Vraagt jouw kind ook geregeld welke dag het is? Of hoe lang het weekend nog duurt?  Tijd is een vreemde dimensie en vaak moeilijk te begrijpen. Wanneer een kind deze vraag stelt, maakt dat natuurlijk deel uit van zijn leerproces. Voor veel kinderen wordt de timing en het besef van tijd uiteindelijk vastgesteld door herhaling van dag tot dag.  Er zijn kinderen waarbij dit niet beklijft en zij blijven zonder besef van tijd, ondanks alle inspanningen. Een zwak tijdsbesef en dyslexie gaan vaak samen

Tijdsbesef en dyslexie

In tegenstelling tot wat soms nog wordt gedacht, gaat dyslexie niet alleen over geletterdheid, hoewel moeite met lezen en spelling vaak het meest zichtbaar zijn. Dyslexie heeft invloed op de manier waarop informatie wordt verwerkt, opgeslagen en opgehaald.

Voor iemand met dyslexie kan een minuut heel lang of heel kort zijn, maar het is nooit hetzelfde. Iemand die tijd op een uniforme manier ervaart, kan een  gevoel ontwikkelen van hoe lang het duurt voordat een minuut voorbij is. De meeste kinderen zijn zich bewust van het verstrijken van de tijd op vijfjarige leeftijd. Op de leeftijd van zeven voelen ze het verstrijken van vijf minuten. Maar een dyslectisch kind ervaart het verstrijken van de tijd niet uniform, en ontwikkelt dus helemaal geen gevoel van het verstrijken van de tijd, zelfs niet als tiener of volwassene.

Door het ontbreken van tijdsbesef is het ook moeilijk om een gevoel voor volgorde te ontwikkelen.  Dat wil zeggen, we begrijpen de manier waarop dingen elkaar opvolgen. Gevoel voor tijd en volgorde zijn nodig om orde en overzicht te houden. Dit is voor dyslecten dan ook erg lastig.  Dit is ook vaak de reden dat de kamer van een kind met dyslexie een enorme troep is. 

Kinderen met dyslexie kunnen dan ook last hebben met het plannen van hun taken, timemanagement is niet hun sterkste kant. Tijd is een lineair concept en veel dyslectische mensen houden niet van lineair denken.

Tijdsbesef en de rechterhersenhelft 

Dyslectici zijn dominante denkers van de rechter hersenhelft en leven in het heden. Het verleden en de toekomst zijn van de linkse hersenhelft. De linker hersenhelft zorgt ervoor dat we goed zijn in taal, in ordenen, in logica, dat we tijdsbesef hebben. 

Hulp in de ontwikkeling van tijdsbesef

Op school wordt vanaf de kleuterklas al gewerkt aan het tijdsbesef van kinderen. Maar als ouder kun je veel doen om een kind te helpen bij het ontwikkelen van een beter tijdsbesef.  Door structuur aan te bieden en hier verschillende tijdsbegrippen (straks, morgen, vanavond, in het weekend ) aan te koppelen met daarbij een duidelijke praktische uitleg (na het eten, na het slapen) leren kinderen steeds meer grip te krijgen op het concept tijd.

Weekplanners en dagritmekaarten kunnen kinderen hierbij veel ondersteuning geven.

Lees meer over het ontwikkelen van tijdsbesef