**//sticky ads code//**
Wanneer naar groep drie?

Wanneer naar groep drie?

Kinderen die voor 1 oktober zes jaar werden, mochten tot 1986 standaard door naar de basisschool en de rest bleef op de kleuterschool. Tegenwoordig is dat anders, ouders en leerkracht bepalen samen of een kind toe is aan groep drie.

Bij sommige kinderen is het heel duidelijk. Ze kunnen al een beetje lezen, hun naam schrijven en simpele sommetjes maken. Een andere groep kinderen kan nog niet lezen en schrijven maar gaat toch ook mee naar groep drie.
Het blijkt dat  uit beide groepen kinderen zijn, die zich prima redden in groep drie, maar er zijn ook in beide groepen kinderen die het niet zo gemakkelijk hebben eenmaal in groep drie

Hoe wordt bepaald of een kind toe is aan groep drie?

Hoe een kind zich ontwikkelt wordt bepaald door de rijping van het centraal zenuwstelsel en door de stimulans van de omgeving. De ontwikkeling en groei van het centrale zenuwstelsel omvat onder andere de ontwikkeling en groei van de hersenen en het ruggenmerg.
Het moment waarop een kind over voldoende basisvaardigheden beschikt in motoriek, taal en waarneming kan per kind wel twee jaar verschillen. Het ene kind verwerft ze al rond zijn vijfde, een ander kind pas veel later op zeven jarige leeftijd.
Ieder kind volgt zijn eigen ontwikkeling en groeiproces, ouders moeten hierin een balans zien te vinden tussen stimuleren en laten groeien.

Sociaal emotionele aspecten.

Goed mee kunnen komen in groep drie, vraagt meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Ook sociaal-emotioneel moet een kind toe zijn aan groep drie. Maar wat houdt dit in?

Concentreren

Het is belangrijk voor een kind om zich te kunnen concentreren. Van een kind wordt verwacht dat hij zich tien minuten achter elkaar kan concentreren op een taak, ook als hij deze niet leuk vindt.
Ongedwongen kunnen kinderen zich meestal wel concentreren, bijvoorbeeld als ze spelen met hun favoriete speelgoed, dit betekent echter nog niet dat een kind zich ook kan concentreren op een moeilijke en niet zo leuke opdracht. Een kind moet enige taakgerichtheid laten zien en moet enige tijd stil kunnen zitten.

Zelfstandig en zelfvertrouwen

Kinderen in groep groep drie moeten zelfstandig kunnen werken. Na een gegeven instructie moet een kind zelfstandig aan de slag kunnen gaan met een opdracht. Een kind moet dus enig (zelf)vertrouwen hebben in het eigen kunnen.

Verbaal

Eenmaal in groep drie moeten kinderen een logisch en verstaanbaar verhaal kunnen vertellen. Daarnaast moet een kind aandachtig kunnen luisteren naar instructies en deze kunnen begrijpen en onthouden.

Weerbaar

Voor het goed kunnen functioneren in een groep is het van belang dat een kind weerbaar is. Er komen veel nieuwe dingen op een kind af, veel nieuwe leerstof. Er worden  nieuwe eisen aan een kind gesteld en een hij belandt vaak in een nieuwe groep, vanuit de combinatie groep 1/2 wordt één groep drie samengesteld
Een kind moet goed kunnen functioneren in een groep om zich prettig te voelen in groep drie.

Testje: is mijn kind eraan toe om te leren lezen?

Volgens Ewald Vervaet (Ontwikkelingspsycholoog en docent) kun je op een redelijk simpele manier bepalen of een kind klaar is voor groep 3.
Neem twee dezelfde doorzichtige flessen en vul deze met gekleurde limonade. Een van de flesjes houd je scheef onder een hoek van 45 graden. Vervolgens teken je de lege flesjes op een papier en vraagt een kind de limonade erin te tekenen. Een kind dat nog niet toe is aan lezen, zal de streep in het schuine flesje niet horizontaal maar schuin of verticaal tekenen. Een kind dat wel toe is aan lezen – de gemiddelde leeftijd is 6,5 jaar – zal de beide lijnen horizontaal tekenen.

toe aan groep 3

 

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.
Wie is er gebaat bij zittenblijven?

Wie is er gebaat bij zittenblijven?

In deze periode van het jaar speelt voor diverse kinderen en ouders het dilemma: overgaan naar de volgende groep of zittenblijven

Veel studies tonen aan dat doubleren meestal niet zinvol is. Het lijkt soms alsof we er vanuit gaan dat de ontwikkeling van kinderen lineair en stapsgewijs verloopt, dat lesstof uit het ene jaar voorwaardelijk is voor het begrijpen van lesstof van het daaropvolgende leerjaar.

“Het eerste jaar nadat een kind is blijven zitten, presteert hij vaak beter. Dat is logisch, want hij doet alles voor de tweede keer. Na een aantal jaren zakt de zittenblijver toch weer terug naar het niveau van voor doubleren”, Hans Luyten, onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Twente. Met andere woorden: zittenblijven helpt niet.

Voordelen van zittenblijven

In het boek Samen tot aan de meet  geven Vlaamse docenten aan zittenblijven zeer zinvol te vinden. Zij gaan er vanuit dat zittenblijven een noodzakelijke maatregel is om ervoor te zorgen dat kinderen met een leerachterstand niet nog verder achter raken. Zittenblijvers kunnen bijgespijkerd worden zodat hun verdere schoolcarrière vlotter zal verlopen. Bovendien veronderstellen voorstanders dat zittenblijven het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen helpt te vergroten. “De status in de nieuwe klas is vaak hoger”, bevestigt de Nederlandse onderwijsonderzoeker Luyten. “Nadat een kind is blijven zitten, wordt hij vaak de oudste van de klas. Dan wordt er tegen het kind opgekeken.”

Als zwakke(re) kinderen doubleren worden klassen homogener, waardoor leraren efficiënter instructie zouden kunnen geven, moeilijkere lesstof kunnen behandelen en beter tegemoet kunnen komen aan individuele leervragen van kinderen

Waarom niet doubleren

Een tegenargument voor doubleren is het ontbreken van voldoende uitdaging voor een kind. Een kind gaat zich vervelen wat tot gedragsproblemen kan leiden.
International onderzoek heeft uitgewezen dat doubleren op korte termijn een gunstig effect heeft op de school resultaten. Maar op lange termijn heeft zittenblijven eerder een negatief effect: naarmate de leerjaren vorderen, doen zittenblijvers het minder goed dan net zo zwak presterende vroegere klasgenoten die wel normaal zijn doorgestroomd.

Luyten noemt zittenblijven een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen. “Je hoort vaak dat leraren zeggen: Mijn leerling is nog zo speels, dus heb ik hem laten zitten. De vraag is of dat extra jaar voor speelsheid echt nodig is. Zou je niet iets anders kunnen bedenken waardoor de leerling toch weer aanhaakt? Dat kan wel, maar dat kost extra tijd en aandacht en dat is waar de schoen wringt.” Volgens Luyten moet er extra maatwerk geleverd worden om zittenblijven tegen te gaan. “Dat vraagt om een cultuuromslag.” Wie er nu echt baat heeft bij zittenblijven? “Zittenblijven maakt het werk voor de leerkracht makkelijker.”
Motivatiepsy­choloog Willy Lens pleitte er in het Vlaamse tijdschrift Klasse voor oud­ers  voor zitten ­bli­jven zo veel mogelijk te ver­mi­j­den. Doubleren is volgens hem alleen zinvol als de oorzaken van de slechte resultaten in het jaar dat wordt overgedaan zijn op te lossen. Als voorbeeld noemt hij een jaar extra kleuteren indien het kind nog niet ‘school­rijp’ is.

bron: aob.nl en nivoz.nl

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

Wanneer we omgaan met verschillen impliceert dit, dat er sprake is van bepaalde normen waarvan wordt afgeweken. Hierdoor ontstaan begrippen als zorgkind of kinderen met een `achterstand´, want we willen dat kinderen aan de norm of het gemiddelde voldoen.
Wanneer we uitgaan van verschillen betekent dit dat we kinderen zien als unieke personen in ontwikkeling. Elk kind is ergens goed in!

Ieder kind is uniek

Ieder kind heeft zijn eigen karakter en mogelijkheden. Een kind wil zich graag ontwikkelen en doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Hierin onderscheiden kinderen zich van elkaar. Ieder kind is anders en valt niet te vergelijken met een ander kind. Maar voor ieder kind is het belangrijk, gelukkig te zijn en om gewaardeerd te worden om wie hij is. Op deze manier kan een kind het beste tot ontwikkeling komen. Kinderen moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Hoe ga je er mee om?

Het gaat om een andere benadering. We kunnen kinderen helpen beter te worden door hun innerlijke kracht te ontwikkelen.

Helaas ontdekken veel mensen pas na hun schooljaren wat hun talenten zijn. Sommige mensen leiden hun leven zelfs zonder zich ooit bewust te zijn van hun eigen innerlijke kracht. Het is goed om jonge mensen dit te laten ontdekken. Wanneer kinderen leren waar ze goed in zijn, zijn ze later in staat om het verschil te maken.

Beter worden in wat je minder goed kan!

Het is merkwaardig dat we veel tijd en energie steken in datgene waar kinderen niet goed in zijn. Dit komt omdat we denken vanuit een referentiekader waar kinderen aan moeten voldoen. Heeft het zin om veel aandacht te besteden aan de ‘zwakke’ kanten van een kind. We doen ons best om het verschil te verkleinen en de ervaring leert dat dat weinig energie, voldoening of effect oplevert.

Worden we gelukkig van hoge cijfers en goede rapporten of worden we gelukkig als we in harmonie kunnen leven met wie we werkelijk zijn, met benutting van onze talenten en met kennis van onze tekortkomingen. We worden gelukkig als we onze sterke punten kunnen ervaren.

Waarom vooral energie stoppen in van ‘vijfjes’ ‘zesjes’  maken. Hoe gelukkig wordt je ervan om van ‘zevens’ ‘achten’ te maken!

Help kinderen om hun talenten te ontdekken en daar gebruik van te maken.

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Sommige kinderen kauwen op hun mouw, kraag of haar. Andere kinderen kauwen of bijten op dingen die steviger zijn en meer weerstand bieden. Denk hierbij aan potloden en pennen.

Kauwen op producten die niet geschikt zijn voor consumptie is op zich niet verkeerd. Iets in je mond nemen, ergens op kauwen, is onderdeel van de natuurlijke ontwikkeling van een kind. Kinderen beginnen met de mond de wereld om zich heen te verkennen en zo leren kinderen in de eerste levensjaren over structuren, hoe iets voelt.  Wanneer een kind ouder wordt, verdwijnt meestal deze behoefte.

Als een kind blijft kauwen op zijn kleding is dit behoorlijk vervelend. Voor het kind, want hij loopt met een nat shirt en voor de ouder omdat kleding snel stuk gaat en er weer iets nieuws gekocht moet worden.

Oorzaak van kauwen

Wanneer een kind op zijn kleding kauwt, kan dit verschillende oorzaken hebben. Door te kauwen, bijten en of sabbelen voorzien zij zichzelf van prikkels in het mondgebied, welke zij nodig hebben om zich prettig te voelen
Er kunnen emotionele of sociale problemen zijn die een rol spelen. Kinderen zoeken hun toevlucht in het sabbelen op kleding. Dit geeft een veilig en vertrouwd gevoel.

Kauwen is ook een strategie van het lichaam om te kalmeren en zich te organiseren. Het is dus zinvol om na te gaan of er patronen ontdekken zijn of mogelijke oorzaken.
Zo kan het zijn dat kinderen zich beter kunnen concerteren of informatie kunnen verwerken als ze kauwen.

Voorkomen van kauwen

Door voeding
Wat kan helpen is een kind knapperig en taai voedsel te geven. Ook het laten drinken door een rietje kan helpen.  Het is een manier om te zorgen voor meer prikkels.  De behoefte om te kauwen op niet-voedings gerelateerde producten kan zo afnemen.
Voorbeelden van knapperige voedingsmiddelen zijn muesli, croutons, knapperige muesli repen, wortelen, selderij, appels, noten, zoethoutstokjes. En kauwgom uiteraard.

Gebruik hulpmiddelen
Er zijn ook producten te koop die een goed alternatief kunnen bieden. Kauwsieraden dan wel bijtsieraden zijn speciaal ontwikkeld om tegemoet te komen aan kauwbehoefte van kinderen. Ze zijn handig als een alternatief voor het kauwen op hun vingers, kauwen van gaten in de kleding, of kauwen op potloden.

Via Senso-care hebben we een tweetal kauwkettingen uitgeprobeerd: Een Jellystone en een Super Star van Ark. De ketting wordt door mijn zoontje gelukkig als heel stoer gezien. Hij heeft geen probleem met hem om te doen. Wel merk ik in het begin dat hij hem geregeld af doet. Als hij de ketting om heeft wordt er niet gekauwd op zijn shirt, en dat is prettig voor hem, geen nat shirt en schilt een hoop nieuwe t-shirts kopen.

ARK's Super Star kauwsieraadARK’s Super Star kauwsieraad Stoere robot kettingen zijn er in verschillende kleuren voor jongens (en meisjes). De materialen van Jellystone designs zijn ontworpen en ontwikkeld in Australië en vrij van BPA, weekmakers en PVC. Bijt- en kauwmaterialen zijn geschikt voor de zachte kauwer/sabbelaar.

Afbeeldingsresultaat voor Jellystone robotAlle bij Senso-Care verkrijgbare kauwsieraden zijn een veilig alternatief voor het onbewust kauwen op potloden, pennen, shirts, haarlokken of het touwtje van je jas

Net als alle andere materialen van het Amerikaanse ARK zijn ook de Super Stars verkrijgbaar in drie verschillende sterktes. Hoewel ontwikkeld om op te kauwen kan niet voorkomen worden dat zelfs de sterkste variant op den duur kapot gaat. Hoe lang een kauwsieraad mee gaat hangt sterk af van de individuele gebruiker, de omstandigheden maar ook incidentele, spannende gebeurtenissen. 

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Dyslexie is een hardnekkige stoornis bij het leren lezen en spellen. Hoe kun je kind helpen begrijpen wat dyslexie is?
Wanneer iemand dyslexie heeft, verloopt de koppeling tussen letters en klanken niet goed loopt. Lezen en schrijven worden daardoor nooit geautomatiseerde processen. Dyslexie komt voor bij 3 tot 4 procent van alle mensen. Hoe vertel je een kind dat hij dyslectisch is? Hoe help je een kind dit te begrijpen en te accepteren?

Als een kind leesproblemen heeft of dyslexie, heeft dit bijna altijd invloed op het gevoel van welbevinden en op zijn zelfbeeld. Vaak gaat er bij een kind een periode van stress aan vooraf, tot het moment waarop dyslexie wordt vastgesteld.  Het is belangrijk dat een kind weet dat hij niet dom is.

Er is veel informatie te vinden hoe je als ouders of docent met dyslexie kan omgaan. Hoe je een kind kan ondersteunen. Over hoe je kind helpt in de acceptatie is minder informatie te vinden. Hieronder een drietal boeken die jonge kinderen kunnen helpen in dit proces.

Boekentips dyslexie

ik heb dyslexie nou enIk heb dyslexie, nou en ! Ilonka de Groot

Dit is een boek met een overzichtelijke uitleg over wat dyslexie kan inhouden. Ik heb dyslexie, nou en maakt de vertaalslag van theorie naar praktijk. Dit prentenboek vertelt het verhaal van een aantal kinderen met dyslexie en de verschillende uitdagingen waarvoor ze staan. Het schildert op overzichtelijke wijze wat dyslexie kan inhouden; waar kinderen (of volwassenen) met dyslexie tegenaan kunnen lopen. Steeds verheldert een tekening het geschrevene in een oogopslag. Voor kinderen vanaf 7 jaar en hun ouders en/of verzorgers.

ik ben niet bomIk  ben niet Bom, Marion van de Coolwijk

Sander kan niet zo goed lezen en wordt daardoor gepest op school. Zijn klasgenoten hebben niet door, dat niet goed kunnen lezen helemaal niet betekent dat je dom bent! Sander weet natuurlijk wel beter, maar toch voelt hij zich een loser. Pas nadat zijn vader een bekentenis heeft gedaan en er wordt ingebroken in de school, veranderen de zaken voor Sander. Voor kinderen vanaf 10 jaar.

 

dyslexie servivalgidsDe dyslexie survival gids, Annemie de Bondt

De Dyslexie Survivalgids legt aan kinderen uit wat dyslexie is en hoe je ermee kunt omgaan. In het boekje vind je: wat dyslexie betekent, welke gevoelens je hierbij kunt hebben, hoe je hulp kunt zoeken; hoe je ook op school het best kunt worden geholpen; welke bekende mensen ook dyslexie hebben; het verhaal van een lotgenootje en een mama. Voor kinderen vanaf ca. 9 t/m 12 jaar