**//sticky ads code//**
Leerproblemen en primaire reflexen

Leerproblemen en primaire reflexen

Primaire Reflexen zijn essentieel voor de ontwikkeling van de mens. Deze reflexen, zoals de zuig- en grijpreflex, zijn nodig om de fase van hulpeloosheid naar zelfredzaamheid te kunnen overbruggen.

Asymmetrische Tonische Nek Reflex ( ATNR ) wordt ook wel de “leerreflex” genoemd. Deze reflex is belangrijk voor leervaardigheden. Deze reflex speelt een belangrijke rol bij het tot stand komen van de oog-hand coördinatie en de ontwikkeling van het visuele en auditieve systeem (ogen en oren) 

Vaak is het leerproces van kinderen met een niet goed afgesloten ATNR erg moeizaam. Doordat de oog-hand handcoördinatie niet in orde is, zijn er vaak visuele problemen. Informatie via de ogen komt een fractie van een seconde na elkaar binnen of wordt ongelijkmatig verwerkt. Dit is vervelend als je een bal wil vangen, maar belemmert ook het schrijven, spellen en lezen. Een kind moet zijn hoofd draaien van het schoolbord of zijn boek, naar zijn schrift. 

Dyslexie

Kinderen met een actieve ATNR kunnen vrijwel niet automatiseren. Dit kan hun leerproces op school moeilijk maken. Vaak komt er dyslexie of dyscalculie voor bij deze kinderen.

Schrijfproblemen

Het is voor een kind met ATNR problemen bijna onmogelijk om netjes te schrijven. Iedere keer als ze hun hoofd draaien om te kijken naar het papier, wil hun arm zich strekken en wil de hand zich openen. Probeer dan maar eens om je pen goed vast te houden en je tegelijk te concentreren op de inhoud! 

Een kind merkt dat het schrijven moeizaam gaat. Hij probeert dit te compenseren, dit leidt vaak tot een krampachtige, verkeerde pengreep en spanning in het lichaam. Schrijven gaat schots en scheef, in verschillende richtingen en van de ene kant van de pagina naar de andere. Er zijn kinderen die hun papier 90 graden draaien om makkelijker te kunnen schrijven.

Leesproblemen

Kinderen ondervinden problemen bij het lezen. Hun ogen gaan niet soepel van de ene kant van de pagina naar de andere, ze verspringen. Hierdoor raken ze de plaats in de tekst kwijt. Dit maakt het moeilijk om een tekst goed te begrijpen.

Lateralisatie problemen

Het lateralisatieproces is het rijpingsproces van beiden hersenhelften, waarbij één helft zich gaat ontwikkelen tot de dominante helft. Beiden hersenhelften kunnen dan goed gaan samenwerken. Bij sommige kinderen verloopt dit proces niet goed. Bij kinderen met dyslexie of hoogbegaafdheid komt het zelfs vaak voor dat ze niet goed lateraliseren. Ze slaan vroege ontwikkelingsfasen over omdat ze anders leren. Kinderen hebben vaak problemen met lezen, schrijven, verwisselen de b en d om,  maar ook cijfers worden vaak omgekeerd. Het werktempo van deze kinderen ligt ook vaak lager.

Reflex integratie therapie kan helpen bij het verminderen van de problemen die ontstaan als gevolg van een actieve reflex

Wat dyslexie je brengt!

Wat dyslexie je brengt!

Sommigen zien dyslexie als een gave. Dyslexie brengt een aantal vervelende eigenaardigheden met zich mee en op zoek naar een overlevingsstrategie, gelukkig ook de nodige handige compensaties. Maar ik ga hier beslist geen verhaal houden over de voordelen van het dyslectisch zijn.

Praat je over dyslexie, dan gaat het ook al gauw over sociaal-emotionele zaken zoals faalangst, snel afgeleid zijn, soms slecht aansluiting kunnen vinden bij klasgenootjes of vriendjes. En nu heb ik het woord al genoemd: ‘klas’. Want eigenlijk is deze sociaal-emotionele ellende niet iets wat echt bij dyslexie hoort maar bij school. Omdat scholen nu eenmaal kicken op statistieken, gemiddelden en voortschrijdend inzicht, wordt een leerling met o.a. dyslexie soms volledig afgebrand. Die moet nu eenmaal presteren conform die norm en dat lukt vaak niet. En dan komen er zaken boven als faalangst, soms vervelende fysieke klachten als hoofd- en buikpijn, bedplassen en een gebrek aan motivatie voor schoolse zaken.

Hopelijk gaan de komende jaren er toch eens goede stappen gezet maken met Passend Onderwijs. Eigenlijk bedoeld als een bezuiniging op het huidige onderwijs, zou Passend Onderwijs dìe handreiking moeten zijn voor alle leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Dat zijn er heel veel. Meer nog dan wij denken. Want die onzichtbare leerlingen die ogenschijnlijk als een tierelier gaan, daar valt ook nog wel iets over te zeggen.

Ik vind dyslexie dus beslist geen gave. Maar wat ik eigenlijk wel een kadootje vind, is de zelfkennis die een kind al jong gaat ontwikkelen, mòet ontwikkelen.  Zodra een kind uitvalt op de normale scores, dan wordt het met grote regelmaat onderworpen aan testjes, proefjes en projectjes en vaak bevraagd over het eigen functioneren. Het voordeel voor deze kinderen is, dat ze dus al heel jong min of meer genoodzaakt zijn om naar zichzelf en hun eigen vaardigheden te kijken. Een kind dat normaal presteert op school heeft die noodzaak in veel mindere mate.

Nou ja, en dààr heeft een leerling met dyslexie dus wel iets aan. Hoe leer ik, waarom gaat iets lastig? Waarom schiet ik in de stress bij een toets? Is mijn hoofd zo vol, of juist helemaal leeg en komt er niets? Over het algemeen kan een kind al heel jong vertellen waarom dat allemaal bij hem of haar zo werkt. De moeite waard dus om hier naar te luisteren.

De waarheid over kleurstoffen en gedrag: wat de wetenschap ons vertelt

De waarheid over kleurstoffen en gedrag: wat de wetenschap ons vertelt

Onderzoek toont aan dat synthetische voedselkleuring invloed heeft op het gedrag van kinderen.  In brits onderzoek kregen kinderen de ene week frisdrank en snoep met kleurstoffen en conserveringsmiddel en de andere week ‘nep’ snoep en frisdrank zonder toevoegingen. Er bleken duidelijke verschillen te zijn. De kinderen waren drukker en hadden minder concentratie. Kleurstoffen en gedrag wat hebben ze met elkaar te maken?
Resultaten laten zien dat de effecten niet alleen bestaan bij kinderen met adhd, maar bij iedereen. De onderzoekers zeggen dat kleurstoffen en conserveringsmiddelen samen leerproblemen kunnen veroorzaken. 

Effecten van kleurstoffen

Prikkelbaarheid. Extreme hyperactiviteit. Explosieve woede. Angst of zelfs moedeloosheid. Als je een piek in ongewenste emoties en gedragingen opmerkt nadat een kind een beker frisdrank op heeft  of een handvol M & M’s heeft gegeten ben je niet de enige. 

Met toenemende mate merken ouders een verband op tussen het gedrag van hun kinderen en hun consumptie van voedsel dat synthetische kleurstoffen bevat. De afgelopen jaren hebben meer dan 2.000 ouders hun zorgen gemeld bij het Centre for Science in the Public Interest (CSPI) , een belangenbehartigingsgroep voor consumenten. 

Veel wetenschappers roepen op om kleurstoffen volledig te verbieden of om een ​​waarschuwingsetiket te vragen over hun effecten op hyperactiviteit om het bewustzijn te vergroten.
Er is voldoende bewijs dat kleurstoffen voor levensmiddelen het gedrag beïnvloeden bij sommige gevoelige kinderen met ADHD en andere kinderen zonder dit label. 

Kleurstoffen voor levensmiddelen voegen geen voedingswaarde toe en dragen op geen enkele manier bij aan de smaak van voedsel. Ze worden verwerkt in voedingsmiddelen die voornamelijk aan kinderen worden verkocht – granen, yoghurt en snacks – om ze aantrekkelijker te maken.

Hoe herken je kleurstoffen?

Kleurstoffen in voeding zijn in principe altijd ongevaarlijk,  anders zijn ze verboden. De toegestane kleurstoffen hebben allemaal een E-nummer. Dit  betekent dat ze zeer goed zijn onderzocht en getest.  Kinderen kunnen last hebben van kleurstoffen die chemisch gemaakt zijn.  Het gaat dan bijna altijd om zogeheten azo-kleurstoffen. Stoffen die niet in de natuur voorkomen

Het gaat om de E-nummers 102, 107, 110, 122, 123, 124, 129, 151, 154, 155 en 180. Die chemische stoffen hebben soms prachtige namen, zoals zonnegeel, amaranth of briljantzwart. Als een van deze stoffen in een voedingsmiddel zit, moet dat op de verpakking staan.

Kleurstoffen verwijderen uit je eetpatroon 

Wil je minder kleurstoffen eten, blijf dan uit de buurt van de meeste verwerkte en verpakte voedingsmiddelen. Het gaat hierbij om dranken zoals frisdrank en sappen. Eet hele voedingsmiddelen aan de rand van de supermarkt. Zoals eieren, melk, kwark, vlees en gevogelte, noten en zaden, vers fruit, groenten en peulvruchten.

Wees ook voorzichtig zijn bij het kopen van ogenschijnlijk ‘gezonde’ voedingsmiddelen, waarvan sommige synthetische kleurstoffen bevatten. Denk aan augurken, gearomatiseerde havermout, slasaus, pindakaas en magnetronpopcorn.  Synthetische kleurstoffen zijn ook te vinden in tandpasta, medicijnen en cosmetica. Lees de productlabels aandachtig als je eten uit een verpakking koopt. 

bron: www.additudemag.com en gezondheidsnet

 

De schade die “anders leren” kan aanrichten!

De schade die “anders leren” kan aanrichten!

Onze dochter Iris (14) is al sinds de basisschool aan het worstelen met het feit dat ze slimmer is dan ze kan laten zien op school. Voor het kind een vervelende achtbaan, voor ons als ouders een zoektocht. Anders leren! Want hoe los je dit op? En hoeveel schade heeft het al aangericht in haar zelfbeeld?

Iris was als dreumes, peuter en kleuter heerlijk eigenwijs. Vond alle regeltjes in de klas toen ze op school kwam maar niets. De juf van groep 1 had de eerste dagen het zweet op haar voorhoofd staan. Want ze zat meer onder of naast haar stoel dan erop en keek haar ogen uit, zag en hoorde alles om zich heen. Een hoog sensitief kind, dat werd al snel duidelijk. De eerste jaren had ze het wel naar haar zin, ze was een late leerling en kleuterde bijna drie jaar omdat ze volgens de juf nog erg speels was. Als ouders luister je daarnaar, tenminste wij wel. Toch begon ze zich in groep 2 te vervelen en kreeg ze al wat werkjes van groep 3, die haar goed afgingen.

Naar groep 3

In groep 3 werd haar juf al vrij snel langdurig ziek, dus kwam er een invaller waar ze wel een klik mee had dus dat was niet zo’n probleem. Ook in groep 4 werd haar juf ziek, wat vervelender was, want de hele klas kende aan het einde van dat jaar de tafels nog niet. In groep 5 kwam ze in een combinatieklas met twee leerkrachten, waar ze erg ongelukkig van werd. Het was te druk, twee instructies door elkaar, een paar kinderen die haar pestten in de pauze. De juf waar Iris geen klik mee had gaf op een dag, vijf minuten voordat de bel ging, tegen mij op het schoolplein aan dat het niet zo lekker ging met Iris en dat we daar maar eens over moesten praten. Vervolgens begon Iris op zondagavond te huilen dat ze niet meer naar school wilde. Het liep al richting de zomervakantie en ik besloot snel te schakelen. Ik ben een gesprek op school aangegaan, met de directrice en met de andere juf, die haar allereerste kleuterjuf was, en zij gaf aan dat ik er heel goed aan zou doen als ik Iris van school zou halen, omdat ze er doodongelukkig was.

Andere school

We kozen een andere school in hetzelfde dorp, waar ze groep 6, 7 en 8 doorliep. Ze vond het daar fijner, alleen vanwege het feit dat er geen combiklassen waren en ze echt haar eigen klas had. Wat ons opviel, was dat ze op het gebied van rekenen en spelling matig scoorde. De rest ging wel goed. En qua creativiteit is het een natuurtalent, ze schildert, tekent, creëert als de beste. En ze heeft een enorm gevoel voor humor. In groep 7 moest ze de entreetoets maken, en ik kreeg een zeer zwaar telefoontje van de juf. Iris had de laagst mogelijke score behaald. Nu wisten ze wel dat ze beter zou moeten kunnen, maar ze schrokken er wel van. Wij ook. Vervolgens werd het voorlopig advies al snel op VMBO-TL gesteld. Ik was daar boos over, omdat ik wist dat er niet uit kwam wat er in zat, enorm frustrerend. Dus werd het VMBO/havo.

Intussen hebben we Iris laten testen bij het OPPU en daar kwam een diagnose van lichte ADD uit.
We kozen een cultuurprofielschool, waar ze naar een VMBO/HAVO brugklas kon. Ze deed erg haar best, maar bleef scoren op VMBO niveau. Wij kwamen een artikel tegen over beelddenken en herkenden alles. Iris gebruikt voornamelijk haar rechter hersenhelft en moet alle auditieve informatie omzetten in beelden. Dat verklaarde veel. We hebben een coach ingezet die haar heeft leren mindmappen en plannen.

Andere leren op de middelbare school

Nu zit ze in VMBO TL 2 en heeft ze de grootste moeite met spelling. Ze had laatst een toets waarover ik contact heb opgenomen met de lerares Nederlands. Daarna heb ik uitgebreid gemaild met een coach die gespecialiseerd is in leerproblematiek, dyslexie en anders leren. Ik had de vraag al neergelegd op school of er geen sprake kon zijn van dyslexie. Haar leraar Nederlands van de brugklas gaf aan van niet, omdat ze daarvoor een test hadden afgenomen vorig jaar. Toen ik de fouten die Iris maakt liet lezen aan de coach, gaf deze aan dat er wel degelijk sprake zou kunnen zijn van dyslexie, maar dan de vorm waarbij lezen wel goed gaat maar spelling niet: dysorthografie. Ik zie het terug in haar manier van schrijven. Ze vergeet hoofdletters, punten, schrijft veel woorden fonetisch. Ze scoorde op de desbetreffende toets een 5,8 vanwege de spelfouten, anders had ze een 7,8 gehad. Ik heb uitgebreid contact gehad met de school waar ze nu op zit, maar daar zijn geen mogelijkheden voor begeleiding. Ze hebben een dyslexieverklaring nodig en dan kan ze een dyslexiepas krijgen, zodat ze meer tijd heeft bij toetsen en minder puntenaftrek heeft. Ook al geeft de lerares Nederlands wel aan dat Iris één van haar slimste leerlingen is en ze zich afvraagt waarom deze resultaten er zijn…

Anders leren, betekent niet dat je dom bent!

Nu aan ons als ouders de uitdaging om Iris, die inmiddels 14 jaar is en 10 jaar op school zit, te blijven uitleggen dat ze er niets aan kan doen dat ze het gevoel heeft dat ze dom is, want dat heeft ze. En dom is ze zeker niet. Om uit te zoeken wat wij kunnen doen om haar te laten testen, liefst vergoed, maar dat is moeilijk als ze al op de middelbare school zitten heb ik begrepen… Op zoek naar een goede orthopedagoog. Dat is de volgende stap. Maar met een groot vraagteken op ons hoofd vragen wij ons af: hoe kan het zo ver komen? Hoe komt het dat dit op de lagere school niet gezien wordt? En hoe helpen we Iris om toch zelfverzekerd de toekomst tegemoet te gaan? Maar goed, we doen ons best!

Corina Blommendaal

Lees meer over anders leren

Vergeet die mooie kant van drukke kinderen niet!

Vergeet die mooie kant van drukke kinderen niet!

Elk kind is wel eens druk. Sommige kinderen zijn heel vaak of lijken altijd druk. Ze bewegen voortdurend, hebben altijd van alles te doen, zijn impulsief, snel geprikkeld en helaas ook snel afgeleid. Kinderen lijken geen rem te hebben, hebben altijd haast en soms moeite met luisteren. Ze kunnen niet stoppen met druk doen, ook niet als dat van hen verwacht wordt. We vergeten wel eens hoe leuk drukke kinderen kunnen zijn!

Kinderen die druk zijn

Kinderen die snel zijn afgeleid en zich moeilijk kunnen concentreren, worden vaak druk genoemd. Er wordt vaak gesproken over prikkelgevoelige kinderen. Hun ‘drukke’ gedrag ontstaat meestal door prikkels uit de omgeving; zoals lawaai, veranderingen of andere afleidingen. Elk kind gaat anders met deze prikkels om. De een sluit zich af en droomt wat weg, de ander wordt letterlijk heel druk en moet ontladen door veel te bewegen.

Prikkelgevoelige kinderen krijgen tegenwoordig al snel het stempel ADD of ADHD. Het kan zijn dat het inderdaad hoort bij een van deze concentratiestoornissen, maar het hoeft zeker niet. Naast de negatieve kanten of beter gezegd de belemmeringen, zijn er ook veel positieve kanten, aan drukke kinderen

Positieve eigenschappen van drukke kinderen

  1. Kinderen kunnen intenser van dingen genieten dan de meeste anderen kinderen.
  2. Drukke kinderen zijn vaak heel erg creatief. Ze verzinnen de meest geweldige verhalen en kunnen helemaal opgaan in een spel. Schrijvers, musici, filmmakers, ontwerpers en andere artistieke talenten zijn vaak drukke mensen (en waren dan ook drukke kinderen)
  3. Doen zonder na te denken heeft zo zijn voordelen. Een druk kind loopt niet mee met de massa. En hoe stoer vinden klasgenoten het als hij wel van die hoge duikplank durft te springen.
  4. Kinderen die druk zijn kunnen plezier hebben als geen ander. Ze zijn energiek, vervuld van een krachtig en volhardend streven, wanneer ze een doel willen bereiken.
  5. Het empathisch vermogen van drukke kinderen is vaak sterk ontwikkeld. Het zijn lieve en betrokken vrienden. Ze hebben een grote kracht om zich met andere mensen te verbinden en hebben de capaciteit om dingen vanuit verschillende perspectieven te bekijken.
  6. Drukke kinderen hebben vaak aandacht voor details. Hoe leuk is het als het je kind opvalt dat je iets nieuws aanhebt?
  7. Een druk kind kan als de beste een saai feestje op gang brengen. Als niemand durft te dansen staan zij al vanaf de eerste klanken op de dansvloer
  8. Ze zijn vindingrijk, ze bedenken een oplossing. Doordat ze niet door details worden gehinderd kunnen ze soms heel snel met vernieuwende ideeën komen

 

Hoe kom je deze corona tijd door, als je ADHD hebt?

Hoe kom je deze corona tijd door, als je ADHD hebt?

Thuis blijven, thuis onderwijs, het is moeilijk voor ons allemaal. Maar voor iemand met een ADHD-brein wat verlangt naar stimulatie om te gedijen, kan het nog moeilijker zijn. Wat kun je doen om beter door deze tijd heen te komen?

Mensen met ADHD houden niet altijd van regels, maar de richtlijnen zijn van cruciaal belang – ze zullen je veilig en gezond houden tijdens de pandemie die eindeloos en soms hopeloos aanvoelen .

Stel een schema op en blijf erbij

Ja, deze zelfisolerende tijden voelen misschien aan als een eeuwig weekend. Maar we weten allemaal dat dat het niet is. Zorg dat iedereen op een bepaald moment wakker wordt, gaat douchen en aankleden. Dit helpt in een ieders gemoedstoestand en helpt je in het houden of op nieuw verkrijgen van een ritme. Een ADHD brein, heeft nog meer dan gemiddeld een schema nodig om gedurende dag te functioneren.

Probeer spanningen te voorkomen

Het zijn onzekere tijden. Niemand weet welke gevolgen het coronavirus precies gaat hebben en hoe lang het gaat duren. We zijn met elkaar meer thuis dan gewoonlijk en hebben allemaal onze eigen activiteiten. Dat kan voor spanningen zorgen. Probeer deze spanning zoveel mogelijk tegen te gaan. Bijvoorbeeld door even stoom af te blazen door een rondje te rennen, de trap op en af te lopen. Zorg dat iedereen ook even ruimte heeft voor zich zelf.

Zorg voor dagritme en afwisseling

Kinderen die het naar hun zin hebben zijn gezelliger en luisteren beter. Ritme in de dag biedt rust. Voor iedereen is het goed te weten wat je kunt verwachten. Er zijn via sociale media veel initiatieven die ouders helpen bij het indelen van de dag.

Zorg voor een indeling van (school)werk, beweeg-, rust-, leer en beeldschermmomenten. Plan de dag niet helemaal vol. Kinderen zijn creatief en gewend om zichzelf na schooltijd en in het weekeind te vermaken. Houd voldoende tijd vrij voor zelfstandig spelen of een spontaan plan. En de anti-verveelactiviteiten die jullie hebben afgesproken heb je achter de hand voor als het nodig is. Kijk ook of je met elkaar taken kan doen in het huishouden, zoals samen koken, schoonmaken of de was opvouwen. Het helpt vaak als daar vaste momenten voor zijn.

Maak onderscheid tussen school en vrije tijd

Zorg zoveel mogelijk voor een duidelijke scheiding tussen: werktijd, schooltijd, leuke tijd met de kinderen en tijd voor jezelf. Als je alles tegelijkertijd probeert te doen, doe je eigenlijk iedereen tekort. En wordt niemand hier echt gelukkig van. Een heldere scheiding tussen werktijd en vrije tijd kan zorgen voor rust.