Van moeilijke dingen doen groeien je hersenen

Van moeilijke dingen doen groeien je hersenen

Wie niet waagt, die niet wint. Van proberen kun je leren. Falen is een onderdeel van succes. Er zijn spreuken genoeg die ons erop wijzen: leren zonder fouten te maken bestaat niet. Waarom wordt fouten maken dan toch vaak gezien als iets negatiefs en niet iets om trots op te zijn.
Carol Dweck ontwikkelde de theorie van de growth mindset en de fixed mindset. Mensen met een growth mindset geloven echt in bovenstaande spreuken, mensen met de fixed mindset juist niet. Daar komt bij dat mensen met een growth mindset niet alleen fouten durven maken en daar van leren. Ze ontwikkelen ook meer zelfvertrouwen om aan nieuwe dingen te beginnen. Ze presteren beter dan mensen met een fixed mindset. Tevens kunnen ze beter omgaan met kritiek. Ze zien dit als een kans om te groeien.

Welke mindset iemand heeft wordt al in de kindertijd bepaald. Dit wordt vooral bepaald door de manier waarop volwassenen feedback en complimenten geven. Als je hoort: ‘je bent nou eenmaal niet zo goed in rekenen, maar jij kunt wel heel goed tekenen!’ is het niet vreemd dat je als kind gaat geloven dat je met vaststaande feiten te maken hebt. Niets in die uitspraak motiveert om ergens je best voor te gaan doen. Tekenen kun je al, en rekenen zal toch nooit iets worden.

Een growth mindset

Wij als volwassenen moeten ons ten eerste afvragen: welke mindset hebben wijzelf? Een mindset is niet in ons brein gegraveerd; die kan veranderen. Maar hoe langer je al met bepaalde overtuigingen rondloopt, hoe dieper ze zitten. Onze feedback zal passen bij onze eigen overtuigingen, dus als onszelf een fixed mindset is aangeleerd, zullen we heel bewust onze feedback op de growth mindset moeten aanpassen. Geloof je er zelf al wel in, dan zal het waarschijnlijk gemakkelijker zijn om op een goede manier feedback te geven.

Goede feedback is altijd gericht op het proces van groei, en nooit op de prestatie. ‘Wat een mooie tekening’ is al beter dan ‘Jij bent goed in tekenen’, maar het is nog beter als je eraan toevoegt ‘hoe heb jij die wolken zo mooi gekregen?’. Je legt dan de nadruk op het proces en de geleverde inspanning, in plaats van alleen op het resultaat. Maar nog mooier is het, om juist complimenten geven over iets waar een kind nog niet zo goed in is.

‘Wat heb jij goed je best gedaan bij de rekenles vandaag!’ is een compliment dat bij uitstek past bij de growth mindset. En als het kind vandaag 4 van de 10 sommen goed heeft terwijl dat er gister nog maar 2 waren, is dat ook een uitgelezen kans om te benadrukken dat je dingen kunt leren als je er je best voor doet. Vier die successen veel uitbundiger dan de successen die het kind aan kwamen waaien, want dat motiveert het kind om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ik heb een kind wel eens horen zeggen: ‘van moeilijke dingen doen groeien je hersenen!’. Mooier kan ik het niet verwoorden. Die komt er wel.

Rosanne Bos is leerkracht, gedragsspecialist en orthopedagoog. Met haar bedrijf Kind & Gedrag biedt zij bijscholing aan basisschoolteams en biedt zij (e-) consultancy aan ouders, scholen en onderwijsinstellingen. www.kindengedrag.nl

Lees meer over hoe je een growth mindset ontwikkelt bij je kind

Bewaar dit bericht op pinterest

Van Moeilijke Dingen

 

Hoe verhoog je de motivatie van kinderen om iets te doen?

Hoe verhoog je de motivatie van kinderen om iets te doen?

Hoe zorg je ervoor dat kinderen gemotiveerd raken om hun talenten te benutten? Om naar school te gaan, te trainen, te leren, hun werk te doen? De een wil niets. De ander wil juist van alles tegelijk, maar kan maar niet kiezen.
Door kinderen meer inspraak te geven neemt hun motivatie en betrokkenheid toe. Motivatie is een belangrijke voorspeller voor leerprestaties. Maar wat is motivatie precies en hoe kun je het verhogen?

Intrinsieke en extrinsieke motivatie van kinderen

Alvorens in te gaan op motivatie is het goed je bewust te zijn van verschillende soorten motivatie.
Een intrinsiek gemotiveerd kind doet een activiteit omdat hij dit interessant of leuk vindt. De drang om te leren komt van binnenuit en het leren verloopt als het ware spelenderwijs. Een kinderen zijn leergericht. Een extrinsiek gemotiveerd kind voert een activiteit uit omdat daar een beloning (of straf) tegenover staat. Een kind is bijvoorbeeld gemotiveerd om te leren omdat hij of zij een goed cijfer wil halen. Deze kinderen zijn resultaatgericht. 

Extrinsieke motivatie komt in opvoeding en onderwijs veel voor. Wanneer een kind niet intrinsiek gemotiveerd is, proberen we als ouders of leerkrachten een kind vaak te beïnvloeden zijn best te doen. Bijvoorbeeld door het belonen met stickers of complimenten over het resultaat .
Het maakt voor de uitvoering van een taak veel uit of een kind intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd is. Intrinsieke motivatie is belangrijk omdat het kind zelf verantwoordelijkheid neemt, een groei mindset heeft en zelf de wil heeft zijn werk af te ronden. Hiermee kan ook de werkmotivatie en het welzijn van een kind worden verhoogd.

Belang van intrinsieke motivatie van kinderen

Een intrinsieke motivatie heeft positievere effecten dan extrinsieke motivatie. Zo leidt intrinsieke motivatie tot hoogwaardig leren, meer doorzettingsvermogen, het vermogen om positief om te gaan met stress, tegenslagen en creativiteit. Intrinsieke motivatie is belangrijker voor goede resultaten dan intelligentie. Het verhogen van de motivatie van kinderen moet dan ook gericht zijn op het verhogen van de intrinsieke motivatie. Er worden drie punten gezien die van belang zijn om deze motivatie te stimuleren, de behoefte aan autonomie, relatie en competentie.
Autonomie verwijst naar invloed hebben op het eigen leerproces (ik mag iets), relatie verwijst naar zicht gerespecteerd en gewaardeerd voelen (ik hoor erbij) en competentie verwijst naar vertrouwen hebben in eigen kunnen (ik kan het).

Werken aan de intrinsieke motivatie

bron: thomasencharles.nl

 

Hoe leer je nieuwe dingen?

Hoe leer je nieuwe dingen?

We hebben ons geheugen nodig om te kunnen leren. Hierin slaan we informatie op en kunnen het weer oproepen. Zonder het geheugen kunnen we niet zien, luisteren of denken. Maar zonder het geheugen kunnen we ook geen dingen leren. We maken gebruik van het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen kan informatie kort vasthouden. Ongeveer 20 seconden kun je dingen onthouden. En gemiddeld kan het kortetermijngeheugen ongeveer 7 eenheden vasthouden. Wanneer je een telefoonnummer wilt onthouden wat je opzoekt, kun je kort 7 cijfers onthouden. Van nature cluster je de cijfers tot bijvoorbeeld vier eenheden. Het kort onthouden van een telefoonnummer wordt dan al makkelijker.

Voorbeeld:
Een telefoonnummer 06 72884314 bestaat uit 8 cijfers en 06 er voor. Dat zijn behoorlijk wat eenheden om kort te onthouden. In elke geval moet je de eenheden onthouden totdat je het nummer hebt ingetoetst. Gaan we het telefoonnummer clusteren in bijvoorbeeld 06  72  88  43  14, dan hebben we 4 eenheden plus 06. Dit is al veel makkelijker te onthouden.

Het langetermijngeheugen

In het langetermijngeheugen kun je informatie lang opslaan. Het is dus belangrijk om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zijn vier mogelijkheden om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen.

Hoe kun je dingen leren?

Informatie komt eerst binnen in het kortetermijngeheugen. Pas daarna kan de informatie doorschuiven naar het langetermijngeheugen.. Dat gebeurt op vier manieren:

  • Leren door herhaling
    Onderzoek heeft uitgewezen dat we de lesstof  minimaal 200 keer moeten herhalen om de lesstof te kennen. Kinderen vinden dit over het algemeen minder leuk! Toch wordt deze manier nog veel toegepast in het onderwijs. Rijtjes opdreunen, tafels opdreunen, opschrijven en veel herhalen. Een kind raakt niet echt gemotiveerd door het (200 x) opdreunen van een tafel.
  • Leren door het bijzonder maken
    Als we iets bijzonders aan de lesstof koppelen, maken we het geheugen wakker. Door informatie bijzonder te maken, krijgt het aandacht. Aandacht dwingt de betrokken neuronen in het brein om vaker af te gaan. Hoe vaker neuronen afgaan, hoe sterker de verbindingen met de andere neuronen worden. We kunnen informatie beter onthouden en oproepen. Je maakt leerstof bijvoorbeeld bijzonder als je er een rijmpje aan koppelt.
    Bijvoorbeeld: Delen door nul is flauwekul!
    Of je koppelt aan een woord een associatiebeeld, daardoor wordt gewone informatie opeens opvallend en betekenisvol. Het koppelen van een associatiebeeld aan leerstof sluit prima aan bij de talenten en manier van informatieverwerking van een beelddenker.
  • Leren door koppeling emotie
    Emotionele ervaringen worden makkelijker in het geheugen opgeslagen. Dit wordt veroorzaakt doordat emotie de aandacht versterkt. Emoties als verdriet, angst, boos of blij zorgen ervoor dat de opgedane prikkels direct doorschieten naar het langetermijngeheugen. Denk maar eens aan een klein kind dat niet aan de kachel mag komen van zijn moeder. Het kind voelt toch aan de kachel. Au! Zijn moeder heeft gelijk, hij vergeet het nooit meer.
    Probeer emotie te koppelen in lessituaties, onder andere door beeld. Pak natuurlijk wel positieve emoties. Want trauma’s ontstaan ook vanuit negatieve emoties.
  •  Gebruik zoveel mogelijk leeringangen, minimaal drie.
    Bied leerstof visueel (ogen) èn auditief (oren) èn kinesthetisch (doen) aan.
    Op deze manier legt een kind een stevige verbindingen aan in het brein. Ook sluit je aan met lesgeven bij de beelddenker, de taaldenker en het kind dat leert door te doen.
    De beelddenker zal door het aanbieden van drie leeringangen zijn sterke leeringang, het visuele, kunnen benutten en zijn zwakke leeringang, het auditieve, leren ontwikkelen en versterken.

Het kortetermijngeheugen versterken

Voor veel mensen een bekende oefening: Ik ga op reis en neem mee.

Hoe ging dit ook al weer?
We doen deze oefening met een aantal kinderen. De eerste zegt: `Ik ga op reis en neem mee….koffer…
Het volgende kind zegt Ik ga op reis en neem mee…zwembroek…koffer…
Derde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…snorkel…koffer…zwembroek…
Vierde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…zonnebril…koffer…zwembroek…snorkel…
Enz.

Hoe leer je nieuwe dingen?

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Leesproblemen zijn problemen die een kind ervaart tijdens de ontwikkeling van het leren lezen.  Een kind kan om verschillende redenen moeite hebben met lezen. Niet alle kinderen ontwikkelen vaardigheden op dezelfde tijdlijn. Dus in sommige gevallen is het een kwestie van een inhaalslag maken.  Leesproblemen kunnen ook worden veroorzaakt door verschillen in hoe de hersenen zich ontwikkelen en functioneren. Deze verschillen in leren en denken gaan niet weg. Maar met de juiste ondersteuning kunnen kinderen grote vooruitgang boeken bij het lezen.

Hoe dyslexie het lezen kan beïnvloeden

Dyslexie is een veel voorkomend leerverschil dat lezen moeilijk maakt. Het kan ook problemen veroorzaken met andere vaardigheden, zoals spelling, schrijven en rekenen.  Kinderen met dyslexie worstelen met decodering . Dit betekent dat ze moeite hebben met het verbinden van lettersymbolen met de geluiden die ze maken. En dat maakt het voor hen moeilijk om vloeiend en nauwkeurig te lezen.

Dyslexie kan ook van invloed zijn op begrijpend lezen.  Een kind heeft moeite om vragen over de tekst die hij heeft gelezen te beantwoorden.

Lees meer over signalen die duiden op dyslexie . En  wanneer je een dyslexietest kunt doen?

Hoe ADHD het lezen kan beïnvloeden

Kinderen kunnen moeite hebben om zich te focussen door hun ADHD brein, met als gevolg leesproblemen. Dit kan vaak zorgen voor problemen met zelfbeheersing, organisatie en andere vaardigheden die de uitvoerende functies worden genoemd. Een belangrijke vaardigheid die ADHD beïnvloedt, is het werkgeheugen. Dit is de mogelijkheid om informatie vast te houden en later te gebruiken.
Problemen met het werkgeheugen kunnen het moeilijk maken voor kinderen om iets te onthouden dat ze net hebben gelezen. Terwijl kinderen werken aan het ontcijferen van één woord, kunnen ze uit het oog verliezen wat eraan voorafging. Dat kan zijn tol eisen bij begrijpend lezen.

Hoe een langzame verwerkingssnelheid voor leesproblemen kan zorgen

Een lage verwerkingssnelheid betekent dat een kind langer nodig heeft om te reageren op informatie.  Veel kinderen met een ADHD- en dyslexie brein hebben dit, maar dit kan ook op zichzelf staan. Net als andere verschillen in leren en denken, heeft het niets te maken met hoe slim kinderen zijn. In plaats daarvan gaat het erom hoe snel ze informatie verwerken.
Kinderen met een lage verwerkingssnelheid hebben vaak meer tijd nodig om woorden en leesregels toe te passen en zo betekenis te geven aan teksten. Kinderen kunnen moeite hebben met het begrijpen van verhalen omdat ze vastlopen in de tekst. En dat kan lezen frustrerend maken.

Wees je ervan bewust dat een “goede lezer” niet per se een snelle lezer hoeft te zijn. Er zijn veel redenen waarom kinderen langzaam lezen . Als je weet waarom een kind langzaam leest, kun je manieren vinden om lezen leuk en minder frustrerend te maken.

Dit zijn enkele van de meest voorkomende leer- en denkverschillen die problemen kunnen veroorzaken bij het lezen. Maar ze zijn niet de enige. Kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met sociale vaardigheden, kunnen moeite hebben om de ‘grotere boodschap’ te vinden in wat ze lezen. Ze kunnen teksten te letterlijk nemen en geen humor of emotie vatten.

Ongeacht de oorzaak van de leesproblemen van een kind, zijn er verschillende manieren om een kind te helpen. Zoek naar boeken die passen bij het leesniveau van een kind. Oudere kinderen houden misschien van graphic novels , waardoor lezen leuker en toegankelijker wordt.
Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Als we nieuwe dingen meemaken, zorgt een feedbacksysteem in ons brein er voor dat we die opmerken. Dingen die bekend zijn registeren we op zo’n moment ook bewuster en onthouden beter. Dit gegeven kan ook in het onderwijs ontzettend goed van pas komen. Door de hersenen van kinderen te verrassen, maken we ze actiever en onthouden kinderen dingen beter! Een simpele geheugentechnieken. Dit werkt met name bij de beelddenkers die associatief denken en daardoor snel wegdromen.

Hoe werkt deze geheugentechnieken?

Je weet het misschien nog van vroeger. Elke dag fiets je dezelfde route naar school met je moeder, met dezelfde fiets, over dezelfde weg, langs dezelfde huizen. Het is een routine en je bent je niet eens bewust meer van de route. Op een ochtend steken er plotseling drie vrolijke clowns de weg over en je kunt ze met een snelle beweging en door te remmen maar net ontwijken. De clowns hebben gekleurde ballonnen in hun hand en lopen naar de winkels aan de overkant van de weg.
Je zegt de clowns gedag en staat hijgend stil, dat ging maar net goed!

Deze ochtend zul je je blijven herinneren. Het beeld van de clowns op de weg en de schrik van het remmen was een bijzondere ervaring. Iets wat je nog niet eerder had meegemaakt. Je kunt je later nog precies herinneren dat het toen hard waaide en dat je moeder haar blauw jas aanhad. Van alle andere ochtenden herinner je vrij weinig tot niks. Door de verrassend gebeurtenis werden je hersenen alert en registreerden veel details.

Bijzonder maken

Door informatie opvallend en bijzonder te maken, wordt het brein van kinderen wakker.
Een kind denkt, iets nieuws, leuk en interessant. Het brein van een kind registreert meteen de nieuwe informatie en koppelt deze informatie aan al opgeslagen informatie in zijn geheugen. Ze kunnen lesstof dan beter en sneller onthouden. Denk maar aan de clowns uit het voorbeeld.

Door het gebruik van associaties en beelden kun je gewone informatie opeens opvallend en dus betekenisvol maken.

Vergeet je altijd de naam van mensen, probeer je dan eens bij het kennismaken,  zo’n persoon voor te stellen met een lange grijze baard of met olifantenoren. Je zult merken dat de naam beter beklijft…  Je maakt het bijzonder. Daardoor schiet de naam direct naar het langetermijngeheugen.

Het bijzonder maken van lesstof door associaties en beelden te gebruiken sluit goed aan bij de informatieverwerking van de beelddenker.

Onderzoeken van zowel Het Instituut voor Cognitieve Neurologie van de Otto von Guericke-Universiteit in Maagdenburg als The London University College in Londen geven aan dat het herhalen van leerstof pas zinvol is als we de hersenen eerst iets bijzonders aanbieden waardoor deze wakker worden en alerter reageren. Dit heeft direct te maken met de Hippocampus, een onderdeel in onze hersenen dat een rol speelt bij het opslaan van informatie in het langetermijngeheugen en het weer terughalen van informatie naar het kortetermijngeheugen.

Hoe werkt het?

De Hippocampus vergelijkt binnenkomende informatie met de al opgeslagen informatie. Als de binnenkomende informatie verschilt van de reeds opgeslagen informatie, geeft de Hippocampus een signaal aan het deel van de hersenen dat Dopamine aanmaakt, waarna ze via zenuwvezels dit terug melden aan de Hippocampus. Veel dopamine laat het geheugen effectiever werken.

Herhalen maakt `lui`

Deze nieuwste ontdekkingen kunnen het lesgeven effectiever maken. Immers: door een les te beginnen met herhalen wat al geleerd is, maak je de hersenen lui. De Hippocampus denkt: Dat weet ik al!. Er wordt geen signaal gegeven, waardoor er minder Dopamine wordt aangemaakt. Resultaat is dat de nieuwe informatie die de leerkracht die les aanbiedt, minder goed binnenkomt bij leerlingen.

Iets verrassends werkt als geheugentechnieken

Begin de les dus eens met iets verrassends. Een gekke hoed, een mop, beweging… iets wat kinderen niet verwachten. De Hippocampus wordt alert: hier gebeurt iets bijzonders! Deze geheugentechnieken zetten de hersenen aan het werk, er wordt extra Dopamine aangemaakt, waardoor de verbindingen tussen de zenuwcellen worden versterkt en nieuwe informatie beter wordt opgenomen. De les wordt zo een stuk effectiever en leuker.

Herhaling Maakt Lui

bron beeldenbrein

Stoppen met duimen. Zo leer je het je kind af!

Stoppen met duimen. Zo leer je het je kind af!

Wat begint als een super lief en schattig gezicht, je lieve kleine baby die zijn duimpje in zijn mond doet. Het eindigt echter vaak ook in een hardnekkig strijd om weer mee te stoppen. Het duimen kan vanzelf stoppen, maar helaas gaat zo niet altijd.
Deskundigen adviseren om je kind vanaf zijn twee jaar te laten stoppen met duimen. Lang duimzuigen kan namelijk hun gebit of gehemelte misvormen, waar ze op latere leeftijd last van kan krijgen. Belangrijk dus om voortijdig het duimzuigen af te bouwen.

Waarom duimen kinderen?

Nog voor ze geboren zijn, duimen veel kinderen in de buik. Na de geboorte zuigen kinderen op hun duim vanwege de sterke zuigreflex die ze hebben. Die reflex helpt ze te overleven, door te zuigen krijgen ze namelijk hun voeding binnen. Niet vreemd dus, dat kinderen rustig worden van het zuigen op hun duim, maar wat begint als een reflex kan uiteindelijk veranderen in een gevoel van genot, troost, geborgenheid en bevrediging.

Wanneer kinderen vaste voeding krijgen, is de zuigreflex overbodig. Vaak neemt het duimen dan vanzelf af. Voor sommige kinderen is het echter lastig om te stoppen. Ze vinden rust en troost in het duimen. Bovendien is het een gewoonte geworden, die meestal onbewust gebeurt.

Gevolgen duimzuigen

Als kinderen nog jong zijn heeft het duimzuigen nog geen nadelige gevolgen, zeker niet wanneer een kind er na een paar jaar weer mee stopt. Als hij er langer mee doorgaat, kan de bovenkaak vervormt raken waardoor het neustussenschot scheef kan gaan groeien. De tanden kunnen dan een ongewenste vorm aannemen. Ook kan de tongpunt wat slapper worden, waardoor een kind moeite heeft met goed en duidelijk praten of slikken. Vaak ademen kinderen die duimen , door de mond, waardoor de neus niet goed gezuiverd wordt. Hierdoor blijft er makkelijker slijm achter. Dit kan tot een oorontsteking leiden. Ook vermindert de open mond de beschermende werking van het speeksel, waardoor een kind een grotere kans loopt op tandvleesontstekingen en gaatjes.
Genoeg redenen dus om echt te stoppen. Maar hoe dan?

Stoppen met duimen tips

Wil je je kind helpen duimen af te leren, dan is het vooral belangrijk om geduld te hebben. Een gewoonte afleren kost echt tijd. Stress werkt in deze averechts. De volgende tips kunnen je helpen:

  • Motiveer een kind om zelf te willen stoppen. Leg uit waarom het belangrijk is om te stoppen. 
  • Zoek andere vormen van troost. Bijvoorbeeld een zachte knuffel of lapje tegen zijn wang aaien of een extra knuffelen van papa of mama.
  • Maak gebruik van een hulpmiddel. Je kan bijvoorbeeld een pleister of een vingerpoppetje op de duim doen. Dit maakt het duimen minder prettig. Ook bestaan er smeerseltjes die de duim(nagel) vies laten smaken. Vooral ’s nachts, als het duimen helemaal onbewust gaat, kan dit helpen. Begin hier niet gelijk mee, want dit kan ook demotiverend werken.
  • Zet kleine stapjes. Begin met niet duimen op bepaalde moment op de dag. Bijvoorbeeld tijdens het tv-kijken en breid dit langzaam uit. 
  • Ga ’s avonds een paar keer kijken. Heeft je kind zijn duim in zijn mond? Haal die er dan voorzichtig uit en duw zijn kin een klein stukje omhoog. Zo doorbreek je ook de gewoonte op onbewuste momenten.
  • Leid een kindje af. Duimen gaat vaak  automatisch.  Merk je dat je kind vaak zijn duim in zijn mond stopt tijdens het tv-kijken? Leid hem dan af door hem iets met zijn handen te laten doen. Een grote knuffel vasthouden kan al genoeg zijn.
  • Bedenk vast hoe je het gaat vieren als je kind is gestopt. Spreek bijvoorbeeld af dat jullie met zijn allen een dagje naar de dierentuin of een pretpark gaan als je kleine helemaal is gestopt met duimen.