Auditieve verwerkingsproblemen: Ik hoor je wel, maar luister niet!

Auditieve verwerkingsproblemen: Ik hoor je wel, maar luister niet!

Auditieve functies worden vaak uitgelegd als “wat we doen met wat we horen”. Oftewel het verwerken van geluiden, klanken en spraak. Kinderen met auditieve verwerkingsproblemen hebben moeite met verschillende vaardigheden, benodigd voor het verstaan van mondelinge informatie, terwijl hun gehoor goed is.

Waar aan herken je auditieve verwerkingsproblemen

Voor veel ouders is het herkenbaar dat een kind niet luistert. Lekker doet waar hij zelf zin in heeft. Maar er kan soms sprake zijn van problemen met het verwerken van de informatie die een kind hoort. Er zijn verschillende kenmerken die kunnen duiden op auditieve verwerkingsproblemen:

  • vaak ‘huh’ of ‘wat zeg je?’ zeggen
  • slechthorend is en begeleiding wil voor spraak afzien
  • een achterstand in de spraak en/of taal heeft opgelopen door gehoorproblemen
    gedurende een langere tijd (bv. veel oorontstekingen)
  • mondelinge opdrachten moeizaam begrijpt
  • moeite om mondelinge informatie te onthouden
  • inadequate antwoorden geeft op vragen 
  • moeite heeft om de leerkracht te volgen in een rumoerige klas
  • meerdere mondelinge instructies moeilijk begrijpen
  • moeite heeft met het herhalen van mondelinge informatie in de juiste volgorde

Indien kinderen problemen ondervinden met de auditieve verwerking kunnen er op korte en lange termijn problemen in de ontwikkeling optreden. Wanneer dit probleem niet vroegtijdig wordt herkent kunnen er meer problemen ontstaan. Denk hierbij aan aan spraak- en/of taalproblemen of andere leerproblemen. Deze problemen komen vaak voor in combinatie met andere problemen, zoals slecht presteren op school (ondanks normale intelligentie). Problemen bij het vervullen van klassikale opdrachten, een korte aandachtsboog, snel afgeleid door geluiden of gebeurtenissen in de omgeving. En een slecht ontwikkeld besef van tijd.

Wat te doen bij auditieve verwerkingsproblemen

Een logopedist kan kinderen helpen die auditieve problemen ervaren. Er zijn daarnaast ook dingen die je zelf kunt doen.

  • Spreek duidelijk naar een kind en niet te snel;
  • Maak gebruik van een krachtige intonatie;
  • Benadruk de hoofdpunten, zo is de kans groter dat een kind het belangrijkste onthoud;
  • Breng structuur aan in activiteiten: als een kind weet wat er van hem verwacht wordt, kan hij in die situaties gemakkelijker anticiperen op mondelinge informatie;
  • Controleer of je boodschap is aangekomen, laat een kind in zijn eigen woorden herhalen wat je hebt gezegd;
  • Bespreek samen met een kind en de leerkracht wat de beste plek in de klas is.

Hoe leer je klanken herkennen

Weet jij welke leerstijl jouw kind heeft?

Weet jij welke leerstijl jouw kind heeft?

Ieder kind leert anders. Elk kind heeft zijn eigen leerstijl. Zowel op school als daar buiten. Kolb (een bekende Amerikaanse psycholoog) maakt onderscheidt in abstract of concreet en actief of reflecterend. Dit lever vier combinaties op, die overeenkomt met vier verschillende leerstijlen. Elke leerstijl vraagt een andere manier van stimuleren.

De dromer: analyseren en abstract denken

De dromer wil ‘eerst denken, dan doen’. Hij denkt na over verschillende situaties en probeert zich hierin in te leven. Hierdoor ziet hij vaak meerdere (goede) oplossingen, maar twijfelt over een beslissing. Hij kan zich goed inleven in verschillende situaties en kan een probleem vanuit vele standpunten bekijken. De dromer ziet daardoor vaak sneller oplossingen. Dromers maken en bedenken graag dingen, hier hebben ze echter wel de tijd en ruimte voor nodig.

Hoe stimuleer je de dromer?

Zorg voor verschillende meningen over een probleem, dat stimuleert. Geef dromers de tijd en ruimte om ervaringen te verwerken en hun gevoelens te uiten. Dromers leren het best wanneer de leerkracht de stof met voorbeelden uitlegt. Dromers hebben een hekel aan tijdsdruk. Probeer ze daarom zo min mogelijk onder tijdsdruk werkzaamheden te laten doen.

De denker: waarnemen en overdenken.

Een denker stelt graag onderzoekende vragen. Hij kijkt naar wat er gebeurt en probeert algemene regels daarin te ontdekken, die eventueel met elkaar of met andere ervaringen in verband kunnen worden gebracht. Een denker houdt van logica en redeneren. Een denker leert het beste in gestructureerde situaties. Hij leert het best uit boeken en voordrachten, want die zijn logisch opgebouwd. Denkers kunnen niet goed tegen onzekerheid of wanorde. Ze vragen niet snel om hulp.

Hoe stimuleer je de denker?

Denkers weten graag waarom ze iets leren. Vertel ze dit daarom ook. Een denker heeft orde en rust nodig in de klas, groepswerk is niet echt aan hem besteed. Geef denkers de tijd om zelf het hoe, wat en waarom te ontdekken. Bemoei je niet teveel met een denker. Denkers ervaren dit snel als een inperking van hun ambities.

De beslisser: gestructureerd experimenteren.

De beslisser hakt graag knopen door. De theorie interesseert hem niet zo, wel de oplossing voor het probleem. De beslisser voelt zich goed als hij een stappenplan kan gebruiken om zo stap voor stap het resultaat te kunnen bereiken. Een beslisser leert het meest als hij de kans krijgt om zaken uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert.

Hoe stimuleer je de beslisser?

Help de beslisser om een duidelijke rode draad te herkennen in de leerstof Laat de beslisser zelf een probleem oplossen, geef hem hierbij aanwijzingen en raad. Beslissers leren het best als ze voorbeelden uit de praktijk krijgen. Maak de beslisser duidelijk dat wat hij nu leert, later van pas komt.

De doener: concreet ervaren

Een kind met een uitvoerende leerstijl, wil graag ervaringen opdoen en experimenteren. Als een doener ergens aan begint wil hij ook resultaten zien. Hij werkt graag samen met anderen, komt snel in actie en probeert ook anderen mee te trekken. Een doener kan zich gemakkelijk aanpassen aan nieuwe situaties en onverwachte omstandigheden. Hij kan ongeduldig zijn en gaat snel over tot actie zonder goed na te denken.

Hoe stimuleer je de doener?

Voor een doener is sfeer en menselijk contact heel belangrijk. Je stimuleert een doener door veel samen te doen.
Doeners hebben uitdagingen en spanningsvolle situaties nodig die om snelle keuzes vragen. Ze gaan soms zonder na te denken aan het werk. Evalueer een taak achteraf en help ze hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Geef een doener de nodige tijd en ruimte om dingen uit te proberen.

Om een kind optimaal te kunnen laten leren, is het belangrijk je bewust te zijn van zijn leerstijl. Het is wel goed te wisselen tussen leerstijlen. Zo kunnen kinderen ook andere leerstijlen ontwikkelen. Een leerstijl ligt nooit compleet vast, deze is veranderbaar. Helaas wordt er in het onderwijs vaak onvoldoende rekening gehouden met verschillende leerstijlen. De nadruk ligt vooral op verbale vaardigheden.

Lees meer over leren leren

Verder lezen over hoe kinderen leren

Wil je je verder verdiepen in hoe kinderen leren en ontwikkelen? Deze boeken sluiten mooi aan bij het idee dat ieder kind een eigen manier van leren heeft.

  • Ik kies voor mijn talent van Luk  Dewulf
    Een inspirerend boek over talenten, motivatie en ontdekken waar kinderen van gaan groeien. Het helpt je kijken naar wat een kind wél in huis heeft.
  • Mindset van Carol S Dweck
    Laat zien hoe denken over fouten, oefenen en doorzetten invloed heeft op leren. Een waardevol boek voor ouders en leerkrachten die groei willen stimuleren.
  • Slim maar… van Peg Dawson & Richard Guare
    Geeft praktische inzichten in plannen, organiseren, concentreren en zelfstandig werken. Handig voor kinderen die slim zijn, maar daar nog ondersteuning in nodig hebben.
Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Maak je je weleens zorgen over het lezen van je kind? Misschien merk je dat lezen moeizaam gaat, dat oefenen vaak strijd oplevert of dat je kind het vertrouwen begint te verliezen. Dat kan als ouder best onzeker maken. Je vraagt je misschien af: hoort dit erbij, of heeft mijn kind extra hulp nodig?
Leesproblemen ontstaan om verschillende redenen. Niet ieder kind leert lezen in hetzelfde tempo. Waar het ene kind snel stappen zet, heeft het andere kind meer tijd nodig om vaardigheden te ontwikkelen. Soms is het vooral een kwestie van groeien en een inhaalslag maken.
Er kunnen ook verschillen zijn in de manier waarop het brein informatie verwerkt en leert. Bijvoorbeeld bij dyslexie of andere leerprofielen. Die verschillen verdwijnen niet zomaar, maar dat betekent zeker niet dat een kind niet goed kan leren lezen. Met begrip, de juiste begeleiding en een aanpak die past bij je kind, kunnen kinderen grote vooruitgang boeken en weer vertrouwen krijgen in lezen.

Hoe dyslexie het lezen kan beïnvloeden

Dyslexie is een veel voorkomend leerverschil dat lezen moeilijk maakt. Het kan ook problemen veroorzaken met andere vaardigheden, zoals spelling, schrijven en rekenen.  Kinderen met dyslexie worstelen met decodering . Dit betekent dat ze moeite hebben met het verbinden van lettersymbolen met de geluiden die ze maken. En dat maakt het voor hen moeilijk om vloeiend en nauwkeurig te lezen.
Dyslexie kan ook van invloed zijn op begrijpend lezen.  Een kind heeft moeite om vragen over de tekst die hij heeft gelezen te beantwoorden.

Lees meer over signalen die duiden op dyslexie . En  wanneer je een dyslexietest kunt doen?

Hoe ADHD het lezen kan beïnvloeden

Kinderen kunnen moeite hebben om zich te focussen door hun ADHD brein, met als gevolg leesproblemen. Dit kan vaak zorgen voor problemen met zelfbeheersing, organisatie en andere vaardigheden die de uitvoerende functies worden genoemd. Een belangrijke vaardigheid die ADHD beïnvloedt, is het werkgeheugen. Dit is de mogelijkheid om informatie vast te houden en later te gebruiken.
Problemen met het werkgeheugen kunnen het moeilijk maken voor kinderen om iets te onthouden dat ze net hebben gelezen. Terwijl kinderen werken aan het ontcijferen van één woord, kunnen ze uit het oog verliezen wat eraan voorafging. Dat kan zijn tol eisen bij begrijpend lezen.

Hoe een langzame verwerkingssnelheid voor leesproblemen kan zorgen

Een lage verwerkingssnelheid betekent dat een kind langer nodig heeft om te reageren op informatie.  Veel kinderen met een ADHD- en dyslexie brein hebben dit, maar dit kan ook op zichzelf staan. Net als andere verschillen in leren en denken, heeft het niets te maken met hoe slim kinderen zijn. In plaats daarvan gaat het erom hoe snel ze informatie verwerken.

Kinderen met een lage verwerkingssnelheid hebben vaak meer tijd nodig om woorden en leesregels toe te passen en zo betekenis te geven aan teksten. Kinderen kunnen moeite hebben met het begrijpen van verhalen omdat ze vastlopen in de tekst. En dat kan lezen frustrerend maken.

Wees je ervan bewust dat een “goede lezer” niet per se een snelle lezer hoeft te zijn. Er zijn veel redenen waarom kinderen langzaam lezen . Als je weet waarom een kind langzaam leest, kun je manieren vinden om lezen leuk en minder frustrerend te maken.

Dit zijn enkele van de meest voorkomende leer- en denkverschillen die problemen kunnen veroorzaken bij het lezen. Maar ze zijn niet de enige. Kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met sociale vaardigheden, kunnen moeite hebben om de ‘grotere boodschap’ te vinden in wat ze lezen. Ze kunnen teksten te letterlijk nemen en geen humor of emotie vatten.
Ongeacht de oorzaak van de leesproblemen van een kind, zijn er verschillende manieren om een kind te helpen. Zoek naar boeken die passen bij het leesniveau van een kind. Oudere kinderen houden misschien van graphic novels , waardoor lezen leuker en toegankelijker wordt.

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijvoorbeeld onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!
Verstoorde primaire reflexen kunnen verschillende oorzaken hebben en voor verschillende problemen zorgen.

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Wanneer een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten zijn:

  • moeilijk stilzitten;
  • struikelen, moeite met evenwicht;
  • tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel liggen;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met verstoorde primaire reflexen

Er zijn verschillende oorzaken waardoor reflexen soms niet of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi);
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

Verstoorde primaire reflexen behandelen met ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
www.kinderpraktijkaandedijk.n

4 Sleutels tot een Positief Zelfbeeld bij Kinderen

4 Sleutels tot een Positief Zelfbeeld bij Kinderen

Zelfbeeld is het idee dat je hebt over je eigen mogelijkheden, uiterlijk en persoonlijkheid. Ouders spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van het zelfbeeld van kinderen. De eerste en meeste ervaringen die kinderen hebben zijn met de ouders. Omdat de relatie met de ouders heel intensief is en heel belangrijk voor een kind.
Kinderen kunnen een positief zelfbeeld ontwikkelen als ze vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Successen, mislukkingen en reacties van volwassenen daarop zijn een belangrijke indicator van het zelfbeeld van kinderen.

Wat is het zelfbeeld van kinderen?

Het zelfbeeld hangt nauw samen met de termen zelfvertrouwen en eigenwaarde, deze worden vaak als synoniemen gebruikt.
Ieder mens bouwt een beeld van zichzelf op, hoe dit er precies uitziet is natuurlijk heel persoonlijk.
Een zelfbeeld is subjectief en bestaat uit twee delen: zelfkennis en zelfvertrouwen. Zelfkennis gaat over wat iemand weet van zichzelf, bijvoorbeeld zijn competenties en karakter. Het zelfvertrouwen gaat over het algehele gevoel dat iemand over zichzelf heeft. Hoe iemand over zichzelf denkt, kun je beïnvloeden.
Het zelfbeeld van kinderen bestaat voornamelijk uit de gedragsreflectie van volwassenen en de basiservaringen die in artikel noemen.

Hoe kunnen kinderen een positief zelfbeeld ontwikkelen?

Het zelfbeeld heeft op veel manieren invloed op het gedrag van een kind. Een kind met een positief zelfbeeld vertrouwt op zijn capaciteiten en kan met meer zelfvertrouwen omgaan met uitdagingen en nieuwe ervaringen. Met deze vier tips kun je het zelfbeeld van kinderen positief stimuleren.

1. De liefde niet voorwaardelijk maken

Ouderlijke liefde moet onvoorwaardelijk zijn. Dit is super belangrijk voor het creëren van zogenaamd basisvertrouwen. Een kind dat ervaart dat er voor zichzelf van hem wordt gehouden zonder aan enige voorwaarden te voldoen, heeft een goede start in het leven.
Veiligheid, geborgenheid en de warmte van de ouders jegens hun kind worden ook als niet-onderhandelbaar beschouwd. Wat er ook gebeurt, een kind moet altijd het gevoel hebben dat het een plek heeft waar hij veilig is en gewenst.

Basiservaring: “Ik ben geliefd.”

2. Geef opbouwende en duidelijke feedback

Een kind moet zoveel mogelijk feedback krijgen over zijn acties en capaciteiten. Lof en bekrachtiging hebben een directe invloed op het zelfbeeld.
Een kind leert dat het goed is en dat hij vertrouwen in zichzelf kan hebben. Op deze manier geeft een kind niet meteen op bij onzekerheden en moeilijkheden, maar vertrouwt het op het vinden van een oplossing.

In plaats van een algemene uitspraak als ‘Dat heb je goed gedaan’, zou je de feedback meer gedifferentieerd moeten maken. Wat deed een kind precies goed? Wat voor moeite heeft een kind moeten doen om het resultaat te krijgen?

Niet alleen het resultaat telt, maar ook de manier om daar te komen. Alleen op deze manier kunnen kinderen een positief zelfbeeld ontwikkelen. Maar prijs een kind alleen als er echt een reden voor is.  Te veel lof en voor elk klein ding leidt ertoe dat jouw waardering niet langer serieus wordt genomen.

Basiservaring: “Ik ben ergens goed in en krijg er erkenning voor.”

Meer zelfvertrouwen door de juiste feedback

3. Voorkom devaluaties in het dagelijks leven

Net zoals je positief gedrag versterkt, is het belangrijk om negatief gedrag te ‘verzwakken’. Kinderen hebben regels nodig en moeten leren grip te krijgen op hun negatieve emoties. Anders zullen ze later in het leven en in de samenleving tegen problemen aanlopen. Maar ook hier hangt het af van de weg. Kritiek is prima, zolang het niet overdreven negatief is geformuleerd.

Zinnen als:  “Wees niet altijd zo dom”,  “Kun je iets goed doen! ” en “Het is toch niet zo moeilijk”  zijn kwetsend en diep gegrift in het geheugen van een kind. Dergelijke emotionele schokken in de kindertijd kunnen doorgaan tot in de volwassenheid.
Voortdurende vergelijkingen met andere kinderen of het voorwaardelijke maken van liefde hebben een negatief effect op het zelfbeeld van kinderen.

Geef in plaats daarvan eerst positieve feedback, over wat een kind goed heeft gedaan. Vervolgens kun je een ​​suggestie geven om het ongewenste gedrag te verbeteren.
Voor een positief zelfbeeld is het belangrijk om niet de hele persoon te bekritiseren, maar alleen een bepaald gedrag. Je kunt dit doen door een kind toch het gevoel te geven dat het iets goed heeft gedaan.

Basiservaring: “Ik maak fouten, maar daarom ben ik niet slecht.”

4. Ethische principes als referentiepunt

Een belangrijke opvoedtaak is het overbrengen van normen en waarden aan een kind, waarop het zich kan oriënteren. Deze helpen hem om nu en vooral later zijn weg te vinden in de wereld.

Met alle beproevingen in het leven hebben we allemaal een anker en soms begeleiding nodig. Daarnaast zijn regels en normen significant betrokken bij de gewetensvorming, wat natuurlijk ook bijdraagt ​​aan een positief zelfbeeld van kinderen.

Ze kunnen worden geholpen door hun morele vaardigheden te trainen. Dit betekent in staat zijn om goed van kwaad te onderscheiden en vervolgens een moreel oordeel te vellen. Een populaire oefening is bijvoorbeeld het kind voor een moreel dilemma te stellen en met het kind een oplossing te bespreken.

Basiservaring: “Ik ken normen en waarden die mij oriëntatie bieden”.

7 tips om te bouwen aan meer zelfvertrouwen

bron: netpapa.de

Waarom je kind sommige dingen nooit vergeet (en andere meteen kwijt is)

Waarom je kind sommige dingen nooit vergeet (en andere meteen kwijt is)

Je herkent het vast. Je kind kan zich een gebeurtenis van jaren geleden haarfijn herinneren – wie erbij was, wat er gezegd werd, zelfs wat hij of zij aanhad – maar de lesstof van gisteren lijkt soms al verdampt. Hoe kan dat?

Ons brein heeft een ingebouwd feedbacksysteem. Dat systeem wordt vooral actief als we iets nieuws of onverwachts meemaken. Dan worden onze hersenen wakker, alert en slaan ze informatie veel beter op. En dat is niet alleen bij volwassenen zo, maar juist ook bij kinderen.

Dat gegeven kun je – thuis én op school – heel slim gebruiken.

Een beeld dat blijft hangen

Stel je voor:
Elke ochtend fiets je met je kind dezelfde route naar school. Zelfde fiets, zelfde straat, zelfde huizen. Het gaat bijna automatisch. Je hoeft er niet eens meer over na te denken.

En dan gebeurt er ineens iets onverwachts.
Drie vrolijke clowns steken plotseling de weg over. Met gekleurde ballonnen, luid lachend. Je remt hard, je hart slaat een slag over. Dat ging maar nét goed.

Die ochtend vergeet je nooit meer.

Je herinnert je nog hoe hard het waaide. Welke jas jij aanhad. Misschien zelfs wat je kind zei op dat moment. Van al die andere ochtenden weet je bijna niets meer.

Waarom?
Omdat die ene gebeurtenis bijzonder was.

Het brein wordt wakker van ‘bijzonder’

Precies zo werkt het ook bij leren.

Als informatie gewoon, voorspelbaar en herhaald is, denkt het brein al snel: “Dit ken ik al.” Het doet weinig moeite om het op te slaan. Maar zodra iets opvalt, verrast of nieuwsgierig maakt, gebeurt er iets anders. Dan zegt het brein: “Hé, opletten!”

Bij kinderen werkt dat nog sterker dan bij volwassenen.

Door lesstof of uitleg opvallend, speels of beeldend te maken, wordt het brein actiever. Nieuwe informatie wordt gekoppeld aan wat er al is opgeslagen, waardoor kinderen het sneller en beter onthouden.

Denk maar aan die clowns.

Beelden en associaties: simpel maar krachtig

Misschien herken je dit ook bij jezelf.
Je vergeet steeds namen van mensen. Maar stel je iemand bij een kennismaking eens voor met een enorme grijze baard of met olifantenoren. Grote kans dat je die naam ineens wél onthoudt.

Je maakt het bijzonder.
En precies daardoor blijft het hangen.

Voor veel kinderen – zeker kinderen die sterk in beelden denken – werkt dit fantastisch. Zij denken associatief, leggen snel verbanden en dwalen in hun hoofd makkelijk af. Juist door beelden en verrassingen te gebruiken, sluit je aan bij hoe hun brein informatie verwerkt.

Wat gebeurt er in het brein?

In de hersenen speelt een klein maar belangrijk gebied een hoofdrol bij leren en onthouden: de hippocampus. Die vergelijkt voortdurend nieuwe informatie met wat al bekend is.

Is de informatie hetzelfde? Dan gebeurt er weinig.
Is de informatie anders of verrassend? Dan gaat er een seintje af.

Dat seintje zorgt voor de aanmaak van dopamine – een stofje dat helpt bij motivatie, aandacht en geheugen. Hoe meer dopamine, hoe sterker de verbindingen in het brein worden. En hoe beter informatie wordt opgeslagen.

Kort gezegd:
verrassing maakt leren effectiever.

Waarom alleen herhalen niet altijd helpt

We denken vaak dat herhalen dé sleutel is tot leren. Maar als je een les of uitleg begint met wat al bekend is, kan het brein juist ‘lui’ worden. Het denkt: “Dit weet ik al.” Er komt weinig dopamine vrij en nieuwe informatie komt minder goed binnen.

Dat betekent niet dat herhalen niet belangrijk is – maar het moment waarop doet ertoe.

Wat kun je hier als ouder mee?

Je hoeft geen onderwijsexpert te zijn om dit toe te passen. Kleine dingen maken al verschil:

  • Begin huiswerk eens met iets onverwachts

  • Gebruik humor, beweging of een gek stemmetje

  • Maak sommen of woorden visueel of verhalend

  • Doe iets wat je kind níet verwacht

Een grapje, een gekke hoed, samen even bewegen of een verrassende vraag kan het brein wakker schudden. Daarna is je kind vaak veel ontvankelijker voor nieuwe informatie.

Leren wordt niet alleen effectiever, maar ook leuker.

En misschien wel het belangrijkste:
je sluit aan bij hoe het kinderbrein van nature werkt. 💛