Jong geleerd is oud gedaan! Over ruzie en communiceren.

Jong geleerd is oud gedaan! Over ruzie en communiceren.

Een ruzie proberen op te lossen vanuit boosheid of verdriet. We hebben hier allemaal weleens mee te maken. Wanneer we reageren vanuit deze emoties heeft dit invloed op onze verbale (taal) en non-verbale (lichaamshouding) manier van communiceren. We worden niet gehoord en zo kan het zelfs agressie oproepen. Een oplossing is ver te zoeken. Over ruzie en communiceren

Kinderen hebben vaker met conflicten te maken. Zij zijn zich op cognitief en sociaal gebied volop aan het ontwikkelen. Binnen hun ontwikkeling zijn dit dan ook situaties waarvan zij veel kunnen leren.
Naast mijn eigen praktijk ben ik 1 keer in de week als vrijwilliger werkzaam als overblijf (grote pauze) op een lagere school.
Deze week kwam er een jongeman (jongen 1) van ongeveer 10 jaar, boos en verdrietig naar mij toe. Hij vertelde mij dat hij een Pokémon kaartje had geruild voor 2 kaartjes, hij had de twee kaartjes al gegeven, maar zijn klasgenootje (jongen 2) wilde dat ene kaartje niet geven.

Opties om te benaderen:

  1. Ik kan helemaal meegaan in het verhaal (inclusief boosheid) van jongen 1. Zo zou ik geen aandacht hebben voor het verhaal van jongen 2. In de ogen van beide jongens kies ik partij voor jongen 1. Kortom, een gesloten eenzijdig contact.
  2. Door met een neutraal, rustige houding de situatie te benaderen, probeer ik vertrouwen en respect uit te stralen. Dit gevoel van vertrouwen biedt kans het patroon waar zij zich in bevinden te doorbreken. Zo creëer je een open en eerlijk contact. Een bodem van waaruit de jongens samen een oplossing kunnen bedenken.

Hoe doe je dat dan ruzie en communiceren

Mijn voorkeur ging uit naar optie 2!
Ik vertelde jongen 1 dat het goed is dat hij met zijn verhaal en woede naar mij toe is gekomen, dat het vervelend is, maar dat er vast een oplossing voor gevonden kan worden. Zo zochten we samen zijn klasgenootje (jongen 2), die boos was weggelopen.
Toen we bij elkaar stonden riepen de beide jongens, boos en verontwaardigd, van alles naar elkaar.
Ik onderbrak de jongens in hun woede. Vroeg ze hoe de boosheid voelde. Beide jongens gaven aan het geen fijn gevoel te vinden.
Vervolgens legde ik aan de jongens uit dat je elkaar niet kunt verstaan als je schreeuwt.
Dus, ik liet ze om de beurt vertellen……
Zo vertelden ze o.a. dat het ene bewuste kaartje een waardevol kaartje is. Dat de jongen 1 had besloten er 2 kaartjes voor te willen geven.
Jongen 2 voelde zich voor het blok gezet omdat jongen 1 het niet goed had overlegd. Het kaartje was minstens 3 kaartjes waard!

“Oké, omdat jullie nu rustig reageren en luisteren naar elkaar, is er heel veel duidelijk geworden”, vertelde ik de jongens, en vatte het nog even voor ze samen.

Hierna vroeg ik de jongens of ze samen een oplossing zouden kunnen bedenken.
Aarzelend vertelde jongen 1 dat het speciale Pokémon kaartje inderdaad meer waard is dan twee kaartjes. Hij zou er best 1 kaartje extra voor willen geven. Ook gaf hij aan anders zijn 2 kaartjes terug te willen.
Oké, de jongens hebben samen twee opties bedacht:

  • Twee kaartjes terug en de ruil gaat niet door.
  • Een derde kaartje in plaats van 2 en de ruil gaat door.

De jongens besloten samen dat één kaartje extra een goed plan is.
Met vertrouwen liet ik de twee jongens samen om het verder op te lossen, zodat ik mijn aandacht ook weer op de andere kinderen kon richten.

Goed omgaan met de emoties van een kind

Ruzie opgelost

Een paar minuten later kwamen de jongens, die eerder elkaar niet konden verstaan van woede, samen naar mij toe om trots te vertellen dat het opgelost is.
Samen opgelost! Mijn complimenten met een dikke pluim!
Wat hebben deze twee jongens van een jaar of 10 mogen ervaren en geleerd over ruzie en communiceren?

  • Als je schreeuwt hoor je alleen jezelf.
  • Boos zijn voelt niet goed.
  • Als je elkaar hoort, kun je elkaar begrijpen.
  • Je kunt samen tot een oplossing komen.
  • Samen een oplossing bedenken voelt goed!

Even later zag ik op enig afstand de jongens nogmaals samen. Ze keken me beiden nog even aan (lief) en ik stak mijn duim naar ze op. Toppers!!

Van ervaringen leer je en JONG geleerd is OUD gedaan!

Lees meer over hoe kun je het beste omgaan met ruzie tussen kinderen

Meer over Stella Nagtegaal

 

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

Het is vervelend als kinderen achterblijft met leren lezen. Als lezen moeilijk gaat beleeft een kind hier ook minder plezier aan. Met alle gevolgen van dien. Wat kun je als ouder doen bij leesproblemen?

De oorzaken van de leesproblemen komen vaak door problemen of moeite die een kind heeft met het automatiseren van de letter-klankkoppeling en in een zwak fonemisch bewustzijn. Kinderen lezen vaak spellend omdat ze woorden niet herkennen. Of radend omdat kind te snel wil en uit de context denkt te weten wat er staat. Ook kunnen oog gerelateerde problemen de oorzaak van leesproblemen zijn.

Wanneer moet je je zorgen maken bij leesproblemen?

Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. En ook al willen we vaak dat kinderen zich volgens het boekje ontwikkelen. Dit is niet altijd het geval.
Als je merkt dat je kind langzaam leest of veel fouten maakt is het goed alert te zijn. Voor moeizame lezers is leesplezier enorm belangrijk en dit kan snel minder worden als het niet gemakkelijk gaat. Als er sprake is van dyslexie is het goed dit op tijd te weten, zodat extra ondersteuning geboden kan worden. Maar mocht er sprake zijn van dyslexie dan dienen er diverse stappen gezet te worden alvorens een kind getest kan worden.

Wanneer een dyslexie test?

In de kleuterleeftijd is het nog niet mogelijk om dyslexie vast te stellen. In deze fase zijn er echter al wel signalen die kunnen wijzen op mogelijke problemen wanneer een kind later in groep drie gaat leren lezen. Je kunt hierbij denken aan:.

  • Spreekt een kind de woorden goed uit?
  • Begrijpt een kind een verhaaltje als ik dat voorlees?
  • Begrijpt een kind de plaatjes bij een verhaal?
  • Kan hij versjes onthouden? en rijmen?
  • Heeft een kind belangstelling voor boekjes of briefjes?

In groep twee moeten kinderen alle enkele loze letter kunnen herkennen. In groep drie leert een kind lezen. De volgende vragen geven een beeld van hoe dit voor een kind verloopt:

  • Kent een kind de letters van het alfabet?
  • Kan een kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Is een kind opgewekt als het naar school gaat of van school komt? of zoekt hij uitvluchten om niet naar school te gaan?
  • Zijn er lichamelijke of gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wat kun je doen als een kind achterblijft met leren lezen?

Wanneer je vermoed dat een kind achterblijf met taal- of leesontwikkeling is het goed dit te bespreken met de leerkracht. Herkent de leerkracht wat jou opvalt. Scoort een kind beneden het geen van wat hem verwacht mag worden, vraag dan wat de school of de leerkracht aan (extra) begeleiding geeft of kan geven. Scholen moeten dit vastleggen in behandelplannen. Vraag naar dit plan, zodat je goed kunt samenwerken met school. Want ook thuis zal veel gelezen moeten worden.

Wat leren lezen en automatiseren met elkaar te maken hebben!

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Help mijn kind kauwt zijn kleding stuk!

Veel kinderen hebben de behoefte om ergens op te bijten of sabbelen. Deze kinderen komen geregeld uit school en nat zijn van het kwijl. Ze hebben  gaten in hun kleding, kapot gebeten koordjes of hun kin zit onder de inkt vlekken door een kapot gebeten pennen.  Sommige kinderen kauwen hun mouw, kraag of haar. Andere kinderen kauwen of bijten op dingen die steviger zijn en meer weerstand bieden, zoals pennen.

Kauwen op producten die niet geschikt zijn voor consumptie is op zich niet verkeerd. Iets in je mond nemen, ergens op kauwen, is onderdeel van de natuurlijke ontwikkeling van een kind. Kinderen beginnen met de mond de wereld om zich heen te verkennen en zo leren kinderen in de eerste levensjaren over structuren, hoe iets voelt.  Wanneer een kind ouder wordt, verdwijnt meestal deze behoefte.

Als een kind blijft kauwen op zijn kleding is dit behoorlijk vervelend. Voor het kind, want hij loopt met een nat shirt en voor de ouder omdat kleding snel stuk gaat en er weer iets nieuws gekocht moet worden.

Oorzaak van kauwen op kleding

Wanneer een kind op zijn kleding kauwt, kan dit verschillende oorzaken hebben. Door te kauwen, bijten en of sabbelen voorzien zij zichzelf van prikkels in het mondgebied, welke zij nodig hebben om zich prettig te voelen. Er kunnen ook emotionele of sociale problemen zijn die een rol spelen. Kinderen zoeken hun toevlucht in het sabbelen op kleding. Dit geeft een veilig en vertrouwd gevoel.

Kauwen is ook een strategie van het lichaam om te kalmeren en zich te organiseren. Het is dus zinvol om na te gaan of er patronen ontdekken zijn of mogelijke oorzaken.
Zo kan het zijn dat kinderen zich beter kunnen concerteren of informatie kunnen verwerken als ze kauwen.

Voorkomen van kauwen op kleding

Door voeding
Wat kan helpen is een kind knapperig en taai voedsel te geven. Ook het laten drinken door een rietje kan helpen.  Het is een manier om te zorgen voor meer prikkels.  De behoefte om te kauwen op niet-voedings gerelateerde producten kan zo afnemen.
Voorbeelden van knapperige voedingsmiddelen zijn muesli, croutons, knapperige muesli repen, wortelen, selderij, appels, noten, zoethoutstokjes. En kauwgom uiteraard.

Gebruik hulpmiddelen
Er zijn ook producten te koop die een goed alternatief kunnen bieden. Kauwsieraden dan wel bijtsieraden zijn speciaal ontwikkeld om tegemoet te komen aan kauwbehoefte van kinderen. Ze zijn handig als een alternatief voor het kauwen op hun vingers, kauwen van gaten in de kleding, of kauwen op potloden.

Heb je dit allemaal al geprobeerd lees dan de blog van Delia over hoe ze haar dochter van het kauwen af heeft gekregen

 

Via Senso-care hebben we een tweetal kauwkettingen uitgeprobeerd: Een Jellystone en een Super Star van Ark. De ketting wordt door mijn zoontje gelukkig als heel stoer gezien. Hij heeft geen probleem met hem om te doen. Wel merk ik in het begin dat hij hem geregeld af doet. Als hij de ketting om heeft wordt er niet gekauwd op zijn shirt, en dat is prettig voor hem, geen nat shirt en schilt een hoop nieuwe t-shirts kopen.

ARK’s Super Star kauwsieraad Stoere robot kettingen zijn er in verschillende kleuren voor jongens (en meisjes). De materialen van Jellystone designs zijn ontworpen en ontwikkeld in Australië en vrij van BPA, weekmakers en PVC. Bijt- en kauwmaterialen zijn geschikt voor de zachte kauwer/sabbelaar.
Alle bij Senso-Care verkrijgbare kauwsieraden zijn een veilig alternatief voor het onbewust kauwen op potloden, pennen, shirts, haarlokken of het touwtje van je jas
Net als alle andere materialen van het Amerikaanse ARK zijn ook de Super Stars verkrijgbaar in drie verschillende sterktes. Hoewel ontwikkeld om op te kauwen kan niet voorkomen worden dat zelfs de sterkste variant op den duur kapot gaat. Hoe lang een kauwsieraad mee gaat hangt sterk af van de individuele gebruiker, de omstandigheden maar ook incidentele, spannende gebeurtenissen. 

Moet je kind op de schoolfoto en wil je graag dat hij een heel T-shirt aan heeft, geef hem dan een extra shirt mee.

Lees meer tips over mooie schoolfoto’s

Wil je een kind stimuleren en motiveren? werkt aan een groei mindset!

Wil je een kind stimuleren en motiveren? werkt aan een groei mindset!

De term mindset (denkstijl) verwijst naar de overtuiging die kinderen hebben over hun intelligentie, kwaliteiten en talenten. Een fixed of vaste mindset belemmert ontwikkeling, terwijl een growth, of groeimindset zorgt voor motivatie, doorzettingsvermogen en zin om te leren. Daardoor geven ‘Fixers’ eerder op, vermijden ze uitdagingen en ervaren ze stress bij moeilijkheden. ‘Growers’ daarentegen staan meer open voor kritiek, zien het succes van anderen als inspiratie en proberen het vaker opnieuw.

De mindset van een kind veranderen is niet eenvoudig. Kinderen kunnen er erg mee zitten als ze fouten maken. ‘Ik kan het niet’ veranderen in ‘ik kan het nog niet’ is niet zo gemakkelijk voor sommige kinderen. Onze mindset is deels aangeboren, maar toch kun je deze als ouder beïnvloeden. Kinderen met een growth mindset – en volwassenen trouwens ook – zijn een stuk gelukkiger, effectiever en meer ontspannen.

Intrinsieke motivatie is belangrijk omdat het kind zelf verantwoordelijkheid neemt, een groei mindset

Hoe ontwikkel je een groei mindset bij je kind?

Het ontwikkelen van een groei mindset gaat niet van de een op andere dag. Neem er de tijd voor. Deze oefening komt uit het boek ‘De glimlach van een kind.

Praat in groeitermen over jezelf

Vertel kinderen verhalen over wat je zelf hebt geleerd. Wat kon je eerst niet, maar nu wel. Laat kinderen ook zien dat bij jouw ook niet alles in een keer lukt. Probeer dingen uit en laat je kinderen helpen.  Praat hardop tegen jezelf: ‘Volgende keer beter!’ ‘We hebben goed ons best gedaan, het geeft niet dat het niet is gelukt!’

Richt je op het proces in plaats van het resultaat

Help je kind te kijken naar het proces in plaats van het resultaFat. Focus op de inspanning, het hard werken en oefenen
Om van een vaste naar een groei mindsite te komen, helpt het om de dag te evalueren. Stel een kind vragen over wat hij heeft gedaan en hoe hij zich voelt.
Heb je hard gewerkt, heb je jezelf uitgedaagd, ging je door toen het moeilijk werd en heb je iets nieuws geleerd vandaag.

Formuleer samen een compliment van de dag.  Vandaag ben ik er trots op dat ik…

Van moeilijke dingen groeien je hersenen! 

growth mindset

 

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijv. onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!

Primaire reflexen zijn rond het tweede levensjaar veelal volledig in het lichaam geïntegreerd en dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, leren, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a. het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn (of opnieuw actief zijn geworden) wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Als een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten, problemen die hierdoor kunnen ontstaan zijn o.a.:
Een kind:

  • kan moeilijk stilzitten;
  • struikelt veel, heeft moeite met evenwicht;
  • ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel;
  • heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd;
  • is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht;
  • bijt op z’n pen, nagels of duimt etc;.
  • plast nog regelmatig in zijn broek;
  • is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om;
  • is onzeker, faalangstig;
  • wordt gepest of pest zelf;
  • loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk);
  • heeft zijn emoties niet in balans;
  • klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken;
  • heeft een zwakke pen greep;
  • schrikt van harde geluiden;
  • slaapt slecht;
  • heeft moeite met concentreren.

Problemen met reflexen

Hoe komt het dat de reflexen soms niet, gedeeltelijk of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede;
  • emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap;
  • onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn;
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi)
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd. Hierdoor kunnen primaire reflexen weer geactiveerd worden.

Lees meer over leerproblemen en primaire reflexen 

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels. Bij een pasgeboren baby herken je dit aan onverwachte beweging of geluiden. Een baby ademt snel in. Zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar. Dit reflex is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strek reactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

 De behandelmethode ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
Kinderpraktijk aan de Dijk (www.kinderpraktijkaandedijk.nl) werkt reflex integratie methodes:

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Elk kind heeft wel eens moeite of geen zin om zich aan te kleden, een klusje in huis te doen, zich klaar te maken voor school of een andere dagelijkse routine. Zoals in het artikel slim maar … omschreven hebben sommige kinderen meer moeite met een taak als gevolg van minder ontwikkelde executieve functies. Voor het opruimen van spullen en aankleden voor school of een rustig slaapritueel, zijn er drie executieve functies waar een beroep op wordt gedaan. Het werkgeheugen, volhouden van aandacht en taakinitiatief. Wanneer deze executieve functies minder ontwikkelt zijn, blijven dergelijke taken lastig. Door je hier bewust van te zijn, kun je een kind gerichter helpen.

Werkgeheugen en dagelijkse routine

Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment beschikbaar is. Het werkgeheugen draagt dus bij aan de organisatie van iemands kennis en de bereikbaarheid er van. Het werkgeheugen heeft grote impact op de schoolprestaties van een kind.

Als een kind moeite heeft met het in gedachten houden van informatie bij het uitvoeren van (complexe) taken, kun je op de volgende manier helpen:

  • Maak oogcontact voordat je een kind de opdracht geeft.
  • Check of de boodschap wel goed is aangekomen door een kind deze te laten na vertellen. Vraag bijvoorbeeld of een kind weet wat hij moet doen.
  • Beperk afleiding, dit kan een televisie zijn die aan staat of rommel op tafel.
  • Gebruik visuele geheugensteuntjes. Maak pictogrammen voor het ochtend en of avond ritme. Op school wordt vaak gebruik gemaakt van de beertjes van Meichenbaum. Hier zijn veel varianten van te vinden op internet.
  • Hou er rekening mee dat leren uit ervaring erg moeilijk is voor kinderen met een slecht werkgeheugen. Het opslaan van ervaringen is lastig. Zowel positieve als negatieve ervaringen komen moeilijker in het lange-termijn geheugen terecht.
  • Bespreek situaties met een kind door. Vraag door naar details. Zo laat je een kind in-zoomen en ziet het eerder wat er goed en fout ging.
  • Ontwikkel samen met een kind manieren om dingen te onthouden. Een kind kan meedenken over een eigen tactiek of strategie.

Lees meer over hoe je het werkgeheugen kunt stimuleren

Volhouden aandacht

Je aandacht op iets richten betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat aandacht richten en inhibitie (je gedrag remmen) zich samen ontwikkelen. Aandacht volhouden is, zeker bij saaie taken, erg lastig. Een kind wat snel is afgeleidt raffelt zijn werk ook vaak af.

Wat kun je doen om een kind te helpen?

  • Voer de tijdsspanne geleidelijk op om de volgehouden aandacht te trainen. Hoe lang houdt een kind een activiteit nu vol? Neem die tijd als basis en voeg daar steeds een paar minuten aan toe.
  • Gebruik een timetimer om de tijd inzichtelijk te maken
  • Zorg voor een uitdagende taak. Probeer aan te sluiten bij zijn interesse, door er een wedstrijd of spel van te maken.
  • Gebruik een beloningssysteem.
  • Geef een kind iets om naar uit te kijken. Bedenk een leuke activiteit voor ná de taak waarvan hij het moeilijk vindt om zijn aandacht er bij te houden.
  • Blijf bij een kind als hij bezig is. Herinner een kind aan de taak en moedig aan

Taakinitiatie

Taakinitiatie betekent niks meer dan beginnen zonder uitstel. En dan vooral aan vervelende taken. Het gaat echt om die dingen waar een kind tegenop ziet. Bijvoorbeeld het opruimen van speelgoed. Geen enkel kind zal zin hebben om zijn spel te stoppen, om op te gaan opruimen. Degene die het toch doen hebben een goed ontwikkelde taakinitiatie. Taakinitiatie is de taken uitvoeren die gedaan moeten worden. En daarbij hoort ook weten van jezelf wat je nodig hebt om het te doen.

Kinderen die moeite hebben met taakinitiatie gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even naar het toilet of beginnen iets anders, als het maar niet de opdracht is.

Hoe kan je hen helpen?

  • Moedig een kind aan om gelijk te beginnen.
  • Deel grote taken op in kleinere taken als dit mogelijk is.
  • Laat een kind vooraf bedenken hoe en wanneer hij de taak doet.
  • Laat een kind verzinnen hoe je hem kunt aansporen, bijvoorbeeld met een wekker.
  • Zorg voor een visuele herinnering.

 

Lees meer over wat taakinitiatief en executieve functie met elkaar te maken hebben.