**//sticky ads code//**
Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Het kan voor kinderen soms moeilijk zijn om zich te concentreren. Ze worden afgeleid, vinden iets moeilijk of hebben iets minder goed geslapen. Er kunnen veel redenen zijn waarom concentreren even niet lukt. Maar wat nou als het concentratie probleem van een kind eigenlijk een motivatie probleem is.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten
kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

kind-concentratieOf is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Door Anniek Oosting van lichtflits

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijv. onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!

Daarentegen behoren primaire reflexen zich rond de leeftijd van ca. 2 jaar volledig volgens een bepaald patroon in het lichaam te hebben geïntegreerd en zijn dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, leren, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a.het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn (of opnieuw actief zijn geworden) wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Als een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan dan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten, problemen die hierdoor kunnen ontstaan zijn o.a.:
Een kind:

  • Kan niet stilzitten
  • Struikelt veel, heeft moeite met evenwicht
  • Ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel.
  • Hangt onderuit in zijn stoel.
  • Heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd of zit in een W-zit
  • Is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht.
  • Bijt op z’n pen, nagels of duimt etc.
  • Plast nog regelmatig in zijn broek
  • Is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om.
  • Is onzeker, faalangstig
  • Wordt gepest of pest zelf
  • Loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk)
  • Heeft zijn emoties niet in balans.
  • Klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken
  • Heeft een zwakke pen greep
  • Schrikt van harde geluiden
  • Slaapt slecht
  • Heeft moeite met concentreren.

Problemen met reflexen

Hoe komt het dat de reflexen soms niet, gedeeltelijk of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • Problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede.
  • Emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap.
  • Onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn.
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi)
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd. Hierdoor kunnen primaire reflexen weer geactiveerd worden.

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels.. Bij een pasgeboren baby kun je deze herkennen wanneer er een onverwachte beweging of geluid gemaakt wordt. De baby ademt snel in en zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar.
De Moro is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strekreactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

 De behandelmethode ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
Kinderpraktijk aan de Dijk (www.kinderpraktijkaandedijk.nl) werkt reflex integratie methodes:

Wanneer naar groep drie?

Wanneer naar groep drie?

Kinderen die voor 1 oktober zes jaar werden, mochten tot 1986 standaard door naar de basisschool en de rest bleef op de kleuterschool. Tegenwoordig is dat anders, ouders en leerkracht bepalen samen of een kind toe is aan groep drie.

Bij sommige kinderen is het heel duidelijk. Ze kunnen al een beetje lezen, hun naam schrijven en simpele sommetjes maken. Een andere groep kinderen kan nog niet lezen en schrijven maar gaat toch ook mee naar groep drie.
Het blijkt dat  uit beide groepen kinderen zijn, die zich prima redden in groep drie, maar er zijn ook in beide groepen kinderen die het niet zo gemakkelijk hebben eenmaal in groep drie

Hoe wordt bepaald of een kind toe is aan groep drie?

Hoe een kind zich ontwikkelt wordt bepaald door de rijping van het centraal zenuwstelsel en door de stimulans van de omgeving. De ontwikkeling en groei van het centrale zenuwstelsel omvat onder andere de ontwikkeling en groei van de hersenen en het ruggenmerg.
Het moment waarop een kind over voldoende basisvaardigheden beschikt in motoriek, taal en waarneming kan per kind wel twee jaar verschillen. Het ene kind verwerft ze al rond zijn vijfde, een ander kind pas veel later op zeven jarige leeftijd.
Ieder kind volgt zijn eigen ontwikkeling en groeiproces, ouders moeten hierin een balans zien te vinden tussen stimuleren en laten groeien.

Sociaal emotionele aspecten.

Goed mee kunnen komen in groep drie, vraagt meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Ook sociaal-emotioneel moet een kind toe zijn aan groep drie. Maar wat houdt dit in?

Concentreren

Het is belangrijk voor een kind om zich te kunnen concentreren. Van een kind wordt verwacht dat hij zich tien minuten achter elkaar kan concentreren op een taak, ook als hij deze niet leuk vindt.
Ongedwongen kunnen kinderen zich meestal wel concentreren, bijvoorbeeld als ze spelen met hun favoriete speelgoed, dit betekent echter nog niet dat een kind zich ook kan concentreren op een moeilijke en niet zo leuke opdracht. Een kind moet enige taakgerichtheid laten zien en moet enige tijd stil kunnen zitten.

Zelfstandig en zelfvertrouwen

Kinderen in groep groep drie moeten zelfstandig kunnen werken. Na een gegeven instructie moet een kind zelfstandig aan de slag kunnen gaan met een opdracht. Een kind moet dus enig (zelf)vertrouwen hebben in het eigen kunnen.

Verbaal

Eenmaal in groep drie moeten kinderen een logisch en verstaanbaar verhaal kunnen vertellen. Daarnaast moet een kind aandachtig kunnen luisteren naar instructies en deze kunnen begrijpen en onthouden.

Weerbaar

Voor het goed kunnen functioneren in een groep is het van belang dat een kind weerbaar is. Er komen veel nieuwe dingen op een kind af, veel nieuwe leerstof. Er worden  nieuwe eisen aan een kind gesteld en een hij belandt vaak in een nieuwe groep, vanuit de combinatie groep 1/2 wordt één groep drie samengesteld
Een kind moet goed kunnen functioneren in een groep om zich prettig te voelen in groep drie.

Testje: is mijn kind eraan toe om te leren lezen?

Volgens Ewald Vervaet (Ontwikkelingspsycholoog en docent) kun je op een redelijk simpele manier bepalen of een kind klaar is voor groep 3.
Neem twee dezelfde doorzichtige flessen en vul deze met gekleurde limonade. Een van de flesjes houd je scheef onder een hoek van 45 graden. Vervolgens teken je de lege flesjes op een papier en vraagt een kind de limonade erin te tekenen. Een kind dat nog niet toe is aan lezen, zal de streep in het schuine flesje niet horizontaal maar schuin of verticaal tekenen. Een kind dat wel toe is aan lezen – de gemiddelde leeftijd is 6,5 jaar – zal de beide lijnen horizontaal tekenen.

toe aan groep 3

 

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.
Wie is er gebaat bij zittenblijven?

Wie is er gebaat bij zittenblijven?

In deze periode van het jaar speelt voor diverse kinderen en ouders het dilemma: overgaan naar de volgende groep of zittenblijven

Veel studies tonen aan dat doubleren meestal niet zinvol is. Het lijkt soms alsof we er vanuit gaan dat de ontwikkeling van kinderen lineair en stapsgewijs verloopt, dat lesstof uit het ene jaar voorwaardelijk is voor het begrijpen van lesstof van het daaropvolgende leerjaar.

“Het eerste jaar nadat een kind is blijven zitten, presteert hij vaak beter. Dat is logisch, want hij doet alles voor de tweede keer. Na een aantal jaren zakt de zittenblijver toch weer terug naar het niveau van voor doubleren”, Hans Luyten, onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Twente. Met andere woorden: zittenblijven helpt niet.

Voordelen van zittenblijven

In het boek Samen tot aan de meet  geven Vlaamse docenten aan zittenblijven zeer zinvol te vinden. Zij gaan er vanuit dat zittenblijven een noodzakelijke maatregel is om ervoor te zorgen dat kinderen met een leerachterstand niet nog verder achter raken. Zittenblijvers kunnen bijgespijkerd worden zodat hun verdere schoolcarrière vlotter zal verlopen. Bovendien veronderstellen voorstanders dat zittenblijven het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen helpt te vergroten. “De status in de nieuwe klas is vaak hoger”, bevestigt de Nederlandse onderwijsonderzoeker Luyten. “Nadat een kind is blijven zitten, wordt hij vaak de oudste van de klas. Dan wordt er tegen het kind opgekeken.”

Als zwakke(re) kinderen doubleren worden klassen homogener, waardoor leraren efficiënter instructie zouden kunnen geven, moeilijkere lesstof kunnen behandelen en beter tegemoet kunnen komen aan individuele leervragen van kinderen

Waarom niet doubleren

Een tegenargument voor doubleren is het ontbreken van voldoende uitdaging voor een kind. Een kind gaat zich vervelen wat tot gedragsproblemen kan leiden.
International onderzoek heeft uitgewezen dat doubleren op korte termijn een gunstig effect heeft op de school resultaten. Maar op lange termijn heeft zittenblijven eerder een negatief effect: naarmate de leerjaren vorderen, doen zittenblijvers het minder goed dan net zo zwak presterende vroegere klasgenoten die wel normaal zijn doorgestroomd.

Luyten noemt zittenblijven een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen. “Je hoort vaak dat leraren zeggen: Mijn leerling is nog zo speels, dus heb ik hem laten zitten. De vraag is of dat extra jaar voor speelsheid echt nodig is. Zou je niet iets anders kunnen bedenken waardoor de leerling toch weer aanhaakt? Dat kan wel, maar dat kost extra tijd en aandacht en dat is waar de schoen wringt.” Volgens Luyten moet er extra maatwerk geleverd worden om zittenblijven tegen te gaan. “Dat vraagt om een cultuuromslag.” Wie er nu echt baat heeft bij zittenblijven? “Zittenblijven maakt het werk voor de leerkracht makkelijker.”
Motivatiepsy­choloog Willy Lens pleitte er in het Vlaamse tijdschrift Klasse voor oud­ers  voor zitten ­bli­jven zo veel mogelijk te ver­mi­j­den. Doubleren is volgens hem alleen zinvol als de oorzaken van de slechte resultaten in het jaar dat wordt overgedaan zijn op te lossen. Als voorbeeld noemt hij een jaar extra kleuteren indien het kind nog niet ‘school­rijp’ is.

bron: aob.nl en nivoz.nl

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

Wanneer we omgaan met verschillen impliceert dit, dat er sprake is van bepaalde normen waarvan wordt afgeweken. Hierdoor ontstaan begrippen als zorgkind of kinderen met een `achterstand´, want we willen dat kinderen aan de norm of het gemiddelde voldoen.
Wanneer we uitgaan van verschillen betekent dit dat we kinderen zien als unieke personen in ontwikkeling. Elk kind is ergens goed in!

Ieder kind is uniek

Ieder kind heeft zijn eigen karakter en mogelijkheden. Een kind wil zich graag ontwikkelen en doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Hierin onderscheiden kinderen zich van elkaar. Ieder kind is anders en valt niet te vergelijken met een ander kind. Maar voor ieder kind is het belangrijk, gelukkig te zijn en om gewaardeerd te worden om wie hij is. Op deze manier kan een kind het beste tot ontwikkeling komen. Kinderen moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Hoe ga je er mee om?

Het gaat om een andere benadering. We kunnen kinderen helpen beter te worden door hun innerlijke kracht te ontwikkelen.

Helaas ontdekken veel mensen pas na hun schooljaren wat hun talenten zijn. Sommige mensen leiden hun leven zelfs zonder zich ooit bewust te zijn van hun eigen innerlijke kracht. Het is goed om jonge mensen dit te laten ontdekken. Wanneer kinderen leren waar ze goed in zijn, zijn ze later in staat om het verschil te maken.

Beter worden in wat je minder goed kan!

Het is merkwaardig dat we veel tijd en energie steken in datgene waar kinderen niet goed in zijn. Dit komt omdat we denken vanuit een referentiekader waar kinderen aan moeten voldoen. Heeft het zin om veel aandacht te besteden aan de ‘zwakke’ kanten van een kind. We doen ons best om het verschil te verkleinen en de ervaring leert dat dat weinig energie, voldoening of effect oplevert.

Worden we gelukkig van hoge cijfers en goede rapporten of worden we gelukkig als we in harmonie kunnen leven met wie we werkelijk zijn, met benutting van onze talenten en met kennis van onze tekortkomingen. We worden gelukkig als we onze sterke punten kunnen ervaren.

Waarom vooral energie stoppen in van ‘vijfjes’ ‘zesjes’  maken. Hoe gelukkig wordt je ervan om van ‘zevens’ ‘achten’ te maken!

Help kinderen om hun talenten te ontdekken en daar gebruik van te maken.