**//sticky ads code//**

“Pap, als je mama niet had dan was je echt kleurenblind!” riep de jongste afgelopen maandag (toevallig Blue Monday) toen ik aan mijn vrouw vroeg welke kleur schoenen het beste bij mijn outfit paste. Het begrip ochtendhumeur ken ik niet, zelfs niet op Blue Monday, maar als ik er last van zou hebben, was mijn dag met deze kinderlogica direct weer goed!

Of ik het lastig vind om kleurenblind te zijn? Absoluut niet. Het is een kwestie van loslaten dat het lastig is en de voordelen uit de situatie halen. Het was voor mij vroeger ook een soort geheugentraining. Ik leerde bijvoorbeeld uit mijn hoofd in welke volgorde de potloden in mijn kleurdoos lagen. Er moest dus niemand aan mijn kleurdoos komen, want dan had ik wel een probleem.

Ondanks dat kinderen een kei zijn in ‘loslaten’, ben in toch wel blij dat kleurenblindheid mijn kinderen bespaard is gebleven. Ach, elke ouder wil dat zijn kind van alles bespaard blijft en daarom ervaar ik het loslaten als ouder net eventjes iets zwaarder dan ik het loslaten van kleurenblindheid heb ervaren.

 

Ik weet niet wat jullie als ouder ervan vinden, maar ik merk dat het loslaten al vroeg begint. Ik heb het dan (nu) nog niet over dat er een vriendje komt spelen bij mijn dochter van 8 jaar, maar wel dat ze echt groter wordt en zich dan serieus afvraagt waarom ik mij bemoei met haar kledingkeuze (en dan gaat het niet om de kleur hoor). Het bewijs dat ze groter wordt, kreeg ik gisteren nog toen ik haar kleding wilde ophangen in de kast. Ineens bleken de kinderkleerhangers te klein voor het halsgat van haar T-shirts. Ken je dat?

De keren dat mijn toppers dan een keer na zo’n los-laat-moment (heel eventjes) terugkrabbelen, geven dan een extra warm gevoel. Vorige week had onze 6-jarige zoon een disco op school en ik mocht (wat een eer) hem naar school brengen in zijn kleurige swing-outfit. Bij de deur zei hij heel stoer “Pap, je hoeft niet mee naar binnen hoor!”, dus daar stond ik dan als vader op het schoolplein met mijn loslaat glimlach (en bonzend hart: weet hij wel waar hij heen moet, staat hij niet lang alleen).

Het is misschien een beetje ouder-egoïsme, maar wat is het dan toch fijn als ik hem na twee uur binnen mag ophalen en hij al swingend toch al een paar keer kijkt met zo’n blik van ‘is mijn papa er al?’. Ik knuffel hem stevig en terwijl we samen verder dansen, met de discolichten op ons gericht, roept hij in zijn enthousiasme: Papa, wat hebben die discolichten een gave kleuren, of niet?

Tot de volgende persoonlijke noot, Christian