**//sticky ads code//**
Geef jij voldoende aandacht aan je kind?

Geef jij voldoende aandacht aan je kind?

Voldoende aandacht geven aan je kinderen, dat wil iedere ouder. Wat is goede balans tussen zelf spelen en aandacht geven? Belangrijk is, dat je er bent op de momenten dat ze jouw zorg, liefde en aandacht nodig hebben. Maar we moeten ook niet overdrijven. Je kunt een kind niet de hele dag aandacht geven, laat staan als je meerdere kinderen hebt.

Het gaat om wat men tegenwoordig zo mooi Quality Time noemt. En dat zit ’m niet in het aantal uren dat je bij je kinderen bent, maar in de manier waarop je de tijd besteedt als je bij ze bent.
Een half uurtje échte aandacht werkt meestal beter dan een uur iets met je kind doen terwijl je met één oog op je smartphone kijkt. Samen gaan wandelen of iets doen, zoals spelen, knutselen of koekjes bakken.aandacht

Echte aandacht

Aandacht heeft niet altijd te maken met praten. Een knuffelt met een kind is ook een belangrijke vorm van aandacht. Een kind voelt zich gezien en er wordt bevestigd dat hij er mag zijn.
Uit onderzoek blijkt dat als iemand ons liefdevol aanraakt, we hersendelen ontwikkelen die ervoor zorgen dat we vertrouwen kunnen opbouwen in onszelf en in anderen om ons heen. Je kunt natuurlijk gewoon zeggen: ‘Ik houd van je.’ Maar als je het laat voelen, door een zoen of een aai over de bol, weet een kind instinctief. Ze houden van me, ik ben de moeite waard! Je geeft ‘affectieve bevestiging’. En dat gaat net iets dieper dan relationele bevestiging, bijvoorbeeld als je een kind prijst omdat hij bijvoorbeeld een goed cijfer heeft gehaald. Dan zeg je ‘Je bent goed om wat je doet.’ Bij affectieve bevestiging geef je als boodschap: ‘Je bent goed om wie je bent, ik ben blij dat je bestaat, ongeacht.’ Dat geeft een kind een gevoel van (zelf) vertrouwen en veiligheid. Vanuit deze veiligheid kan een kind zelfstandig dingen ondernemen, dingen ontdekken en contact maken met andere mensen.

Probeer elke dag 10 minuten tot een kwartier Wij-tijd in te bouwen. Geef je kind jou onverdeelde aandacht.

Wat zeg je tegen een kind met een driftbui

Wat zeg je tegen een kind met een driftbui

Ieder kind heeft wel eens een woede-uitbarsting, dat is heel normaal. Maar wat doe je als een kind een driftbui heeft? Wat helpt juist wel en wat niet in zo’n geval. Soms zeg je net dingen die het erger maken. Een paar tips die kunnen helpen wanneer een kind een driftbui heeft!

1. Stop met dingen gooien!

Zeg in dit geval liever: “Waarom ben je met je speelgoed aan het gooien? Vind je het niet leuk om ermee te spelen of is er iets anders aan de hand?”

Op deze manier bied je een kind een luisterend oor. Een kind voelt dat je oprecht geïnteresseerd bent. Een kind leert zijn gevoelens te uiten op een rustige manier in plaats van door kwaad te worden.

2. Je bent echt te oud voor dit gedrag!

Iedereen, ook grote kinderen (en volwassen) zijn soms verdrietig of boos. Heel normaal. Door te zeggen dat een kind hier te oud voor is, krijgt een kind het idee dat dit niet zo is en dat hij zijn emoties moet weg stoppen. Iets wat zeker niet waar is.

3. Hou op, niet slaan!

Soms loopt de emotie hoog op en wordt er geslagen door een kind. Er ken de emotie van een kind, maar help hem deze op een andere manier te uiten. “Het is niet erg om boos te zijn, maar je mag niet slaan. Zo kun je iemand pijn doen of iets kapot maken.”

4.  Stop met zeuren!

Probeer het gesprek aan te gaan: “Ik hoor je. Hoe kunnen we dit oplossen, denk je? Ook hier leg je de verantwoordelijkheid voor een oplossing bij een kind neer. Wanneer een kind aan het klagen is over een bepaalde situatie, vraag hem dan om na te denken over oplossingen.

5. Niet zo moeilijk doen! 

Wanneer een kind zijn hakken in het zand zet en niet meer voor rede vatbaar zijn, is het belangrijk om samen uit te zoeken waar dit vandaan komt. Hierdoor voelt een kind dat jullie samen een team zijn en samen werken naar hetzelfde doel.
Zeg bijvoorbeeld: “Dit is lastig, hè? Het komt wel goed. Ik help je.”

6. Eet je bord leeg of je gaat zonder eten naar bed!

Een kind dwingen z’n bord leeg te eten terwijl hij vol zit, is geen goed idee. Kinderen moeten juist leren dat ze zich niet moeten overeten en stoppen als ze voldaan zijn. Ook is een kind dwingen om iets op te eten dat hij echt niet lekker vindt, onverstandig. Leer je kind liever om te zoeken naar een oplossing, bijvoorbeeld vier happen van iets eten en de rest mag hij dan laten staan.

7. Zeg niet steeds nee!

Ik hoor dat je het niet wilt en begrijp dat je geen zin hebt om dit te doen. Laten we samen proberen om uit te vinden wat we dan anders kunnen doen.”

Nu weet een kind dat hij wordt gehoord en jij zijn ‘nee’ erkent, waardoor de situatie de-escaleert.

8. Ik wil je niet meer horen!

Zeg liever: “Ik weet dat je het niet wilt, maar vertel eens rustig waarom.”

Een kind weet op deze manier dat hij met jou kan praten wanneer hem iets dwars zit. Een kind leert zo beter omgaan met zijn emoties.

Het is goed om je bewust te zijn van je woordkeuze, maar verwacht niet dat je een kind werkelijk kunt opvoeden op het moment dat hij een driftbui heeft. Hij staat daar op dat moment niet voor open. Het beste wat je kunt doen, is een kind even laten uitrazen en troosten op het moment dat hij het weer toe laten. Kortom, om even helemaal niets te zeggen. Wanneer je te vroeg het gesprek probeert aan te gaan, werkt dit averechts en wordt een kind alleen maar bozer.

Bron: Huffington Post

Vis eten met kinderen

Vis eten met kinderen

Vis is denk ik het bekendste brainfood, het bevat veel onverzadigde vetzuren, zoals omega-3. Vis eten met kinderen is soms best een uitdaging. Waarom is het toch belangrijk en wat is een lekker visrecept voor kinderen?

Vis is zeer voedzaam, daarom wordt aangeraden om ten minste eenmaal per week vis te eten.  Vis bevat veel eiwitten. Eiwit speelt een belangrijke bij de groei, het onderhoud en de reparatie van het lichaam. Vooral voor kinderen zijn eiwitten belangrijk voor de groei en ontwikkeling van hun botten.

Vis, en vooral vette vis, zoals makreel, zalm, sardientjes of haring, bevat veel omega-3-vetzuren; essentiële vetzuren die onder andere ontstekingen in ons lichaam tegengaan.  Omega-3 helpt tegen de afbraak van hersencellen en bevordert de aanmaak van nieuwe cellen. Daarmee behoort Omega-3 tot de goede vetten, die de hersenen voeden en beschermen. Omega-3 leidt tot meer leervermogen en een betere weerstand tegen stress. Met name de vette vissoorten zoals makreel, forel, haring, zalm en tonijn, zijn rijk een van omega-3 vetzuren.

Het versterkt het immuunsysteem door ontstekingsremmende eigenschappen. Tevens verhoogd het de algemene weerstand van kinderen tegen allerlei ziektes.
Tot slot wordt je van vis vrolijk. Want heb je ooit een depressieve eskimo gezien? Dit lijkt misschien een mop, maar het is echt waar. In landen waar mensen veel vis eten, zoals Japan en IJsland, komen veel minder depressies voor.

Visrecept voor kinderen

Niet elk kind is even dol op vis, maar er zijn toch veel kind vriendelijke vis recepten,bijvoorbeeld zalm met prei pasta
Voor twee personen heb je het volgende nodig voor dit recept. Afhankelijk van het aantal kinderen dat mee eet voeg je naar verhouding meer ingrediënten toe:

  • 2 preien
  • 200 g gerookte zalm
  • 2 dl room
  • 1 dl melk
  • 1 visbouillon blokje
  • 250 g pasta
  • Olijfolie of kokosolie

Hoe te maken

  • Snijd de prei in stukje en was ze in een vergiet schoon.
  • Fruit de prei 1 minuut in de olijfolie of kokosolie
  • Voeg de room en het verkruimelde visbouillon blokje toe.
  • Laat dit zachtjes 10 minuten koken.
  • Snijd de gerookte zalm in stukjes.
  • Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking.
  • Voeg aan het einde van de kooktijd van de prei 1 dl melk toe. Pureer de saus met de staafmixer
  • Giet de pasta af en voeg de saus toe. Roer als laatste de stukjes gerookte zalm door de pasta.

 

Waarom zowel straffen als belonen zinloos zijn

Waarom zowel straffen als belonen zinloos zijn

Er is al veel gezegd en geschreven over dat straffen niet helpt om kinderen beter te leren luisteren. Het werkt ook bij volwassen niet. Na een bekeuring rijdt menig één nog wel eens te hard. Een alternatief voor straffen is belonen. Het klinkt best logisch en positief, goed gedrag belonen. Toch werkt dit ook niet!  Belonen en straffen zijn allebei een middel om een kind iets te laten doen wat jij wilt. En dat op een manier die niets toevoegt aan jullie relatie behalve een machtsverschil.

Een kind leert er weinig van straffen of belonen, behalve angst voor straf of dat je te koop bent als je doet wat een ander wil.  Je leert een kind niet beter kennen en bouwt niet vanuit een gelijkwaardig contact een relatie op.  De amerikaan Alfie Kohn schreef hier veel boeken over. Ouders houden onvoorwaardelijk van hun kind, maar onvoorwaardelijk opvoeden is andere verhaal.

Wat leert een kind van straffen?

Wat leert een kind van bijvoorbeeld een time-out. ‘Ga maar even nadenken op de gang’. Volgens Kohn zit een kind op de gang niet te denken aan het leed dat hij bijvoorbeeld zijn zusje heeft aangedaan. Hij is vooral boos op zijn ouders en zijn zus. Een kind focust op het leed dat hém is aangedaan, terwijl je juist wilt dat een kind leert rekening houden met het leed wat hij een ander aandoet.

Wil je dat een kind zich aan de regels houdt en gewoon doet wat je zegt, zodat hij gezag leert accepteren? Of wil je dat een kind leert nadenken over het effect van zijn gedrag en daarvoor zijn verantwoordelijkheid neemt?

Straffen en beloningen zorgen ervoor dat een kind minder vanuit zichzelf gemotiveerd zal zijn. Straf en beloning worden extrinsieke motivatie genoemd. Motivatie die van buitenaf komt. En daarvan weet men door onderzoek dat het de intrinsieke motivatie – de motivatie die een kind van binnenuit voelt – vermindert. Geef je bijvoorbeeld een compliment aan een kind voor het delen van zijn speelgoed, dan blijkt uit onderzoek dat een kind daarna juist minder geneigd is om nog te delen. Vergelijk het met autorijden. Wil je dat mensen niet te hard rijden omdat ze bang zijn voor een boete? Of wil je dat mensen sociaal en net rijgedrag laten zien, omdat het dan veiliger is op de weg en er minder ongelukken gebeuren?

Hoe dan wel?

‘Maar wat dan wel?’ vragen veel ouders zich af als zij voor het eerst horen over onvoorwaardelijk opvoeden. Jarenlang is ons verteld dat dit soort technieken werken en het voelt een beetje alsof er iets uit onze gereedschapskist wordt weggenomen. Het idee achter onvoorwaardelijk ouderschap is dat je kijkt naar je langetermijndoelen. Hoe wil je dat een kind zich over vijf jaar tot jou verhoudt? Of wat voor mens is hij op zijn achttiende? Wanneer we straffen of belonen zijn we alleen bezig met de korte termijn. Ik wil dat je nu doet wat ik zeg!. Dit kan haaks staan op je wens om een goede relatie met een kind op te bouwen, op basis van vertrouwen, wederzijds respect, openheid, samenwerking.

Probeer zaken vanuit het perspectief van een kind te zien. Dan snap je vaak beter waarom hij doet wat hij doet en kun je hier op inspelen.
Met negatief gedrag vraagt kind vaak om aandacht, om contact en verbinding. Zorg gedurende de dag voor voldoende echt contact. Van daaruit kun je corrigeren of een oplossing zoeken.

Corrigeer op een constructieve manier. Blijf of wordt rustig, maak oogcontact en geeft aan welk gedrag moet stoppen, wat het gewenste gedrag is en leg uit waarom het gedrag niet handig is of ander gedrag minder prettig. Geef een alternatief of een keuze van dingen die wel mogen. Laat indien mogelijk een kind meedenken over een oplossing

Logische consequenties zijn gericht op hoe een kind ervoor kan zorgen dat iets verbetert en hebben een leereffect. Ze staan in verband met wat er gebeurd is. Treuzelen een kind met uitkleden of aankleden. De tijd voor verhaaltjes of om te spelen wordt korter. 

Het mooie van onvoorwaardelijk opvoeden is dat de manier waarop je het doet, minder van belang is dan de gedachte erachter. Voelt iedereen zich veilig, gezien en gehoord? Is de sfeer in huis goed, lossen jullie problemen in overleg en met respect op? Mogen de kinderen zichzelf zijn, binnen redelijke grenzen natuurlijk, in een liefdevolle omgeving? Dan zit je waarschijnlijk op het goede spoor. Wil je toch meer handvatten? Lees dan meer over onvoorwaardelijk opvoeden.

Onvoorwaardelijk opvoeden

Onvoorwaardelijk opvoeden

Onvoorwaardelijk ouderschap is het nieuwe opvoeden. De term ‘Unconditional Parenting’ is bedacht door de Amerikaan Alfie Kohn, schrijver van  vele boeken over opvoeding. Maar wat is onvoorwaardelijk ouderschap nou eigenlijk precies? En kun je echt goed opvoeden zonder straffen en belonen?

Alfie Kohn beschrijft in zijn boek twee verschillen, het voorwaardelijk ouderschap en onvoorwaardelijk ouderschap. Het voorwaardelijk ouderschap is het houden van je kind om voor wat het kind doet en onvoorwaardelijk ouderschap is het houden van je kind voor wie het is.

Een mooi voorbeeld uit het boek: Een kind misdraagt zicht tijdens het avondritueel. Wat doe je? Ga je gewoon door met het avondritueel en het lezen van een verhaaltje? Voorwaardelijk ouderschap zegt ‘nee’, je slaat de rest van het ritueel over, anders zou je een kind belonen. Dit zijn de consequenties van ongewenst gedrag. Onvoorwaardelijk ouderschap zegt dat je de verleiding moet weerstaan om je kind te straffen.  Hij adviseert gewoon het ritueel af te maken, eventueel wat korter lezen en daarna samen met een kind erover praten. Zo kan een kind er ook van leren.

In het boek worden geen kant en klare methode om ‘een goed kind op te voeden’ gegeven. Kohn probeert onze mindsite te veranderen. Van hoe krijg ik mijn kind te doen wat ik wil  naar wat heeft mijn kind nodig en hoe kan ik zijn behoefte vervullen.  Acht belangrijke principes van onvoorwaardelijk opvoeden:

  1. Reflecteer
    Kijk naar jezelf, naar jouw gedrag als ouder. Iedereen maakt soms fouten, dat hoort erbij. Terugkijken naar hoe je iets hebt aangepakt en daarbij bedenken wat je een volgende keer anders zou doen. 
  2. Denk na over je verzoeken
    Soms vragen we dingen van kinderen, uit gewoonte, of omdat het ons goed uitkomt. 
  3. Hou de leeftijd van een kind in gedachte
    Wat je kunt verwachten van een kind, hangt ook sterk samen met zijn leeftijd (en karakter). Kun je van een jong kind verwachte dat hij een uur stil zit tijdens het kerst diner. 
  4. Focus op je lange termijndoelen
    Je wilt dat een kind later zelfstandig wordt en verantwoorde keuzes maakt. Laat hem of haar dan ook de ruimte om te oefenen en fouten te maken. 
  5. Zet de relatie met je kind voorop
    Er is niets belangrijker dan de band die je hebt met je kind. Wanneer je de relatie belangrijker vindt dan datgene wat je boos of geïrriteerd maakt, dan krijg je vanzelf een ander perspectief en kom je tot nieuwe inzichten en oplossingen.
  6. Verander niet alleen je gedrag, maar ook je kijk op opvoeden 
    Onvoorwaardelijk ouderschap is géén methode, maar een filosofie. Alleen je handelen veranderen heeft geen zin, als je niet ook op een andere manier over opvoeding en omgaan met je kind gaat denken.
  7. Praat minder en vraag meer
    Kinderen leren het meest door zelf ergens achter te komen. Wanneer je vragen stelt leert een kind zelf na te denken over een situatie. Zaken beklijven ook beter dan wanneer je iets vertelt. 
  8. Ga uit van het goede
    Kinderen zijn er niet op uit om ons dwars te zitten of expres te klieren. Wanneer een kind dit soort gedrag vertoont, draai het dan eens om. Zie ‘uitdagend’ gedrag als ‘onderzoekend’ of ‘spontaan’. Door soms met een andere bril te kijken, krijgen je een ander perspectief.

Brainfood, het goede van groene groenten!

Brainfood, het goede van groene groenten!

Voeding heeft een hele grote invloed op het functioneren en ontwikkelen van de hersenen van kinderen.  Hierover heb je meer kunnen lezen in een van onze blogs. Brainfood is eten wat goed is voor onze hersenen. Deze week meer over groene (blad) groenten.

Groene groenten zoals broccoli en spinazie zou iedereen eigenlijk elke dag moeten eten. Deze groenten bevatten veel ijzer, foliumzuur en vitamine B6. Het ijzergehalte in het bloed, of liever gezegd het gebrek er aan, beïnvloedt het vermogen om ons te concentreren.

Broccoli bevat eveneens veel vitamine K, wat de hersenfunctie stimuleert.

Om kinderen meer groene  groenten te laten eten, kun je een heerlijke smoothie maken. Ik zeg heerlijk, maar daar denken mijn kinderen vaak anders over. Daarom beginnen we met een groene smoothie waar ook banaan in zit. Want een groene smoothie is vooral lekker wanneer je naast groente er fruit in stopt

Tip maak groene smoothies

Het is belangrijk dat de smoothie goed drinkbaar is. Een dikke drab die gewoon in je glas blijft zitten als je die omkeert is leuk om mee te spelen, maar op drinken, ho maar! Je maakt de smoothie meer vloeibaar door er water doorheen te mixen.
Je kunt de smoothie ook met amandelmelk maken in plaats van water. Dit is gezond en heeft een licht zoete smaak, dus zal door kinderen zeker gewaardeerd worden.

Verwacht je veel weerstand van je kind begin dan met meer fruit en minder groene groente. Zoet doet het altijd goed. Zo kunnen kinderen langzaam wennen aan de smaak. Bouw het langzaam op en voor je het weet drinken ze groente smoothies met bijna alleen maar groente!

Wanneer je de smoothies dan ook nog in een leuk glas doet met een vrolijk rietje heb je een dikke kans dat ze de smoothie zo opdrinken!


Wat heb je nodig voor twee  groene smoothies

•             ½ broccoli (gekookt)
•             1 banaan
•             1 appel
•             400 ml water of amandelmelk

Stop alle ingrediënten in de blender en voeg het water of de amandelmelk toe. Je kunt eventueel extra water toevoegen om de smoothie wat dunner te maken. Deze gezonde smoothie is echt lekker brainfood voor je kind (en voor jezelf natuurlijk ook)