**//sticky ads code//**
Tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Je weet of denkt dat je kind wordt gepest. Wat kun je doen?  Welke vragen kun je stellen, hoe reageer je en hoe heb je een opbouwend gesprek waardoor je kind zich begrepen voelt en zijn grens durft aan te geven? Lees onze tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Het kan best lastig zijn om een goed gesprek met een kind te hebben dat wordt gepest. Kinderen vinden het vaak moeilijk om er over te praten en als ouder is het lastig om je eigen emoties voor je te houden. Met deze tips kun je een gesprek voeren met een kind over het pesten.

1. Een open houding

En van de belangrijkste tips om een kind te helpen wat gepest wordt is een open houding.  Probeer je eigen mening, oplossingen en emoties achterwege te laten en met een open houding te luisteren naar wat een kind je vertelt. Probeer alleen te luisteren, vragen te stellen en begrip te tonen.

2. Erkenning en begrip

Het is belangrijk om een kind te laten merken dat je hem begrijpt. En dat je hem volledig accepteert, ook als hij het lastig vindt om te gaan met dat hij gepest wordt. Je doet dit onder andere door de erkennen wat een kind voelt en begrip te tonen voor dit gevoel.

3. Bespreek hoe het pesten gaat

Vraag een kind wie hem pest, hoe dat meestal gaat, wanneer en hoe hij hierop reageert. Sta stil bij zijn beleving. Hoe vindt hij dit, hoe voelt hij zich als ze iets lelijks zeggen of doen. Hierin is het belangrijk om niet meteen je eigen mening te geven en een kind erkenning te geven voor wat hij voelt en denkt over het pesten.

4. Verschil tussen pesten en plagen

Vraag een kind naar het verschil tussen plagen (leuk, allebei lachen) en pesten (één gemeen, de ander verdrietig) en laat een kind bedenken of het pesten of plagen is. Vraag of iemand hem expres pijn heeft gedaan/iets lelijks heeft gezegd en of de ander weet dat hij jou heeft pijn gedaan. Soms ervaren kinderen plagen als pesten en door dit te bespreken, is een kind soms opgelucht: “‘O, het was blijkbaar grappig bedoeld”.

5. Vraag een kind wat hij denkt waarom hij wordt gepest

Misschien is je eerste neiging ‘Dat ga ik toch niet vragen, dan denkt hij straks dat het zijn schuld is?!’. Toch houdt deze vraag gepeste kinderen vaak bezig; waarom word ik gepest? Het is dan heel helpend om dit bespreekbaar te maken en te kijken hoe een kind hierover denkt. Voordeel hiervan is dat je een kind kunt helpen te bedenken dat het niet aan hem persoonlijk ligt. En je kunt uitleggen dat de pester zich eigenlijk ook niet fijn voelt en nog moet leren hoe hij op een leuke manier kan omgaan met andere kinderen.

6. Vraag een kind naar zijn oplossing

Kinderen hebben vaak al een manier gevonden om te gaan met het pesten. Je kunt een kind de volgende vragen stellen:

  • Wat zeg of doe jij nu om het pesten op te lossen?
  • Zorgt deze oplossing ervoor dat ze geen vervelende dingen meer zeggen of doen
  • Wat zou je nog meer kunnen doen op het te lossen? Zou … misschien ook kunnen helpen? Hoe doen andere kinderen dat?
  • Wanneer is het je al eens gelukt om het zo aan te pakken? Hoe kunnen anderen jou hierbij helpen?

Door deze vragen te stellen, help je een kind om zelf na te denken hoe het pesten kan worden aangepakt. Dit betekent niet dat jij vindt dat het zijn schuld is en hij het in zijn eentje moet oplossen. Je laat hem zien dat je in hem gelooft, dat hij dit kan (met hulp van anderen) en je zet hem daarmee in zijn eigen kracht. Dit zorgt voor zelfvertrouwen en zelfrespect bij een kind.

7. Bedenk samen hoe je het gaat aanpakken

Maak samen met een kind een plan om het pesten aan te pakken. Hoe gaat hij reageren op het pesten? Wie of wat kan hem daarbij helpen? En wat ga jij als ouder doen om te helpen? Stem hierbij af op wat een kind aangeeft. Als je kind het eerst zelf wil proberen op te lossen, dan kun je hierin ondersteunen met tips hoe hij dit kan doen.

8. Versterk het zelfvertrouwen

Kinderen die meer zelfvertrouwen hebben trekken zich minder van pestkoppen aan en durven meer voor zichzelf op te komen. Geef een kind complimenten over wat hij goed doet.

bron: apetrotsekinderen

Samen koken met een kind, zorgt voor betere eters!

Samen koken met een kind, zorgt voor betere eters!

Samen koken met een kind is gezellig en leerzaam. Voor ieder kind is wel een klusje in de keuken te bedenken. Van simpel husselen tot het (bijna) helemaal zelf bereiden van een gerecht en alles ertussen. Hoe meer je kinderen betrekt bij wat er op tafel verschijnt, hoe meer ze ervan willen eten.

De meeste kinderen vinden het leuk om te helpen met koken. Ze hebben sneller de neiging om een gerecht te proeven als ze er zelf aan hebben meegewerkt. Tijdens het koken kun je een kind informatie geven over de ingrediënten van het eten. Hoe meer ze weten, hoe interessanter het eten wordt. En natuurlijk tussendoor lekker proeven, zoals een echte kok dat doet.

Een bijkomend voordeel van samen koken met een kind, is dat kinderen die nu leren koken later zelf makkelijker een gezonde maaltijd op tafel kunnen zetten.

Wat kunnen kinderen van verschillende leeftijden?

Kinderen van drie tot en met vijf jaar kunnen bijvoorbeeld groente en fruit wassen, in pannen roeren en kruiden knippen.

Vanaf circa zes jaar kan een kind ingrediënten weten of afweten, deeg maken en kneden. En eenvoudige ingrediënten, zoals komkommer en banaan snijden met een kindermes.

Vanaf ongeveer tien jaar kunnen ze omgaan met een fornuis, over (staaf-) mixer en blender. Uiteraard wel onder goed toezicht. Ook kunnen ze eten snijden met een niet te scherp mes. Je kunt ze leren wanneer vlees of vis gaar is.

Enthousiasme

Maak het samen koken met een kind nog leuker door samen boodschappen te gaan doen.  Maak een boodschappenlijstje van wat je allemaal nodig hebt. Speur samen de supermarkt af op zoek naar alle ingrediënten.

Laat een kind af en toe zelf kiezen wat hij wil eten. Voer bijvoorbeeld de traditie in dat één dag per week de kinderen mogen kiezen wat er wordt gegeten. Welke groente, wat voor een vlees of vis.  Jonge kinderen kun je laten helpen met de tafeldekken.

Vanaf zes jaar is het leuk om kinderen de film Ratatouille te laten kijken Een animatiefilm over het ratje Remy dat er alles aan doet om zijn droom te verwezenlijken. Een topkok worden in een Frans restaurant. Zijn passie voor koken spat werkelijk van het scherm.

Terug naar de oorsprong

Eten gaat bij een kind nog meer leven als je laat zien waar de ingrediënten vandaan komen. Veel kinderen (vooral in de stad) weten soms weinig over de oorsprong van hun voedsel. Sommige denken dat eieren en melk uit de fabriek komen. Bezoek eens een zorgboerderij, ga langs bij de kippen en ver een kind hoe het zit. Op veel plekken in Nederland houden boomgaarden in het seizoen “open huis”. Ook zijn er veel aardbeien en frambozenkwekerijen waar bezoekers welkom zijn. Of tuinen waar je verse kruiden kunt plukken.

Zin gekregen om samen te gaan koken, bekijk dan onze recepten van de week, bijvoorbeeld mini meatloaf

bron: Zoete spruiten

7 Redenen waarom corrigeren soms niet werkt

7 Redenen waarom corrigeren soms niet werkt

Ieder ouder wil zijn kind graag dingen leren. Onderdeel van dit proces is het corrigeren van een kind. Waarom corrigeren soms niet werkt kan verschillende redenen hebben.

Soms vraag je als ouders echter te veel van een kind, gezien de fase in de ontwikkeling waar een kind in zit of de omstandigheden op het specifieke moment.

Redenen waarom corrigeren soms niet werkt

  1. Niet specifiek genoeg
    Bij het corrigeren kunnen de aanwijzingen die je geeft niet specifiek genoeg. Bijvoorbeeld  ‘Gedraag je’ en ‘Wees lief’ zeggen niet zoveel voor een kind jonger dan 10. Wees specifiek over wat je van een kind verwacht. Zeg bijvoorbeeld: ‘Stop met dat schreeuwen’ of: ‘Geef dat autootje terug aan je broer.’
  2. Te gecompliceerd
    De taak is te gecompliceerd voor een kind. Er zijn maar weinig jonge kinderen die begrijpen wat ‘je kamer opruimen’ betekent. Kinderen reageren beter op: ‘Ruim de blokken op’ of: ‘Gooi je kleren in de wasmand.’ Als een kind kleine taken goed heeft afgerond, heeft hij ook zin in de volgende.
  3. Relatie tussen gedrag en beloning
    Als je een kind wil corrigeren en pas na lange tijd gaat straffen voor zijn ongewenst gedrag, leert hij er echt niets van. Bijvoorbeeld, als je een driejarige aan het eind van de week beloont voor zijn goede gedrag in de afgelopen week, zal hij daar niets van begrijpen. Zijn geheugen en tijdsbegrip zijn hiervoor nog niet voldoende ontwikkeld. Hoe jonger een kind is, hoe korter het gevolg van bepaald gedrag moet volgen op dat gedrag. Beloon onmiddellijk, bijvoorbeeld door je kind te prijzen: ‘Het is heel erg goed van je dat je je broer zijn blokken teruggaf.’
  4. Er wordt te veel verwacht van een kind.
    Hele jonge kinderen weten dat ‘nee’ betekent dat ze moeten stoppen met wat ze aan het doen zijn. Maar ze kunnen zelf niet iets anders bedenken om te doen als de verleiding groot blijft. Bijvoorbeeld, de afstandsbediening blijft zeer verleidelijk om mee te spelen tenzij je hem een alternatief biedt waardoor hij de afstandsbediening laat liggen.
  5. Te vaak nee.
    In het corrigeren van een kind verbiedt je een kind veel, je zegt te vaak nee. Een kind zal daar geen aandacht meer aan schenken. Als ouder  kun je beter prioriteiten stellen en aan één of twee dingen per keer werken. Je begint bijvoorbeeld met gedrag dat gevaarlijk is of waardoor dingen stuk gaan. De gevechten over eten win je nooit en die over kleren zijn het niet eens waard.
  6. Een kind is uitgeput.
    Probeer een kind niet op te voeden als hij moe, hongerig, overstuur of gespannen is. Je zult meer succes hebben als je een kind uit de situatie weghaalt, hem laat doen wat nodig is (dutje, eten, knuffelen) en het dan opnieuw probeert.
  7. Je bent zelf uitgeput.
    Als je meer van streek bent dan een kind, zul je hem niets zinvols bij kunnen brengen. Laat het even los. Kinderen (moeten) leren dat ouders met een bepaalde emotie reageren op gedrag. Je gezichtsuitdrukking, stem en gedrag zijn allemaal manieren waarop een kind de reactie van de wereld op zijn gedrag beoordeelt. Maar wees voorzichtig als je gestrest bent. Zowel jij als een kind zullen schrikken van je overdreven reactie. En je zult zeer waarschijnlijk spijt krijgen van wat je zegt of doet.
Waarom een kind straf geven niet de oplossing is!

Waarom een kind straf geven niet de oplossing is!

Als je al tig keer hebt gewaarschuwd…  al drie keer uitgelegd hebt dat….  heb je soms gewoon geen beter idee dan een kind straf geven.. Je wilt dat je kind leert dat afspraken niet nakomen of gevaarlijk doen consequenties heeft…. Want als ze later groot zijn dan moeten ze toch zelfstandig kunnen functioneren….

Heb je weleens gecheckt voor jezelf of een kind straf geven heeft geholpen? Echt opgelost… zodat je kind het écht nooit meer deed…?

Meestal werkt het niet. Bovendien krijg je zelf bij straffen, ik in ieder geval wel, geen prettig gevoel. Het is toch een beetje machtsvertoon in de sfeer van: ‘Jij moet gewoon doen wat ik zeg, want ik ben hier de baas’. Het is vaak impulsief uit boosheid of machteloosheid.

Een kind even apart zetten is een veel gebruikte maatregel; even op de gang, even naar je kamer. Je hebt dan in elk geval de garantie dat het ‘foute gedrag’ (even) ophoudt, omdat je het kind buiten beeld zet. Je zegt tegen je kind; ‘Ga maar even afkoelen’, maar stiekem heb je zelf die time-out hard nodig; even tijd om kalm te worden of het gesprek, dat hierna zal volgen, voor te bereiden. Maar toch… een kind wegsturen… ik hou er niet van… je stuurt jouw hele kind weg en niet alleen dat ene stukje gedrag wat niet door de beugel kan. Bovendien is de oorzaak niet opgelost… dus volgende week gebeurt dit weer…

Kijk eens naar jezelf: Je wéét dat als je te hard rijdt dat je een bekeuring kan krijgen; toch dagen we het uit en remmen we alleen af als er een camera staat… Herkenbaar? En als je dan die prent hebt gekregen ben je toch een beetje geïrriteerd of boos op de politieagent… Huh?

En… ná die bekeuring; rij jij dan nooit meer te hard? 

Mmm, ook volwassenen corrigeren hun gedrag dus niet als ze straf krijgen. Misschien dat je een paar dagen, nou vooruit, een wéék rustig rijdt… daarna ben je de boete vergeten.

Het is dus belangrijk je af te vragen als je naar zo’n ultiem middel als een kind straf geven effect heeft. Straf levert vaak een verstoring in de verhouding op; zoals jij boos bent op de agent, zal jouw kind vooral boos zijn op jou en is de aanleiding al gauw vergeten. De discussie die volgt gaat dan vaker over de straf dan over het ‘delict’…

Wraak  is een natuurlijkere reactie (ik span een rechtszaak aan!) dan bezinning (wat kan ik anders doen om dit niet meer mee te hoeven maken?). Hoe voelt jouw kind zich als hij straf krijgt? Hoe voelde jij je toen je als kind straf kreeg?

Bovendien is de ‘straf’ vaak zwaarder dan het ongewenst gedrag anders is het namelijk voor het kind niet aantrekkelijk om te stoppen met  ‘stout doen’. Vaak straf uitdelen maakt het er in huis niet gezelliger op en het helpt ook niet eens…  Je hoort jezelf schreeuwen; ‘Omdat ik het zeg!!!’ en je voelt dat je geen zinnig argument meer over hebt…

Hoe dan wel?

Als we even de vergelijking met de bekeuring er bij houden; een boete helpt dus niet. Wat zou wel helpen? Een snelheidsbegrenzer lijkt mij een veel logischer straf. Ik zou me wel tien keer bedenken om te hard te rijden als ik het risico loop daarna voor enige tijd bijvoorbeeld niet harder te kunnen dan tachtig per uur. Dat betekent dus als je een straf geeft die in het verlengde ligt van de overtreding dat dat wél motiveert tot gedragsverandering.

Als je bepaald gedrag van je kind niet acceptabel vindt is het belangrijk dat je duidelijk vertelt welk gedrag je afkeurt en waarom: ‘Ik vind het heel vervelend als je mijn schaar leent en niet terug legt waar hij hoort, want als ik hem dan nodig heb grijp ik mis. Als ik hem volgende keer wéér moet zoeken, dan mag je hem niet meer lenen’. Hiermee verbind je een logische consequentie aan ongewenst gedrag en je legt uit welk gedrag je wel verwacht. Je geeft je kind een stuk verantwoordelijkheid om correct om te gaan met geleende spullen.

Waarom luisteren kinderen niet

En vergeet niet; kinderen zijn niet ongehoorzaam of stout om jou ongelukkig te maken, vaak is er iets anders aan de hand. Als je in contact blijft zul je de ware reden eerder vinden dan wanneer je de strijd aan bindt…

Jonge kinderen zijn vaak ‘stout’ als gevolg van hun nieuwsgierigheid. Als jij zegt; ‘je mag niet op de bank gaan springen’ roept dat onmiddellijk bij een peuter de vraag op; ‘hoe zou het zijn om op de bank te springen?’. Zoek liever samen een alternatief; leg uit; ‘een bank is om op te zitten, niet om op te springen’ en zoek samen iets waar je wel op kunt springen, zodat jouw kind wel zijn energie kwijt kan.

Bij oudere kinderen kun je samen een lijstje maken van mogelijke oplossingen of consequenties bedenken. Kinderen kunnen vanuit een hele andere invalshoek met creatieve en bruikbare ideeën komen. Als je alle oplossingen die jullie allebei bedacht hebben opschrijft (zonder erover in discussie te gaan) kun je daarna kijken of er iets bij staat wat jullie allebei een geschikte oplossing vinden. Kans van slagen veel groter omdat jouw kind heeft mee mogen denken.

Lees ook: Stop met corrigeren! Leer je kind ander gedrag

 

 

 

 

Hoe vaak mag jouw kind zijn schoen zetten?

Hoe vaak mag jouw kind zijn schoen zetten?

Elke dag iets in de schoen, dat kun je beter niet doen, maar hoe vaak dan wel? En wat stop je in de schoen. Het zijn spannende tijden voor veel kinderen in Nederland nu ze ’s avonds hun schoen mogen zetten.

Hoe vaak je kind zijn schoen mag zetten, bepaal je uiteraard zelf als ouder. Maar doe het vooral niet te vaak. Overdaad schaadt, dus laat je kind niet elke dag de schoen zetten. Bovendien vinden sommige kinderen het zo spannend om hun schoen te zetten, dat ze niet meer goed kunnen slapen. Wees duidelijk over wanneer ze hun schoen mogen zetten, bijvoorbeeld woensdag en zaterdag. Dan slapen ze de rest van de dagen normaal en zeuren ze niet (dat hoop je althans).

 

Waar staat de schoen

Traditioneel staat de schoen natuurlijk bij de schoorsteen. De Pieten komen immers via de schoorsteen het huis binnen. Maar omdat niet elk huis een haard of schoorsteenmantel heeft, zetten ook veel kinderen hun schoen bij de voordeur, de verwarming of in de vensterbank.

Sommige kinderen vinden het beste eng idee dat er ’s nachts iemand door het huis loopt.  Als je kind daar grote angst voor heeft, kun je de schoen bij de voordeur zetten en zeggen dat het cadeautje via de brievenbus in de schoen terecht komt, net als de post.”

Houd het klein

De ervaring van het zetten van de schoen is voor veel kinderen al super spannend, dus er hoeven geen enorme cadeaus in de schoen te zitten.
Wat je erin stopt, hoeft ook niet per se op het verlanglijstje van je kind te staan. Sommige kinderen krijgen een chocoladeletter of een mandarijntje, anderen krijgen een flinke doos Lego. Het is natuurlijk afhankelijk van je budget en wat je eraan wilt uitgeven, maar in de regel geldt dat schoencadeautjes altijd wat goedkoper en kleiner zijn. Een aardigheidje dus.

Vanaf welke leeftijd een mobiele telefoon?

Vanaf welke leeftijd een mobiele telefoon?

Steeds meer kinderen willen een eigen mobiele telefoon. Meestal is de reden simpel, al hun vriendjes ‘hebben er ook een’ of ze willen er spelletjes op spelen. Als ouders is het een prettig idee dat een kind bereikbaar is, in nood kan bellen of dat je kunt zien waar ze zijn of althans waar de mobiel is.

Vanaf welke leeftijd een mobiel?

Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat bijna de helft van de 9-jarigen een mobiele telefoon heeft. De telefoon wordt dan nog niet veel gebruikt. Zo nu en dan een sms’je, whatsappje of belletje om door te geven waar er na school wordt gespeeld. Aan het begin van de middelbare school hebben ze er inmiddels bijna allemaal een. Vanaf dan stijgt het gebruik, en is de mobiel het belangrijkste middel om contact met vriendjes en vriendinnetjes te hebben.

Waarom wel of geen mobiele telefoon?

Ouders geven als belangrijkste redenen puur voor noodgevallen (33%) en altijd snel in contact met thuis (32%). Sociale contacten zijn met 13% ook een duidelijke reden waarom kinderen een gsm zouden moeten hebben. 9% vindt het belangrijk om via de gsm te kunnen zien waar een kind is en 7% ziet de gsm als een goede bron van vermaak in de vorm van spelletjes en social media. Blijkbaar zijn volwassenen niet onder de indruk van sociale druk. Slechts 5% geeft aan dat een kind een gsm krijgt omdat andere kinderen er ook een hebben.

Natuurlijk zijn er ook genoeg redenen om een kind juist geen mobiel te laten gebruiken. Ouders lijken zich vooral zorgen te maken om de toegang tot ongewenst materiaal (22%). Gevoeligheid voor diefstal en hoge kosten delen plek twee met elk 17%. Teveel verantwoordelijkheid is voor 14% van de deelnemers een showstopper en 12% vindt het gevaar voor verslaving te groot. 11% vindt het gebruik moeilijk te controleren en de laatste 7% vindt het vooral belangrijk dat kinderen gewoon lekker spelen en niet met een gsm aan de slag gaan.

De noodzaak van een mobiele telefoon?

Op de basisschool hebben kinderen nog geen telefoon nodig. Zodra ze naar de brugklas gaan, wordt dat anders. Een telefoon is dan onmisbaar. Veel scholen gebruiken een app voor informatie over het rooster (wijzigingen en uitval) en tijdens de lessen wordt de telefoon steeds vaker actief ingezet. Een smartphone is ook belangrijk bij onderling contact tussen de kinderen.

De combinatie van een groep en sociale media kun je merken aan Whatsapp-ruzies en afleiding bij het maken van huiswerk. Er gebeurt veel tegelijk in de brugklas. Het is daarom handig om kinderen vanaf groep 7 of 8 al kennis te laten maken met online communiceren en de afspraken die hier bij horen.

Hoe zit het met de straling van een mobiele telefoon?

Over de effecten van straling zijn op dit moment nog onduidelijkheden. Men weet niet of de elektromagnetische straling van een telefoon schadelijk is. Hoe warmer iets wordt, hoe sterker de straling. En als je cellen opwarmen door elektromagnetische straling, is dat een risico, hierdoor kan iets veranderen in het weefsel – mogelijk zelfs in het DNA – waardoor tumoren zouden kunnen ontstaan. Ook zijn er aanwijzingen dat er iets kan veranderen in onze hormoonhuishouding.

Het is een lastige kwestie. Er zijn geen richtlijnen voor ouders over kinderen en een mobiele telefoon. Iedereen kan en mag het zelf bepalen, maar wel met gezond verstand natuurlijk. Dat betekent, niet slapen met je telefoon naast je hoofd of onder je kussen. En niet de hele dag met je telefoon in je broekzak. En te lang bellen (een warm oor!) is ook niet goed als je dat vaak doet.

Tips voor het gebruik van mobiele telefoons.

Als er dan toch een mobiele telefoon komt, is het goed om afspraken te maken over het gebruik. Enkele tips om je kind mee te geven:

  1. Blijf sociaal en fatsoenlijk: dit betekend geen telefoon aan tafel tijdens het eten, en niet opnemen als je met iemand anders aan het praten bent. Of je zegt: “Vind je het goed dat ik even opneem?”
  2. Geen mobiel mee naar bed. Onder andere vanwege de straling door contact met de zendmast en wifi. Maar ook vanwege het blauwe licht dat het beeldscherm uitstraalt en de invloed die dat heeft op je slaapritme. Gebruik hem niet als wekker! Een wekker zijn ook de kosten niet 😉
  3. Spelletjes en sociale media. Spreek af op welke tijdstippen of hoe lang, er spelletjes gespeeld mogen worden. Hoeveel tijd mag er aan sociale media worden besteed.
  4. Geen mobiel gebruiken op de fiets. Simpelweg, omdat het levensgevaarlijk is.
  5. Zet geen foto’s of filmpjes van anderen online waarvoor ze zich zouden kunnen schamen. Stuur geen beelden van anderen door die jij krijgt als iemand er gek of (deels) naakt op staat. Verwijder ze van je telefoon.
  6. Zorg voor je privacy: geef nooit je telefoonnummer aan iemand die je niet goed kent.

Bron: opvoeden.nl en online-opvoedhulp.nl