**//sticky ads code//**
Onvoorwaardelijk opvoeden

Onvoorwaardelijk opvoeden

Onvoorwaardelijk ouderschap is het nieuwe opvoeden. De term ‘Unconditional Parenting’ is bedacht door de Amerikaan Alfie Kohn, schrijver van  vele boeken over opvoeding. Maar wat is onvoorwaardelijk ouderschap nou eigenlijk precies? En kun je echt goed opvoeden zonder straffen en belonen?

Alfie Kohn beschrijft in zijn boek twee verschillen, het voorwaardelijk ouderschap en onvoorwaardelijk ouderschap. Het voorwaardelijk ouderschap is het houden van je kind om voor wat het kind doet en onvoorwaardelijk ouderschap is het houden van je kind voor wie het is.

Opvoeden zonder straffen

Een mooi voorbeeld uit het boek: Een kind misdraagt zicht tijdens het avondritueel. Wat doe je? Ga je gewoon door met het avondritueel en het lezen van een verhaaltje? Voorwaardelijk ouderschap zegt ‘nee’, je slaat de rest van het ritueel over, anders zou je een kind belonen. Dit zijn de consequenties van ongewenst gedrag. Onvoorwaardelijk ouderschap zegt dat je de verleiding moet weerstaan om je kind te straffen.  Hij adviseert gewoon het ritueel af te maken, eventueel wat korter lezen en daarna samen met een kind erover praten. Zo kan een kind er ook van leren.

In het boek worden geen kant en klare methode om ‘een goed kind op te voeden’ gegeven. Kohn probeert onze mindsite te veranderen. Van hoe krijg ik mijn kind te doen wat ik wil  naar wat heeft mijn kind nodig en hoe kan ik zijn behoefte vervullen.  Acht belangrijke principes van onvoorwaardelijk opvoeden:

  1. Reflecteer

    Kijk naar jezelf, naar jouw gedrag als ouder. Iedereen maakt soms fouten, dat hoort erbij. Terugkijken naar hoe je iets hebt aangepakt en daarbij bedenken wat je een volgende keer anders zou doen. 
  2. Denk na over je verzoeken

    Soms vragen we dingen van kinderen, uit gewoonte, of omdat het ons goed uitkomt. 
  3. Hou de leeftijd van een kind in gedachte

    Wat je kunt verwachten van een kind, hangt ook sterk samen met zijn leeftijd (en karakter). Kun je van een jong kind verwachte dat hij een uur stil zit tijdens het kerst diner. 
  4. Focus op je lange termijndoelen

    Je wilt dat een kind later zelfstandig wordt en verantwoorde keuzes maakt. Laat hem of haar dan ook de ruimte om te oefenen en fouten te maken. 
  5. Zet de relatie met je kind voorop

    Er is niets belangrijker dan de band die je hebt met je kind. Wanneer je de relatie belangrijker vindt dan datgene wat je boos of geïrriteerd maakt, dan krijg je vanzelf een ander perspectief en kom je tot nieuwe inzichten en oplossingen.
  6. Verander niet alleen je gedrag, maar ook je kijk op opvoeden 

    Onvoorwaardelijk ouderschap is géén methode, maar een filosofie. Alleen je handelen veranderen heeft geen zin, als je niet ook op een andere manier over opvoeding en omgaan met je kind gaat denken.
  7. Praat minder en vraag meer

    Kinderen leren het meest door zelf ergens achter te komen. Wanneer je vragen stelt leert een kind zelf na te denken over een situatie. Zaken beklijven ook beter dan wanneer je iets vertelt. 
  8. Ga uit van het goede, opvoeden zonder straffen

    Kinderen zijn er niet op uit om ons dwars te zitten of expres te klieren. Wanneer een kind dit soort gedrag vertoont, draai het dan eens om. Zie ‘uitdagend’ gedrag als ‘onderzoekend’ of ‘spontaan’. Door soms met een andere bril te kijken, krijgen je een ander perspectief.

Wat ik zeg versus wat mijn kind hoort

Wat ik zeg versus wat mijn kind hoort

Heb je soms ook het gevoel dat je tegen oren praat of dat je kind totaal iets anders hoort dan wat jij zegt. Je vertelt je dochter bijvoorbeeld dat het bedtijd is. Maar op een raadselachtige manier hoort zij dat het juist tijd is om als een gek achter haar broertje aan te zitten.
Vaak lijkt er iets verkeerd te gaan wanneer een zin jouw mond verlaat, en het moment dat het binnenkomt bij je kinderen. Tien herkenbare momenten op een rijtje:

1. Morsen

Jij zegt tegen je kind: Pas op, zo mors je melk uit je beker.
Wat jouw kind hoort: HELEMAAL NIKS! …. en morst de melk

2. Bedtijd

Je hoeft het niet eens te zeggen, het is alsof ze een biologische klok hebben die een interne omschakeling naar hyper-krankzinnig en gevoelig rond het slapengaan omkeert.
Jij zegt tegen je kind: Het is bedtijd.
Wat jouw kind hoort: Bereid je alvast voor, maak je klaar, want het is tijd voor… GO CRAZY!

3. Toetjes

Jij zegt tegen je kind: We hebben geen ijs meer.
Wat jouw kind hoort: We hebben bakken vol ijs, allemaal verstopt, en jij moet gewoon net zo lang blijven drammen totdat jij je zin krijgt.

4. Lange rit

Jij vertelt aan je kind: Nee, we zijn er nog niet bijna. We hebben nog een lange rit te gaan.
Wat jouw kind hoort: Nee, maar vraag het mij gewoon nog een keer over 10 seconden. Geen probleem!

5. Vliegen

Voor veel kleine kinderen zijn er eigenlijk maar twee soorten vliegende insecten: bijen en zeer waarschijnlijk bijna zeker ook een bij.
Jij vertelt aan je kind: Het is een doodnormaal vliegje, doet helemaal niets kwaad.
Wat jouw kind hoort: Bij! Ren voor je leven!!!

6. Badwater

Jij vertelt aan je kind: Je mag het badwater niet drinken.
Wat jouw kind hoort: Drink, drink, drink, drink.

7. Niet eten

Jij zegt tegen je kind: Eet die appel op de grond niet!
Wat jouw kind hoort: Eet die appel zo snel mogelijk op, voordat ik de kans krijg om het op te eten.

8. Klein hapje

Jij zegt tegen je kind: Oké, maar een klein hapje dan.
Wat jouw kind hoort: Probeer eens uit of jij het hele ding in je mond kan krijgen.

9. Aan de telefoon

Jij zegt tegen je kind: Ssshtt, ik ben aan de telefoon!
Wat jouw kind hoort: Stel me jouw vraag opnieuw en opnieuw en opnieuw, en vooral belangrijk: doe dit heel hard!

10. Niet aanraken

Jij zegt tegen je kind: Je mag het toetsenbord NIET aanraken.
Wat jouw kind hoort: Raak nu meteen dat toetsenbord aan.

12. Uitproberen

Jij zegt tegen je kind: Probeer dit lekkere nieuwe hapje eens uit.
Wat jouw kind hoort: Probeer dit smerige, vieze, papperige gif eens.

Bron: Howtobeadad.com

Weg met die ochtendstress!

Weg met die ochtendstress!

Is het bij jullie thuis geregeld ’s ochtends een drukte van jewelste?  Flinke ochtendstress om iedereen op tijd aangekleed, met een gezond ontbijt, netjes de tanden gepoetst op school en werk te krijgen.

Soms heb je er voor je gevoel  al een halve werkdag op zitten, voordat je op je werk komt.  Hoe zorg je ervoor dat de ochtendspits soepeler verloopt, het je minder energie kost en minder frustratie oplevert?

Weg met de ochtendstress

Deze tips kunnen je helpen om meer routine in de ochtend te brengen en deze meer te stroomlijnen.

  1. Niet leuk, maar wel heel effectief: zet de wekker een kwartier eerder.
    Als je iets meer tijd hebt ’s ochtends gaat het hele programma dat afgedraaid moet worden iets meer ontspannen. Ben je zelf rustiger, dan straal je dit op de rest van het gezin af. Als je vaak alles op het nippertje aan redt (of net niet), bedenk dan hoeveel minder stress en ergernis het je ‘s ochtends kost als je iets meer tijd hebt. Is dit echt een kwartier langer slapen waard?
  2. Start de avond van tevoren.

    Krijg een vliegende start in de ochtend. Voor het slapen gaan, leg je zelf of kies je samen met je kind de kleren uit voor de volgende dag.
    Leg alle spullen die mee moeten naar school klaar. Vul alvast de broodtrommel en leg deze in de koelkast. Het voorkomt verrassingen ’s ochtends, zoals een vieze beker die nog uit een tas geplukt moet worden of een tas die kwijt is.
    En heel burgerlijk, maar heel praktisch, dek alvast de tafel.
  3. Reserveer “me” time
    Wil je zelf even rustig wakker worden? Reserveer in de ochtend dan wat tijd voor jezelf. Voordat heel het huis wakker is alvast een kopje koffie drinken, iets lezen, mediteren of andere oefeningen doen.
    Door een beetje tijd te nemen voor jezelf in de ochtend, voel je je rustiger midden in de drukte ´s ochtends bij de soms hectische overgangen naar werk en school.
  4. Volg een schema en voorkom echte ochtendstress.
    Maak elke dag zo voorspelbaar als je kunt. Probeer hetzelfde schema elke dag te volgen. Bijvoorbeeld opstaan, tanden poetsen, wassen, aankleden, ontbijten en vertrekken naar school. Kinderen weten op deze manier waar ze aan toe zijn.
    Wie laat de hond uit, of wie geeft de kat te eten? Sommige kinderen hebben moeite om de volgorde van dingen te bepalen. Maak het schema dan visueel m.b.v. pictogrammen. Jij zelf en je kind weten hierdoor waar jullie dingen kunnen vinden.
  5. Vertrouw op de klokken.

    Zorg dat klokken goed zichtbaar zijn in huis. Geef kinderen een horloge als ze oud genoeg zijn. Door tijd zichtbaar te maken, laat je zien dat dit belangrijk is en help je een kind tijd te managen.
  6. Double-check spullen
    Laat een kind voor vertrek controleren of alles is ingepakt. Dit voorkomt dat je weer terug naar huis moet. Daarnaast geeft het een kind een gevoel van rust, dat alle spullen in zijn tas zitten. Bij jonge kinderen kun je een liedje of rijmpje maken om na te gaan of alle spullen in de tas zitten. Stimuleer een ouder kind een lijst te maken van alle items die hij nodig heeft.
  7. Beloon successen
    Als een kind in staat is om ’s ochtends voorspoedig het ochtend ritueel te doorlopen en tijd te besparen, beloon hem dan met een kort spelletje samen of een voorleesverhaal. Hiermee start je dag met familie tijd.Succes. Heb je zelf nog leuke tips deel ze dan met ons.

 

 

Vanaf welke leeftijd laat je een kind alleen thuis?

Vanaf welke leeftijd laat je een kind alleen thuis?

Een jong kind alleen thuislaten, is natuurlijk geen goed idee. Maar vanaf welke leeftijd kun je een kind even alleen thuis te laten? En hoe lang kan je dan zonder je kind de deur uit? Uiteraard verschil het per kind wanneer je een kind alleen kunt thuis laten. Hier wat richtlijnen. Plus praktische tips voor als het moment is aangebroken dat je kind even alleen thuis kan blijven.

De leeftijd waarop een kind alleen thuis mag blijven is in Nederland niet wettelijk vastgelegd. Er is wel een wet die zegt dat je geen hulpbehoevenden zonder toezicht thuis achter mag laten. Dit betekent dat je een kind die nog niet (deels) voor zichzelf kan zorgen (handelsbekwaam is), alleen thuis mag laten. Officieel is een kind pas echt volledig handelsbekwaam als hij achttien jaar is. Je wordt echter vast niet niet vervolgd als je je puber een paar uur thuislaat. Tenzij er iets misgaat, dan kan dat strafrechtelijk voor problemen zorgen.

 
Vanaf welke leeftijd kan een kind alleen thuislaten?

Kinderen die in groep 7 of 8 zitten, zijn meestal  oud genoeg om voor het eerst even alleen thuis te blijven, zeggen de meeste experts. Toch verschilt het per kind op welke leeftijd ze alleen thuis kunnen blijven. Dit hangt van verschillende factoren af. Voelt je kind zich er goed bij om alleen thuis te blijven en heb je er als ouder vertrouwen in?  Het ene kind kan nou eenmaal meer verantwoordelijkheid aan, dan het andere. En stel er gebeurt iets: weet je kind dan wat hij moet doen?  Ook waar je woont speelt een rol, zijn er buren in de buurt . Is een kind alleen of met een broer of zus thuis.  Kortom, het verschilt per kind en als ouders weet je dit vaak het beste.

Wanneer je denkt dat je kind het aan kan om alleen thuis te blijven, bouw dit dan langzaam op. Laat je kind in het begin overdag kortere tijd alleen thuisblijven, als je de hond uit laat of boodschappen gaat doen. Bel je kind eventueel tussendoor om te checken of het goed gaat. 

Hoe lang kan een kind alleen thuis blijven?

Hoe lang je je kind alleen thuislaat, is afhankelijk van hoe zelfstandig je kind is en wat hij aan kan. En waar jij je prettig bij voelt natuurlijk. Dit zijn richtlijnen die voor veel kinderen gelden.

Leeftijd Hoe lang alleen thuis?
jonger dan 7 jaarKinderen jonger dan 7 jaar kun je niet alleen laten voor een bepaalde tijd ook niet in de auto, schoolpleinen (buiten schooltijd) en speeltuinen etc. 
8-10 jaar Heb je het idee dat je kind eraan toe is om even alleen te blijven. Doe dit dan niet langer dan 30 minuten en alleen overdag.
11-12 jaar De meeste kinderen kunnen nu 1,5 tot 2 uur alleen thuisblijven. Doe dit liefst alleen overdag of in de vroege avond.
13-15 jaar Kinderen kunnen alleen thuisblijven, maar nog niet ‘s nachts.
16-17 jaar Als je puber zich er goed bij voelt, kun je hem nu langere tijd alleen thuis laten. Eventueel ook ’s nachts of zelfs een paar dagen

 

Tips bij alleen thuis blijven

Heb je het idee dat je kind eraan toe is om alleen thuis te blijven of wil je het proberen? Hier wat handige tips.

  1. Vraag je kind van tevoren wat hij ervan vindt om alleen thuis te blijven. 
  2. Laat je kind in het begin alleen korte tijd alleen thuis en alleen overdag. Gaat het goed, dan kan je steeds wat langer weg. Vraag altijd wel of een kind zich hier goed bij voelt.
  3. Ga je iets langer weg, zorg dan dat je bereikbaar bent of dat er buren zijn waar je kind naar toe kan.
  4. Maak duidelijke afspraken. Bijvoorbeeld: mag je kind de deur opendoen en voor wie? Mag hij de telefoon opnemen? Mag je kind apparaten gebruiken, welke wel en welke niet?
  5. Zorg dat je kind weet wat hij in geval van nood moet doen. 
  6. Doe de voordeur niet op slot als je kind geen mogelijkheid heeft om deze open te maken. In geval van nood kan een kind altijd naar buiten 
  7. Zet apparaten, zoals de wasmachine, droger en vaatwasser uit. Zo verklein je de kans op kortsluiting en brand. Berg vlijmscherpe koksmessen liever weg. Laat uiteraard ook geen kaarsen branden. 

 

Waarom liegen kinderen (en ouders)?

Waarom liegen kinderen (en ouders)?

Verhalen verzinnen die totaal niet waar zijn of niet kloppen: alle kinderen liegen wel eens. En daar is op zich niets mis mee.  Voor jonge kinderen lopen fantasie en werkelijkheid nog erg door elkaar. Dit hoort bij de  ontwikkeling van een kind en heeft niets te maken met liegen. Voor kinderen met een sterke verbeeldingskracht kan het langer duren voordat ze fantasie en werkelijkheid goed kunnen onderscheiden.

Er zijn natuurlijk situaties waarin kinderen bewust  iets zeggen wat niet waar is. Ze liegen in deze gevallen om zichzelf te beschermen tegen kritiek of straf.  Ze willen dit voorkomen en denken dat een leugen dingen makkelijker maakt voor zichzelf en hun omgeving.

Vaak heeft liegen te maken met een laag zelfbeeld en wil degene die liegt zich beter voordoen. Boos worden om een leugen of straf geven, versterkt hun angst voor afwijzing en versterkt juist de behoefte om te liegen. Zonder veroordeling, duidelijk zijn over de feiten en op ondersteunende manier zoeken naar oplossingen werkt beter.

Benadering

Als je merkt dat een kind liegt of vermoed dat hij dat gaat doen, probeer dit dan te voorkomen.
Stop met vragen te stellen die gericht zijn op ‘betrappen’. Vraag niet “Heb je je kamer al opgeruimd?” als je al weet dat je kind dat nog niet heeft gedaan. Of  “Heb je nog huiswerk deze week” als je op de app of mail al lang hebt gezien dat dat zo is.

Wees in plaats daarvan eerlijk en duidelijk over wat je weet. “Ik zie dat je je kamer nog niet hebt opgeruimd. Wanneer ga je dat doen?” Of je hebt deze week nog een topografie toets. Wat is je plan?”

Fantasie verhaal

Als je een fantasieverhaal niet gelooft, reageer dan vriendelijk : “dat klinkt als een mooi verhaal”. Behandel het als een fantasie, waardeer de creativiteit en nodig eventueel uit om verder te fantaseren.

Help

Als je denkt dat je kind liegt, probeer dat te helpen door een uitweg te bieden. “dat klinkt niet echt als de waarheid”. Soms durven kinderen de waarheid niet te vertellen omdat ze bang zijn dat anderen boos worden.
Je kunt ook de leugen negeren en een kind helpen de werkelijkheid te onderzoeken. Stel vragen over wat er is gebeurt. Wees hierin oprecht, zodat het niet over komt alsof je hem wilt betrappen.

Wat wel doen als liegen kinderen

Ouders die veel bekritiseren, veroordelen en straffen hebben een grotere kans dat hun kind liegt om onder kritiek of consequenties uit te komen. Wanneer je dit herkent werk dan aan een andere manier van opvoeden zonder straffen en belonen en zonder veroordeling of terechtwijzing. Wees ondersteunend. Laat een kind merken dat je onvoorwaardelijk van hem houdt, wat er ook gebeurt!  Kinderen kunnen liegen omdat ze bang zijn dat ouders teleurgesteld in hen zijn als ze de waarheid weten.

Benader fouten als kansen om van te leren, zodat kinderen hun fouten niet hoeven te verdoezelen. Door ondersteunend te reageren leer je een kind dat het veilig is om de waarheid te vertellen.

Geef het goede voorbeeld .
Veel volwassenen liegen zelf ook: over  Sinterklaas, over dat ze de jas van een vriendin heel mooi vinden terwijl dat niet zo is, over dat hun kind pas 4 jaar oud is en dus gratis naar binnen mag terwijl het kind al 5 is.  “Leugentjes om best wil” en om anderen niet voor het hoofd te stoten komen veel voor.

Een leugen wil nog niet zeggen dat je kind voor galg en rad opgroeit. Bestempel een kind niet als leugenaar, maar zie hem gewoon als iemand die een leugen heeft verteld en help hem de volgende keer eerlijk te zijn.

8 dingen die ouders soms nodig hebben om te horen

8 dingen die ouders soms nodig hebben om te horen

Kinderen zien opgroeien is genieten. Ze begeleiden en helpen waar nodig een dankbare taak. Samen genieten van de leuke dingen in het leven.  Maar er zijn ook die tijden waarin ouderschap gewoon zwaar is. Dat het voelt als je faalt als ouder!

Er zijn uren, dagen, weken dat het echt even niet leuk is. Dat je het gevoel hebt dat je faalt als ouder, dat je het die dag anders had willen doen of dat je vindt dat je je kind te kort hebt gedaan. Door vermoeidheid zie je dingen soms niet even helder en hoe fijn is het dan dat je juist deze waarheden kunt lezen die je graag zou willen horen. Dus voor elke ouder: onthoud deze punten goed en lees ze na op die dagen dat je het nodig hebt.

1. Eén slechte dag zegt niets over hun hele jeugd

Er zijn zoveel dagen die niet gevuld zijn met de mooiste momenten. Misschien heb je geschreeuwd, misschien bleef je niet rustig op een moment dat je dat wel gewild had of misschien was je gewoon chagrijnig. Bedank op die dagen dat één slechte dag niets zegt over hun hele jeugd. Dit was gewoon één dag. Dat brengt me op een andere belangrijke waarheid …

2. Je kinderen zullen zich dit waarschijnlijk niet zo herinneren

De meeste kinderen herinneren zich niet veel voor de leeftijd van een jaar of vier. Bovendien zijn kinderen vaak erg vaardig om het negatieve te vergeten. Vaak bij het slapen gaan vraag ik aan mijn kinderen wat hun leukste en minst leukste delen van de dag waren. Ze hebben nog nooit dat moment genoemd, waarop ik me even niet zo’n leuke ouder vond. Het is meestal iets over een vriendje of dat ze het eten niet lekker vonden.

3. Vergelijk je niet met andere ouders

Je bent de meest perfecte ouder voor je kinderen. Stop met vergelijken hoe andere ouders het doen! Alleen omdat het lijkt of andere het allemaal zo perfect voor elkaar hebben, betekent niet altijd dat dit ook echt zo is. We hebben allemaal dagen waarop we het gevoel hebben te falen. Dus die andere ook.

4. Niemand is goed in alles

Onthoud dat niemand overal goed in is!  We leven in een sociale media wereld waarin je voortdurend ziet wat andere ouders allemaal doen. Vergeet niet dat je alleen de hoogtepunten uit hun leven ziet. Sommige moeders zijn geweldig in het maken van creatieve lunches, maar zij zijn misschien niet zo goed in het samen spelen met hun kinderen.  Sommige zijn geweldig in het creëren van leukste herinneringen met hun kinderen, maar hun huis is misschien wel een rotzooi. Niemand is goed in alles, dus stop met piekeren over dingen waar je niet goed in bent en richt je op de dingen waar je geweldig in bent.

5. Onderschat nooit de kracht van ‘sorry’zeggen

Misschien was het vandaag een verschrikkelijke dag. Misschien zei je wat dingen waar je niet trots was op en heb je niet aardig gedaan tegen je kinderen. In plaats van te blijven hangen in deze mislukkingen, zeg gewoon sorry. Je bent meteen een geweldig voorbeeld voor je kind.

6. Hoe je je voelt op dat moment is niet wie je werkelijk bent!

Vergeet niet dat gevoelens kunnen liegen. Gevoelens komen en gaan. Ook al heb je het gevoel dat je faalt, je bent geen slechte ouder.

7. Doe iets rustiger aan

Vaak ligt de oorzaak van moeilijke dagen in ons snelle levenstempo Onze agenda’s zitten bomvol afspraken en door al dat gehaast begin je vaak ook sneller te snauwen tegen je kinderen. Als er niet voldoende rust momenten in de dag zitten, worden dingen vaak te veel. Een stapje terug doen, helpt je meestal juist vooruit. Zeg gewoon nee tegen een aantal “verplichtingen” zodat je die tijd met je kinderen kunt doorbrengen.

8. Doe iets voor jezelf

Ouderschap is een vermoeiende, eindeloze baan. Maar in tegenstelling tot een 9-5 job, zijn er geen pauzes. Er zijn geen weekenden om te herstellen … tenzij je ze zelf creëert. Natuurlijk kan het best lastig zijn om zomaar een weekend of zelfs alleen al een dagje weg te gaan, maar een paar uurtjes iets voor jezelf doen kan al een groot verschil maken. Soms heb je gewoon even pauze nodig om weer frist terug te komen.

bron: babble.com