7 redenen waarom (adhd) kinderen vaak hun huiswerk afraffelen

7 redenen waarom (adhd) kinderen vaak hun huiswerk afraffelen

Huiswerk afraffelen doen veel kinderen. Maar voor kinderen met ADHD kan haasten een voortdurende uitdaging zijn die resulteert in slordig, onjuist of onvolledig werk.
Waarom gebeurt dit? Een belangrijke reden is dat kinderen met ADHD worstelen met executieve functies . Ze vinden het vaak moeilijk om gefocust te blijven, hun tijd te beheren, te wachten en hun werk te controleren.

Ook andere factoren kunnen ook een rol spelen. Kinderen met een ADHD brein kunnen na school uitgeput zijn. Als ze medicatie gebruiken zijn deze uitgewerkt, wat soms voor een dip in hun energie niveau kan zorgen. Een overzicht van veel voorkomende redenen waarom kinderen hun huiswerk afraffelen

1. Moeite om informatie vast te houden

Problemen met het werkgeheugen kunnen het voor kinderen met ADHD moeilijk maken om informatie in gedachten te houden terwijl ze hun huiswerk maken. In plaats van de tijd te nemen om over hun antwoorden na te denken, kunnen ze ze misschien zo snel mogelijk opschrijven voordat ze hun gedachtegang verliezen. Wat kan leiden tot onvolledige of zelfs onjuiste antwoorden.

2. Slechte tijdmanagementvaardigheden

Wanneer kinderen met ADHD meerdere opdrachten hebben, kunnen ze moeite hebben om in te schatten hoeveel tijd ze aan elke taak moeten besteden. Ze kunnen zich ook hyperfocussen op één taak en dan moeite hebben om door te gaan naar de volgende. Als ze een uur aan een opdracht hebben besteed, kunnen ze hun resterende huiswerk misschien sneller afwerken.

3. Moeite om geïnteresseerd te blijven

Kinderen met ADHD hebben moeite met focus en haken vaak snel af als taken vervelend zijn. Geconfronteerd met een werkblad met 25 vergelijkbare wiskundige problemen, zoomen ze er misschien achteloos doorheen omdat ze zich vervelen.

4. Moeite met zelfcontrole

Voor kinderen met ADHD lijkt huiswerk maken eindeloos. Dus het idee om nog langer te zitten om hun werk op fouten te controleren, kan ondraaglijk zijn. Ze denken misschien ook dat het oké is om gewoon hun eerste poging in te leveren, in plaats van meer tijd te besteden aan het controleren op correct -en volledigheid

5. Problemen met zelfbeheersing

Kinderen met ADHD kunnen het moeilijk vinden om uit te stellen wat ze willen, ook al is het beter voor hen om te wachten. Als ze staan ​​te popelen om hun nieuwe videogame te spelen of tv te kijken, maken ze snel hun huiswerk zonder er bij na te denken of zich druk te maken of ze het correct doen.

6. Leeruitdagingen

Kinderen met ADHD hebben vaak ook leerproblemen zoals dyslexie en dyscalculie. Dus bovenop de uitdagingen die ADHD met zich meebrengt, kunnen ze worstelen met het werk zelf. Dat kan ertoe leiden dat ze zich door huiswerk haasten om het achter de rug te hebben.

7. Je verslagen voelen

Worstelen op school kan kinderen uitputten en hun zelfvertrouwen doen verliezen. Na verloop van tijd kunnen ze gaan geloven dat ze het niet zullen ‘snappen’. Of dat ze het niet goed zullen doen, hoe hard ze ook proberen. Als kinderen denken dat het resultaat hetzelfde zal zijn, of ze nu 20 minuten of twee uur aan huiswerk besteden, denken ze misschien niet dat het de moeite waard is om de tijd te nemen om zorgvuldig te werk te gaan.

Als jouw kind zijn huiswerk afraffelt, probeer er dan achter te komen waarom hij of zij dat dit om zo op een goede en fijne manier ondersteuning te kunnen bieden.

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De motivatie en concentratie verhogen van je kind, hoe doe je dat?

De hele dag gemotiveerd en geconcentreerd bezig zijn kan soms nog wel eens lastig zijn voor kinderen. Deze tips kunnen je daarbij helpen.

Concentratie en motivatie hangen sterk met elkaar samen. Iets doen wat je leuk vindt vraagt veel minder, of bijna géén, overredingskracht om gefocust te kunnen blijven. Als de motivatie ontbreekt is concerteren veel lastiger. 

Concentratie verhogen 

1. Prikkelarme omgeving

Het klinkt logisch maar verwijder alles wat af kan leiden. Voor kinderen met (tijdelijke) concentratieproblemen geldt, hoe minder afleiding hoe beter. Zorg daarom zoveel mogelijk voor een prikkelarme omgeving. Dit betekent een opgeruimde werkplek met zo min mogelijk onnodige spullen in het zicht.

Zorg er ook voor dat het zo rustig mogelijk is. Als je meerdere kinderen hebt is dat vaak lastig. Het kan dan helpen om ze verder uit elkaar te zetten. 

Wat helpt bij concentratie problemen

2. Concentratie verhogen door rust

Als kinderen oud genoeg zijn om zelfstandig te werken, laat ze dan alleen op een rustige plek werken. Een stille ruimte zal veelal de concentratie goed doen. Als ze op hun slaapkamer zitten, zorg dan dat deze opgeruimd is zodat ze niet worden afgeleid door speelgoed of andere spullen 

Een voordeel van een eigen ruimte is dat ze niet worden afgeleid door huisgenoten die langs lopen of even pauze houden.

3. Koptelefoon

In een huis vol mensen is het nooit écht stil. Als een kind snel is afgeleid door geluiden kan een koptelefoon uitkomst bieden. Dit kan een gehoorbeschermer zijn of een koptelefoon, bij voorkeur met noise cancelling. Een koptelefoon bied ook uitkomst als een kind zich juist beter concentreert met muziek, omdat hij juist een hoge drempelwaarde heeft

Lees meer over drempelwaarde en concentratie

4. Inspannen en ontspanning

Geen enkel kind houdt het vol om uren achter elkaar geconcentreerd te werken. Zorg voor een afwisseling in denk en doe-taken. Wanneer je zorgt voor een afwisseling in die twee taken, zul je zien dat een kind zijn  concentratie en focus langer vast kan houden. Zorg ook voor voldoende ontspanning door op gezette tijden pauze momenten in te lassen.

Kinderen en tieners kunnen zich gemiddeld 20 tot 30 minuten echt concentreren. Het werkt het beste als het thuislesschema daar op aangepast wordt. Zet eventueel een timer en spreek af dat een kind tot die tijd met een bepaalde opdracht of vak bezig moet zijn.  Zorg tijdens de pauze dat een kind ook echt even van zijn werkplek op staat om buiten te spelen of fruit te eten op een andere plek. Voorkom dat er gegamed wordt op dezelfde plek.

5. Concentratie verhogen door bewegen en frisse lucht

Bewegen heeft een positieve invloed op de concentratie van kinderen.  Tussen het werken door is het dus goed om even te bewegen. Dit kan een wandeling zijn, maar ook een dansje door de kamer is goed en gezellig om te doen. Op school gaan de kinderen in de pauze ook naar buiten, dus probeer dit er thuis ook in te houden (of weer in te krijgen). 

6. Contact met vriendjes

Last but not least, zorg dat  kinderen contact houden met hun klasgenoten. Vaak wordt dit ook vanuit school gearrangeerd, en worden er groepjes gemaakt die via een google meet of teams samen werken. Maar ook samen thuiswerken (op gezette tijden) met een facetime of zoom verbinding, kan motiverend werken. 

Lees meer over voedingstoffen die van grote invloed zijn op het concentratie vermogen

 

Wat je moet weten over linkshandige kinderen

Wat je moet weten over linkshandige kinderen

Tot zestig jaar geleden moesten kinderen die van nature linkshandig waren op school rechts leren schrijven. Linkshandigheid werd gezien als een gebrek. Ook werd het geassocieerd met boosaardigheid, hekserij en de duivel. Tegenwoordig is het gelukkig toegestaan om met je linkerhand te schrijven. Maar een feit is wel dat het voor linkshandige kinderen soms behoorlijk lastig is in een maatschappij die vooral is ingericht op de rechtshandige mens.

Minderheid van de mens is linkshandig

Zo’n 10 tot 15 procent van de mensen is links, ongeacht welke culturele achtergrond ze hebben. Dit percentage is door de jaren heen niet veranderd. Een goede verklaring hiervoor is niet te vinden. Linkshandigheid is voor een deel toeval en voor een deel genetisch bepaald. Twee linkshandige ouders hebben ongeveer 25 procent kans om een linkshandig kind te krijgen.

Omdat de hersenen kruislinks werken, betekent dit dat de rechter hersenhelft de linkerkant van het lichaam bestuurt en vice versa. Bij een linkshandige is dus de rechter hersenhelft beter ontwikkeld. Hierdoor komt bij linkshandigen vaker dyslexie voor.

Lees meer over de linker en rechterhersenhelft

De wereld is voor ingericht op rechtshandige mensen, denk aan scharen, controllers voor videogames, ringbandmappen, leuke plaatjes op een mok die je niet kunt zien als je drinkt. Toch heeft linkshandig zijn zo zijn voordelen.

Linkshandige kinderen zijn vaker natuurlijke leiders

Omdat vrijwel alle apparaten gemaakt worden voor rechtshandigen, hebben linkshandigen veel ongemakken waar ze tegenaan lopen. Dit vraagt om een flexibel opstellen en continu aanpassen. Wetenschappers zijn daarom van mening dat linkshandigen van nature out of the box denken. Dit maakt hen de ideale kandidaat voor hogere en leidinggevende functies. Bekende succesvolle ondernemers en miljoenairs die linkshandig zijn, zijn Steve Jobs, Oprah Winfrey, Mark Zuckerberg, Bill Gates en Barack Obama.

Meer creativiteit

Linkshandige kinderen zijn creatiever, omdat ze in staat zijn om out of de box te denken. Dat houdt in dat ze in staat zijn om veel verschillende ideeën te bedenken en tot meerdere mogelijke oplossingen te komen.  Er zijn veel linkshandige kunstenaars, muzikanten en schrijvers, denk aan Michelangelo, Raphael, Leonardo da Vinci, Renoir.

Grote intelligentie

Mensen die linkshandige zijn hebben snellere en nauwkeurigere ruimtelijke vaardigheden, grotere mentale flexibiliteit en een krachtiger geheugen.  Bij mensen met een linkshandige voorkeur is de rechterhersenhelft (gemiddeld gezien) beter ontwikkeld dan bij rechtshandigen, waardoor ze onder andere meer ruimtelijk inzicht hebben. Daarnaast is het corpus callosum (de hersenbalk) bij linkshandigen groter, wat volgens onderzoekers zorgt voor een betere connectie tussen de twee hersenhelften.  Hierdoor kunnen ze over het algemeen sneller en beter informatie verwerken dan rechtshandigen.

Deze beter ontwikkelde hersenbalk, heeft mogelijk ook te maken met het feit dat linkshandigen moeten leren leven in een wereld waarin alles voor rechtshandigen gemaakt is. Hierdoor worden ze regelmatig gedwongen beide handen te gebruiken, tegen hun linkshandige voorkeur in.
Linkshandige mensen gebruiken hun rechterhand vaker dan rechtshandige mensen hun linkerhand gebruiken. Met als bijkomende voordeel dat je je muis kunt gebruiken en tegelijk iets kunt opschrijven. Maar vijftig procent van de linkshandigen gebruikt bijvoorbeeld een computermuis met hun linkerhand.

De oplossingsgerichtheid van linkshandige kinderen

Omdat linkshandige kinderen gedwongen worden zich aan te passen in een rechtshandige wereld, zijn ze vaak oplossingsgerichter. De wereld is ingericht op de rechtshandige meerderheid, waardoor linkshandige personen op jonge leeftijd manieren moeten vinden om te kunnen meedraaien in de rechtshandige wereld. Denk aan het gebruik van scharen, ringbanden die in de weg zitten bij het schrijven. Linkshandige kinderen leren hier op den duur mee omgaan. Dit betekent dat zij gedwongen worden om naar oplossingen te zoeken en deze ook vinden.

Lees meer over kennis, ervaring en creativiteit 

Dopamine tekort is killig voor je concentratie! Dit kun je eraan doen

Dopamine tekort is killig voor je concentratie! Dit kun je eraan doen

Dopamine wordt ook wel het gelukshormoon genoemd. Het zorgt er namelijk voor dat we ons tevreden en beloond voelen. Dopamine is een stof die hoort bij het beloningssysteem van de hersenen. Wat gebeurt erbij een dopamine tekort?

Wat is dopamine?

Dopamine is een chemische stof die in de hersenen vrijkomt en je een goed gevoel geeft. Het hebben van de juiste hoeveelheid dopamine is belangrijk voor zowel je lichaam als je hersenen. De stof helpt zenuwcellen om berichten naar elkaar te sturen.

Wat doet dopamine?

Dopamine zorgt ervoor dat je plezier, voldoening en motivatie voelt. Op het moment dat er in de hersenen een bepaalde hoeveelheid dopamine wordt aangemaakt, krijg je een heerlijk gevoel van blijdschap en genot, de beloning na een bepaalde lichamelijke inspanning of na het nemen van bepaalde voeding.

Dopamine speelt ook een rol bij het beheersen van geheugen, stemming, slaap, leren, concentratie en lichaamsbewegingen.

Wat gebeurt er als je te weinig dopamine hebt?

Als je een laag dopaminegehalte hebt, kun je minder gemotiveerd en enthousiast zijn over dingen. De centrale taak van dopamine is het doorgeven van informatie uit de hersenen. Wanneer het dopaminegehalte te laag is, zullen bepaalde prikkels onbeantwoord blijven. Dit kan zich onder andere uiten in afnemende concentratie, lusteloosheid en een gebrek aan motivatie. Andere gevolgen van een dopamine tekort kunnen vermoeidheid en geheugenverlies zijn.

Hoe zorg je voor voldoende dopamine?

Gezond eten

Eiwitten zijn heel erg belangrijk voor je lichaam, en speciaal voor de aanmaak van dopamine.
Zorg er daarom voor dat een kind voldoende eiwitten binnen krijgt. Een minder verzadigd vet maar wel goede vetzuren uit vis.
Van fruit zijn bananen, appels en aardbeien een goede keuze, deze bevatten belangrijkste stoffen voor de productie van dopamine.

Voldoende beweging

Lichamelijke inspanning zorgt voor een verhoging van het dopamine niveau, waardoor je je gelukkiger voelt. De dopamine-afgifte is het hoogst is na 20 minuten training, waarna de curve weer daalt.

Voldoende zonlicht

Periodes met weinig blootstelling aan zonlicht kunnen leiden tot een verminderd niveau van dopamine. Blootstelling aan zonlicht kan deze niveaus verhogen.

Voldoende slaap

Dopamine zorgt voor alertheid. Vooral wanneer we wakker worden in de ochtend worden er grote hoeveelheden dopamine aangemaakt. Het dopamine niveau daalt in de avond, wanneer we gaan slapen. Bij een verstoord slaapritme kan het natuurlijke ritme verstoord raken.
Een regelmatig slaappatroon is dus erg belangrijk. Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed en sta op dezelfde tijd op.

Hoeveel slaap heeft een kind nodig op verschillende leeftijden

Luister naar muziek

Luisteren naar muziek kan een leuke manier zijn om de afgifte van dopamine in je hersenen te stimuleren. Het blijkt dat het luisteren naar muziek de activiteit verhoogt in de belonings- en pleziergebieden van de hersenen, die rijk zijn aan dopaminereceptoren

Het is één voor zes | Leren klokkijken best lastig

Het is één voor zes | Leren klokkijken best lastig

Voor heel veel kinderen is leren klokkijken een lastig proces. Ze worstelen met ‘voor’ en ‘over’ en welke wijzer wijst nu wat aan? En dan komt daar niet veel later ook digitale tijd nog bij.  Waarom is het nu zo lastig en hoe kun je kinderen helpen?

Voorkennis benodigd om te kunnen klokkijken

De simpele vraag, hoe laat is het? veronderstelt bij kinderen een heleboel voorkennis. Een analoge klok zit vol valkuilen voor wie er nog niet zo vertrouwd mee is.
Het begint al met de wijzers. Deze hebben verschillende lengte en omloopsnelheden. Wat geeft welke wijzer nu aan. En dan de begrippen voor en over.
Een uur bestaat dan uit twee stukken. Als we zeggen “Het is kwart voor 10” dan hebben we blijkbaar ineens datzelfde uur in vier stukken verdeeld, in kwartieren. En als we zeggen ‘Het is 5 voor 10’ dan is datzelfde uur weer anders verdeeld, namelijk in 60 even grote stukjes. En is het 7 uur ’s ochtends of 7 uur ’s avonds.

Opmerkelijk is wel dat we eigenlijk nooit al die 60 minuten noemen als we kijken op een analoge klok. We tellen tot 14 over 7 en daarna heet het kwart over 7. Vervolgens begint het weer met 14 voor half 8 totdat het half 8 is. Daarna telt het weer door tot 14 over half 8, maar dan wordt het ineens weer kwart voor 8, en zo verder vanaf 14 voor 8 tot 8 uur. Je hoeft op een analoge klok dus nooit verder te kunnen tellen dan tot 14. Maar bij dat tellen tot 14 schuilt wel een addertje onder het gras. Na het hele uur tel je steeds door, 1 over 7, 2 over 7, 3 over 7, enzovoort. Na kwart over 7 tel je echter terug: 14 voor half 8.

Naast het tellen moet een kind goed kunnen omgaan met de plaatsbepalingen voor en over. Met name het woord over is lastig, omdat je eigenlijk ‘na’ bedoelt. Niet alleen moet je weten wat die begrippen betekenen, maar ook kunnen schakelen van de een naar de ander. Is het eerst 14 minuten over, 2 minuten later is het ineens 14 minuten voor. Over wat en voor wat?
Houd dat maar eens goed uit elkaar. 

Neem daarbij dan ook nog het onderscheiden van de wijzers en het herkennen van het juiste uur. Tot het halve uur kijk je waar de kleine wijzer vandaan komt, daarna waar die wijzer heen gaat!. 

Hoe help je een kind met leren klokkijken?

Begin (weer even) bij het begin. Leg uit wat de kleine wijzer doet. De kleine wijzer `loopt` in een uur een klein stukje van de hele cirkel. Wijs op de klok de richting aan waar de wijzer heen beweegt. 
Als een kind dit goed begrijpt, leg je uit wat de groter wijzer doet. De grote wijzer `loopt` in een uur een hele cirkel. Wijs ook weer goed aan welke kant de wijzer op beweegt. 
Herhaal vervolgens nog een keer dat de grote wijzer een grote afstand af legt en de kleine wijzer een kleine afstand aflegt. De grote wijzer draait een heel rondje en de kleine wijzer draait in dezelfde tijd een klein stukje tussen twee cijfers. 

Oefen extra met tellen tot 14 en weer terug .
Ook de begrippen voor en over vragen extra aandacht. 

Om een kind meer besef van tijd te geven kun je fysiek oefenen met een klok.
Teken met stoepkrijt een klok met cijfers op de grond. Laat de wijzers weg. Laat een kind een uur lopend beleven wat de wijzers doen. Een kind met een uur lopen zoals de kleine wijzer dat doet en een uur lopen zoals de grote wijzer dat doet. Deze oefening sluit ook goed aan bij de belevingswereld van een beelddenker.  Een kind ervaart nu de tijd los van het beeld van de afstand die de wijzers afleggen. Het leren klokkijken zal zo beter gaan.

 

 

 

Er zit meer in dan dat eruit komt!

Er zit meer in dan dat eruit komt!

In normale situaties werken onze verbale en performale eigenschappen samen, maar bij een kloof verloopt die samenwerking niet zo vlot. Een kind kan zich dan geen beeld vormen van een bepaalde situatie en kan er daarom niet goed mee omgaan, hetgeen zich op school bijvoorbeeld kan uiten in slechte schoolresultaten.

Het performale IQ zegt iets over hoe iemand praktisch omgaat met kennis. Hoe los je praktisch een probleem op. Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar ook ruimtelijk inzicht.
Het verbale IQ daarin heeft betrekking op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen.

Van een kloof wordt gesproken wanneer de verbale en niet-verbale IQ score van een kind wezenlijk van elkaar verschillen. Dit kan dus twee kanten op gaan: verbaal sterker of performaal sterker.  Een kloof waarbij iemand performaal verbaal hoger scoort dan verbaal is zeldzaam, maar komt voor bij kinderen.

Performaal sterker dan verbaal

Dit is een vrij ongrijpbare kloof voor veel mensen. Een kind denkt namelijk op een hoger niveau dan dat het zich verbaal kan uiten. Het ruimtelijk inzicht, organisatorisch vermogen en detailwaarneming van een kind zijn beter ontwikkeld dan zijn vermogen om zijn gedachten te uiten met taal. Een kind zal mensen verrassen met complexe visueel-ruimtelijke taken en een goed overzicht kunnen houden over de taken die hij krijgt. Tegelijkertijd kan het kind gefrustreerd raken doordat hij zich niet altijd kenbaar kan maken in taal en daardoor regelmatig onderschat wordt.

Een hoge performale intelligentie kan op school voor vertraging zorgen of stagnaties in het leerproces. Een kind maakt gebruik van een denkproces waarbij het via het handelen inzicht verwerft. En ook bij voorkeur handelend tot oplossingen komt.

Een kind wordt veelal aangesproken op het niveau waar het zich verbaal uit. Er zit echter veel meer in een kind dan er zichtbaar is, een kind wordt chronisch onderschat. Dit kan tot hevige frustraties leiden bij een kind.

Hoe kun je kinderen begeleiden bij een dergelijke kloof?

Bij deze kinderen is het belangrijk om te begeleiden door te reflecteren op eigen gedrag in taal en ze uit te blijven dagen op school met ruimtelijke taken. Zo leert een kind zich steeds beter uiten in taal, terwijl hij ook ervaart dat hij vaardig kan zijn op school. Dit succes stimuleert en zorgt er voor dat een kind beter in zijn vel zit.

Wanneer een kind ook moeite heeft met het vinden van woorden kan logopedie uitkomst bieden. Op speelse wijze kan gewerkt worden aan woordvinding en vertelvaardigheid (verhaalopbouw, het leren scheiden van hoofd en bijzaken)

Deze kloof waarbij een kind performaal sterker is, wordt soms vergeleken met beelddenken. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat beelddenken vast te stellen is aan de hand van intelligentiegegevens, omdat de verbale subtests ook op een beelddenk manier kan worden gedaan.

Lees meer over een intelligentie kloof en hoe je een kind het beste hierbij kunt ondersteunen