**//sticky ads code//**

Roman spreekt Duits. Dat komt omdat er via de Stichting Europa Kinderhulp drie weken lang een meisje bij ons heeft gelogeerd. Ze kwam uit Berlijn en was vijf, precies een jaar ouder dan Roman. Drie weken een leenkind over de vloer heeft ons veel geleerd, ook over Roman. Het scherpt je blik op je eigen kind.
Zo liet zij altijd in perfect Duits weten ‘naar het toilet te willen.’ Als Roman luidkeels laat weten dat hij gaat ‘piesen’ laat hij ter plekke zijn broek op z’n enkels zakken om vervolgens richting wc te schuifelen. Zij toonde zich verbaasd toen we frambozen niet met bestek aten (‘met onze handen?’). ’s Ochtends bracht ze haar ontbijtbord zelf naar de keuken terug met de vraag ‘Bitte, noch ein panfkuch?’. Ze was kortom keurig, behulpzaam en een stuk gehoorzamer dan Roman. Dit kan iets zeggen over Duitsers in het algemeen, maar ik ben bang dat het meer iets zegt over de opvoeding die mijn partner en ik over Roman uitstorten of juist niet uitstorten.
Gelukkig is het nooit te laat om te leren, voor ons niet en voor Roman zeker niet. Maar vreemd genoeg voelt Roman feilloos aan wanneer we hem iets opvoedkundigs bij willen brengen en wanneer iets algemeen wetenswaardigs. Dat laatste vindt hij leuk. Voor iemand van vier weet hij verrassend goed hoelang een blauwe vinvis gemiddeld wordt en waar je Barcelona op de kaart van Europa kunt vinden. Maar dat een jambesmeurd bordje in de afwasmachine hoort en niet onder de kussens van onze driezitter, dat dringt nogal moeizaam door.
Hoe het ook zij, ondank dergelijke cultuurverschillen, hadden de twee veel gemeen. Hun voorliefde voor fietsen bijvoorbeeld (zonder zijwieltjes/stützräder!). Roman kon niet genoeg krijgen van het houden van wedstrijdjes met haar, vooral omdat hij ze steevast won. Vermoedelijk ging het aan haar voorbij dat ze überhaupt aan een wedstrijd meedeed, want zo goed is Romans Duits nu ook weer niet.
‘Pap, ik vertaal wel even voor haar hoe deze film heet.’ Hij houdt de video van Pieter Post zowat tegen de neus van het meisje en zegt met stijf op elkaar geklemde kiezen: ‘Pieter Post’. De s houdt hij vervaarlijk lang aan. Zij knikt.
Behulpzaam.
Wat ze samen ook goed konden, was het alfabet opzingen. Hier en daar wijkt de uitspraak van letters wat af, maar het deuntje heeft internationale potentie. Het zou zo als Europees volkslied mee kunnen. Het koppel zong het uit volle borst, net als Vader Jacob, die Broer Jacob heet in het Duits.
Roman zocht het weer in de competitie: ‘Ik kan beter het alfabet opzeggen, hè?’
Jawel Roman, wel in het Nederlands.
Een van de hoogtepunten van de vakantie was een weekje op Texel. Onze jonge Berlijnse had nog nooit de zee gezien. We hadden ons verheugd om de zee als het ware door haar ogen ook weer voor het eerst te zien. Ze had nog niet haar eerste blote voet in het zand gezet, of zei: ‘Ist das schmutzig, mann’.
Natuurlijk werd ze snel genoeg afgeleid door de zee. Maar het waren vooral de schelpen, die ze samen met Roman vond, die gekoesterd werden. Zakkenvol van deze kostbaarheden nam ze mee terug naar Berlijn. Wij moeten het sindsdien doen met waardevolle herinneringen. Geleidelijk raakt Roman zijn competitiedrift en de daarmee gepaard gaande zelfstandigheid helaas ook kwijt. Met haar moest hij delen, nu is hij weer de keizer in huis – hoe zeer we ons daar ook tegen verzetten. Misschien dat het allemaal goed komt nu hij naar school gaat om écht iets te leren.