Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Hoe herken je faalangst bij kinderen?

Eén op de tien kinderen heeft last van faalangst! Faalangst bij kinderen is de angst om bij een taak te mislukken. Faalangst ontstaat in situaties waarin een kind door iemand beoordeeld wordt of denkt te worden.
Als hij hetzelfde klusje in zijn eentje doet (zonder publiek), is er vaak niets aan de hand. Kinderen met faalangst zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen. Ze blokkeren, haken af, gaan nieuwe uitdagingen uit de weg of werken zo hard dat ze zelden nog ontspannen zijn.

Er zijn verschillende soorten faalangst te onderscheiden:

  1. Cognitieve faalangst (En net wist ik het allemaal nog…..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het leren. Cognitieve faalangst komt voornamelijk voort uit taakopdrachten, die te maken hebben met het schoolse leren. Het gaat hierbij om het oppakken van nieuwe leerstof of het toetsen van stof.
  2. Sociale faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken….)
    Is een angst, die een kind ervaart voor een bepaalde sociale taak staan, zoals de omgang met andere kinderen of docenten.
  3. Motorische faalangst (Op zulke momenten ben ik als ‘verlamd’ …..)
    Deze angst heeft te maken heeft met het gebruiken van je lijf (vooral bij gym). De angst om te mislukken zorgt voor een verkrampte houding waardoor een kind dingen niet meer kan.

Herkenning van faalangst bij kinderen

Faalangst herkennen is moeilijk. Kinderen kunnen hun angst goed verbergen door bijvoorbeeld stoer of clownesk gedrag. Door te praten over dit gedrag kun je er achter komen of er faalangst achter zit.
Veel voorkomende uitingen van faalangst zijn:

  • Clownesk gedrag: met grappen en grollen proberen deze kinderen hun faalangst te verbergen. Dat dit voor anderen af en toe vervelend is, nemen ze op de koop toe.
  • Stil, teruggetrokken gedrag: deze kinderen zijn heel gesloten en kunnen zich Vaak moeilijk uitdrukken.
  • Apathisch en droevig gedrag: deze faalangstige kinderen geven toe aan hun lage zelfbeeld. Als ze geen hulp krijgen bij hun taak, vervallen ze in een apathische en droevige houding.
  • Lichamelijke klachten: deze kinderen krijgen vaak hoofdpijn, maag- of darmklachten (diarree/braken), hartkloppingen of zweten.

Lees meer over wat je als ouder van faalangst moet weten

Tips voor faalangst bij kinderen:

  • Laat zien dat ze niet de enige zijn die last hebben van faalangst en dat dat niet erg is. Het is belangrijk om het niet af te doen als iets geks of abnormaals.
  • Een kind met faalangst ziet nieuwe dingen vaak iets bedreigends. Het kan hierbij helpen veranderingen of nieuwe dingen geleidelijk aan op te pakken.
  • Geef het goede voorbeeld: vertel dat jij ook fouten maakt.
  • Zoek evenwicht tussen negatieve en positieve reacties. Faal angstige kinderen hebben vaak alleen maar aandacht voor negatieve opmerkingen over hun gedrag. Dus geef zoveel mogelijk positieve reactie of een complimenten
  • Waardeer niet alleen de prestaties, maar vooral de inspanningen van een kind; hard werken voor een zes is lovenswaardiger dan op je sloffen een acht halen.
  • Niemand is perfect. Laat voelen dat een kind fouten mag maken, ook thuis.
  • Laat een kind veel taakjes uitvoeren die het aankan (torens bouwen, boterhammen smeren) en geef positieve reacties. Succes helpt hen geloven in zichzelf.
  • Stem je verwachtingen af op de capaciteiten van een kind. Wie voortdurend boven zijn mogelijkheden moet presteren en daarom faalt, raakt gedemotiveerd.
  • Los vragen en problemen van een kind niet meteen zelf op. Leer een kind vooral hoe het zijn probleem zelf kan oplossen.
  • Vergelijk de prestaties van een kind niet met dat van broers of andere kinderen.
  • Zorg voor een goede inspanning-ontspanning-balans.
  • Vermijd een te competitieve sport.

Waarom hebben beelddenkers sneller last van faalangst?

Het is één voor zes | Leren klokkijken best lastig

Het is één voor zes | Leren klokkijken best lastig

Voor heel veel kinderen is leren klokkijken een lastig proces. Ze worstelen met ‘voor’ en ‘over’ en welke wijzer wijst nu wat aan? En dan komt daar niet veel later ook digitale tijd nog bij.  Waarom is het nu zo lastig en hoe kun je kinderen helpen?

Voorkennis benodigd om te kunnen klokkijken

De simpele vraag, hoe laat is het? veronderstelt bij kinderen een heleboel voorkennis. Een analoge klok zit vol valkuilen voor wie er nog niet zo vertrouwd mee is.
Het begint al met de wijzers. Deze hebben verschillende lengte en omloopsnelheden. Wat geeft welke wijzer nu aan. En dan de begrippen voor en over.
Een uur bestaat dan uit twee stukken. Als we zeggen “Het is kwart voor 10” dan hebben we blijkbaar ineens datzelfde uur in vier stukken verdeeld, in kwartieren. En als we zeggen ‘Het is 5 voor 10’ dan is datzelfde uur weer anders verdeeld, namelijk in 60 even grote stukjes. En is het 7 uur ’s ochtends of 7 uur ’s avonds.

Opmerkelijk is wel dat we eigenlijk nooit al die 60 minuten noemen als we kijken op een analoge klok. We tellen tot 14 over 7 en daarna heet het kwart over 7. Vervolgens begint het weer met 14 voor half 8 totdat het half 8 is. Daarna telt het weer door tot 14 over half 8, maar dan wordt het ineens weer kwart voor 8, en zo verder vanaf 14 voor 8 tot 8 uur. Je hoeft op een analoge klok dus nooit verder te kunnen tellen dan tot 14. Maar bij dat tellen tot 14 schuilt wel een addertje onder het gras. Na het hele uur tel je steeds door, 1 over 7, 2 over 7, 3 over 7, enzovoort. Na kwart over 7 tel je echter terug: 14 voor half 8.

Naast het tellen moet een kind goed kunnen omgaan met de plaatsbepalingen voor en over. Met name het woord over is lastig, omdat je eigenlijk ‘na’ bedoelt. Niet alleen moet je weten wat die begrippen betekenen, maar ook kunnen schakelen van de een naar de ander. Is het eerst 14 minuten over, 2 minuten later is het ineens 14 minuten voor. Over wat en voor wat?
Houd dat maar eens goed uit elkaar. 

Neem daarbij dan ook nog het onderscheiden van de wijzers en het herkennen van het juiste uur. Tot het halve uur kijk je waar de kleine wijzer vandaan komt, daarna waar die wijzer heen gaat!. 

Hoe help je een kind met leren klokkijken?

Begin (weer even) bij het begin. Leg uit wat de kleine wijzer doet. De kleine wijzer `loopt` in een uur een klein stukje van de hele cirkel. Wijs op de klok de richting aan waar de wijzer heen beweegt. 
Als een kind dit goed begrijpt, leg je uit wat de groter wijzer doet. De grote wijzer `loopt` in een uur een hele cirkel. Wijs ook weer goed aan welke kant de wijzer op beweegt. 
Herhaal vervolgens nog een keer dat de grote wijzer een grote afstand af legt en de kleine wijzer een kleine afstand aflegt. De grote wijzer draait een heel rondje en de kleine wijzer draait in dezelfde tijd een klein stukje tussen twee cijfers. 

Oefen extra met tellen tot 14 en weer terug .
Ook de begrippen voor en over vragen extra aandacht. 

Om een kind meer besef van tijd te geven kun je fysiek oefenen met een klok.
Teken met stoepkrijt een klok met cijfers op de grond. Laat de wijzers weg. Laat een kind een uur lopend beleven wat de wijzers doen. Een kind met een uur lopen zoals de kleine wijzer dat doet en een uur lopen zoals de grote wijzer dat doet. Deze oefening sluit ook goed aan bij de belevingswereld van een beelddenker.  Een kind ervaart nu de tijd los van het beeld van de afstand die de wijzers afleggen. Het leren klokkijken zal zo beter gaan.

 

 

 

Krijg meer inzicht in de impulsiviteit van kinderen

Krijg meer inzicht in de impulsiviteit van kinderen

De meeste kinderen hebben momenten waarop ze handelen zonder na te denken.  Wanneer kinderen impulsief handelen, kunnen ze ten onrechte als onzorgvuldig, gemeen of onbeleefd worden bestempeld. Er zijn manieren om impulsiviteit van kinderen te beperken waar nodig! 

Hoe vaak heb je kinderen zien handelen zonder na te denken? Waarschijnlijk veel. De meeste kinderen hebben momenten waarop ze impulsief zijn en dingen zeggen of doen voordat ze zichzelf kunnen stoppen. Ze kunnen iets ongepast zeggen of na een bal op straat rennen zonder te kijken. Maar hoe zit het met kinderen die niet in staat lijken om de ‘mentale remmen’ op te zetten? Als je kind vaak mensen onderbreekt, dingen pakt en fysieke risico’s neemt, kun je je afvragen waarom dat gebeurt. Is het onvolwassenheid? Een verkeerde inschatting?  Of is je kind (te) impulsief?

Wat is impulsief gedrag?

Wanneer een kind af en toe impulsief is, is dat heel normaal, dit hoort bij alledaags kindergedrag. Maar als het vaak gebeurt, lijkt het wat het eigenlijk is: problemen met zelfbeheersing. 
Impulsiviteit uit zicht niet bij alle kinderen op dezelfde manier. En het gedrag kan veranderen naarmate kinderen ouder worden. Als kinderen impulsief zijn, kunnen ze:

  • Gek of ongepaste dingen doen om aandacht te vragen
  • Hebben ze problemen met het consequent volgen van regels
  • Zijn ze agressief tegenover andere kinderen (slaan, schoppen of bijten komt vaak voor bij jonge kinderen)
  • Hebben moeite om op hun beurt te wachten in gesprekken en games
  • Pakken dingen af van andere mensen of duw in de rij
  • Reageren heftig op frustratie, teleurstelling, fouten en kritiek
  • Willen het laatste woord en de eerste beurt hebben
  • Begrijpen niet hoe hun woorden of gedrag andere mensen beïnvloeden
  • Begrijpen de gevolgen van hun acties niet

Wat kan impulsiviteit van kinderen veroorzaken?

Kinderen kunnen om veel redenen impulsief zijn. Soms is het echt een kwestie van volwassenheid. Niet alle kinderen ontwikkelen zich in hetzelfde tempo, bij sommige kinderen duurt dit gewoon langer dan bij anderen, voordat ze kunnen stoppen en na denken voordat ze handelen.

Slaapgebrek kan ook reden zijn voor impulsief gedrag, net als stress en frustratie. Wanneer kinderen op school of in het dagelijks leven met iets worstelen, kan zich dit op verschillende manieren uiten. Jonge kinderen hebben niet altijd de woorden om te zeggen wat ze voelen. Ze weten soms niet eens exact waarom ze gestrest of gefrustreerd zijn.

Voor sommige kinderen kan er iets anders zijn dat de impulsiviteit veroorzaakt. Een van de meest voorkomende oorzaken van frequent impulsief gedrag is ADHD . 
ADHD maakt het moeilijk om intense gevoelens te bevatten, zoals woede en verdriet. Als kinderen met ADHD bijvoorbeeld boos worden, schoppen ze misschien tegen het meubilair of zeggen ze iets gemeens, in plaats van rustig te roken.

De geheimen van een ADHD brein

Er zijn ook psychische problemen, zoals fobieën en stemmingsstoornissen , die kunnen leiden tot impulsief gedrag bij kinderen.

Mensen oordelen vaak snel impulsieve gedrag van een kind.  Als een kind bijvoorbeeld een grove opmerking maakt, denken mensen snel dat dit onvriendelijk bedoelt is. Maar in veel gevallen, zoals bij ADHD, willen kinderen niet onbeleefd of agressief zijn. Ze hebben echter meer hulp en oefening nodig om na te denken voordat ze iets zeggen of doen. 

Hoe je kinderen kunt helpen impulsiviteit te beheren

Er zijn veel manieren om je kind te helpen. Een goede plek om te beginnen is om aantekeningen te maken over wat je thuis ziet. Het kan je een beter idee geven waarom je kind het misschien moeilijk heeft.
Impulsiviteit kan ook verband houden met frustratie.

Worstelen met impulsiviteit kan invloed hebben op hoe kinderen zich over zichzelf voelen. Leg je kind uit dat veel mensen deze uitdagingen hebben en dat zelfbeheersing kan verbeteren als je daar aan werkt. Praat over de sterke punten van een kind en vergeet niet om zelfs kleine overwinningen te vieren terwijl een kind aan zelfcontrole werkt.

Het verbeteren van zelfbeheersing kan ervoor zorgen dat kinderen zich beter over zichzelf voelen. 
Sommige kinderen kunnen het niet helpen impulsief te zijn, maar ze kunnen manieren leren om het te beheersen.

De stoplicht methode kan helpen om gedrag te veranderen

bron: understood.org

Woordenschatontwikkeling | Hoeveel woorden leren kinderen per jaar?

Woordenschatontwikkeling | Hoeveel woorden leren kinderen per jaar?

Woordenschatontwikkeling heeft betrekking op het leren van nieuwe woorden en begrippen. Bij start van de basisschool hebben kinderen een productieve basiswoordenschat van 2000 woorden nodig om de communicatie op school te kunnen volgen en er aan deel te nemen.

De receptieve woordenschat (de woorden welke een kind begrijpt, maar nog niet productief kunnen worden gebruikt) is groter, naar schatting 3000 woorden. Tot en met het achtste jaar komen daar ongeveer 600 woorden per jaar bij en van het negende tot het twaalfde jaar tussen de 1.700 en 3.000 per jaar. Op twaalfjarige leeftijd hebben kinderen de beschikking over ongeveer 17.000 woorden. Volwassene hebben gemiddeld een woordenschat van zo’n 50.000 tot 70.000 woorden.

Een kind leert de meeste nieuwe woorden en hun betekenis in incidentele situaties. Een kind neemt geen woordenboek door om nieuwe woorden te leren, maar hij komt in situaties terecht waar hij tegen nieuwe woorden aanloopt en daar de betekenis nog niet van weet.  Op school zijn er wel bewuste momenten waarop een kind nieuwe woorden leert.

Woordenschatontwikkeling van kleuters

Op de kleuterschool wordt veel tijd besteed aan het uitbreiden van de woordenschat. Men laat een kind vertellen over een boek of onderwerp. Een kind hoort of ziet nieuwe woorden. Maar ook door de feedback van de leerkracht en klasgenoten leert hij nieuwe woorden. Kinderen leren steeds meer woordbetekenissen en betekenis aspecten van één woord , bijvoorbeeld: vis, goudvis, vissenkom.

Woordenschatontwikkeling op de basisschool

In de groep 3, 4 en 5  is veel aandacht voor de uitbreiding van de woordenschat. Kinderen kunnen steeds doelgerichter de betekenis van woorden afleiden in taaluitingen in en buiten de klas. Daarbij leren ze strategieën gebruiken waarbij ze de betekenis van woorden afleiden uit de context. Ook krijgen ze oog voor betekenisrelaties. Ze leren bijvoorbeeld dat een auto een voertuig is en dat een raceauto een soort auto.  In deze periode gaan kinderen ook figuurlijk taalgebruik begrijpen (pikzwart, in een deuk liggen). Een spreekbeurt en het maken van een werkstuk zijn belangrijke manieren om de woordenschat uit te breiden. Bij de voorbereiding leert  een kind veel nieuwe woorden. Kinderen gaan ook steeds meer uitdrukkingen leren zoals “nu komt de aap uit de mouw” of spreekwoorden “de appel valt niet ver van de boom” .

Tips om kinderen nieuwe woorden te leren

Een kind is van nature uit al heel nieuwsgierig en vraagt vaak wat een woord betekent. Een kind moet ook niet teveel nieuwe woorden in één keer aangeboden krijgen. Het werkt frustrerend voor een kind om steeds woorden niet te kennen. Het aanbieden van nieuwe woorden dient op een natuurlijke manier te gaan.

  • Wanneer een kind een nieuw woord tegenkomt, kun je een plaatje van het voorwerp laten zien. Zo kan hij er een beeld aan koppelen;
  • Gebruik synoniemen! Een synoniem is een ander woord voor het woord dat u wilt uitleggen, maar wat hetzelfde betekent. praktisch, dat betekent hetzelfde als handig;
  • Ook kun je bepaalde bewegingen uitbeelden. Bijvoorbeeld ‘joggen’‘sluipen’ en ‘balanceren’. Of een omschrijving geven van het woord. Daarbij leg je uit hoe het voorwerp eruit ziet of aanvoelt;
  • Interactief voorlezen helpt de woordenschatontwikkeling van jonge kinderen. Door boeken en verhalen komen kinderen in aanraking met veel nieuwe woorden die ze in hun dagelijkse leven niet zo gauw tegenkomen;
  • Met woordkaartjes kunnen kinderen allerlei spelletjes en oefeningen doen waardoor zij de relatie tussen de vorm (schriftelijk of mondeling) en de betekenis van een woord oefenen. Kinderen kunnen de woordkaartjes zelf maken op kleine kartonnetjes. Op de ene kant schrijven ze het woord en op de andere kant de betekenis. 
Wat ouders moeten weten over kinderen en uitstelgedrag

Wat ouders moeten weten over kinderen en uitstelgedrag

Als ouder kan het omgaan met een kind dat uitstelgedrag vertoont enorm frustrerend zijn. Dagelijkse schema’s kunnen al moeilijk genoeg zijn om door te komen, en wanneer een kind zijn verantwoordelijkheden uitstelt, is dat vervelend. Een kind doet dit echt niet altijd expres. Het is waar, soms stellen kinderen karweitjes , huiswerk of andere verantwoordelijkheden uit, gewoon omdat ze ze niet willen aanpakken. Maar soms stellen kinderen om andere redenen uit. Lees meer over kinderen en uitstelgedrag.

Als je begrijpt wat er achter het uitstelgedrag van een kind zit, kan dit je helpen de behoeften van een kind beter te begrijpen en te voorkomen dat een kind dingen blijft uitstellen.

Wat zit er achter het uitstelgedrag van een kind?

Een kind begrijpt het niet

Een kind begrijpt niet wat er wordt verwacht. Kinderen stellen misschien klusjes, huiswerk of andere taken uit, simpelweg omdat ze niet begrijpen wat ze moeten doen. Wanneer een kind niet zeker is van zijn rol of niet over de vaardigheden beschikt om een ​​taak aan te pakken, zal hij deze waarschijnlijk niet willen aannemen. Als je een kind vraagt iets te doen, zorg er dan voor dat je de tijd neemt om hen precies te laten zien hoe ze de verantwoordelijkheid kunnen vervullen en beantwoord eventuele vragen. Het kan ook een goed idee zijn om ze een keer of twee te bekijken om advies te geven over hoe ze het gemakkelijker kunt maken.

Ze kunnen er mee wegkomen

Ze kunnen ermee wegkomen, kinderen zijn slim en weten al op jonge leeftijd wanneer hun vader of moeder bluft. Als je dreigt de televisietijd van je kind af te nemen als ze hun kamer niet opruimen, maar de consequentie niet naleeft. Wees dan niet verbaasd als ze het de volgende keer gewoon weer uitstellen. Zorg ervoor dat een kind weet wat zijn verantwoordelijkheden zijn, wat de deadline is en wat de gevolgen zijn als het zijn werk niet doet.

Kinderen motiveren en stimuleren door te werken aan een growht mindset

Kinderen en uitstelgedrag door afleiding

Spelletjes en sociale media op de smartphone is veel leuker dan taakjes die gedaan moeten worden.  Al die appjes die maar bliepen of in beeld verschijnen, terwijl je je eigenlijk moet concentreren. Het is dan ook goed deze uit te zetten. Onderzoek heeft uitgewezen dat als je twee dingen tegelijk doet (bijvoorbeeld appen en huiswerk), je er twee keer langer over doet, en ook twee keer zoveel fouten maakt. Leg de telefoon weg of zet de notificaties uit.

Kinderen en uitstelgedrag door faalangst

Ze zijn bang dat ze het verkeerd of slecht doen. Soms gaat uitstelgedrag hand in hand met perfectionisme .  Als je denkt dat een kind verantwoordelijkheid ontwijkt omdat het niet het vertrouwen of de vaardigheden heeft om het te doen, motiveer ze dan het te proberen.  Jonge tieners kunnen bang zijn om te falen en ze begrijpen niet altijd dat oefenen de beste leermeester is. Als een kind het oefenen van een instrument vermijdt omdat het bang is om slecht te klinken, leer hem dan dat het werken door fouten is waar het bij oefenen om draait. Dat je niet verwacht dat een kind het bij de eerste poging goed zal doen.

Alles wat je als ouder moeten weten over faalangst

Ontspanning nodig

Ze hebben rust nodig. Zo is het ook weer. Kinderen stellen hun klusjes of huiswerk soms uit omdat ze iets beters te doen hebben, zoals uitgaan met vrienden, televisie kijken of gamen.  Zorg ervoor dat een kind elke dag downtime heeft en probeer een tijd te vinden om klusjes te plannen als er niet zoveel afleiding is. Wat huiswerk betreft, sommige kinderen hebben na schooltijd wat tijd nodig om te ontspannen voordat ze verder studeren. Probeer een schema te maken dat past bij de behoeften van een kind en help een kind zich eraan te houden. En als je denkt dat het schema van een  kind te druk is, overweeg dan om activiteiten te verwijderen die niet echt belangrijk zijn.

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld!

Wat is er aan de hand? Mogelijk is je kind in meer of mindere mate hooggevoelig.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Laat een kind ook echt even met rust. De grootste spanning wordt zo minder en een kind is daarna beter in staat om zijn gevoelens onder worden te brengen.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek. Met als mogelijk gevolg dat een kind zich nog meer gaat afsluiten en je er nog moeilijker achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen zijn vaak heel verbaasd dat jij dit ook hebt mee gemaakt. Veelal maakt dit het makkelijker voor een kind om te praten over wat hij voelt. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijvoorbeeld juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem” gedrag vertonen.
  5. Praat met een kind. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.

Meer tips om hooggevoelige kinderen te helpen

Overprikkeld