**//sticky ads code//**
5 Tips om kinderen beter te leren luisteren

5 Tips om kinderen beter te leren luisteren

Even helpen opruimen, een jas ophangen, luisteren als papa of mama iets vraagt, soms lijkt het wel of er niks moeilijkers bestaat voor een kind. Waarom luisteren kinderen soms zo slecht?

Het niet luisteren van een kind is niet altijd onwil.

Soms heeft een kind de boodschap niet gehoord omdat de tv aan staat of was de boodschap voor een kind veel te ingewikkeld en haakt hij al af na de eerste woorden. Veel ouders zullen dan gefrustreerd drie keer de vraag herhalen. Toch is het effectiever de vraag op een andere manier te stellen. Door simpelweg de manier van vragen te veranderen zal een kind al veel beter luisteren en gehoorzamen.

5 Tips om kinderen beter te leren luisteren.

  1. Wees goede luisteraar
    Onderbreek een kind niet wanneer hij jou iets vertelt, geef hem je volledige aandacht. Dus niet ondertussen de krant lezen, met andere volwassenen praten. Het is heel eenvoudig, als jij wil dat hij naar jou luisteren, moet hij ervaren dat jij naar hem luistert.
  2. Corrigeer ongewenst gedrag
    “Jan, kijk me eens aan. Ik vind het goed dat je nu even gaat afkoelen, maar ik vind het vervelend als je met die deur gooit, Ik wil dat je volgende keer de deur open laat staan.”
    Een voorbeeld van wat met een duur woord ‘corrigerende gedragsinstructie’ wordt genoemd. Waar het op neerkomt, is dat een kind duidelijk te horen krijgt wat hij goed heeft gedaan, maar ook wat een volgende keer beter of anders moet. De truc is het gewenste gedrag te benoemen. Zo leren ouders hun kind alternatief gedrag aan in plaats van dat ze hem alleen negatieve feedback geven.
  3. Wees consequent over de consequenties
    Hou je aan je woord. Als je tegen een kind zegt : als je dit nog een keer doet dan… DOE het dan ook. Een kind is meer geneigd naar  je te luisteren als hij weet dat je doet wat je zegt!
  4. Negeer ongewenst gedrag
    Bepaal welke gedragingen je niet meer wilt zien. Ga na hoeveel energie je wilt steken in het afzwakken van dit gedrag. Straffen kost meer energie dan negeren. ‘Choose your battles. Negeer dat gedrag consequent door totaal niet te reageren, u om te draaien of even weg te lopen.
    Consequent geen aandacht geven aan een bepaalde ongewenste gedraging kan een zeer effectieve manier om het af te zwakken. Dit lijkt makkelijk, maar net doen of je niets hoort of ziet terwijl een kind door raast is misschien wel één van de moeilijkste opdrachten. Zelfs non-verbaal moet je niet reageren. Dus ook niet boos kijken. Het gedrag zal in het begin vaak verergeren, omdat er niks van gezegd wordt. Een ingewikkelde taak, te meer omdat het consequent moet worden volgehouden. ‘Als je het de ene keer wel doet en de andere keer niet, leert een kind dat hij zijn zin toch wel krijgt, als hij maar lang genoeg doorgaat.’
    Niet elk gedrag leent zich uiteraard voor deze techniek.
  5. Prijs als er goed geluisterd wordt
    Iedereen houdt van complimentjes, ook kinderen. Vertel een kind dus ook als hij iets goed heeft gedaan. “fijn dat je zo goed geluisterd heb, Dank je wel dat je je bed zo netjes hebt opgemaakt”
De Sint zorgt soms voor meer concentratieproblemen

De Sint zorgt soms voor meer concentratieproblemen

De Sint is weer in het land! Voor de meeste kinderen betekent dit extra spanning en meer prikkels. Ieder kind heeft wel eens moeite zich te concentreren en in deze periode zijn dat er vaak nog iets meer.

Een kind kan moeite hebben met zijn concentratie omdat het eigenlijk bezig is met andere dingen, zoals sinterklaas, maar ook een aankomende verjaardag of een ruzie met een vriendje.
Vaak is het gebrek aan concentratie ook het gevolg van een gebrek aan motivatie. Wanneer een kind niet veel zin heeft in een bepaalde opdracht, is het begrijpelijk dat het voor een kind moeilijker is zich om zich te concentreren. Daarnaast kunnen faalangst en onzekerheid ook leiden tot concentratieproblemen.

Prikkels

Het moeilijk kunnen concentreren heeft vaak te maken met de hoeveelheid prikkels die kinderen binnen krijgen. Bij de meeste mens werken de hersenen als een filter. Zo filter je automatisch de (vele) prikkels die op je afkomen en kun je je richten op datgene waar je op dat moment mee bezig bent of wat er op dat moment belangrijk is.
Er kunnen verschillende reden zijn (bijvoorbeeld ADD of Hoogsensitiviteit) waardoor filters niet goed werken. Alle informatie komt dus binnen (gedachten, geluiden, beelden etc.).

Wat kun je doen aan concentratieproblemen?

  • Creëer een rustige omgeving
    Een rustige omgeving zorgt ervoor dat een kind minder snel afgeleid word. Denk hierbij aan een opgeruimde ruimte en weinig geluid radio of televisie.
  • Zorg voor overzichtelijke situaties en zo min mogelijk prikkels
    De situatie moet voor een kind (met concentratieproblemen) overzichtelijk zijn. Kinderen die snel afgeleid zijn, reageren vaak op alles wat er om hen heen gebeurd. Als bijvoorbeeld overal om het kind heen speelgoed voor het grijpen ligt, zal een kind ook van alles gaan pakken.
  • Vraag niet meer van een kind dan hij of zij aan kan.
    Het is goed om je bewust je zijn van de verwachtingen die je van een kind hebt. Vindt jij bijvoorbeeld dat een kind aan tafel moet blijven zitten tot iedereen uitgegeten is, maar merk je dat dit keer op keer mis gaat? Vraag je dan af of deze eis reëel is. Een kind vind het zelf ook niet leuk als er veel strijd is, dus wellicht vindt een kind het te moeilijk om lang stil te zitten? Een oplossing in deze situatie zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het kind wél aan tafel blijft zitten, maar dat als het zijn/haar bord leeg heeft een spelletje aan tafel mag doen.
  • Geef complimenten als een kind zijn best doet
    Ook als je ziet dat een kind zijn/haar best doet en het lukt niet helemaal, kun je toch een compliment geven. Een kind heeft immers wél zijn best gedaan en door dat te benoemen stimuleer je een kind om dat een volgende keer weer te doen!
  • Als een kind een activiteit wél vol houdt, beloon een kind hier dan voor.
    Door belonen versterk je het zelfbeeld van een kind en dat draagt bij aan een goede ontwikkeling.
  • Zorg voor vaste structuur
    Kinderen met concentratieproblemen hebben behoefte aan veel duidelijkheid. Ze zijn over het algemeen snel afgeleid en er niet altijd bij met hun hoofd. Als ze weten waar zij aan toe zijn, zorgt dit voor rust. Structuur bieden is een breed begrip. Het betekent onder andere dat dingen op dezelfde manier gaan en/of op dezelfde volgorde. Bijvoorbeeld douchen, tanden poetsen, voorlezen, slapen. Veel kinderen vinden het prettig als zij een overzicht hebben van hoe hun dag (of week) gaat verlopen.
Weerbaarheid van kinderen

Weerbaarheid van kinderen

Van zelfvertrouwen wordt je kind ook weerbaar(der). Kinderen die weerbaar zijn, kunnen hun grenzen goed aangeven. Ze durven voor zichzelf op te komen maar ook steun te zoeken. Daarvoor moet een kind zichzelf belangrijk en goed genoeg vinden.
Men spreekt van weerbaarheid wanneer een kind op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder daarbij anderen te schaden of respectloos te behandelen. Een kind dat weerbaar is kan zijn eigen grenzen bewaken. Durft zijn mening te geven, maar durft ook om hulp te vragen. Ze kunnen omgaan met kleine tegenslagen.

Zelfvertrouwen

Het meest belangrijk voor de weerbaarheid van een kind is zelfvertrouwen. Een kind dat weerbaar is heeft een goed gevoel van eigenwaarde en is zich bewust van zijn of haar eigen gevoelens en die van anderen. Er is dan ook een wisselwerking tussen weerbaarheid en zelfvertrouwen.
Als een kind moeite heeft met taal, lezen of rekenen kan dit het zelfvertrouwen aantasten, hetgeen weer gevolgen kan hebben voor de weerbaarheid van het kind.

Kinderen die minder weerbaar zijn, hebben soms moeite om goed aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten. Ze vragen bijvoorbeeld voortdurend of ze mee mogen doen, terwijl de situatie ze alle mogelijkheid biedt om gewoon mee te doen. Ook in hun houding zien we dat ze weinig ontspannen zijn en ze vermijden vaak oogcontact.
Kinderen die weinig weerbaar zijn hebben er ook moeite mee een eigen mening te hebben, gevoelens te uiten en vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen uit angst af gewezen te worden. Niet-weerbare kinderen kunnen hierdoor soms ook ‘meelopers’ worden.

Weerbaarheid van kinderen vergroten

Weerbaarheid vergroten door ze zelf hun problemen te laten oplossen. Het zelf oplossen is goed voor het zelfvertrouwen van een kind en daarmee ook zijn weerbaarheid.

Het goede voorbeeld geven om de weerbaarheid van kinderen te vergroten.  Geeft het goede voorbeeld, laat zien hoe je problemen op een goede manier oplost. Daarnaast is het heel belangrijk dat het kind steeds meer de kans krijgt zelf problemen op te lossen.
Door samen over het probleem te praten en oplossingen te verzinnen kan een kind op weg geholpen worden wanneer het er in eerste instantie niet in slaagt een probleem op te lossen. Ook van belang hierbij is dat het kind de kans krijgt zijn eigen fouten te maken en deze ook weer te herstellen. Al moet er wel voor gewaakt worden dat een kind het gevoel krijgt dat het eigenlijk zelf alle situaties moet oplossen. Een kind moet weten dat hulp vragen altijd toegestaan is en ook een vorm van een probleem zelf oplossen kan zijn.

Weerbaarheid van kinderen vergroten door ze om te leren gaan met frustraties. Het is goed als een kind leert omgaan met frustraties. Het is dan ook niet verkeerd wanneer een kind ook af en toe geconfronteerd worden met dingen die mis lopen, anders gaan dan een kind verwacht. Een weerbaar kind heeft een zekere frustratietolerantie, hij kan er mee omgaan wanneer iets tegen zit.

 

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Eén op de tien kinderen heeft last van faalangst! Faalangst bij kinderen is de angst om bij een taak te mislukken. Faalangst ontstaat in situaties waarin een kind door iemand beoordeeld wordt of denkt te worden.
Als hij hetzelfde klusje in zijn eentje doet (zonder publiek), is er vaak niets aan de hand. Kinderen met faalangst zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen. Ze blokkeren, haken af, gaan nieuwe uitdagingen uit de weg of werken zo hard dat ze zelden nog ontspannen zijn.

 

Er zijn verschillende soorten faalangst te onderscheiden:

  1. Cognitieve faalangst (En net wist ik het allemaal nog…..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het leren. Cognitieve faalangst komt voornamelijk voort uit taakopdrachten, die te maken hebben met het schoolse leren. Het gaat hierbij om het oppakken van nieuwe leerstof of het toetsen van stof.
  2. Sociale faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken….)
    Is een angst, die een kind ervaart voor een bepaalde sociale taak staan, zoals de omgang met andere kinderen of docenten.
  3. Motorische faalangst (Op zulke momenten ben ik als ‘verlamd’ …..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het gebruiken van je lijf (vooral bij gym). De angst om te mislukken zorgt voor een verkrampte houding waardoor een kind dingen niet meer kan.

Herkenning van faalangst bij kinderen

Faalangst herkennen is moeilijk. Kinderen kunnen hun angst goed verbergen door bijvoorbeeld stoer of clownesk gedrag. Door te praten over dit gedrag kun je er achter komen of er faalangst achter zit.
Veel voorkomende uitingen van faalangst zijn:

  • Clownesk gedrag: met grappen en grollen proberen deze kinderen hun faalangst te verbergen. Dat dit voor anderen af en toe vervelend is, nemen ze op de koop toe.
  • Stil, teruggetrokken gedrag: deze kinderen zijn heel gesloten en kunnen zich Vaak moeilijk uitdrukken.
  • Apathisch en droevig gedrag: deze faalangstige kinderen geven toe aan hun lage zelfbeeld. Als ze geen hulp krijgen bij hun taak, vervallen ze in een apathische en droevige houding.
  • Lichamelijke klachten: deze kinderen krijgen vaak hoofdpijn, maag- of darmklachten (diarree/braken), hartkloppingen of zweten.

Tips voor faalangst bij kinderen:

  • Laat zien dat ze niet de enige zijn die last hebben van faalangst en dat dat niet erg is. Het is belangrijk om het niet af te doen als iets geks of abnormaals.
  • Een kind met faalangst ziet nieuwe dingen vaak iets bedreigends. Het kan hierbij helpen veranderingen of nieuwe dingen geleidelijk aan op te pakken.
  • Geef het goede voorbeeld: vertel dat jij ook fouten maakt.
  • Zoek evenwicht tussen negatieve en positieve reacties. Faal angstige kinderen hebben vaak alleen maar aandacht voor negatieve opmerkingen over hun gedrag. Dus geef zoveel mogelijk positieve reactie of een complimenten
  • Waardeer niet alleen de prestaties, maar vooral de inspanningen van een kind; hard werken voor een zes is lovenswaardiger dan op je sloffen een acht halen.
  • Niemand is perfect. Laat voelen dat een kind fouten mag maken, ook thuis.
  • Laat een kind veel taakjes uitvoeren die het aankan (torens bouwen, boterhammen smeren) en geef positieve reacties. Succes helpt hen geloven in zichzelf.
  • Stem je verwachtingen af op de capaciteiten van een kind. Wie voortdurend boven zijn mogelijkheden moet presteren en daarom faalt, raakt gedemotiveerd.
  • Los vragen en problemen van een kind niet meteen zelf op. Leer een kind vooral hoe het zijn probleem zelf kan oplossen.
  • Vergelijk de prestaties van een kind niet met dat van broers of andere kinderen.
  • Zorg voor een goede inspanning-ontspanning-balans.
  • Vermijd een te competitieve sport.
Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Het kan voor kinderen soms moeilijk zijn om zich te concentreren. Ze worden afgeleid, vinden iets moeilijk of hebben iets minder goed geslapen. Er kunnen veel redenen zijn waarom concentreren even niet lukt. Maar wat nou als het concentratie probleem van een kind eigenlijk een motivatie probleem is.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten
kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

kind-concentratieOf is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Door Anniek Oosting van lichtflits

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.