**//sticky ads code//**

Maartje gelooft in opvoeden zonder straf. Een vraag die haar vaak gesteld wordt in dit kader is, “maar een kind heeft toch grenzen nodig? “Maartje legt uit dat niet straffen niet betekent dat je geen grenzen aangeeft. Maartje vertelt hoe je grenzen kunt aangeven zonder straf, positief opvoeden.

Straffen is voor veel ouders een natuurlijke manier om een kind te laten doen wat we graag willen. Misschien effectief, maar straffen heeft ook andere consequenties. Stel je voor dat een kind stennis maakt als hij naar bed moet. Dan kun je als ouder zeggen: “Als je nu niet luistert, dan lees ik niet voor.”
Dat is wat ik deed. Als Jip dan stampij bleef maken, was ik consequent en voerde de straf uit. Wat voelde ik me ellendig als ik hem vervolgens huilend naar bed bracht. De gevolgen van de straf die ik gaf: mijn intieme moment met Jip was weg, Jip was verdrietig, hij was boos op mij en hij was nog minder gemotiveerd om mee te werken. Andere gevolgen van straf geven kunnen zijn dat een kind zich rot voelt over zichzelf of dat ouder en kind in een machtstrijd terechtkomen.

Ten slotte leert een kind conflicten op te lossen door dreigen, dwingen en straffen. Dit in plaats van gezamenlijk zoeken naar een oplossing die beiden aanstaat.

Allemaal dingen die je waarschijnlijk niet wilt als ouder. Wat dan te doen, als je niet meer wilt straffen? Wat er nu gaat komen, is voor mij geen natuurlijk gedrag. Ik moet er heel hard voor werken, maar als het lukt, werpt het onmiddellijk zijn vruchten af. In eerste instantie ga je de gevoelens van je kind erkennen. Om vast te houden aan het voorbeeld: naar bed gaan is niet leuk. Je bent alleen, je ligt in het donker, het is doodsaai, misschien is het wel eng of koud, verzin maar… Je kunt dit allemaal aangeven aan je kind. Laat hem zien dat je begrijpt dat naar bed gaan geen pretje is.

Toen wij dat voor het eerst deden, merkten we dat Jip ontspande: hij hoefde geen moeite meer te doen om duidelijk te maken hoe verschrikkelijk naar bed gaan is. Vervolgens vertel je wat de regel is. “De kinderen in dit huis gaan om half acht naar bed. Dan is er genoeg tijd om te slapen en ben je morgen weer uitgerust om te spelen.” Wat helpt om een kind te stimuleren om mee te werken is fantasie te gebruiken. Daardoor gaat je kind zich beter voelen en zal hij makkelijker meebewegen.

Gebruik fantasie

Een kind beseft dat papa of mama hem echt wel blij wil maken, maar dat het nu eenmaal bedtijd is. Zo hebben wij een keer gefantaseerd dat Jip ons naar bed zou brengen. Hij vond het prachtig en schakelde daarna vrij gemakkelijk naar het bedritueel.
Wat ook helpt is humor gebruiken of een spelletje maken van de gebeurtenis. Gisteren hebben we nog met het hele gezin meegehuild: “We willen niet naar bed!!!” Er gebeurde iets onverwachts, Jip schoot in de lach en de rest ging vanzelf.
Door op deze manier met een grens om te gaan, leert je kind dat hij best ergens geen zin in mag hebben (zijn wil doet ertoe), maar dat er wel regels zijn. Papa en mama begrijpen hem niet alleen, ze willen het ook plezierig maken. Hij beseft dat naar bed gaan ook best leuk is: papa en mama zijn even alleen met hem bezig. Wij ouders willen heel graag dat onze kinderen het fijn hebben, maar gelukkig willen onze kinderen het ook graag ‘goed’ doen voor ons. Met dat laatste kunnen we ons voordeel doen.