van een beelddenker is het dus best druk op zijn tijd!

De zwakke concentratie van een beelddenker is vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien!

De concentratie van een kind, bepaalt hoe intensief en hoe lang hij zijn aandacht ergens op kan richten.

Hoelang kan een kind werkelijk met een taak bezig zijn? Niet elke taak vraagt dezelfde concentratie. Voor tafeltennis heb je bijvoorbeeld een snellere, flitsender concentratie nodig dan voor schaken. Hiervoor heb je juist een rustige, analytische vorm nodig.
De verschillende vormen van concentratie zie je terug op school. Zelf actief bezig zijn vraagt een andere vorm van concentratie dan alleen luisteren. Ook vragen korte taken een andere vorm van concentratie dan taken die lang duren. Op school is vaak sprake van een gedwongen concentratie, een kind moet zich concentreren. Thuis met Playmobil spelen is een vrijwillige concentratie.

Bij beelddenkers zien je ook vaak concentratieproblemen als het voor hen niet duidelijk is waar ze mee bezig zijn. Daardoor zijn ze minder gemotiveerd en dus sneller afgeleid.

Wat helpt voor een betere concentratie in de klas?

Een effectieve concentratie oefening is Doodling of droedelen
Doodling is zonder na te denken tekeningetjes, bepaalde vormen, krullen enz. krabbelen terwijl je luistert naar iemand. Je bent doelloos aan het tekenen, krabbelen, terwijl je aandacht bij de leraar is. Het voorkomt dat je wegdroomt.

bron: beelendbrein en bestkids

 

Waaraan herken je een beelddenker?

Waaraan herken je een beelddenker?

Iedereen wordt geboren als beelddenker, een baby kent immers geen woorden.  Langzaam ontwikkelt het taal denken zich en wordt het beelddenken kleiner.
Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken. Waar herken je een beelddenker aan?

Het lijkt wel of er steeds meer beelddenkers komen. In iedere klas zitten er wel een paar. Deze kinderen hebben het vaak moeilijk op school. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een veel gehoorde uitspraak.
Niet elke beelddenker is gelijk, maar er zijn wel verschillende kenmerken te benoemen die jonge beelddenkers laten zien.
Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor het in beelden denken, zijn ook beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Daarnaast zijn er ook die dat helemaal niet hebben. Vooral deze groep beelddenkers krijgt vaak lees- en/of spellingproblemen op school. Waar herken je een beelddenker aan?

Algemene kenmerken beelddenkers.

  • Afwezige indruk
    Een beelddenker kan een trage, soms afwezige indruk maken, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen.
  • Werktempo
    Het werktempo van een beelddenkend kind is vaak lager dan gemiddeld, omdat hij steeds weer van taal naar beeld en andersom moet vertalen in zijn hoofd.  Het werktempo bij handelen en reageren zijn vaak weer wel hoog.
  • Zwakke concentratie
    Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Dromerig
    Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of zij niet opletten, maar het overkomt hen gewoon.
  • Regels
    Een beelddenker heeft moeite om zich aan regels te houden.
  • Zoeken naar woorden
    Je ziet vaak woordvindings moeilijkheden bij beelddenkers. Dit komt omdat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als:  je-weet-wel, dinges, of die/dat. Beelddenkers gebruiken vaak synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen andere mensen het wel begrijpen.
  • Woordenschat
    Een beelddenker wordt vaak niet begrepen door andere mensen. Dit komt door de woordenschat die beelddenkers gebruiken. Zij hebben hun eigen, vaak beperkte, woordenschat. Een beelddenker zal bijvoorbeeld over een boot praten en niet over een schip, over mama en niet over moeder. Beelddenkers gebruiken weinig `moeilijke` woorden. Dit wordt veroorzaakt door het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en einde aan een verhaal.
  • Kinderlijk
    Een beelddenker komt vaak kinderlijk over. Ze zijn langer afhankelijk van hun ouders, omdat deze hen wegwijs moeten maken in de wereld buiten hun denkwereld.
  • Tijdbesef
    Beelddenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.
  • Links-rechts
    De beelddenker kan moeilijk de begrippen links en rechts onderscheiden.
  • Taalontwikkeling
    Beelddenkers hebben vaak een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze zwijgzaam kunnen zijn.
  • Weinig woorden
    Een beelddenker gebruikt vaak weinig woorden om iets te vertellen. In hun hoofd hebben ze alles al gezien en voor sommige woorden hebben kennen ze niet geen beeld, dus deze worden niet benoemd. Ze maken korte onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen ze weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.
  • Gedachten verwoorden
    Het is voor een beelddenker lastig om zijn gedachten te verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten en de kinderen komen stil en verlegen over.
  • Instructies opvolgen
    Beelddenkers hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak heeft het kind geen beeld bij wat er van hem wordt verwacht en begrijpt hij het niet. Deze kinderen krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waarbij bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.
  • Letterlijk nemen
    Beelddenkers nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis er van niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn vaak een probleem voor hen!
  • Zwak in analyse
    Een beelddenker kan een probleem niet goed analyseren. Zij vinden het lastig om zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten en/of structuur aan te brengen. Denk aan agenda invullen, huiswerk plannen.

bron Beeldenbrein

 

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijvoorbeeld onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!
Verstoorde primaire reflexen kunnen verschillende oorzaken hebben en voor verschillende problemen zorgen.

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Wanneer een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten zijn:

  • moeilijk stilzitten;
  • struikelen, moeite met evenwicht;
  • tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel liggen;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met verstoorde primaire reflexen

Er zijn verschillende oorzaken waardoor reflexen soms niet of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi);
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

Verstoorde primaire reflexen behandelen met ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
www.kinderpraktijkaandedijk.n

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Het is voor mijn kinderen niet altijd gemakkelijk om zich de hele dag te concentreren op school. Ze zijn snel afgeleid als er iets beurt in de klas. Of ze vinden hetgeen een buurman of buurvrouw aan het doen is net interessanter dan wat de juf staat te vertellen.

Om ze te helpen let ik goed op hun voeding. Nou volgen ze echt niet een streng dieet, maar ik probeer ze geregeld dingen te laten eten die bijdrage aan een betere concentratie. Wat je eet heeft namelijk invloed op je brein en op de mate waarin je je kunt concentreren.
Met ‘slimme’ voeding kun je de hersenen gezond houden. Wat valt er dan onder die ‘slimme voeding’ ?

1. Blauwe bessen

Blauwe bessen zitten vol met antioxidanten, welke belangrijk voor je brein. Antioxidanten helpen de doorstroming van zuurstof naar je hersenen te bevorderen. Blauwe bessen daarnaast vol met vitamine C, wat je helpt bij de concentratie.

2. Havermout

Havermout is super goed voor je kind, omdat het veel B-vitamines bevat, magnesium en boordevol vezels zit. Geef je kinderen ’s ochtends een kommetje havermoutpap en ze komen zonder knorrende maag de ochtend door.  Haver bevat relatief weinig calorieën, houdt je langer verzadigd. Het geeft je energie en helpt je gefocust te blijven. Voor optimale concentratie, voeg er een handje blauwe bessen aan toe!

3. Pure chocolade

Pure chocolade bevat magnesium en is erg gezond. Het stimuleert wederom de bloedtoevoer naar je hersenen. Wat zorgt voor een beter geheugen en concentratie. Het gaat hierbij niet om de chocolade rapen die je in supermarkt koopt. Hier zit veel suiker in en minder echte chocolade.  Geef je kind af en toe een paar stukjes pure chocolade mee in zijn of haar  broodtrommel.

4. Banaan

Bananen zijn een makkelijk tussendoortjes die je concentratie een boost geven. Ze bevatten een goede combinatie van eiwitten, suikers, vitamines en mineralen. Vooral de kalium die er inzit, is belangrijk voor de hersenen. Hoe rijper de banaan, hoe hoger het suikergehalte en hoe sneller je kind er energie door krijgt. Een verantwoord tien-uurje.

5. Avocado

De hersenen bestaan voor maar liefst zestig procent uit vetten. Deze moeten regelmatig worden aangevuld met nieuwe, gezonde vetten. Avocado’s zitten hier vol mee. Verder stimuleert avocado de bloedsomloop, wat zeer belangrijk is voor het functioneren van je brein. Avocado is rijk aan vitamine K en Kalium. Deze 2 stoffen zorgen ervoor dat de bloeddruk naar beneden gaat, en dat de zuurstof sneller en gemakkelijker de hersenen kunnen bereiken.

6. Eieren

Eieren zijn voedzaam en gemakkelijk. Er zit lecitine, vitamine B, ijzer en zink in, wat een krachtige combinatie voor de hersenen is.  Stop daarom af en toe een gekookt eitje in de broodtrommel van je kind.