**//sticky ads code//**
Speelt jouw kind voldoende buiten in de winter?

Speelt jouw kind voldoende buiten in de winter?

De voordelen van buitenspelen voor kinderen zijn in elk seizoen aanzienlijk. Zorg ervoor dat je kinderen deze winter zo vaak mogelijk naar buiten gaan. Zowel voor het plezier en de gezondheidsvoordelen die buiten spelen met zich meebrengt. Als ook om de cyclus van schermtijd te doorbreken die tijdens de koudere maanden vaak wat meer is. 

Buitenspelen kan de mentale, emotionele en lichamelijke ontwikkeling van kinderen ten goede komen. Wanneer kinderen buiten spelen op een relatief ongestructureerde manier, genieten ze van de voordelen van “groei en ontwikkeling van de hersenen, het lichaam en het intellect.”

Volgens onderzoek brengt het gemiddelde kind van acht jaar en jonger elke dag ongeveer twee uur en 19 minuten door op een scherm. Kinderen van 10 tot 16 jaar zijn per dag minder dan 15 minuten bezig actief buiten.  En wanneer het winter is komen de meeste kinderen nog minder naar buiten, “ondanks onbetwistbare ontwikkelingsvoordelen van buiten spelen.”

Maar waarom?

Waarom brengen kinderen zoveel minder tijd buitenshuis door als het koud wordt? Maken we ons zorgen dat ze ziek worden? Of dat ze niet weten wat ze voor hun plezier moeten doen? Of dat ze gewoon te koud zijn?

Buitenspelen in de winter vereist iets meer inspanning dan buitenspelen in de lente, zomer of herfst. Je kunt je kinderen niet zomaar de deur uit duwen als het vriest of sneeuwt. Maar met een beetje extra inspanning kan het buitenleven in de winter net zo aangenaam en voordelig zijn voor kinderen als de warmere seizoenen.
Tijdens de koudere maanden zijn we misschien bang voor de veiligheid van kinderen en hebben gemengde gevoelens over het blootstellen van kinderen aan het koude weer. Met een muts, wanten, handschoenen, sokken en geschikte lagen, kunnen kinderen ook buiten komen en genieten van wat frisse lucht.
En als u niet zeker weet of uw kind goed genoeg is uitgerust om buiten te spelen in de winter, vraag het ze gewoon. Ze laten het je weten als ze het koud hebben!

 

Inzicht in de impulsiviteit van je kind

Inzicht in de impulsiviteit van je kind

De meeste kinderen hebben momenten waarop ze handelen zonder na te denken.  Wanneer kinderen impulsief handelen, kunnen ze ten onrechte als onzorgvuldig, gemeen of onbeleefd worden bestempeld. Er zijn manieren om kinderen met impulsiviteit te helpen.

Hoe vaak heb je kinderen zien handelen zonder na te denken? Waarschijnlijk veel. De meeste kinderen hebben momenten waarop ze impulsief zijn en dingen zeggen of doen voordat ze zichzelf kunnen stoppen. Ze kunnen iets ongepast zeggen of na een bal op straat rennen zonder te kijken. Maar hoe zit het met kinderen die niet in staat lijken om de ‘mentale remmen’ op te zetten? Als je kind vaak mensen onderbreekt, dingen pakt en fysieke risico’s neemt, kun je je afvragen waarom dat gebeurt. Is het onvolwassenheid? Een verkeerde inschatting?  Of is je kind (te) impulsief?

Wat is impulsief gedrag?

Wanneer een kind af en toe impulsief is, is dat heel normaal, dit hoort bij alledaags kindergedrag. Maar als het vaak gebeurt, lijkt het wat het eigenlijk is: problemen met zelfbeheersing. 
Impulsiviteit uit zicht niet bij alle kinderen op dezelfde manier. En het gedrag kan veranderen naarmate kinderen ouder worden. Als kinderen impulsief zijn, kunnen ze:

  • Gek of ongepaste dingen doen om aandacht te vragen
  • Hebben ze problemen met het consequent volgen van regels
  • Zijn ze agressief tegenover andere kinderen (slaan, schoppen of bijten komt vaak voor bij jonge kinderen)
  • Hebben moeite om op hun beurt te wachten in gesprekken en games
  • Pakken dingen af van andere mensen of duw in de rij
  • Reageren heftig op frustratie, teleurstelling, fouten en kritiek
  • Willen het laatste woord en de eerste beurt hebben
  • Begrijpen niet hoe hun woorden of gedrag andere mensen beïnvloeden
  • Begrijpen de gevolgen van hun acties niet

Wat kan impulsiviteit bij kinderen veroorzaken?

Kinderen kunnen om veel redenen impulsief zijn. Soms is het echt een kwestie van volwassenheid. Niet alle kinderen ontwikkelen zich in hetzelfde tempo, bij sommige kinderen duurt dit gewoon langer dan bij anderen, voordat ze kunnen stoppen en na denken voordat ze handelen.

Slaapgebrek kan ook reden zijn voor impulsief gedrag, net als stress en frustratie. Wanneer kinderen op school of in het dagelijks leven met iets worstelen, kan zich dit op verschillende manieren uiten. Jonge kinderen hebben niet altijd de woorden om te zeggen wat ze voelen. Ze weten soms niet eens exact waarom ze gestrest of gefrustreerd zijn.

Voor sommige kinderen kan er iets anders zijn dat de impulsiviteit veroorzaakt. Een van de meest voorkomende oorzaken van frequent impulsief gedrag is ADHD . 
ADHD maakt het moeilijk om intense gevoelens te bevatten, zoals woede en verdriet. Als kinderen met ADHD bijvoorbeeld boos worden, schoppen ze misschien tegen het meubilair of zeggen ze iets gemeens, in plaats van rustig te roken.

Er zijn ook psychische problemen, zoals fobieën en stemmingsstoornissen , die kunnen leiden tot impulsief gedrag bij kinderen.

Mensen oordelen vaak snel impulsieve gedrag van een kind.  Als een kind bijvoorbeeld een grove opmerking maakt, denken mensen snel dat dit onvriendelijk bedoelt is. Maar in veel gevallen, zoals bij ADHD, willen kinderen niet onbeleefd of agressief zijn. Ze hebben echter meer hulp en oefening nodig om na te denken voordat ze iets zeggen of doen. 

Hoe je kinderen kunt helpen impulsiviteit te beheren

Er zijn veel manieren om je kind te helpen. Een goede plek om te beginnen is om aantekeningen te maken over wat je thuis ziet. Het kan je een beter idee geven waarom je kind het misschien moeilijk heeft.
Impulsiviteit kan ook verband houden met frustratie.

Worstelen met impulsiviteit kan invloed hebben op hoe kinderen zich over zichzelf voelen. Leg je kind uit dat veel mensen deze uitdagingen hebben en dat zelfbeheersing kan verbeteren als je daar aan werkt. Praat over de sterke punten van een kind en vergeet niet om zelfs kleine overwinningen te vieren terwijl een kind aan zelfcontrole werkt.

Het verbeteren van zelfbeheersing kan ervoor zorgen dat kinderen zich beter over zichzelf voelen. 
Sommige kinderen kunnen het niet helpen impulsief te zijn, maar ze kunnen manieren leren om het te beheersen.

bron: understood.org

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Regelmaat is erg belangrijk voor kinderen en helemaal voor beelddenkers. Een typisch kenmerk van een beelddenkers is dat zij als het ware “niet in de tijd, maar in de activiteit” leven. Tijd zegt ze daarom niet zo veel. Hoe help je een kind om toch meer tijdsbesef te krijgen?

Het tijdsbesef van beelddenkers

Beelddenkers denken vaak meer tijd ter beschikking te hebben dan er feitelijk is. Ze komen vaak te laat, schatten tijd verkeerd in en hebben geen idee welke dag of maand het is.
Kinderen hebben geen besef van hoe lang iets duurt, of hoeveel tijd ze nog nodig hebben. Laat staan dat ze kunnen inschatten wanneer ze een zee van tijd hebben en wanneer ze zich moeten haasten. Een tijdschema kan al veel helpen. Hiermee heeft een kind een overzicht van de taken die het nog allemaal moet doen

Door regelmaat krijgt tijd betekenis

Regelmaat is het tovermiddel om (beelddenkende) kinderen rustiger te laten worden. Maak de tijd voorspelbaar door er regelmaat in te bouwen en door duidelijk de verschillende momenten aan te geven en zo te houden. Bijvoorbeeld nu is is het tijd om aan te kleden,  etenstijd, sporten of tijd om te spelen.
Een dagritme kaart kan hierbij helpen. Geef in beelden of symbolen aan wat wanneer wordt gedaan, in welke volgorde. Zorg ervoor dat het bord op een plek hangt welke een kind zelf kan zien.
Het zichtbaar maken van de activiteiten stimuleert tevens de verantwoordelijkheid voor taken. Het vergroot de betrokkenheid binnen het gezin. Iedereen ziet de dagindeling en elkaars activiteiten. Waardoor er meer tijd is voor gezelligheid en een positieve ‘vibe’ binnen het gezin.

Aankondigen van de tijd

Het is niet altijd eenvoudig om kinderen die druk aan het spelen zijn, aan het werk te krijgen of gewoon te doen stoppen. Kinderen hebben, net als volwassenen ook de tijd nodig om iets af te ronden. Belangrijk is daarom het stop-moment duidelijk en eventjes op voorhand aankondigen. Een kookwekkertje kan hierbij een hulpmiddel zijn. Maak 10 tot 15 minuten voor het einde, de afspraak met het kind, dat het nog even verder mag spelen, tot de wekker afloopt.

Woordenschat ontwikkeling | Hoeveel woorden leren kinderen per jaar?

Woordenschat ontwikkeling | Hoeveel woorden leren kinderen per jaar?

Woordenschat ontwikkeling heeft betrekking op het leren van nieuwe woorden en begrippen. Bij start van de basisschool hebben kinderen een productieve basiswoordenschat van 2000 woorden nodig om de communicatie op school te kunnen volgen en er aan deel te nemen.

De receptieve woordenschat (de woorden welke een kind begrijpt, maar nog niet productief kunnen worden gebruikt) is groter, naar schatting 3000 woorden. Tot en met het achtste jaar komen daar ongeveer 600 woorden per jaar bij en van het negende tot het twaalfde jaar tussen de 1.700 en 3.000 per jaar. Op twaalfjarige leeftijd hebben kinderen de beschikking over ongeveer 17.000 woorden. Volwassene hebben gemiddeld een woordenschat van zo’n 50.000 tot 70.000 woorden.

Een kind leert de meeste nieuwe woorden en hun betekenis in incidentele situaties. Een kind neemt geen woordenboek door om nieuwe woorden te leren, maar hij komt in situaties terecht waar hij tegen nieuwe woorden aanloopt en daar de betekenis nog niet van weet.  Op school zijn er wel bewuste momenten waarop een kind nieuwe woorden leert.

Woordenschat ontwikkeling van kleuters

Op de kleuterschool wordt veel tijd besteed aan het uitbreiden van de woordenschat. Men laat een kind vertellen over een boek of onderwerp. Een kind hoort of ziet nieuwe woorden. Maar ook door de feedback van de leerkracht en klasgenoten leert hij nieuwe woorden. Kinderen leren steeds meer woordbetekenissen en betekenis aspecten van één woord , bijvoorbeeld: vis, goudvis, vissenkom.

Woordenschat ontwikkeling op de basisschool

In de groep 3, 4 en 5  is veel aandacht voor de uitbreiding van de woordenschat. Kinderen kunnen steeds doelgerichter de betekenis van woorden afleiden in taaluitingen in en buiten de klas. Daarbij leren ze strategieën gebruiken waarbij ze de betekenis van woorden afleiden uit de context. Ook krijgen ze oog voor betekenisrelaties. Ze leren bijvoorbeeld dat een auto een voertuig is en dat een raceauto een soort auto.  In deze periode gaan kinderen ook figuurlijk taalgebruik begrijpen (pikzwart, in een deuk liggen). Een spreekbeurt en het maken van een werkstuk zijn belangrijke manieren om de woordenschat uit te breiden. Bij de voorbereiding leert  een kind veel nieuwe woorden. Kinderen gaan ook steeds meer uitdrukkingen leren zoals “nu komt de aap uit de mouw” of spreekwoorden “de appel valt niet ver van de boom” .

Tips om kinderen nieuwe woorden te leren

Een kind is van nature uit al heel nieuwsgierig en vraagt vaak wat een woord betekent. Een kind moet ook niet teveel nieuwe woorden in één keer aangeboden krijgen. Het werkt frustrerend voor een kind om steeds woorden niet te kennen. Het aanbieden van nieuwe woorden dient op een natuurlijke manier te gaan.

  • Wanneer een kind een nieuw woord tegenkomt, kun je een plaatje van het voorwerp laten zien. Zo kan hij er een beeld aan koppelen;
  • Gebruik synoniemen! Een synoniem is een ander woord voor het woord dat u wilt uitleggen, maar wat hetzelfde betekent. praktisch, dat betekent hetzelfde als handig;
  • Ook kun je bepaalde bewegingen uitbeelden. Bijvoorbeeld ‘joggen’‘sluipen’ en ‘balanceren’. Of een omschrijving geven van het woord. Daarbij leg je uit hoe het voorwerp eruit ziet of aanvoelt;
  • Interactief voorlezen helpt de woordenschatontwikkeling van jonge kinderen. Door boeken en verhalen komen kinderen in aanraking met veel nieuwe woorden die ze in hun dagelijkse leven niet zo gauw tegenkomen;
  • Met woordkaartjes kunnen kinderen allerlei spelletjes en oefeningen doen waardoor zij de relatie tussen de vorm (schriftelijk of mondeling) en de betekenis van een woord oefenen. Kinderen kunnen de woordkaartjes zelf maken op kleine kartonnetjes. Op de ene kant schrijven ze het woord en op de andere kant de betekenis. 
Er zit meer in dan dat eruit komt!

Er zit meer in dan dat eruit komt!

In normale situaties werken onze verbale en performale eigenschappen samen, maar bij een kloof verloopt die samenwerking niet zo vlot. Een kind kan zich dan geen beeld vormen van een bepaalde situatie en kan er daarom niet goed mee omgaan, hetgeen zich op school bijvoorbeeld kan uiten in slechte schoolresultaten.

Het performale IQ zegt iets over hoe iemand praktisch omgaat met kennis. Hoe los je praktisch een probleem op.  Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar ook ruimtelijk inzicht.
Het verbale IQ daarin heeft betrekking op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen.

Van een kloof wordt gesproken wanneer de verbale en niet-verbale IQ score van een kind wezenlijk van elkaar verschillen. Dit kan dus twee kanten op gaan: verbaal sterker of performaal sterker.  Een kloof waarbij iemand performaal verbaal hoger scoort dan verbaal is zeldzaam, maar komt voor bij kinderen.

Performaal sterker dan verbaal

Dit is een vrij ongrijpbare kloof voor veel mensen. Een kind denkt namelijk op een hoger niveau dan dat het zich verbaal kan uiten. Het ruimtelijk inzicht, organisatorisch vermogen en de detailwaarneming van het kind zijn beter ontwikkeld dan zijn vermogen om zijn gedachten te uiten met taal. Dit kind zal mensen verrassen met complexe visueel-ruimtelijke taken en een goed overzicht kunnen houden over de taken die hij krijgt. Tegelijkertijd kan het kind gefrustreerd raken doordat hij zich niet altijd kenbaar kan maken in taal en regelmatig onderschat wordt.

Een hoge performale intelligentie kan in de onderwijssituatie vertraging of stagnaties in het leerproces veroorzaken, omdat het kind gebruik maakt van een denkproces waarbij het via het handelen inzicht verwerft en ook bij voorkeur handelend tot oplossingen komt.

Een kind wordt veelal aangesproken op het niveau waar het zich verbaal uit. Er zit echter veel meer in  een kind dan er zichtbaar is, een kind wordt chronisch onderschat. Dit kan tot hevige frustraties leiden bij een kind .

Hoe ga je hier mee om?

Bij deze kinderen is het belangrijk om te begeleiden door te reflecteren op eigen gedrag in taal en ze uit te blijven dagen op school met ruimtelijke taken. Zo leert een kind zich steeds beter uiten in taal, terwijl hij ook ervaart dat hij vaardig kan zijn op school. Dit succes stimuleert en zorgt er voor dat een kind beter in zijn vel zit.

Wanneer een kind ook moeite heeft met het vinden van woorden kan logopedie uitkomst bieden. Op speelse wijze kan gewerkt worden aan woordvinding en vertelvaardigheid (verhaalopbouw, het leren scheiden van hoofd en bijzaken)

Deze kloof waarbij een kind performaal sterker is, wordt soms vergeleken met beelddenken. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat beelddenken vast te stellen is aan de hand van intelligentiegegevens, omdat de verbale subtests ook op een beelddenk manier kan worden gedaan.

School doodt creativiteit van kinderen!

School doodt creativiteit van kinderen!

School doodt de creativiteit van kinderen, volgens een studie van onderzoeker Ken Robinson. Of anders gezegd, in plaats van hen te helpen om hun vermogen om een probleem vanuit verschillende invalshoeken te bekijken, leggen scholen gevestigde denkpatronen op kinderen.

Om zijn theorie te bewijzen, vroeg Robinson aan 1.500 schoolkinderen, op welke manier een paperclip te gebruiken is. Een vraag die op talloze manier te beantwoorden is. De overgrote meerderheid – 98% – van de kleuterschool kinderen toonde ‘genie’ tekenen van lateraal denken. Maar dit percentage daalt tot 30% voor de leeftijdsgroep 8-10 jaar en is slechts 12% van de 13-15-jarigen. Als oorzaak draagt hij de methodes in de klas aan, waarvan sommige dateren uit de negentiende eeuw, vanaf het moment van de industriële revolutie. Deze methoden moeten nu als achterhaald worden beschouwd, in een tijd dat er meer creativiteit dan ooit wordt verwacht.

Ken Robinson pleit voor een onderwijssysteem dat creativiteit koestert in plaats van ondermijnt. Organisaties over de hele wereld geven aan behoefte te hebben aan creatieve mensen die zich snel kunnen aanpassen aan veranderingen. Het onderwijs draagt hier onvoldoende aan bij.

Kinderen zijn van nature creatief

Robinson vertelt in zijn TED talk het verhaal van een meisje die een tekening maakt. Haar docent vraagt wat ze aan het tekenen is.

“Ik maak een tekening van God”. Waarop haar docent zegt: “Maar niemand weet hoe God eruit ziet”. Het meisje reageert: “Oh, maar dat weten ze wel zodra ik klaar ben!

Met dit prachtige verhaal maakt Robinson het punt dat kinderen niet bang zijn om fouten te maken. Kinderen proberen van alles en het komt simpelweg niet bij hen op dat je niet creatief zou kunnen zijn. Dat is iets wat kinderen leren gedurende hun schooltijd.

Picasso heeft ooit gezegd, alle kinderen zijn geboren kunstenaars, het is de kunst om dit te blijven als we opgroeien.

Onderwijssysteem

Robinson stelt dat creativiteit op scholen even belangrijk is als lezen en schrijven en  behandeld dient te worden met dezelfde status”. Elk onderwijssysteem heeft echter dezelfde hiërarchie van belangrijkheid, met wiskunde en talen aan de top, dan geesteswetenschappen. Ergens onderaan komt kunst. Beeldende kunst en muziek hebben dan weer een hogere status dan drama en dans. Robinson vraagt zich af waarom dans niet dagelijks wordt onderwezen op school. Dat is omdat het onderwijs is gericht op academische bekwaamheid. De systemen zijn tot stand gekomen, omdat deze vakken vroeger het meest nuttig zijn voor het vinden van werk op latere leeftijd.

De meeste scholen leiden niet op voor morgen of zelfs voor vandaag; ze leiden onze kinderen op voor gisteren. Ze bereiden onze kinderen niet voor op werken en leven in de huidige maatschappij. Wie heeft nog een baas die ’s morgens invuloefeningen op je bureau komt leggen?