De dochter van Astrid heeft op de basisschool een visueel probleem. Het duurt lang voordat dit probleem wordt gevonden. De weg naar het juiste loket met de juiste hulp is lang, heftig en soms bizar. Dit verhaal wordt verteld in een twaalfdelige reeks. Vandaag het vierde deel.

Een geniaal vestzak-broekzak verhaal

Het verslag. De diagnose. De psycholoog en zijn verhaal. Ik lig er van wakker. Er is een duidelijk patroon. Het verhaal van de psycholoog is een geniaal vestzak-broekzak verhaal. Met zijn aanpak heeft onze dochter jarenlang een RT’er nodig en moet ze nog jarenlang ‘behandeld’ worden voor dyslexie. Er valt ons iets op. Hij stelt vast en hij behandelt. Dat doet hij ook bij dyslexie, een hardnekkige leesstoornis die nooit overgaat. Eigenlijk heeft hij voor alles wel een mannetje of een connectie.

De verwarring over de diagnose duurt een dag om precies te zijn. Dan gooi ik het rapport bijna in de open haard. Niet echt natuurlijk, ik bewaar het heus wel. Maar ik kijk naar mijn dochter en weet dat het hele rapport nergens op slaat.

Langzaam begint het besef te komen dat we er bijna ingetrapt zijn. Deze mensen, deze professionals, zijn er niet om de kinderen centraal te stellen en te helpen. Het draait gewoon om geld. Overigens is het niet erg als mensen een salaris verdienen met echte hulpverlening aan kinderen. In dit geval wordt ons kind niet geholpen om te groeien. Als wij zijn adviezen opvolgen groeit alleen maar zijn bankrekening, ten koste van onze dochter. Dat is misselijkmakend.

Er is werk te doen en veel ook!

Genoeg nagedacht. Er is werk te doen en veel ook. Om te beginnen op medisch gebied. Met dit dossier staan wel alle deuren wagenwijd open. De huisarts zorgt er persoonlijk voor dat we overal met voorrang terecht kunnen.

Kinderarts, kinder-neuroloog, neuro-psycholoog, audiologisch centrum, we komen overal. De eerder gemaakte MRI-scan van haar hersenen wordt opnieuw goed onder de loep genomen, nu ook door de kinder-neuroloog. Alles wordt gezien, besproken, getest.
De kinder-neuroloog overlegt met de neuro-psycholoog. Zij kunnen ook niets vinden. Ze stellen voor om haar verder te laten testen op een TOS (Taalontwikkelingsstoornis). Wij moeten daar nog over nadenken. De audioloog is tevreden, onze dochter kan goed horen.

Wat een onzin!

Na een paar afschuwelijke maanden met heel veel onnodige zorgen, talloze onderzoeken, slapeloze nachten en grijze haren kunnen we opgelucht ademhalen. De samenvatting van het ziekenhuis klinkt fantastisch in onze oren: Wat een onzin!
De kinderarts kent onze dochter al meer dan een jaar en laat zich zeer kritisch uit over het rapport van de psycholoog en de voorbarige conclusies. Dat gaat in het ziekenhuis wel anders. Voordat dergelijke uitspraken worden gedaan, is er uitgebreid overleg met alle betrokken specialisten. Zomaar iets roepen vindt ze onacceptabel.

De kinder-neuroloog kijkt er niet eens echt van op. Geregeld onderzoekt zij kinderen die met dit soort diagnoses naar huis zijn gestuurd. Bizar vind ik dat. Wat zou dit geneuzel de hele gezondheidszorg kosten?
Eigenlijk vind ik dat deze man gestopt moet worden. De energie en de tijd ontbreekt echter. Dit hele verhaal is namelijk gestart omdat we op zoek zijn naar hulp voor het schoolse leren. Naast de overbodige medische mallemolen moeten we ook op school flink aan de bak. Want met dit verslag komen we opnieuw geen stap verder.