**//sticky ads code//**

Onze zoon had een vriendje uitgenodigd om een nachtje te komen logeren. De kameraad had twee tassen bij, een grote en een kleine. In de ene zat een pyjama, een kussen, een toiletzak en een knuffelbeer. In de kleine, die werd gedragen als een kind, zat het belangrijkste. Ook een soort knuffel genaamd iPad.

Spelen en praten tot in de late uurtjes

Ik weet nog, redelijk vaag intussen, dat ik als kind genoeg had aan allerlei spelletjes. Vaak spelletjes die niet voorgekauwd uit een doos kwamen, maar uniek uit mijn hoofd. Of uit het hoofd van de kameraad die kwam logeren. Mijn ouders hadden met de grootste zorg een bed voor de logé klaargemaakt. Want hij moest toch goed kunnen slapen na een dag spelen.

Maar veel belangstelling voor slapen was er niet. We hadden nu eens de kans om wat langer op te blijven en dus lieten we die kans niet onbenut. We praatten en lachten tot in de late uurtjes. Tot mijn vader of moeder kwam zeggen dat het echt wel tijd was om te slapen. “Het is bijna middernacht!”   En dat was voor ons dan eerder een aanmoediging om nog even door te gaan. Want zo laat was het zelden. En middernacht had iets magisch. Zelden zagen we de twee wijzers van de klok als versmolten verticaal omhoog wijzen. ‘s Morgens hadden we kleine oogjes en heel wat minder te vertellen. Maar we had van ons toch geamuseerd.

Vroeger is (helaas?) voorbij

Ik had in mijn hoofd enkele spelletjes uitgedacht, terugdenkend aan lang geleden. Maar dat was dus totaal nutteloos. En het was ook wel een erg duidelijke, misschien te duidelijke, bewustwording dat vroeger voorbij is. Mijn spelletjes waren overbodig, want er was de iPad. Die zat vol spelletjes die ik niet kon en niet wou bedenken. In mijn versie kreeg je een punt wanneer je de ander aan het lachen kon brengen. Niet wanneer je de alien kon doden.

We hebben een hele hoop gezelschapsspelletjes. Maar die werden met gefronste wenkbrauwen bekeken door de gast. Hoewel, om volledig te zijn, een doos mocht wel geopend worden. ‘Schattenjacht’. Een persoon moet dan een batterij met een schatkist rond verstoppen in huis. De ander krijgt een ‘zoeker’. Dat ding, ook een batterijvreter, begint te piepen en piept met een hogere frequentie naarmate je dichter bij de schatkist komt. Dat wilde hij wel even proberen. Omdat het piepte, veronderstel ik.

Generatiekloof

Ik weet wel, het is een normale gang van zaken. Noem het de generatiekloof. Maar ik kan het niet laten om op zoek te gaan naar bruggen over die kloof. En sommigen willen soms mee oversteken en anderen hebben er helemaal geen zin in. Aan de andere kant is het volgens hen saai, vervelend of ouderwets. Zij blijven liever aan de moderne multimedia-kant. Waar het piept.

Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen. En gelukkig is onze zoon een van hen. Uiteraard vertoeft hij ook wel eens graag aan de moderne kant van de kloof, hij is een kind van zijn tijd en wil niet onderdoen. Maar hij steekt af en toe de brug wel eens over. Ik kan hem nog bekoren met fantasie. Fantasie uit mijn hoofd in de vorm van verhalen of spelletjes. En ik denk dat zoiets wordt overgedragen.

Terwijl ik deze tekst schrijf is hij ridder aan het spelen. Om zijn kleine zus te beschermen. Want zij is prinses. Daar had zijn kameraad waarschijnlijk hartelijk om gelachen.

Elementaire beleefdheid en de rol van ouders

De kloof buiten beschouwing gelaten: is het niet onbeleefd, getuigt het niet van weinig respect of interesse in wat de andere -in dit geval onze zoon- wil doen of leuk vindt? Mijn echtgenote is met de twee knapen richting bowling getrokken. Zodat onze zoon toch even iets anders kon doen dan toekijken hoe de ander zijn iPad knuffelde. Misschien heeft zijn kameraad zich ginds ingebeeld dat de kegels aliens waren? Zou kunnen.

Ouders spelen in heel deze kloof-historie een tamelijk grote rol. Ouders met een erg drukke baan of ouders zonder enige fantasie, vinden het waarschijnlijk makkelijk en vanzelfsprekend dat hun kind een ‘schermplakker’ wordt. En wat de beleefdheid betreft: er zijn maar weinig kinderen die dat zichzelf aanleren. Ik wil zeker niet beweren dat wij perfecte ouders zijn. Maar toch: onze zoon vindt zelf dat zijn kameraad weinig belangstelling toonde. “Ik zou nooit een iPad meenemen als ik ga logeren.” Liever een gezelschapsspel? Zou kunnen.

Tot slot

Om te eindigen een tekstje dat ik schreef als zestienjarige.
‘Later als ik groot ben, dan… Vroeger was het beter.’