Hoe verloopt de taalontwikkeling bij kinderen. Elke kind doorloopt uiteraard zijn eigen taalontwikkeling maar er zijn natuurlijk wel verschillende gemiddelde te noemen als het gaat om taalontwikkeling.
Het ene kind leert sneller dan het andere. Wij zetten hieronder de gemiddelde taalontwikkeling van een kind uiteen. Over welke capaciteiten zou een kind moeten kunnen beschikken? Een overzicht met de spraak-taalontwikkeling per leeftijdsfase van kinderen.

Het begin van taalontwikkeling !

Je kunt al vroeg communiceren met baby’s. Vanaf de geboorte hebben baby’s behoefte om te communiceren. Je kunt steeds aan een baby laten zien dat je zijn woordeloze boodschappen hebt ontvangen en begrijpt.  Baby’s leren vooral praten van hun ouders. Hoe meer een baby ouders hoort praten, hoe sneller hij zelf leert  praten. Leren praten stimuleren, is dus bij baby̵

7;s al mogelijk. Taalontwikkeling van baby’s begint al bij lichaamstaal. In de eerste maanden communiceert een baby op basis van reflexen. Het huilt, lacht, kijkt je aan of juis van je weg, maakt geluid en beweegt.

Peuters

De taalontwikkeling van een dreumes begint met een-woord en later zal hij ook twee woordzinnen kunnen zeggen. Een peuter gebruikt taal om te communiceren en te leren over de echte wereld. In deze periode van taalontwikkeling leert een kind een mening te geven en een gesprekje te voeren. De taalontwikkeling van peuters zorgt voor een grotere woordenschat. Een peuter spreekt steeds meer in zinnen van drie, vier en vijf woorden.

Kinderen ontwikkelen hun taal door te praten met andere taalgebruikers. Zo leren ze nieuwe woorden en correcte formuleringen te gebruiken. Als kinderen graag iets willen vertellen en niet zelf de juiste woorden of woordvormen weten, gaan ze extra goed letten op hun gesprekspartner. Zodra ze de juiste woorden horen, nemen ze die over in hun eigen taalgebruik. Zo ontwikkelen ze tegelijkertijd hun begrip van de taal en het actieve gebruik van de taal..

Kleuters

Kleuters zijn ook nog volop bezig met hun taalontwikkeling. Zij zijn nog bezig hun basiswoordenschat op te bouwen – dat zijn de woorden die het meest voorkomen in het dagelijks taalgebruik – en zij maken nog steeds fouten bij het vormen van woorden en zinnen. Zij kunnen nog niet lezen en zijn daarom voor hun taalontwikkeling afhankelijk van de mondelinge taal van anderen. Je kunt de kinderen helpen door veel met ze te praten, tijdens spel maar ook tijdens rustmomenten en bijvoorbeeld tijdens het opruimen. Het is goed om aldoor te benoemen wat je doet, wat de kinderen doen, wat je in je handen hebt, waarnaar je wijst, et cetera.