**//sticky ads code//**
Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Als ouder heb je vaak al in een vroeg stadium in de gaten dat er ‘iets’ aan de hand is met je kind. Vermoedens van eventueel dyslexie zijn vaak gebaseerd op ervaringen met oudere kinderen of herinneringen uit de eigen jeugd.

Een derde van de kinderen die een ouder heeft met dyslexie, ontwikkelt zelf ook dyslexie. Neem eigen observaties en zorgen altijd serieus en schroom niet ze te delen met de school. Om te voorkomen dat een kind in de knel komt te zitten, is het essentieel om een kind emotionele steun te geven.

Waarom een dyslexietest bij kinderen laten doen?

Er zijn verschillende situaties waarin het handig is om een dyslexietest bij kinderen te laten doen met als doel een dyslexieverklaring te krijgen:
• Een kind heeft dit nodig om extra begeleiding op school te krijgen voor zijn dyslexie.
• Acceptatie in het feit dat lezen moeilijk gaat.
• Meer begrip vanuit de omgeving van een kind.
• Toegang krijgen tot hulpmiddelen welke worden vergoed door de ziektekostenverzekering,
zoals een Daisy-speler

Wanneer een dyslexietest?

Een school mag een kind doorverwijzen naar een instelling voor een test als een kind drie keer achter elkaar laag scoort op de Cito op de onderdelen lezen of spelling. Het gaat om de zogenoemde DMT toetst, het woordlezen. Behoort een kind op drie achtereenvolgende meetmomenten tot de zwakste 10%, een E-score. Of behoort een kind op spelling drie achtereenvolgende meetmomenten tot de zwakste 10% (E-score Cito spelling) en op lezen tot de zwakste 16% (D-score).

Na het invullen van vragenlijsten door school en ouders dient er bij de gemeente een beschikking worden opgevraagd, waarna een instantie de test mag uitvoeren.

Wat kun je als ouder in deze fase doen?

Bij een vermoeden van dyslexie dient er meer gelezen te worden met een kind. Tevens moet een kind extra instructie worden aangeboden, alvorens er een test kan worden aangevraagd. Dit dient in het schooldossier of groeidocument te worden verwerkt. Tussen een tweede en derde meetmoment ligt hier een belangrijke taak voor ouders om in gesprek te gaan met school over hetgeen “extra” gedaan moet zijn alvorens het traject van een dyslexieonderzoek kan worden opgestart.

Hoe sneller een eventueel dyslexie wordt vastgesteld, hoe sneller een kind geholpen kan worden. En niet onbelangrijk hoe snel een kind zelf zijn of haar leesprobleem een beter plek kan geven.
Er wordt met betrouwbare testen vastgesteld of er sprake is van een achterstand in lezen en spellen. Dit kunnen AVI-toetsen of andere testen zijn die bij de leesmethode horen. Hierbij wordt:
• zowel op nauwkeurigheid als op snelheid van woordherkenning getest
• vastgesteld dat dit niet komt door een algemeen leerprobleem, een taalstoornis of psychische stoornis
• gekeken naar de kenmerken van dyslexie die bij de meeste – maar niet noodzakelijk bij alle – leerlingen met dyslexie voorkomen.

Deze kenmerken kunnen zijn:
1. zwakke prestaties bij lezen en spellen
2. het trage moeizame leerproces doet zich alleen voor bij lezen en spellen en niet bij andere vakken
3. de leesproblemen doen zich voor bij het lezen van woorden en lettercombinaties
4. de verwerking van spraakklanken is verstoord / vertraagd
5. het snel achter elkaar benoemen van letters en cijfers is verstoord / vertraagd
6. visueel-orthografische woordherkenning (spellen) is onnauwkeurig / vertraagd
7. het koppelen van visueel-auditieve letter- / woordverwerking is verstoord / vertraagd
8. problemen met het verbale werkgeheugen.

Voor alle zekerheid: het gaat hier bij de genoemde visuele problemen niet om problemen met het zien, maar om problemen met de verwerking van visuele prikkels in de hersenen. Dus om de herkenning van letter- en woordvormen en om de koppeling tussen letter- en woordvormen met klanken in de hersenen.

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologisch bewustzijn is nodig om goed te leren praten.  Een goed fonologisch bewustzijn helpt kinderen rijmwoorden te herkennen en woorden te verdelen in klankgroepen (bijvoorbeeld kro-ko-dil).

Woorden kunnen worden opgedeeld in meerdere klankgroepen. Het klankbewustzijn is een belangrijke voorspeller voor het leren lezen.
Een klankgroep is niet hetzelfde als een lettergreep. Dit verschil wordt bij het woord potten duidelijk. Wanneer het woord wordt opgedeeld in lettergrepen, zie je pot-ten. Wanneer je luistert naar de verschillende klankgroepen in het woord, hoor je po-tten. Het opdelen van woorden in klankgroepen, dient als een voorbereiding op het latere lezen.

Een kind gaat herkennen welke klank vooraan of achteraan in een woord staat en leert het woord in klanken (fonemen) te verdelen (koek wordt k-oe-k) of uit fonemen samen te stellen (r-oo-s is roos). Om dit te kunnen moet een kind de afzonderlijke klanken niet alleen kunnen waarnemen en herkennen, maar het moet ze ook in de juiste volgorde kunnen onthouden. Dit noemen we het auditieve geheugen

Een ander woord voor spraakklank is foneem. Fonologisch bewustzijn is ´het vermogen om de betekenis van woorden te negeren en zich te concentreren op de klankenstructuur´ (Magnussen en Naucler, 1990). Als het gaat om het vermogen afzonderlijke klanken (fonemen) binnen gesproken woorden te horen, te herkennen en te manipuleren, spreken we over foneem bewustzijn ofwel klanken herkennen.  Om te kunnen leren lezen en spellen zijn goede fonologische vaardigheden nodig.

Kinderen met dyslexie hebben vaak moeite met fonologische vaardigheden. Maar wat zijn eigenlijk fonologische vaardigheden en hoe kun je helpen deze vaardigheden te ontwikkelen. Fonologische vaardigheden hebben te maken met het vermogen om klanken te herkennen en van elkaar te onderscheiden.
Kinderen met fonologische verwerkingsproblemen hebben moeite met bijv. ‘hakken en plakken’ of met het weglaten van een klank uit een woord. Een voorbeeld van een taak om deze fonologische vaardigheden te meten is een klank-weglatingstaak. Bijvoorbeeld ‘mand’ , laat de laatste letter weg, wat wordt het dan.

Spelletjes die kunnen helpen bij fonologische vaardigheden:

  • Rijmen: Door met rijmen en het manipuleren van klanken bezig te zijn, worden kinderen zich bewust van dat woorden uit klanken bestaan en dat er verschillen en overeenkomsten zijn tussen klanken
  • Identificeren wat de eerste klank is: Wat begint er met de M… muur
  • Hak en plak oefeningen. Jij zegt: “B-oo-m” een kind zegt boom
  • Letter bingo (Een kind schrijft een aantal letters op een blaadje). Nu kun je opdrachten geven zoals de middelste letter van teen. Een kind moet dan de ee aankruisen.
  • Dobbelstenen spel.  
    Op een paar dobbelstenen plak je letters. Gooi met de dobbelstenen en bedenk om de beurt een woord met de letter die je hebt gegooid. Je kunt dit ook met één of twee dobbelstenen doen. De middelste letter of de eerste en laatste letter. Voor kinderen die moeite hebben met het automatiseren en leren van klanken is dit een leuke ontspannende manier om te oefenen.
Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.
De Sint zorgt soms voor meer concentratieproblemen

De Sint zorgt soms voor meer concentratieproblemen

De Sint is weer in het land! Voor de meeste kinderen betekend dit extra spanning en meer prikkels. Ieder kind heeft wel eens moeite zich te concentreren en in deze periode zijn dat er vaak nog iets meer.

Een kind kan moeite hebben met zijn concentratie omdat het eigenlijk bezig is met andere dingen, zoals sinterklaas, maar ook een aankomende verjaardag of een ruzie met een vriendje.
Vaak is het gebrek aan concentratie ook het gevolg van een gebrek aan motivatie. Wanneer een kind niet veel zin heeft in een bepaalde opdracht, is het begrijpelijk dat het voor een kind moeilijker is zich om zich te concentreren. Daarnaast kunnen faalangst en onzekerheid ook leiden tot concentratieproblemen.

Prikkels

Het moeilijk kunnen concentreren heeft vaak te maken met de hoeveelheid prikkels die kinderen binnen krijgen. Bij de meeste mens werken de hersenen als een filter. Zo filter je automatisch de (vele) prikkels die op je afkomen en kun je je richten op datgene waar je op dat moment mee bezig bent of wat er op dat moment belangrijk is.
Er kunnen verschillende reden zijn (bijvoorbeeld ADD of Hoogsensitiviteit) waardoor filters niet goed werken. Alle informatie komt dus binnen (gedachten, geluiden, beelden etc.).

Wat kun je doen aan concentratieproblemen?

  • Creëer een rustige omgeving
    Een rustige omgeving zorgt ervoor dat een kind minder snel afgeleid word. Denk hierbij aan een opgeruimde ruimte en weinig geluid radio of televisie.
  • Zorg voor overzichtelijke situaties en zo min mogelijk prikkels
    De situatie moet voor een kind (met concentratieproblemen) overzichtelijk zijn. Kinderen die snel afgeleid zijn, reageren vaak op alles wat er om hen heen gebeurd. Als bijvoorbeeld overal om het kind heen speelgoed voor het grijpen ligt, zal een kind ook van alles gaan pakken.
  • Vraag niet meer van een kind dan hij of zij aan kan.
    Het is goed om je bewust je zijn van de verwachtingen die je van een kind hebt. Vindt jij bijvoorbeeld dat een kind aan tafel moet blijven zitten tot iedereen uitgegeten is, maar merk je dat dit keer op keer mis gaat? Vraag je dan af of deze eis reëel is. Een kind vind het zelf ook niet leuk als er veel strijd is, dus wellicht vindt een kind het te moeilijk om lang stil te zitten? Een oplossing in deze situatie zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het kind wél aan tafel blijft zitten, maar dat als het zijn/haar bord leeg heeft een spelletje aan tafel mag doen.
  • Geef complimenten als een kind zijn best doet
    Ook als je ziet dat een kind zijn/haar best doet en het lukt niet helemaal, kun je toch een compliment geven. Een kind heeft immers wél zijn best gedaan en door dat te benoemen stimuleer je een kind om dat een volgende keer weer te doen!
  • Als een kind een activiteit wél vol houdt, beloon een kind hier dan voor.
    Door belonen versterk je het zelfbeeld van een kind en dat draagt bij aan een goede ontwikkeling.
  • Zorg voor vaste structuur
    Kinderen met concentratieproblemen hebben behoefte aan veel duidelijkheid. Ze zijn over het algemeen snel afgeleid en er niet altijd bij met hun hoofd. Als ze weten waar zij aan toe zijn, zorgt dit voor rust. Structuur bieden is een breed begrip. Het betekent onder andere dat dingen op dezelfde manier gaan en/of op dezelfde volgorde. Bijvoorbeeld douchen, tanden poetsen, voorlezen, slapen. Veel kinderen vinden het prettig als zij een overzicht hebben van hoe hun dag (of week) gaat verlopen.
Concentratie van kinderen

Concentratie van kinderen

Van de leerkracht op school krijg je te horen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren, terwijl hij thuis heel lang met bijvoorbeeld zijn Lego kan spelen. Hoe kan dit?

De concentratie van kinderen kan soms een probleem zijn. Kinderen hebben moeite om zich langere tijd te concentreren wanneer er sprake is van gedwongen concentratie. De concentratie die nodig is om een opgedragen taak te maken. Deze concentratieduur is bij kinderen veel korter dan bij een vrijwillige concentratie wanneer zelf activiteit is gekozen. Dit maakt het voor ouders daarom lastig te begrijpen als een leerkracht vertelt dat een kind moeite heeft met concentreren.

De leeftijd van een kind speelt ook een belangrijke rol wat betreft de concentratieduur.  Hoe jonger een kind hoe korter een kind zich kan concentreren bij een gedwongen taak. Gemiddeld genomen geldt een concentratie van circa 10 minuten voor een kind van 6 jaar en 20 minuten voor een kind van 10 jaar.

Als je kinderen zelf vraagt waarom het concentreren lastig gaat, krijg je vaak als antwoord dat ze last hebben van andere kinderen.  Veel kinderen zijn gebaat bij een rustige omgeving, maar de klassen worden groter en steeds diverser ingericht. En alle kinderen apart zetten is vaak geen optie. Een kind zelf is erbij gebaat om te leren hoe zich te concentreren in verschillende omstandigheden.

Tips om de concentratie van kinderen te verbeteren.

  • Om de concentratie van kinderen te verbeteren is het belangrijk dat je jezelf rustig voelt. Beweeg en praat langzaam en duidelijk.
    Vaak zijn we juist geneigd steeds harder en sneller te praten om de aandacht te trekken en vast te houden.
  • Geef een compliment als een kind wel geconcentreerd bezig is. Benoem dit helder en duidelijk, bijvoorbeeld, wat mooi dat je de hele bladzijde hebt gelezen zonder te stoppen of wat fijn dat je zo geconcentreerd met je werkje bezig bent.
  • Als een kind zich ongewenst gedraagt geef dan een suggestie hoe het anders kan, dan benoemen wat alweer niet goed gaat. Bijvoorbeeld: “Als je nu je schrift en je pen pakt en begint met deze bladzijde, heb je al een goed begin”.
  • Geef korte opdrachten en duidelijke regels in voor het kind begrijpelijke woorden.
  • Biedt een kind hulp middelen aan om zich beter te kunnen concentreren. Bijvoorbeeld een tangle welke helpt bij concentratieproblemen. Doordat de hersenen een bepaalde mate van alertheid houden.

 

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Het is vervelend als kinderen achterblijft met leren lezen. Als lezen moeilijk gaat beleeft een kind hier ook minder plezier aan. Met alle gevolgen van dien. Wat kun je als ouder doen om je kind te helpen.

Wanneer moet je je zorgen maken bij leesproblemen?  Elke kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. En ook al willen we vaak dat kinderen zich volgens het boekje ontwikkelen. Dit is niet altijd het geval.
Hoe en wanneer kun je als ouders signaleren dat er mogelijk kans bestaat op dyslexie? Al vorens dit kan moet een kind al anderhalf jaar leesonderwijs gehad hebben. In de kleuterleeftijd is het nog niet mogelijk om dyslexie vast te stellen. In deze fase zijn er echter al wel signalen die kunnen wijzen op mogelijke problemen wanneer een kind later in groep drie gaat leren lezen. Je kunt hierbij denken aan:.

  • Spreekt een kind de woorden goed uit?
  • Begrijpt een kind een verhaaltje als ik dat voorlees?
  • Begrijpt een kind de plaatjes bij een verhaal?
  • Kan een kind versjes onthouden? Kan een kind rijmen?
  • Kent een kind de eerste letter van zijn naam?
  • Kent een kind de eerste letters van de namen van familieleden en van bekende woordjes?
  • Heeft een kind belangstelling voor boekjes of briefjes?

In groep twee moeten kinderen alle enkele loze letter kunnen herkennen. In groep drie leert een kind lezen. De volgende vragen geven een beeld van hoe dit voor een kind verloopt:

  • Kent een kind de letters van het alfabet?
  • Kan een kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Is een kind opgewekt als het naar school gaat of van school komt?
  • Zoekt een kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft een kind vaak lichamelijke problemen?
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wat kun je doen als een kind achterblijft met leren lezen?

Wanneer je vermoed dat een kind achterblijf met taal- of leesontwikkeling is het goed dit te bespreken met de leerkracht. Herkent de leerkracht wat jou opvalt.
Scoort een kind beneden het geen van wat hem verwacht mag worden, vraag dan wat de school of de leerkracht aan (extra) begeleiding geeft of kan geven?
Wordt de begeleiding vastgelegd in een handelingsplan? Vraag naar dan naar dit plan.