**//sticky ads code//**

Hooggevoelige kinderen en de dood

Het is 10 november 2001. Mijn vader is deze week overleden en deze dag nemen we met de familie en dierbaren afscheid van hem. Gijs, mijn jongste zoon van 4 jaar, loopt samen met zijn neefjes en nichtje naar zijn laatste rustplaats.

Wanneer de ceremonie klaar is, lopen we met z’n allen terug. Gijs loopt samen met ons helemaal achteraan. Hij is wat onrustig en kijkt steeds achterom, terwijl ik op dat moment in gedachten verzonken ben. Opeens zegt hij:” Opa loopt achter ons aan!” Ik ben gelijk uit mijn gedachten en met volle aandacht bij mijn kind en zijn woorden. Ik vraag hem: “ Hoe bedoel je?” Hij herhaalt zijn zin en kijkt nogmaals achterom. Een ding is mij direct duidelijk, ook al zie ik niets, ik geloof hem! Sterker nog, ik weet dat het klopt. We lopen al pratende door. “Wat wil opa?”, vraag ik Gijs. “ Opa wil met ons mee. Hij loopt met meerdere mensen achter ons aan.” Dan moeten we het gesprek even laten rusten, want de plicht als dochter roept mij.

Wanneer we aan het einde van de dag naar huis rijden en met de auto op de oprit staan, begint Gijs helemaal in paniek te gillen. Duidelijk is dat hij niet het huis in wil, voordat alle lampen in het hele huis aan zijn. Met grote ogen zit hij achterin de auto. Dit gedrag ken ik niet van hem, ik heb hem nog nooit zo angstig gezien. Op de vraag waarom alle lampen aan moeten, antwoordt hij: “ Opa is in huis met allemaal andere mannen”.

Nou is mijn vader plotseling overleden, hij is snel heen gegaan. Geen tijd van afscheid nemen voor hem en ons. Voor Gijs eerst moeilijk te bevatten en ook eigenlijk weer niet, want opa is gewoon nog steeds aanwezig!

Ik stap de auto uit en ga het huis verlichten. Ook bij mij spookt er van alles door mijn hoofd. Lastig is dat ik niets zie, maar wel weet dat het gewoon klopt. Ik neem Gijs heel serieus! Ik haal hem uit de auto en loop samen met hem naar binnen. We gaan op de bank zitten en ik geef hem tijd en ruimte, om te laten komen wat er komen mag. Er gebeurt die avond niets meer. Ik blijf bij hem, geef hem veiligheid. Uiteindelijk valt hij in mijn armen in slaap. Ik realiseer me dat het voor hem een enerverende dag was en – achteraf –  het begin van mijn spirituele reis.

Nieuwetijdskinderen kunnen paranormale ervaringen hebben. Ze kunnen zien, horen, voelen, ruiken, proeven en weten. Gijs had hier een eerste voor mij merkbare ervaring met zijn overleden opa. Dit was ook voor hem het begin van een bijzondere reis met zijn opaatje. Hierna volgden namelijk nog vele contactmomenten. Opa kwam regelmatig bij hem op bezoek.

Gijs had op aarde een bijzondere band met hem. Opa begreep hem helemaal en samen ondernamen ze bijzondere activiteiten. Eenmaal in een andere dimensie schrok Gijs niet van zijn aanwezigheid, maar vooral van “die anderen” die ook mee kwamen. Dat was heftig, heel heftig. Ik heb ’s nachts heel wat met hem gezeten. Soms rustig, soms in paniek. Gijs zag, hoorde en wist. Gijs deed wijze uitspraken voor zijn leeftijd.

Het is belangrijk voor deze kinderen dat je naar ze luistert en ze serieus neemt. Laat ze vertellen wat ze zien en vraag hoe het voelt. Kan het kind het op dat moment aan, wil het dit toestaan? Wanneer het onveilig voelt mag je liefdevol vragen of deze zielen het kind de ruimte willen geven door weg te gaan. Voelt het goed, dan kan er contact zijn.