**//sticky ads code//**
Waarom buitenspelen beter is dan gamen!

Waarom buitenspelen beter is dan gamen!

We weten allemaal wel dat buitenspelen gezond is voor kinderen. Maar wist je dat buitenspelen voor veel ontwikkelingsgebieden van groot belang is?  Caroline schreef er een mooi pleidooi over.

“Mam mogen we gamen?” is het eerste wat mijn negenjarige zoon vraagt als hij uit school komt .
“Eerst naar buiten jullie en het laatste uurtje mogen jullie wel even op de xbox” is dan meestal mijn reactie. Het game-gedrag van mijn zoon en zijn vriendjes baart mij regelmatig toch wel zorgen. Ik wil namelijk het liefst dat mijn kind lekker buitenspeelt. De hele dag als het even kan! Hij geniet er ook enorm van als we naar het bos, de natuurspeeltuin of een ‘Wilde Buiten dag’ van Oerr gaan (Tip!!!). Voetballen met vriendjes is ook altijd leuk. En toch steeds weer die vraag bij thuiskomst uit school…

Twee vragen schieten mij steeds door het hoofd. Hoeveel gamen is nog oké? En: hoe zorg je ervoor dat jouw kind niet steeds ergens anders wil spelen, omdat onbeperkt gamen daar wél mag?? (ja zo geraffineerd zijn die mannetjes wel) Een pleidooi voor meer buitenspelen vind je hieronder. En terwijl je dit leest, stuur ik ze hier dan nog ff lekker de frisse buitenlucht in!

Het belang van buitenspelen

De media staan er vol mee dat de kinderen van nu veel te weinig buitenspelen. Maar waarom is buitenspelen nou eigenlijk zo belangrijk?

Buitenspelen voorkomt overgewicht

Allereerst is buitenspelen voor kinderen de belangrijkste vorm van beweging. Het voorkomt écht overgewicht.
80% van de kinderen haalt de norm van voldoende bewegen niet! In deze tijd pakken we voor bijna alles de auto en we zitten met z’n allen meer dan ooit. 15% van deze kids heeft zelfs behoorlijk overgewicht.

Buitenspelen goed voor de ontwikkeling

Nu denk je misschien “mijn kind is helemaal niet dik” maar buitenspelen is behalve ter voorkoming van overgewicht ook voor veel ontwikkelingsgebieden van groot belang. Door buiten te spelen ontwikkelt een kind zijn motoriek. Het leert balanceren, springen, kruipen, ontwijken, klimmen, hangen, zwaaien, slingeren, vallen en nog veel meer. Kortom een kind leert zijn lichaam kennen met alle mogelijkheden en onmogelijkheden die het heeft. Heel belangrijk want als een kind dit goed kan oefenen, heeft het op latere leeftijd minder kans op ongelukken en botbreuken.

Buitenspelen goed voor sociale vaardigheden

Wat bij buitenspelen ook tot ontwikkeling komt zijn de sociale vaardigheden van een kind. Ze ontmoeten andere kinderen, spelen samen en moeten dus ook leren afspraken maken en conflicten oplossen als ze het niet eens zijn. Een goede leerschool lijkt mij!

Buitenspelen is een ontdekkingsreis

Buitenspelen nodigt ook uit tot onderzoeken en ontdekken. De ruimte is telkens anders, de situatie en weersomstandigheden zijn telkens anders en alle zintuigen komen aan bod. Daar leert een kind enorm van!

Er zitten dus behoorlijk wat voordelen aan dat buitenspelen.

Wat kunnen ouders doen?

Simpel! Zorgen dat ze buiten komen! Als het kan lekker zonder papa en mama (juist die vrijheid is heerlijk) maar als dat (nog) niet kan, is samen naar buiten gaan ook heel leuk. Quality time met je kind hoeft niet perse alleen knutselend aan de keukentafel of bij het naar bed gaan. Samen er op uit is ook fijn!

Niets nodig

En het mooie is, het vraagt helemaal niet zo veel van jou als ouder. Zoek een bankje op en kijk vooral naar je kind. Geniet! Elk kind speelt van nature en gaat op onderzoek uit (ja ook die van jou!). Zelfs zonder materialen speelt een kind met wat er wel is aan takken, blaadjes, zand en modder etc. Laat ze lekker onderzoeken!

Laat ze

Ook belangrijk: grijp niet teveel in. Een kind heeft uitdaging nodig. Daar groeien ze van. Een ouder die steeds “pas op, kijk uit” roept, maakt een kind onzeker en juist die kinderen vallen (i know dit is een moeilijke voor moeders…). Kinderen weten over het algemeen heel goed wat ze wel en niet kunnen. Hun trotse koppie wanneer iets moeilijks, zoals in een boom klimmen, gelukt is, is goud waard! Dus draai desnoods je hoofd even om als je het niet kunt aanzien en bijt op je tong en laat ze proberen!

Lekker vies

Vies worden moet en een blauwe plek of schram is niet erg! Dat is juist een teken dat er goed gespeeld is!

Ontspannen

En last but not least: contact met de natuur maakt dat de kids hun energie kwijt kunnen en weer helemaal op kunnen laden voor de wereld waarin al zo veel moet. Niets zo ontspannend als buiten zijn.

Kortom: lekker naar buiten allemaal! En heb jij dé gouden tip? Laat het ons weten!

Lees het oorspronkelijke artikel en meer interessante blogs op Spinaziemetspikkels

Ik ben twee en ik zeg nee: peuterpuberteit

Ik ben twee en ik zeg nee: peuterpuberteit

Rond hun tweede levensjaar maakt een kind een grote verandering door. Als ouder gaat dit niet on opgemerkt voorbij. Een peuter merkt dat hij zelf k iemand is met een eigen wil. Een kind krijgt vaker last van een driftbui, gaat schreeuwen en huilend op de grond liggen spartelen. Alles om zijn zin maar te krijgen!

Weest niet bang, dit hoort allemaal bij de peuterpubertijd. Wees je ervan bewust dat de emoties welke je kind ervaart voor hem echt zijn. Probeer hem te helpen deze op een andere manier te uiten. Een peuter wil je in deze fase graag helpen met jou dagelijkse bezigheden en het liefst alles zelf doen.
Dit kan een bron van frustratie zijn. Peuters willen namelijk vaak meer dan ze eigenlijk kunnen.

Frustratie voorkomen in de peuterpuberteit

Het is niet altijd mogelijk om frustratie en strijd te voorkomen in deze levensfase. Maar door goed te kijken waar een kind gefrustreerd door is, kun je hem helpen en hou je het gezelliger in huis.  Zo kun je bijvoorbeeld een kind kleine keuzes laten maken, zodat hij merkt dat hij serieus wordt genomen. Als je hem  regelmatig de gelegenheid biedt zelf kleine keuzes te maken, is de kans groot dat hij bij andere dingen minder de behoefte heeft zelf te bepalen hoe de dingen gaan. Laat een kind bijvoorbeeld zelf zijn kleren uit zoeken en kiezen wat hij op zijn brood wil.   

Omgaan met driftbuien in de peuterpuberteit

Het zal helaas niet lukken om alle strijd en frustratie te voorkomen.  Soms heeft een peuter gewoon zijn dag niet, of stelt hij vreselijk onredelijke eisen waaraan je echt niet tegemoet kunt komen. Een peuter kan dan behoorlijk driftig worden en overstuur raken. Probeer eerst te troosten, vertel  een kind dat je begrijpt dat hij boos is. Geef hem even de tijd om zijn emotie te uiten en dan tranen drogen. Leidt hem af door te zeggen dat je nu gezellig samen iets gaat doen. Voor peuters is dat vaak net een beetje houvast wat ze nodig hebben om uit hun boze bui te kunnen komen. Mocht dit niet werken, blijft hij boos, laat hem dan even uit razen.

Overweeg goed wanneer je nee wilt zeggen, of het de confrontatie waard is. Je zult niet de eerste zijn die zich afvraagt waarom je eigenlijk nee zei op de vraag. Maar wanneer een peuter al staat te gillen en stampvoeten is het niet handig om terug te komen op je besluit en toch te doen wat hij graag wil. Een kind krijgt dan het idee dat hij met  zijn driftbui toch iets heeft kunnen bereiken.

Wil je toch terug komen of je besluit dan kun je beter wachten tot een kind weer rustig is geworden en dan het voorval samen bespreken. Je kunt dan tot de conclusie komen dat je, nu jullie er rustig over gepraat hebben, begrijpt waarom hij iets wil en dat jullie dat best mag.

Het geven van een “time out” is minder nuttig. Een peuter zal wel leren dat zijn gedrag ongewenst is, maar leert niet hoe hij wel met zijn frustratie kan omgaan.

 Tips om je een beetje door de peuterpuberteit te helpen:

  1. Wanneer een kind zelf iets aandraagt, neem dit dan ook serieus. Dat shirtje staat misschien niet prachtig bij die broek en een cracker met chocopasta is niet zo lekker.  Voor zijn zelfvertrouwen is het goed hem niet te vaak te corrigeren
  2. Stem je programma af op een kind. Op visite gaan naar een drukke dag op de kinderopvang of naar de supermarkt aansluitend aan een ochtend peuterspeelzaal, zal tot meer strijd leiden.
  3. Met peuters kun je ook al goed afspraakjes maken. Zo kan je er ook voor zorgen dat hij minder snel gefrustreerd raakt omdat iets niet lukt. Wil hij je bijvoorbeeld helpen met koken, spreek dan af dat hij wel de aardappels mag afspoelen, maar dat het schillen nog lastig voor hem is.

 

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

We hebben ons geheugen nodig om te kunnen leren. Hierin slaan we informatie op en kunnen het weer oproepen. Zonder het geheugen kunnen we niet zien, luisteren of denken. Maar zonder het geheugen kunnen we ook geen dingen leren. We maken gebruik van het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen kan informatie kort vasthouden. Ongeveer 20 seconden kun je dingen onthouden. En gemiddeld kan het kortetermijngeheugen ongeveer 7 eenheden vasthouden. Wanneer je een telefoonnummer wilt onthouden wat je opzoekt, kun je kort 7 cijfers onthouden. Van nature cluster je de cijfers tot bijvoorbeeld vier eenheden. Het kort onthouden van een telefoonnummer wordt dan al makkelijker.

Voorbeeld:
Het telefoonnummer 06 72884314 bestaat uit 8 cijfers en 06 er voor. Dat zijn behoorlijk wat eenheden om kort te onthouden. In elke geval moet je de eenheden onthouden totdat je het nummer hebt ingetoetst. Gaan we het telefoonnummer clusteren in bijvoorbeeld 06  72  88  43  14, dan hebben we 4 eenheden plus 06. Dit is al veel makkelijker te onthouden.

Het langetermijngeheugen

In het langetermijngeheugen kun je informatie lang opslaan. Het is dus belangrijk om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zijn vier mogelijkheden om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen.

Hoe kun je dingen leren?

Informatie komt eerst binnen in het kortetermijngeheugen. Pas daarna kan de informatie `doorschuiven` naar het langetermijngeheugen.

Dat gebeurt op vier manieren:

1. Leren door herhaling

Onderzoek heeft uitgewezen dat we de lesstof  minimaal 200 keer moeten herhalen om de lesstof te kennen. Kinderen vinden dit over het algemeen minder leuk! Toch wordt deze manier nog veel toegepast in het onderwijs. Rijtjes opdreunen, tafels opdreunen, opschrijven en veel herhalen. Een kind raakt niet echt gemotiveerd door het (200 x) opdreunen van een tafel.

2. Leren door het bijzonder maken

Als we iets bijzonders aan de lesstof koppelen, maken we het geheugen `wakker`. Door informatie bijzonder te maken, krijgt het aandacht. Aandacht dwingt de betrokken neuronen in het brein om vaker af te gaan. Hoe vaker neuronen afgaan, hoe sterker de verbindingen met de andere neuronen worden. We kunnen informatie beter onthouden en oproepen. Je maakt leerstof bijvoorbeeld bijzonder als je er een rijmpje aan koppelt. Bijvoorbeeld: `Delen door nul is flauwekul!`
Of je koppelt aan een woord een associatiebeeld, daardoor wordt `gewone` informatie opeens opvallend en betekenisvol. Het koppelen van een associatiebeeld aan leerstof sluit prima aan bij de talenten en manier van informatieverwerking van een beelddenker.

3. Leren door koppeling emotie

Emotionele ervaringen worden makkelijker in het geheugen opgeslagen. Dit wordt veroorzaakt doordat emotie de aandacht versterkt. Emoties als verdriet, angst, boos of blij zorgen ervoor dat de opgedane prikkels direct doorschieten naar het langetermijngeheugen. Denk maar eens aan een klein kind dat niet aan de kachel mag komen van zijn moeder. Het kind voelt toch aan de kachel. `Au!` Zijn moeder heeft gelijk, hij vergeet het nooit meer.
Probeer emotie te koppelen in lessituaties, onder andere door beeld. Pak natuurlijk wel positieve emoties. Want trauma`s ontstaan ook vanuit dit principe, vanuit negatieve emoties.

4. Gebruik zoveel mogelijk leeringangen, minimaal drie.

Dit betekent: bied leerstof visueel (ogen) èn auditief (oren) èn kinesthetisch (doen) aan.
Op deze manier legt een kind een stevige verbindingen aan in het brein. Èn je sluit aan met lesgeven bij de beelddenker , de taaldenker en het kind dat leert door te doen.
De beelddenker zal door het aanbieden van drie leeringangen zijn sterke leeringang, het visuele, kunnen benutten en zijn zwakke leeringang, het auditieve, leren ontwikkelen en versterken.

Het kortetermijngeheugen versterken

Voor veel mensen een bekende oefening: `Ik ga op reis en neem mee.`

Hoe ging dit ook al weer?
We doen deze oefening met een aantal kinderen. De eerste zegt: `Ik ga op reis en neem mee….koffer…`
Het volgende kind zegt `Ik ga op reis en neem mee…zwembroek…koffer…`
Derde kind zegt: `Ik ga op reis en neem mee…snorkel…koffer…zwembroek…`
Vierde kind zegt: `Ik ga op reis en neem mee…zonnebril…koffer…zwembroek…snorkel…`
Enz.

 

Groeispurt bij kinderen

Groeispurt bij kinderen

Kinderen groeien als kool, luidt het bekende gezegde. Hoe werkt dat groeien nu eigenlijk? Wanneer groei je het snelst, en hoe lang wordt een kind?

Bij hun geboorte meten kinderen gemiddeld ongeveer 50 centimeter. Iets meer dan 3 jaar later is hun gemiddelde lengte al verdubbeld: dan zijn kinderen een meter lang.

Groeispurt

Meisjes beginnen eerder aan hun groeispurt dan jongens.  Vanaf een jaar of 4 groeien kinderen ongeveer 8 centimeter per jaar. Tijdens de groeispurt in de puberteit kunnen ze gemiddeld wel 12 centimeter per jaar groeien. Kinderen in de groei zijn regelmatig moe, omdat groeien veel energie kost. Soms hebben ze last van groeipijn. En ze kunnen eten voor twee!  Opmerkelijk is dat kinderen in de zomer veelal extra groeien. Ze krijgen in deze periode vaak meer rust, zijn meer buiten en genieten van de zon.

Groeispurt meisjes

Meisjes hebben vaak een groeispurt als ze tussen de tien en veertien jaar zijn.  Bij de meeste meisjes is er rond hun twaalfde een groeipiek. Zodra meisjes voor het eerst ongesteld zijn geweest, neemt de groeisnelheid af. Ze groeien dan nog gemiddeld 8 centimeter.

Groeispurt jongens

De groeispurt begint bij jongens iets later, vaak rond hun dertien levensjaar. Omdat ze meestal eerst vooral in de lengte groeien, zien ze er soms slungelachtig uit. Zelf moeten ze ook wennen aan hun groeiende lijf. Ze kunnen zich wat onhandig gaan bewegen. De groeispurt duurt bij jongens tot een jaar of zestien. Daarna groeien ze niet heel veel meer.

Hoe lang wordt een kind

De groei is van verschillende factoren afhankelijk.  Gezonde voeding is daarbij uiteraard van belang. Ook de lengte van de ouders is een belangrijke factor. Hoe lang een kind wordt, kun je globaal voorspellen. Daarvoor tel je jouw lengte bij die van je partner op en deelt dat door twee. Voor een meisje trek je er twee centimeter van af en voor een jongen tel je er elf centimeter bij op om een idee te krijgen van haar of zijn uiteindelijke lengte.

Hoe werkt het groeien

Hormonen zijn verantwoordelijk voor de groei. Hormonen geven aan de weefsels die groeien seintjes om extra cellen aan te maken. Groeihormonen worden afgegeven in pieken, die zorgen onder andere voor groeispurten. Kleine pieken komen voor tijdens lichaamsbeweging, bij acute, kortdurende stress (zoals bijvoorbeeld bij een zwemexamen) en twee uur na het inslapen. De hoeveelheid lichaamsbeweging en slaap heeft dus invloed op de groei van een kind. Bij kinderen in langdurig stressvolle situaties, bijvoorbeeld dagelijks pesten kan de hormonale huishouding en dus de groei worden verstoord. Andere soorten hormonen die invloed hebben op de groei, zijn schildklierhormonen en geslachtshormonen. Een aandoening van de schildklier (er wordt te weinig of geen schildklierhormoon aangemaakt) heeft grote invloed op de groei en ontwikkeling van kinderen. Deze aandoening kan worden opgespoord door middel van de hielprik. Geslachtshormonen zorgen onder andere voor de groeispurt in de puberteit en de groei van secundaire geslachtskenmerken.
Dat mensen gemiddeld steeds langer worden wordt toegeschreven aan betere voeding.

 

Clownesk gedrag

Clownesk gedrag

Ineens raar doen, gekke bekken trekken, dierengeluiden maken of een speciaal loopje of gek stemmetje gebruiken. Een kind verandert ineens in een clowntje zodra hij spanning voelt of alle aandacht op hem is gevestigd. Clownesk gedrag, dit heeft vaak te maken met onzekerheid. Hoe help je een kind om zichzelf te durven zijn?

Waar komt clownesk gedrag vandaan?

Clownesk gedrag is meestal een manier om onzekerheid te verbergen en een poging om erbij te mogen horen. Een kind neemt de houding van een ‘clown’ aan en merkt dat het aandacht krijgt als hij gek doet. Er kunnen verschillende redenen voor clownesk gedrag zijn:

  • Een kind voelt zich onzeker, bijvoorbeeld als er naar hem wordt gekeken. Hij verbergt dit met clownesk gedrag.
  • Hij vindt een situatie eng of spannend en overschreeuwt zichzelf met clownesk gedrag.
  • Een kind wil graag contact maken met andere kinderen, maar heeft nog niet geleerd om op een andere manier de aandacht te vragen.
  • Hij merkt dat anderen om hem lachen als hij grappig doet. Om erbij te horen, gaat hij gek doen.

Hoe kun je een kind helpen met clownesk gedrag?

Als een kind vaak de clown uithangt en daarbij anderen stoort, is het goed om hem te helpen in deze situaties.  Zodat hij kan inschatten wanneer het wel een goed moment is voor een grapje. Hoe hij zichzelf kan kalmeren als hij spanning voelt, of als hij zich onzeker voelt. Op welke manier kan hij contact maken met andere en hoe kan hij zichzelf laten zien.

Enkele tips om een kind hiermee te helpen bij clownesk gedrag

  • Leren inschatten wanneer het tijd is voor een grapje (en wanneer niet)
    Vraag een kind op welke momenten het op school of tijdens het sporten leuk is om een grapje te maken en wanneer het goed is om serieus te zijn. Als een kind dit moeilijk vind te verwoorden, schets dan een paar situaties. Vertel dat jullie dat gaan oefenen, dat hij bijvoorbeeld in de pauze iets geks mag doen en serieus doet als hij moet werken. Leer een kind hoe hij serieus te zijn. Laat het hem voordoen, of refereer aan een moment waarop hij dit altijd goed doet.
  • Zichzelf kalmeren bij onzekerheid of spanning
    Je weet vaak in welke situaties een kind clownesk gedrag vertoont. Bijvoorbeeld een situatie die hij spannend vindt. Geef in deze situatie aandacht aan zijn emoties. Benoem zijn gevoelens: ‘Volgens mij vind je het heel spannend en weet je dan niet zo goed wat je kunt doen en ga je daarom gek doen’. Maak een chillplan met een kind waarin jullie vier dingen bedenken die je kind kan doen om zichzelf te kalmeren.
  • Op een sociaal handige manier contact maken
    Oefen met een kind hoe hij op een positieve manier de aandacht kan vragen. Bijvoorbeeld door te vragen of je mee mag doen of door te zeggen: ‘ik wil iets grappigs laten zien, wil je het zien?’ Maar dit kan ook door bij een groepje te gaan staan.
  • Zichzelf durven laten zien
    Geef een kind zelfvertrouwen door het verantwoordelijkheden te geven en zoveel mogelijk zelf tot oplossingen te komen. Besteed vooral aandacht aan zijn positieve kanten, door hem bijvoorbeeld een collage te laten maken over wat zijn kwaliteiten zijn. Of door ’s avonds voor het slapen gaan nog even te praten over alles wat zo goed ging die dag.  

De positieve kant aan clownesk gedrag

Clownesk gedrag wordt vaak als vervelend ervaren. Maar aan clownesk gedrag zitten ook mooi positieve kanten. Zo kan een kind andere goed vermaken, heeft hij humor en kan een groep beïnvloeden. Om van deze positieve kanten gebruik te kunnen maken is het belangrijk dat een kind leert, wanneer hij wel de clown kan uitgangen en wanneer hij serieus moet zijn.

bron: apetrotsekinderen

Hoe herken je of een kind wordt gepest?

Hoe herken je of een kind wordt gepest?

Je moet er niet aan denken dat je kind wordt gepest op school, laat staan dat jij  van niets weet en dus niet kunt ingrijpen. Lang niet alle kinderen zullen uit zichzelf vertellen dat ze gepest worden. Soms schamen ze zich hiervoor, zijn ze bang dat het pesten erger wordt of willen ze hun ouders niet ongerust maken.  Als ouder wil je graag helpen, maar hoe herken je of een kind wordt gepest?

1. Hoofdpijn,buikpijn of misselijkheid

Een kind klaagt vaker over buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid als hij wordt gepest op school. Een gepest kind zal dit ook vaker aangrijpen om niet naar school te hoeven.  Als een kind regelmatig klaagt over deze symptomen, is het goed om hier samen over te praten. Let er dan op dat je open vragen stelt: “Ik heb het idee dat je je de laatste tijd vaak ziek voelt, hoe komt dat denk je?” Open vragen zorgen namelijk voor een niet-confronterende situatie, waardoor het probleem bespreekbaar wordt.

2. Vriendschappen

Gaat een kind ineens niet meer om met vriendinnen of vriendjes waarmee hij eerder wel omging? Heeft hij steeds minder vaak speel afspraakjes? Of heeft een kind ineens andere vrienden of vriendinnen? Dit kan een signaal zijn dat er wordt gepest. Het is goed om contact te hebben met andere ouders van kinderen die in dezelfde vriendengroep zitten, dan heb je beter zicht op de situatie.

3. Slecht slapen

Heb je het idee dat een kind ’s ochtends nog moe is of er vermoeider uitziet dan normaal, dan kan dat wijzen op een slechte nachtrust. Kinderen slapen namelijk vaak onrustig als ze zenuwachtig of angstig zijn voor wat er de volgende dag, bijvoorbeeld op school, gaat gebeuren. Het ene kind heeft last van nachtmerries, een ander kind valt moeilijker in slaap of wordt ’s nachts vaker wakker.

4. Prikkelbaar

Reageert een kind erg emotioneel op gesprekken die over school of andere sociale activiteiten gaan? Dit kan een teken van angst zijn.

5. Schoolprestaties gaan achteruit

De schoolprestaties van een kind gaan achter uit. Een gepest kind heeft meer moeite om zich te concentreren en kan rusteloos of hyperactief zijn. Ook zie je vaak dat de schoolresultaten langzaam achteruit gaan.

6. Minder spraakzaam, sneller ruzie

Is een kind niet zo spraakzaam als anders? Of gaat hij na school meteen naar z’n kamer? Dan is het verstandig om naar de oorzaak te kijken. Ook wanneer een kind vaak ruzie maakt met z’n broers en zussen, kan dit een teken van pesten zijn.

7. Blauwe plekken

Komt een kind regelmatig met kapotte kleding of spullen thuis. Heeft hij vaak onverklaarbare schaafwonden of blauwe plekken? Dan is dat vaak een duidelijk teken van pesten. Als je er naar vraagt, vinden kinderen het vaak moeilijk om uit te leggen wat er is gebeurd. Ook hier is het weer belangrijk om open vragen te stellen, zodat je jouw kind de ruimte geeft om zijn verhaal te vertellen.
Een kind wat regelmatig bij vechtpartijen betrokken en kan zeer temperamentvol overkomen. Is een kind  echt zo’n heethoofd of driftkikker? Kinderen vinden het vaak grappig wanneer een kind stampvoetend van woede voor zichzelf probeert op te komen en ze zullen dan ook net zolang doorgaan met ‘uitdagen’ tot ze dit doel hebben bereikt. Heel vaak wordt juist het kind dat wordt gepest ‘betrapt’ door de leerkracht wanneer het iets terug doet… en moet dit vaak met straf bekopen.

8. Social mediagebruik

Wanneer een kind online wordt gepest, zie je vaak twee signalen of hij is niet meer weg te slaan van sociale media of hij sluit zich er helemaal voor af.  Het is dan juist belangrijk om regels en een tijdslimiet af te spreken over het social media gebruik van je kind. Juist kinderen die online gepest worden, zijn bang dat de iPad of mobiel wordt afgepakt door ouders. Laat dus vooral duidelijk weten dat je je kind niet wilt straffen, maar het probleem juist wilt aanpakken.