**//sticky ads code//**

Isabel is taalvaardig voor haar leeftijd. Hartstikke fijn natuurlijk. Ze kan gedetailleerd aangeven wat er aan de hand is, dus de communicatie verloopt vlekkeloos. Nou ja, meestal dan. Vol trots luister ik als ze haar avonturen op de crèche aan opa vertelt of als ze “voorleest” aan Sebastiaan. Verbluffend trouwens, dat ze een boekje – als wij het pakweg een keer of vijf hebben voorgelezen – bijna letterlijk kan navertellen. Inclusief de intonatie die wij – al dan niet bewust – daarbij hebben gebruikt!

Die taalvaardigheid heeft ook een keerzijde: ze kletst je de oren van je kop! Minutieus wordt verteld wat ze doet en wat ze gaat doen. “Ik vind dit koekje echt lekker papa.” “Papa, pop is moe en gaat even slapen.” “Papa, ik moet plassen, ik ga nu naar de WC.” “Papa, ik vind je zo lief.” Wel gezellig hoor, het is geen moment stil bij ons thuis. Alleen als ik probeer geconcentreerd te thuiswerken, is het wat minder geslaagd. Soms probeer ik het te negeren en tot achtergrondruis te bombarderen. Mezelf inprentend dat het gewoon constateringen zijn, dat mij niets wordt gevraagd en dat ik dus ook geen antwoord hoef te geven. Soms werkt dat. Een andere keer leg ik uit dat papa moet werken en of ze daarom stilletjes wil gaan spelen. Met de toevoeging dat papa nu echt even moet opletten, omdat anders de meneer van het werk boos wordt. Dat helpt! Meestal een minuut of vijf.

Het zou fijn zijn als Sebastiaan dezelfde rapportage vaardigheden gaat vertonen. Met twee kleine kinderen in de buurt komt er van thuiswerken namelijk toch al niets terecht. Ik hoef dan niet meer de hele tijd in de gaten te houden of er ergens gevaar dreigt. Ik kan dan gewoon rustig een krantje gaan lezen en hoef alleen maar mijn oren gespitst te houden. Want hij zou zijn eigen alarm zijn! Een “papa, ik sta nu te wankelen op een gammele stoel die ik op de rand van de tafel heb gezet” zou nog precies genoeg tijd geven om in te grijpen…