Weet jij welke leerstijl je kind heeft?

Weet jij welke leerstijl je kind heeft?

Ieder kind leert anders. Elk kind heeft zijn eigen leerstijl. Zowel op school als daar buiten. Kolb (een bekende Amerikaanse psycholoog) maakt onderscheidt in abstract of concreet en actief of reflecterend. Dit lever vier combinaties op, die overeenkomt met vier verschillende leerstijlen. Elke leerstijl vraagt een andere manier van stimuleren.

De dromer: analyseren en abstract denken

De dromer wil ‘eerst denken, dan doen’. Hij denkt na over verschillende situaties en probeert zich hierin in te leven. Hierdoor ziet hij vaak meerdere (goede) oplossingen, maar twijfelt over een beslissing. Hij kan zich goed inleven in verschillende situaties en kan een probleem vanuit vele standpunten bekijken. De dromer ziet daardoor vaak sneller oplossingen. Dromers maken en bedenken graag dingen, hier hebben ze echter wel de tijd en ruimte voor nodig.

Hoe stimuleer je de dromer?

Zorg voor verschillende meningen over een probleem, dat stimuleert. Geef dromers de tijd en ruimte om ervaringen te verwerken en hun gevoelens te uiten. Dromers leren het best wanneer de leerkracht de stof met voorbeelden uitlegt. Dromers hebben een hekel aan tijdsdruk. Probeer ze daarom zo min mogelijk onder tijdsdruk werkzaamheden te laten doen.

De denker: waarnemen en overdenken.

Een denker stelt graag onderzoekende vragen. Hij kijkt naar wat er gebeurt en probeert algemene regels daarin te ontdekken, die eventueel met elkaar of met andere ervaringen in verband kunnen worden gebracht. Een denker houdt van logica en redeneren. Een denker leert het beste in gestructureerde situaties. Hij leert het best uit boeken en voordrachten, want die zijn logisch opgebouwd. Denkers kunnen niet goed tegen onzekerheid of wanorde. Ze vragen niet snel om hulp.

Hoe stimuleer je de denker?

Denkers weten graag waarom ze iets leren. Vertel ze dit daarom ook. Een denker heeft orde en rust nodig in de klas, groepswerk is niet echt aan hem besteed. Geef denkers de tijd om zelf het hoe, wat en waarom te ontdekken. Bemoei je niet teveel met een denker. Denkers ervaren dit snel als een inperking van hun ambities.

De beslisser: gestructureerd experimenteren.

De beslisser hakt graag knopen door. De theorie interesseert hem niet zo, wel de oplossing voor het probleem. De beslisser voelt zich goed als hij een stappenplan kan gebruiken om zo stap voor stap het resultaat te kunnen bereiken. Een beslisser leert het meest als hij de kans krijgt om zaken uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert.

Hoe stimuleer je de beslisser?

Help de beslisser om een duidelijke rode draad te herkennen in de leerstof Laat de beslisser zelf een probleem oplossen, geef hem hierbij aanwijzingen en raad. Beslissers leren het best als ze voorbeelden uit de praktijk krijgen. Maak de beslisser duidelijk dat wat hij nu leert, later van pas komt.

De doener: concreet ervaren

Een kind met een uitvoerende leerstijl, wil graag ervaringen opdoen en experimenteren. Als een doener ergens aan begint wil hij ook resultaten zien. Hij werkt graag samen met anderen, komt snel in actie en probeert ook anderen mee te trekken. Een doener kan zich gemakkelijk aanpassen aan nieuwe situaties en onverwachte omstandigheden. Hij kan ongeduldig zijn en gaat snel over tot actie zonder goed na te denken.

Hoe stimuleer je de doener?

Voor een doener is sfeer en menselijk contact heel belangrijk. Je stimuleert een doener door veel samen te doen.
Doeners hebben uitdagingen en spanningsvolle situaties nodig die om snelle keuzes vragen. Ze gaan soms zonder na te denken aan het werk. Evalueer een taak achteraf en help ze hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Geef een doener de nodige tijd en ruimte om dingen uit te proberen.

Om een kind optimaal te kunnen laten leren, is het belangrijk je bewust te zijn van zijn leerstijl. Het is wel goed te wisselen tussen leerstijlen. Zo kunnen kinderen ook andere leerstijlen ontwikkelen. Een leerstijl ligt nooit compleet vast, deze is veranderbaar. Helaas wordt er in het onderwijs vaak onvoldoende rekening gehouden met verschillende leerstijlen. De nadruk ligt vooral op verbale vaardigheden.

Lees meer over leren leren

Zo leer je een kind veters strikken!

Zo leer je een kind veters strikken!

Je schoenveters leren strikken kan verdraaid lastig zijn als kind. Hoe maak je nou een goede knoop, zonder dat de veters verstrikt raken of meteen weer losgaan? 

Vaak leren kinderen in groep 2 hun veters strikken. Maar soms is een kind hier al eerder aan toe of heeft hij juist extra hulp nodig?
Voordat je hieraan begint is het belangrijk om te checken of een kind er wel klaar voor is. Hoe is zijn fijne motoriek? Kan een kind bijvoorbeeld kralen rijgen of knippen? Sommige kinderen zijn met drie jaar al “veter strik kampioen”, terwijl andere kinderen het pas rond hun achtste jaar onder de knie hebben.

Dyslectische kinderen hebben ook vaak problemen met hun motoriek. Dit heeft te maken met het probleem in het automatiseren van vaardigheden. Veters strikken is om die reden ook vaak lastig.

Oefentips veters strikken

  1. Grote schoenen
    Je kunt het iets makkelijker maken voor een kind door hem te laten oefenen met jouw eigen schoenveters. Deze zijn wat langer dan de veters die in zijn eigen schoenen zitten.
  2. Gekleurde veters
    Rijg twee gekleurde veters in de veterschoen, dan ziet een kind beter het verschil tussen de veters.
  3. Voordoen
    Doe aan een kind voor hoe je je veters strikt.  Ga daarbij achter hem zitten. Het is beter is om niet tegenover hem te zitten, omdat hij het dan in spiegelbeeld te zien krijgt.
  4. Zing er een versje bij
    Je kunt er een versje bij zingen, wat het voor een kind natuurlijk een stuk leuker maakt!
    Maak een kruis, net een tent
    Daar doorheen het losse end
    En trek aan!
    En dan de strik:
    Maak een rondje, net een hoofdje
    Geef dat hoofd een warme das
    Stop de das in de jas
    Duw er nog een hoofdje bij
    En trek aan! 
  5. Leuke filmpjes
    Ook zijn er op internet diverse instructiefilmpjes te vinden. Loet laat het op een hele leuke en vrolijke manier zien.
  6. Prijs de poging
    Het gaat niet om het resultaat. Dat een kind het geprobeerd heeft, is al super knap. En als jij enthousiast bent over elke poging, dan komt het uiteindelijk wel goed met dat veters strikken.

 

 

Wat leren lezen en automatiseren met elkaar te maken hebben!

Wat leren lezen en automatiseren met elkaar te maken hebben!

Leren lezen is best een complex proces. Wanneer kinderen beginnen met lezen ‘hakken en plakken’ ze de letters van de woorden aan elkaar om zo een woord op te bouwen. Om goed en vloeiend te kunnen lezen, moeten kinderen leren om woorden te herkennen. De directe herkenning van woorden krijgt een kind door deze woorden te automatiseren. Een kind herkent het woord, de letter combinatie als hij deze leest. Leren lezen en automatiseren gaan dus samen op. 

Vloeiend lezen en automatiseren

Wanneer een kind leert lezen, is het van belang dat de letters van een woord juist worden omgezet naar de bijbehorende klanken. Een beginnende lezer kan nog geen woorden lezen, maar enkel de letters herkennen. Een woord wordt letter voor letter gespeld. In verloop van tijd wordt de letter-klankkoppeling geautomatiseerd. Een kind weet welke klank erbij een letter hoort. Als een kind weer een stap verder is kan hij lettergroepen herkennen. En uiteindelijk ontstaat een directe woordherkenning.  Een heel woord wordt geautomatiseerd zonder dit klank voor klank te ontleden. Hierdoor gaan kinderen steeds sneller en vloeiender lezen. 

Lees meer over het hoe leer herkennen van klanken, fonologische vaardigheden?

Zwakke automatisering

Sommige kinderen hebben moeite met het automatiseren van letters en lettergroepen. Hierdoor blijven zij vaak lang spellen of ze slaan het spellen over en gaan over op het herkennen en raden van woorden.  Er is sprake van een zwakke automatisering, als kinderen moeite hebben om klank-teken- en teken-klankkoppelingen te herkennen. Veel dyslectische kinderen en beelddenkers hebben hier last van. Kinderen gaan vaak radend lezen omdat ze een woord niet herkennen, maar wel door willen met het verhaal. Vaak raden ze de woorden ook nog goed omdat ze de context wel snappen.
Ze combineren alle informatie zoals het verhaal, het beeld, illustraties en gokken dan goed.

Beeld verdringt woord

Herken je het dat wanneer je samen met een kind leest in de zin  “moeder ging mee naar de speeltuin”, het woord moeder vervangen wordt door “mama”. Dit zie je vaak bij beelddenkers, ze lezen vaak radend.  Beelddenkers lezen het woord, zetten dit woord in hun hoofd om in een beeld en vertellen daarna wat er op het plaatje staat.  Een voorbeeld van een lezende beelddenker:

  • De beelddenker leest de zin: de was hangt aan de waslijn
  • Hij ziet in zijn hoofd een mooi T-shirt wat aan de waslijn in de wind droog wappert
  • De beelddenker zegt hardop: het T-shirt wappert in de wind

Ook woorden vaak woorden en zinsdelen vervangen door synoniemen die beter bij hun beeld passen. Wanneer een kind thuis altijd ‘mama’ zegt, dan zal een kind wanneer het een zin voor moet lezen met het woord ‘moeder’ erin, ‘moeder’ vervangen door ‘papa’, omdat dat beter bij zijn beeld. 

Beelddenkers beter begrijpen

 

Pubers opvoeden! wat je wel en juist niet moet doen?

Pubers opvoeden! wat je wel en juist niet moet doen?

De puberteit van je kind is voor jou als ouders soms best een pittige periode. Stemmingswisselingen, moeite met autoriteit en gezag. Kinderen die zich meer los willen maken van ouders, nieuwe dingen proberen en daarbij soms bewust risico’s en grenzen opzoeken.  Je vind het misschien niet leuk, maar het hoort helaas bij pubers opvoeden. 

Hoe kun je ervoor zorgen dat het toch gezellig blijft in huis en je een goede band houd met je puber. Wat moet je dan vooral laten en wat kun je doen?

Wat kun je beter laten 

  • Preken
    Hoe vaak praat je ‘tegen je puber’ in plaats van ‘met je puber’.  Met de beste bedoelingen uiteraard. Je wil je kind ergens behoeden of duidelijk maken dat iets heel belangrijk is. Je overlaadt je je puber met informatie. ‘Je moet echt meer bewegen en minder gamen, want  uit onderzoek blijkt dat …’. Pubers zijn allergisch voor dit soort ‘gepreek’ van hun ouders en haken veelal direct af. Mogelijk krijg je nog een reactie als  ‘Jaahaa mam, ik weet het, dat heb je nu al 100 keer gezegd’. Je boodschap komt niet aan, dus zonde van je energie
  • Verwijten maken
    Zeg je ook geregeld tegen je kind: Moet je geen huiswerk maken of zit je weer te gamen. Wat je eigenlijk zegt is, ik vind het maar niks dat je zit te gamen. Deze opmerkingen helpen echter niet. Je puber wordt niet gemotiveerd om minder te gamen of zijn huiswerk te maken. Een andere aanpak kan zijn om interesse te tonen in wat je kind doet of leg hem zonder verwijten uit waarom je zijn gedrag niet oké vindt.
  • Invullen
    Pubers hebben vaak iets meer tijd nodig om hun gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Als ouder heb je vaak snel de neiging om dingen in te vullen om het gesprek op gang te brengen. Dit kan behoorlijk averechts effect werken. Want als je er naast zit, zal je kind zich onbegrepen voelen en vaak ook geïrriteerd reageren (‘je snapt er niks van!’). Probeer daarom zoveel mogelijk open vragen te stellen en je kind op die manier te helpen om zijn gedachten te uiten en gevoelens te ordenen.

Pubers opvoeden motiveren hun best te doen op school! Zo doe je dat

Pubers opvoeden: wat wel doen als het gaat om 

  • Creëer qualitytime
    Pubers zijn vaak vooral bezig met hun vrienden of gamen en zijn niet altijd even gezellig thuis. Wil je de band met je kind goed houden of versterken, onderneem dan samen dingen. Dit is een belangrijk onderdeel voor het versterken van jullie band. Onderneem samen af en toe iets leuks. Zorg ervoor dat dit iets wat jullie allebei leuk en interessant vinden. Ga samen naar de film, wandelen of sporten. 
  • Blijf communiceren
    Een machtsstrijd levert alleen maar frustratie op van beide kanten. Probeer in gesprek te blijven, zonder te oordelen. Toon interesse in zijn belevingswereld en neem ideeën serieus. Zo voelt je kind zich veilig en geliefd. Al merk je hier soms weinig van. 
  • Geef complimenten
    Heeft je kind, dan eindelijk zijn kamer opgeruimd of is hij gezellig aan tafel benoemd dit dan. Richt je hierbij vooral op de inzet, niet op het resultaat.
  • Help met een plan van aanpak
    Wil je kind overgaan gaan dit jaar, vraag hem dan hoe hij dat wil gaan doen. En uitsluitend zijn best doen, is dan niet concreet genoeg. Vraag wat hij gaat doen en wanneer of op welke momenten. Vraag of je hem moet helpen bij dingen. Je zorgt er zo voor dat je puber gaat nadenken en je laat zien dat je vertrouwen hebt in zijn aanpak. 
  • Het is soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar probeer je niet al te druk te maken over het gedrag van je kind. De puberteit is een (vaak lastige) fase die vanzelf weer overgaat. 
  • Verantwoordelijkheid
    Vaak heb je als ouder best wat regels, veelal om je kind te beschermen en te voorkomen dat hij in de problemen komt. Door een kind te leren dat als hij zich verantwoordelijk gedraagt, hij ook meer vrijheid krijgt omdat je ziet dat hij het aankan. Doe wat je moet doen, zodat je kan doen wat je wil. 

Tip: Zo leer je je kind verantwoordelijkheid nemen

Hoe krijg je je puber in actie?

Hoe krijg je je puber in actie?

Hun kamer opruimen, huiswerk maken of de tafel dekken, het zijn van die dingen waar de meeste pubers niet echt warm voor lopen. Het kan soms veel strijd opleveren om ze elke dag weer in beweging te krijgen. Het is behoorlijk irritant als je een kind elke dag weer opnieuw moet herinneren aan het feit dat de vuile was echt in de wasmand thuishoort en niet ervoor of nog erger, in een hoek van de slaapkamer!  Wanneer je elke dag vraagt wanneer ze hun huiswerk gaan doen en als reactie een nors ‘Jaahaah, doe ik straks!’ terug krijgt. Hoe krijg je je luie puber nou wel achter Netflix of zijn telefoon vandaan. Hoe kun je pubers motiveren om in actie te komen?

Waarom zijn pubers lui?

Pubers lijken vaak lui, maar de waarheid is dat ze er niets aan kunnen doen. Het is de schuld van de hersenen. In de puberteit vinden namelijk de grootste veranderingen in de hersenen plaats. Met name in het gebied waar de plannings- en controlefuncties zitten. De ontwikkeling van de hersenen is een intensief proces wat al voor de geboorte van een kind begint en doorloopt tot ongeveer het 25ste levensjaar. Pas dan zijn de hersenen van een kind voldoende ontwikkeld om goed te kunnen plannen, anticiperen en de gevolgen voor de lange termijn te overzien. Met andere woorden,  je kind ziet de troep in zijn kamer niet en heeft weinig overzicht als het gaat om de planning van zijn huiswerk 

Dat wil niet zeggen dat je het allemaal moet laten en accepteren, er zijn wel degelijk dingen die je ze kunt bij brengen. 

Kamer opruimen, hoe kun je pubers motiveren?

De kamer van menig tiener is een grote puinhoop. Maak hier niet jouw probleem van, laat het bij je kind. Het is heel belangrijk dat hij zelf de voordelen gaat zien van het opruimen en deze ontdekt hij alleen door de nadelen te ervaren. Probeer ze daarom niet kun kamer op te laten ruimen en ga ook zelf niet aan de slag. Zijn hun schone keren op, dat is dan jammer. Zo leert je kind ze voortaan in de wasmand te stoppen. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het zal helpen. 

Je hoeft het natuurlijk niet zover te laten komen. Je kunt ook samen aan de slag gaan om eens in de zoveel tijd hun kamer op te ruimen. Dit kan ook nog best gezellig zijn.

Lees ook: 8 tips hoe je je puber het beste kunt motiveren

Persoonlijke hygiëne

Veel jongens ‘douchen’ in de puberteit het liefst alleen met deodorant.  Onder de douche gaan kost tijd en is maar gedoe.  Je kunt het erop aan laten komen en wachten tot een vriendjes er iets van zegt.  Maar in dit geval is het misschien beter om het gesprek aan te gaan. Vraag waarom hij niet wil douchen, en geef aan waarom jij het wel belangrijk vind. Mogelijk wil hij in de ochtend langer in bed liggen en is ’s avonds douchen een betere optie?
Door er een gesprek over te hebben en samen naar een oplossing te zoeken blijf je uit een machtsstrijd. Je laat hierdoor zien dat je je kind serieus neemt. 

Huiswerk (niet) maken

Aangezien het puberbrein niet in staat is om te plannen en het overzicht te bewaren, is een berg huiswerk vaak onoverkomelijk voor een puber. Ze zien vaak door de bomen het bos niet. Omdat ze niet weten waar te beginnen of hoe, doen sommige tieners helemaal niks. Je kind zal dan ook best blij zijn met jouw hulp, al zal hij dit misschien niet laten merken. Vraag gedurende de week hoe bepaalde dingen gaan, informeer of welke onderwerpen hij het leuks vind om te doen. 
Lukt het kind echt niet om zich tot zijn huiswerk te zetten, dan kun je ook een huiswerk instituut overwegen. Zo voorkom je strijd thuis en wordt er toch meer tijd besteed aan huiswerk.

Lees ook: 8 tips om pubers te motiveren hun best te doen op school

Schermtijd

Als er iets is waar pubers geen moeite mee hebben is het uren op hun telefoon zitten of gamen. Grote kans dat je er soms gek van wordt. In plaats van je er druk over te maken, kun je beter interesse tonen, om je zo beter te kunnen verplaatsen in de belevingswereld van je kind. Maak heldere afspraken over schermtijd.  Houdt je puber zich daar niet aan, dan is dit een teken dat hij de verantwoordelijkheid nog niet helemaal zelf kan dragen. Dit is heel normaal op deze leeftijd, maar het betekent dat je het dus wat meer moet controleren. Ga hierover het gesprek aan met je kind. Hoe duidelijker je bent hoe beter een tiener begrijpt wat er van hem verwacht wordt. 

 

Hoe ga je om met sinterklaas spanningen?

Hoe ga je om met sinterklaas spanningen?

De Sint is weer in het land! Voor de veel kinderen betekent dit extra spanning en meer prikkels. Ze hebben last van Sinterklaas spanningen. Dit kan tot verschillende problemen leiden, zoals moeite met het concentreren

Een kind kan moeite hebben met zijn concentratie omdat het eigenlijk bezig is met andere dingen, zoals sinterklaas. Maar dit kan ook een aankomende verjaardag of een ruzie met een vriendje zijn.

Prikkels

Het moeilijk kunnen concentreren heeft vaak te maken met de hoeveelheid prikkels die een kind binnen krijgt In de Sinterklaas periode zijn dit er vaak nog meer dan normaal. Voeg daar de spanning rondom het feest bij, dan is dit best veel. Bij de meeste mensen werken de hersenen als een filter. Zo filter je automatisch de (vele) prikkels die op je afkomen en kun je je richten op datgene waar je op dat moment mee bezig bent.
Er kunnen verschillende reden zijn (bijvoorbeeld ADD of Hoogsensitiviteit) waardoor filters niet goed werken. Alle informatie komt dus binnen (gedachten, geluiden, beelden etc.). Wat kan leiden tot sinterklaas spanningen.

Wat kun je doen aan sinterklaas spanningen?

  • Creëer een rustige omgeving
    Een rustige omgeving zorgt ervoor dat een kind minder snel afgeleid word. Denk hierbij aan een opgeruimde ruimte en weinig geluid radio of televisie.
  • Zorg voor overzichtelijke situaties en zo min mogelijk prikkels
    De situatie moet voor een kind (met concentratieproblemen) overzichtelijk zijn. Kinderen die snel afgeleid zijn, reageren vaak op alles wat er om hen heen gebeurd. Als bijvoorbeeld overal om het kind heen speelgoed voor het grijpen ligt, zal een kind ook van alles gaan pakken.
  • Vraag niet meer van een kind dan hij of zij aan kan.
    Het is goed om je bewust je zijn van de verwachtingen die je van een kind hebt. Vindt jij bijvoorbeeld dat een kind aan tafel moet blijven zitten tot iedereen uitgegeten is, maar merk je dat dit keer op keer mis gaat? Vraag je dan af of deze eis reëel is. Een kind vind het zelf ook niet leuk als er veel strijd is, dus wellicht vindt een kind het te moeilijk om lang stil te zitten? Een oplossing in deze situatie zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het kind wél aan tafel blijft zitten, maar dat als het zijn/haar bord leeg heeft een spelletje aan tafel mag doen.
  • Geef complimenten als een kind zijn best doet
    Ook als je ziet dat een kind zijn/haar best doet en het lukt niet helemaal, kun je toch een compliment geven. Een kind heeft immers wél zijn best gedaan en door dat te benoemen stimuleer je een kind om dat een volgende keer weer te doen!
  • Als een kind een activiteit wél vol houdt, beloon een kind hier dan voor.
    Door belonen versterk je het zelfbeeld van een kind en dat draagt bij aan een goede ontwikkeling.
  • Zorg voor vaste structuur
    Kinderen met concentratieproblemen hebben behoefte aan veel duidelijkheid. Ze zijn over het algemeen snel afgeleid en er niet altijd bij met hun hoofd. Als ze weten waar zij aan toe zijn, zorgt dit voor rust. Structuur bieden is een breed begrip. Het betekent onder andere dat dingen op dezelfde manier gaan en/of op dezelfde volgorde. Bijvoorbeeld douchen, tanden poetsen, voorlezen, slapen. Veel kinderen vinden het prettig als zij een overzicht hebben van hoe hun dag (of week) gaat verlopen.

10 tips om sinterklaas te voorkomen bij je kind of in ieder geval te beperken