**//sticky ads code//**
De leukste spelletjes voor een goede taalontwikkeling!

De leukste spelletjes voor een goede taalontwikkeling!

Leren praten is een bijzondere ontwikkeling die ieder kind doormaakt. Een peuter heeft al een taal en spraakontwikkeling doorlopen. Hij kan al één of twee-woordzinnen zeggen. Het lukt hem steeds beter om iets duidelijk te maken. Er zijn taal van leuke spelletjes om de taalontwikkeling te bevorderen.

Er zijn leuke spelletjes ter bevordering van taalontwikkeling bij een dreumes. Op verschillende moment van de dag kun je taalontwikkelingspelletjes met een kind doen:

  1. Zingen en vertellen
    Zingen en verhaaltjes vertellen stimuleert het praatproces van een dreumes enorm. Tevens wordt zijn woordenschat uitgebreid. Door de liedjes vaak te herhalen, gaat een kind steeds meer woorden onthouden. Liedjes waar bewegingen bij horen zijn extra leuk en vaak makkelijker te onthouden voor een dreumes of peuter. Bijvoorbeeld “In de maneschijn”.
  2. Grabbelen
    Stop verschillende voorwerpen in een kussensloop of doos. Laat een kind grabbelen en er voorwerpen één voor één uit halen. Benoem het voorwerp als een kind  er één te pakken heeft.
  3. Hengelen naar plaatjes
    Maak van een stok of pollepel een vishengel. Bevestig hier een draadje aan met een magneet. Door verschillende afbeeldingen uit te knippen en hier een paperclip of nietje aan te bevestigen kun je deze plaatjes opvissen. Samen met een kind benoem je de opgeviste plaatjes. Een thema als dierentuin of speeltuin kan hierbij erg leuk zijn.
  4. Samen lezen
    Samen een boekje lezen en plaatjes bekijken,  het is voor een ieder een heerlijk en rustgevend moment. Het voorlezen prikkelt de fantasie en stimuleert onder meer de taal- en spraakontwikkeling. Het is leuk om interactief voor te lezen. Stel vragen aan een kind, bijvoorbeeld. “Waar is de auto gebleven” en een dreumes zal enthousiast de auto aanwijzen in het boek.
Ik ben twee en ik zeg nee: peuterpuberteit

Ik ben twee en ik zeg nee: peuterpuberteit

Rond hun tweede levensjaar maakt een kind een grote verandering door. Als ouder gaat dit niet on opgemerkt voorbij. Een peuter merkt dat hij zelf k iemand is met een eigen wil. Een kind krijgt vaker last van een driftbui, gaat schreeuwen en huilend op de grond liggen spartelen. Alles om zijn zin maar te krijgen!

Weest niet bang, dit hoort allemaal bij de peuterpubertijd. Wees je ervan bewust dat de emoties welke je kind ervaart voor hem echt zijn. Probeer hem te helpen deze op een andere manier te uiten. Een peuter wil je in deze fase graag helpen met jou dagelijkse bezigheden en het liefst alles zelf doen.
Dit kan een bron van frustratie zijn. Peuters willen namelijk vaak meer dan ze eigenlijk kunnen.

Frustratie voorkomen in de peuterpuberteit

Het is niet altijd mogelijk om frustratie en strijd te voorkomen in deze levensfase. Maar door goed te kijken waar een kind gefrustreerd door is, kun je hem helpen en hou je het gezelliger in huis.  Zo kun je bijvoorbeeld een kind kleine keuzes laten maken, zodat hij merkt dat hij serieus wordt genomen. Als je hem  regelmatig de gelegenheid biedt zelf kleine keuzes te maken, is de kans groot dat hij bij andere dingen minder de behoefte heeft zelf te bepalen hoe de dingen gaan. Laat een kind bijvoorbeeld zelf zijn kleren uit zoeken en kiezen wat hij op zijn brood wil.   

Omgaan met driftbuien in de peuterpuberteit

Het zal helaas niet lukken om alle strijd en frustratie te voorkomen.  Soms heeft een peuter gewoon zijn dag niet, of stelt hij vreselijk onredelijke eisen waaraan je echt niet tegemoet kunt komen. Een peuter kan dan behoorlijk driftig worden en overstuur raken. Probeer eerst te troosten, vertel  een kind dat je begrijpt dat hij boos is. Geef hem even de tijd om zijn emotie te uiten en dan tranen drogen. Leidt hem af door te zeggen dat je nu gezellig samen iets gaat doen. Voor peuters is dat vaak net een beetje houvast wat ze nodig hebben om uit hun boze bui te kunnen komen. Mocht dit niet werken, blijft hij boos, laat hem dan even uit razen.

Overweeg goed wanneer je nee wilt zeggen, of het de confrontatie waard is. Je zult niet de eerste zijn die zich afvraagt waarom je eigenlijk nee zei op de vraag. Maar wanneer een peuter al staat te gillen en stampvoeten is het niet handig om terug te komen op je besluit en toch te doen wat hij graag wil. Een kind krijgt dan het idee dat hij met  zijn driftbui toch iets heeft kunnen bereiken.

Wil je toch terug komen of je besluit dan kun je beter wachten tot een kind weer rustig is geworden en dan het voorval samen bespreken. Je kunt dan tot de conclusie komen dat je, nu jullie er rustig over gepraat hebben, begrijpt waarom hij iets wil en dat jullie dat best mag.

Het geven van een “time out” is minder nuttig. Een peuter zal wel leren dat zijn gedrag ongewenst is, maar leert niet hoe hij wel met zijn frustratie kan omgaan.

 Tips om je een beetje door de peuterpuberteit te helpen:

  1. Wanneer een kind zelf iets aandraagt, neem dit dan ook serieus. Dat shirtje staat misschien niet prachtig bij die broek en een cracker met chocopasta is niet zo lekker.  Voor zijn zelfvertrouwen is het goed hem niet te vaak te corrigeren
  2. Stem je programma af op een kind. Op visite gaan naar een drukke dag op de kinderopvang of naar de supermarkt aansluitend aan een ochtend peuterspeelzaal, zal tot meer strijd leiden.
  3. Met peuters kun je ook al goed afspraakjes maken. Zo kan je er ook voor zorgen dat hij minder snel gefrustreerd raakt omdat iets niet lukt. Wil hij je bijvoorbeeld helpen met koken, spreek dan af dat hij wel de aardappels mag afspoelen, maar dat het schillen nog lastig voor hem is.

 

Fantasievriendje

Fantasievriendje

Ineens mag je je tas niet op de stoel leggen, want daar zit Bram. Je kind vraagt of Bram ook mee boodschappen mag doen. Veel peuters hebben een fantasievriendje waar ze mee spelen en spannende dingen mee beleven.

Als een kind een jaar of drie is, kan het zomaar ineens een fantasievriendje bedenken. Een kind moet een bepaalde woordenschat hebben om met en over hem of haar te praten. Naar verhouding hebben oudste en enig kinderen vaak behoefte aan een fantasievriendje. Het is goed om te weten dat een kind het niet verzint omdat het buitenshuis geen echte vriendjes heeft. Een kind  is over het algemeen juist sociaal ingesteld en het is ook in andere opzichten vaak creatief. Bij het karakter van het fantasievriendje gebruiken kinderen dingen die ze gehoord hebben. Fantasievriendjes verdwijnen vanzelf als ze niet meer nodig zijn. Vaak rond een jaar of zeven.

Waarom een fantasievriendje?

Een fantasievriendje kan voor een kind een veilige manier zijn om de wereld om hen heen te ontdekken. Een fantasievriendje begrijpt dingen beter dan zijzelf en durft ook meer. Daarbij helpt hij bij de ontwikkeling van het geweten en een goed gevoel over zichzelf. Als peuters hun fantasievriendje de schuld geven van iets wat ze zelf hebben gedaan, wordt duidelijk dat ze beginnen te leren wat wel en niet mag.  Als ouder hoef je je geen zorgen te maken over fantasievriendjes. Dit is een creatieve manier van een kind om zich te ontwikkelen. Het is uiteraard wel belangrijk dat een kindje ook met andere kinderen speelt.

Voordelen van een fantasievriendje

Een fantasievriendje is heel gezellig voor een kind, er is altijd iemand om mee te spelen. Ook kan een kind zich gesterkt voelen ten opzichte van alles wat hij spannend vindt. Hij staat er nu niet alleen voor.  Het hebben van een niet bestaand vriendje zorgt bovendien voor een voorsprong in de taalontwikkeling. Dat komt omdat een kind hele verhalen zal bedenken over en rond zijn een fantasievriend. Als je kind hiermee bezig is, oefent hij spelenderwijs het verzinnen en afmaken van verhalen. Dit is een goede taalvaardigheidstraining die er voor kan zorgen dat een kind straks goed leest.

Hoe ga je om met een fantasievriendje?

Als ouder kun je het beste meegaan in het verhaal. Het is vaak ook niet veel werk om een kind een plezier te doen en bijvoorbeeld ook voor Bram een bordje neer te zetten op tafel.  Het  fantasievriendje leert een kind ook op een veilige manier hoe je met anderen omgaat. Wat doe je als je boos bent en hoe maak je een ruzie weer goed?
Soms geven denkbeeldige vriendjes reden voor een gesprek. Als Bram bang is in het donker  en niet alleen naar bed wil, is de kans groot dat een kind zelf bang is in het donker.
Ga het gesprek aan met een kind alsof het om Bram gaat. Zo hoort een kind toch wat je wilt zeggen en hoe je Bram gerust stelt. Hij zal dit op zichzelf betrekken.

 

Hoe ga je om met de driftbui van een kind?

Hoe ga je om met de driftbui van een kind?

Vanaf een jaar of één gaat een kind steeds meer ondernemen, hij gaat lopen, wil zelf bepalen wat er gebeurt. Helaas kan dit niet altijd! Dit zorgt soms voor frustratie en driftbui van een kind. Een vrij normaal verschijnsel in de emotionele ontwikkeling.

Driftbuien en agressie horen bij deze fase in de ontwikkeling van een kind. Een kind begint ineens te gillen, gaat stampen op grond of eindigt op de vloer van de supermarkt.  Niet leuk! Maar een kind kent nog geen andere manier om zijn gevoelens uit te leggen.

Driftbuien van een kind voorkomen

  • Probeer te voorkomen dat een kind in situaties terechtkomt waarin hij steeds weer ‘nee’ te horen krijgt. Zet in huis bijvoorbeeld dingen weg, zo hoeft dan niet steeds ‘nee’ te zeggen.
  • Zorg voor zoveel mogelijk ritme en regelmaat, vaste eten momenten, een slaapritueel. Dit geeft een kind duidelijkheid.
  • Ga je iets ondernemen, ga je ergens heen of komt er bezoek, bereid een kind dan voor op wat er gaat gebeuren.
  • Leer een kind duidelijke regels en leg uit waarom iets niet mag.
  • Wees consequent. Denk goed na voor je nee zegt en blijf bij je besluit.
  • Leidt een kind af, zorg dat je kind iets te doen heeft.
  • Zorg voor voldoende positieve stimulatie. Geef een complimentje als een kind iets goed doet, en leg uit waarom hij een complimentje krijgt.

Hoe ga je om met driftbuien van een kind?

  • Zie je dat een kind een driftbui krijgt, probeer hem dan een alternatief te bieden.Bijvoorbeeld door te zeggen, “Stop met schreeuwen, als je iets wilt hebben, kun je het gewoon vragen!”
  • Laat een kind het meteen weten als hij iets fout doet door hem weg te halen uit die situatie. Hij ervaart op die manier dat driftig gedrag ertoe leidt dat hij niet mag door mag met waar hij mee bezig was.
  • Negeer een driftbui. Geef pas aandacht als de bui over is. Geef een complimentje zodra een kind zich goed gedraagt.
  • Geef niet toe, want dan beloon je een kind voor zijn gedrag en gaan ze het vaker doen.
  • Ga niet in discussie met een kind tijdens een driftbui.
  • Probeer niet boos te worden op een kind en straf hem niet. Kinderen moeten leren om hun gevoelens op een normale manier te uiten.
  • Praat met je kind
    Het bespreken van een driftbui is belangrijk. Doe dit nadat een kind is gekalmeerd, maar voor hij het vergeten is. Vraag hem waarom hij zo boos werd en leg uit dat boos worden heel normaal is, maar dat je niet je woede mag uiten door te schreeuwen en stampen en zeker niet schoppen of slaan. Leg andere oplossingen voor, zoals tegen een bal aanschoppen, een volwassene vinden om te helpen of simpelweg te zeggen dat je het niet leuk vindt wat de ander doet.

 

6 leuke tips voor gesprekken met peuters

6 leuke tips voor gesprekken met peuters

Peuters kunnen al aardig kletsen en je vertellen wat er in hun omgaat. Met deze zes tips worden de gesprekken met peuters nog leuker.

1. Vertel waar je mee bezig bent.

Ga leuke gesprekken aan met peuters door ze te vertellen wat je doet of waar je mee bezig bent. Bijvoorbeeld tijdens het eten koken. “we eten vanavond spaghetti, dit moeten we eerst koken, ik leg de spaghetti en de pan met heet water, zo wordt de spaghetti gaar. Een kind leert zo steeds meer bij.

2. Laat je peuter zelf praten.

Neem te tijd om te luisteren naar een peuter. Hierdoor leert een peuter veel woorden en zinnen actief te gebruiken. Neem de tijd voor gesprekken met peuters en moedig een peuter aan om door te praten, bijvoorbeeld door te knikken en luistergeluiden als “O ja, Mm”te maken.

3. Gebruik correcte woorden in gesprekken met peuters.

Gebruik woorden uit de omgeving van een peuter, uit het prentenboek dat je voorleest of over de dingen die je kind bezighouden. Leer een peuter geen losse woorden aan. Onderschat een kind niet: je kunt beter te veel moeilijke dan te weinig woorden gebruiken. Ook als een kind nog niet alles begrijpt, hij pikt er wel degelijk iets van op. Een kind leert er in fases steeds meer bij. Gebruik bij gesprekken met peuters geen babywoorden meer als ‘toet-toet’ voor een auto of ‘woef-woef’ voor een hondje, maar noem de dingen bij de naam.

4. Gebruik voorwerpen, gebaren of doe iets voor

Wanneer je in een gesprekken met peuters een nieuw woord gebruikt, ondersteun dit dan met een plaatje of een voorwerp. Wijs het voorwerp aan en zeg tegelijkertijd het woord: “De stoel!” Een volgende fase is dat het kind de juiste plaatjes en woorden aan kan wijzen. Je vraagt: “Waar is de stoel?” en een peuter wijst eer één aan. In de derde en moeilijkste fase vraagt je  “Wat is dat?” en een  kind antwoordt: “Een stoel!” Sommige woorden zijn eenvoudig uit te leggen door gebaren te maken of door iets voor te doen. Dit geldt vooral voor werkwoorden als: eten, drinken, lachen, huilen, slapen, liggen, kruipen, springen, fietsen, en dergelijke.

5. Laat een peuter actief meedoen.

Betrek een peuter zoveel mogelijk bij hetgeen je doet en vertel wat je doet.  Geef een kind bijvoorbeeld eenvoudige opdrachtje als: “Wil je me helpen met aardappels schillen? Jij mag de aardappels die klaar zijn in de pan doen. Hier is de een aardappel. Doe hem maar in de pan.” Als een kind niet goed weet wat het moet doen, begrijpt het de woorden nog niet. Je kunt dan een beetje helpen, net zolang tot het wel alleen lukt. Met dit soort doe-opdrachten leert een peuter spelenderwijs veel woorden.

6. Lees meerdere keren een zelfde prentenboek voor.

Een prentenboek mag best iets te moeilijk zijn voor een kind. Lees het vaker voor, bijvoorbeeld een week lang elke avond. Je merkt aan een peuter of het dat nog steeds leuk vindt. Bij elke keer dat je het boek voorlees zal een  kind meer begrijpen van het verhaal en meer zinnen onthouden.

Spraakprobleem

Spraakprobleem

Als een peuter onduidelijk spreekt of bepaalde klanken niet goed kan uitspreken, kan er sprake zijn van een spraakprobleem.

Dan zie je meestal dat een spraakklank wordt vervangen door een andere, een kind zegt bijvoorbeeld sis in plaats van vis. Men spreekt van een vertraagde spraakontwikkeling als de spraak van het kind duidelijk achterblijft bij die van leeftijdgenootjes.
Jonge kinderen spreken de woorden meestal onvolledig uit. Bijvoorbeeld ‘toe’ voor ‘stoel’ of ‘al’ voor ‘bal’. Sommige kinderen blijven langer dan normaal uitspraakfouten maken. Dit kan de verstaanbaarheid zodanig beïnvloeden dat het kind zich soms niet duidelijk kan maken. Een kind van vijf jaar kan de meeste klanken goed uitspreken.

Een vertraagde spraakontwikkeling kan op verschillende manieren veroorzaakt worden. Er zijn bijvoorbeeld afwijkingen in tong, lippen en/of gehemelte. Neurologische letsels, een verminderd gehoor of een verstandelijke handicap kunnen de spraakontwikkeling belemmeren. Om de spraakontwikkelingen te bevorderen kunnen blaas en zuigoefeningen helpen.

Het zachte gehemelte heeft een belangrijke functie. Als het omhoog beweegt  tegen de achter keelwand sluit het de neusweg af. Op deze manier stroomt de lucht vanuit de longen door de mondholte naar buiten. Het zachte gehemelte neemt deze positie aan tijdens zuigen en blazen en bij alle spraakklanken, behalve  /n/, /m/, /ng/. Wanneer de bewegingsmogelijkheid en/ of de lengte van het zachte gehemelte niet voldoende is, zal er lucht door de neus ontsnappen en zal de spraak nasaal klinken.

Wanneer uw kind nasaal spreekt of het moeilijk vindt om te blazen en te zuigen zullen oefeningen voor het zachte gehemelte kunnen helpen.

Het doel van zuigoefeningen is om het zachte gehemelte te trainen en te stimuleren. De zuigoefeningen zijn echter niet gerelateerd aan de spraakklanken. Dus zijn de blaasoefeningen belangrijker dan de zuigoefeningen. Toch is het goed om deze oefeningen te doen. Als een kindje uit een beker gaat drinken, moet hij een goede lipsluiting en een krachtige zuigfunctie hebben om niet te knoeien.

Wil je wat extra oefenen, hieronder volgen een aantal blaas en zuigoefeningen die kunnen helpen.

Blaas oefeningen

  • Prop watten/ confetti wegblazen over een gladde tafel (oefen hierbij het
    richten. Verspreidt de watten of confetti over de tafel heen, zodat een kind alle
    stukjes naar 1 kant kan blazen).
  • Blaasvoetbal met een pingpongbal
  • Blazen of uitademen op een spiegeltje/ raam

Zuig oefeningen

    • Pepermuntje opeten. Dit zorgt ervoor dat je de luchtstroom beter in je mond voelt (als je zuigt of blaast).
    • Onderlip naar binnen zuigen (5- 10 sec. vasthouden).
    • Wangen naar binnen zuigen (5- 10 sec. vasthouden).
    • Lippen tussen de tanden in de mond zuigen (5- 10 sec. vasthouden).<
    • Stukje papier tegen de mond aanzuigen