**//sticky ads code//**

Er wordt niet veel geschreven over het onderwijs en de cognitieve ontwikkeling van de kinderen van ‘onze’ expats. ‘Ex-wat?’Expats zijn mensen die tijdelijk in een ander land werken met een andere cultuur dan waar hij of zij in is opgegroeid. Expats zijn meestal hoogopgeleide mensen. Hun verblijf in Nederland kan permanent zijn, maar is over het algemeen tijdelijk. Expats worden vaak door hun werkgever naar Nederland gestuurd en komen hier te werken in bedrijven als Shell, ESA, of bij de ambassade. Zij laten hun vrienden en familie achter in hun land van herkomst en bouwen hier een nieuw bestaan op. Tijdens vakanties in hun ‘eigen’ land treffen zij hun familie en vrienden om er vaak achter te komen dat zij elkaar minder goed begrijpen. De thuisblijvers leven een ander bestaan dan de expat, lopen tegen andere uitdagingen in het leven aan. Hoewel het weerzien vaak welkom en prettig is, wordt de expat ook met hun neus op de feiten gedrukt dat de ‘ontworteling’ (vervreemding) is begonnen. Expats die in Nederland voor het zelfde bedrijf werken worden hier door hun werkgever vaak goed verzorgd: zo komen zij bijvoorbeeld bij ESA te werken in een bedrijf waar veel geregeld wordt: binnen het bedrijf en op hetzelfde terrein treffen zij sportvelden, kantines, winkels, clubjes voor de kinderen, activiteiten voor het personeel. Een warm welkom als dank voor hun inzet voor de werkgever. Op de werkvloer sluiten zij doorgaans vriendschap met collega’s, altijd op hun hoede blijvend van een eventueel vluchtig vertrek wanneer contracten worden ontbonden wanneer een project is afgerond. Kinderen van expats gaan vaak naar dure, Internationale scholen waar zij hun vriendschappen vormen. Kinderen van expats zijn vaak meertalig opgevoed: tijdens hun jaren op een kinderopvang leren zij vaak de basis van de  Nederlandse of Engelse taal. Thuis krijgen zij daarnaast vaak nog de van hun ouders aangeboden, welke onderling nogal eens kan verschillen tussen expatouders. Binnen het Internationale onderwijs leren zij vervolgens vaak Engels, met keuze uit een extra taal.

De Nederlandse basis, opgebouwd binnen de kinderopvang gaat daardoor vaak al snel verloren. Kinderen van expats zijn zodoende vaak aan het schakelen tussen minimaal twee verschillende talen. Je ziet dat deze kinderen cognitief op jonge leeftijd wat achter lijken te blijven op hun leeftijdgenoten, waarna zij later (wanneer de taalverwerving meer ingesleten raakt) juist een voorsprong lijken op te bouwen. Uit onderzoek blijkt dat het aanleren van een extra taal een gunstig effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen.  Expats die naar verwachting langer dan een aantal jaar in Nederland zullen verblijven, kiezen er regelmatig voor om hun kinderen te laten integreren binnen de Nederlandse samenleving. Zij sturen hun kinderen naar Nederlandse scholen en naar Nederlandse sportclubjes. Vaak lukt het hen om vriendschap op te bouwen met hun klasgenoten, hoewel zij toch zullen ondervinden dat het contact met ouders van vriendjes anders zal verlopen dan met hun eigen ouders. Expats staan tijdens georganiseerde evenementen binnen de Nederlandse verenigingen vaak afgezonderd van de andere ouders die elkaar al jaren kennen. Niet iedere jeugdbegeleider spreekt daarnaast even goed Engels, terwijl de Expat de Nederlandse taal vaak niet goed genoeg bij machte is om een gesprek op gang te houden. Een expat-kind dat naar een Nederlandse basisschool is geweest en in groep acht terecht komt zal net als zijn klasgenoten op de meeste basisscholen een CITO-toets moeten afleggen. Hoewel het belang van de CITO-score sinds 2014-2015 is verplaatst naar het belang van de score tijdens de Entreetoets, is dit toch een spannend moment. Vaak levert de CITO-toets een tegenvallend resultaat op voor deze kinderen. Niet omdat zij minder intelligent zouden zijn dan hun klasgenootjes, maar omdat een Expatkinderen hun hele jeugd hebben moeten switchen tussen verschillende talen. Om de CITO-toets met een positief gevolg te kunnen afleggen, wordt een groot beroep gedaan op de kennis van de Nederlandse taal. Het is onterecht om te verwachten dat dit niveau het niveau van een ‘native Dutch speaker’ (kind van Nederlandstalige ouders) zou kunnen evenaren. Hoewel dit als gevolg heeft dat CITO-scores vaak tegen zullen vallen, zegt dit weinig over het cognitieve niveau van de kinderen. Het is dan ook van groot belang dat middelbare scholen beseffen dat uiteindelijk het oordeel van de leerkracht, zeker bij expats, van groter belang is dan de uitslag van de CITO-toets.