**//sticky ads code//**
Boekentip | Super Granny

Boekentip | Super Granny

Deze week als boekentip een gratis Ebook. Super Granny. Megan en Granny beleven allerlei grappige avonturen in dit voorleesboek voor oma’s en kleinkinderen.

Iedereen wil wel een superheld in de familie. Je maakt dan tenminste nog eens wat mee. Megan Havervlok heeft alleen geen familie. Ze woont in een weeshuis en dat weeshuis staat ook nog eens in Polderdam, het saaiste dorp van Nederland. Dan wordt het wel lastig om iets spannends te beleven. Maar op haar achtste verjaardag komt daar verandering in. Op die dag komt Granny op bezoek. Granny heeft hulp nodig, met tellen en rekenen, met eitjes bakken en… met het beleven van avonturen. Granny is namelijk superheld van beroep. Meg houdt wel van avonturen. Ze biedt aan om Granny te helpen en dat levert een bonte verzameling op van verhalen, het ene nog mooier en grappiger dan het andere. Meg heeft ze allemaal opgeschreven, zodat het een heel boek is geworden, een prachtig boek zelfs, dankzij de voorplaat van de bekende tekenaar Gerard Monster, een boek waaruit oma’s kunnen voorlezen en waarvan hun kleinkinderen kunnen genieten en vooral vaak om kunnen lachen. Voor oma’s en hun kleinkinderen, van 9 tot 99 jaar.

Het boek is gratis downloaden

Als de geit leert zwemmen

Als de geit leert zwemmen

Specifieke aandacht voor de kwaliteiten van een kind is enorm belangrijk. Enerzijds zodat een kind zich goed kan ontwikkelen en anderzijds om kinderen voldoende zelfvertrouwen te tegen.

Ieder kind heeft talenten. Er zijn dingen waar iemand goed in is, maar ook dingen die iemand moeilijk vindt. Hoe voelt het, als iets telkens mislukt? Je krijgt minder motivatie, minder zelfvertrouwen. Of misschien zelfs faalangst. Voor kinderen is dit heel herkenbaar.

Geit leert zwemmenOoit was er een tijd dat alle dieren naar school gingen. Allemaal moeten ze leren zwemmen, vliegen, rennen en klimmen. Maar geen enkele leerling krijgt het voor elkaar om alles te kunnen. De eend kan goed zwemmen, maar het lukt hem niet om in de boom klimmen. De olifant kan niet vliegen, de geit kan niet zwemmen… Sommige dieren oefenen tot ze er bij neervallen, anderen twijfelen aan alles en weer andere dieren worden opstandig. De eend heeft zó hard geoefend met klimmen, dat ze spierpijn heeft. Nu kan ze niet meer goed zwemmen. Uiteindelijk kan geen enkel dier iets heel goed meer. De meesters vertrekken, ze geven de moed op. De leerlingen weten eerst niet wat ze moeten doen, ze gingen doen wat ze eerder deden. En ieder deed zijn ding perfect.

Deze dierenfabel is een grappig pleidooi dat alles op dezelfde manier aanleren niet leidt tot perfectie

[bol_product_links block_id=”bol_569ac96ec2da6_selected-products” products=”9200000038285928″ name=”boekentip” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Boekentip | Hoogbegaafd

Over hoogbegaafdheid doen nog altijd veel misverstanden de ronde. Hoogbegaafde kinderen en jongeren zouden op school een lui lekker leven leiden, en hun ouders mogen zichzelf gelukkig prijzen met een “succesgarantie'” in huis.

Toch zijn hoogbegaafde kinderen vaak juist erg kwetsbaar en hebben ze groot nood aan begrip en een aangepaste begeleiding, zowel op school als thuis. Hoogbegaafheid is géén luxeprobleem.

Hét basisboek over hoogbegaafdheid in een volledig geactualiseerde editie.
Vijf jaar na de publicatie van Hoogbegaafd brengt expert dr. Tessa Kieboom een volledig geactualiseerde uitgave, aangepast aan de recentste wetenschappelijke stand van zaken, met nieuwe inzichten en achtergronden. Dit basisboek geeft een antwoord op veelgestelde vragen als: wat is hoogbegaafdheid precies? Hoe wordt de diagnose gesteld? Wat zijn de gevolgen van hoogbegaafdheid? Hoe ga je het beste om met hoogbegaafde kinderen?  In het boek komen veel praktijkvoorbeelden aan de orde. Een mooie naslagwerk bij het het opvoeden en begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.

Klieren en wiebelen is reuze nuttig!

Klieren en wiebelen is reuze nuttig!

Kinderen die maar niet stilzitten, ze zijn lastig en veroorzaken onrust. Dat wiebelgedrag komt echter ergens vandaan en heeft een functie, zeggen pedagogen Carmen Lamp en Monique Thoonsen in hun boek ‘Wiebelen en friemelen in de klas’.

Wat moet je met kinderen die door hun anders-zijn de les verstoren? Pedagoog Carmen Lamp en pedagoog en fysiotherapeut Monique Thoonsen willen het van de daken schreeuwen: die kinderen zetten juist allerlei trucjes in om bij de les te blijven. Die brengen onbewust het tekort of te veel aan prikkels (denk aan lesstof, geroezemoes, geschreeuw op het schoolplein, geschuif met stoelen) in balans. Maar dat moet je wel kunnen zien.

Er zijn zo veel manieren om naar kinderen met afwijkend, storend gedrag te kijken en ze beter te kunnen begeleiden. Zet een ‘zip-bril’ op, zeggen ze, wees je bewust van de vele prikkels die bij kinderen binnenkomen en hoe die worden verwerkt. Dan zie je of een kind overprikkeld is, of misschien wel onderprikkeld. Of dat het zelf al oplossingen heeft gevonden. Zo wordt zo’n lastig wiebelkind ineens een kind dat eraan werkt om bij de les te blijven. En blijkt dat capuchonjochie zichzelf te beschermen tegen wat er te veel aan prikkels binnenkomt.

Lamp en Thoonsen geven in hun boek strategieën en wijzen op hulpmiddelen. Van wiebelkussens (houdt spieren van onderprikkelde leerling actief, zorgt voor extra alertheid en betere concentratie) en gehoorbeschermers (kalmerend voor overprikkelde leerlingen) tot kauwkettingen (kauwen, sabbelen of zuigen werkt activerend voor onderprikkelde leerlingen en dempend voor prikkelgevoelige).

Ze gebruiken de ‘discotheek’ als metafoor van de hersenschors waar prikkels zich aandienen: iedereen verdringt zich om er binnen te komen, maar de portier bepaalt wie erin mag: eerst de vips (gevaar!), dan de zeer interessante prikkels (ik ruik vers brood, lekker) en de nuttige (regendruppel, shit).

De saaie prikkels (bril op je neus, vaste prik) komen er niet in. Het succes van de discotheek staat of valt met het deurbeleid van de portier. Laat hij niemand binnen, dan gaat de discotheek failliet. Mag iedereen naar binnen, dan wordt het te vol. Met het handboek kunnen docenten een portier ondervangen die het laat afweten.

Wat opvalt, is dat jullie een lans breken voor het onderprikkelde kind. Jullie leggen uit dat die wiebelende kinderen niet irritant druk zijn, het is hun manier om bij de les te blijven. Toch is de standaardreactie van docenten al snel: ‘Hou eens op met dat gewiebel!’
Thoonsen: „Dat onbegrip gaat me aan het hart. Ik weet dat een goed geïnformeerde leerkracht kan zien dat het kind zijn best doet om zich staande te houden. Het komt voor dat kinderen waar zo veel in zit, de hele tijd te horen krijgen dat ze te druk zijn, of juist te sloom. Ze worden vaak negatief benaderd, omdat de leerkracht informatie tekort komt. Terwijl elk kind het graag goed wil doen. Het moet bekender worden dat overof onderprikkeld de oorzaak van dit gedrag kan zijn.” „Overprikkeld, dat kent iedereen inmiddels.

In steeds meer klassen worden rustige plekjes ingericht en wordt er gebruikgemaakt van gehoorbeschermers. Maar je hebt ook de slome, ongeïnteresseerde kinderen; dat is een miskende groep. Ze zijn niet ongeïnteresseerd ongeïnteresseerd of lui, maar hebben meer prikkels nodig. Beweging. Laat ze een rondje om de school lopen. Of de trap op- en afrennen, daar heb je twee uur profijt van. Ze moeten zo lang stilzitten, en de kinderen die zelf onbewust de balans zoeken, dat zijn dan die wiebelkinderen.”

Lamp schuift een artikel over tafel, met als kop ‘Springend in de klas leert kind beter’. „Het is geweldig dat het ook door onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen is bewezen. Bewegen in de klas kan zo’n goede oplossing zijn.”
Jullie richten je op basisschoolleerlingen en hun docenten. Waarom? Thoonsen: „Hoe ouder je wordt, hoe meer keuzes je kunt maken om het deurbeleid van de portier in balans te houden. Je kiest een sport die bij je past, een opleiding. Juist op de basisschool zit je in die mal van ‘het gemiddelde’.

Maar er zíjn geen gemiddelde kinderen. Er moet meer worden gekeken naar datgene wat afwijkend gedrag veroorzaakt.
Dan kun je het ombuigen van ‘Hou daarmee op!’ naar ‘Dit is wat je nodig hebt, hoe zorgen we ervoor dat de klas er geen last van heeft?’.” Als het aan jullie ligt, moeten docenten met hun volle klassen, leerdoelen en bureaucratie ook nog een ‘zip-bril’ op en voor elk kind een aanpak op maat verzinnen. Zitten zij daar op te wachten? Lamp: „De reacties zijn positief. Docenten zeggen: te gek, nu snappen we het beter.”

Thoonsen: „Het duurt even voor het normaal is om op deze manier naar kinderen te kijken en oplossingen te vinden voor storend gedrag, maar uiteindelijk zal dit het leerrendement verhogen. En je kunt ervan uitgaan dat kinderen te veel zitten. Je kunt meer zintuigen inzetten dan alleen ogen en oren.”
De leraar moet ook naar zichzelf kijken, stellen jullie, want die kan ook onder- of overprikkeld zijn.
Thoonsen: „Elke leerkracht is anders en dat is van invloed op de interactie in de klas.
Als je als prikkelgevoelige docent een klas hebt met veel prikkelzoekende kinderen, dan moet je echt doorbijten. In de fysio- en ergotherapie zijn we er al langer mee bezig, we willen het nu de school in brengen, zonder labels als ‘die heeft adhd’, ‘die is autistisch’ of ‘die heeft ODD’. Iedereen heeft zijn prikkelverwerking.

Klieren en wiebelen is reuze nuttig is een echter aanrader om te lezen voor ouders en docenten. Het geeft je interessante inzichten en laat je kinderen beter begrijpen. 

[bol_product_links block_id=”bol_5683fec6dfb63_selected-products” products=”9200000041032852″ name=”boekentip” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Kenny

Kenny

Spelend leren, dat werkt altijd goed! De app van deze week is Kenny. De leukste kleuter app om spelenderwijs te leren! De moeite waard voor kinderen uit groep 1 tot 3.

Speel samen met Kenny uitdagende spellen vol vrolijke muziek en gekke dieren die verstopt zitten achter bomen en struiken. De app laat kinderen kennismaken met schrijfbewegingen, logische reeksen, associëren van categorieën en ruimtelijke oriëntatie.

iPad schermafdruk 1Kenny  
Kenny komt nog maar net uit een ei en kan nog niet vliegen. Toch wil hij graag naar de koekoeksklok. Kinderen kunnen hem helpen door alle spellen te spelen en wolkjes te verzamelen. Als ze alle vier de wolken hebben verzameld, dan kunnen ze met Kenny naar de koekoeksklok. Daar kunnen jullie samen zingen en andere gekkigheid uithalen.

Er zijn 4 afzonderlijke spelletjes met elk hun eigen doel, met een drietal levels. De beloning na een goed voltooit spel is een wolk. Elk spel kunnen kinderen zo vaak spelen als ze willen.

Steiger Draaien
Het doel van dit spel is de steigers draaien zodat Kenny zonder nat te worden, naar de overkant kan lopen.

Fruit sorteren,
Het doel van dit spel is rijp fruit in de goede manden te laten vallen.

Stenen leggen
Stenen leggen met als doel, het in de goede volgorde leggen van de stenen, zodat Kenny over de stenen kan
springen zonder nat te worden.

Niet van ’t pad raken
Doel van dit spel is zonder de randen aan te raken, Kenny naar het einde van de pad brengen.

De verschillende oefeningen dragen bij in het ontwikkelingen van ruimtelijk inzicht, associëren van categorieën, logische reeksen en  schrijfbewegingen

prietpraat app google play prietpraat app

Playmobil Share the smile

Playmobil Share the smile

Wie is er niet groot mee geworden? Playmobil. Al 40 jaar is het Playmobil poppetjes het favoriete speelgoed van menig kind. Een simpel maar lumineus idee: twee stipjes en een komma. De rest is geschiedenis.

Er zit een zekere humor in om precies op het hoogtepunt van de energiecrisis een figuurtje met een vriendelijke glimlach op de markt te brengen. In een mum van tijd hebben die kleine, eenvoudige personages met het legendarische kapsel de wereld veroverd en in de speelgoedbranche een revolutie ontketend.

PlaymobilKlein1Hans Beck ontwierp in 1974 een uniek concept, gebaseerd op een volledig modulair spelsysteem. Het idee is even briljant als eenvoudig: door de onderling verwisselbare accessoires verandert de cowboy in een handomdraai in een indiaan. Wereldwijd verzonnen kinderen zo oneindig veel verhalen en is spelen met PLAYMOBIL in het collectieve geheugen gegrift.

PLAYMOBIL heeft inmiddels de cultstatus bereikt. Dit boek is de gelegenheid bij uitstek om de 40 ingrediënten van dat succes te ontdekken.