**//sticky ads code//**

Mijn dochter komt aanrennen over het schoolplein.
‘ Mama, mag Renske bij mij spelen?’
‘ Ja hoor lieverd, waar is Renske?’
‘ Die staat daar.’
We lopen het schoolplein over naar Renske en haar moeder. Intussen rukt onze hond mijn arm zowat uit de kom. Zoveel ballen en andere rondvliegende voorwerpen. Hij vliegt van links naar rechts en is nauwelijks te houden.
Renskes moeder doet een stapje achteruit als we bij ze aankomen. Ze vindt de hond wel leuk, maar heeft een witte broek aan en moet zo nog naar een afspraak. Witte broeken zijn een ‘no go’ met onze onstuimige, langharige lobbes met modderpoten en kwijlbek.
Renske lijkt op haar moeder. Ze ziet er altijd heel netjes uit: zwarte college schoenen en een lichte broek met een jasje. Renske heeft rood haar, in een keurige bob geknipt, sproeten en groene ogen die altijd lijken te lachen. Renske en mijn dochter zijn heel verschillend, maar kunnen het goed vinden samen. Ze hebben dezelfde humor en liggen constant in een deuk.
Mijn dochter lijkt ook op haar moeder, maar die heeft meer weg van Floddertje…
We gaan schoon en fris op pad maar het lukt vaak niet erg lang om zo te blijven. Bij ons thuis is het liedje uit de musical: ‘Ja ik ben Floddertje en ik ben altijd viehiehies!’ dan ook lange tijd favoriet geweest.
De dametjes staan nu ook alweer te giechelen en ik spreek met Renskes moeder af dat ze haar om vijf uur komt halen.
Eenmaal thuis gaan de meiden boven spelen. Een hoop gegil en gelach. Tot ze samen de tuin in komen lopen.
‘ Mam..eeeh… Milan had kauwgom getrakteerd. Enne dat mochten we niet opeten van juf, dus hebben we dat net gedaan. We moesten het natuurlijk eerst vragen, maar dat waren we vergeten.’
‘ En toen lagen we dus op de grond. En toen moesten we heeeel hard lachen. En toen viel het bij Renske dus uit haar mond in haar haar.’
Ze kijken allebei zo onschuldig mogelijk en proesten het dan uit.
Renske staat voor me. Eén kant van haar boblijn zit tegen haar hoofd geplakt met een enorm bonk roze kauwgom.
In een reflex kijk ik op de klok in de keuken. Kwart over vier. Ik heb nog drie kwartier.

Gelukkig is er Google.
Kauwgom uit haar’  levert ‘pindakaas’ op als resultaat.

Dat heb ik in huis.
Als drie kwartier later de bel gaat lever ik Renske af aan haar moeder. Haar haar is kauwgomvrij. Het hangt in vette slierten langs haar gezicht en het ruikt naar pindakaas. Met warme wangen van het kauwgom pulken leg ik luchtig uit wat er gebeurd is. En dat ik geen tijd meer had om het te wassen.

Geen probleem.
Giechelend nemen de dames afscheid.
Opgelucht doe ik de deur dicht en kijk mijn dochter quasi boos aan. Ze kan haar glimlach niet onderdrukken als ze zegt: ‘ Nu moeten we zeker even praten, hè mam..?’