**//sticky ads code//**

Luisterproblemen komen, thuis en in het onderwijs, vaak voor. Het is echter belangrijk deze nader te bekijken. Vaak schrijven we ze toe aan motivatie problemen (onwil om te luisteren) en aandachtsproblemen (onoplettendheid), maar wanneer je als luisteraar een boodschap niet goed begrijpt, kan dit vele oorzaken hebben.

We kunnen een kind bijvoorbeeld ‘Oost-Indisch doof’ noemen. We zien dat hij net doet alsof hij niets hoort. En geloof me dit gedrag kennen en herkennen we allemaal. Hij kijkt je aan in de ogen en reageert niet. Hij draait net zijn hoofd weg als je begint met praten of hij laat in handelen/gezichtsuitdrukking zien je gehoord te hebben, maar reageert niet adequaat. Dit is eerder een motivatie probleem dan een echt luisterprobleem.

Ook kan het gebeuren dat het geluid ‘het ene oor in, en het andere oor weer uitgaat’.

Zoals Descartes vroeger al zei; Zingtuigen geven zin aan het leven. Je kijkt naar de wereld, maar ziet die pas echt als je er over nadenkt. Je hoort de geluiden om je heen, maar luistert pas echt als je je bewust wordt van de geluiden en er over nadenkt. Je ervaart de wereld, maar voelt pas echt wat je voelt als je erover nadenkt.*

Wanneer informatie het ene oor in gaat en het andere oor weer uit, ontbreek vaak de aandacht om de boodschap bewust te (willen) begrijpen. Let wel, structurele aandachtsproblemen (zoals bijvoorbeeld ADHD) kunnen wel leiden tot problemen in de communicatie, doordat mondelingen informatie niet goed aankomt bij de luisteraar.

Wanneer is het dan WEL een auditief verwerkingsprobleem?

Wanneer een kind echter beschikt over een normale gehoordrempel; je kunt wel horen, maar niet goed verstaan, kunnen we toch spreken van een luisterprobleem. Horen is slecht de eerste stap in het proces van spraakwaarnemening. Denk nog even terug aan Descartes. Wanneer de oren kunnen ‘horen’, hoeft de spraak nog niet te worden verstaan. Nadat de oren het geluid hebben opgevangen moeten de hersenen dit immers verwerken tot een betekenisvolle boodschap. Zelf ervaren Nederlanders die als ze luisteren naar iemand die in dialect spreekt. Ze horen de klanken wel, en het komt ze redelijk bekent voor, maar …. die boodschap. Dit deel van het proces wordt auditieve verwerking genoemd. Wanneer dit proces haperend verloopt kunnen we spreken van auditieve verwerkingsproblemen (AVP).

We kunnen auditieve functies uitleggen als “wat we doen met wat we horen” oftewel: het verwerken van geluiden, klanken en spraak.

Achtergrond geluid

Kinderen met auditieve verwerkings-problemen hebben aanzienlijk meer moeite met het ont sleutelen van de boodschap in ruimtes met veel achtergrond geluiden. Denk aan schuivende voeten, laatjes die open gaan, het tikken van een pen, het ruizen van de computers en ga zo maar door.  Ze verstaan anderen in een één-op-één-situatie zonder storende achtergrondgeluiden aanzienlijk beter. Ze vertonen vaak gedrag en communicatieproblemen die lijken op die van kinderen met een zekere mate van gehoorverlies, omdat zij bij achtergrondgeluid niet reageren op wat er gezegd wordt.

Het probleem kan variëren van lichte problemen met het verstaan van de ander in een (enigszins) lawaaiige omgeving, tot aanzienlijke problemen met het verstaan van spraak in dagelijkse situaties.

Het kind wordt dan overspoeld door omgevingsgeluiden en kan minder belangrijke geluiden niet negeren. Daardoor raakt het snel vermoeid, kan het slechts korte perioden achterelkaar luisteren en zich maar kort concentreren.

Overgevoeligheid voor geluid

Overgevoeligheid voor geluid komt vaak voor in combinatie met autisme en een verminderd gehoor, maar kan bijvoorbeeld ook voorkomen bij AD(H)D en dyslexie, of zich los daarvan voordoen.

Luistertesten kunnen aantonen dat geluid bij deze kinderen onbeschermd binnenkomt. (Maak maar het vergelijk met het gevoel alsof een tandarts een zenuw raakt.) Dit leidt begrijpelijk tot heftige reacties op wat hardere geluiden. Vaak ontstaat hierdoor angst voor geluid. Kinderen met deze problemen zijn voortdurend op hun hoede en vermijden situaties waarin kans is op harde geluiden. Ze lopen liever een blokje om als ze de fanfare aan horen komen of een straatorgel horen spelen. Ook de radio is tolerant tot op zeker hoogte en wanneer iemand hard en boos praat, krimpen ze bijna in.  Deze gehoordrempel gaat vaak samen met vermoeidheid. Kan het ene geluid in de ochtend nog wel worden getolereerd, soms kan het later op de dag echt niet meer. Het gevaar is dat ze zich hierdoor nog meer af gaan zonderen. Op school is een hoger geluidsniveau lang niet altijd te vermijden, waardoor deze situaties heel belastend en vermoeiend kunnen zijn.

Het gebruik van gehoor kappen kan tijdelijk verlichting brengen, maar brengt ook een groot gevaar met zicht mee. Het brein dat toch al moeite heeft met het verwerken van auditieve informatie gaat bij het gebrek eraan overcompenseren, waardoor juist deze kinderen ook door hun oorkappen heen nog geluiden blijven oppikken. Echter bij het afdoen ervan heeft het brein aanzienlijke tijd nodig om weer aan te passen op het ‘normale’ geluidsaanbod, waardoor ze nog meer informatie missen.

Vertraagde informatie verwerking

Het kan voorkomen dat kinderen moeite hebben om te begrijpen wat bedoeld wordt, ondanks een normaal IQ; ‘het kwartje valt niet’, of met vertraging.

Lang niet altijd is er een gangbare verklaring voor bovengenoemde problemen met het opnemen en verwerken van informatie.

Professor Tomatis heeft ontdekt dat het rechter oor dominant moet zijn, omdat de transmissie van geluid naar het taalcentrum in de linker hersenhelft veel korter is dan via het linker oor. Dit is de kortste weg van informatieverwerking.

Mensen met een links-dominant oor communiceren met een vertraging, omdat het geluid een langere weg aflegt via de rechter hersenhelft. Door deze omweg gaat (een deel van de) informatie verloren. Linker-oor-dominatie kan allerlei coördinatieproblemen met zich meebrengen bij lezen (dyslexie), schrijven en spreken (stotteren). **

Lokaliseren van geluid

Een auditief verwerkingsprobleem dat zich veelal voordoet bij kinderen met ADD/ADHD, maar ook bij kinderen met enkel AVP, betreft het lokaliseren van geluid. Ze zijn veelal niet in staat de richting van het geluid te bepalen.

Wanneer er een bepaalde hoeveelheid geluid op hen afkomt, kunnen zij deze geluiden niet analyseren. Zij luisteren met een vervorming, waardoor zij veel harder hun best moet doen om anderen te verstaan en te begrijpen in vergelijking met andere mensen.

Hierdoor kan het kind snel vermoeid raken en slechts korte perioden achtereen luisteren. Hoe goed het kind ook zijn best doet, het lukt hem niet om goed te luisteren, met het gevolg dat de motivatie om te luisteren daalt.

Vaak wil een kind echter wel zijn best doen om zijn aandacht bij de les houden, maar hij of zij kan dit niet. Er is dus sprake van onvermogen. Een dag op school is voor deze kinderen heel vermoeiend.

De logopedist

Bij twijfel is een stap naar een gespecialiseerde logopedist is een goede optie. Een logopedist kan een waardevolle bijdrage leveren aan het ontdekken, vaststellen en behandelen van problemen in de luistervaardigheid. Daarnaast is het van belang dat er onderscheid kan worden gemaakt tussen aandachtsproblemen, gehoorverlies en auditieve verwerkingsproblemen. Een uitgebreid onderzoek bij een audiologisch centrum, waaraan een logopediste ook een bijdrage levert, kan een luisterprobleem in kaart brengen. Dit onderzoek wordt vaak pas na de leeftijd van zes jaar afgenomen en bevat onder anderen een uitgebreide gehoortest en een spraak-taalonderzoek.

*Bron: Power Puber training, Sensikids
** Daar ik een onderzoek schrijfster ben, combineer ik verschillende bronnen tijden het schrijven van mijn blogs. Het kan zijn dat er stukken letterlijk zijn overgenomen, daar de schijfstijl en inhoud zeer sterk passen bij mij. Graag maak ik de lezer attent op de website: tomatis.nl/auditieve-verwerkingsproblemen

 

Twijfel je of je kind AVP heeft? Bekijk dan de Checklist voor auditieve verwerkingsproblemen, ga langs bij een logopedist of neem contact op met een Ambulant begeleider cluster twee.

Checklist voor auditieve verwerkingsproblemen bij kinderen van Keith (2000, in: Neijenhuis en Stollmann, 2003).

0  Gedrag als slechthorend kind ondanks normale gehoordrempel.
0  Regelmatig misverstaan; moeite met het onderscheiden van verschillende spraakklanken.
0  Moeite met het onthouden en manipuleren van fonemen (analyse, synthese).
0  Moeite met spraakverstaan in een rumoerige omgeving.
0  Zwak auditief geheugen; moeite met lange opdrachten.
0  Wisselend scorepatroon bij logopedische en psychologische tests.
0  Zwakke luistervaardigheid, merkbaar door verminderde aandacht voor auditieve informatie; snel afgeleid, onrustig in luistersituaties.
0  Wisselende reacties op auditieve informatie, niet altijd bewust van geluid/ auditieve informatie.
0  Conversatievaardigheid verbetert bij individuele benadering.
0  Stoornis in taalbegrip en/of taalproductie. Er kan een discrepantie zijn tussen taalproductie- en taalbegripsvaardigheden.
0  Moeite met het verstaan van personen, die snel praten, of met een onbekend accent/ dialect spreken.
0  Zwakke muzikale vaardigheden; geen melodieën of ritmes herkennen; zwakke prosodie in spraakproductie.

 

Een auditief verwerkingsprobleem is aanwezig als, ondanks een normale gehoordrempel:
0  Minstens vier van de criteria van de checklist aanwezig zijn.
0  Deze problemen langer dan zes maanden bestaan.
0  De auditieve vaardigheden slechter zijn dan verwacht gezien de kalenderleeftijd en andere (bijvoorbeeld visuele, non-verbale) vaardigheden.