**//sticky ads code//**
Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Het is vervelend als kinderen achterblijft met leren lezen. Als lezen moeilijk gaat beleeft een kind hier ook minder plezier aan. Met alle gevolgen van dien. Wat kun je als ouder doen om je kind te helpen.

Wanneer moet je je zorgen maken bij leesproblemen?  Elke kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. En ook al willen we vaak dat kinderen zich volgens het boekje ontwikkelen. Dit is niet altijd het geval.
Hoe en wanneer kun je als ouders signaleren dat er mogelijk kans bestaat op dyslexie? Al vorens dit kan moet een kind al anderhalf jaar leesonderwijs gehad hebben. In de kleuterleeftijd is het nog niet mogelijk om dyslexie vast te stellen. In deze fase zijn er echter al wel signalen die kunnen wijzen op mogelijke problemen wanneer een kind later in groep drie gaat leren lezen. Je kunt hierbij denken aan:.

  • Spreekt een kind de woorden goed uit?
  • Begrijpt een kind een verhaaltje als ik dat voorlees?
  • Begrijpt een kind de plaatjes bij een verhaal?
  • Kan een kind versjes onthouden? Kan een kind rijmen?
  • Kent een kind de eerste letter van zijn naam?
  • Kent een kind de eerste letters van de namen van familieleden en van bekende woordjes?
  • Heeft een kind belangstelling voor boekjes of briefjes?

In groep twee moeten kinderen alle enkele loze letter kunnen herkennen. In groep drie leert een kind lezen. De volgende vragen geven een beeld van hoe dit voor een kind verloopt:

  • Kent een kind de letters van het alfabet?
  • Kan een kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Is een kind opgewekt als het naar school gaat of van school komt?
  • Zoekt een kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft een kind vaak lichamelijke problemen?
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wat kun je doen als een kind achterblijft met leren lezen?

Wanneer je vermoed dat een kind achterblijf met taal- of leesontwikkeling is het goed dit te bespreken met de leerkracht. Herkent de leerkracht wat jou opvalt.
Scoort een kind beneden het geen van wat hem verwacht mag worden, vraag dan wat de school of de leerkracht aan (extra) begeleiding geeft of kan geven?
Wordt de begeleiding vastgelegd in een handelingsplan? Vraag naar dan naar dit plan.

 

Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Bewegen is voor iedereen gezond, maar zeker voor kinderen die op school zitten. Beweging is essentieel bij cognitieve taken, voor het leren van nieuwe dingen.

Voor veel kinderen op school is lang stil zitten moeilijk. Daarom is regelmatig bewegen belangrijk. Hoe langer kinderen stil moeten zitten, hoe moeilijker het voor ze is om op te letten. Hoewel kinderen allemaal hun eigen leervoorkeuren hebben, heeft ieder kind baat heeft bij beweging tijdens het leren.

Wat doet beweging met kinderen?

Als kinderen succesvol willen leren, moeten ze in staat zijn basisvaardigheden en feiten te kunnen integreren (een functie van de linkerhersenhelft) met creativiteit en verbeeldingskracht (een functie van de rechterhersenhelft). En dat is waar beweging om de hoek komt kijken.
Beweging stimuleert kinderen beide hersenhelften te gebruiken. Activiteiten waarbij wordt bewogen helpen kinderen om betrokken en geïnteresseerd te blijven, waardoor ze beter kunnen blijven opletten.

Beweging stimuleert de afgifte van signaalstoffen als serotine en dopamine. Deze stofjes worden geassocieerd met aandacht, verwerking, motivatie, concentratie, geheugen en een goed humeur.
Kinderen bewegen tegenwoordig echter steeds minder.  Een gemiddeld kind brengt 6 uur per dag achter televisie of computer door. Stimuleer dan ook dat een kind beweegt en sport. De verbindingen tussen de hersencellen en hersenen worden beter gelegd, doordat door de toename van zuurstof door bewegen, er meer bloed vloeit naar de hersenen en de witte stof verbetert.

Momenten voor beweging

Bij kinderen die heel moeilijk hun aandacht bij de les kunnen houden is het goed momenten voor bewegen in te bouwen. Dit kan een rondje rennen om de school zijn of een stukje hinkelen door de gang.

Wanneer kinderen kunnen bewegen terwijl ze leren- bijvoorbeeld wanneer ze de tekst van een liedje leren of als meeklappen met de lettergrepen van een woord – is de kans veel groter dat ze de tekst of het concept van woorddelen onthouden dan wanneer ze die informatie alleen schriftelijke tot zich nemen of losstaand uit het hoofd leren.

Weerbaarheid van kinderen

Weerbaarheid van kinderen

Men spreekt van weerbaarheid wanneer een kind op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder daarbij anderen te schaden of respectloos te behandelen. Een kind dat weerbaar is kan zijn eigen grenzen bewaken. Durft zijn mening te geven, maar durft ook om hulp te vragen. Ze kunnen omgaan met kleine tegenslagen.

Maar het meest belangrijk voor de weerbaarheid van een kind is zelfvertrouwen. Een kind dat weerbaar is heeft een goed gevoel van eigenwaarde en is zich bewust van zijn of haar eigen gevoelens en die van anderen. Er is dan ook een wisselwerking tussen weerbaarheid en zelfvertrouwen.
Als een kind moeite heeft met taal, lezen of rekenen kan dit het zelfvertrouwen aantasten, hetgeen weer gevolgen kan hebben voor de weerbaarheid van het kind.

Kinderen die minder weerbaar zijn, hebben soms moeite om goed aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten. Ze vragen bijvoorbeeld voortdurend of ze mee mogen doen, terwijl de situatie ze alle mogelijkheid biedt om gewoon mee te doen. Ook in hun houding zien we dat ze weinig ontspannen zijn en ze vermijden vaak oogcontact.
Kinderen die weinig weerbaar zijn hebben er ook moeite mee een eigen mening te hebben, gevoelens te uiten en vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen uit angst af gewezen te worden. Niet-weerbare kinderen kunnen hierdoor soms ook ‘meelopers’ worden.

Weerbaarheid van kinderen vergroten

Weerbaarheid vergroten door ze zelf hun problemen te laten oplossen. Het zelf oplossen is goed voor het zelfvertrouwen van een kind en daarmee ook zijn weerbaarheid.

Het goede voorbeeld geven om de weerbaarheid van kinderen te vergroten.  Geeft het goede voorbeeld, laat zien hoe je problemen op een goede manier oplost. Daarnaast is het heel belangrijk dat het kind steeds meer de kans krijgt zelf problemen op te lossen.
Door samen over het probleem te praten en oplossingen te verzinnen kan een kind op weg geholpen worden wanneer het er in eerste instantie niet in slaagt een probleem op te lossen. Ook van belang hierbij is dat het kind de kans krijgt zijn eigen fouten te maken en deze ook weer te herstellen. Al moet er wel voor gewaakt worden dat een kind het gevoel krijgt dat het eigenlijk zelf alle situaties moet oplossen. Een kind moet weten dat hulp vragen altijd toegestaan is en ook een vorm van een probleem zelf oplossen kan zijn.

Weerbaarheid van kinderen vergroten door ze om te leren gaan met frustraties. Het is goed als een kind leert omgaan met frustraties. Het is dan ook niet verkeerd wanneer een kind ook af en toe geconfronteerd worden met dingen die mis lopen, anders gaan dan een kind verwacht. Een weerbaar kind heeft een zekere frustratietolerantie, hij kan er mee omgaan wanneer iets tegen zit.

 

Hoe maak je lezen echt leuk?

Hoe maak je lezen echt leuk?

Lezen is een belangrijke vaardigheid voor een kind. Maar als een kind moeite heeft met lezen is de kans zeer groot dat hij het plezier erin verliest. Dit terwijl het voor de leesvaardigheid juist van groot belangrijk is om zo veel en met plezier te oefenen.

Hoe kun je er voor zorgen dat een kind weer plezier in lezen krijgt , zonder strijd. Lees onze 12 tips om het plezier in lezen weer te krijgen of te versterken

  1. Zorg voor een goede, gezellige sfeer tijdens het lezen. Je kind moet die momenten leuk (gaan) vinden.
  2. Prijs een kind als hij een boek pakt, maar straf hem niet als hij dat niet doet. Straf verhoogt de weerstand tegen lezen.
  3. Beloon een kind als hij  een boek heeft uitgelezen, bijvoorbeeld door stempels of stikkers op een ‘leeskaart’ te sparen. Een volle kaart levert een leesdiploma en een kleine beloning op.
  4. Maak een kind enthousiast over verhalen door voor te lezen, verfilmingen te kijken, theatervoorstellingen te bezoeken of bekijken online.
  5. Ga  samen naar de bibliotheek.  Laat een kind zelf boeken uitkiezen. Liever een boek dat net iets te moeilijk is maar wel zijn interesse heeft, dan een gemakkelijk boek dat niet boeit.
  6. Veel dyslectische kinderen lezen graag non-fictie boeken. Is een kind gefascineerd door dinosaurussen? Wees dan niet bang dat moeilijke woorden als Tyrannosaurus rex hem afschrikken. De afbeeldingen in zulke boeken en de  motivatie van een kind voor het onderwerp doen vaak wonderen!
  7. Laat zien dat lezen meer is dan een boek met letters doorwerken! Lees bijvoorbeeld strips,  moppenboeken of  tijdschriften.
  8. Lees elke dag minimaal 10 tot 15 minuten voor (tot en met groep 8). Voorlezen is heel belangrijk voor kinderen die zelf weinig lezen, omdat het kind daarbij ongemerkt aan zijn taalontwikkeling werkt, zijn woordenschat uitbreidt en kan ontdekken dat boeken en lezen leuk zijn.
  9. Maak het een kind gemakkelijk, door bijvoorbeeld een liniaal of aanwijspijl te gebruiken. Of door om de beurt een bladzijde lezen om de snelheid in het verhaal te houden.
  10. Geef het goede voorbeeld. Vertel over wat je gelezen hebt en wat er met je gebeurt tijdens het lezen. Bijvoorbeeld over het gevoel dat je een avontuur echt beleeft, dat je nieuwe dingen te weten komt of dat het verhaal je vrolijk maakt.
  11. Laat een kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  12. Lees samen een boek uit een serie. Als een kind het boek leuk vindt, wil het wellicht ook andere delen uit de serie lezen.
Topografie anno 2017

Topografie anno 2017

Er wordt tegenwoordig veel gesproken over onderwijs vernieuwing. Leren kinderen nog wel de juiste vaardigheden. En belangrijker sluit de manier waarop kinderen moeten leren, nog wel aan bij de tijd waarin wij leven. Toen mijn dochter 2 jaar geleden met de zwart-wit kaarten van de provincies van Nederland thuis kwam, dacht ik dat zij waarschijnlijk een van de laatste zou zijn die met deze onduidelijke kaarten, Nederland en de wereld moest ontdekken.

De afgelopen jaren hebben technologie als Virtual Reality, 3D films, spraakassistenten als Siri en Cortana het leven van ons en kinderen makkelijker gemaakt, maar topografie leren we op school nog middels (onduidelijke) zwart- wit kaarten.

Als het doel van het vak topografie, leren leren is, dan is het succesvol. Want ze weten  allemaal dat 6 Arnhem is en 8 Apeldoorn. Maar leer je zo de steden van Nederland te liggen. Of beter nog, beklijft dit. Met alle technologie die we tot onze beschikking hebben, leren kinderen anno 2017 de steden in Nederland nog volgens dit soort kaarten.

topografie gelderland

Al in 2007 bleek uit onderzoek (Joop van der Schee) dat topografische kennis bij de meeste kinderen niet of nauwelijks blijft hangen. Kinderen slaan de gegevens op in hun kortetermijngeheugen. Voor het toetsmoment kunnen zij deze informatie nog raadplegen, maar snel daarna zijn ze de geleerde informatie ‘kwijt’. Gezien de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden, vind ik dit niet verbazingwekkend.

Hoe kan het anders?

Wij zijn op zoek gegaan naar apps en sites die kinderen kunnen helpen bij topografie. Er zijn veel betaalde apps, maar gelukkig ook enkele gratis apsp. Zoals Geo expert light, welke zowel in de Apple store als Google play te downloaden is.

Een site waar je veel kaarten kunt vinden om te oefenen is topomania. Hier vindt je meer dan 5000 kaarten. TopoMania is een digitale ondersteuning voor verschillende methodes die scholen gebruiken. Met de kaarten kunnen kinderen thuis oefenen. Waarbij het wel een uitdaging is om de overeenkomsten met de zwart wit kaarten te vinden.

Heb jij tips die kinderen kunnen helpen laat het ons dan weten door een comment achter te laten onder dit bericht.

Hoe herken je een hoogbegaafd kind?

Hoe herken je een hoogbegaafd kind?

Hoogbegaafdheid is de aanleg om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Hoogbegaafdheid is dus meer dan intelligentie, want dat is slechts de score uit een intelligentieonderzoek. 

Een hoogbegaafd kind is in meerdere opzichten ‘anders’ dan andere kinderen. Hij is niet beter of slechter, maar zit op een andere manier in elkaar. Een hoogbegaafde kind heeft andere dingen nodig om zichzelf optimaal te kunnen ontwikkelen. Het vroegtijdig signaleren van hoogbegaafdheid is belangrijk om tijdig voor de juiste begeleiding te kunnen zorgen.

Dat hoogbegaafden een hoog IQ hebben, weten de meeste mensen wel. Veelal wordt gedacht dat als een kind een hoog IQ heeft, het automatisch een hoogbegaafd kind is. Hoogbegaafdheid behelst echter meer dan alleen een hoog IQ. Het is een combinatie van drie eigenschappen: een IQ van 130 of hoger, een creatief brein en een flink veel doorzettingsvermogen.
Met een creativiteit wordt niet per se bedoeld dat een kind heel kunstzinnig is. Ook het buiten de geijkte kaders denken valt hieronder.

Het vaststellen van hoogbegaafdheid bij kinderen is lastig. Elk kind is anders, de volgende kenmerken blijken veel voor te komen bij hoogbegaafde kinderen (bron: SLO):

  • hoge intelligentie (IQ hoger dan 130)
  • vroege ontwikkeling / ontwikkelingsvoorsprong
  • uitblinken op meerdere gebieden
  • gemakkelijk kunnen leren
  • goed leggen van (causale) verbanden
  • makkelijk kunnen analyseren van problemen
  • maken van grote denksprongen
  • voorkeur voor abstractie
  • hoge mate van zelfstandigheid
  • brede of juist specifieke interesse/hoge motivatie/veel energie
  • creatief/origineel
  • perfectionistisch
  • apart gevoel voor humor
  • hoge mate van concentratie

Een kind hoeft niet al deze kenmerken te hebben om hoogbegaafd te worden genoemd. En andersom geldt ook  een kind één of meer van deze kenmerken heeft, behoeft het niet hoogbegaafd te zijn.

Wat te doen bij een vermoeden

Als je vermoed dat je kind hoogbegaafd is bespreek dit dan met school of de huisarts. Zij kunnen je doorverwijzen naar een instantie die kan testen of er sprake is van een hoog IQ.  In geval van een doorverwijzing worden de kosten van het onderzoek mogelijk vergoed. Vraag dit na bij je zorgverzekeraar.  Een test geeft geen antwoord op alles, maar het kan wel meer duidelijkheid geven.