**//sticky ads code//**

Soms zou je als ouder overal tegelijk willen zijn. Of over vier armen willen beschikken. Airbags voor kinderen. Bestaat zoiets? Zou het mogelijk zijn? Of gaat dat net iets te ver? En toch…

Bloedend hoofd en bleke broer

Twee weken geleden is ons dochtertje gestruikeld over de benen van grote broer en op een vensterbank terechtgekomen. Met haar hoofdje, net naast de rechter wenkbrauw. En al wat daarna is gebeurd, is een versnelde en wazige film. Ik herinner me nog vaag dat ze verschrikt riep “Ik heb bloed!” En ja, dat was er zeker. Een gapende hoofdwonde bloedt meestal nogal hevig.

En intussen zat het toevallige struikelblok lijkbleek verstopt achter het hoekje. Het was uiteraard zijn schuld niet, maar hij voelde zich wel schuldig en ellendig. Mijn vrouw liep als een kip zonder kop panisch naar overal en nergens. “Dit moet gehecht worden! We moeten naar het ziekenhuis!”
Het woord ‘ziekenhuis’ maakte het bloedende slachtoffer overstuur. “Ik wil niet naar het ziekenhuis!’ Toen bedacht mama dat de huisartsenpraktijk nog open was. Dat was dichter bij en je wordt sneller geholpen. Intussen vloeide het bloed nog vlot en zat bleke broer nog steeds verstopt. Dit is de samenvatting van 10 minuten. 10 minuten die schijnbaar een half uur hebben geduurd.

Pijnlijke prikactie

In de huisartsenpraktijk waren gelukkig nog twee artsen aanwezig. De ene mocht zich bekommeren om het prik- en hechtwerk en de andere hield het angstige hoofdje van ons dochtertje in bedwang,
De prik voor de verdoving was nog het pijnlijkst. Omdat de gapende wonde zich op een pijnlijke plaats bevond, was de spuit met verdoving goed gevuld. Ook dat leek schijnbaar langer te duren. 2 minuten waren er 10. De naald zat bovendien net naast de wonde en ook dat was behoorlijk pijnlijk. Denk ik.

Denk ik, want ik ben niet meer dan een verslaggever van wat bij de dokters is gebeurd. Iemand moest thuisblijven bij de toen nog steeds bleke broer. En ik ben blij dat ik dat mocht zijn. Ik ben geen held wanneer het om dit soort prikacties gaat. Dan voel ik de pijn. Dan wordt ik bleke papa. Ook al heb ik vanwege mijn chronische ziekte (ik heb al 15 jaar MS) al heel wat artsen gezien. En ben ik al vaak onderwerp van onderzoek geweest.

Trots en bewondering

Toen ze weer thuis waren, was alles gelukkig min of meer vergeten. Dochterlief leek wel een beetje trots. “Ik heb draadjes in mijn hoofd!” En mama was ook best trots op haar. Ze had zich bij de dokter tijdens
de pijnlijke prik en het hechten heel erg kranig gehouden. En ik had bewondering voor de koelbloedigheid van mijn echtgenote. Het moet niet eenvoudig zijn om je kleine spruit pijn te zien lijden. En om de dokter niet te slaan… Mijn vrouw had overigens de indruk dat de jongste dokter, die nog maar pas afgestudeerd is, het er moeilijker mee had. Hij was nogal bleek naar het schijnt. Gelukkig is hij niet achter het hoekje verdwenen.

Ons dochtertje was er van overtuigd dat de draadjes vanzelf weer zouden verdwijnen. Helaas was het niet mogelijk om op die plaats ‘verteerbare’ draadjes te gebruiken. Ik ben geen arts, het fijne weet ik er ook niet van. De volgende dag hebben we haar voorzichtig duidelijk gemaakt dat de dokter de draadjes er weer moest uithalen. Die teleurstelling heeft even voor traantjes gezorgd.
Een week later was het dan zover. Iedereen was een beetje zenuwachtig, zijzelf misschien nog het minst.
We hebben de stevige pleister er op aanraden van de dokter de hele tijd laten zitten. We wisten dus niet wat er onder te zien was… Misschien was zij wel blij om van dat vervelende gekriebel verlost te zijn?

Eind goed al goed

Nu kan ik afronden. De laatste etappe heeft niet voor pijn of problemen gezorgd. Alles ziet er in orde uit. Buiten een klein korstje is er amper nog iets aan te zien. En we hebben er allemaal een en ander uit geleerd.
Broer heeft een bloedfobie en houdt nu altijd zijn benen in het oog.
Zusje heeft een hoge pijngrens. Mijn echtgenote weet zich sterk te houden en ik… Ik hield thuis de wacht. Dat moet ook gebeuren. Toch?

Tot slot

De meeste ongelukken gebeuren thuis. Misschien moeten we verhuizen.
Auteur onbekend