**//sticky ads code//**
Wie is er gebaat bij zittenblijven?

Wie is er gebaat bij zittenblijven?

In deze periode van het jaar speelt voor diverse kinderen en ouders het dilemma: overgaan naar de volgende groep of zittenblijven

Veel studies tonen aan dat doubleren meestal niet zinvol is. Het lijkt soms alsof we er vanuit gaan dat de ontwikkeling van kinderen lineair en stapsgewijs verloopt, dat lesstof uit het ene jaar voorwaardelijk is voor het begrijpen van lesstof van het daaropvolgende leerjaar.

“Het eerste jaar nadat een kind is blijven zitten, presteert hij vaak beter. Dat is logisch, want hij doet alles voor de tweede keer. Na een aantal jaren zakt de zittenblijver toch weer terug naar het niveau van voor doubleren”, Hans Luyten, onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Twente. Met andere woorden: zittenblijven helpt niet.

Voordelen van zittenblijven

In het boek Samen tot aan de meet  geven Vlaamse docenten aan zittenblijven zeer zinvol te vinden. Zij gaan er vanuit dat zittenblijven een noodzakelijke maatregel is om ervoor te zorgen dat kinderen met een leerachterstand niet nog verder achter raken. Zittenblijvers kunnen bijgespijkerd worden zodat hun verdere schoolcarrière vlotter zal verlopen. Bovendien veronderstellen voorstanders dat zittenblijven het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen helpt te vergroten. “De status in de nieuwe klas is vaak hoger”, bevestigt de Nederlandse onderwijsonderzoeker Luyten. “Nadat een kind is blijven zitten, wordt hij vaak de oudste van de klas. Dan wordt er tegen het kind opgekeken.”

Als zwakke(re) kinderen doubleren worden klassen homogener, waardoor leraren efficiënter instructie zouden kunnen geven, moeilijkere lesstof kunnen behandelen en beter tegemoet kunnen komen aan individuele leervragen van kinderen

Waarom niet doubleren

Een tegenargument voor doubleren is het ontbreken van voldoende uitdaging voor een kind. Een kind gaat zich vervelen wat tot gedragsproblemen kan leiden.
International onderzoek heeft uitgewezen dat doubleren op korte termijn een gunstig effect heeft op de school resultaten. Maar op lange termijn heeft zittenblijven eerder een negatief effect: naarmate de leerjaren vorderen, doen zittenblijvers het minder goed dan net zo zwak presterende vroegere klasgenoten die wel normaal zijn doorgestroomd.

Luyten noemt zittenblijven een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen. “Je hoort vaak dat leraren zeggen: Mijn leerling is nog zo speels, dus heb ik hem laten zitten. De vraag is of dat extra jaar voor speelsheid echt nodig is. Zou je niet iets anders kunnen bedenken waardoor de leerling toch weer aanhaakt? Dat kan wel, maar dat kost extra tijd en aandacht en dat is waar de schoen wringt.” Volgens Luyten moet er extra maatwerk geleverd worden om zittenblijven tegen te gaan. “Dat vraagt om een cultuuromslag.” Wie er nu echt baat heeft bij zittenblijven? “Zittenblijven maakt het werk voor de leerkracht makkelijker.”
Motivatiepsy­choloog Willy Lens pleitte er in het Vlaamse tijdschrift Klasse voor oud­ers  voor zitten ­bli­jven zo veel mogelijk te ver­mi­j­den. Doubleren is volgens hem alleen zinvol als de oorzaken van de slechte resultaten in het jaar dat wordt overgedaan zijn op te lossen. Als voorbeeld noemt hij een jaar extra kleuteren indien het kind nog niet ‘school­rijp’ is.

bron: aob.nl en nivoz.nl

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

Wanneer we omgaan met verschillen impliceert dit, dat er sprake is van bepaalde normen waarvan wordt afgeweken. Hierdoor ontstaan begrippen als zorgkind of kinderen met een `achterstand´, want we willen dat kinderen aan de norm of het gemiddelde voldoen.
Wanneer we uitgaan van verschillen betekent dit dat we kinderen zien als unieke personen in ontwikkeling. Elk kind is ergens goed in!

Ieder kind is uniek

Ieder kind heeft zijn eigen karakter en mogelijkheden. Een kind wil zich graag ontwikkelen en doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Hierin onderscheiden kinderen zich van elkaar. Ieder kind is anders en valt niet te vergelijken met een ander kind. Maar voor ieder kind is het belangrijk, gelukkig te zijn en om gewaardeerd te worden om wie hij is. Op deze manier kan een kind het beste tot ontwikkeling komen. Kinderen moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Hoe ga je er mee om?

Het gaat om een andere benadering. We kunnen kinderen helpen beter te worden door hun innerlijke kracht te ontwikkelen.

Helaas ontdekken veel mensen pas na hun schooljaren wat hun talenten zijn. Sommige mensen leiden hun leven zelfs zonder zich ooit bewust te zijn van hun eigen innerlijke kracht. Het is goed om jonge mensen dit te laten ontdekken. Wanneer kinderen leren waar ze goed in zijn, zijn ze later in staat om het verschil te maken.

Beter worden in wat je minder goed kan!

Het is merkwaardig dat we veel tijd en energie steken in datgene waar kinderen niet goed in zijn. Dit komt omdat we denken vanuit een referentiekader waar kinderen aan moeten voldoen. Heeft het zin om veel aandacht te besteden aan de ‘zwakke’ kanten van een kind. We doen ons best om het verschil te verkleinen en de ervaring leert dat dat weinig energie, voldoening of effect oplevert.

Worden we gelukkig van hoge cijfers en goede rapporten of worden we gelukkig als we in harmonie kunnen leven met wie we werkelijk zijn, met benutting van onze talenten en met kennis van onze tekortkomingen. We worden gelukkig als we onze sterke punten kunnen ervaren.

Waarom vooral energie stoppen in van ‘vijfjes’ ‘zesjes’  maken. Hoe gelukkig wordt je ervan om van ‘zevens’ ‘achten’ te maken!

Help kinderen om hun talenten te ontdekken en daar gebruik van te maken.

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Sommige kinderen kauwen op hun mouw, kraag of haar. Andere kinderen kauwen of bijten op dingen die steviger zijn en meer weerstand bieden. Denk hierbij aan potloden en pennen.

Kauwen op producten die niet geschikt zijn voor consumptie is op zich niet verkeerd. Iets in je mond nemen, ergens op kauwen, is onderdeel van de natuurlijke ontwikkeling van een kind. Kinderen beginnen met de mond de wereld om zich heen te verkennen en zo leren kinderen in de eerste levensjaren over structuren, hoe iets voelt.  Wanneer een kind ouder wordt, verdwijnt meestal deze behoefte.

Als een kind blijft kauwen op zijn kleding is dit behoorlijk vervelend. Voor het kind, want hij loopt met een nat shirt en voor de ouder omdat kleding snel stuk gaat en er weer iets nieuws gekocht moet worden.

Oorzaak van kauwen

Wanneer een kind op zijn kleding kauwt, kan dit verschillende oorzaken hebben. Door te kauwen, bijten en of sabbelen voorzien zij zichzelf van prikkels in het mondgebied, welke zij nodig hebben om zich prettig te voelen
Er kunnen emotionele of sociale problemen zijn die een rol spelen. Kinderen zoeken hun toevlucht in het sabbelen op kleding. Dit geeft een veilig en vertrouwd gevoel.

Kauwen is ook een strategie van het lichaam om te kalmeren en zich te organiseren. Het is dus zinvol om na te gaan of er patronen ontdekken zijn of mogelijke oorzaken.
Zo kan het zijn dat kinderen zich beter kunnen concerteren of informatie kunnen verwerken als ze kauwen.

Voorkomen van kauwen

Door voeding
Wat kan helpen is een kind knapperig en taai voedsel te geven. Ook het laten drinken door een rietje kan helpen.  Het is een manier om te zorgen voor meer prikkels.  De behoefte om te kauwen op niet-voedings gerelateerde producten kan zo afnemen.
Voorbeelden van knapperige voedingsmiddelen zijn muesli, croutons, knapperige muesli repen, wortelen, selderij, appels, noten, zoethoutstokjes. En kauwgom uiteraard.

Gebruik hulpmiddelen
Er zijn ook producten te koop die een goed alternatief kunnen bieden. Kauwsieraden dan wel bijtsieraden zijn speciaal ontwikkeld om tegemoet te komen aan kauwbehoefte van kinderen. Ze zijn handig als een alternatief voor het kauwen op hun vingers, kauwen van gaten in de kleding, of kauwen op potloden.

Via Senso-care hebben we een tweetal kauwkettingen uitgeprobeerd: Een Jellystone en een Super Star van Ark. De ketting wordt door mijn zoontje gelukkig als heel stoer gezien. Hij heeft geen probleem met hem om te doen. Wel merk ik in het begin dat hij hem geregeld af doet. Als hij de ketting om heeft wordt er niet gekauwd op zijn shirt, en dat is prettig voor hem, geen nat shirt en schilt een hoop nieuwe t-shirts kopen.

ARK's Super Star kauwsieraadARK’s Super Star kauwsieraad Stoere robot kettingen zijn er in verschillende kleuren voor jongens (en meisjes). De materialen van Jellystone designs zijn ontworpen en ontwikkeld in Australië en vrij van BPA, weekmakers en PVC. Bijt- en kauwmaterialen zijn geschikt voor de zachte kauwer/sabbelaar.

Afbeeldingsresultaat voor Jellystone robotAlle bij Senso-Care verkrijgbare kauwsieraden zijn een veilig alternatief voor het onbewust kauwen op potloden, pennen, shirts, haarlokken of het touwtje van je jas

Net als alle andere materialen van het Amerikaanse ARK zijn ook de Super Stars verkrijgbaar in drie verschillende sterktes. Hoewel ontwikkeld om op te kauwen kan niet voorkomen worden dat zelfs de sterkste variant op den duur kapot gaat. Hoe lang een kauwsieraad mee gaat hangt sterk af van de individuele gebruiker, de omstandigheden maar ook incidentele, spannende gebeurtenissen. 

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Dyslexie is een hardnekkige stoornis bij het leren lezen en spellen. Hoe kun je kind helpen begrijpen wat dyslexie is?
Wanneer iemand dyslexie heeft, verloopt de koppeling tussen letters en klanken niet goed loopt. Lezen en schrijven worden daardoor nooit geautomatiseerde processen. Dyslexie komt voor bij 3 tot 4 procent van alle mensen. Hoe vertel je een kind dat hij dyslectisch is? Hoe help je een kind dit te begrijpen en te accepteren?

Als een kind leesproblemen heeft of dyslexie, heeft dit bijna altijd invloed op het gevoel van welbevinden en op zijn zelfbeeld. Vaak gaat er bij een kind een periode van stress aan vooraf, tot het moment waarop dyslexie wordt vastgesteld.  Het is belangrijk dat een kind weet dat hij niet dom is.

Er is veel informatie te vinden hoe je als ouders of docent met dyslexie kan omgaan. Hoe je een kind kan ondersteunen. Over hoe je kind helpt in de acceptatie is minder informatie te vinden. Hieronder een drietal boeken die jonge kinderen kunnen helpen in dit proces.

Boekentips dyslexie

ik heb dyslexie nou enIk heb dyslexie, nou en ! Ilonka de Groot

Dit is een boek met een overzichtelijke uitleg over wat dyslexie kan inhouden. Ik heb dyslexie, nou en maakt de vertaalslag van theorie naar praktijk. Dit prentenboek vertelt het verhaal van een aantal kinderen met dyslexie en de verschillende uitdagingen waarvoor ze staan. Het schildert op overzichtelijke wijze wat dyslexie kan inhouden; waar kinderen (of volwassenen) met dyslexie tegenaan kunnen lopen. Steeds verheldert een tekening het geschrevene in een oogopslag. Voor kinderen vanaf 7 jaar en hun ouders en/of verzorgers.

ik ben niet bomIk  ben niet Bom, Marion van de Coolwijk

Sander kan niet zo goed lezen en wordt daardoor gepest op school. Zijn klasgenoten hebben niet door, dat niet goed kunnen lezen helemaal niet betekent dat je dom bent! Sander weet natuurlijk wel beter, maar toch voelt hij zich een loser. Pas nadat zijn vader een bekentenis heeft gedaan en er wordt ingebroken in de school, veranderen de zaken voor Sander. Voor kinderen vanaf 10 jaar.

 

dyslexie servivalgidsDe dyslexie survival gids, Annemie de Bondt

De Dyslexie Survivalgids legt aan kinderen uit wat dyslexie is en hoe je ermee kunt omgaan. In het boekje vind je: wat dyslexie betekent, welke gevoelens je hierbij kunt hebben, hoe je hulp kunt zoeken; hoe je ook op school het best kunt worden geholpen; welke bekende mensen ook dyslexie hebben; het verhaal van een lotgenootje en een mama. Voor kinderen vanaf ca. 9 t/m 12 jaar

Tips voor ondernemers in de dop

Tips voor ondernemers in de dop

SNS en zakgeldexpert Annelou van Noort geven ouders van jonge ondernemers tips voor de vrijmarkt. Het gaat natuurlijk om het plezier wat je beleeft op de vrijmarkt, maar het is een prima gelegenheid om je kinderen weg wijs te maken in het ondernemerschap en verdienen van een zakcentje.

Tips voor ouders

 

1. Bepaal samen de prijzen voor de artikelen.

Prijs je artikelen niet te laag! Tijdens het onderhandelen kom je
vaak ergens in het midden uit. Hanteer ronde prijzen, want dat is fijn rekenen voor jonge kinderen. Je kunt
bijvoorbeeld stickers met de prijs op de spullen plakken. Maar je kunt ook het kraampje indelen in vlakken
waarbij in het ene vlak alles € 1 kost, in het andere € 2, etc. Zo kun je gedurende dag producten die niet lekker
verkopen gemakkelijk verplaatsen naar een andere prijscategorie.

2. Bedenk leuke aanbiedingen

Aanbiedingen verkopen altijd leuk. Bedenk samen welke producten je als 3 voor de prijs van 2 weggeeft of het laatste uur
is alles te koop met 50% korting. Deze aanbiedingen kun je ook tijdens de dag zelf verzinnen, als bepaalde
producten niet lekker verkopen.

3. Bedenk hoe het kraampje van jouw kind opvalt.

Dit kan bijvoorbeeld door een leuke kreet die hij/zij af en toe kan
roepen, bordjes of pijlen richting het kraampje en/of de styling van de kraam. Zorg echter dat je aan de styling
niet meer geld uitgeeft dan het uiteindelijk op gaat leveren. Gebruik bij voorkeur spullen die je al in huis hebt.

4. Oefenen

Oefen van tevoren met verkooptechnieken en onderhandelen door middel van een rollenspel. Bijvoorbeeld
het aanprijzen van bepaalde items door een persoonlijk verhaal, een bijzonder kenmerk te noemen of aan
te geven waarom de koper dit écht moet hebben. Zo bereid je je kind voor op allerlei soorten situaties, zoals
lastige klanten en prijsonderhandelingen.

5. Wat doe je met de verdiensten?

Spreek af wat er met het verdiende geld gebeurt. Zo kan er achteraf geen discussie of teleurstelling ontstaan.
Gaat het bedrag bijvoorbeeld (deels) in de spaarpot of op de spaarrekening van het kind, moet hij/zij het delen
met de ouders, gaat het (deels) in de familiespaarpot of mag hij/zij het direct (deels) op de dag zelf weer
uitgeven.

 

Zo help je je mini-ondernemer aan een hogere omzet:

  1. Zorg ervoor dat je voldoende kleingeld bij je hebt.
  2. Zet een fooienpot neer, zodat mensen hun kleingeld daarin kunnen doen. Geef hierbij aan dat je spaart
    voor iets bijzonders. Dit vergroot de gunfactor en daarmee kans op een lekker fooitje.
  3. Maak een hoekje met kleine items van € 0,50. Biedt iemand op een artikel waarvoor je niet te ver in prijs
    wilt zakken? Laat ze dan een extraatje uitzoeken uit deze hoek om zo een goede deal te maken.
  4. Heb je een mooi, duur item en heeft de koper niet voldoende geld bij zich, laat diegene dan ter plekke
    geld naar jou of een van je ouders overmaken.
  5. Biedt naast de verkoop van spullen ook een ‘dienst’ aan, zoals schminken, nagels lakken of limonade en/
    of snoepjes verkopen. Dit vereist vooraf een kleine investering, maar deze verdien je ruim terug en het
    stimuleert ook de verkoop van je andere producten. Daarnaast is het een leuke afleiding tijdens de dag.
  6. Genoeg verdiend en wil je graag naar huis? Geef dan het laatste uurtje spullen die je kan missen gratis
    of voor hele lage prijzen weg en maak mensen blij. Een glimlach op iemand zijn gezicht is natuurlijk
    onbetaalbaar!
  7. Sluit de dag samen af met bijvoorbeeld een lekker ijsje of iets te drinken om het succes
    van de dag te vieren.
Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

We hebben ons geheugen nodig om te kunnen leren. Hierin slaan we informatie op en kunnen het weer oproepen. Zonder het geheugen kunnen we niet zien, luisteren of denken. Maar zonder het geheugen kunnen we ook geen dingen leren. We maken gebruik van het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen kan informatie kort vasthouden. Ongeveer 20 seconden kun je dingen onthouden. En gemiddeld kan het kortetermijngeheugen ongeveer 7 eenheden vasthouden. Wanneer je een telefoonnummer wilt onthouden wat je opzoekt, kun je kort 7 cijfers onthouden. Van nature cluster je de cijfers tot bijvoorbeeld vier eenheden. Het kort onthouden van een telefoonnummer wordt dan al makkelijker.

Voorbeeld:
Het telefoonnummer 06 72884314 bestaat uit 8 cijfers en 06 er voor. Dat zijn behoorlijk wat eenheden om kort te onthouden. In elke geval moet je de eenheden onthouden totdat je het nummer hebt ingetoetst. Gaan we het telefoonnummer clusteren in bijvoorbeeld 06  72  88  43  14, dan hebben we 4 eenheden plus 06. Dit is al veel makkelijker te onthouden.

Het langetermijngeheugen

In het langetermijngeheugen kun je informatie lang opslaan. Het is dus belangrijk om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zijn vier mogelijkheden om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen.

Hoe kun je dingen leren?

Informatie komt eerst binnen in het kortetermijngeheugen. Pas daarna kan de informatie doorschuiven naar het langetermijngeheugen.

Dat gebeurt op vier manieren:

  • Leren door herhaling

Onderzoek heeft uitgewezen dat we de lesstof  minimaal 200 keer moeten herhalen om de lesstof te kennen. Kinderen vinden dit over het algemeen minder leuk! Toch wordt deze manier nog veel toegepast in het onderwijs. Rijtjes opdreunen, tafels opdreunen, opschrijven en veel herhalen. Een kind raakt niet echt gemotiveerd door het (200 x) opdreunen van een tafel.

  • Leren door het bijzonder maken

Als we iets bijzonders aan de lesstof koppelen, maken we het geheugen wakker. Door informatie bijzonder te maken, krijgt het aandacht. Aandacht dwingt de betrokken neuronen in het brein om vaker af te gaan. Hoe vaker neuronen afgaan, hoe sterker de verbindingen met de andere neuronen worden. We kunnen informatie beter onthouden en oproepen. Je maakt leerstof bijvoorbeeld bijzonder als je er een rijmpje aan koppelt.

Bijvoorbeeld: Delen door nul is flauwekul!
Of je koppelt aan een woord een associatiebeeld, daardoor wordt gewone informatie opeens opvallend en betekenisvol. Het koppelen van een associatiebeeld aan leerstof sluit prima aan bij de talenten en manier van informatieverwerking van een beelddenker.

  • Leren door koppeling emotie

Emotionele ervaringen worden makkelijker in het geheugen opgeslagen. Dit wordt veroorzaakt doordat emotie de aandacht versterkt. Emoties als verdriet, angst, boos of blij zorgen ervoor dat de opgedane prikkels direct doorschieten naar het langetermijngeheugen. Denk maar eens aan een klein kind dat niet aan de kachel mag komen van zijn moeder. Het kind voelt toch aan de kachel. Au! Zijn moeder heeft gelijk, hij vergeet het nooit meer.
Probeer emotie te koppelen in lessituaties, onder andere door beeld. Pak natuurlijk wel positieve emoties. Want traumas ontstaan ook vanuit dit principe, vanuit negatieve emoties.
<ul>
<li> Gebruik zoveel mogelijk leeringangen, minimaal drie.</li>
</ul>
Dit betekent: bied leerstof visueel (ogen) èn auditief (oren) èn kinesthetisch (doen) aan.
Op deze manier legt een kind een stevige verbindingen aan in het brein. Èn je sluit aan met lesgeven bij de beelddenker , de taaldenker en het kind dat leert door te doen.
De beelddenker zal door het aanbieden van drie leeringangen zijn sterke leeringang, het visuele, kunnen benutten en zijn zwakke leeringang, het auditieve, leren ontwikkelen en versterken.
<h2>Het kortetermijngeheugen versterken</h2>
Voor veel mensen een bekende oefening:
Ik ga op reis en neem mee.`

Hoe ging dit ook al weer?
We doen deze oefening met een aantal kinderen. De eerste zegt: `Ik ga op reis en neem mee….koffer…
Het volgende kind zegt Ik ga op reis en neem mee…zwembroek…koffer…
Derde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…snorkel…koffer…zwembroek…
Vierde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…zonnebril…koffer…zwembroek…snorkel…
Enz.