**//sticky ads code//**
Kinderen gelukkiger met volle spaarpot dan spullen

Kinderen gelukkiger met volle spaarpot dan spullen

Uit onderzoek van Deloitte onder ruim 500 kinderen blijkt dat 66 procent van de jongens in de leeftijd van tien tot en met twaalf jaar vindt dat geld gelukkig maakt. Bij meisjes ligt dit percentage veel lager (49%). Ook zegt maar liefst driekwart van de Nederlandse kinderen (75%) liever een volle spaarpot te hebben dan veel spullen. Deloitte initieerde het onderzoek in het kader van de Week van het Geld, die vandaag van start gaat (27 t/m 31 maart). Om kinderen bewust met geld om te leren gaan verzorgt de organisatie dit jaar voor de zesde keer het Nationaal Geldexamen, waar duizenden kinderen aan deelnemen.

 Uit het onderzoek blijkt verder dat 76 procent van de kinderen tussen de tien en twaalf jaar zakgeld krijgt. Gemiddeld krijgen zij 13 euro zakgeld per maand. Kinderen blijken fanatieke spaarders, want 80 procent geeft aan te sparen. Ze sparen gemiddeld 9 euro per maand. Het merendeel van de kinderen (88%) vindt het belangrijk om te sparen, omdat ze geld willen hebben voor later (51%), ze dan iets duurs kunnen kopen (41%) en leuke dingen kunnen doen (37%).

Kinderen alert op vloggers

Niet alleen vriendjes en vriendinnetjes (50%) en reclame (42%) inspireren kinderen om producten te kopen, ook vloggers (20%) blijken een belangrijke inspiratiebron. De invloed van vloggers verschilt per leeftijd: met name twaalfjarigen laten zich beïnvloeden door vloggers (25%); elfjarigen (18%) en tienjarigen (18%) in mindere mate. Vloggers inspireren kids met name om computergames te kopen, maar ook kleding, schoenen en sieraden en gadgets zoals iPad’s en smartphones. Ondanks alle inspiratie blijft het overgrote deel van de kinderen alert; negen op de tien kinderen weet dat vloggers geld krijgen voor het promoten van producten.

Verder blijkt uit het onderzoek dat:

  • kinderen vinden dat geld gelukkig maakt omdat ze dan alle leuke dingen kunnen doen die ze willen (58%) en ze dan alles kunnen kopen wat ze willen (53%);
  • 39 procent van de kinderen zich rijk voelt als ze gezond zijn;
  • 4 procent liever hun leven lang een vast bedrag krijgt per maand dan 1 miljoen euro in één keer;
  • bijna de helft van de kinderen weleens iets online koopt;
  • 77 procent liever zelf hun geld verdient dan dat ze het van iemand krijgen.

Over het Nationaal Geldexamen

De Week van het Geld is een jaarlijks initiatief van het platform Wijzer in Geldzaken en vindt plaats van 27 tot en met 31 maart.  Dit jaar faciliteert Deloitte voor de zesde keer het Nationaal Geldexamen tijdens deze week. Het Nationaal Geldexamen is een initiatief van Deloitte en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nibud en Uitgeverij Zwijsen. Het leert kinderen uit groep zeven en acht bewust met geld omgaan en bereidt ze voor op de stap naar het voortgezet onderwijs. Meer informatie over het Nationaal Geldexamen is beschikbaar via: www.geldexamen.nl.

Oproep Cito toets!

Oproep Cito toets!

Binnenkort start de Cito toets weer op de meeste basisscholen.
Over de nut en noodzaak hiervan is al veel gezegd en geschreven. De toets meet wat een kind, in vergelijking met andere kinderen, in acht jaar basisonderwijs heeft geleerd. Met de toets wil men objectief het niveau van een kind vaststellen.

Geschiedenis Cito Toets

Hoogleraar Adriaan de Groot kaartte in zijn boek Vijven en zessen (1966) de problemen rond de subjectiviteit in de beoordeling op scholen aan. De schooltoetsen moesten volgens hem centraal gestandaardiseerd worden, zodat ze onderling goed konden worden vergeleken.

Er waren onderzoeken die uitwijzen dat kinderen van ouders met een hoog opleidingsniveau vaker een hoger schooladvies kregen dan kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau. Cito moest hier uitkomst bieden om het onderwijs niveau te bepalen.

Voor de openbare scholen in Amsterdam ontwikkelde De Groot eerst de Amsterdamse Schooltest. Toen deze een succes bleek, werd de jaarlijkse eindtoets voor de hoogste klas van de basisschool landelijk ingevoerd. Aan de hand van de uitslagen kregen leerlingen vervolgens advies over welk niveau in het voortgezet onderwijs bij hen zou passen.

Wat de Cito toets niet meet is creativiteit, technisch inzicht en mate van samenwerking. Hoofdzakelijk wordt getoetst op taal en rekenen. En dat terwijl veel meer vaardigheden van belang zijn voor een goede ontwikkeling van kinderen en het leren van een vak.

Jouw mening!

In de week van de cito willen we op De Leukste Kinderen extra aandacht besteden aan de Cito toets. Hiervoor zijn we op zoek naar mensen die hier een mening over hebben. Zowel positieve aspecten over de cito als een kritische noot willen we podium bieden op ons platform. Heb je een mening en wil je deze delen? Mail je blog dan voor 12 april 2017 naar info@www.deleukstekinderen.nl

In de week van de cito (18 -20 april) publiceren we de blogs op De Leukste Kinderen.

Ouders maken zich zorgen over mediagebruik van hun kind

Ouders maken zich zorgen over mediagebruik van hun kind

Voor veel ouders (92%) is het verstandig omgaan met media een standaard onderdeel van de opvoeding geworden, net zoals gezond eten en voldoende beweging.

Nu steeds meer ouders zich bewust worden van hun rol in mediaopvoeding, zien zij ook beter de risico’s in. 44% van de ouders maakt zich weleens zorgen over het mediagebruik van hun opgroeiende kinderen. Bijvoorbeeld over de tijd die zij eraan besteden en de content die zij krijgen voorgeschoteld. Dit blijkt uit onderzoek van PanelWizard in opdracht van Mediawijzer.net*. In het onderzoek geven bijna vier op de tien ouders aan hulp te kunnen gebruiken bij de mediaopvoeding. Daarom lanceert Mediawijzer.net de MediaDiamant, ontwikkeld door Nederlandse experts in mediaopvoeding. De MediaDiamant is een wegwijzer met concrete tips om kinderen van 0 tot 18 jaar mediawijs op te laten groeien.

MediaDiamant

De MediaDiamant helpt ouders om hun opgroeiende kinderen op een bewuste, plezierige en veilige manier met media om te leren gaan. “Mediaopvoeding kun je vergelijken met je kind leren fietsen”, zegt Krista Okma, opvoedexpert en een van de ontwikkelaars van de MediaDiamant. “Op een lege parkeerplaats fietst je kind voor het eerst zonder zijwieltjes. Zodra je merkt dat hij jouw hand op zijn schouder niet meer nodig heeft, laat je hem gaan. In de loop der jaren laat je je kind steeds verder fietsen. Eerst samen, later alleen. Met mediaopvoeding is het net zo. Je leert je kind op een verstandige manier media te gebruiken door op jonge leeftijd samen de mogelijkheden te ontdekken en hem of haar stap voor stap meer ruimte te geven.”

De MediaDiamant is opgebouwd uit vijf kanten die samen de belangrijkste onderdelen van de mediaopvoeding vormen:

Plezier: Aan media beleven kinderen op verschillende manieren plezier, bijvoorbeeld door te genieten van leuke en leerzame content of door creatief bezig te zijn met media.
Veiligheid: Via media krijgen kinderen van alles te zien, ook dingen die nog niet geschikt zijn of tot risico’s leiden. Filters, goede begeleiding en duidelijke afspraken zorgen ervoor dat je kind media veilig kan gebruiken.
Samen: Samen bezig zijn met media zorgt voor plezier en veiligheid. Als ouder houd je zicht op wat je kind te zien krijgt en worden de media-ervaringen iets om samen te delen.
Inhoud: Media ontwikkelen zich razendsnel. Het is belangrijk dat media aansluiten bij de belangstelling, kennis en het ontwikkelniveau van kinderen.
Balans: Veel ouders willen weten hoeveel tijd hun kind dagelijks aan media mag besteden, en waar de grens ligt. Hier zijn geen officiële richtlijnen voor. Het is vooral belangrijk dat media één van de, dus niet de enige, activiteiten is waar je kind dagelijks mee bezig is.

Highlights

Uit het onderzoek blijkt dat ouders met name moeite hebben met de volgende aspecten van de mediaopvoeding:

  • 43% van de ouders is bang dat hun kind in contact kan komen met mensen die kwaad in de zin hebben.
  • 40% van de ouders vindt het lastig dat hun kind ongeschikte content kan tegenkomen.
  • 38% van de ouders is bang dat hun kind teveel tijd besteedt aan media.
  • 28% vindt het lastig dat hun kind zich verveelt als hij of zij geen media kan gebruiken.
  • 22% van de ouders heeft moeite om zelf het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door de smartphone tijdens het eten niet op tafel te hebben liggen. Bij ouders van jongere kinderen vindt zelfs 31% dit lastig.
  • 22% van de ouders maakt zich zorgen over veilig internetgebruik, waaronder de online privacy van hun kind.
  • Voor 18% van de ouders is het maken van goede afspraken met hun kind over mediagebruik lastig.
    15% van de ouders is bang dat afleiding door sociale media van invloed is op de schoolprestaties van hun kind. Bij ouders van kinderen in de leeftijd tussen 13 tot 18 jaar is dit zelfs 28%.
  • 13% van de ouders vindt het vervelend dat hun kind eindeloos zeurt om media. Bij ouders van jonge kinderen is dit zelfs 21%.

Mediaopvoeding

Uit het onderzoek blijkt dat bijna vier op de tien ouders hulp kunnen gebruiken bij mediaopvoeding, bijvoorbeeld via de MediaDiamant. Ouders geven aan dat zij tips en adviezen prettig vinden omdat zij zelf nog onvoldoende hebben nagedacht over hoe zij de mediaopvoeding willen aanpakken, nieuwe inzichten willen opdoen en verwachten dat zij bij het opgroeien van hun kind tegen nieuwe aspecten van de mediaopvoeding aanlopen. Op de website www.mediawijsheid.nl/mediadiamant kunnen ouders de MediaDiamant vinden, inclusief concrete tips die helpen bij de mediaopvoeding.

* Onderzoeksverantwoording: Online onderzoek uitgevoerd door PanelWizard onder 1.060 Nederlandse ouders met kinderen in de leeftijd van 1 tot 18 jaar. Het veldwerk is uitgevoerd in februari 2017.

Dyslexie bestaat!

Dyslexie bestaat!

Vandaag verschenen er weer berichten over dyslexie in de media waar je als dyslectici of ouder van een kind met dyslexie heel verdrietig en boos van wordt. Dyslexie bestaat, Cogito ergo sum.

Hoogleraren beweren dat dyslexie vooral het gevolg is van slecht onderwijs. Eén van de hoogleraren vraagt zich zelfs af of Dyslexie wel bestaat. Als een kind moeite heeft met leren lezen of rekenen dan wordt vergeten te kijken of er wel goed onderwijs wordt gegeven. Hier wordt compleet voorbijgegaan aan alle extra inspanningen die gedaan moeten worden, door school, ouders en niet te vergeten het kind alvorens een dyslexietest kan worden afgenomen. Het zou wel heel bijzonder zijn als alle betrokkenen in dit traject schuldig zijn aan slecht onderwijs.

Teveel dyslexieverklaringen

Er wordt in de media steeds gedaan alsof er met dyslexieverklaringen wordt gestrooid… en misschien is dit in sommige gevallen werkelijk zo, maar het is redelijk ongenuanceerd om dan te beweren dat dyslexie niet bestaat.

Ook de vergelijking met landen om ons heen, zijn vaak kortzichtig. In Scandinavische landen beginnen kinderen inderdaad op latere leeftijd met leren lezen. Maar of dit ook de reden is dat hier minder dyslexie is, is te kort door de bocht. De Scandinavische talen zijn ook fonetischer waardoor daar minder dyslexie voorkomt. Het lezen is in die taal namelijk gemakkelijker, door de hoge consistentie tussen klanken en letters. In Engeland ligt het percentage dyslexie om die reden juist hoger.

Nog meer oefenen

Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen onderzoekt het fenomeen dyslexie al sinds 2007 en komt maar tot één conclusie: dyslexie is een gevolg van slecht onderwijs. Er wordt gewoon te weinig geoefend,” zegt ze. Al die jaren onderzoek en dan is dat je conclusie! Ik vraag me dan af of er in dit onderzoek ook gesproken is met ouders. Bij een dyslexie behandeling maar ook daarvoor moet zoveel gelezen, geflitst en worden geoefend. Kees Vernooij, Expert in lees en taalonderwijs is het met haar eens. School moet meer tijd inlassen en ook ouders kunnen helpen oefenen met lezen.

Beste hoogleraren, neem van mij aan dat ik ook liever geen dyslexie verklaring had voor mijn kind en dat ik na al die jaren elke dag oefenen en alle extra inzet van school, graag vooruitgang had gezien! (facebook bericht van een ouder met een dyslectisch kind)

En dan nog de opmerking dat “het probleem” zich doorbetaald in het voortgezet onderwijs. Vernooy stelt de extra tijd die kinderen met een dyslexieverklaring krijgen ter discussie. Kinderen zonder dyslexie komen soms ook tijd te kort.  Dit zou tot  scheve praktijken leiden.

Pardon! Je vraagt iemand die slechte ogen heeft, toch ook niet om zijn bril af te zetten tijdens het maken van een toets.

Kinderen met dyslexie worden eerder benadeeld, doordat hun kennis veelal op een talige manier wordt getoetst. Ik betwijfel of het cijfer wat een kind krijgt, altijd de juiste weergave van zijn kennisniveau is. Neem alleen al de omstreden cito toets. Deze toetst geeft een kind een schooladvies waarbij hoofdzakelijk taalkundig wordt getoetst op lezen en rekenen. Hoe eerlijk is dat!

Kinderen met dyslexie ondervinden bij veel andere vakken problemen, kunnen niet optimaal gebruik maken van hun capaciteit doordat ze moeite hebben met lezen. Ze hebben geen moeite met geschiedenis of aardrijkunde, maar wel met de manier waarop de informatie wordt aangeboden en getoetst. Moet je ze dan straffen door ze geen hulp middelen te laten gebruiken?

Vraag aan de media

Ik zou graag de hoogleraren en de media willen oproepen zich iets genuanceerder uit te laten over het bestaan van dyslexie. Scheer niet iedereen over een kam! Als je kei hard oefent en weinig vooruitgang boekt, als je altijd harder moet werken dan je klasgenoten, is de opmerking dat je een “aandoening” hebt die niet bestaat, heel kwetsend.

De Nationale Voorleeswedstrijd

De Nationale Voorleeswedstrijd

Landelijk doen dit jaar meer dan 230.000 kinderen mee aan de 24e editie van De Nationale Voorleeswedstrijd! De schoolkampioenen zijn inmiddels gekozen en de lokale en regionale voorleesrondes zijn begonnen!
De boeken van  Roald Dahl, Tosca Menten en Rache Renée Russell zijn het populairst.

Ook dit jaar hebben kinderen uit groep 7 en 8 van basisscholen uit heel Nederland massaal meegedaan aan de 24e editie van De Nationale Voorleeswedstrijd, een initiatief van Stichting Lezen. Er zijn maar liefst 3.206 kinderen tot voorleeskampioen van hun school gekroond. In de komende maanden zullen zij hun voorleestalent laten zien tijdens de lokale, regionale en provinciale voorrondes van De Nationale Voorleeswedstrijd. Op 17 mei 2017 zullen uiteindelijk twaalf provinciale finalisten het tegen elkaar opnemen tijdens de landelijke finale in Amstelveen. Een jury onder leiding van de nieuwe Kinderboekenambassadeur bepaalt dan wie zich De Nationale Voorleeskampioen 2017 mag noemen.

De provincie Noord-Brabant telt net als afgelopen jaar de meeste schoolkampioen; er worden maar liefst 598 kinderen uit die provincie aangemeld voor de vervolgrondes. Gelderland is wederom een goede nummer twee met 435 schoolkampioenen, gevolgd door Zuid-Holland met 434 kandidaten. De lokale vervolgrondes zijn ondertussen van start gegaan en in maart en april staan de regionale vervolgrondes en provinciale finales op het programma. De vervolgrondes worden met name georganiseerd door de bibliotheken en de Provinciale Ondersteuningsinstellingen (POI). Ook nemen steeds meer boekhandels het initiatief om vervolgrondes te organiseren.

Favoriete schrijvers

Uit onderzoek onder alle deelnemers blijkt dat Roald Dahl, Tosca Menten en Rachel Renée Russell dit jaar populairste kinderboekenschrijvers zijn onder kinderen. Dagboek van een muts van Rachel Renée Russell werd net als vorig jaar door kinderen het vaakst gekozen om uit voor te lezen.

Leerprestaties omhoog door 15 minuten lezen per dag

De lees- en leerprestaties van kinderen gaan enorm vooruit als kinderen iedere dag 15 minuten lezen, zo blijkt uit onderzoek. Kinderen die 15 minuten lezen, lezen meer dan een miljoen woorden per jaar. Ze vergroten hun woordenschat, hun kennis van de wereld en hebben een voorsprong bij andere vakken. Kinderen die veel lezen hebben meer kansen in de maatschappij. Zie meer informatie op www.lees15minutenperdag.nl.

De Nationale Voorleeswedstrijd

De Nationale Voorleeswedstrijd is een initiatief van Stichting Lezen in samenwerking met de Openbare Bibliotheken. De betrokken organisaties willen met deze wedstrijd een breed publiek laten zien dat voorlezen niet alleen belangrijk, maar vooral ook erg leuk is. Meer informatie is de vinden op onze website: www.denationalevoorleeswedstrijd.nl.

De eerste biologische flesvoeding uit Nederland

De eerste biologische flesvoeding uit Nederland

Als moeder maak je bij het geven van borstvoeding bewuste keuzes over wat je zelf eet en drinkt. Ook het al dan niet biologisch zijn van je voeding is hierbij een afweging. Gelukkig neemt het aanbod aan biologische voeding voortdurend toe, en zijn biologische producten steeds makkelijker verkrijgbaar. Vanzelfsprekend wil je als moeder ook bewuste keuzes maken over de voeding van je baby. Als je besluit om na de borstvoeding over te stappen op biologische flesvoeding, dan is Neolac Organic een moderne duurzame keuze.

Biologische Nederlandse Melk

In de biologische landbouw staan dier en natuur neutraal. Zo staan koeien zoveel mogelijk buiten in de wei, en wordt er geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Tevens is het gebruik van genetische gemodificeerd voer verboden; biologische koeien eten vers gras en biologisch voer.

Misschien heb je de blikken kindervoeding met de Nijntje afbeelding al gezien; dit is de nieuwe biologische flesvoeding van Neolac Organic. De kindervoeding van Neolac Organic is de enige biologische flesvoeding gemaakt van uitsluitend Nederlandse melk. Neolac Organic wordt het gemaakt in Nederland, en voldoet volledig aan de Nederlandse kwaliteitsstandaarden. Het pure Nederlandse karakter wordt op de verpakking versterkt door het gebruik van Nijntje, die dit jaar haar 65e verjaardag viert.

Moderne duurzame ingrediënten

Vanaf 2016 moeten alle flesvoedingen verplicht omega-3 vetzuur DHA bevatten.

DHA komt veel voor in hersen- en oogweefsel. De meest voorkomende bron van DHA is visolie. Vaak is het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat er geen schadelijke vistechnieken zijn toegepast bij de winning van DHA uit visolie. Neolac Organic bevat daarom alleen duurzaam gewonnen DHA uit algen.

Daarnaast bevat Neolac Organic GOS, een voedingsvezel die helpt bij de groei van goede bacteriën in de darmen van je baby. Met het gebruik van GOS die specifiek biologisch is gaat Neolac Organic een stapje verder, en is het een moderne, biologische flesvoeding.

Opvallende en gebruiksvriendelijke verpakking

De witte metalen blikken waarop Nijntje afgebeeld staat zijn niet alleen opvallend, maar ook duurzaam en gebruiksvriendelijk. Om optimaal te kunnen recyclen wordt in Nederland het metaal tijdens de afvalverwerking namelijk door grote magneten gescheiden van ander restafval. Het schepje zit trouwens handig bevestigd in het deksel, hier hoef je dus nooit meer naar te zoeken.

Drie varianten, verkrijgbaar online en bij Ekoplaza

Neolac Organic biedt moderne biologische kindervoeding uit Nederland, zonder concessies te doen op het gebied van ingrediënten. De biologische kindervoeding van Neolac Organic is verkrijgbaar in drie varianten, afgestemd op de leeftijd van jouw baby. Zo is bijvoorbeeld Neolac Organic 2 Biologische Opvolgmelk geschikt voor baby’s van 6 tot 12 maanden, en is Neolac Organic 3 Biologische Peutermelk geschikt voor peuters vanaf 12 maanden. De biologische flesvoedingen van Neolac Organic zijn verkrijgbaar bij Ekoplaza en via www.neolac.nl.