**//sticky ads code//**
Weg met die ochtendstress!

Weg met die ochtendstress!

Is het bij jullie thuis geregeld ’s ochtends een drukte van jewelste?  Flinke ochtendstress om iedereen op tijd aangekleed, met een gezond ontbijt, netjes de tanden gepoetst op school en werk te krijgen.

Soms heb je er voor je gevoel  al een halve werkdag op zitten, voordat je op je werk komt.  Hoe zorg je ervoor dat de ochtendspits soepeler verloopt, het je minder energie kost en minder frustratie oplevert?

Deze tips kunnen je helpen om meer routine in de ochtend te brengen en deze meer te stroomlijnen.

  1. Niet leuk, maar wel heel effectief: zet de wekker een kwartier eerder.
    Als je iets meer tijd hebt ’s ochtends gaat het hele programma dat afgedraaid moet worden iets meer ontspannen. Ben je zelf rustiger, dan straal je dit op de rest van het gezin af. Als je vaak alles op het nippertje aan redt (of net niet), bedenk dan hoeveel minder stress en ergernis het je ‘s ochtends kost als je iets meer tijd hebt. Is dit echt een kwartier langer slapen waard?
  2. Start de avond van tevoren.

    Krijg een vliegende start in de ochtend. Voor het slapen gaan, leg je zelf of kies je samen met je kind de kleren uit voor de volgende dag.
    Leg alle spullen die mee moeten naar school klaar. Vul alvast de broodtrommel en leg deze in de koelkast. Het voorkomt verrassingen ’s ochtends, zoals een vieze beker die nog uit een tas geplukt moet worden of een tas die kwijt is.
    En heel burgerlijk, maar heel praktisch, dek alvast de tafel.
  3. Reserveer “me” time
    Wil je zelf even rustig wakker worden? Reserveer in de ochtend dan wat tijd voor jezelf. Voordat heel het huis wakker is alvast een kopje koffie drinken, iets lezen, mediteren of andere oefeningen doen.
    Door een beetje tijd te nemen voor jezelf in de ochtend, voel je je rustiger midden in de drukte ´s ochtends bij de soms hectische overgangen naar werk en school.
  4. Volg een schema.
    Maak elke dag zo voorspelbaar als je kunt. Probeer hetzelfde schema elke dag te volgen. Bijvoorbeeld opstaan, tanden poetsen, wassen, aankleden, ontbijten en vertrekken naar school. Kinderen weten op deze manier waar ze aan toe zijn.
    Wie laat de hond uit, of wie geeft de kat te eten? Sommige kinderen hebben moeite om de volgorde van dingen te bepalen. Maak het schema dan visueel m.b.v. pictogrammen. Jij zelf en je kind weten hierdoor waar jullie dingen kunnen vinden.
  5. Vertrouw op de klokken.

    Zorg dat klokken goed zichtbaar zijn in huis. Geef kinderen een horloge als ze oud genoeg zijn. Door tijd zichtbaar te maken, laat je zien dat dit belangrijk is en help je een kind tijd te managen.
  6. Double-check spullen
    Laat een kind voor vertrek controleren of alles is ingepakt. Dit voorkomt dat je weer terug naar huis moet. Daarnaast geeft het een kind een gevoel van rust, dat alle spullen in zijn tas zitten. Bij jonge kinderen kun je een liedje of rijmpje maken om na te gaan of alle spullen in de tas zitten. Stimuleer een ouder kind een lijst te maken van alle items die hij nodig heeft.
  7. Beloon successen
    Als een kind in staat is om ’s ochtends voorspoedig het ochtend ritueel te doorlopen en tijd te besparen, beloon hem dan met een kort spelletje samen of een voorleesverhaal. Hiermee start je dag met familie tijd.Succes. Heb je zelf nog leuke tips deel ze dan met ons.

 

Slim maar…  Talenten en frustratie

Slim maar… Talenten en frustratie

Het is enorm frustrerend wanneer je ziet dat er bij een kind niet uit komt wat er in zit. Dat een slim pienter kind moeite heeft met simpele taken als opruimen, aankleden en op tijd aan huiswerk beginnen. Dit kan uiteraard vele oorzaken hebben. De executieve functies kunnen hierbij een rol spelen. Onderzoek toont aan dat bij deze kinderen hun executieve functies nog niet goed ontwikkeld zijn.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn de functies in de hersenen die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen te beheersen en je te kunt focussen op wat belangrijk is. Er zijn verschillende vaardigheden te onderscheiden:

  1. Respons Inhibitie: het vermogen impulsen te beheersen. Om te denken voor je doet.
  2. Werkgeheugen: regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat onbelangrijk is.
  3. Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren.
  4. Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks prikkels en afleiding.
  5. Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  6. Planning/prioritering: een plan maken en beslissen wat belangrijk is.
  7. Organisatie: informatie en materialen ordenen.
  8. Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  9. Doelgericht gedrag: doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afschrikken.
  10. Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  11. Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.

Wanneer een kind een taak niet uitvoert, kan het natuurlijk zo zijn dat een taak of opdracht niet past bij een kind. Je kunt dan de taak aanpassen, maar er zijn ook dingen, zoals huiswerk maken, aankleden die moeten wel gebeuren.
Ga in deze situatie na of een kind de taak niet wil of niet kan uitvoeren. Controleer of er omgevingsfactoren zijn die een kind belemmeren en kijk welke functies een kind nodig heeft voor het uitvoeren van een taak. En of een kind deze bezit?

Slim maar…

In het boek Slim maar… geven Peg Dawson en Richard Guare praktische tips hoe je deze vaardigheden bij kinderen kunt ontwikkelen. Voor veel voorkomende problemen hebben ze aangegeven welke executieve functies je daarbij nodig hebt. De komende weken zullen we in een reeks artikelen praktische tips en voorbeelden geven over het trainen van de verschillende executieve functies.

slim maar

Kun je niet wachten lees dan het boek Slim maar.  Het is geschreven voor ouders, maar ook leerkrachten kunnen hier tips uithalen. Het is echt een aanrader voor iedereen die kinderen wil helpen met het versterken van hun executieve functies.

Is jouw kind vaak ongeduldig? Zo help je een kind!

Is jouw kind vaak ongeduldig? Zo help je een kind!

Vandaag de dag gaat alles steeds sneller. Dit maakt dat we allemaal, inclusief onze kinderen steeds ongeduldiger worden. Als je iets wil, kun je het meteen hebben of regelen. Even wachten is voor (jonge) kinderen vaak ontzettend moeilijk! Hoe kun je een kind helpen meer geduld te hebben?

Waarom is geduld hebben belangrijk

Wachten is moeilijk voor jonge kinderen. Maar wel belangrijk. Kinderen moeten om verschillende redenen vaak wachten. Bij het spelen van een spelletje moeten ze wachten op hun beurt om te spelen. Ze worden uitgedaagd om hun plas op te houden terwijl andere kinderen het toilet gebruiken. Wachten om de weg over te steken zodat ze niet overreden worden door een auto. Die laatste is misschien wel de grootste les die ouders moeten geven: wachten om veilig te blijven.

Een kind helpen meer geduld te hebben, zo kan het:

  1. Geef het goede voorbeeld. Laat een kind zien dat jij ook wel eens moet wachten op iets. Door dit te benoemen, maak je het meer zichtbaar en herkenbaar;
  2. Wanneer een kind een gesprek onderbreekt, maak je gesprek af en leg daarna aan een kind uit waarom je niet reageerde op zijn vraag;
  3. Oefen af toe met wachten. Bijvoorbeeld dat een kind even moet wachten op zijn toetje tot iedereen zijn eten op heeft;
  4.  Wees consistent in het uitleggen waarom een kind moet wachten. Leg dit duidelijk uit, zodat een kind begrijpt waarom dit gedrag van hem wordt verwacht.  Vooral als het verband houdt met de veiligheid;
  5. Hang een beloning aan het wachten. Beloon geduldig zijn. Zo kun je meegeven dat een kind eerst zijn taakje moet afmaken, geduld moet hebben, voordat hij aan iets nieuws kan beginnen;
  6. Maak het wachten leuk. Bijvoorbeeld door samen een spelletje te spelen, ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’;
  7. Als je weet hoelang een kind ergens op moet wachten, maak dit dan voor een kind inzichtelijk. Bijvoorbeeld door een kook wekker, of door aan te geven dat je eerst gaat stofzuigen en dan een spelletje samen wilt spelen.
  8. Heb jij nog meer tips om een kind te helpen meer geduld te hebben, laat het ons weten.
Tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Je weet of denkt dat je kind wordt gepest. Wat kun je doen?  Welke vragen kun je stellen, hoe reageer je en hoe heb je een opbouwend gesprek waardoor je kind zich begrepen voelt en zijn grens durft aan te geven? Lees onze tips om een kind te helpen wat gepest wordt

Het kan best lastig zijn om een goed gesprek met een kind te hebben dat wordt gepest. Kinderen vinden het vaak moeilijk om er over te praten en als ouder is het lastig om je eigen emoties voor je te houden. Met deze tips kun je een gesprek voeren met een kind over het pesten.

1. Een open houding

En van de belangrijkste tips om een kind te helpen wat gepest wordt is een open houding.  Probeer je eigen mening, oplossingen en emoties achterwege te laten en met een open houding te luisteren naar wat een kind je vertelt. Probeer alleen te luisteren, vragen te stellen en begrip te tonen.

2. Erkenning en begrip

Het is belangrijk om een kind te laten merken dat je hem begrijpt. En dat je hem volledig accepteert, ook als hij het lastig vindt om te gaan met dat hij gepest wordt. Je doet dit onder andere door de erkennen wat een kind voelt en begrip te tonen voor dit gevoel.

3. Bespreek hoe het pesten gaat

Vraag een kind wie hem pest, hoe dat meestal gaat, wanneer en hoe hij hierop reageert. Sta stil bij zijn beleving. Hoe vindt hij dit, hoe voelt hij zich als ze iets lelijks zeggen of doen. Hierin is het belangrijk om niet meteen je eigen mening te geven en een kind erkenning te geven voor wat hij voelt en denkt over het pesten.

4. Verschil tussen pesten en plagen

Vraag een kind naar het verschil tussen plagen (leuk, allebei lachen) en pesten (één gemeen, de ander verdrietig) en laat een kind bedenken of het pesten of plagen is. Vraag of iemand hem expres pijn heeft gedaan/iets lelijks heeft gezegd en of de ander weet dat hij jou heeft pijn gedaan. Soms ervaren kinderen plagen als pesten en door dit te bespreken, is een kind soms opgelucht: “‘O, het was blijkbaar grappig bedoeld”.

5. Vraag een kind wat hij denkt waarom hij wordt gepest

Misschien is je eerste neiging ‘Dat ga ik toch niet vragen, dan denkt hij straks dat het zijn schuld is?!’. Toch houdt deze vraag gepeste kinderen vaak bezig; waarom word ik gepest? Het is dan heel helpend om dit bespreekbaar te maken en te kijken hoe een kind hierover denkt. Voordeel hiervan is dat je een kind kunt helpen te bedenken dat het niet aan hem persoonlijk ligt. En je kunt uitleggen dat de pester zich eigenlijk ook niet fijn voelt en nog moet leren hoe hij op een leuke manier kan omgaan met andere kinderen.

6. Vraag een kind naar zijn oplossing

Kinderen hebben vaak al een manier gevonden om te gaan met het pesten. Je kunt een kind de volgende vragen stellen:

  • Wat zeg of doe jij nu om het pesten op te lossen?
  • Zorgt deze oplossing ervoor dat ze geen vervelende dingen meer zeggen of doen
  • Wat zou je nog meer kunnen doen op het te lossen? Zou … misschien ook kunnen helpen? Hoe doen andere kinderen dat?
  • Wanneer is het je al eens gelukt om het zo aan te pakken? Hoe kunnen anderen jou hierbij helpen?

Door deze vragen te stellen, help je een kind om zelf na te denken hoe het pesten kan worden aangepakt. Dit betekent niet dat jij vindt dat het zijn schuld is en hij het in zijn eentje moet oplossen. Je laat hem zien dat je in hem gelooft, dat hij dit kan (met hulp van anderen) en je zet hem daarmee in zijn eigen kracht. Dit zorgt voor zelfvertrouwen en zelfrespect bij een kind.

7. Bedenk samen hoe je het gaat aanpakken

Maak samen met een kind een plan om het pesten aan te pakken. Hoe gaat hij reageren op het pesten? Wie of wat kan hem daarbij helpen? En wat ga jij als ouder doen om te helpen? Stem hierbij af op wat een kind aangeeft. Als je kind het eerst zelf wil proberen op te lossen, dan kun je hierin ondersteunen met tips hoe hij dit kan doen.

8. Versterk het zelfvertrouwen

Kinderen die meer zelfvertrouwen hebben trekken zich minder van pestkoppen aan en durven meer voor zichzelf op te komen. Geef een kind complimenten over wat hij goed doet.

bron: apetrotsekinderen

Ongewenst gedrag anders bekeken!

Ongewenst gedrag anders bekeken!

We willen allemaal het liefst dat ons kind zich netjes gedraagt, zich aan de regels houdt en goed luistert. Helaas is dit niet altijd het geval. Het ene kind wat meer dan het andere kind, laat op zijn tijd “ongewenst gedrag” zien.

Het gedrag van een kind zegt meer over een kind dan je op het eerste gezicht ziet. Het gedrag van kinderen is soms onbegrijpelijk. Je probeert een kind zo goed mogelijk te sturen en “ongewenst gedrag” te corrigeren maar soms lijkt niets te helpen; negeren, motiveren met een beloning, samen afspraken maken, niks lijkt te werken. En boos worden heeft vaak alleen maar een averechts effect.

Het gedrag van een kind is als een ijsberg

Realiseer je dat het gedrag van kinderen is als een ijsberg:  je ziet slechts een klein deel, maar wat gaat er schuil onder  dat topje? Een ijsberg heeft een klein deel dat boven water zichtbaar is en een deel onder water is onzichtbaar.

Het is zinvol om wanneer een kind moeilijk gedrag laat zien, verder te kijken en door te vragen waarom een kind het doet. Kijken onder de ijsberg, niet meteen oordelen en zelf al invullen, maar observeren en vragen stellen. Zo kun je er achter komen waarom een kind zich gedraagt zoals het doet. Doe dit vanuit een positieve benadering en vooral niet oordelend.

Reactie op gedrag

We reageren op het gedrag dat we waarnemen. Op moeilijk gedrag wordt vaak gereageerd door het kind een straf te geven. Heel begrijpelijk, maar je lost er het probleem niet mee op.

Moeilijk gedrag kan verschillende oorzaken hebben, zoals onderstimulering, overvraging, gebrek aan communicatie, gebrek aan veiligheid, onzekerheid of overprikkeling.

Als er sprake is van onvermogen in plaats van onwil heeft straf geven weinig zin. Als je kunt herleiden waar dit onvermogen vandaan komt, kun je anders reageren. Een kind zal zich hierdoor minder afgewezen voelen. Er ontstaat dan een opening om “moeilijk gedrag” om te buigen naar “gewenst gedrag”

Dus kijk, observeer en luister naar een kind. Staar je niet blind op het deel dat boven water zichtbaar is. Als een kind zich telkens niet aan bepaalde afspraken houdt, dan speelt er doorgaans iets op een dieper niveau.

Stop met corrigeren!  Leer je kind ander gedrag.

Stop met corrigeren! Leer je kind ander gedrag.

Als een kind iets doet wat niet mag is het een logische reactie om hem te corrigeren. We blijven een kind corrigeren omdat we willen dat hij zich anders gedraagt. Dit kan ook anders; een positieve en effectievere manier is feedback geven aan een kind.  Hoe werkt dit?

Effect van corrigeren.

Als ouder of leerkracht corrigeer je een kind wanneer hij ongewenst gedrag laat zien en je wilt dat een kind zich gedraagt. Als volwassene bepaal je hoe een kind zich moet gedragen. Een kind heeft hierin weinig of geen inspraak. Kinderen worden daar net als alle mensen niet blij van. Ga maar bij   jezelf na, hoe zou jij het vinden als een ander bepaalt wat je moet doen, en hoe je het moet doen? Corrigeren op deze manier is niet goed voor het zelfvertrouwen van een kind. Een kind leert immers dat anderen beter weten hoe dingen moeten dan hijzelf. Kinderen zullen zich ook afgewezen voelen als ze straf krijgen.  Er wordt wel gezegd dat je het gedrag van een kind afkeurt, zonder het kind zelf af te wijzen, maar een kind ervaart dit vaak niet zo. Niet elk kind is in staat zijn gedrag los van zichzelf zien.

Hoe kan het anders?

Niks doen is natuurlijk geen optie. Je wilt een kind immers dingen leren. Je wilt ze duidelijk maken hoe zijn gedrag op anderen overkomt. Wat een kind nodig heeft is feedback. Het verschil tussen feedback geven en corrigeren is dat het eerste neutraal is. Er zit geen afwijzing in, geen oordeel. Wel geef je heel concreet aan over welk gedrag het gaat en wat het gevolg daarvan is. Of je formuleert positief wat het resultaat zal zijn van het gewenste gedrag. Het benoemen van gevolgen is erg belangrijk.  Bijvoorbeeld:  “Die knikkers liggen daar in de weg, straks glijdt er iemand over uit. Wil je ze even opruimen?” of “Wanneer je slingert met fietsen, kun je gemakkelijker een botsing maken en vallen”.

Waar mogelijk kun je de oplossing aan een kind overlaten. Je geeft dan alleen feedback en laat de precieze invulling van het gewenste gedrag over aan een kind. Op die manier leert een kind rekening te houden met anderen op een manier die hij zelf ook prettig vindt.