**//sticky ads code//**
Tips voor ondernemers in de dop

Tips voor ondernemers in de dop

SNS en zakgeldexpert Annelou van Noort geven ouders van jonge ondernemers tips voor de vrijmarkt. Het gaat natuurlijk om het plezier wat je beleeft op de vrijmarkt, maar het is een prima gelegenheid om je kinderen weg wijs te maken in het ondernemerschap en verdienen van een zakcentje.

Tips voor ouders

 

1. Bepaal samen de prijzen voor de artikelen.

Prijs je artikelen niet te laag! Tijdens het onderhandelen kom je
vaak ergens in het midden uit. Hanteer ronde prijzen, want dat is fijn rekenen voor jonge kinderen. Je kunt
bijvoorbeeld stickers met de prijs op de spullen plakken. Maar je kunt ook het kraampje indelen in vlakken
waarbij in het ene vlak alles € 1 kost, in het andere € 2, etc. Zo kun je gedurende dag producten die niet lekker
verkopen gemakkelijk verplaatsen naar een andere prijscategorie.

2. Bedenk leuke aanbiedingen

Aanbiedingen verkopen altijd leuk. Bedenk samen welke producten je als 3 voor de prijs van 2 weggeeft of het laatste uur
is alles te koop met 50% korting. Deze aanbiedingen kun je ook tijdens de dag zelf verzinnen, als bepaalde
producten niet lekker verkopen.

3. Bedenk hoe het kraampje van jouw kind opvalt.

Dit kan bijvoorbeeld door een leuke kreet die hij/zij af en toe kan
roepen, bordjes of pijlen richting het kraampje en/of de styling van de kraam. Zorg echter dat je aan de styling
niet meer geld uitgeeft dan het uiteindelijk op gaat leveren. Gebruik bij voorkeur spullen die je al in huis hebt.

4. Oefenen

Oefen van tevoren met verkooptechnieken en onderhandelen door middel van een rollenspel. Bijvoorbeeld
het aanprijzen van bepaalde items door een persoonlijk verhaal, een bijzonder kenmerk te noemen of aan
te geven waarom de koper dit écht moet hebben. Zo bereid je je kind voor op allerlei soorten situaties, zoals
lastige klanten en prijsonderhandelingen.

5. Wat doe je met de verdiensten?

Spreek af wat er met het verdiende geld gebeurt. Zo kan er achteraf geen discussie of teleurstelling ontstaan.
Gaat het bedrag bijvoorbeeld (deels) in de spaarpot of op de spaarrekening van het kind, moet hij/zij het delen
met de ouders, gaat het (deels) in de familiespaarpot of mag hij/zij het direct (deels) op de dag zelf weer
uitgeven.

 

Zo help je je mini-ondernemer aan een hogere omzet:

  1. Zorg ervoor dat je voldoende kleingeld bij je hebt.
  2. Zet een fooienpot neer, zodat mensen hun kleingeld daarin kunnen doen. Geef hierbij aan dat je spaart
    voor iets bijzonders. Dit vergroot de gunfactor en daarmee kans op een lekker fooitje.
  3. Maak een hoekje met kleine items van € 0,50. Biedt iemand op een artikel waarvoor je niet te ver in prijs
    wilt zakken? Laat ze dan een extraatje uitzoeken uit deze hoek om zo een goede deal te maken.
  4. Heb je een mooi, duur item en heeft de koper niet voldoende geld bij zich, laat diegene dan ter plekke
    geld naar jou of een van je ouders overmaken.
  5. Biedt naast de verkoop van spullen ook een ‘dienst’ aan, zoals schminken, nagels lakken of limonade en/
    of snoepjes verkopen. Dit vereist vooraf een kleine investering, maar deze verdien je ruim terug en het
    stimuleert ook de verkoop van je andere producten. Daarnaast is het een leuke afleiding tijdens de dag.
  6. Genoeg verdiend en wil je graag naar huis? Geef dan het laatste uurtje spullen die je kan missen gratis
    of voor hele lage prijzen weg en maak mensen blij. Een glimlach op iemand zijn gezicht is natuurlijk
    onbetaalbaar!
  7. Sluit de dag samen af met bijvoorbeeld een lekker ijsje of iets te drinken om het succes
    van de dag te vieren.
Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

We hebben ons geheugen nodig om te kunnen leren. Hierin slaan we informatie op en kunnen het weer oproepen. Zonder het geheugen kunnen we niet zien, luisteren of denken. Maar zonder het geheugen kunnen we ook geen dingen leren. We maken gebruik van het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen kan informatie kort vasthouden. Ongeveer 20 seconden kun je dingen onthouden. En gemiddeld kan het kortetermijngeheugen ongeveer 7 eenheden vasthouden. Wanneer je een telefoonnummer wilt onthouden wat je opzoekt, kun je kort 7 cijfers onthouden. Van nature cluster je de cijfers tot bijvoorbeeld vier eenheden. Het kort onthouden van een telefoonnummer wordt dan al makkelijker.

Voorbeeld:
Het telefoonnummer 06 72884314 bestaat uit 8 cijfers en 06 er voor. Dat zijn behoorlijk wat eenheden om kort te onthouden. In elke geval moet je de eenheden onthouden totdat je het nummer hebt ingetoetst. Gaan we het telefoonnummer clusteren in bijvoorbeeld 06  72  88  43  14, dan hebben we 4 eenheden plus 06. Dit is al veel makkelijker te onthouden.

Het langetermijngeheugen

In het langetermijngeheugen kun je informatie lang opslaan. Het is dus belangrijk om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zijn vier mogelijkheden om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen.

Hoe kun je dingen leren?

Informatie komt eerst binnen in het kortetermijngeheugen. Pas daarna kan de informatie doorschuiven naar het langetermijngeheugen.

Dat gebeurt op vier manieren:

  • Leren door herhaling

Onderzoek heeft uitgewezen dat we de lesstof  minimaal 200 keer moeten herhalen om de lesstof te kennen. Kinderen vinden dit over het algemeen minder leuk! Toch wordt deze manier nog veel toegepast in het onderwijs. Rijtjes opdreunen, tafels opdreunen, opschrijven en veel herhalen. Een kind raakt niet echt gemotiveerd door het (200 x) opdreunen van een tafel.

  • Leren door het bijzonder maken

Als we iets bijzonders aan de lesstof koppelen, maken we het geheugen wakker. Door informatie bijzonder te maken, krijgt het aandacht. Aandacht dwingt de betrokken neuronen in het brein om vaker af te gaan. Hoe vaker neuronen afgaan, hoe sterker de verbindingen met de andere neuronen worden. We kunnen informatie beter onthouden en oproepen. Je maakt leerstof bijvoorbeeld bijzonder als je er een rijmpje aan koppelt.

Bijvoorbeeld: Delen door nul is flauwekul!
Of je koppelt aan een woord een associatiebeeld, daardoor wordt gewone informatie opeens opvallend en betekenisvol. Het koppelen van een associatiebeeld aan leerstof sluit prima aan bij de talenten en manier van informatieverwerking van een beelddenker.

  • Leren door koppeling emotie

Emotionele ervaringen worden makkelijker in het geheugen opgeslagen. Dit wordt veroorzaakt doordat emotie de aandacht versterkt. Emoties als verdriet, angst, boos of blij zorgen ervoor dat de opgedane prikkels direct doorschieten naar het langetermijngeheugen. Denk maar eens aan een klein kind dat niet aan de kachel mag komen van zijn moeder. Het kind voelt toch aan de kachel. Au! Zijn moeder heeft gelijk, hij vergeet het nooit meer.
Probeer emotie te koppelen in lessituaties, onder andere door beeld. Pak natuurlijk wel positieve emoties. Want traumas ontstaan ook vanuit dit principe, vanuit negatieve emoties.
<ul>
<li> Gebruik zoveel mogelijk leeringangen, minimaal drie.</li>
</ul>
Dit betekent: bied leerstof visueel (ogen) èn auditief (oren) èn kinesthetisch (doen) aan.
Op deze manier legt een kind een stevige verbindingen aan in het brein. Èn je sluit aan met lesgeven bij de beelddenker , de taaldenker en het kind dat leert door te doen.
De beelddenker zal door het aanbieden van drie leeringangen zijn sterke leeringang, het visuele, kunnen benutten en zijn zwakke leeringang, het auditieve, leren ontwikkelen en versterken.
<h2>Het kortetermijngeheugen versterken</h2>
Voor veel mensen een bekende oefening:
Ik ga op reis en neem mee.`

Hoe ging dit ook al weer?
We doen deze oefening met een aantal kinderen. De eerste zegt: `Ik ga op reis en neem mee….koffer…
Het volgende kind zegt Ik ga op reis en neem mee…zwembroek…koffer…
Derde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…snorkel…koffer…zwembroek…
Vierde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…zonnebril…koffer…zwembroek…snorkel…
Enz.

Hoe herken je of een kind wordt gepest?

Hoe herken je of een kind wordt gepest?

Je moet er niet aan denken dat je kind wordt gepest op school, laat staan dat jij  van niets weet en dus niet kunt ingrijpen. Lang niet alle kinderen zullen uit zichzelf vertellen dat ze worden gepest. Soms schamen ze zich hiervoor, zijn ze bang dat het pesten erger wordt of willen ze hun ouders niet ongerust maken.  Als ouder wil je graag helpen, maar hoe herken je of een kind wordt gepest?

1. Hoofdpijn,buikpijn of misselijkheid

Een kind klaagt vaker over buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid als hij wordt gepest op school. Een gepest kind zal dit ook vaker aangrijpen om een dagje niet naar school te hoeven.  Als een kind regelmatig klaagt over deze symptomen, is het goed om hier samen over te praten. Let er dan op dat je open vragen stelt: “Ik heb het idee dat je je de laatste tijd vaak ziek voelt, hoe komt dat denk je?” Open vragen zorgen namelijk voor een niet-confronterende situatie, waardoor het probleem bespreekbaar wordt.

2. Vriendschappen

Gaat een kind ineens niet meer om met vriendinnen of vriendjes waarmee hij eerder wel omging? Heeft hij steeds minder vaak speel afspraakjes? Of heeft een kind ineens andere vrienden of vriendinnen? Dit kan een signaal zijn dat er wordt gepest. Het is goed om contact te hebben met andere ouders van kinderen die in dezelfde vriendengroep zitten, dan heb je beter zicht op de situatie.

3. Slecht slapen

Heb je het idee dat een kind ’s ochtends nog moe is of er vermoeider uitziet dan normaal, dan kan dat wijzen op een slechte nachtrust. Kinderen slapen namelijk vaak onrustig als ze zenuwachtig of angstig zijn voor wat er de volgende dag, bijvoorbeeld op school, gaat gebeuren. Het ene kind heeft last van nachtmerries, een ander kind valt moeilijker in slaap of wordt ’s nachts vaker wakker.

4. Prikkelbaar

Reageert een kind erg emotioneel op gesprekken die over school of andere sociale activiteiten gaan? Dit kan een teken van angst zijn.

5. Schoolprestaties gaan achteruit

De schoolprestaties van een kind gaan achter uit. Een gepest kind heeft meer moeite om zich te concentreren en kan rusteloos of hyperactief zijn. Ook zie je vaak dat de schoolresultaten langzaam achteruit gaan.

6. Minder spraakzaam, sneller ruzie

Is een kind niet zo spraakzaam als anders? Of gaat hij na school meteen naar z’n kamer? Dan is het verstandig om naar de oorzaak te kijken. Ook wanneer een kind vaak ruzie maakt met z’n broers en zussen, kan dit een teken van pesten zijn.

7. Blauwe plekken

Komt een kind regelmatig met kapotte kleding of spullen thuis. Heeft hij vaak onverklaarbare schaafwonden of blauwe plekken? Dan is dat vaak een duidelijk teken van pesten. Als je er naar vraagt, vinden kinderen het vaak moeilijk om uit te leggen wat er is gebeurd. Ook hier is het weer belangrijk om open vragen te stellen, zodat je jouw kind de ruimte geeft om zijn verhaal te vertellen.
Een kind wat regelmatig bij vechtpartijen betrokken en kan zeer temperamentvol overkomen. Is een kind  echt zo’n heethoofd of driftkikker? Kinderen vinden het vaak grappig wanneer een kind stampvoetend van woede voor zichzelf probeert op te komen en ze zullen dan ook net zolang doorgaan met ‘uitdagen’ tot ze dit doel hebben bereikt. Heel vaak wordt juist het kind dat wordt gepest ‘betrapt’ door de leerkracht wanneer het iets terug doet… en moet dit vaak met straf bekopen.

8. Social mediagebruik

Wanneer een kind online wordt gepest, zie je vaak twee signalen of hij is niet meer weg te slaan van sociale media of hij sluit zich er helemaal voor af.  Het is dan juist belangrijk om regels en een tijdslimiet af te spreken over het social media gebruik van je kind. Juist kinderen die online gepest worden, zijn bang dat de iPad of mobiel wordt afgepakt door ouders. Laat dus vooral duidelijk weten dat je je kind niet wilt straffen, maar het probleem juist wilt aanpakken.

8 tips om een kind beter te leren luisteren

8 tips om een kind beter te leren luisteren

Slecht luisteren, niet luisteren, Oost-Indisch doof. Bijna alle ouders kunnen erover meepraten. Je hebt al heel vaak gezegd dat een kind NU aan tafel moet gaan zitten, maar ze komen niet. Of een kind dat in de supermarkt luidkeels blijft doordrammen over snoep. Iedereen maakt deze situatie in meer of mindere mate mee.  Acht tips om een kind beter te leren luisteren. Soms een open deur, maar goed om je weer even bewust van te zijn.

  1. Heldere regels

    Om te zorgen dat een kind naar je luistert is het belangrijk om bij het begin te beginnen. Spreek duidelijke regels af in huis. Een kind heeft duidelijke grenzen nodig, zodat hij weet tot hoever hij precies kan gaan.

  2. Maak duidelijke afspraken

    Bij duidelijke grenzen horen ook afspraken. Zo kun je bijvoorbeeld afspreken dat je kind per dag maximaal een half uurtje televisie mag kijken of op de tablet mag.

  3. Blijf bij je besluit

    Wanneer je duidelijke grenzen en afspraken hebt gemaakt, houd je hier dan ook aan! Door vaak uitzonderingen te maken komen de regels niet meer betrouwbaar over en krijgt een kind sneller de neiging om over de grenzen heen te gaan, oftewel niet naar jou te luisteren. Als je tegen een kind zegt : als je dit nog een keer doet dan… doe het dan ook! Als je doet wat je zegt, luistert een kind beter naar je.

  4. Zorg dat je rustig blijft

    Heel cliché, maar belangrijk. Blijf zelf rustig als een kind niet luistert. Als jij schreeuwt, werkt dit averechts en zal een kind op den duur zelfs slechter luisteren.

  5. Geef het goede voorbeeld

    Geeft een kind echte aandacht als hij jou iets vertelt. Onderbreek een kind niet en doe niet intussen ook iets anders (je telefoon checken of koffie inschenken).  Focus compleet op een kind als hij je iets wil vertellen. Als jij wil dat hij naar jou luisteren, moet hij ervaren dat jij naar hem luistert.

  6. Geef korte en heldere instructies

    Geef een kind eenvoudige instructies voor dagelijkse taakjes. Zorg voor oogcontact en zeg: “Ruim je  tekenspullen op in de kast”. Als een kind een betere luisteraar wordt, kun je steeds gecompliceerdere opdrachten geven.

  7. Complimenten voor luisteren

    Geeft je kind complimentjes als hij goed heeft geluisterd. Heeft een kind iets gedaan wat je hebt gevraagd, bijvoorbeeld zijn speelgoed opgeruimd benoemd dit dan ook.

  8. Speel luister spelletjes

    Op verschillende leeftijden zijn er luisterspelletjes te bedenken. Bijvoorbeeld:  pak het blauwe legoblokje, leg dat op de vensterbank en ga zitten op je stoel.

 

 

Clownesk gedrag

Clownesk gedrag

Ineens raar doen, gekke bekken trekken, dierengeluiden maken of een speciaal loopje of gek stemmetje gebruiken. Een kind verandert ineens in een clowntje zodra hij spanning voelt of alle aandacht op hem is gevestigd. Clownesk gedrag, dit heeft vaak te maken met onzekerheid. Hoe help je een kind om zichzelf te durven zijn?

Waar komt clownesk gedrag vandaan?

Clownesk gedrag is meestal een manier om onzekerheid te verbergen en een poging om erbij te mogen horen. Een kind neemt de houding van een ‘clown’ aan en merkt dat het aandacht krijgt als hij gek doet. Er kunnen verschillende redenen voor clownesk gedrag zijn:

  • Een kind voelt zich onzeker, bijvoorbeeld als er naar hem wordt gekeken. Hij verbergt dit met clownesk gedrag.
  • Hij vindt een situatie eng of spannend en overschreeuwt zichzelf met clownesk gedrag.
  • Een kind wil graag contact maken met andere kinderen, maar heeft nog niet geleerd om op een andere manier de aandacht te vragen.
  • Hij merkt dat anderen om hem lachen als hij grappig doet. Om erbij te horen, gaat hij gek doen.

Hoe kun je een kind helpen met clownesk gedrag?

Als een kind vaak de clown uithangt en daarbij anderen stoort, is het goed om hem te helpen in deze situaties.  Zodat hij kan inschatten wanneer het wel een goed moment is voor een grapje. Hoe hij zichzelf kan kalmeren als hij spanning voelt, of als hij zich onzeker voelt. Op welke manier kan hij contact maken met andere en hoe kan hij zichzelf laten zien.

Enkele tips om een kind hiermee te helpen bij clownesk gedrag

  • Leren inschatten wanneer het tijd is voor een grapje (en wanneer niet)
    Vraag een kind op welke momenten het op school of tijdens het sporten leuk is om een grapje te maken en wanneer het goed is om serieus te zijn. Als een kind dit moeilijk vind te verwoorden, schets dan een paar situaties. Vertel dat jullie dat gaan oefenen, dat hij bijvoorbeeld in de pauze iets geks mag doen en serieus doet als hij moet werken. Leer een kind hoe hij serieus te zijn. Laat het hem voordoen, of refereer aan een moment waarop hij dit altijd goed doet.
  • Zichzelf kalmeren bij onzekerheid of spanning
    Je weet vaak in welke situaties een kind clownesk gedrag vertoont. Bijvoorbeeld een situatie die hij spannend vindt. Geef in deze situatie aandacht aan zijn emoties. Benoem zijn gevoelens: ‘Volgens mij vind je het heel spannend en weet je dan niet zo goed wat je kunt doen en ga je daarom gek doen’. Maak een chillplan met een kind waarin jullie vier dingen bedenken die je kind kan doen om zichzelf te kalmeren.
  • Op een sociaal handige manier contact maken
    Oefen met een kind hoe hij op een positieve manier de aandacht kan vragen. Bijvoorbeeld door te vragen of je mee mag doen of door te zeggen: ‘ik wil iets grappigs laten zien, wil je het zien?’ Maar dit kan ook door bij een groepje te gaan staan.
  • Zichzelf durven laten zien
    Geef een kind zelfvertrouwen door het verantwoordelijkheden te geven en zoveel mogelijk zelf tot oplossingen te komen. Besteed vooral aandacht aan zijn positieve kanten, door hem bijvoorbeeld een collage te laten maken over wat zijn kwaliteiten zijn. Of door ’s avonds voor het slapen gaan nog even te praten over alles wat zo goed ging die dag.  

De positieve kant aan clownesk gedrag

Clownesk gedrag wordt vaak als vervelend ervaren. Maar aan clownesk gedrag zitten ook mooi positieve kanten. Zo kan een kind andere goed vermaken, heeft hij humor en kan een groep beïnvloeden. Om van deze positieve kanten gebruik te kunnen maken is het belangrijk dat een kind leert, wanneer hij wel de clown kan uitgangen en wanneer hij serieus moet zijn.

bron: apetrotsekinderen

Er zit meer in dan dat eruit komt!

Er zit meer in dan dat eruit komt!

In normale situaties werken onze verbale en performale eigenschappen samen, maar bij een kloof verloopt die samenwerking niet zo vlot. Een kind kan zich dan geen beeld vormen van een bepaalde situatie en kan er daarom niet goed mee omgaan, hetgeen zich op school bijvoorbeeld kan uiten in slechte schoolresultaten.

Het performale IQ zegt iets over hoe iemand praktisch omgaat met kennis. Hoe los je praktisch een probleem op.  Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar ook ruimtelijk inzicht.
Het verbale IQ daarin heeft betrekking op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen.

Van een kloof wordt gesproken wanneer de verbale en niet-verbale IQ score van een kind wezenlijk van elkaar verschillen. Dit kan dus twee kanten op gaan: verbaal sterker of performaal sterker.  Een kloof waarbij iemand performaal verbaal hoger scoort dan verbaal is zeldzaam, maar komt voor bij kinderen.

Performaal sterker dan verbaal

Dit is een vrij ongrijpbare kloof voor veel mensen. Een kind denkt namelijk op een hoger niveau dan dat het zich verbaal kan uiten. Het ruimtelijk inzicht, organisatorisch vermogen en de detailwaarneming van het kind zijn beter ontwikkeld dan zijn vermogen om zijn gedachten te uiten met taal. Dit kind zal mensen verrassen met complexe visueel-ruimtelijke taken en een goed overzicht kunnen houden over de taken die hij krijgt. Tegelijkertijd kan het kind gefrustreerd raken doordat hij zich niet altijd kenbaar kan maken in taal en regelmatig onderschat wordt.

Een hoge performale intelligentie kan in de onderwijssituatie vertraging of stagnaties in het leerproces veroorzaken, omdat het kind gebruik maakt van een denkproces waarbij het via het handelen inzicht verwerft en ook bij voorkeur handelend tot oplossingen komt.

Een kind wordt veelal aangesproken op het niveau waar het zich verbaal uit. Er zit echter veel meer in  een kind dan er zichtbaar is, een kind wordt chronisch onderschat. Dit kan tot hevige frustraties leiden bij een kind .

Hoe ga je hier mee om?

Bij deze kinderen is het belangrijk om te begeleiden door te reflecteren op eigen gedrag in taal en ze uit te blijven dagen op school met ruimtelijke taken. Zo leert een kind zich steeds beter uiten in taal, terwijl hij ook ervaart dat hij vaardig kan zijn op school. Dit succes stimuleert en zorgt er voor dat een kind beter in zijn vel zit.

Wanneer een kind ook moeite heeft met het vinden van woorden kan logopedie uitkomst bieden. Op speelse wijze kan gewerkt worden aan woordvinding en vertelvaardigheid (verhaalopbouw, het leren scheiden van hoofd en bijzaken)

Deze kloof waarbij een kind performaal sterker is, wordt soms vergeleken met beelddenken. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat beelddenken vast te stellen is aan de hand van intelligentiegegevens, omdat de verbale subtests ook op een beelddenk manier kan worden gedaan.