**//sticky ads code//**
Concentratie van kinderen

Concentratie van kinderen

Van de leerkracht op school krijg je te horen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren, terwijl hij thuis heel lang met bijvoorbeeld zijn Lego kan spelen. Hoe kan dit?

De concentratie van kinderen kan soms een probleem zijn. Kinderen hebben moeite om zich langere tijd te concentreren wanneer er sprake is van gedwongen concentratie. De concentratie die nodig is om een opgedragen taak te maken. Deze concentratieduur is bij kinderen veel korter dan bij een vrijwillige concentratie wanneer zelf activiteit is gekozen. Dit maakt het voor ouders daarom lastig te begrijpen als een leerkracht vertelt dat een kind moeite heeft met concentreren.

De leeftijd van een kind speelt ook een belangrijke rol wat betreft de concentratieduur.  Hoe jonger een kind hoe korter een kind zich kan concentreren bij een gedwongen taak. Gemiddeld genomen geldt een concentratie van circa 10 minuten voor een kind van 6 jaar en 20 minuten voor een kind van 10 jaar.

Als je kinderen zelf vraagt waarom het concentreren lastig gaat, krijg je vaak als antwoord dat ze last hebben van andere kinderen.  Veel kinderen zijn gebaat bij een rustige omgeving, maar de klassen worden groter en steeds diverser ingericht. En alle kinderen apart zetten is vaak geen optie. Een kind zelf is erbij gebaat om te leren hoe zich te concentreren in verschillende omstandigheden.

Tips om de concentratie van kinderen te verbeteren.

  • Om de concentratie van kinderen te verbeteren is het belangrijk dat je jezelf rustig voelt. Beweeg en praat langzaam en duidelijk.
    Vaak zijn we juist geneigd steeds harder en sneller te praten om de aandacht te trekken en vast te houden.
  • Geef een compliment als een kind wel geconcentreerd bezig is. Benoem dit helder en duidelijk, bijvoorbeeld, wat mooi dat je de hele bladzijde hebt gelezen zonder te stoppen of wat fijn dat je zo geconcentreerd met je werkje bezig bent.
  • Als een kind zich ongewenst gedraagt geef dan een suggestie hoe het anders kan, dan benoemen wat alweer niet goed gaat. Bijvoorbeeld: “Als je nu je schrift en je pen pakt en begint met deze bladzijde, heb je al een goed begin”.
  • Geef korte opdrachten en duidelijke regels in voor het kind begrijpelijke woorden.
  • Biedt een kind hulp middelen aan om zich beter te kunnen concentreren. Bijvoorbeeld een tangle welke helpt bij concentratieproblemen. Doordat de hersenen een bepaalde mate van alertheid houden.

 

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Het is vervelend als kinderen achterblijft met leren lezen. Als lezen moeilijk gaat beleeft een kind hier ook minder plezier aan. Met alle gevolgen van dien. Wat kun je als ouder doen om je kind te helpen.

Wanneer moet je je zorgen maken bij leesproblemen?  Elke kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. En ook al willen we vaak dat kinderen zich volgens het boekje ontwikkelen. Dit is niet altijd het geval.
Hoe en wanneer kun je als ouders signaleren dat er mogelijk kans bestaat op dyslexie? Al vorens dit kan moet een kind al anderhalf jaar leesonderwijs gehad hebben. In de kleuterleeftijd is het nog niet mogelijk om dyslexie vast te stellen. In deze fase zijn er echter al wel signalen die kunnen wijzen op mogelijke problemen wanneer een kind later in groep drie gaat leren lezen. Je kunt hierbij denken aan:.

  • Spreekt een kind de woorden goed uit?
  • Begrijpt een kind een verhaaltje als ik dat voorlees?
  • Begrijpt een kind de plaatjes bij een verhaal?
  • Kan een kind versjes onthouden? Kan een kind rijmen?
  • Kent een kind de eerste letter van zijn naam?
  • Kent een kind de eerste letters van de namen van familieleden en van bekende woordjes?
  • Heeft een kind belangstelling voor boekjes of briefjes?

In groep twee moeten kinderen alle enkele loze letter kunnen herkennen. In groep drie leert een kind lezen. De volgende vragen geven een beeld van hoe dit voor een kind verloopt:

  • Kent een kind de letters van het alfabet?
  • Kan een kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Is een kind opgewekt als het naar school gaat of van school komt?
  • Zoekt een kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft een kind vaak lichamelijke problemen?
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wat kun je doen als een kind achterblijft met leren lezen?

Wanneer je vermoed dat een kind achterblijf met taal- of leesontwikkeling is het goed dit te bespreken met de leerkracht. Herkent de leerkracht wat jou opvalt.
Scoort een kind beneden het geen van wat hem verwacht mag worden, vraag dan wat de school of de leerkracht aan (extra) begeleiding geeft of kan geven?
Wordt de begeleiding vastgelegd in een handelingsplan? Vraag naar dan naar dit plan.

 

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Eén op de tien kinderen heeft last van faalangst! Faalangst bij kinderen is de angst om bij een taak te mislukken. Faalangst ontstaat in situaties waarin een kind door iemand beoordeeld wordt of denkt te worden.
Als hij hetzelfde klusje in zijn eentje doet (zonder publiek), is er vaak niets aan de hand. Kinderen met faalangst zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen. Ze blokkeren, haken af, gaan nieuwe uitdagingen uit de weg of werken zo hard dat ze zelden nog ontspannen zijn.

 

Er zijn verschillende soorten faalangst te onderscheiden:

  1. Cognitieve faalangst (En net wist ik het allemaal nog…..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het leren. Cognitieve faalangst komt voornamelijk voort uit taakopdrachten, die te maken hebben met het schoolse leren. Het gaat hierbij om het oppakken van nieuwe leerstof of het toetsen van stof.
  2. Sociale faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken….)
    Is een angst, die een kind ervaart voor een bepaalde sociale taak staan, zoals de omgang met andere kinderen of docenten.
  3. Motorische faalangst (Op zulke momenten ben ik als ‘verlamd’ …..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het gebruiken van je lijf (vooral bij gym). De angst om te mislukken zorgt voor een verkrampte houding waardoor een kind dingen niet meer kan.

Herkenning van faalangst bij kinderen

Faalangst herkennen is moeilijk. Kinderen kunnen hun angst goed verbergen door bijvoorbeeld stoer of clownesk gedrag. Door te praten over dit gedrag kun je er achter komen of er faalangst achter zit.
Veel voorkomende uitingen van faalangst zijn:

  • Clownesk gedrag: met grappen en grollen proberen deze kinderen hun faalangst te verbergen. Dat dit voor anderen af en toe vervelend is, nemen ze op de koop toe.
  • Stil, teruggetrokken gedrag: deze kinderen zijn heel gesloten en kunnen zich Vaak moeilijk uitdrukken.
  • Apathisch en droevig gedrag: deze faalangstige kinderen geven toe aan hun lage zelfbeeld. Als ze geen hulp krijgen bij hun taak, vervallen ze in een apathische en droevige houding.
  • Lichamelijke klachten: deze kinderen krijgen vaak hoofdpijn, maag- of darmklachten (diarree/braken), hartkloppingen of zweten.

Tips voor faalangst bij kinderen:

  • Laat zien dat ze niet de enige zijn die last hebben van faalangst en dat dat niet erg is. Het is belangrijk om het niet af te doen als iets geks of abnormaals.
  • Een kind met faalangst ziet nieuwe dingen vaak iets bedreigends. Het kan hierbij helpen veranderingen of nieuwe dingen geleidelijk aan op te pakken.
  • Geef het goede voorbeeld: vertel dat jij ook fouten maakt.
  • Zoek evenwicht tussen negatieve en positieve reacties. Faal angstige kinderen hebben vaak alleen maar aandacht voor negatieve opmerkingen over hun gedrag. Dus geef zoveel mogelijk positieve reactie of een complimenten
  • Waardeer niet alleen de prestaties, maar vooral de inspanningen van een kind; hard werken voor een zes is lovenswaardiger dan op je sloffen een acht halen.
  • Niemand is perfect. Laat voelen dat een kind fouten mag maken, ook thuis.
  • Laat een kind veel taakjes uitvoeren die het aankan (torens bouwen, boterhammen smeren) en geef positieve reacties. Succes helpt hen geloven in zichzelf.
  • Stem je verwachtingen af op de capaciteiten van een kind. Wie voortdurend boven zijn mogelijkheden moet presteren en daarom faalt, raakt gedemotiveerd.
  • Los vragen en problemen van een kind niet meteen zelf op. Leer een kind vooral hoe het zijn probleem zelf kan oplossen.
  • Vergelijk de prestaties van een kind niet met dat van broers of andere kinderen.
  • Zorg voor een goede inspanning-ontspanning-balans.
  • Vermijd een te competitieve sport.
Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Het kan voor kinderen soms moeilijk zijn om zich te concentreren. Ze worden afgeleid, vinden iets moeilijk of hebben iets minder goed geslapen. Er kunnen veel redenen zijn waarom concentreren even niet lukt. Maar wat nou als het concentratie probleem van een kind eigenlijk een motivatie probleem is.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten
kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

kind-concentratieOf is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Door Anniek Oosting van lichtflits

Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Bewegen is voor iedereen gezond, maar zeker voor kinderen die op school zitten. Beweging is essentieel bij cognitieve taken, voor het leren van nieuwe dingen.

Voor veel kinderen op school is lang stil zitten moeilijk. Daarom is regelmatig bewegen belangrijk. Hoe langer kinderen stil moeten zitten, hoe moeilijker het voor ze is om op te letten. Hoewel kinderen allemaal hun eigen leervoorkeuren hebben, heeft ieder kind baat heeft bij beweging tijdens het leren.

Wat doet beweging met kinderen?

Als kinderen succesvol willen leren, moeten ze in staat zijn basisvaardigheden en feiten te kunnen integreren (een functie van de linkerhersenhelft) met creativiteit en verbeeldingskracht (een functie van de rechterhersenhelft). En dat is waar beweging om de hoek komt kijken.
Beweging stimuleert kinderen beide hersenhelften te gebruiken. Activiteiten waarbij wordt bewogen helpen kinderen om betrokken en geïnteresseerd te blijven, waardoor ze beter kunnen blijven opletten.

Beweging stimuleert de afgifte van signaalstoffen als serotine en dopamine. Deze stofjes worden geassocieerd met aandacht, verwerking, motivatie, concentratie, geheugen en een goed humeur.
Kinderen bewegen tegenwoordig echter steeds minder.  Een gemiddeld kind brengt 6 uur per dag achter televisie of computer door. Stimuleer dan ook dat een kind beweegt en sport. De verbindingen tussen de hersencellen en hersenen worden beter gelegd, doordat door de toename van zuurstof door bewegen, er meer bloed vloeit naar de hersenen en de witte stof verbetert.

Momenten voor beweging

Bij kinderen die heel moeilijk hun aandacht bij de les kunnen houden is het goed momenten voor bewegen in te bouwen. Dit kan een rondje rennen om de school zijn of een stukje hinkelen door de gang.

Wanneer kinderen kunnen bewegen terwijl ze leren- bijvoorbeeld wanneer ze de tekst van een liedje leren of als meeklappen met de lettergrepen van een woord – is de kans veel groter dat ze de tekst of het concept van woorddelen onthouden dan wanneer ze die informatie alleen schriftelijke tot zich nemen of losstaand uit het hoofd leren.

Weerbaarheid van kinderen

Weerbaarheid van kinderen

Men spreekt van weerbaarheid wanneer een kind op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder daarbij anderen te schaden of respectloos te behandelen. Een kind dat weerbaar is kan zijn eigen grenzen bewaken. Durft zijn mening te geven, maar durft ook om hulp te vragen. Ze kunnen omgaan met kleine tegenslagen.

Maar het meest belangrijk voor de weerbaarheid van een kind is zelfvertrouwen. Een kind dat weerbaar is heeft een goed gevoel van eigenwaarde en is zich bewust van zijn of haar eigen gevoelens en die van anderen. Er is dan ook een wisselwerking tussen weerbaarheid en zelfvertrouwen.
Als een kind moeite heeft met taal, lezen of rekenen kan dit het zelfvertrouwen aantasten, hetgeen weer gevolgen kan hebben voor de weerbaarheid van het kind.

Kinderen die minder weerbaar zijn, hebben soms moeite om goed aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten. Ze vragen bijvoorbeeld voortdurend of ze mee mogen doen, terwijl de situatie ze alle mogelijkheid biedt om gewoon mee te doen. Ook in hun houding zien we dat ze weinig ontspannen zijn en ze vermijden vaak oogcontact.
Kinderen die weinig weerbaar zijn hebben er ook moeite mee een eigen mening te hebben, gevoelens te uiten en vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen uit angst af gewezen te worden. Niet-weerbare kinderen kunnen hierdoor soms ook ‘meelopers’ worden.

Weerbaarheid van kinderen vergroten

Weerbaarheid vergroten door ze zelf hun problemen te laten oplossen. Het zelf oplossen is goed voor het zelfvertrouwen van een kind en daarmee ook zijn weerbaarheid.

Het goede voorbeeld geven om de weerbaarheid van kinderen te vergroten.  Geeft het goede voorbeeld, laat zien hoe je problemen op een goede manier oplost. Daarnaast is het heel belangrijk dat het kind steeds meer de kans krijgt zelf problemen op te lossen.
Door samen over het probleem te praten en oplossingen te verzinnen kan een kind op weg geholpen worden wanneer het er in eerste instantie niet in slaagt een probleem op te lossen. Ook van belang hierbij is dat het kind de kans krijgt zijn eigen fouten te maken en deze ook weer te herstellen. Al moet er wel voor gewaakt worden dat een kind het gevoel krijgt dat het eigenlijk zelf alle situaties moet oplossen. Een kind moet weten dat hulp vragen altijd toegestaan is en ook een vorm van een probleem zelf oplossen kan zijn.

Weerbaarheid van kinderen vergroten door ze om te leren gaan met frustraties. Het is goed als een kind leert omgaan met frustraties. Het is dan ook niet verkeerd wanneer een kind ook af en toe geconfronteerd worden met dingen die mis lopen, anders gaan dan een kind verwacht. Een weerbaar kind heeft een zekere frustratietolerantie, hij kan er mee omgaan wanneer iets tegen zit.