Hoe werkt het puberbrein?

Hoe werkt het puberbrein?

Vanaf een jaar of tien komen kinderen in wat we noemen de puberteit. Ze krijgen last van hun hormonen, hun lichaam veranderd. De rijping van de hersenen speelt bij deze veranderingen ook een grote rol. Kinderen gaan hierdoor dingen anders bekijken dan vroeger. Ze worden gevoeliger voor prikkels, zijn sneller afgeleid en vergeten vaker dingen. Meer inzicht in deze veranderingen van het puberbrein, verklaart beter het typische pubergedrag en zorgt er voordat je een kind beter begrijpt en kan ondersteunen. 

Hersenontwikkeling

De hersengebieden, ook die van het puberbrein, ontwikkelen zich niet gelijkmatig, maar van achteren naar voren. En juist voor in de hersenen wordt, het weloverwogen keuzes maken, consequenties van beslissingen overzien, goed plannen en prioriteiten stellen,  geregeld. Anders gezegd, de emotionele hersengebieden zijn eerder aan de beurt dan de rationele hersengebieden. De emotionele hersengebieden worden extra geprikkeld door hormonen. De rationele hersengebieden zijn nog niet sterk genoeg om de hypergevoeligheid van de emotionele hersengebieden onder controle te houden. Puberhersenen zijn dus tijdelijk uit balans. Eigenlijk heel logisch dat dit effect heeft op hun gedrag. 
Het emotionele deel in de hersenen is gevoelig voor de positieve gevolgen van gedrag. Het controlerende deel daarentegen is gevoelig voor de negatieve gevolgen. Pubers zijn daarom heel gevoelig voor beloningen en niet voor straf. Blijf daarom aandacht houden voor wat een kind goed doet. 

Het puberbrein en plannen

Zoals gezegd vinden de veranderingen in het puberbrein vooral in het voorste gedeelte plaats, de prefrontale cortex. In dit gebied bevinden zich de plannings- en controlefuncties. Deze functies stellen je in staat om dingen te plannen, te anticiperen en de gevolgen voor de lange termijn te overzien. Deze plannings- en controlefuncties zijn pas in de latere pubertijd voldoende rijp.  Deze rijping kan nog doorgaan tot het 22e levensjaar. Dit is de reden waarom pubers vaak moeite hebben met lange termijn plannen, zoals studeren en het sparen van geld.

Het is daarom heel goed om een kind in zijn pubertijd te wijzen op de langetermijngevolgen van zijn of haar gedrag. Zelf kunnen ze dit namelijk niet goed overzien. Soms is het verstandig om bepaalde dingen gewoonweg te verbieden, bijvoorbeeld het drinken van alcohol onder achttien jaar.

Een plenda kan een kind houvast bieden in het plannen van schooltaken, gamen en sporten

Pubers en slapen 

Vaak vinden we onze pubers lui. Ze kunnen een gat in de dag slapen en ‘s avonds willen ze niet naar bed. Ze vermaken zich liever nog even met hun telefoon of met gamen. Naarmate de puberteit vordert, zorgen de hersenen ervoor dat het waak- en slaapritme anders gaat werken.  In de puberteit wordt het slaaphormoon melatonine steeds later afgegeven of soms zelfs helemaal niet. Dit heeft het gevolg dat een kind ’s avonds veel later moe wordt. Tegelijkertijd heeft een puber ongeveer 9 uur slaap nodig, om alle prikkels van de dag te kunnen verwerken. Daarom hebben pubers vaak moeite om ’s ochtends uit bed te komen.

Verliefdheid en het puberbrein

De eerste interesse in het andere geslacht ontstaat bij kinderen veelal rond hun twaalfde. Dat heeft alles te maken met de geslachtshormonen die een steeds actievere rol gaan spelen. De eerste echte verliefdheid komt meestal iets later in de puberteit. Deze kalverliefdes zijn vaak heel puur maar soms ook erg heftig. Pubers kunnen immers hun emoties nog niet zo goed reguleren.  Als je verliefd bent, worden er bepaalde emotionele beloningsgebieden actief in je hersenen. In de puberteit zijn deze gebieden extra gevoelig, waardoor een kind extra verliefdheid voelt. Ook zijn de hersengebieden die hevige gevoelens van verliefdheid kunnen indammen bij pubers nog niet volledig ontwikkeld. Hierdoor zit er bij hen nog geen enkele rem op de gevoelens van verliefdheid. 

Pubers motiveren hun best te doen op school, het kan!

Pubers motiveren hun best te doen op school, het kan!

Gebrek aan motivatie voor school, is iets waar veel ouders van tieners tegenaanlopen. Helaas heb je als ouder weinig invloed om hier veranderen in aan te brengen. Belonen en straffen zijn waardeloze machtsmiddelen tegenover pubers. Maar je wil toch iets! Pubers motiveren, hoe zorg je ervoor dat je puber wel (weer) gemotiveerd raakt en zijn best gaat doen op school? 

Zijn pubers gewoon lui?

Tieners lijken soms luie, ongemotiveerde schepsels die vooral willen slapen, gamen en hangen op de bank met hun telefoon. Puber mogen dan vaak lui lijken, de waarheid is dat ze er eigenlijk niets aan kunnen. Het komt door hun hersenen, het puberbrein. In de puberteit vinden de grootste veranderingen plaats in de hersenen. Vooral in het gebied waar de plannings- en controlefuncties zitten. Pas wanneer de hersenen van een kind voldoende ontwikkeld zijn, kan hij beter plannen, anticiperen en de gevolgen voor de lange termijn overzien. Dat wil niet zeggen dat je het er tot die tijd maar bij moet laten zitten. Er zijn manieren om je puber toch enig sinds te motiveren. 

Pubers motiveren hoe werkt dat? 

1.Analyseer een slechte motivatie

Probeer erachter te komen waarom je kind niet gemotiveerd is om te leren. Praat met hem over zijn motivatie. Alle  kinderen willen mooie cijfers en ouders die trots op ze zijn. Dat is dus het probleem niet. Maar wat is het dan wel? Vindt je kind het lastig om zijn huiswerk te organiseren? Verkeerde vrienden? Niet de juiste school, of niet het juiste vakkenpakket? Vervelende leraar of een negatief zelfbeeld? Er zijn verschillende mogelijkheden, die allemaal om een andere aanpak vragen.

2.Belang van het waarom?

De beste motivatie van een kind is de intrinsieke motivatie. Dit is de motivatie die vanuit het kind zelf komt. Als een kind weet waarom iets belangrijk is of wat hij ergens aan heeft, zal hij eerder geneigd zijn zich in te zetten. Als een kind ervaart dat het handig is om spullen op  te ruimen, zodat hij daarna gemakkelijker iets kan terug vinden, zal hij eerder dingen opruimen, dan wanneer je hem vertelt dat hij dingen moet opruimen. Voor wat betreft verschillende vakken op school, vertel wat je er later mee kunt. Wiskunde is bijvoorbeeld belangrijk om te kunnen programmeren. 

3. Maak het bereikbaar

Maak opdrachten behapbaar en overzichtelijk. Als een taak te omvangrijk is, kun je snel weerstand verwachten van je puber. Kijk of het mogelijk is om omvangrijke taken op te delen in kleine deeltaken. Zo is er minder weerstand om ergens aan te beginnen. 

4. Pubers motiveren door te falen

Dit is voor veel ouders moeilijk!  Als je ziet dat er iets fout gaat, dat er te weinig aandacht aan een opdracht of toets wordt besteed, ben je als ouders snel geneigd te willen helpen, je wilt voorkomen dat het mis gaat. Het halen van een onvoldoende is echter niet verkeerd. Kinderen zullen de keer hierna gemotiveerder zijn om beter hun best te doen. Het is wel goed om te praten over het slechte cijfer. Stel vragen en oordeel niet. Vraag of je ergens je hulp bij kunnen gebruiken. 

5. Helpen te herinneren

Er gebeurt een hoop in het leven van een puber. Ze zijn daarom vaak snel afgeleid of vergeten gewoon dingen te doen. Dit heeft ook te maken met hun hersenontwikkeling. Zeuren van ouders werkt contra productief. Helpen herinneren en routine aanbrengen helpt wel. Kleine hints en lesstof met een programma maken helpen structuur en overzicht te bewaken. Iets waar de hersenen van pubers meer moeite mee hebben.

6. Geef ze eigen inbreng

Hoe vaak zeggen we als ouder tegen ons kind “Omdat ik het zeg” . Soms wil je gewoon even geen discussie met een kind. Je puber daarentegen wil juist een eigen zeg hebben in wat er wanneer gedaan moet worden. Probeer daarom samen een planning te maken. Wanneer is het tijd voor huiswerk, sport, gamen of tv kijken. Een schema met tijdvakken kan hierbij uitkomst bieden.  

7. Pubers motiveren met positieve feedback

Het blijkt dat het puberbrein veel gevoeliger is  voor positieve feedback dan voor negatieve feedback. Let er dus op dat je je puber niet de hele tijd loopt te bekritiseren. Opbouwende opmerkingen en complimenten zijn veel effectiever. Bijvoorbeeld: ‘Okee, je staat 3 onvoldoendes. Maar vergeet niet dat daar ook 8 voldoendes tegenover hebt staan!’

8. Stimuleer door te belonen

Pubers motiveren door ze te belonen. Van een 5 gemiddeld naar een 7 voor een vak? Maak hun favoriete gerecht in het weekend. Hebben ze hun huishoudelijke klusjes de hele week goed gedaan, ga samen de stad in. Met positief belonen houdt je een kind beter gemotiveerd en enthousiast.

 

Pubers opvoeden! wat je wel en juist niet moet doen?

Pubers opvoeden! wat je wel en juist niet moet doen?

De puberteit van je kind is voor jou als ouders soms best een pittige periode. Stemmingswisselingen, moeite met autoriteit en gezag. Kinderen die zich meer los willen maken van ouders, nieuwe dingen proberen en daarbij soms bewust risico’s en grenzen opzoeken.  Je vind het misschien niet leuk, maar het hoort helaas bij pubers opvoeden. 

Hoe kun je ervoor zorgen dat het toch gezellig blijft in huis en je een goede band houd met je puber. Wat moet je dan vooral laten en wat kun je doen?

Wat kun je beter laten 

  • Preken
    Hoe vaak praat je ‘tegen je puber’ in plaats van ‘met je puber’.  Met de beste bedoelingen uiteraard. Je wil je kind ergens behoeden of duidelijk maken dat iets heel belangrijk is. Je overlaadt je je puber met informatie. ‘Je moet echt meer bewegen en minder gamen, want  uit onderzoek blijkt dat …’. Pubers zijn allergisch voor dit soort ‘gepreek’ van hun ouders en haken veelal direct af. Mogelijk krijg je nog een reactie als  ‘Jaahaa mam, ik weet het, dat heb je nu al 100 keer gezegd’. Je boodschap komt niet aan, dus zonde van je energie
  • Verwijten maken
    Zeg je ook geregeld tegen je kind: Moet je geen huiswerk maken of zit je weer te gamen. Wat je eigenlijk zegt is, ik vind het maar niks dat je zit te gamen. Deze opmerkingen helpen echter niet. Je puber wordt niet gemotiveerd om minder te gamen of zijn huiswerk te maken. Een andere aanpak kan zijn om interesse te tonen in wat je kind doet of leg hem zonder verwijten uit waarom je zijn gedrag niet oké vindt.
  • Invullen
    Pubers hebben vaak iets meer tijd nodig om hun gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Als ouder heb je vaak snel de neiging om dingen in te vullen om het gesprek op gang te brengen. Dit kan behoorlijk averechts effect werken. Want als je er naast zit, zal je kind zich onbegrepen voelen en vaak ook geïrriteerd reageren (‘je snapt er niks van!’). Probeer daarom zoveel mogelijk open vragen te stellen en je kind op die manier te helpen om zijn gedachten te uiten en gevoelens te ordenen.

Pubers opvoeden motiveren hun best te doen op school! Zo doe je dat

Pubers opvoeden: wat wel doen als het gaat om 

  • Creëer qualitytime
    Pubers zijn vaak vooral bezig met hun vrienden of gamen en zijn niet altijd even gezellig thuis. Wil je de band met je kind goed houden of versterken, onderneem dan samen dingen. Dit is een belangrijk onderdeel voor het versterken van jullie band. Onderneem samen af en toe iets leuks. Zorg ervoor dat dit iets wat jullie allebei leuk en interessant vinden. Ga samen naar de film, wandelen of sporten. 
  • Blijf communiceren
    Een machtsstrijd levert alleen maar frustratie op van beide kanten. Probeer in gesprek te blijven, zonder te oordelen. Toon interesse in zijn belevingswereld en neem ideeën serieus. Zo voelt je kind zich veilig en geliefd. Al merk je hier soms weinig van. 
  • Geef complimenten
    Heeft je kind, dan eindelijk zijn kamer opgeruimd of is hij gezellig aan tafel benoemd dit dan. Richt je hierbij vooral op de inzet, niet op het resultaat.
  • Help met een plan van aanpak
    Wil je kind overgaan gaan dit jaar, vraag hem dan hoe hij dat wil gaan doen. En uitsluitend zijn best doen, is dan niet concreet genoeg. Vraag wat hij gaat doen en wanneer of op welke momenten. Vraag of je hem moet helpen bij dingen. Je zorgt er zo voor dat je puber gaat nadenken en je laat zien dat je vertrouwen hebt in zijn aanpak. 
  • Het is soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar probeer je niet al te druk te maken over het gedrag van je kind. De puberteit is een (vaak lastige) fase die vanzelf weer overgaat. 
  • Verantwoordelijkheid
    Vaak heb je als ouder best wat regels, veelal om je kind te beschermen en te voorkomen dat hij in de problemen komt. Door een kind te leren dat als hij zich verantwoordelijk gedraagt, hij ook meer vrijheid krijgt omdat je ziet dat hij het aankan. Doe wat je moet doen, zodat je kan doen wat je wil. 

Tip: Zo leer je je kind verantwoordelijkheid nemen

Uitgeput? 9 manieren om een ​​burn-out bij het ouderschap te voorkomen

Uitgeput? 9 manieren om een ​​burn-out bij het ouderschap te voorkomen

Het opvoeden van een kind en zeker een kind met een ADHD brein kan heel vermoeiend zijn. Een burn-out is dan ook niet ondenkbaar en komt bij de beste ouders voor!  Wordt het jouw wel eens te veel? Volg dan deze stappen om je gesteund, begrepen en veel minder gestrest te voelen. 9 Manieren om een ​​burn-out bij het ouderschap te voorkomen.

  1. Denk aan jezelf

    Goed voor jezelf zorgen is belangrijk. Want als jij je goed voelt kun je meer betekenen voor de mensen om je heen. Er is maar één persoon in het leven, waar je echt controle over hebt en dat ben je zelf.
    Wanneer je jezelf geen prioriteit maakt – fysiek en emotioneel – zul je uitgeput raken en heb je steeds minder te geven. Als je het gevoel hebt dat je altijd geeft, maak dan eens per week een afspraak voor jezelf om iets te doen wat je leuk vindt.

  2. Vertragen en leven

    We leven in een drukke hectische samenleving. Vertraag en beslis wat je kunt laten om je leven minder stressvol te maken. Zeg bijvoorbeeld soms nee tegen niet-kritieke activiteiten. Laat dat ene speelafspraakje deze week achterwegen. Een kind is mogelijk teleurgesteld, maar het zal je stress besparen.
    Een andere manier om het rustiger aan te doen: creëer tradities, zoals een pannenkoekendag of een wekelijkse schermpjes vrije maandag. Tradities zorgen voor voorspelbaarheid en vereenvoudigen het leven.

  3. Jouw eigen rapport

    Vaak ligt de nadruk op school op dingen die nog niet goed gaan, of die beter kunnen. Maak je eigen rapport voor je kind, waar je vaardigheden benoemt die voor jou belangrijk zijn, zoals creativiteit of medeleven. Als een kind verdrietig thuiskomt met een cijfer of rapport, kun je je eigen rapport tevoorschijn halen en hem alle keren laten zien dat hij leiderschap toonde of goede probleemoplossingen had. Dit vergroot hun zelfrespect en laat ze zichzelf in een nieuw licht zien.

    10 prachtige eigenschappen van ADHD

  4. Draai het om

    Soms ben je boos op een kind, omdat ze eigenwijs of druk zijn. Dit geeft je soms het gevoel dat je politieagent moet spelen. Het helpt om te onthouden dat een kind met een ADHD brein, geweldige eigenschappen heeft, die zich soms wat negatief uiten. Telkens wanneer je die politie agent in je voelt boven komen, noteer dan dingen die je irriteren aan een kind. Draai ze vervolgens om en bedenk wat de positieve kant van deze eigenschap is.  Als een kind koppig is, bewonder dan zijn doorzettingsvermogen. Als hij eigenwijs is, waardeer dan zijn kritisch denkvermogen.

  5. Laat het leven niet alleen om een kind draaien

    Als je kind anders is dan anderen, heb je vaak het gevoel dat je er altijd voor ze moet zijn. Je kan je schuldig voelen als je even een pauze wilt. Altijd maar bezig zijn, zorgt voor een disbalans en maakt je minder gelukkig.  Maak voldoende tijd vrij voor andere dingen, bijvoorbeeld met vrienden afspreken of een film kijken.

  6. Wees proactief

    Neem een ​​proactieve houding aan om leerkrachten en vrienden te helpen begrijpen waar je kind (en jij) mee worstelen en hoe zij kunnen helpen. Wanneer je de leraar van je kind spreek, deel dan zijn passies en interesses, zijn sterke punten. Vertel wat hij moeilijk vind en wat goed bij hem werkt. Dit helpt een leerkracht een kind beter te begrijpen en te helpen.

  7. Geef kinderen gereedschap om te slagen

    Sta niet toe dat een kind het slachtoffer wordt. Laat ze hun ADHD-brein niet als excuus gebruiken. Help ze in plaats daarvan hun sterke punten te gebruiken en strategisch na te denken hoe om te gaan met hun uitdagingen. Heeft een kind moeite om stil te zitten voor huiswerk? Brainstorm over manieren om het gemakkelijker te maken, zoals zittend op een bal, staand, lopend of ondersteboven op de bank liggend!

  8. Zoek een vriend die het begrijpt

    Perspectief helpt! Zoek een goede vriend(in) met een kind dat met soortgelijke uitdagingen te maken heeft. Je kunt ervaringen delen en het helpt te weten dat je niet alleen bent.

  9. Wapen je met kennis

    Lees veel over hoe een ADHD brein werkt. Ontdek strategieën om minder last van de belemmeringen die het met zich mee brengt (zoals problemen met aandacht of hyperactiviteit. En ontdek de kracht van een ADHD brein. Zo kun je een kind nog beter ondersteunen en het helpt om een ​​burn-out bij het ouderschap te voorkomen

 

Waarom liegen kinderen (en ouders)?

Waarom liegen kinderen (en ouders)?

Verhalen verzinnen die totaal niet waar zijn of niet kloppen: alle kinderen liegen wel eens. En daar is op zich niets mis mee.  Voor jonge kinderen lopen fantasie en werkelijkheid nog erg door elkaar. Dit hoort bij de  ontwikkeling van een kind en heeft niets te maken met liegen. Voor kinderen met een sterke verbeeldingskracht kan het langer duren voordat ze fantasie en werkelijkheid goed kunnen onderscheiden.

Er zijn natuurlijk situaties waarin kinderen bewust  iets zeggen wat niet waar is. Ze liegen in deze gevallen om zichzelf te beschermen tegen kritiek of straf.  Ze willen dit voorkomen en denken dat een leugen dingen makkelijker maakt voor zichzelf en hun omgeving.

Vaak heeft liegen te maken met een laag zelfbeeld en wil degene die liegt zich beter voordoen. Boos worden om een leugen of straf geven, versterkt hun angst voor afwijzing en versterkt juist de behoefte om te liegen. Zonder veroordeling, duidelijk zijn over de feiten en op ondersteunende manier zoeken naar oplossingen werkt beter.

Benadering

Als je merkt dat een kind liegt of vermoed dat hij dat gaat doen, probeer dit dan te voorkomen.
Stop met vragen te stellen die gericht zijn op ‘betrappen’. Vraag niet “Heb je je kamer al opgeruimd?” als je al weet dat je kind dat nog niet heeft gedaan. Of  “Heb je nog huiswerk deze week” als je op de app of mail al lang hebt gezien dat dat zo is.

Wees in plaats daarvan eerlijk en duidelijk over wat je weet. “Ik zie dat je je kamer nog niet hebt opgeruimd. Wanneer ga je dat doen?” Of je hebt deze week nog een topografie toets. Wat is je plan?”

Fantasie verhaal

Als je een fantasieverhaal niet gelooft, reageer dan vriendelijk : “dat klinkt als een mooi verhaal”. Behandel het als een fantasie, waardeer de creativiteit en nodig eventueel uit om verder te fantaseren.

Help

Als je denkt dat je kind liegt, probeer dat te helpen door een uitweg te bieden. “dat klinkt niet echt als de waarheid”. Soms durven kinderen de waarheid niet te vertellen omdat ze bang zijn dat anderen boos worden.
Je kunt ook de leugen negeren en een kind helpen de werkelijkheid te onderzoeken. Stel vragen over wat er is gebeurt. Wees hierin oprecht, zodat het niet over komt alsof je hem wilt betrappen.

Wat wel doen als liegen kinderen

Ouders die veel bekritiseren, veroordelen en straffen hebben een grotere kans dat hun kind liegt om onder kritiek of consequenties uit te komen. Wanneer je dit herkent werk dan aan een andere manier van opvoeden zonder straffen en belonen en zonder veroordeling of terechtwijzing. Wees ondersteunend. Laat een kind merken dat je onvoorwaardelijk van hem houdt, wat er ook gebeurt!  Kinderen kunnen liegen omdat ze bang zijn dat ouders teleurgesteld in hen zijn als ze de waarheid weten.

Benader fouten als kansen om van te leren, zodat kinderen hun fouten niet hoeven te verdoezelen. Door ondersteunend te reageren leer je een kind dat het veilig is om de waarheid te vertellen.

Geef het goede voorbeeld .
Veel volwassenen liegen zelf ook: over  Sinterklaas, over dat ze de jas van een vriendin heel mooi vinden terwijl dat niet zo is, over dat hun kind pas 4 jaar oud is en dus gratis naar binnen mag terwijl het kind al 5 is.  “Leugentjes om best wil” en om anderen niet voor het hoofd te stoten komen veel voor.

Een leugen wil nog niet zeggen dat je kind voor galg en rad opgroeit. Bestempel een kind niet als leugenaar, maar zie hem gewoon als iemand die een leugen heeft verteld en help hem de volgende keer eerlijk te zijn.

Slim maar…  Talenten en frustratie

Slim maar… Talenten en frustratie

Het is enorm frustrerend als je ziet als een slim, talentvol kind telkens weer worstelt met redelijk simpele taken zoals huiswerk, opruimen en aankleden. Of met het omgaan met boosheid en teleurstellingen. Hoe komt dat? Onderzoek toont aan dat bij deze kinderen hun executieve functies nog niet goed ontwikkeld zijn. In het boek Slim maar… geven Peg Dawson en Richard Guare praktische tips hoe je deze vaardigheden bij kinderen kunt ontwikkelen.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn de functies in de hersenen die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen te beheersen en je te kunt focussen op wat belangrijk is. Er zijn verschillende vaardigheden te onderscheiden:

  1. Respons Inhibitie: het vermogen impulsen te beheersen. Om te denken voor je doet.
  2. Werkgeheugen: regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat onbelangrijk is.
  3. Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren.
  4. Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks prikkels en afleiding.
  5. Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  6. Planning/prioritering: een plan maken en beslissen wat belangrijk is.
  7. Organisatie: informatie en materialen ordenen.
  8. Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  9. Doelgericht gedrag: doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afschrikken.
  10. Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  11. Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.

Wanneer een kind een taak niet uitvoert, kan het natuurlijk zo zijn dat een taak of opdracht niet past bij een kind. Je kunt dan de taak aanpassen, maar er zijn ook dingen, zoals huiswerk maken, aankleden die moeten wel gebeuren.
Ga in deze situatie na of een kind de taak niet wil of niet kan uitvoeren. Controleer of er omgevingsfactoren zijn die een kind belemmeren en kijk welke functies een kind nodig heeft voor het uitvoeren van een taak. En of een kind deze bezit?

Slim maar…

In het boek Slim maar… geven Peg Dawson en Richard Guare praktische tips hoe je deze vaardigheden bij kinderen kunt ontwikkelen. Voor veel voorkomende problemen hebben ze aangegeven welke executieve functies je daarbij nodig hebt.

slim maar