**//sticky ads code//**
Wat hebben leerproblemen en primaire reflexen met elkaar te maken?

Wat hebben leerproblemen en primaire reflexen met elkaar te maken?

Al doe je nog zo je best, reflexen kun je niet tegenhouden. Iedereen heeft bij zijn geboorte een aantal primaire reflexen die gemakkelijk zijn op te wekken. Reflexen, zoals de zuig- of grijpreflex, zijn nodig om direct na de geboorte te overleven. Ze helpen bij een goede en gezonde ontwikkeling. Wanneer het zenuwstelsel zich goed ontwikkelt, komen de reflexen na ongeveer een half jaar onder controle. Dat gebeurt echter niet altijd. Het is nog niet heel bekend dat soms bij mensen de primaire reflexen (gedeeltelijk) ongecontroleerd aanwezig blijven. Dat kan komen door bijvoorbeeld stress tijdens de zwangerschap, complicaties bij de geboorte, vaccinaties of andere heftige gebeurtenissen.

Ongecontroleerde primaire reflexen

Het dagelijkse leven wordt dan verstoord door onbewuste automatische reacties die zowel lichamelijk, sociaal, mentaal als emotioneel kunnen zijn. De compensaties die daarop volgen kunnen grote gevolgen hebben.

Ongecontroleerde primaire reflexen  kunnen problemen geven, denk hierbij aan: 
• leer- en concentratieproblemen
• verdriet, angsten, paniek of woede-uitbarstingen
• informatieverwerkingsproblemen zoals ADD, ADHD, autisme, dyslexie, dyscalculie,
• slaapproblemen (inslapen en doorslapen)
• gespannen nek of schouders, rugklachten, hoofdpijn, buikpijn, moeite met leren zwemmen of fietsen
• het gevoel ”ik ben mezelf niet” of ”er is iets, maar ik weet niet wat”

Goed ontwikkelde reflexen zorgen ervoor dat een fysiek goed kan functioneren. Dit komt doordat de reflexen de basis vormen voor het evenwicht, de zintuigen, tijd en ruimtebesef, motorische en visuele vaardigheden en de motoriek. Ook zijn de reflexen verantwoordelijk voor hoe een kind zich sociaal-emotioneel en cognitief ontwikkelt.

Misdiagnose

Het komt vaak voor dat een kind onterecht de diagnose AD(H)D krijgt, terwijl de primaire reflexen ten grondslag liggen aan de problemen.
Omdat bij leer-gedrags of concentratieproblemen veelal niet wordt gedacht aan de primaire reflexen, gaat men dan aan het werk met dat wat er mis gaat.
Eindeloos rekensommen geven, het oefenen van het vangen van een bal of een kind continu aanspreken op zijn niet gewenste gedrag. Een kind wil wel anders, maar het lukt dan gewoon niet, met soms frustratie en onmacht tot gevolg. Vanuit het oogpunt van de reflexen ga je je niet bezig houden met de vaardigheid die er mis gaat, maar werk je aan de basis.

Niet geintegreerde reflex

Een reflexmatige beweging heeft altijd voorrang en verstoort zo het normaal functioneren. Een kind, en met name het jonge kind, zal deze niet gewenste bewegingen en reacties willen onderdrukken of compenseren en dat kost hem ‘bakken vol energie’. Niet geïntegreerde reflexen zorgen ervoor dat een kind uit balans gaat met alle gevolgen van dien.  Een kind raakt vermoeid en zal, wanneer er niet op tijd wordt ingegrepen, niet meer in staat zijn om zelf zijn balans te herstellen. Extreme vermoeidheid, prikkelbaarheid, overgevoeligheid, achterstand in de fijne-of grove motoriek, leer-lees achterstand  of een verstoorde werking van het immuunsysteem, zijn zomaar wat voorbeelden van problematiek die hierdoor veroorzaakt kunnen worden.

Voorbeelden van reflexen

Wanneer de grijpreflex van een kind nog niet goed geïntegreerd is, zal elke prikkel van de hand ervoor zorgen dat deze weer opengaat. Hoe kun je ervoor zorgen dat je netjes schrijft of binnen de lijntjes kleurt, als het je zoveel moeite kost om je pen vast te houden?

Een kind wat niet stil kan zitten. Het is geen onwil, maar het lukt hem niet omdat de oprichtreflex niet geïntegreerd is. Het zal gaan hangen op zijn stoel, wiebelen of afdwalen met zijn gedachten. Het oprichtreflex is tevens verantwoordelijk voor aandacht en focus.

Een (faal) angstig kind wil wel anders denken maar als de overlevingsreflex is nog actief. Deze is nodig bij de geboorte. Een kind blijft in de alarmstand staan. Dan is de veroorzaker van de angst dus niet een negatieve gedachte of emotie, maar een reflex die niet tot rust is gebracht.

De therapie: Reflexintegratie

Het begint bij het uit testen welke reflex verstoord is. Wat er aan de verstoring van de reflex ten grondslag ligt. Vervolgens kan door het volgen van een (licht) bewegingsprogramma er in de meeste gevallen snel verbetering optreden.
Deze oefeningen zijn leuk omdat ze samen met de ouder, broertjes of zusjes gedaan kunnen worden. Het gebruik van spelmateriaal, een skippyballen, yogaballen of ander spelmateriaal verhoogd het plezier bij de oefeningen.

Lees meer over verstoorde primaire reflexen

bron: carlavanwensen.nl

.

 

Wat is een intelligentiekloof?

Wat is een intelligentiekloof?

Vergeetachtigheid, verstrooidheid, moeite met routinetaken, vaak boos of verdrietig, herken je dit in je kind? Chaotisch, moeite met nieuwe dingen en problemen met de groep. Gedrag dat er soms toe kan leiden dat een kind de “stempel” ADHD, Asperger of dyslexie krijgt, terwijl er ook sprake kan zijn van een verbaal performale kloof ook wel intelligentiekloof

Een intelligentie kloof betekent dat de verbale of non verbale intelligentie meer ontwikkeld is. Als de verbale intelligentie van een kind hoger is dan de performale raakt een kind vaak gefrustreerd.

Wat is verbale en performale intelligentie

Het verbale IQ zegt iets over het denken in woorden en het verbale geheugen. Onderdelen van verbale intelligentie zijn onder andere: abstract redeneren, algemene kennis, rekenkundig inzicht en geheugen. Veel begaafden hebben een hoog verbaal IQ: ze zijn taalgevoelig, denken snel, hebben een ruime woordenschat. De verbale intelligentie is een aardige voorspeller voor schoolresultaten.

Het performale IQ geeft aan hoe groot het handelend vermogen van een kind is. Hieronder valt bijvoorbeeld ook ruimtelijk inzicht, het plannen en de fijne motoriek.

Welke problemen ondervindt een kind door een intelligentiekloof?

Het niveau van denken en redeneren in taal ligt hoger dan het praktisch handelen. Dit verschil kan soms een hoop frustratie en teleurstelling geven. Een kind is namelijk in staat de plannen die hij maakt op zeer hoog niveau uit te denken en te verwoorden. Wanneer hij deze plannen tot uitvoering wil brengen, is hij teleurgesteld in het resultaat omdat het er anders uit komt te zien dan hij in gedachten had of omdat het hem veel tijd kost om tot een oplossing te komen. Dit geeft een kind het gevoel dat hij faalt. Ook bij instructie kunnen er problemen ontstaan, omdat een kind in zijn hoofd minder snel een koppeling kan leggen met handelen. Een kind heeft vaak de neiging om nieuwe situaties uit de weg te gaan en deze pas aan te gaan als hij zeker weet dat hij het beheerst en hij kan beredeneren hoe het in elkaar zit.

Tips om kinderen met een intelligentiekloof te helpen

  • Maak gebruik van pictogrammen voor dagelijkse taken. Doordat een kind ziet wat hij moet doen, kan hij taken makkelijker uitvoeren. Bekijk ons review van de checkpad
  • Geef structuur door bijvoorbeeld gebruik te maken van een planbord. Een kind weet dan wat hij wanneer moet doen of wat er gaat gebeuren.
  • Begeleiding bij uitvoeren van taken.
    Wanneer een kind verbaal sterk is, zorg dan voor voldoende uitdaging op verbaal vlak (rekenen, taal, geheugen), maar bied hulp bij het aanbrengen van structuur en plannen van hun werk.
  • Aanmoediging
    Hoog intelligente kinderen kunnen gefrustreerd raken doordat dingen niet lukken. Een kind is dan gebaat bij aanmoediging en positieve feedback, waarbij de nadruk ligt op het leerproces in plaats van op het eindresultaat.

 

Hooggevoeligheid bespreken met de leerkracht.

Hooggevoeligheid bespreken met de leerkracht.

Als jou kind erg gevoelig is. Niet goed tegen lawaai en drukte kan dit heel vervelend zijn op school. Helaas kun je er niet altijd vanuit gaan dat de leerkracht op school weet wat dit inhoudt. Hoe maak je dit bespreekbaar en zorg je ervoor dat een leerkracht begrijpt wat hooggevoeligheid is?

Op school raakt een hooggevoelig kind eerder overprikkeld dan andere kinderen. Een kind krijgt op school veel prikkels binnen. Innerlijk ervaart een kind dit als spanning. Die spanning kan een kind uiten door te gaan huilen, angstig te worden, door zich terug te trekken of druk te worden. Begrip en goede begeleiding van de leerkracht zijn essentieel om een hooggevoelig kind te helpen op school.

Hoe kun je voorkomen dat een kind overprikkeld raakt in de klas?

  1. Inrichting van het klaslokaal:
    Hooggevoelige kinderen nemen vaak veel waar. Een druk ingericht klaslokaal waar iedere centimeter iets te zien is, voelt niet prettig.
  2. Plek in de klas:
    Zet een hooggevoelig kind niet vooraan of midden in de klas, het kind zal veel achterom kijken, om niets te hoeven missen van wat achter hem gebeurt. Een plek aan de rand van de groep biedt de mogelijkheid alles te overzien.
  3. Filter prikkels:
    Geluiden zijn prikkels die je grotendeels buiten kunt sluiten door een kind gehoorbeschermers te geven voor in de klas. Dit gebeurt al regelmatig op scholen. Een kind kan deze opzetten als hij zich moet concentreren of wanneer hij wil ontspannen door zich even af te sluiten.
  4. Aangesproken worden in de klas:
    Veel hooggevoelige kinderen ervaren hun leerkracht als streng. Dit kan komen door het volume van de stem. Vertel de leerkracht dat je kind snel schrikt van een verheven stem en daarom bang kan worden voor de reactie van docent. Vertel dat het goed werkt als je kind wordt aangesproken als er oogcontact wordt gemaakt en er rustig en langzaam wordt gesproken. Eerst glimlachen doet ook vaak wonderen!
  5. Verbonden voelen:
    Een hooggevoelig kind heeft, meer dan andere kinderen, behoefte aan het voelen van verbinding, zeker met een leerkracht die een kind vele uren per week meemaakt. Verbinding stelt een kind gerust en daarmee ontspant een kind. De leerkracht kan op allerlei simpele manieren even verbinding maken met een kind. Een aai over de bol, een glimlach, oogcontact, iets liefs zeggen of even naast het kind gaan zitten.
  6. Structuur bieden:
    Plotselinge of onaangekondigde veranderingen geven een hooggevoelig kind vaak veel stress. Het is een direct gevolg van het feit dat een kind meer zintuiglijk waarneemt dan andere kinderen. Er komt van alles tegelijkertijd binnen, teveel en dan ontstaat er stress. Een hooggevoelig kind is dus gebaat bij een leerkracht die veranderingen in de klas of uitjes van tevoren duidelijk bespreekt. Vertel de leerkracht ook dat je kind deze uitleg nodig heeft om te voorkomen dat hij overprikkeld raakt op het moment zelf.
  7. Zorg voor ontspanning:
    Om prikkels te kunnen verwerken, heeft een kind rust en ontspanning nodig. Als een kind overprikkeld raakt, lukt het ook niet meer goed om informatie op te nemen. Bespreek de mogelijkheden om vaste momenten van ontspanning in te bouwen.
Een “label” is geen oplossing!

Een “label” is geen oplossing!

Op zich ben ik niet tegen het plakken van labels! Belangrijk is wat je doet nadat er een diagnose is gesteld. Helpt het een kind of werkt het stigmatiserend. Er zijn situaties waarin het zeker een kind helpt, maar helaas is het ook vaak het “eind station”. De diagnose is gesteld en daarmee moet een kind het doen.

Een praktijk voorbeeld

Meester Marcel vertelt:
Er was iets niet helemaal in orde met de jongen. Dat vond de school. En dat merkten zijn ouders ook. In de klas was hij er niet helemaal bij. Afwezig, vaak. Ongeconcentreerd. De school en de ouders vonden het een goed plan, als hij eens onderzocht werd. Zo kwam het tot een diagnose: ADD, attention deficit disorder. ADHD zonder de hyperactiviteit, dus. Opeens begreep de school het. En ook de ouders waren opgelucht, omdat ze daarmee te horen hadden gekregen dat het niet aan hen lag. Ritalin of een aanverwant medicijn werd deel van de dagelijkse routine.

Marcel heeft contact gehouden met dit jongetje en zijn ouders, omdat hij schrok van hoe we ons in korte tijd een compleet psychiatrisch jargon hebben eigen gemaakt en hoe normaal we dat zijn gaan vinden. ‘Ons kind slaapt heel laat. Dat is een kenmerk van ADD’, vertelden de ouders me. Ik draaide het om: ‘Als je iedere dag laat in slaap valt, zou je best wel eens wat focusverlies overdag kunnen ondervinden.’ Dat vond hun huisarts een steekhoudende hypothese. Hij schreef een lichte dosis van een natuurlijk slaaphormoon voor. Sindsdien slaapt de jongen om 20:00u en vertoont hij amper nog de symptomen van ADD.

Niet goed slapen als kenmerk van ADD of moeite om geconcentreerd te blijven, omdat je niet goed slaapt.

Het is een fundamenteel andere manier van kijken; het is waar het perspectief kantelt.

Het stappen in de valkuil van de psychiatrische newspeak kenmerkt zich door niet meer naar het kind te kijken, maar naar het gedrag. Een kind is meer dan een zak competenties of een set gedragskenmerken. Kinderen zijn mensen. Het zijn psychosociale wezens, die zich naar vermogen gedragen, afhankelijk van de omstandigheden. Ik heb kinderen gezien die je, op basis van de verschijningsvorm van hun gedrag, wel drie keer het label ADHD op zou kunnen plakken in de klas, maar die, als ze thuis bij oma op de bank kruipen, de rust zelve zijn. Een gevalletje van deeltijd-ADHD?

Hoe ver we gegaan we in labelen

Wat betekent het om te denken in labels in plaats van in kinderen. De Amsterdamse hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns presenteerde tijdens zijn NIVOZ-voordracht ‘Een pedagogisch antwoord op passend onderwijs’. Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat tussen de 2 en 5 procent van de kinderen een leer of gedragsprobleem heeft. Maximaal 1 op de 20 kinderen heeft speciale hulp nodig. Dit is decennia lang een redelijk vaststaand cijfer geweest. Echter, in onze tijd krijgt maar liefst 1 op de 6 kinderen een diagnose.

De bijwerkingen van medicalisering

Medicijnen hebben bijwerkingen. Medicaliseren heeft ook z’n bijwerkingen, vaak ernstige. Je loopt een verhoogd risico te gaan leven, je te gaan gedragen naar de taal en de logica van het medicaliserende model. Er zijn ouders die zeggen dat ze blij zijn met een diagnose, omdat het daarmee ‘niet aan hen ligt’, maar aan ‘stofjes’ in ‘de hersenen’, die te veel of te weinig aanwezig zijn. En daar zijn medicijnen voor. Die neiging is al te menselijk en goed te snappen. Maar wat je als ouder eigenlijk moet begrijpen, is dat je weliswaar een geweldige invloed hebt op de ontwikkeling van je kind, maar dat je geen ‘factor’ bent die schuld draagt.

Je bent een ‘actor’ die heel veel goed kan doen in het leven van je kind. Door je kind te zien. Door je kind te kennen. Door hem te begeleiden, terwijl je aandacht hebt voor zijn eigen aard, zijn ‘eigenaardigheden’.

Explanation stopper

Datzelfde geldt voor leraren, die een diagnose gebruiken als een explanation stopper, zo’n uitleg die iedere verdere gedachte overbodig maakt: ‘Tja, hij heeft ADHD. Dan weet je het wel.’ Wat weet ik dan wel? Hoe ontslaat dat je ervan het kind achter het label te blijven zien? Ook in administratieve zin zijn er bijwerkingen voor scholen: ik hoor intern begeleiders en zorgcoördinatoren, die uitleggen: ‘Als wij extra geld nodig hebben voor de begeleiding van een kind, moeten we de problematiek aandikken. Als we beschrijven wat er precies aan de hand is, zou de indicatie te zwak kunnen zijn voor ondersteuning.’ Morele coördinatoren hebben daar moeite mee. Ik ken er een die aparte brieven schrijft aan de kinderen. Zoals ze zelf zegt: ‘Kijk, dit is wat ik geschreven heb vanwege het geld, maar zo gek ben je in het echt niet, hoor.’

Het ergst is het ongetwijfeld voor de kinderen zelf. Wat betekent het om ‘gelabeld’ te zijn? Hoe word je benaderd? En hoe verhoud je je zelf tot een diagnose? Sommigen zeggen: ‘Ik kan er niks aan doen, want ik heb ADHD.’ Als je een diagnose gebruikt om begrip te krijgen van je situatie, is dat prima. Maar als je gaat wonen in je diagnose, als het een reden wordt om je te blijven gedragen zoals je doet, is zo’n label eerder een katalysator die het probleem in stand houdt of vergroot, dan een route naar een oplossing.

Achteraf zijn ze geen kinderen meer!

Achteraf vinden we het mooi dat Leonardo Da Vinci, Albert Einstein, Walt Disney, Pablo Picasso, Hans Christian Andersen, Roald Dahl, Steven Spielberg, Bill Gates, Whoopi Goldberg, Tom Cruise en Jan des Bouvrie dyslectisch bleken te zijn. Als we terug kijken wordt het deel van hun success story dat bijvoorbeeld ADHD’ers talenten bleken te hebben waar creatieve organisaties wel bij varen. ‘Met de kennis van nu’, zoals politici dat vergoelijkend zeggen, om hun fouten uit het verleden weg te poetsen. Maar ‘achteraf’ zijn ze geen kinderen meer. Kinderen willen nú laten zien wat ze kunnen.

En die laatste zin is heel belangrijk om ons van bewust te zijn!

lees het hele artikel op het kind

Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Elk kind kan wel eens druk zijn. Maar sommige kinderen zijn wel heel vaak druk. Ze zijn beweeglijk,  impulsief, snel geprikkeld en snel afgeleid. Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Druk gedrag

Wat verstaan we nou eigenlijk onder druk gedrag? Ieder kind kan wel eens druk doen, gewoon omdat een kind enthousiast of juist moe is, er iets spannends gaat gebeuren of het kind gewoon niet zo lekker in zijn vel zit.

Bij kinderen die steeds druk zijn zien we dat een kind voortdurend beweegt en echt moeite heeft met stil zitten. Een kind is voortdurend onrustig, maken vaak veel lawaai. Deze kinderen kunnen zich vaak moeilijk concentreren en zijn snel afgeleid.

Waardoor ontstaat druk gedrag?

Druk gedrag kan door vele verschillende factoren beïnvloed worden. De volgende factoren kunnen van invloed zijn op het gedrag van drukke kinderen

  • het karakter van het kind, het ene kind is nu eenmaal veel drukker dan het andere kind.
  • de omgeving, veel drukte en prikkels zorgen eerder voor druk gedrag, dan een rustige omgeving.
  • de opvoedingssituatie, wanneer er weinig structuur is zal een kind eerder druk gedrag laten zien dan in een opvoedingssituatie waarbij er duidelijke grenzen en regelmaat is.
  • gebeurtenissen in het leven van een kind, zoals ziekte, verhuizing, geboorte van een  broertje of zusje, verlies van geliefd persoon of huisdier.
  • drukke periode, zoals in decembermaand
  • situatie op school, als een kind niet goed mee kan komen in de klas, gepest wordt of het kind zit in een (grote) drukke klas kan hierdoor druk gedrag ontstaan.
  • welbevinden, wanneer een kind te weinig slaapt en hierdoor moe is, kan dit zorgen voor druk gedrag.

Al deze bovenstaande zaken hebben invloed op het gedrag van het kind. En vaak is er sprake van een combinatie zoals karakter, omgeving en gevoeligheid voor gebeurtenissen.

Wat kun je doen aan (te) druk gedrag!

Het beste is om de oorzaak van druk gedrag weg te nemen. Zorg voor meer slaap, structuur of het welbevinden van kinderen. Maar dit is niet altijd mogelijk of heeft niet het gewenste effect.

Drukke kinderen hebben veel baat bij structuur en regelmaat in hun dagelijks leven. Ieder kind heeft deze behoefte wel, maar vooral drukke kinderen hebben hier veel baat bij.
Drukke kinderen hebben dan vaak ook moeite met periodes in het jaar dat er wat meer onrust en minder regelmaat is, zoals in de decembermaand.
Een kind kan ook rust geboden worden door de omgeving van het kind opgeruimd en rustig te houden. Door te kiezen voor gesloten kasten en zo min mogelijk speelgoed op de vloer kan een druk kind geholpen worden bij het spelen. Houdt de slaapkamer van een kind rustig, kies voor rustig behang en zorg voor zo min mogelijk rondslingerend speelgoed.

Wanneer een kind zich rustig gedraagt, geef hiervoor veel complimenten. Een kind zal hierdoor gestimuleerd worden meer rustig gedrag te laten zien

Probeer de leefwereld van een kind voorspelbaar te houden. Door een kind van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren, houdt een kind meer grip op de situatie. Hierbij gaat het niet alleen om het aankondigen van uitstapjes en dergelijke maar ook om het aankondigen van de dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld: Je mag nu nog even buitenspelen terwijl ik de tafel dek voor het eten.

Probeer als ouders ook zelf rust uit te stralen. Wanneer jezelf rust in je gedrag weet te brengen geeft dit een kind ook minder onrust, omdat onrustig gedrag van de ouders extra effect heeft op een druk kind.
Zorg ervoor dat een kind de gelegenheid krijgt zijn drukke gedrag te uiten. Door te rennen en buiten te spelen.

Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Wanneer gesignaleerd wordt dat een kind moeite heeft om zich te concentreren en er sprake is van aandachtstekort, denken we vaak aan een druk, impulsief kind. Een kind dat moeilijk kan stil zitten. Maar er zijn ook kinderen die moeite hebben met hun concentratie, die snel afgeleid zijn en hun aandacht maar moeilijk bij hun taken kan houden, maar helemaal niet druk zijn. Deze kinderen zijn eerder wat stil, passief, vergeetachtig en teruggetrokken. Soms wordt de diagnose ADD gesteld.

Deze kinderen vallen veel minder op dan de kinderen met drukgedrag, omdat hun probleem veel minder storend is voor hun omgeving. Het is vooral het kind zelf dat last van het aandachtsprobleem. ADD komt ook vaker bij meisjes voor dan bij jongens en we zien dat meisjes hun onvermogen vaak meer proberen te verbergen.

Wat betekent het als je kind ADD heeft of de symptomen hiervan?

Kinderen met de aandachtstekortstoornis ADD hebben moeite hun aandacht te richten op dingen. Ze kunnen moeilijk onderscheid maken tussen wat belangrijke en minder belangrijke informatie is . Hierdoor is het moeilijker gericht informatie op te nemen. En de binnengekomen informatie lijkt ook op een langzame en minder efficiënte manier verwerkt te worden door de hersenen. De regelfunctie in de hersenen die de informatieverwerking moet regelen lijkt minder goed te werken. Er is van een verminderde prikkeloverdracht in de hersenen waardoor het coördineren en organiseren in de hersenen minder goed verloopt.

Taakgerichtheid

Kinderen met ADD hebben ontzettend veel moeite met het taakgericht werken. Het aanleren van dagelijkse routines en vooral het automatiseren (het doen zonder er steeds lang bij na te hoeven denken) hiervan, kost ze enorm veel moeite. Ze zijn vaak stil en dromerig. Hun leertempo ligt veelal laag, zij hebben weinig zelfcontrole en kunnen erg teruggetrokken zijn, zijn vergeetachtig en lijken vaak weinig nieuwsgierig. Hun problemen met aandacht worden vaak toegedicht aan niet willen, terwijl er sprake is van niet kunnen

Slecht luisteren

Een kind met ADD kan veelal iet goed luisteren. Hij doet vaak niet wat er van hem wordt gevraagd.
Te veel informatie in één keer komt niet binnen. Het is dan ook beter om slecht één ding te gelijk te vragen en te controleren of hij het heeft begrepen. Vraag pas het volgende als de gehele taak of opdracht is afgerond.  Jas ophangen, schoenen uit doen en tas leegmaken en opruimen en dan ook nog vragen hoe het op school was. Een kind met ADD kan deze hoeveelheid informatie niet verwerken. Met een beetje geluk hangt hij nog net zijn jas op!

Negatief zelfbeeld

Wanneer een kind slecht luistert, niet doet wat je vraagt, is er vaker strijd en ruzie met ouders en  leerkrachten. Benoem daarom vaak wat goed gaat, geef opstekers en complimenten, wanneer dingen goed gaan. Verwacht ook niet teveel van een kind.

Weinig tijdsbesef

Kinderen met ADD hebben weinig tijdsbesef. Daarom gaat huiswerk maken niet altijd even goed. Ze maken het niet of op het laatste moment. Kinderen zijn gebaat bij wat extra hulp in de planning. Gebruik pictogrammen om routines aan te leren. Bijvoorbeeld voor het ochtend ritme. Maak duidelijke afspraken over wanneer huiswerk moet worden gemaakt. En wijk hier niet van af. Maak samen een planning zodat er later geen discussie over ontstaat. Duidelijke communicatie en strakke afspraken zijn heel belangrijk.

Concentratieproblemen

Een ADD’er heeft vaak concentratieproblemen als het om dingen gaat die hij minder interessant vindt
Probeer huiswerk of andere dingen die zijn aandacht eisen afwisselend en overzichtelijk te houden.  Bouw ontspan moment in, zodat hij zich daarna weer kan concentreren. Bij dingen die ze interessant vinden kunnen ze zeer geconcentreerd zijn, een hyperfocus. Ze kunnen volledig opgaan in dat wat hen bezighoudt. 

Impulsiviteit

Een ADD’er heeft moeite met het onverwacht veranderen van de planning.  Een spontaan bezoekje of uitje is vaak lastig voor iemand met ADD. Probeer dit zoveel mogelijk te voorkomen. Bespreek van te voren wanneer er iets wordt ondernomen. Wat kan een kind verwachten, zo kan hij aan het idee wennen.