**//sticky ads code//**
Internationale ModderDag

Internationale ModderDag

Ruim 130.000 kinderen duiken de modder in op 29 juni, internationale Internationale ModderDag. In de modder spelen belangrijk voor goede weerstand en ontwikkeling

Op 29 juni tijdens internationale ModderDag roept IVN Natuureducatie iedereen op om naar buiten te gaan en vies te worden. Dit is belangrijk omdat kinderen in Nederland beperkt buiten spelen: 53% van de kinderen speelt meer binnen. Terwijl diverse onderzoeken juist uitwijzen dat buiten in de modder spelen heel gezond is en de ontwikkeling van kinderen enorm stimuleert. In totaal zijn er op 2.620 kinderopvanglocaties, basisscholen en openbare plekken activiteiten in en rond modder voor ruim 130.000 kinderen.

Wie kan het verst door de modder glijden, de lekkerste moddertaart bakken of zichzelf het mooist versieren met modder? Kinderen van 0 tot en met 12 jaar kunnen zich op vrijdag 29 juni uitleven in de modder. Vies worden mag, dus de ouders zijn gewaarschuwd. IVN Natuureducatie zet met ModderDag het spelen in de natuur op de agenda. Bekijk alle locaties op www.modderdag.nl.

Buiten spelen is gezond en maakt creatief
Spelen in de modder is niet alleen super leuk, uit onderzoeken blijkt dat het ook heel gezond is. Het draagt bij aan de ontwikkeling van een goede weerstand. Ook verkleint buiten spelen de kans op overgewicht, depressiviteit en angststoornissen. Daarnaast ontwikkelen kinderen zo hun ruimtelijk inzicht en creatief vermogen. 53% van de kinderen in Nederland speelt vaker binnen dan buiten en 3 op de 10 kinderen speelt nooit of slechts één keer per week buiten.

In 13 landen doen honderdduizenden kinderen mee aan ‘International Mud Day’.

Waar en wanneer is er nog ruimte om te spelen in de natuur? Te ervaren hoe je een mooi kasteel bouwt en hoe zand voelt tussen je tenen. In onze huidige samenleving gebeurt het ontdekken van de wereld steeds vaker virtueel: via televisie, games, tablets en smartphones. En dat, terwijl het wetenschappelijk is aangetoond dat buiten spelen in de natuur de ontwikkeling van kinderen enorm stimuleert. Met ModderDag zetten we het spelen in de natuur op de agenda. Omdat het leerzaam en leuk is!

Waarom modderdag?

Er is over de hele wereld veel onderzoek gedaan naar waarom het belangrijk is dat kinderen buiten spelen en ook vies mogen worden. Het is goed voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van kinderen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat spelen in de modder, helpt in de ontwikkeling van het immuunsysteem en helpt de kansen op het ontwikkelen van chronische aandoeningen, zoals astma, allergieën en overgewicht, te verkleinen. Op deze pagina tref je een verzameling van onderzoeksresultaten en kan je doorklikken naar diverse onderzoeken voor meer informatie.

Modderdag

Geen roze wolk voor 1 op de 8 bevallen vrouwen

Geen roze wolk voor 1 op de 8 bevallen vrouwen

In Nederland ontwikkelen jaarlijks ruim 23.400 vrouwen een depressie na de bevalling. Dat is 1 op de 8 moeders. Zij ervaren Geen roze wolk na de bevalling.
Velen van hen durven hun situatie niet aan te kaarten. Zij zijn bang om gezien te worden als een slechte moeder (47,4%) en willen anderen niet belasten (52,2%), blijkt uit een peiling onder vrouwen die (signalen van) een postnatale depressie hebben gehad. Hierdoor blijft postnatale depressie, ook wel postpartum depressie (PPD) genoemd, te vaak onbesproken. Daarom geeft staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) extra aandacht aan postnatale depressie binnen de Hey, het is oké-campagne. Het startsein gaf hij vandaag samen met Jennie Lena, onder andere bekend van The Voice. Ook zij heeft na de geboorte van haar dochter een postnatale depressie gehad. Praten met familie en vrienden hielp haar bij haar herstel.
Blokhuis: “Postnatale depressie is de meest voorkomende aandoening bij pas bevallen vrouwen en kan verstrekkende gevolgen hebben voor moeder, kind en gezin. Het is heel belangrijk dat professionals hier aandacht voor hebben. Maar zeker zo belangrijk is dat net bevallen moeders en hun naasten erover durven te praten. Je bent geen slechte moeder als je niet op een roze wolk zit. Met de campagne willen we het voor deze moeders en hun omgeving makkelijker maken om over hun depressieve gevoelens te praten en zo nodig professionele hulp te vragen. Want we gunnen alle moeders een gelukkige kraamtijd en alle kinderen een goede start in het leven.”
Jennie Lena ontwikkelde na haar zwangerschap een postnatale depressie. Inmiddels gaat het goed met haar. “Ik had geen idee wat mensen bedoelden met die roze wolk. Ik zag hem niet hoor,” zegt Jennie. Omdat haar vrienden en familie hun zorgen en vermoedens over een postpartum depressie uitspraken, kreeg zij snel professionele hulp. “Ik weet niet of ik zelf zo snel aan de bel had getrokken. Ik steun deze campagne omdat ik moeders wil laten zien dat zij niet alleen zijn en mensen om hen heen wil oproepen hun vermoedens van een postnatale depressie altijd uit te spreken.”

Praten helpt

Slecht slapen, stemmingswisselingen en extreem moe zijn. Voor veel pas bevallen moeders klinkt dit misschien als iets wat er gewoon bij hoort. Maar als deze symptomen aanhouden, kunnen het ook signalen van een postnatale depressie zijn. Bijna negen op de tien vrouwen met signalen van postnatale depressie denken dat er veel onwetendheid is. En 81% denkt dat het voor mensen uit hun omgeving lastig is de signalen te herkennen. De meerderheid (56%) van de vrouwen die wel hebben gepraat over hun (signalen van een) postnatale depressie geven aan dat zij veel steun vanuit hun omgeving hebben gehad. En driekwart daarvan geeft aan dit heeft bijgedragen aan hun herstel.

Over de campagne

Deze deelcampagne valt onder de grotere campagne ‘Hey! Het is oké. Maak depressie bespreekbaar’ die in januari 2018 is gelanceerd. Met deze deelcampagne en Heyhelpt.nl wil het ministerie van VWS het gesprek over PPD op gang brengen.

Over de peiling

De peiling is van 8 tot en met 16 mei 2018 uitgevoerd door PanelWizard in opdracht van het ministerie van VWS. Aan de peiling namen 1.480 respondenten deel waarvan 455 moeders vanaf 16 jaar met (signalen van) postpartum depressie. Daarnaast namen er 1.025 respondenten vanaf 16 jaar deel die een moeder kennen met (signalen van) een depressie.
Bootsmannetje meest getelde waterdiertje tijdens nationale slootjesonderzoek

Bootsmannetje meest getelde waterdiertje tijdens nationale slootjesonderzoek

Afgelopen weekend deden duizenden kinderen en volwassenen mee aan het eerste citizen science slootjesonderzoek tijdens de IVN Slootjesdagen. Op meer dan 120 plekken in het land werden waterdiertjes geteld en proefjes gedaan om de helderheid van het slootwater te bepalen. Na het bootsmannetje, werden de vlokreeft en poelslak het meest geteld. Op basis van de telling en de waterproefjes, scoorden de slootjes gemiddeld een 6,3 op waterkwaliteit.

Froukje Rienks van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW): “Een 6,3 is net een voldoende. Maar er is vooral in mooie slootjes gemeten. Dit betekent dat er werk aan de winkel is om de slootjeskwaliteit in het hele land te verbeteren. Er zijn gelukkig ook de nodige bijzondere waterdiertjes gezien, zoals de kokerjuffer, libellenlarve en geelgerande watertor”.

“Geweldig om te zien hoe enthousiast kinderen worden van zoiets eenvoudigs als waterdiertjes vangen en tellen. ‘Deze lijkt op een hamerhaai’, zei een kindje in het Vondelpark bij het zien van zo’n geelgerande watertor. En een ander kindje liet vol trots de onderzoekskaart zien: ‘Kijk, ik heb ze bijna allemaal gevonden!’. Dit belooft veel goeds voor volgend jaar”, aldus Marchien de Ruiter, projectleider IVN Slootjesdagen.

Uitbreiden onderzoek

Het nationale slootjesonderzoek wordt het komende jaar uitgebreid met proeven waarmee ook temperatuur, licht en afbraakprocessen in de sloot gemeten worden. Ook wordt het citizen science onderzoek de komende jaren herhaald. Zo kunnen wetenschappers trends in kaart brengen en een volledig beeld krijgen van de gezondheid van Nederlandse slootjes. Het onderzoek is een samenwerking tussen IVN Natuureducatie en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

Waarom slootjesonderzoek?

In Nederland ligt ruim 300.000 kilometer aan sloten. Het is niet voldoende bekend hoe het precies gesteld is met de waterkwaliteit hiervan. Sloten zijn belangrijk voor de biodiversiteit, insecten en vogels die leven van deze insecten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de natuur in en rondom sloten. Sloten vormen een belangrijk onderdeel van verschillende natuurgebieden die met elkaar in verbinding staan. Dit is belangrijk in verband met klimaatverandering. Het netwerk voorkomt versnippering en zorgt ervoor dat diersoorten kunnen migreren tussen de gebieden. Als er een beter beeld is van de gezondheid van sloten, kan waar nodig actie ondernomen worden om de waterkwaliteit te verbeteren.

Bij het citizen science onderzoek werken IVN en het NIOO samen met waterdiertjes.nl, een website waar gedurende het hele jaar waarnemingen van waterdiertjes in zoetwater doorgegeven kunnen worden. Binnen de provincies wordt samengewerkt met diverse waterschappen.

Bootsmannetje meest getelde waterdiertje tijdens nationale slootjesonderzoek

Bootsmannetje meest getelde waterdiertje tijdens nationale slootjesonderzoek

Afgelopen weekend deden duizenden kinderen en volwassenen mee aan het eerste citizen science slootjesonderzoek tijdens de IVN Slootjesdagen. Op meer dan 120 plekken in het land werden waterdiertjes geteld en proefjes gedaan om de helderheid van het slootwater te bepalen. Na het bootsmannetje, werden de vlokreeft en poelslak het meest geteld. Op basis van de telling en de waterproefjes, scoorden de slootjes gemiddeld een 6,3 op waterkwaliteit.

Froukje Rienks van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW): “Een 6,3 is net een voldoende. Maar er is vooral in mooie slootjes gemeten. Dit betekent dat er werk aan de winkel is om de slootjeskwaliteit in het hele land te verbeteren. Er zijn gelukkig ook de nodige bijzondere waterdiertjes gezien, zoals de kokerjuffer, libellenlarve en geelgerande watertor”.

“Geweldig om te zien hoe enthousiast kinderen worden van zoiets eenvoudigs als waterdiertjes vangen en tellen. ‘Deze lijkt op een hamerhaai’, zei een kindje in het Vondelpark bij het zien van zo’n geelgerande watertor. En een ander kindje liet vol trots de onderzoekskaart zien: ‘Kijk, ik heb ze bijna allemaal gevonden!’. Dit belooft veel goeds voor volgend jaar”, aldus Marchien de Ruiter, projectleider IVN Slootjesdagen.

Uitbreiden onderzoek

Het nationale slootjesonderzoek wordt het komende jaar uitgebreid met proeven waarmee ook temperatuur, licht en afbraakprocessen in de sloot gemeten worden. Ook wordt het citizen science onderzoek de komende jaren herhaald. Zo kunnen wetenschappers trends in kaart brengen en een volledig beeld krijgen van de gezondheid van Nederlandse slootjes. Het onderzoek is een samenwerking tussen IVN Natuureducatie en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

Waarom slootjesonderzoek?

In Nederland ligt ruim 300.000 kilometer aan sloten. Het is niet voldoende bekend hoe het precies gesteld is met de waterkwaliteit hiervan. Sloten zijn belangrijk voor de biodiversiteit, insecten en vogels die leven van deze insecten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de natuur in en rondom sloten. Sloten vormen een belangrijk onderdeel van verschillende natuurgebieden die met elkaar in verbinding staan. Dit is belangrijk in verband met klimaatverandering. Het netwerk voorkomt versnippering en zorgt ervoor dat diersoorten kunnen migreren tussen de gebieden. Als er een beter beeld is van de gezondheid van sloten, kan waar nodig actie ondernomen worden om de waterkwaliteit te verbeteren.

Bij het citizen science onderzoek werken IVN en het NIOO samen met waterdiertjes.nl, een website waar gedurende het hele jaar waarnemingen van waterdiertjes in zoetwater doorgegeven kunnen worden. Binnen de provincies wordt samengewerkt met diverse waterschappen.

Ladival lanceert de insmeergame “smeer ‘m”

Ladival lanceert de insmeergame “smeer ‘m”

Deze week lanceert Ladival Zonbescherming de eerste insmeergame van 
Nederland, genaamd Smeer ‘m. Een speciale app die de jongste basisschoolkinderen spelenderwijs bewust maakt van de gevaren van de zon en leert hoe ze zich daartegen kunnen beschermen. 

Smeer ‘m

Smeer ‘m werkt op het digiboard, smartboard, de tablet en de smartphone. Kinderen kunnen thuis en in de klas oefenen en laten zien hoe goed ze kunnen smeren. Als ze een plekje vergeten zijn, dan merken mascottes Brom & Brul dat meteen!Ladival maakt zich al jaren sterk om zonbescherming een vast onderdeel van het schoolprogramma te maken en ontwikkelt daarvoor belangenloos geanimeerde materialen. Bescherming is belangrijk, want de kinderhuid is nog volop in ontwikkeling en daardoor extra kwetsbaar. Even smeren voor het buitenspelen, voorkomt zonneschade.

In de afgelopen jaren heeft Ladival met de campagne Samen Smeren honderden kleuterklassen aan
het smeren gekregen. Aangemoedigd door Brom en Brul, en geholpen door lespakketten met flyers,
stickers, smeerdiploma’s en duizenden gratis Ladival-flacons SPF 30 en SPF 50, werden
klasgenootjes zonmaatjes en was het insmeren van de hele klas zo gepiept. Samen Smeren is een
groot succes – vorig jaar deden er ruim 2.000 scholen mee – en dit jaar pakt Ladival het nóg groter
aan.

smeer m

Samen Smeren

Goed smeren kun je niet vroeg genoeg leren. Met de ontwikkeling van de Smeer ‘m Game en de
langlopende kleuterklascampagne Samen Smeren neemt Ladival het voortouw om het belang van
goede zonbescherming al op jonge leeftijd onder de aandacht te brengen.
Speel de game op samensmeren.nl. Hier is ook lesmateriaal te downloaden voor in de klas.

Bezoek Ladival.nl voor info over Ladival zonbescherming

Ladival doneert ook dit jaar weer € 1,- per verkochte flacon voor de kinderhuid aan KWF Kankerbestrijding voor onderzoek naar huidkanker.

smeer m

Ouders zijn bezorgd over online veiligheid, maar ondernemen te weinig actie!

Ouders zijn bezorgd over online veiligheid, maar ondernemen te weinig actie!

Ouders zijn bezorgd over de online veiligheid van kinderen. Slechts een vijfde geeft toe dat ze geen actie ondernemen om hen te beschermen. Dat blijkt uit recent onderzoek van Norton by Symantec. Van cyberpesten tot bedreigingen.

Het onderzoek wijst uit dat 80 procent van de ouders denkt dat het riskant is om een kind een computer of smartphone te laten gebruiken zonder toezicht. Ook is twee op de vijf ouders bezorgd hoeveel informatie kinderen online delen. Deze zorgen worden echter niet vertaald in acties.

Zorgen van ouders over online veiligheid

52 procent van de Nederlandse ouders zegt dat het belangrijk is voorzichtig te zijn met de informatie die het gezin online zet, maar slechts een kwart onderneemt daadwerkelijk acties. 75 procent stelt zelfs helemaal geen grenzen aan de informatie die zij zelf delen over hun kinderen op social media.

“We betreden onbekend gebied wat betreft hedendaags ouderschap”, zegt Robert den Drijver, Regional Director Benelux & Nordics bij Norton. “Technologie heeft de manier waarop onze kinderen opgroeien getransformeerd en het handboek voor ouders herschreven. In gezinnen wordt de discussie over schermtijd net zo vaak gevoerd als die om bedtijd. Sommige ouders verbieden social media of gaming terwijl andere ouders hun kinderen vluchtige internationale vriendschappen zien sluiten online. In de hedendaagse digitale wereld worstelen ouders met het voorbereiden van hun kinderen op het veilig gebruiken van technologie.”

Managen van de online activiteiten

In het onderzoek hebben ouders ervaringen gedeeld over het managen van de online activiteiten van kinderen. Ook is gevraagd in hoeverre men denkt hun kinderen online te kunnen beschermen.
De belangrijkste zorgen van ouders zijn onder andere:

  • Downloaden van kwaadaardige software (75 procent)
  • Te veel tijd besteden voor een scherm (73 procent)
  • Delen van persoonlijke informatie met vreemden (69 procent)
  • Delen van content die later tegen hen gebruikt kan worden (66 procent)
  • Verleid worden om met een vreemde af te spreken (61 procent)
  • Online gepest worden (61 procent)

In veel gevallen zijn deze zorgen gebaseerd op persoonlijke ervaringen of ervaringen van andere ouders:

  • Ruim een kwart van de Nederlandse ouders heeft een kind of kent iemand met een kind dat slachtoffer is geworden van cyberpesten (27 procent)
  • Bijna een op de zes geeft aan dat de online activiteiten van hun kind wel eens de online veiligheid van het gezin in het gevaar brachten of kent iemand wiens kind een soortgelijke situatie teweeg heeft gebracht (15 procent)

Toch ondernemen veel ouders geen actie om de online veiligheid van hun kind te verbeteren:

  • 75 procent heeft geen beperkingen ingesteld om toegang tot bepaalde apps of sites te verhinderen
  • 31 procent laat het kind soms online winkelen zonder supervisie
  • 22 procent van de ouders vraagt kinderen online apparaten alleen te gebruiken in gedeelde ruimtes
  • 73 procent van de Nederlandse ouders die een kind online laten surfen staan dat toe zonder supervisie

“Ouders kunnen verschillende redenen hebben voor deze ‘hands-off’ benadering. Sommigen weten misschien niet waar ze moeten beginnen. Anderen hebben moeite de balans te vinden tussen het beschermen van kinderen en het respecteren van hun privacy,” zegt Robert den Drijver. “We moeten ouders aanmoedigen eerlijke gesprekken te voeren met hun kinderen over online ervaringen en ze verzekeren dat ze niet alleen zijn. Uiteindelijk leren alle ouders het door te doen.”

Hoewel er verschillende visies zijn op digitaal ouderschap denken veel ouders slecht voorbereid te zijn. Praten over online etiquette, veilig internetgebruik en cyberpesten hoeft echter geen grote uitdaging te vormen.

Tips

Norton heeft acht tips op een rij gezet die ouders kunnen gebruiken om de juiste aanpak te vinden:

  1. Stel regels en richtlijnen op: denk hierbij aan het beperken van schermtijd, het soort content dat kinderen kunnen nuttigen en gepast online taalgebruik.
  2. Moedig je kinderen aan online gaan in gedeelde ruimtes: het is belangrijk een balans te vinden tussen meekijken over de schouder en het kind het gevoel geven dat het zich moet verstoppen om online te gaan. Je zult je meer op je gemak voelen over wat ze uitvoeren. Tegelijkertijd kunnen kinderen naar de ouders komen als zij in de war, bang of bezorgd zijn.
  3. Ga een open gesprek aan met je kinderen over internetgebruik en ervaringen, inclusief cyberpesten. Je kunt ook de handleiding voor cyberpesten van Norton gebruiken om het gesprek aan te gaan.
  4. Leer je kinderen na te denken voordat ze klikken: of het nu gaat om online video-websites, het ontvangen van een onbekende link in een e-mail of surfen op het web, herinner kinderen er aan niet op links te klikken die hen naar gevaarlijke of ongepaste websites sturen. Het klikken op een onbekende link is een veelgebruikte manier om persoonlijke of waardevolle informatie te stelen.
  5. Wees alert op schadelijke content: van websites tot apps, spellen en online communities, kinderen hebben toegang tot veel content die hen zowel positief als negatief kan beïnvloeden. Het gebruik van slimme software voor familiebeveiliging en ouderlijke controle kan helpen het gezin veilig online te laten zijn.
  6. Bespreek de risico’s van het posten en delen van persoonlijke informatie, in het bijzonder foto’s en video’s op sociale media.
  7. Geef het goede voorbeeld: kinderen zijn vaak geneigd ouderlijk gedrag te imiteren, dus laat hen zien hoe het wel moet.
  8. Gebruik sterke en betrouwbare beveiligingssoftware, zoals bijvoorbeeld Norton Security, om kinderen en apparaten te beveiligen tegen kwaadaardige websites, virussen, phishing en andere online bedreigingen die ontworpen zijn om persoonlijke en financiële informatie te stelen.