**//sticky ads code//**

Om 7.45 schrik ik wakker. Nog half in een droom begrijp ik er niets van. Is het zaterdag? Volgens mij niet. Zondag dan? Wat dan… oef, het is gewoon dinsdag en dus moeten we net als de rest van werkend Nederland ons kind naar de crèche brengen en gewoon werken. Het lijkt ons maar niet te lukken om het ochtendritueel soepel te laten verlopen. Hoe doen al die goed georganiseerde mensen dat toch?

Ik kijk naar links waar mijn man nog slapend in de veronderstelling is dat het wel zaterdag is. “Schat!” roep ik, “Het is kwart voor 8! Opstaan!” Hij murmelt iets onverstaanbaars en blijft in dezelfde stand liggen. Onbegrijpelijk hoe mannen zich zo relaxed kunnen voelen op de meest stressvolle momenten. Nina! Waarom heeft onze meest betrouwbare wekker het niet gedaan vanochtend? Ik spring uit bed en ga bij haar kijken. Leeft ze nog? Ik kijk om het hoekje en zie mijn 2,5 jarige dochter heerlijk snurkend op haar buik slapen. Zo vader, zo dochter. Onze jongste dochter Elisa van 1 is ook nog in dromenland zie ik als ik een blik in haar kamer werp. Ik spring onder de douche terwijl ik naar manlief roep dat hij het ontbijt vast klaar moet zetten en Elisa moet wakker maken en aankleden. Nina kan wel dezelfde kleren als gister aan. 10 minuten later sta ik aangekleed Nina in haar kleren te helpen. Althans, dat probeer ik. Er ontstaat een flinke discussie met mijn peuterpuber over welke maillot ze wel en niet aan wil en ik mag al helemaal niet helpen.

Beneden staan de boterhammen met jam en de bekers melk al klaar. Zodra de mevrouwtjes geïnstalleerd zijn in hun kinderstoelen, prikken ze vrolijk de eerste happen weg. Intussen maak ik iets te eten voor mijzelf en verzamel ik mijn spullen. 8.10. We liggen nog altijd een dik half uur achter op schema. Om 8.20 trekt manlief zijn jas aan en roept dat hij zijn trein moet gaan halen. Natuurlijk. Logisch gevolg daarvan is dat ik binnen 5 minuten mijn schaaltje cornflakes achterover moet slaan, de meiden hun boterhammen op moeten hebben, ik vandaag ‘breng’ en ik mijn haar maar ergens in de trein moet doen. “Nog 2 stukjes, schat”, moedig ik mijn jongste dochter aan wie de stress en haast geheel voorbij lijken te gaan, zo rustig zit ze te smikkelen. Gelukkig maar. Dat ze de helft van de boterham stukje voor stukje op de grond laat dwarrelen neem ik maar voor lief.

Zodra ze allebei klaar zijn hijs ik hen in hun schoentjes, trek de jassen aan, zak door mijn knieën en til Elisa op met één arm, terwijl ik met mijn andere arm mijn tas grijp en Nina richting voordeur dirigeer. Ik loop naar de voordeur als een mij welbekende geur mijn neus bereikt…’t zal toch niet, niet nu?! Ik zet mijn tas neer, zet Elisa op de grond en check haar luier. Ja, wel nu! Een grote boodschap die zich langs de luier heen een weg heeft gebaand tot op de maillot. “Poepromper mama!” roept Nina enthousiast zodra ze de vlek op de kleren van haar zusje ziet. “Oh nee”, kreun ik, “geweldig”. Dat betekent weer terug naar boven, de boel schoonmaken en nieuwe kleren aan. Een seconde vliegt de gedachte door mijn hoofd om net te doen alsof mijn neus bloedt (of dicht zit) en er helaas pas op de crèche achter te komen dat mijn dochter gepoept heeft en haar kleren bevuild heeft…maar dat gaat me ondanks alle haast toch te ver. Als ik weer beneden kom met een schone Elisa heeft Nina de inhoud van mijn tas op de grond uitgestald en is al mijn lippenstiften aan het testen, op de grote spiegel in de hal. Geen tijd om hier drama van te maken. Ik gooi alles terug in mijn tas en zet de dames op de fiets.

Inmiddels is het 8.45u als ik met het zweet op mijn voorhoofd en ongekamde haren op de fiets het huis verlaat inclusief twee picobello verzorgde dochters. Op de crèche gaan ze allebei voorbeeldig bij een van de leidsters op schoot zitten om mij uit te zwaaien. Die hebben geen idee wat voor bende er aan dit rustige moment voorafgaat. Ik fiets verder naar het station en om 9.15u strijk ik na een sprintje hijgend neer in de trein. Rust! Schuin tegenover mij is een vrouw van mijn leeftijd druk bezig haar lippen te stiften. Ik kijk naar haar schoenen en zie dat ze twee verschillende sokken aan heeft. Op de mouw van haar jas ter hoogte van haar schouder zit een vage melkvlek en haar haren zijn nog niet gekamd vandaag. Als ik vervolgens goed om me heen kijk zie ik meerdere moeders die hun ochtendritueel in de trein afmaken en papa’s met melkvlekken op hun schouder. We knikken elkaar bemoedigend toe alsof we als leden van de club van ongeorganiseerde ouders tegen elkaar willen zeggen: we hebben het toch weer gered vanmorgen!