**//sticky ads code//**
Fantasievriendje

Fantasievriendje

Ineens mag je je tas niet op de stoel leggen, want daar zit Bram. Je kind vraagt of Bram ook mee boodschappen mag doen. Veel peuters hebben een fantasievriendje waar ze mee spelen en spannende dingen mee beleven.

Als een kind een jaar of drie is, kan het zomaar ineens een fantasievriendje bedenken. Een kind moet een bepaalde woordenschat hebben om met en over hem of haar te praten. Naar verhouding hebben oudste en enig kinderen vaak behoefte aan een fantasievriendje. Het is goed om te weten dat een kind het niet verzint omdat het buitenshuis geen echte vriendjes heeft. Een kind  is over het algemeen juist sociaal ingesteld en het is ook in andere opzichten vaak creatief. Bij het karakter van het fantasievriendje gebruiken kinderen dingen die ze gehoord hebben. Fantasievriendjes verdwijnen vanzelf als ze niet meer nodig zijn. Vaak rond een jaar of zeven.

Waarom een fantasievriendje?

Een fantasievriendje kan voor een kind een veilige manier zijn om de wereld om hen heen te ontdekken. Een fantasievriendje begrijpt dingen beter dan zijzelf en durft ook meer. Daarbij helpt hij bij de ontwikkeling van het geweten en een goed gevoel over zichzelf. Als peuters hun fantasievriendje de schuld geven van iets wat ze zelf hebben gedaan, wordt duidelijk dat ze beginnen te leren wat wel en niet mag.  Als ouder hoef je je geen zorgen te maken over fantasievriendjes. Dit is een creatieve manier van een kind om zich te ontwikkelen. Het is uiteraard wel belangrijk dat een kindje ook met andere kinderen speelt.

Voordelen van een fantasievriendje

Een fantasievriendje is heel gezellig voor een kind, er is altijd iemand om mee te spelen. Ook kan een kind zich gesterkt voelen ten opzichte van alles wat hij spannend vindt. Hij staat er nu niet alleen voor.  Het hebben van een niet bestaand vriendje zorgt bovendien voor een voorsprong in de taalontwikkeling. Dat komt omdat een kind hele verhalen zal bedenken over en rond zijn een fantasievriend. Als je kind hiermee bezig is, oefent hij spelenderwijs het verzinnen en afmaken van verhalen. Dit is een goede taalvaardigheidstraining die er voor kan zorgen dat een kind straks goed leest.

Hoe ga je om met een fantasievriendje?

Als ouder kun je het beste meegaan in het verhaal. Het is vaak ook niet veel werk om een kind een plezier te doen en bijvoorbeeld ook voor Bram een bordje neer te zetten op tafel.  Het  fantasievriendje leert een kind ook op een veilige manier hoe je met anderen omgaat. Wat doe je als je boos bent en hoe maak je een ruzie weer goed?
Soms geven denkbeeldige vriendjes reden voor een gesprek. Als Bram bang is in het donker  en niet alleen naar bed wil, is de kans groot dat een kind zelf bang is in het donker.
Ga het gesprek aan met een kind alsof het om Bram gaat. Zo hoort een kind toch wat je wilt zeggen en hoe je Bram gerust stelt. Hij zal dit op zichzelf betrekken.

 

Waarom verliezen belangrijk is?

Waarom verliezen belangrijk is?

Niemand vindt het leuk om te verliezen. Of je nu groot of klein bent. Maar als je je kind ziet verliezen, vind je dit niet altijd leuk als ouders. Maar het hoort bij het leven en is ook belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Waarom is verliezen belangrijk? Wat leert een kind hiervan en hoe kun je als ouder een kind hierbij ondersteunen?

Leren omgaan met teleurstelling

Teleurstelling en verlies horen bij het leven. Tijdens het sporten leren kinderen veelal het meest omgaan met teleurstellingen. Denk maar aan het verliezen van een hockey of voetbal wedstrijd.  Kinderen die al heel jong geleerd hebben met tegenslag om te gaan, stappen mogelijk makkelijker door het leven dan kinderen die bang zijn om fouten te maken.
Nergens moet je zo vaak verlies nemen dan tijdens het sporten. Wil je beter worden dan moet je oefenen, oefenen en nog eens oefenen.  Doorzetten, geduld hebben, durven vallen, pijn doorstaan, weer opnieuw beginnen en doelen stellen leer je nergens zo goed als met je lichaam prestaties halen.

Wat kunnen ouders doen?

Leren omgaan met teleurstellingen en tegenslagen begint al met leren lopen en fietsen en het zwemdiploma. Van nature zijn vrouwen nogal eens geneigd hun kind te beschermen. Dan zie je dat als een kind dreigt te vallen de moeder opspringt en mogelijk ook nog een gil uitslaat. Wanneer de kleine dreumes hiervan schrikt, kan het zomaar besluiten om maar niet meer van die rare stunten uit te halen.
Kinderen zijn dus gebaat bij uitdaging en dat begint al heel vroeg.
Ben je gevallen? Jammer, kusje en weer opstaan.

Vallen en weer opstaan

Wanneer kinderen letterlijk vele malen zijn gevallen en weer zijn opgestaan en ze hebben spelletjes en wedstrijden verloren, dan is de beloning uiteindelijk een heel gezond zelfbeeld en veel zelfvertrouwen. Als je weet wat je kunt hoef je niet te twijfelen, hooguit heb je last van gezonde spanning. Kinderen die goed kunnen omgaan met verlies en teleurstelling kunnen goede vrienden worden met mooie sociale vaardigheden. Als ze weten hoe moeilijk en vervelend het is om te verliezen, gunnen ze een ander de winst en steunen ze elkaar als het moeilijk is. Ze kunnen een onderscheid maken tussen balen van en over zichzelf en blij zijn voor de ander.

Een ander voordeel wat goede verliezers hebben, is dat ze op school ook goed kunnen presteren. Ze hebben wellicht minder de neiging zich te verstoppen achter smoesjes en anderen zoals leraren of lawaai tijdens een toets de schuld geven van minder goed presteren. Deze kinderen nemen hun verantwoordelijkheid en durven ervoor uit te komen dat ze zelf mogelijk te weinig hebben geleerd voor een toets. Omdat ze gewend zijn zichzelf doelen te stellen over prestaties, doen ze dat ook met hun school- en huiswerk. Ze weten zichzelf te motiveren om hun doelen te halen en weten dat ze het meeste en beste leren door het maken van fouten. Juist het maken van fouten en een weg van hobbels  levert uiteindelijk een hoge kwaliteit op.

Bron: kindercoachingfriesland

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Als routine klusjes moeizaam gaan…

Elk kind heeft wel eens moeite of geen zin om zich aan te kleden, een klusje in huis te doen of zich klaar te maken voor school. Zoals in het artikel slim maar … omschreven hebben sommige kinderen meer moeite met een taak als gevolg van minder ontwikkelde executieve functies.  Voor het opruimen van spullen en aankleden voor school of een rustig slaapritueel, zijn er drie executieve functies waar een beroep op wordt gedaan. Het werkgeheugen, volhouden van aandacht en taakinitiatief. Wanneer deze executieve functies minder ontwikkelt zijn, blijven dergelijke taken lastig. Door je hier bewust van te zijn, kun je een kind gerichter helpen.

Werkgeheugen

Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment beschikbaar is. Het werkgeheugen draagt dus bij aan de organisatie van iemands kennis en de bereikbaarheid er van. Het werkgeheugen heeft grote impact op de schoolprestaties van een kind.

Als een kind moeite heeft met het in gedachten houden van informatie bij het uitvoeren van (complexe) taken, kun je op de volgende manier helpen:

  • Maak oogcontact voordat je een kind de opdracht geeft.
  • Check of de boodschap wel goed is aangekomen door een kind deze te laten na vertellen. Vraag bijvoorbeeld of een kind weet wat hij moet doen.
  • Beperk afleiding, dit kan een televisie zijn die aan staat of rommel op tafel.
  • Gebruik visuele geheugensteuntjes. Maak pictogrammen voor het ochtend en of avond ritme. Op school wordt vaak gebruik gemaakt van de beertjes van Meichenbaum. Hier zijn veel varianten van te vinden op internet.
  • Hou er rekening mee dat leren uit ervaring erg moeilijk is voor kinderen met een slecht werkgeheugen. Het opslaan van ervaringen is lastig. Zowel positieve als negatieve ervaringen komen moeilijker in het lange-termijn geheugen terecht.
  • Bespreek situaties met een kind door. Vraag door naar details. Zo laat je een kind in-zoomen en ziet het eerder wat er goed en fout ging.
  • Ontwikkel samen met een kind manieren om dingen te onthouden. Een kind kan meedenken over een eigen tactiek of strategie.

Volhouden aandacht

Je aandacht op iets richten betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat aandacht richten en inhibitie (je gedrag remmen) zich samen ontwikkelen. Aandacht volhouden is, zeker bij saaie taken, erg lastig. Een kind wat snel is afgeleidt raffelt zijn werk ook vaak af.

Wat kun je doen om een kind te helpen?

  • Voer de tijdsspanne geleidelijk op om de volgehouden aandacht te trainen. Hoe lang houdt een kind een activiteit nu vol? Neem die tijd als basis en voeg daar steeds een paar minuten aan toe.
  • Gebruik een timetimer om de tijd inzichtelijk te maken
  • Zorg voor een uitdagende taak. Probeer aan te sluiten bij zijn interesse, door er een wedstrijd of spel van te maken.
  • Gebruik een beloningssysteem.
  • Geef een kind iets om naar uit te kijken. Bedenk een leuke activiteit voor ná de taak waarvan hij het moeilijk vindt om zijn aandacht er bij te houden.
  • Blijf bij een kind als hij bezig is. Herinner een kind aan de taak en moedig aan

Taakinitiatie

Taakinitiatie betekent niks meer dan beginnen zonder uitstel. En dan vooral aan vervelende taken. Het gaat echt om die dingen waar een kind tegenop ziet. Bijvoorbeeld het opruimen van speelgoed. Geen enkel kind zal zin hebben om zijn spel te stoppen, om op te gaan opruimen. Degene die het toch doen hebben een goed ontwikkelde taakinitiatie. Taakinitiatie is de taken uitvoeren die gedaan moeten worden. En daarbij hoort ook weten van jezelf wat je nodig hebt om het te doen.

Kinderen die moeite hebben met taakinitiatie gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even naar het toilet of beginnen iets anders, als het maar niet de opdracht is.

Hoe kan je hen helpen?

  • Moedig een kind aan om gelijk te beginnen.
  • Deel grote taken op in kleinere taken als dit mogelijk is.
  • Laat een kind vooraf bedenken hoe en wanneer hij de taak doet.
  • Laat een kind verzinnen hoe je hem kunt aansporen, bijvoorbeeld met een wekker.
  • Zorg voor een visuele herinnering.

 

Concentratie problemen anders bekeken!

Concentratie problemen anders bekeken!

Het kan voor kinderen soms moeilijk zijn om zich te concentreren. Ze worden afgeleid, vinden iets moeilijk of hebben iets minder goed geslapen. Er kunnen veel redenen zijn waarom concentreren even niet lukt. Maar wat nou als het concentratie probleem van een kind eigenlijk een motivatie probleem is.

Motivatie

Alle leerkrachten weten dat wanneer een kind niet gemotiveerd is, dat het lastig aan het werk te krijgen is. Zeker als het een kind is dat het nut niet inziet van dat wat het moet doen, want eigenlijk heeft dat, alles te maken met, niet je aandacht kunnen richten, op. Het boeit niet, het leeft niet in het kind zelf en er staat niets tegenover.

Het braaf meedoen omdat het van je wordt verwacht gaat tegen de innerlijke behoefte in van het kind.
Kinderen willen wel leren, maar wat en hoe ze moeten leren is vaak niet een uitnodiging.
Iets wat eerst heel leuk was omdat het nieuw was,verliest zijn waarde omdat het is geleerd, toch moeten
kinderen het vaak blijven herhalen zodat het blijft hangen. En daar beginnen de “concentratie” problemen.

Er zijn kinderen die uren achter de computer geconcentreerd bezig kunnen zijn, uit zichzelf allerlei informatie opzoeken omdat ze iets willen weten en op school problemen hebben met zich kunnen concentreren. Maar je hebt een concentratie probleem of je hebt het niet, wanneer je het in de ene situatie wel hebt in de andere niet, kun je dan spreken van dit probleem ?

kind-concentratieOf is het de tijd dat we ons onderwijs eens opnieuw gaan bekijken? Wat nou als we de motivatie eens onder
de loep zouden nemen ? Hoe en waarom raken kinderen gemotiveerd ? Wanneer is de concentratie er wel en wanneer niet?

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is een gevoel van willen weten, willen leren, enthousiast zijn om iets te doen en er net zo lang mee door te gaan totdat het is gelukt.
Het is een motor met vele mogelijkheden en komt uit het kind zelf. Iedereen kan dat ervaren. En het brengt als vanzelf concentratie met zich mee.

De opmerking van de jongen naar zijn moeder, over dat hij ook 5 dagen naar zijn werk gaat, bracht bij mij de vraag: Waarom doen we dat eigenlijk ?
En vervolgens realiseerde ik mij dat de meeste volwassenen klaar zijn met hun werk als ze naar huis gaan, maar onze kinderen moeten vaak ook thuis nog even doorwerken in de vorm van huiswerk. Bijzonder toch?

We plakken de sticker op het kind: concentratie problemen, snel afgeleid, slechte werkhouding in de klas en leggen zo het probleem bij het kind.

Ik zou leerkrachten willen vragen op zoek te gaan naar andere werkvormen. Door leerlingen meer te betrekken en te vragen wat ze zouden willen leren. Momenten in de week aanbieden waarop een kind zelf opzoek mag gaan naar dat wat hij wil leren.

Mijn ervaring is dat juist de kinderen die niet geconcentreerd kunnen werken dan ineens veranderen in enthousiaste leerlingen, die van alles in elkaar zetten en opzoeken.
Die niet willen stoppen omdat de bel zo gaat.
De andere kant is ook waar, het anders zo geconcentreerde kind kan zijn draai niet vinden in deze vrijheid omdat het geen specifieke opdracht krijgt en het ineens allemaal zelf moet bedenken.

Door Anniek Oosting van lichtflits

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijv. onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!

Daarentegen behoren primaire reflexen zich rond de leeftijd van ca. 2 jaar volledig volgens een bepaald patroon in het lichaam te hebben geïntegreerd en zijn dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, leren, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a.het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn (of opnieuw actief zijn geworden) wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Als een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan dan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten, problemen die hierdoor kunnen ontstaan zijn o.a.:
Een kind:

  • Kan niet stilzitten
  • Struikelt veel, heeft moeite met evenwicht
  • Ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel.
  • Hangt onderuit in zijn stoel.
  • Heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd of zit in een W-zit
  • Is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht.
  • Bijt op z’n pen, nagels of duimt etc.
  • Plast nog regelmatig in zijn broek
  • Is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om.
  • Is onzeker, faalangstig
  • Wordt gepest of pest zelf
  • Loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk)
  • Heeft zijn emoties niet in balans.
  • Klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken
  • Heeft een zwakke pen greep
  • Schrikt van harde geluiden
  • Slaapt slecht
  • Heeft moeite met concentreren.

Problemen met reflexen

Hoe komt het dat de reflexen soms niet, gedeeltelijk of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • Problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede.
  • Emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap.
  • Onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn.
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi)
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd. Hierdoor kunnen primaire reflexen weer geactiveerd worden.

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels.. Bij een pasgeboren baby kun je deze herkennen wanneer er een onverwachte beweging of geluid gemaakt wordt. De baby ademt snel in en zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar.
De Moro is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strekreactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

 De behandelmethode ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
Kinderpraktijk aan de Dijk (www.kinderpraktijkaandedijk.nl) werkt reflex integratie methodes:

Wanneer naar groep drie?

Wanneer naar groep drie?

Kinderen die voor 1 oktober zes jaar werden, mochten tot 1986 standaard door naar de basisschool en de rest bleef op de kleuterschool. Tegenwoordig is dat anders, ouders en leerkracht bepalen samen of een kind toe is aan groep drie.

Bij sommige kinderen is het heel duidelijk. Ze kunnen al een beetje lezen, hun naam schrijven en simpele sommetjes maken. Een andere groep kinderen kan nog niet lezen en schrijven maar gaat toch ook mee naar groep drie.
Het blijkt dat  uit beide groepen kinderen zijn, die zich prima redden in groep drie, maar er zijn ook in beide groepen kinderen die het niet zo gemakkelijk hebben eenmaal in groep drie

Hoe wordt bepaald of een kind toe is aan groep drie?

Hoe een kind zich ontwikkelt wordt bepaald door de rijping van het centraal zenuwstelsel en door de stimulans van de omgeving. De ontwikkeling en groei van het centrale zenuwstelsel omvat onder andere de ontwikkeling en groei van de hersenen en het ruggenmerg.
Het moment waarop een kind over voldoende basisvaardigheden beschikt in motoriek, taal en waarneming kan per kind wel twee jaar verschillen. Het ene kind verwerft ze al rond zijn vijfde, een ander kind pas veel later op zeven jarige leeftijd.
Ieder kind volgt zijn eigen ontwikkeling en groeiproces, ouders moeten hierin een balans zien te vinden tussen stimuleren en laten groeien.

Sociaal emotionele aspecten.

Goed mee kunnen komen in groep drie, vraagt meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Ook sociaal-emotioneel moet een kind toe zijn aan groep drie. Maar wat houdt dit in?

Concentreren

Het is belangrijk voor een kind om zich te kunnen concentreren. Van een kind wordt verwacht dat hij zich tien minuten achter elkaar kan concentreren op een taak, ook als hij deze niet leuk vindt.
Ongedwongen kunnen kinderen zich meestal wel concentreren, bijvoorbeeld als ze spelen met hun favoriete speelgoed, dit betekent echter nog niet dat een kind zich ook kan concentreren op een moeilijke en niet zo leuke opdracht. Een kind moet enige taakgerichtheid laten zien en moet enige tijd stil kunnen zitten.

Zelfstandig en zelfvertrouwen

Kinderen in groep groep drie moeten zelfstandig kunnen werken. Na een gegeven instructie moet een kind zelfstandig aan de slag kunnen gaan met een opdracht. Een kind moet dus enig (zelf)vertrouwen hebben in het eigen kunnen.

Verbaal

Eenmaal in groep drie moeten kinderen een logisch en verstaanbaar verhaal kunnen vertellen. Daarnaast moet een kind aandachtig kunnen luisteren naar instructies en deze kunnen begrijpen en onthouden.

Weerbaar

Voor het goed kunnen functioneren in een groep is het van belang dat een kind weerbaar is. Er komen veel nieuwe dingen op een kind af, veel nieuwe leerstof. Er worden  nieuwe eisen aan een kind gesteld en een hij belandt vaak in een nieuwe groep, vanuit de combinatie groep 1/2 wordt één groep drie samengesteld
Een kind moet goed kunnen functioneren in een groep om zich prettig te voelen in groep drie.

Testje: is mijn kind eraan toe om te leren lezen?

Volgens Ewald Vervaet (Ontwikkelingspsycholoog en docent) kun je op een redelijk simpele manier bepalen of een kind klaar is voor groep 3.
Neem twee dezelfde doorzichtige flessen en vul deze met gekleurde limonade. Een van de flesjes houd je scheef onder een hoek van 45 graden. Vervolgens teken je de lege flesjes op een papier en vraagt een kind de limonade erin te tekenen. Een kind dat nog niet toe is aan lezen, zal de streep in het schuine flesje niet horizontaal maar schuin of verticaal tekenen. Een kind dat wel toe is aan lezen – de gemiddelde leeftijd is 6,5 jaar – zal de beide lijnen horizontaal tekenen.

toe aan groep 3