**//sticky ads code//**
Wat dyslexie je brengt!

Wat dyslexie je brengt!

Sommigen zien dyslexie als een gave. Dyslexie brengt een aantal vervelende eigenaardigheden met zich mee en op zoek naar een overlevingsstrategie, gelukkig ook de nodige handige compensaties. Maar ik ga hier beslist geen verhaal houden over de voordelen van het dyslectisch zijn.

Praat je over dyslexie, dan gaat het ook al gauw over sociaal-emotionele zaken zoals faalangst, snel afgeleid zijn, soms slecht aansluiting kunnen vinden bij klasgenootjes of vriendjes. En nu heb ik het woord al genoemd: ‘klas’. Want eigenlijk is deze sociaal-emotionele ellende niet iets wat echt bij dyslexie hoort maar bij school. Omdat scholen nu eenmaal kicken op statistieken, gemiddelden en voortschrijdend inzicht, wordt een leerling met o.a. dyslexie soms volledig afgebrand. Die moet nu eenmaal presteren conform die norm en dat lukt vaak niet. En dan komen er zaken boven als faalangst, soms vervelende fysieke klachten als hoofd- en buikpijn, bedplassen en een gebrek aan motivatie voor schoolse zaken.

Hopelijk gaan de komende jaren er toch eens goede stappen gezet maken met Passend Onderwijs. Eigenlijk bedoeld als een bezuiniging op het huidige onderwijs, zou Passend Onderwijs dìe handreiking moeten zijn voor alle leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Dat zijn er heel veel. Meer nog dan wij denken. Want die onzichtbare leerlingen die ogenschijnlijk als een tierelier gaan, daar valt ook nog wel iets over te zeggen.

Ik vind dyslexie dus beslist geen gave. Maar wat ik eigenlijk wel een kadootje vind, is de zelfkennis die een kind al jong gaat ontwikkelen, mòet ontwikkelen.  Zodra een kind uitvalt op de normale scores, dan wordt het met grote regelmaat onderworpen aan testjes, proefjes en projectjes en vaak bevraagd over het eigen functioneren. Het voordeel voor deze kinderen is, dat ze dus al heel jong min of meer genoodzaakt zijn om naar zichzelf en hun eigen vaardigheden te kijken. Een kind dat normaal presteert op school heeft die noodzaak in veel mindere mate.

Nou ja, en dààr heeft een leerling met dyslexie dus wel iets aan. Hoe leer ik, waarom gaat iets lastig? Waarom schiet ik in de stress bij een toets? Is mijn hoofd zo vol, of juist helemaal leeg en komt er niets? Over het algemeen kan een kind al heel jong vertellen waarom dat allemaal bij hem of haar zo werkt. De moeite waard dus om hier naar te luisteren.

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

We worden allemaal geboren met een dominante rechter hersenhelft. Dit is ook heel logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd.
Wanneer een baby honger heeft gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen. Dit impulsieve gedrag van een baby stopt als hij melk krijgt. Een baby snapt nog niet dat hij soms even moet wachten met eten. Nee hij heeft NU honger! We spreken dan van een primair denkproces.

Primaire en secundair denkproces

Beelddenkers blijven meer bij het primair leerproces. Gevolg hiervan is dat ze vaak direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteit maakt niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Een kind krijgt onterecht het stempel niet in staat om te luisteren.

Het secundaire denkproces stelt gecontroleerd de behoefte tot bevrediging uit tot een geschikt moment. Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld, het secondaire denkproces neemt dan veelal de overhand. De meeste kinderen weten zich vanaf deze leeftijd redelijk te beheersen als ze hun zin niet krijgen. Ze bekijken de omstandigheden.  Beelddenkers daarentegen blijven veelal de voorkeur houden voor het primaire denkproces.

Dit heeft vaak het volgende resultaat:

  • weinig geduld
  • autoriteiten maken niet veel indruk
  • gevoel van binnen overheerst
  • accepteren geen nee
  • geen uitstel dulden
  • obsessie of “hyperfocus” (bijvoorbeeld door een spelletje)
  • afstand nemen van een situatie is moeilijk
  • wat gedaan wordt gebeurt intensief

Hoe kun je omgaan met impulsieve gedrag

Het beelddenkende kind wil vaak direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: Bijvoorbeeld ik wil NU een glaasje limonade. Elk argument van zijn moeder zal een kind verwerpen, simpelweg omdat het niet in zijn denkproces past. Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit een driftbui veroorzaken. Hij krijgt uiteindelijk het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Wanneer je een kind vraagt of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en kan limonade inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Waardoor hij begrijpt dat hij even moet wachten. Of hij is creatief en vindingrijk alles om toch zijn zin te krijgen.

Bij driftbuien kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet. Begin totaal ergens anders over, dit leidt een kind vaak af van het kritische onderwerp.

Geduld kan worden aangeleerd door de wachttijd visueel te maken of te vragen om zich voor te stellen

bron: ik leer in beelden

 

Tine’s nieuwe school

Tine’s nieuwe school

Kijk, daar loopt Tine. Tine is 8 en gaat sinds kort naar een nieuwe school. Niet dat ze verhuisd is of zo, maar haar ouders vonden dat haar oude school haar onvoldoende kon stimuleren. Tine is namelijk hoogbegaafd. Althans, dat heeft een test uitgewezen, want zelf heeft ze helemaal niet het idee dat ze slim is.

Integendeel, Tine vindt heel erg veel heel erg lastig. Zoals begrijpen wat de kinderen in haar klas bedoelen. Of direct antwoord geven als er iets gevraagd wordt. Tine vindt namelijk, dat er op heel veel vragen meer goede antwoorden zijn. En hoe weet ze dan, of ze het juiste goede antwoord kiest? Het kost toch even tijd om dat te bedenken. Maar anderen denken op zo’n moment, dat ze het antwoord niet weet. Of dat ze gewoon geen zin heeft om antwoord te geven. Zoals laatst, toen ze voor het eerst met haar nieuwe groep naar de gymles liep. “Vind jij gymles leuk?”, vroeg een meisje aan haar. Tine wist werkelijk niet wat ze moest zeggen. Want ze liep nu toch voor het eerst mee naar gym? Hoe kon ze dan weten of ze de gymles leuk zou vinden? Dan moest ze toch minstens één les gehad hebben! Dus had ze maar niets geantwoord. Het meisje had heel vreemd gekeken, misschien vond ze haar nu al niet leuk. De tranen sprongen Tine in de ogen. Daar had ze vaker last van, die rottranen…

Overstappen

Kijk, daar is juf Elze. Elze heeft goed nagedacht hoe ze Tine kan helpen wat makkelijker over te stappen. Geen grootse entree, want dan durft Tine vast helemaal niets te zeggen. Wel de klas alvast een beetje inlichten. Toen ze vertelde dat er een nieuw meisje zou komen, hebben ze het ook gehad over hoe je je kunt voelen als je ergens naar toe moet waar je niemand kent. De kinderen waren heel open. Sommigen vertelden dat ze dan een tijdje vooral rondkijken, anderen dat ze juist heel stoer gaan doen zodat iedereen denkt dat ze dat ook echt zijn. Iedereen wist weer, dat ze het superspannend vonden als ze in zo’n situatie kwamen. En ze hoorden van elkaar, dat niet iedereen daar hetzelfde op reageert.

Elze ziet Tine in de klas zitten, een tenger meisje met halflang haar, dat meestal voor het gezicht hangt. Alsof ze er eigenlijk niet wil zijn. Tine huilt vaak in de klas. Elze gaat dan naar Tine toe en benadrukt, dat ze altijd iets mag vragen als ze iets niet weet of kan. Elze heeft Tine in een groepje gezet met meisjes die veel oog hebben voor hun omgeving, en ze kiest werkvormen waarbij Tine voorlopig alleen maar in haar eigen groepje hoeft te praten. Ze vertelt Tine, dat vakken misschien anders gaan dan op haar vorige school. Ook vertelt ze, dat de resultaten helemaal niet zo belangrijk zijn nu, dat ze het veel belangrijker vindt dat Tine het fijn gaat vinden op school.

Niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen!

Tine voelt zich de eerste dagen helemaal niet fijn op school. Alles is nieuw en ze wordt doodmoe van steeds bedenken wat er van haar verwacht wordt. Gelukkig is de juf er. Steeds als de spannende gedachten als tranen naar buiten komen, komt de juf even naar haar toe. Maar de juf vindt haar niet zielig, ze zegt gewoon “niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen”. Ze heeft het nu al zo vaak gezegd, dat Tine het soms zelfs in haar hoofd hoort als de juf er niet bij is. Dat is best handig, want daardoor wordt het huilen ook minder.

En ook de meisjes in haar groepje zijn eigenlijk heel aardig, ze geven haar tenminste tijd om even na te denken als ze een vraag stellen. Niet altijd natuurlijk, maar ze kijken niet meer zo raar als ze even niks zegt. En Linne had haar zelfs gevraagd of ze samen met haar op juffendag iets wilde organiseren! Dat vond ze doodeng, maar toch had ze ja gezegd. Ze ging het proberen, want op deze school mag je tenslotte altijd iets niet kunnen…

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Hoe beleeft een hooggevoelig kind een dag?  In haar praktijk Twinkelster begeleidt Maureen van de Lustgraaf vele kinderen waarvan de hoofdjes vol zitten. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk om goed te functioneren in de dagelijkse situaties thuis en op school.

In deze column deelt ze een verhaal welke een duidelijk beeld geeft van de ervaringen van de eerste ochtenduren van een hooggevoelig kind.

Het is maandagochtend 07.00 uur.

Tijd om op te staan. Ik word gewekt, maar eigenlijk wil ik nog even blijven liggen. Ik kan niet ineens opstaan, heb tijd nodig om wakker te worden. Bovendien willen mijn ogen gewoon niet open. Ik blijf nog even liggen.

Ineens hoor ik hard mijn naam. Oeps, nou is het menens. Ik moet er nu uit. Ik was me, kleed me snel aan en ga naar beneden. Mijn ontbijt staat klaar, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Ik laat het staan, tot grote frustratie van mijn moeder. Even word ik onzeker en bang.

Samen met mijn zus loop ik naar school. Op het schoolplein ga ik nog even buiten spelen totdat we naar binnen mogen. Om 8.30 uur precies lopen we met z’n allen de klas in. Er zijn een aantal kinderen die haast hebben. Ik word gewoon aan de kant geduwd! Ik begrijp niet waarom deze kinderen zo doen. Het is toch niet aardig….ze kunnen toch gewoon op hun beurt wachten? Ik laat ze maar voor.

Wanneer ik de klas in loop, hoor ik de juf schreeuwen tegen de “gehaaste” jongens. Ik schrik en doe mijn handen op mijn oren. Ik wil dit niet horen. Tegelijkertijd krijg ik een raar gevoel in mijn buik. Ik probeer zo onopvallend en rustig mogelijk te gaan zitten. Ik houd me gedeisd en ben bang. Die gehaaste jongens lachen de juf gewoon uit. Wat akelig!

Wanneer ik goed naar de juf kijk, zie ik dat ze een knalrood hoofd heeft en een verdrietige blik in haar ogen. De juf is zenuwachtig en weet even niet wat ze moet doen volgens mij. Om haar heen zie ik allemaal felle kleuren. Ik vind het heel naar om te zien en kijk maar even de andere kant op. Ik voel me ongemakkelijk en krijg buikpijn.

Vol hoofd

Mijn hoofd zit nu al vol merk ik. Vol met woorden, boosheid, frustratie van anderen, kleuren, haasten, bah! Ik ga in gedachten even proberen om in mijn hoofd te zoeken, hoe ik alles een plekje ga geven, zodat het rustiger wordt. Terwijl ik alles aan het ‘parkeren’ ben, hoor ik opeens mijn naam. Ik schrik….o jee…had ik iets niet gehoord? Ik kijk om me heen. Iedereen heeft zijn leesboek voor zich, behalve ik. Snel open ik mijn kastje, pak mijn leesboek en open het. Ik begin te lezen, maar hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet wat ik lees. Mijn hoofd zit nog steeds vol, er kan niets meer bij. Ik ga nog harder mijn best doen, want ik wil de juf niet teleurstellen. Ze ziet er namelijk nog steeds boos en verdrietig uit.

Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik zit zo vol. Zal ik even naar de wc gaan, dat helpt meestal wel. Zachtjes sta ik op en loop naar het stoplicht en zet het op rood. Terwijl ik de deurklink omlaag doe, hoor ik ineens…” Wat ga jij doen?” . Zachtjes antwoord ik dat ik naar de wc moet. Ik krijg te horen dat het niet mag omdat ik net op school ben, dus ga ik maar weer zitten. Wat voel ik me vervelend. Mijn hoofd begint te bonken en mijn buikpijn is nog erger geworden. Stilletjes hoop ik dat het snel pauze is.

Hooggevoeligheid & een vol hoofd

Wanneer een kind (hoog) gevoelig is voor omgevingsfactoren zal het snel vol kunnen lopen. Ervaring leert dat het een valkuil is om uiterlijke kenmerken van informatieverwerkingsproblemen en hooggevoeligheid als onwil te interpreteren. Er is eerder sprake van onvermogen dan van onwil.

Wat kun je als ouder doen?

Neem je kind bij de hand en ga als ouder op zoek naar een manier om er achter te komen hoe het in het hoofd van je kind werkt, waardoor het vol raakt en wat het nodig heeft om het leeg te maken.

Maureen: “In mijn praktijk adviseer ik ouders en kinderen. Ik vind het belangrijk om kinderen te leren contact te maken met hun eigen lichaam, zodat ze opmerken wanneer het hoofd vol loopt. Ook geef ik ze praktische tips mee naar huis.”

 

5 misvattingen over kinderen met dyslexie!

5 misvattingen over kinderen met dyslexie!

Wat mensen vaak niet weten is dat kinderen met dyslexie vaak creatiever dan hun leeftijdgenootjes. Ze kunnen ook een enorm goed taalgeheugen hebben.

Dyslectische kinderen bedenken manieren om de voor hen moeilijke woorden te omzeilen en spelen zodoende met hun woordgebruik. Toch hebben kinderen met dyslexie nog altijd te maken met een hoop vooroordelen. We hebben er een aantal op een rijtje gezet en proberen er een stukje duidelijkheid over te geven.

  1. Kinderen met dyslexie willen niet lezen

    Ze willen wel lezen, maar lezen kost dyslectici enorm veel moeite. Als het keer op keer niet lukt, raken dyslectische kinderen vaak ontmoedigd. Met de juiste boeken op het juiste moment lukt het vaak wel. Dat wil zeggen met boeken met een lager AVI-niveau, met een onderwerp dat aansluit op de belevingswereld en leeftijd van het kind.

  2. Wie dyslexie heeft is dom

    Als je zelf goed kunt lezen is het soms moeilijk je voor te stellen hoe het is om minder goed te kunnen lezen. Taal is vaak een extra belemmering zijn voor kinderen met dyslexie, ook bij andere vakken zoals aardrijkskunde of rekenen, daar moet soms veel gelezen worden. Uit onderzoek blijkt echter dat dyslexie voorkomt in alle lagen van de bevolking en los staat van intelligentie.

  3. Dyslexie is een modeverschijnsel

    Dyslexie is al jarenlang erkend. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met dyslexie door een kleine stoornis de koppeling tussen letters en klanken niet goed kunnen maken.

  4. Dyslexie is een excuus om de regels niet te hoeven leren

    Kinderen met dyslexie zijn vaak zo met taal bezig, dat ze het tegenovergesteld van lui zijn. Tijdens het leren lezen moeten dyslectische kinderen meer moeite doen om de klanken die ze horen in een gesproken woord te koppelen aan letters. Het probleem is dus vooral het leren te automatiseren van de regels.

  5. Dyslexie gaat over

    Veel oefening en leeservaring is een noodzakelijke voorwaarde om de lees- en spellingvaardigheid op een beter, functioneel niveau te krijgen. Dat geldt voor normale lezers en ook voor dyslectici. Kinderen kunnen al op jonge leeftijd heel goed om leren gaan met dyslexie, het gaat echter nooit helemaal over.

 

Hooggevoelige kinderen thuis

Hooggevoelige kinderen thuis

Van jongs af aan is soms al goed te merken dat een kind erg gevoelig is. Als baby huilt een kind soms veel om zich te ontladen van een grote hoeveelheid prikkels. Een kind wordt onrustig als de huiskamer vol mensen is. Een kind kan zich dan erg druk gaan gedragen en drijft je als ouders soms tot wanhoop. Andere hooggevoelige kinderen worden juist heel stil en teruggetrokken.

Hoogsensitieve kinderen voelen zich vaak overweldigd door wat er om hun heen gebeurt. Die overweldiging uiten zij soms in emoties, zoals verdriet, angst of woede. Uitingen van woede, angst of druk gedrag worden vaak als negatief gezien en hiervan willen we vaak dat een kind hier zo snel mogelijk mee stopt. Maar het is beter deze emotie als een kans te zien om een kind beter te begrijpen en te helpen.

Hoe kun je hooggevoelige kinderen thuis helpen?

  • Praat er over en benoem de emoties die een kind uit. Stel vragen om te weten wat een kind wil en voelt om hem te stimuleren gevoelens duidelijk te maken. Laat een kind mee denken in het zoeken naar oplossingen voor probleemsituaties. Het is verwonderlijk te merken hoe goed kinderen in staat zijn om aan te geven wat ze nodig hebben.
  • Wees je ervan bewust dat vervelend gedrag vaak een uiting van onvermogen is. Stel duidelijke grenzen aan het gedrag van een kind. Beoordeel een kind op zijn gedrag en keur hem niet als persoon af. Als een kind zich niet gedraagt zeg dan niet “Je bent een vervelend of lastig kind”, maar zeg “Ik vind het vervelend wat je nu doet”. Hooggevoelige kinderen zijn heel opmerkzaam als het gaat om deze nuance verschillen en zullen het laatste anders interpreteren als het eerste. De laatste opmerkingen zullen reflecteren op hun gedrag, de eerste op hun persoonlijkheid.
  • Zorg dat een kind een goede uitlaatklep heeft in bijvoorbeeld sport, muziek of andere creatieve activiteiten. Buiten sporten, zoals voetbal of hardlopen werken heel ontspannend voor een kind en zorgen voor een stukje ontlading.
  • Probeer een kind om te leren hoe hij met zijn hooggevoeligheid kan omgaan. Als een kind aangeeft dat hij het ergens te druk vindt, zoek dan samen naar een rustigere plek. Wanneer een kind leert hoe hij minder last kan hebben van prikkels van buitenaf is hij beter in staat om zich te concentreren en zal een kind ook minder snel reageren op emoties uit zijn omgeving.
  • Prikkels die vanuit de omgeving binnenkomen zorgen voor extra druk. Bedenk samen met een kind een manier om deze prikkels tegen te houden. Dit kan zijn door een bepaalde rustige plek te creëren in huis. Maar dit kan ook door een denkbeeldige schuilplaats te visualiseren. Laat een kind een ei of ton voor zich zien waar hij zogenaamd in kan gaan zitten. Als hij daar is komen er geen prikkels binnen. Wanneer hij ergens is waar hij veel prikkels binnenkrijgt moet hij zich voorstellen dat hij in zijn schuilplaats zit.