**//sticky ads code//**

Onze zoon van negen is hoogbegaafd. Hij heeft zichzelf leren lezen toen hij net vijf was. Hij knutselt dingen in elkaar zonder handleiding. “Ik doe het wel op mijn manier. Dat gaat heel wat sneller!” Soms helpt hij ons met de constructie van een of ander gebruiksvoorwerp. Wanneer mijn vrouw en ik er kop noch staart aan krijgen. En we staan er bij en kijken er naar. “Zoals hij het doet is inderdaad logischer”. We zijn absoluut geen dwazen, maar soms wat onhandig. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Toch?

Intelligentie is niet altijd zaligmakend

Natuurlijk zijn we trots op hem. Nog nooit heeft hij op school minder dan 80% gescoord. Het commentaar op zijn schoolrapport is vaak praat voor de vaak. Ik vermoed dat de leerkracht zich soms moet afvragen ‘wat kan ik hier over zeggen?’ Het commentaar is dan vaak ook het zelfde. Prima, prachtig, goed en alle mogelijke superlatieven. Uiteraard verveelt hij zich regelmatig in de klas. Terwijl de andere leerlingen zich nog het hoofd breken over een moeilijke oefening, tuurt hij al werkloos in het rond. Hij heeft onlangs de toestemming gekregen om dan klasgenootjes te helpen. En dat doet hij met veel plezier en voldoening.

En toch is hij soms bloednerveus voor een test. Kan hij moeilijk slapen of eten. Weet hij zich geen houding te geven. Spoken heel wat vragen door zijn hoofd. ‘Wat zal de juf vragen? Zal ik geen fouten maken?’ ‘Waar zal ik zitten?’ En al dat piekeren maakt hem soms misselijk. Hij wordt dan bleker naarmate schooltijd nadert. Soms is hij totaal overstuur moeten thuisblijven.

En op veel begrip kunnen we niet altijd rekenen. ‘Waarom is hij zenuwachtig? Hij is toch slim genoeg?’

Het onderwijs in Vlaanderen wordt vaak geprezen omwille van zijn kwaliteiten.
Op alle niveaus. Heel wat Nederlanders vinden dan ook de weg naar middelbare scholen, hogescholen of universiteiten. Maar zoals bovenstaande struisvogelpolitiek illustreert: alles kan altijd beter.

Hoogsensitiviteit is ook een deel van wie hij is

We hebben de hoogsensitiviteit al ervaren toen hij kleuter was. Onverwachte of ongeplande gebeurtenissen maakten hem overstuur.  De kleinste details merkte hij op.

Hij nam dingen waar die anderen niet zagen. Hij kon de kleinste verschillen ruiken of proeven. Hij zou een prima kok zijn. Maar wat dat laatste betreft: indien we hem een opleiding voor kok laten volgen, ontketenen we een kleine familie-oorlog.

‘Dat is absoluut beneden zijn capaciteiten! Hij kan met gemak ingenieur of arts worden!’
Kan best zijn, maar wij denken vooral aan zijn geluk. Hij moet doen wat hij graag wil doen.
Heel wat mensen hebben vooral oog voor zijn intelligentie, zijn IQ zouden ze misschien graag op zijn voorhoofd schrijven. 140. In een zeer opvallende kleur. Dat IQ is niet meer dan een cijfertje. Een momentopname. En vooral: onze zoon is niet zijn IQ. Hij is heel wat meer dan dat, onder andere hoogsensitief. Maar dat wordt vaak flauw genoemd of gewoon niet meer dan een karaktertrek die er verder niets toe doet.

Een kind moet kind kunnen zijn

Toen we hem enkele jaren geleden hebben laten testen, hadden wij beter alleen gesproken over de hoogsensitiviteit die uit de testen is gebleken. En het resultaat van de IQ-test verzwegen. Want de reacties daarop hebben ons al zo vaak geërgerd.

“Je moet hem naar een schaakclub sturen. Of hem vreemde talen laten leren. Chinees bijvoorbeeld! Dat IQ moet je voeden!’
Onlangs is hij op een feest als volgt voorgesteld: “Dit is Jasper. Hij heeft een IQ van 140.” Meer was niet van belang. Misschien wil hij wel gewoon ravotten? En dat mag.

Binnenkort krijgt hij professionele psychologische begeleiding. Want hij staat bij wijze van spreken momenteel op ontploffen. Om de overdaad aan prikkels die hij te verwerken heeft te kanaliseren, is hij op dit moment een verzameling tics. En als we hem vragen waarom hij doet wat hij de hele dag door haast mechanisch doet, antwoordt hij, net niet huilend: “Dat weet ik niet.  Ik kan het niet laten, het moet gewoon…”

Dan ben je als ouder even het noorden kwijt. Dan kan dat overschatte IQ je gestolen worden. En wat zijn we blij dat voor die psychologische begeleiding amper een wachttijd was. Want je kind wil je helpen.

Tot slot
Ik weet dat ik niets weet. Dat maakt van mij de slimste mens van de wereld.
Socrates