**//sticky ads code//**
Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Waarom is bewegen zo belangrijk voor kinderen?

Bewegen is voor iedereen gezond, maar zeker voor kinderen die op school zitten. Beweging is essentieel bij cognitieve taken, voor het leren van nieuwe dingen.

Voor veel kinderen op school is lang stil zitten moeilijk. Daarom is regelmatig bewegen belangrijk. Hoe langer kinderen stil moeten zitten, hoe moeilijker het voor ze is om op te letten. Hoewel kinderen allemaal hun eigen leervoorkeuren hebben, heeft ieder kind baat heeft bij beweging tijdens het leren.

Wat doet beweging met kinderen?

Als kinderen succesvol willen leren, moeten ze in staat zijn basisvaardigheden en feiten te kunnen integreren (een functie van de linkerhersenhelft) met creativiteit en verbeeldingskracht (een functie van de rechterhersenhelft). En dat is waar beweging om de hoek komt kijken.
Beweging stimuleert kinderen beide hersenhelften te gebruiken. Activiteiten waarbij wordt bewogen helpen kinderen om betrokken en geïnteresseerd te blijven, waardoor ze beter kunnen blijven opletten.

Beweging stimuleert de afgifte van signaalstoffen als serotine en dopamine. Deze stofjes worden geassocieerd met aandacht, verwerking, motivatie, concentratie, geheugen en een goed humeur.
Kinderen bewegen tegenwoordig echter steeds minder.  Een gemiddeld kind brengt 6 uur per dag achter televisie of computer door. Stimuleer dan ook dat een kind beweegt en sport. De verbindingen tussen de hersencellen en hersenen worden beter gelegd, doordat door de toename van zuurstof door bewegen, er meer bloed vloeit naar de hersenen en de witte stof verbetert.

Momenten voor beweging

Bij kinderen die heel moeilijk hun aandacht bij de les kunnen houden is het goed momenten voor bewegen in te bouwen. Dit kan een rondje rennen om de school zijn of een stukje hinkelen door de gang.

Wanneer kinderen kunnen bewegen terwijl ze leren- bijvoorbeeld wanneer ze de tekst van een liedje leren of als meeklappen met de lettergrepen van een woord – is de kans veel groter dat ze de tekst of het concept van woorddelen onthouden dan wanneer ze die informatie alleen schriftelijke tot zich nemen of losstaand uit het hoofd leren.

Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Wat nou als de concentratie problemen van vele kinderen eigenlijk een motivatie probleem is.
Ik hoorde een kind tegen zijn moeder zeggen: Mam, jij zegt steeds dat jij 5 dagen werkt maar ik ga ook 5 dagen in de week naar mijn werk hoor en ik krijg er niets voor betaald.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten
kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

kind-concentratieOf is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Door Anniek Oosting van lichtflits

Hoe maak je lezen echt leuk?

Hoe maak je lezen echt leuk?

Lezen is een belangrijke vaardigheid voor een kind. Maar als een kind moeite heeft met lezen is de kans zeer groot dat hij het plezier erin verliest. Dit terwijl het voor de leesvaardigheid juist van groot belangrijk is om zo veel en met plezier te oefenen.

Hoe kun je er voor zorgen dat een kind weer plezier in lezen krijgt , zonder strijd. Lees onze 12 tips om het plezier in lezen weer te krijgen of te versterken

  1. Zorg voor een goede, gezellige sfeer tijdens het lezen. Je kind moet die momenten leuk (gaan) vinden.
  2. Prijs een kind als hij een boek pakt, maar straf hem niet als hij dat niet doet. Straf verhoogt de weerstand tegen lezen.
  3. Beloon een kind als hij  een boek heeft uitgelezen, bijvoorbeeld door stempels of stikkers op een ‘leeskaart’ te sparen. Een volle kaart levert een leesdiploma en een kleine beloning op.
  4. Maak een kind enthousiast over verhalen door voor te lezen, verfilmingen te kijken, theatervoorstellingen te bezoeken of bekijken online.
  5. Ga  samen naar de bibliotheek.  Laat een kind zelf boeken uitkiezen. Liever een boek dat net iets te moeilijk is maar wel zijn interesse heeft, dan een gemakkelijk boek dat niet boeit.
  6. Veel dyslectische kinderen lezen graag non-fictie boeken. Is een kind gefascineerd door dinosaurussen? Wees dan niet bang dat moeilijke woorden als Tyrannosaurus rex hem afschrikken. De afbeeldingen in zulke boeken en de  motivatie van een kind voor het onderwerp doen vaak wonderen!
  7. Laat zien dat lezen meer is dan een boek met letters doorwerken! Lees bijvoorbeeld strips,  moppenboeken of  tijdschriften.
  8. Lees elke dag minimaal 10 tot 15 minuten voor (tot en met groep 8). Voorlezen is heel belangrijk voor kinderen die zelf weinig lezen, omdat het kind daarbij ongemerkt aan zijn taalontwikkeling werkt, zijn woordenschat uitbreidt en kan ontdekken dat boeken en lezen leuk zijn.
  9. Maak het een kind gemakkelijk, door bijvoorbeeld een liniaal of aanwijspijl te gebruiken. Of door om de beurt een bladzijde lezen om de snelheid in het verhaal te houden.
  10. Geef het goede voorbeeld. Vertel over wat je gelezen hebt en wat er met je gebeurt tijdens het lezen. Bijvoorbeeld over het gevoel dat je een avontuur echt beleeft, dat je nieuwe dingen te weten komt of dat het verhaal je vrolijk maakt.
  11. Laat een kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  12. Lees samen een boek uit een serie. Als een kind het boek leuk vindt, wil het wellicht ook andere delen uit de serie lezen.
Topografie anno 2017

Topografie anno 2017

Er wordt tegenwoordig veel gesproken over onderwijs vernieuwing. Leren kinderen nog wel de juiste vaardigheden. En belangrijker sluit de manier waarop kinderen moeten leren, nog wel aan bij de tijd waarin wij leven. Toen mijn dochter 2 jaar geleden met de zwart-wit kaarten van de provincies van Nederland thuis kwam, dacht ik dat zij waarschijnlijk een van de laatste zou zijn die met deze onduidelijke kaarten, Nederland en de wereld moest ontdekken.

De afgelopen jaren hebben technologie als Virtual Reality, 3D films, spraakassistenten als Siri en Cortana het leven van ons en kinderen makkelijker gemaakt, maar topografie leren we op school nog middels (onduidelijke) zwart- wit kaarten.

Als het doel van het vak topografie, leren leren is, dan is het succesvol. Want ze weten  allemaal dat 6 Arnhem is en 8 Apeldoorn. Maar leer je zo de steden van Nederland te liggen. Of beter nog, beklijft dit. Met alle technologie die we tot onze beschikking hebben, leren kinderen anno 2017 de steden in Nederland nog volgens dit soort kaarten.

topografie gelderland

Al in 2007 bleek uit onderzoek (Joop van der Schee) dat topografische kennis bij de meeste kinderen niet of nauwelijks blijft hangen. Kinderen slaan de gegevens op in hun kortetermijngeheugen. Voor het toetsmoment kunnen zij deze informatie nog raadplegen, maar snel daarna zijn ze de geleerde informatie ‘kwijt’. Gezien de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden, vind ik dit niet verbazingwekkend.

Hoe kan het anders?

Wij zijn op zoek gegaan naar apps en sites die kinderen kunnen helpen bij topografie. Er zijn veel betaalde apps, maar gelukkig ook enkele gratis apsp. Zoals Geo expert light, welke zowel in de Apple store als Google play te downloaden is.

Een site waar je veel kaarten kunt vinden om te oefenen is topomania. Hier vindt je meer dan 5000 kaarten. TopoMania is een digitale ondersteuning voor verschillende methodes die scholen gebruiken. Met de kaarten kunnen kinderen thuis oefenen. Waarbij het wel een uitdaging is om de overeenkomsten met de zwart wit kaarten te vinden.

Heb jij tips die kinderen kunnen helpen laat het ons dan weten door een comment achter te laten onder dit bericht.

Dyslexie signalen en tips

Dyslexie signalen en tips

Als een kind moeite heeft met leren lezen behoeft dit niet gelijk te betekenen dat er sprake is van dyslexie. Wanneer kan er sprake zijn van dyslexie? We hebben de belangrijkste dyslexie signalen voor je op een rijtje gezet.

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden.
Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau te moeizaam. Dit staat los van iemands intelligentie. Dyslexie kan vastgesteld worden met een diagnostisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt eerst het niveau van lezen en spellen bepaald. Daarna volgt onderzoek naar vaardigheden waarop kinderen met dyslexie uitvallen, de dyslexie-indicatoren. Er wordt getest op nauwkeurigheid en snelheid van woordherkenning. Verder wordt gekeken naar vaardigheden waarop kinderen met andere leesproblemen uitvallen, maar kinderen met dyslexie niet.

Wat zijn dyslexie signalen?

Het belangrijkste kenmerk van dyslexie is dat een kind hardnekkige probleem ondervindt bij het leren lezen en spellen op woordniveau. Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om het (technisch) lezen aan te leren.

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben :

  • met het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • met het verschil tussen de letters b en d
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’ en ‘drop’ of ’12’ en ’21’
  • om de aandacht te houden bij gesproken woord , ‘klankinformatie’
  • met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen

Dyslexie en lezen

lezenDe leesproblemen van kinderen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Het kan zijn dat een kind een traag leestempo heeft of de woorden spellend leest. Andere kinderen hebben een hoog leestempo, maar maken juist veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Dyslexie en spelling

Kinderen met dyslexie maken langdurig veel spellingfouten en hebben, omdat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Het kan zijn dat ze één bepaald woord op een bladzijde op verschillende manieren spellen. Kinderen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. De losse woorden worden gemakkelijk weer vergeten omdat het op een ongestructureerde manier in het geheugen worden opgeslagen.

Dyslexie en schrijven

Kinderen met dyslexie schrijven vaak slordig en onleesbaar. Ze maken veel doorhalingen. Bij kinderen die wel leesbaar schrijven, valt op dat ze langzaam schrijven.

Tips om kinderen te helpen met hun dyslexie

  • Oefen regelmatig met een kind, waarbij het beter is vier keer 15 minuten te lezen, dan één keer een uur.
  • Kies boekjes die aansluiten bij het leesniveau op school. Vraag hiervoor tips aan school.
  • Zorg dat het leuk, gezellig en ontspannen is tijdens het lezen, zodat een kind gemotiveerd blijft.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de oefeningen, bijvoorbeeld door af en toe stripboeken, korte verhalen en informatieve boeken te kiezen.
  • Zet woorden waar een kind moeite mee heeft op kleine papiertjes en ga deze oefenen door ze te flitsen (snel achter elkaar neerleggen terwijl een kind de woorden hardop leest)
  • Ganzenborden met woorden. Schrijf de moeilijke woorden op een klein (gekleurd) papiertje. Legt deze in een cirkel of in de vorm van ganzenbord. Je hebt twee pionnen en een dobbelsteen. Om de beurt gooien, de dobbelsteen geeft aan hoeveel stappen iemand vooruit mag. Bij elke stap zegt je het woord welke op het papiertje staat. Maakt iemand een fout dan mag de ander het ook nog één keer proberen en één plaatsje vooruit. Wie het eerst bij de finish is heeft gewonnen.

beeld: 123RF Stockfoto

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Eén op de tien kinderen heeft last van faalangst! Faalangst bij kinderen is de angst om bij een taak te mislukken. Faalangst ontstaat in situaties waarin een kind door iemand beoordeeld wordt of denkt te worden.

Als hij hetzelfde klusje in zijn eentje doet (zonder publiek), is er vaak niets aan de hand. Kinderen met faalangst zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen. Ze blokkeren, haken af, gaan nieuwe uitdagingen uit de weg of werken zo hard dat ze zelden nog ontspannen zijn.

Er zijn verschillende soorten faalangst te onderscheiden:

  1. Cognitieve faalangst (En net wist ik het allemaal nog…..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het leren. Cognitieve faalangst komt voornamelijk voort uit taakopdrachten, die te maken hebben met het schoolse leren. Het gaat hierbij om het oppakken van nieuwe leerstof of het toetsen van stof.
  2. Sociale faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken….)
    Is een angst, die een kind ervaart voor een bepaalde sociale taak staan, zoals de omgang met andere kinderen of docenten.
  3. Motorische faalangst (Op zulke momenten ben ik als ‘verlamd’ …..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het gebruiken van je lijf (vooral bij gym). De angst om te mislukken zorgt voor een verkrampte houding waardoor een kind dingen niet meer kan.

Herkenning van faalangst bij kinderen

Faalangst herkennen is moeilijk. Kinderen kunnen hun angst goed verbergen door bijvoorbeeld stoer of clownesk gedrag. Door te praten over dit gedrag kun je er achter komen of er faalangst achter zit.
Veel voorkomende uitingen van faalangst zijn:

  • Clownesk gedrag: met grappen en grollen proberen deze kinderen hun faalangst te verbergen. Dat dit voor anderen af en toe vervelend is, nemen ze op de koop toe.
  • Stil, teruggetrokken gedrag: deze kinderen zijn heel gesloten en kunnen zich Vaak moeilijk uitdrukken.
  • Apathisch en droevig gedrag: deze faalangstige kinderen geven toe aan hun lage zelfbeeld. Als ze geen hulp krijgen bij hun taak, vervallen ze in een apathische en droevige houding.
  • Lichamelijke klachten: deze kinderen krijgen vaak hoofdpijn, maag- of darmklachten (diarree/braken), hartkloppingen of zweten.

Tips voor faalangst bij kinderen:

  • Laat zien dat ze niet de enige zijn die last hebben van faalangst en dat dat niet erg is. Het is belangrijk om het niet af te doen als iets geks of abnormaals.
  • Een kind met faalangst ziet nieuwe dingen vaak iets bedreigends. Het kan hierbij helpen veranderingen of nieuwe dingen geleidelijk aan op te pakken.
  • Geef het goede voorbeeld: vertel dat jij ook fouten maakt.
  • Zoek evenwicht tussen negatieve en positieve reacties. Faalangstige kinderen hebben vaak alleen maar aandacht voor negatieve opmerkingen over hun gedrag. Dus geef zoveel mogelijk positieve reactie of een complimenten
  • Waardeer niet alleen de prestaties, maar vooral de inspanningen van een kind; hard werken voor een zes is lovenswaardiger dan op je sloffen een acht halen.
  • Niemand is perfect. Laat voelen dat een kind fouten mag maken, ook thuis.
  • Laat een kind veel taakjes uitvoeren die het aankan (torens bouwen, boterhammen smeren) en geef positieve reacties. Succes helpt hen geloven in zichzelf.
  • Stem je verwachtingen af op de capaciteiten van een kind. Wie voortdurend boven zijn mogelijkheden moet presteren en daarom faalt, raakt gedemotiveerd.
  • Los vragen en problemen van een kind niet meteen zelf op. Leer een kind vooral hoe het zijn probleem zelf kan oplossen.
  • Vergelijk de prestaties van een kind niet met dat van broers of andere kinderen.
  • Zorg voor een goede inspanning-ontspanning-balans.
  • Vermijd een te competitieve sport.