**//sticky ads code//**

Het is kwart over zeven. De zoon van zes en de dochter van drie, staan fris gedoucht en schoon gepoetst klaar om naar bed te gaan. Vanavond hebben ze eenstemmig besloten niet hun eigen, maar ons bed te gebruiken, als springplank naar dromenland.

Ik vind het goed en dus worden knuffels, boekjes, plus het cd spelertje van de oudste, met daarin een sprookjes-cd voor nog meer sluimergenot, richting de grote slaapkamer versleept. Dan dient probleem numero één zich aan: wie gaat waar liggen? Beiden hebben de voorkeur voor ‘mama’s kant’. Er wordt wat heen en weer gekibbeld en voordat ik mijn mond open heb kunnen doen, is het al te laat. De dochter van drie zet haar scherpe tandjes in de arm van haar broer, om haar ‘slaapkantkeuze’, kracht bij te zetten. De zoon wiens adrenaline naar het hoogtepunt stijgt, na de onplezierige sensatie van twee rijen melktanden in zijn biceps, begint wat karate- en elleboogstoten uit te delen en ik kan slechts door razendsnelle actie voorkomen dat beide partijen al te gehavend uit de strijd komen. Ik dreig ze nu, dat ze ons felbegeerde lits-jumeaux op hun buik kunnen schrijven, als ze zo doorgaan en op slag wordt het rustiger.

Maar een volgend probleem staat alweer voor de deur:

Dochterlief vraagt zich af waar haar speentje is. Stampertje, haar knuffel heeft ze wel, maar het op twee na belangrijkste slaapattribuut blijkt ineens spoorloos verdwenen te zijn. Ik maan een ieder om mee te zoeken, maar de dochter heeft op haar jonge leefijd al een uitgekookte gemakzucht ontwikkeld. Met als gevolg dat zoonlief en ik als Sherlock Holmes en Watson het hele huis afspeuren, terwijl dochterlief prinsheerlijk ligt te wachten tot het ding weer boven water is. Eindelijk klinkt het verlossende woord. Zoonlief heeft het verloren voorwerp gevonden. Heeft de jongste haar speen weer in bezit, dan blijkt haar eisenpakket groter dan ze zelf is: Haar flesje moet gevuld en de dame schroomt er zelfs niet voor haar keuze: ‘limonade graag’, kenbaar te maken. Maar daar trapt moeder niet in en ik overhandig haar een flesje waarin, een mengsel van half melk, half water. Gaat ze protesteren? Nee, dit keer gelukkig niet. Een zucht van verlichting ontsnapt mij, want haar klaagzangen draait ze meestal af op volume tien en ze heeft een stem als een trompet. Het begint er eindelijk op te lijken dat het spul klaar is voor de komst van Klaas Vaak. Ik deel kusjes uit, waarbij ik hen, om het bed heenlopend van de een naar de ander, beurtelings hun deel geef. Als ik na vier rondjes op het punt sta om het licht uit te doen, herinnert zoonlief zich plotseling uiterst interessante en spannende gebeurtenissen, die op school zijn voorgevallen. Natuurlijk moeten die nu per se verteld worden. Ik luister met een hand aan de deurknop. De minuten rijgen zich aaneen. Dan is het verhaal uit. ‘Leuk hoor.’ Knik ik. ‘Nou, welterusten dan maar.’ Mijn tweede poging wordt ruw de bodem ingeslagen: ‘Mag ik nog wat water?’ De oudste. En: ‘Ik wil nog een kusje!’ De jongste. Ik sla mijn ogen in wanhoop ten hemel, haal zuchtend het gevraagde, geef de jongste haar zoveelste kus. Maar zoonlief, bang dat hij benadeeld wordt, eist ook nog een kusje en voor ik het weet, loop ik weer een aantal rondjes om het bed. ‘Zo en nu gaan we echt slapen.’ besluit ik ferm wanneer ik merk dat ik er weer ingetrapt ben. Ik klik het licht uit. ‘Slaap lekker mam.’ roepen ze zoet in koor. De deur gaat op een kier, ik luister nog even. Het blijft stil. Ik sjok naar de huiskamer en werp een blik op de klok. Kwart voor acht. Ik heb tien jaar geleefd.