**//sticky ads code//**
Zelfvertrouwen ontwikkelen door een kind zelf problemen te laten oplossen!

Zelfvertrouwen ontwikkelen door een kind zelf problemen te laten oplossen!

Als volwassenen zijn we vaak geneigd om het voor kinderen op te lossen als ze naar je toe komen met een probleem. Toch krijgt je kind meer zelfvertrouwen als hij zelf moet nadenken over de oplossing. Je helpt een kind dus zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Uit onderzoek is gebleken dat veel  jonge kinderen onhandig reageren op problemen omdat zij geen andere manier kennen. Het is beter om kinderen te leren hoe zij zelfstandiger en op een goede manier (sociale) problemen kunnen oplossen.

Zelfvertrouwen ontwikkelen 

Kinderen zijn over het algemeen goed in staat om zelf hun problemen op te lossen. Ze krijgen hier echter niet altijd voldoende ruimte voor. Wij (ouders) komen al snel met een idee voordat ze zelf hebben kunnen nadenken. Onbedoeld sta je daarmee hun ontwikkeling in de weg.

Wanneer een kind naar ons toe komt met een probleem  is het verleidelijk om hem te vertellen wat hij  het beste kan doen. Het is echter veel effectiever om hem zelf te laten nadenken over de oplossingen. Maar door alleen te zeggen ‘los het samen maar op’ bereik je ook niet het gewenste effect. Leer een kind hoe hij op een goede manier met problemen of conflicten kan omgaan.

Als een kind tijdens een conflictsituatie overstuur is,  heeft hij meer moeite met nadenken. Probeer een kind te kalmeren, bijvoorbeeld door hem over de situatie te laten praten.  Wanneer hij rustig is kun je hem middels de volgende stappen begeleiden.

Stappen plan

  1. Wat is het probleem. 
    Laat een kind vertellen waarom hij boos of verdrietig is. Vul in het gesprek niet te veel zelf in, maar laat een kind praten. Stel vragen en probeer je in te leven in het probleem. Naast  zijn eigen gevoelens is het belangrijk dat een kind leert denken aan de gevoelens van anderen. Ook hier kun je naar vragen en een kind bij helpen door te vergelijken met hun eigen gevoelens en andere situaties.
  2. Oplossingen bedenken
    Vraag een kind zo veel mogelijk oplossingen te bedenken. Het helpt om je kind complimenten te geven voor het bedenken van verschillende oplossingen. Als een kind er zelf helemaal geen kan bedenken kun je eerst zelf een aantal voorbeelden geven.
  3. De gevolgen
    G
    a samen na welke gevolgen er bij de verschillende oplossingen horen.
  4. Kies een oplossing
    Help een kind na het bespreken van de gevolgen bij het kiezen van de beste oplossing.  Vraag bijvoorbeeld waar hij zich het prettigst bij voelt. Door het als een keuze te brengen is een kind zelf verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem.
  5. Oefenen
    Je kunt een kind eventueel helpen door de oplossing thuis te oefenen in de vorm van een toneelstukje.
  6. Resultaat beoordelen
    Als een oplossing het gewenste effect heeft gehad is het belangrijk een kind te complimenteren voor het zelfstandig maken van een keuze en het oplossen van een probleem. Als de oplossing niet het gewenste effect heeft, kun je een kind aanmoedigen om over andere oplossingen na te denken. Laat blijken dat je trots bent ongeacht het effect.

 

Hoe kun je het beste omgaan met ruzie tussen kinderen?

Hoe kun je het beste omgaan met ruzie tussen kinderen?

‘Zij begon!’ ‘Nee jij’ begon’, Echt niet waar!  Ruzie tussen kinderen, tussen broertjes en zusjes komen in elk gezin voor. Ook al hoort het erbij, het kan toch behoorlijk vervelend zijn. Toch is het ook goed als broers en zussen ruzie hebben!

Maar wat leren kinderen er van? Wanneer moet je ingrijpen?

Relatie tussen broers en zussen

Broers en zussen kunnen veel aan elkaar hebben. Samenspelen, delen en  genieten van leuke dingen. Dat dit soms goed gaat, hoort er bij. Ruzies komen voor in ieder gezin. Als kinderen ruzie hebben, betekent dit ook niet dat ze geen goede band hebben. Door ruzie te maken, leren ze allerlei nuttige vaardigheden die nu en later goed van pas komen.

Wat kinderen van ruzie maken leren

Ruzie maken hoort bij de ontwikkeling van kinderen, ze leren hier veel van.

Omgaan met boosheid, frustratie en hun gevoelens te uiten naar de ander, voor zichzelf opkomen.
Ze moeten leren om samen met anderen tot compromissen te komen, hiervoor moet een kind zich inleven in de ander.  En waar beter dan thuis kan een kind dit ruzie maken uitproberen. De relatie met een broer of zus  is heel veilig om ruzie binnen te maken, omdat je je broer of zus niet kwijt kan raken en een vriendje natuurlijk wel

Een keert leert van ruzie maken als hij ook de kans krijgt op dit op te lossen. Deze vaardigheden oefent je kind als het ruzie maakt met de ander:

Wat kun je verwachten van kinderen

Jongen kinderen tot zes jaar zijn vooral bezig met wat zij willen. Voor het belang van de ander hebben ze nog geen oog. Het gevoel van boosheid overvalt ze en ze vinden het lastig achteraf te vertellen hoe een ruzie is ontstaan.  Jongen kinderen zijn dan ook vooral bezig met de oplossing. (Wie mag nu besluiten wat er op tv gekeken wordt?)

Hoe een ruzie verloopt is afhankelijk van het temperament van de kinderen, het ene kind is opvliegender van karakter dan het andere kind.

Praten over waarom een kind ruzie maakt, kan vanaf een jaar of acht heel goed. Ze zijn dan meer in staat zijn hun eigen gedrag te beredeneren en zich in het gevoel van een ander te verplaatsen.

Wanneer ingrijpen bij ruzie tussen kinderen?

De meeste conflicten lossen zichzelf op. Daar zijn kinderen al op jonge leeftijd toe in staat. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen om te ‘oefenen’ met ruziemaken.

Als ouders heb je vaak de neiging om te willen ingrijpen. Je treed op als scheidsrechter of probeert de boel te sussen. Het gevolg is dat kinderen gaan denken dat ruziemaken iets slechts is en dat je altijd lief en aardig moet zijn.  Zolang een ruzie enigszins evenwichtig verloopt en kinderen elkaar geen pijn doen, kun je het beter op zijn beloop laten. De kans is groot dat ze dan zelf naar een oplossing zoeken.

Wanneer de ruzie uit de hand loopt, bijvoorbeeld omdat er geslagen wordt, of wanneer een kind echt duidelijk het onderspit delft, is het natuurlijk goed om in te grijpen. Maak duidelijk dat zulk gedrag onacceptabel is. Woede en frustratie horen bij ruziemaken, maar de grens ligt bij elkaar pijn doen.

Als je ingrijpt

Wanneer kinderen gewend is dat er altijd wel een ouder tussen de ruzie stapt en deze sust of oplost, kunnen ze zeer verbaasd reageren wanneer dit niet gebeurt en alleen door deze verbazing kan de ruzie al stoppen. Vaak zien we dan dat de kinderen de ouders toch proberen te betrekken bij de ruzie: “Mam, hij begon hoor” “Pap, Bart pakt dat van me af”.

Maar wanneer de kinderen merken de ouders niet te kunnen betrekken bij de ruzie zullen ze toch zelf op zoek gaan naar oplossingen: “Bart, als ik nou mijn auto terug mag, dan mag jij wel even met mijn knikkers spelen”.

Hoe los je ruzie tussen kinderen op

  • Wacht eerst even af en grijp niet meteen in bij een ruzie. Laat kinderen het eerst zelf proberen op te lossen.
  • Zet de kinderen niet uit elkaar als ze ruzie maken, maar laat ze de ruzie samen oplossen. Als ze apart gaan spelen en het wordt niet opgelost, leren ze er niets van.
  • Focus op de oplossing in plaats van op wie de schuldige is
  • Begeleid ze bij  het vinden van een oplossing. Laat ze allebei hun verhaal doen, en heb begrip voor hun gevoelens.
  • Laat kinderen meedenken over hoe zij beter met elkaar om kunnen gaan en maak dit concreet en uitvoerbaar. Bedenk samen een paar positieve afspraken (bijv. ‘We zeggen elke dag iets aardigs tegen elkaar’). Hang de afspraken op een zichtbare plek en bespreek hoe jullie elkaar helpen om je hieraan te houden.
  • Voorkom rivaliteit door je kinderen niet openlijk met elkaar te vergelijken. Benoem regelmatig welke leuke, verschillende kanten je van de kinderen ziet.

 

Zo wordt groente eten kinderspel | Spoony

Zo wordt groente eten kinderspel | Spoony

Kinderen met plezier groenten laten eten kan soms best een hele opgave zijn. En dat terwijl groenten van essentieel belang zijn voor goede ontwikkeling van kinderen. Vaak verstoppen we groente in gerechte om zo toch maar zoveel mogelijk groente naar binnen te krijgen bij onze koters. Voor alle moeilijker (en ook makkelijke) eters is er nu Spoony.

Wat is spoony

Met Spoony eten kinderen met plezier méér groenten. Kinderen zouden dagelijks minimaal 150 gram groente moeten eten. Spoony helpt je om kinderen meer groenten te laten eten. Dit doen ze op verschillende manieren. Met verschillende spelletjes leren ze kinderen over groente, hoe het smaakt, waar het vandaan komt en waarom het belangrijk is dat ze het eten. Er zijn vrolijk doe het zelf pakketten om samen te koken en kant en klare gemaksproducten voor als je minder tijd hebt..

Doe-het-zelf pakketten 

Met de Spoony Doe-het-zelf pakketten maken je kinderen zélf gezonde groenten tussendoortjes. Bijvoorbeeld superlekkere kwarkbolletjes. De bolletjes zitten bomvol wortels, volkorenmeel en zonder geraffineerde suikers. Het pakket bevat Spoony suikervrije bakmix, wortel, rozijnen en een kindvriendelijk recept met veel illustraties. Je behoeft enkel de kwark toe te voegen. Mede door de illustraties begrijpen ook jonge kinderen goed hoe je het recept moet maken. 
Er is ook een pakket om supergezonde pizza’s te maken, bomvol groenten, vezels en vitaminen! Het pakket bevat kant-en-klare rode bietjes, Spoony volkoren pizzamix, paprika, tomaat, tomatenpuree en een kindvriendelijk recept met wederom mooie illustraties. Alleen de kaas en een ei moet je zelf nog toevoegen. 

Op de site van spoony kun je zien welke doe het zelf pakketten er nog meer zijn. 

Kant en klaar producten

Wil je je kind een gezond tussendoortje geven dan heeft spoony ook verschillende leuke producten die verantwoordt zijn. Bijvoorbeeld knapperige dipstokjes met 25% rode biet. Door de groenten en het volkorenmeel zijn ze niet alleen superlekker, maar ook nog eens vol met vezels. Of ovengebakken wafeltjes bomvol wortel. Of wat denk je van een Slurp Soep. Uit deze vrolijke verpakking slurpen kinderen met gemak 160 gram verse, biologische groenten naar binnen. Onderweg, op school of in de sportkantine – met deze soep ‘to go’ kun je er weer even tegenaan en zit de dagelijks benodigde groenten er ruimschoots in. Je maakt ‘m eenvoudig warm in heet water of de magnetron en je kunt ze een jaar in de vriezer bewaren. 

 

spoony

Waarom sorry zeggen niet altijd een goed idee is!

Waarom sorry zeggen niet altijd een goed idee is!

Kinderen leren al van jongs af aan dat ze in sommige situaties sorry moeten zeggen. Na een ruzie met een ander kind, als ze iets stuk maken of een ander kind pijn doen. Dit lijkt logisch, waardoor het aanbieden van je excuses kun je het weer goed maken. Maar het “dwingen” van een kind om sorry te zeggen, is dat wel een goed idee? Leren ze daardoor verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag? Of zeggen ze alleen maar sorry om van het gezeur af te zijn? 

Wat leert een kind van een verplicht sorry?

Het uiten van een excuus is fijn voor de ander, maar alleen als dit gemeend is.
Soms krijgt een kind op zijn kop omdat ze te vluchtig of ongemeend sorry zegt. Ze moeten de ander aankijken of op een rustige manier sorry leren zeggen. Kunnen we dat wel verwachten van een kind? Wanneer je een kind dwingt om sorry te zeggen, is de kans groot dat een kind dit zegt, terwijl hij het niet meent. Een kind leert dan dat het belangrijker is om je aan regels te houden, dan om te luisteren naar je gevoel.

Een kind gaat sorry laten zeggen om van het gezeur af te zijn. Je leert een kind dat het oké is om oneerlijk te zijn. Je kind krijgt de boodschap: iedereen is tevreden als je sorry zegt, ook al meen je het niet. Een kind leert zo dus precies het tegenovergestelde van wat je zou willen, want hij leert zo namelijk z’n verantwoordelijkheid te ontlopen. 

Wat leert een kind niet als hij sorry moet zeggen?

Wanneer een kind gedwongen wordt sorry te zeggen, mis je de kans om over zijn emoties en de invloed daarvan op zijn gedrag te praten. Het is een gemiste kans om gehoord te worden en geholpen te worden met het sturen van hun eigen gedrag.

Sorry laten zeggen is dus eigenlijk geen goed idee. Maar helaas doen we dit vaak massaal.

Wat kun je beter doen?

Hoe zorg je dat een kind meer verantwoordelijkheid neemt voor z’n gedrag.
Praat er over wat er is gebeurt en laten beide kinderen hun verhaal doen. Zo leert je een kind te praten met de ander in plaats van alleen sorry te zeggen. Wijs niet meteen een slachtoffer of dader aan. Leren kinderen te luisteren naar elkaar. Praat over de situatie en geen ze de gelegenheid hun gevoelens van boosheid of verdriet te uiten.  Wanneer een kind niet uit zich zelf praat stel dan open vragen of vertel wat jij denkt dat er is gebeurt.
Vraag vervolgens aan een kind hoe hij het weer goed wil maken. Wacht hiermee tot de emoties iets gezakt zijn. 
Als de emoties gezakt zijn, kunnen veel kinderen zelf iets bedenken om het goed te maken. Help je kind hierbij door ernaar te vragen. Als een kind dan alsnog sorry zegt, zal het een oprechte sorry zijn.

 

Wat kun je doen om spanningen tussen broers en zussen te voorkomen? 

Wat kun je doen om spanningen tussen broers en zussen te voorkomen? 

Als je meer dan één kind hebt, heb je ongetwijfeld rivaliteit. Het kan voor kinderen soms moeilijk zijn hun ouders te moeten delen. Als er een jongere broer of zus wordt geboren, maken vrijwel alle kinderen zich zorgen dat ze de liefde van hun ouders verloren hebben. Waarom zou je anders een nieuwer, jonger model hebben gekregen?
Naast rivaliteit tussen broers en zussen, kunnen kinderen persoonlijkheidsconflicten of botsingen hebben omdat ze verschillende leeftijden hebben en verschillende dingen willen. Of omdat ze bijna even oud zijn en hetzelfde willen. Ook broers en zussen die goed met elkaar kunnen opschieten hebben weleens slechte dagen en conflicten. Kinderen hebben echter niet het perspectief om te weten dat het niet noodzakelijk de schuld van de ander is, of de vaardigheden om verschillen op te lossen.
Wat kun je doen om spanningen tussen broers en zussen te voorkomen? 

1. Leer kinderen vaardigheden om met elkaar om te gaan.

Alle menselijke relaties kennen conflicten. Kinderen weten niet automatisch hoe ze dingen vreedzaam moeten oplossen.  We vertellen kinderen dat ze woorden moeten gebruiken, maar vaak weten ze niet welke woorden. En als ze boos zijn, hebben ze geen toegang tot die redelijke woorden.

Leer kinderen om hun eigen behoefte duidelijk te maken en welke woorden ze hiervoor kunnen gebruiken. Daarnaast is naar elkaar leren luisteren belangrijk. Leer ze problemen op te lossen en grenzen aan te geven zonder de ander te beledigen. Soms moet je grenzen stellen en je kind leren hoe hij of zij met z’n broertje of zusje kan omgaan.
Dat kan aan de hand van de volgende 3 stappen:

  • Erken gevoelens of wensen: “Je wilde dat je broer niet meer op je neus drukte, dus daarom kneep je hem.”
  • Limiet instellen: ‘Niet meer knijpen. Knijpen doet pijn. ‘
  • Leer alternatieven: ‘Zeg voortaan tegen je broer’ Raak me niet meer aan! ”

Door je kinderen dit op jonge leeftijd mee te geven, zullen ze steeds beter worden in het zelfstandig oplossen van conflicten. Hier zullen ze profijt van hebben in elke relatie die ze aangaan in de toekomst.

2. Coach kinderen om spanningen tussen broers en zussen te voorkomen

In plaats van erin te springen om een kind te vermanen wanneer zij haar broer of zus stoort, coach het andere kind om voor zich zelf op te komen. 
Als je altijd het ene kind verdedigt, raakt het andere kind ervan overtuigd dat je meer van de broer of zus houdt en worden de spanningen tussen broers en zussen erger. Coach in plaats daarvan beide kinderen om hun behoeften te uiten en ondersteun ze indien nodig.

Vader: “Daniel, je ziet er boos uit. Wat is er? Kun je het je zus vertellen?
Daniel: “Ik houd niet van duwen!”
Vader: “Sanne, Daniel zegt dat hij het niet leuk vindt om geduwd te worden. Wil je stoppen met duwen? “

3. Geef kinderen eigen regie in plaats van gedwongen delen, om vrijgevigheid te bevorderen en conflicten te verminderen.

Stel een gezinsregel op dat wanneer je thuis speelt, elk kind het speelgoed dat ze heeft kan gebruiken zolang het wil, tot de volgende maaltijd. Als ze het eerder met haar broer of zus wil delen, is het hun keuze, maar ze beslist zelf wanneer ze klaar is met het speeltje. Als ze het neerlegt, moet het andere kind vragen: ‘Ben je klaar met je beurt?’ voordat je op pad gaat met het speelgoed. 

Dit is wat kinderen leren van gedwongen delen:

  • Als ik hard genoeg huil, krijg ik wat ik wil, zelfs als iemand anders het heeft.
  • Ouders bepalen wie wat krijgt wanneer en het is willekeurig, afhankelijk van hoe dramatisch ik smeek om mijn beurt.
  • Mijn broer en ik concurreren constant om te krijgen wat we nodig hebben. Ik mag hem niet.
  • Ik win! Maar binnenkort verlies ik weer. Ik kan maar beter luid protesteren als ik aan de beurt ben om elke minuut te krijgen die ik kan. 

Dit is wat kinderen leren van eigen regie:

  • Ik kan vragen wat ik wil. Soms krijg ik snel een beurt; soms moet ik wachten. Iedereen krijgt vroeg of laat een beurt.
  • Huilen mag, maar dat betekent niet dat ik het speeltje krijg.
  • Ik krijg niet alles wat ik wil, maar mijn ouder begrijpt me altijd en helpt me.
  • Nadat ik heb gehuild, voel ik me beter.
  • Ik hou van het gevoel wanneer mijn broer of zus me het speeltje geeft. Ik vind haar aardig.
  • Als ik klaar ben met het speelgoed en het aan mijn broer of zus geef, voel ik me goed van binnen, genereus.

Bezorgd over het huilen van het kind dat op zijn beurt wacht? In het begin zullen er een paar zijn, dus bekijk het als een kans om je kind te helpen eventuele opgekropte tranen en angsten te uiten die ze hebben meegedragen. Zodra ze de kans krijgen om met je liefdevolle aandacht te huilen (“Ik zal je helpen op het speelgoed te wachten”), hebben ze vaak weinig interesse in het speelgoed. Wat suggereert dat hun boosheid in het begin niet echt om het speelgoed ging. En zodra u deze regel begint te gebruiken, vinden kinderen het geweldig en stoppen ze met vechten om delen.

4. Vergelijk kinderen nooit met elkaar of met enig ander kind.

‘Waarom vind je het zo moeilijk om je tanden te poetsen? Zie je hoe je zus haar mond gewoon opendoet?’
Je denkt misschien dat u je kind motiveert, maar wat hij hoort, is dat zijn zus beter is en je meer van haar houdt. Stel gewoon de limieten in die je nodig hebt, zonder verwijzing naar zijn zus.

Zelfs positieve vergelijkingen werken averechts. Als je zegt: “Ik wou dat je broer gewoon ging zitten en zijn huiswerk maakte zonder gedoe, zoals jij!” je dochter denkt: “Ik ben de goede jongen, dus mama houdt van me … Ik moet altijd een braaf meisje zijn om van te houden.” Ze heeft nu ook geïnvesteerd in het blijven zien van je andere kind als het slechte kind.

Hoe kun je een kind positief stimuleren?

Hoe kun je een kind positief stimuleren?

Kinderen groot brengen en opvoeden is een belangrijke en zeer dankbare taak. De eerste levensjaren van een kind zijn van groot belangrijk. Deze periode legt de basis voor alle andere ontwikkelingen die een kind gaat doormaken. De basis voor vertrouwen en het gevoel van veiligheid wordt hier gelegd. Het is daarom belangrijk een omgeving te creëert waar een kind zich rustig kan ontwikkelen. Positief stimuleren is hierbij erg belangrijk. Iedereen wil natuurlijk dat een kind opgroeit tot een zelfverzekerd persoon.

Positief stimuleren klinkt logisch, maar dit gebeurt vaak nog te weinig of op een verkeerde manier. Een kind krijgt vaak aandacht als hij iets verkeerd doet en minder vaak als hij iets goed doet.  Hierdoor wordt een kind minder uitgedaagd om nieuwe dingen te proberen.  Geef een kind een glimlach of steek je duim omhoog als hij iets goed doet. Zeg hem wat hij goed doet, zo blijft hij gestimuleerd dingen te willen leren en ontdekken.

positief stimulerenTips om een kind positief te stimuleren

  1. Daag een kind uit
    Zorg voor voldoende uitdaging in zijn omgeving. Steeds hetzelfde spelletje of televisie kijken zal niet positief stimuleren en zet niet aan tot het ontdekken van nieuwe dingen. Zorg daarom voor voldoende creatieve activiteiten zoals bijvoorbeeld klei, verven, kleurplaten en verkleedspullen. Mooi bijkomstigheid is dat een kind minder vervelend is als hij lekker bezig is.
  2. Knuffel een kind
    Kinderen houden er van lekker te  knuffelen. Een kind wil graag horen hoe lief en geweldig hij is.  Knuffel daarom veel en vertel hem hoe lief hij is.
  3. Laat een kind zijn emoties tonen.
    Laat een kind zijn emoties uiten op zijn eigen manier. Beperk een kind niet door bijvoorbeeld te zeggen dat huilen niet mag. Ook huilende jongetjes zijn geen watjes! Een kind voelt zich prettiger als hij zijn emotie kan uiten en er niet mee blijft zitten.
  4. Geef echt aandacht
    Toon oprechte interesse in een kind. Stop heel even waar je mee bezig bent en geef hem echte aandacht. Leg je telefoon even weg!  Dit hoeft niet lang te duren. Bekijk bijvoorbeeld die mooie tekening en zegt “wat heb je dat mooi getekend”. Stel ook een paar vragen over wat je ziet.
  5. Een peptalk op zijn tijd!
    Houd een peptalk voor een kind als hij dat nodig heeft. Een goede peptalk zal een kind positief stimuleren en weer een zetje geven in de goede richting.
  6. Verplaats je in een kind
    Probeer de belevingswereld van een kind te begrijpen. Waarom is iets leuk, grappig of juist eng.  Misschien durft hij met zijn fantasievriendje wel alles, maar alleen niet.  Wanneer je meer van hem begrijpt, kun je hem ook op een betere manier stimuleren.
  7. Keuzes maken
    Geef een kind opties en laat hem af en toe kiezen. Bespreek de keuzes ook. Het helpt een kind om een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. Daarnaast voorkom je bij peuters in de puberteit ook nog eens het gevreesde woordje ‘nee’.
  8. Stikkers
    Kinderen reageren geweldig op beloningen en prijzen. Je hoeft hem echt niet te overladen met cadeaus, stikkers doen wonderen. Eventueel een cadeau bij een bepaald aantal stikker.
  9. Geef hem ruimte
    Zit niet boven op alles wat een kind doet, maar geef hem ruimte. Laat hem, zolang het niet gevaarlijk is, lekker alles zelf ontdekken. Zo kan hij het initiatief nemen en zelf dingen bedenken.
  10. Pas op met (te) hoge verwachtingen
    Verwacht niet dat een kind perfect is, ook al wil je dat als ouder vaak geloven.  Wees realistisch en laat hem fouten maken. Hij doet het niet expres en leert er weer van.