**//sticky ads code//**
Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Veel kinderen, en zeker kinderen met ADHD worstelen met huiswerk. Een ieder worstelt op zijn eigen manier. Het ene kind is ongeorganiseerd, de ander stelt het steeds uit of is afgeleid. Welke specifieke huiswerkuitdagingen er ook zijn, hier zijn oplossingen voor die goed werken.  Vaak heeft een kind problemen met zijn executieve functies. Een paar specifieke strategieën die de meest voorkomende huiswerkfrustraties, zoals chaotisch of uitstelgedrag.

Chaotisch

Veel kinderen met ADHD hebben moeite met het verwerken van informatie, wat betekent dat ze moeite hebben met het bijhouden van de opdrachten die ze moeten maken. Hun map met spullen is vaak rommelig. Dit is voor een kind heel frustrerend. Vooral ook als het huiswerk af is, maar vervolgens kwijt is als het moet worden ingeleverd.

De sleutel is om de organisatie als een onderwerp te behandelen. In plaats van huiswerktijd te beginnen met een wiskundeopdracht of een woordenschatlijst, begin met een paar minuten te besteden aan organisatie. Ga met een kind door zijn map heen. Werk samen aan enkele organisatorische strategieën. Als een kind bijvoorbeeld moeite heeft om papieren in een ringband met drie ringen te archiveren, vraag haar dan of ze in plaats daarvan een accordeonmap wil proberen.

Help kinderen die wat chaotisch zijn ook door te zorgen voor dagelijkse routine. Leg ’s avonds alles klaar voor school, zo kan een kind de dag georganiseerd beginnen.

Uitstellen gedrag

Uitstelgedrag is ook veel voorkomend. Kinderen zijn geneigd om huiswerkopdrachten uit te stellen. We gaan er vaak vanuit dat een kind geen zin heeft of niet wil. Maar in veel gevallen wil een kind beginnen maar ze voelen zich overweldigd. De hoeveelheid leerstof lijkt zo groot dat het verlammend werkt.

Om kinderen die uitstelgedrag te helpen, moet je eerst de drempel voor toegang verlagen. Maak het maken van huiswerk zo gemakkelijk dat iedereen het kan. Hier zijn twee hoofdstrategieën:

1. Per taak : Kies een kleine taak die een kind kan doen om aan de slag te gaan. Als er een werkstuk moet worden gemaakt, begin dan met het schrijven van de titelpagina.  Of als het om een wiskundig werkblad gaat met 20 opgave, vraag dan om de eerste twee te voltooien – en neem daarna een korte pauze.

2. Op tijd : Sommige kinderen hebben een timer nodig.  Gebruik bijvoorbeeld 10 minuten,  noem het de “Tolerable 10. Zeg tegen een kind dat hij zich gedurende 10 minuten zo goed mogelijk moet concentreren op zijn huiswerk.  Als de tijd om is, laat hem dan een rondje door de woonkamer lopen of een snelle rekoefening doen.

Of het nu gemotiveerd is door een taak of door de tijd , een kind zal zien dat zodra de drempel voor toegang is verlaagd, het werk niet zo moeilijk is.

Uitstellen kan ook te maken hebben met de grote van de opdrachten.  Als de leerstof in kleine, behapbare stukken wordt gedeeld, creëert dit overzicht en duidelijkheid. Het is dan veel makkelijker om aan iets te beginnen voor een kind als hij de leerstof kan overzien.  Een kind krijgt dan het idee dat het haalbaar is om de taak met succes te doen.

De huiswerkfrustraties: afgeleid

Afleidbaarheid komt in twee vormen: we hebben onze onruststokers en we hebben onze dagdromers. Onrustige kinderen bewegen altijd, heen en weer schommelen in hun stoel, of herhaaldelijk op hun pen klikken of hun haar draaien terwijl ze huiswerk maken. Voor ouders die hen helpen, kan deze constante beweging vervelend en storend worden. Aan de andere kant van het spectrum zijn de dagdromers, die de neiging hebben om een ​​opdracht van 15 minuten te nemen en deze naar een uur of langer te slepen. Simpelweg omdat ze niet gefocust kunnen blijven. Ze beginnen misschien uit het raam te kijken of op de hoek van het papier te krabbelen, in plaats van op de taak te letten.

Onderzoek toont aan dat afleidbare kinderen moeten friemelen om zich te kunnen concentreren. Met andere woorden, hen vertellen “stil te zitten” is in feite contraproductief. Geef ze in plaats daarvan een fidget-speeltje, een klein handobject waarmee je op een niet-storende manier kunt friemelen of een stressbal.

De dagdromer help je door een herinneringssysteem te gebruiken. Vraag een kind hoeveel herinneringen hij denkt nodig te hebben om een ​​opdracht af te maken. Als hij het niet zeker weet, begin dan met drie. Houd je aan dat aantal, wat er ook gebeurt. Wijs de eerste keer zachtjes zijn aandacht op zijn afleiding. Als jij weer afdwaalt, probeer het dan opnieuw: ‘Dit is je tweede herinnering; Ik geef je er nog één.  Als je hem weer ziet wegdromen, complimenteer een kind op wat al wel af is. En geef de laatste herinnering.  Deze strategie haalt het ‘zeurende’ element er uit en maakt een kind bewust van zijn eigen afleidbaarheid.

Je kunt dagdromers ook helpen door een stoptijd in te stellen. Hierdoor kan een kind een einde in zicht zien en zijn eigen tijd daarop afstemmen.

Gehaast

Dan zijn er de kinderen die wild door hun huiswerk rennen, gewoon om het zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Gehaast en snel huiswerk maken, ongeacht of het goed is. Een kind wil het gewoon zo snel mogelijk doen.

Gebruik bij gehaaste kinderen aangewezen huiswerktijd. Dit is gebaseerd op het uitgangspunt dat kinderen van elk leerjaar een bepaalde hoeveelheid tijd aan huiswerk moeten besteden. Een goede vuistregel is dat kinderen elke avond 10 minuten per klas moeten doorbrengen. Dus een 3e klasser zou ongeveer 30 minuten huiswerk moeten hebben, terwijl een 6e klasser maximaal 60 minuten kan hebben. Als ouder kunnen je stellen, ‘Ongeacht hoeveel huiswerk je ook zegt, je moet elke avond 30 minuten zitten en huiswerk maken. Als je echt niet genoeg te doen hebt, kun je een boek lezen of je wiskundige feiten oefenen’ In de meeste gevallen vermindert deze ingestelde periode de haast, omdat een kind weet dat het hoe dan ook niet in staat zal zijn om na 3 minuten op te staan ​​en Xbox te spelen

Gefrustreerd

Soms maakt huiswerk een kind van streek. Tekorten aan de executieve functies, leer problemen of moeilijke onderwerpen kunnen kinderen van streek maken. Als een kind van streek is kan hij zich minder op zijn huiswerk concentreren.

Als een kind gefrustreerd raakt, is de beste strategie om te stoppen. Een discussie aangaan heeft weinig effect op het moment dat een kind overstuur is. Belangrijk is het gevoel te erkennen, hierdoor kalmeert een kind. Als een kind weer rustig is, kan je opnieuw beginnen.

Als stoppen niet werkt voor een kind, is een andere strategie om het gevoel een naam te geven . Dit is een manier om empathie te oefenen waardoor kinderen het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Laat weten dat je snapt dat het huiswerk allemaal wat veel is.

Het hoe en waarom van sommen automatiseren!

Het hoe en waarom van sommen automatiseren!

Het automatiseren van plussommen tot tien is soms lastig voor kinderen. Ze rekenen deze gewoon snel even uit. Om goed te kunnen rekenen is het belangrijk dat een kind sommen automatiseert. Met name voor sommen tot de tien is het belangrijk dat een kind de optellingen uit zijn hoofd kent. Dit betekent dat het kind de uitkomst van opgaven als 2+3, 3+5, 4+5 … meteen weet.
Dit kan soms lastig zijn voor kinderen, veel dyslectisch en beelddenkende kinderen hebben hier moeite mee.

Waarom is dit belangrijk en hoe kun je oefenen?

Wanneer rekensommen geautomatiseerd zijn, dan worden de rekenhandelingen bijna automatisch uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij de som 7 + 4 = doet een  kind automatisch 7 + 3 + 1 =. Een kind kan dit dan ook makkelijk toepassen in andere situaties. Bij een geautomatiseerde som kan een kind binnen 3 seconden antwoord geven. Dit maakt rekenen natuurlijk een stuk makkelijker.

Hoe automatiseren?

Om te kunnen automatiseren is als eerste getalbegrip nodig. Er is pas getalbegrip als een kind een getal op twee manieren kent. Het getal staat in de telrij, maar bij een getal hoort ook een bepaalde hoeveelheid.

Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden, in onderwijsjargon de telrij. Als je kijkt waar het getal zeven staat. Deze staat tussen de zes en acht in.

Daarnaast is het belangrijk op om het hoeveelheidsbegrip te hebben bij een getal. Bij het getal zeven hoort een hoeveelheid van zeven eenheden. Dat kunnen zeven auto’s zijn, maar ook zeven bloemen.  Voor een beelddenker is het lastig om het beeld los te laten. Beide eenheden zijn even groot! Maar voor een beelddenker is het beeld van zeven auto’s groter.

Verschillende manieren om een plussom uit te rekenen

De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Robert Siegler heeft onderzocht hoe kinderen uit groep 3 een plussom uit rekenen. Zij bleken vijf manieren te hanteren om tot een antwoord te komen.

  1. Alles tellen
    Er werd gevraagd aan de kinderen hoeveel 3+4 is. Bij `alles tellen` gebruikt een kind twee handen. Met de ene hand houdt hij vier vingers omhoog en met de andere hand houden zij drie vingers omhoog. Nu gaan zij alle vingers tellen en tot het antwoord 7 te komen.
  1. Doortellen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind telt door en start bij vier. Het kind telt 3 cijfers door; 5, 6 en 7. Dus het antwoord is 7.
  1. Koppelen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind koppelt het antwoord aan wat het kind al weet. Het kind weet dat 4+4=8. Hij weet dat drie, een minder is dan vier. En dat vijf een meer is dan vier. Het kind koppelt nu 4+4 is evenveel aan 3+4. = Dus het antwoord is 7.
  1. Raden
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7 en zegt: `Dat heb ik geraden.`
  1. Weten
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7. Als je vraagt: `Hoe kom je aan het antwoord?`  Dan zegt een  kind: `Dat weet ik gewoon!`

Over de tien

Het is belangrijk dat een kind meteen het antwoord weet op de plussommen tot de tien. Dit is belangrijk om splitsingen te kunnen maken bij het rekenen boven de tien. Dit is de volgende stap: automatiseren tot twintig.

Normaal gesproken zijn de plussommen tot 20 in groep 4 geautomatiseerd Daarvoor zien we veel  kinderen rekenen met ondersteuning van de vingers.

Wat kunnen we doen als het automatiseren maar niet lukt?

Nel Ojemann heeft een leuke, effectieve oefening ontwikkeld die aansluit bij de informatieverwerking van onze beelddenkers.

Onuitspreekbare getallen

Nel Ojemann werkte met onuitspreekbare getallen die onder elkaar  worden gezet. Wij noemen dit olifantsommen.
Als het automatiseren van de plussommen niet lukt, met name bij de beelddenkers, kunnen we starten met olifantsommen.

Hoe werkt een olifantsom?

Het kind mag elke dag een olifantsom maken. Door de herhaling worden de plussommen op een leuke, effectieve manier geautomatiseerd.

Stappenplan:

  • Schrijf een rij getallen op. Maak een keuze uit de getallen 1, 2, 3, 4, of 5.
  • Schrijf precies onder deze rij getallen weer een rij getallen. Maak een keuze uit 1, 2, 3, 4 of 5.
  • Laat het kind een week elke dag dezelfde olifantsom maken.

Voorbeeldsom van een olifantsom van +tot 10

1 3 2 4 1 5 3 2 1 5 2 3 2 4 2 1 2 3 1 4

2 3 1 4 2 1 3 4 2 1 3 4 2 1 3 3 2 3 2 4 (+)

Let op: we gaan cijferend rekenen van rechts naar links! Dus we starten met 4+4 en dan 1+2, enz.
Een voorbeeld van een olifantsom is op de foto te zien.

automatiseren tot tien

bron beeldenbrein.nl

Leerproblemen en primaire reflexen

Leerproblemen en primaire reflexen

Primaire Reflexen zijn essentieel voor de ontwikkeling van de mens. Deze reflexen, zoals de zuig- en grijpreflex, zijn nodig om de fase van hulpeloosheid naar zelfredzaamheid te kunnen overbruggen.

Asymmetrische Tonische Nek Reflex ( ATNR ) wordt ook wel de “leerreflex” genoemd. Deze reflex is belangrijk voor leervaardigheden. Deze reflex speelt een belangrijke rol bij het tot stand komen van de oog-hand coördinatie en de ontwikkeling van het visuele en auditieve systeem (ogen en oren) 

Vaak is het leerproces van kinderen met een niet goed afgesloten ATNR erg moeizaam. Doordat de oog-hand handcoördinatie niet in orde is, zijn er vaak visuele problemen. Informatie via de ogen komt een fractie van een seconde na elkaar binnen of wordt ongelijkmatig verwerkt. Dit is vervelend als je een bal wil vangen, maar belemmert ook het schrijven, spellen en lezen. Een kind moet zijn hoofd draaien van het schoolbord of zijn boek, naar zijn schrift. 

Dyslexie

Kinderen met een actieve ATNR kunnen vrijwel niet automatiseren. Dit kan hun leerproces op school moeilijk maken. Vaak komt er dyslexie of dyscalculie voor bij deze kinderen.

Schrijfproblemen

Het is voor een kind met ATNR problemen bijna onmogelijk om netjes te schrijven. Iedere keer als ze hun hoofd draaien om te kijken naar het papier, wil hun arm zich strekken en wil de hand zich openen. Probeer dan maar eens om je pen goed vast te houden en je tegelijk te concentreren op de inhoud! 

Een kind merkt dat het schrijven moeizaam gaat. Hij probeert dit te compenseren, dit leidt vaak tot een krampachtige, verkeerde pengreep en spanning in het lichaam. Schrijven gaat schots en scheef, in verschillende richtingen en van de ene kant van de pagina naar de andere. Er zijn kinderen die hun papier 90 graden draaien om makkelijker te kunnen schrijven.

Leesproblemen

Kinderen ondervinden problemen bij het lezen. Hun ogen gaan niet soepel van de ene kant van de pagina naar de andere, ze verspringen. Hierdoor raken ze de plaats in de tekst kwijt. Dit maakt het moeilijk om een tekst goed te begrijpen.

Lateralisatie problemen

Het lateralisatieproces is het rijpingsproces van beiden hersenhelften, waarbij één helft zich gaat ontwikkelen tot de dominante helft. Beiden hersenhelften kunnen dan goed gaan samenwerken. Bij sommige kinderen verloopt dit proces niet goed. Bij kinderen met dyslexie of hoogbegaafdheid komt het zelfs vaak voor dat ze niet goed lateraliseren. Ze slaan vroege ontwikkelingsfasen over omdat ze anders leren. Kinderen hebben vaak problemen met lezen, schrijven, verwisselen de b en d om,  maar ook cijfers worden vaak omgekeerd. Het werktempo van deze kinderen ligt ook vaak lager.

Reflex integratie therapie kan helpen bij het verminderen van de problemen die ontstaan als gevolg van een actieve reflex

Wat dyslexie je brengt!

Wat dyslexie je brengt!

Sommigen zien dyslexie als een gave. Dyslexie brengt een aantal vervelende eigenaardigheden met zich mee en op zoek naar een overlevingsstrategie, gelukkig ook de nodige handige compensaties. Maar ik ga hier beslist geen verhaal houden over de voordelen van het dyslectisch zijn.

Praat je over dyslexie, dan gaat het ook al gauw over sociaal-emotionele zaken zoals faalangst, snel afgeleid zijn, soms slecht aansluiting kunnen vinden bij klasgenootjes of vriendjes. En nu heb ik het woord al genoemd: ‘klas’. Want eigenlijk is deze sociaal-emotionele ellende niet iets wat echt bij dyslexie hoort maar bij school. Omdat scholen nu eenmaal kicken op statistieken, gemiddelden en voortschrijdend inzicht, wordt een leerling met o.a. dyslexie soms volledig afgebrand. Die moet nu eenmaal presteren conform die norm en dat lukt vaak niet. En dan komen er zaken boven als faalangst, soms vervelende fysieke klachten als hoofd- en buikpijn, bedplassen en een gebrek aan motivatie voor schoolse zaken.

Hopelijk gaan de komende jaren er toch eens goede stappen gezet maken met Passend Onderwijs. Eigenlijk bedoeld als een bezuiniging op het huidige onderwijs, zou Passend Onderwijs dìe handreiking moeten zijn voor alle leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Dat zijn er heel veel. Meer nog dan wij denken. Want die onzichtbare leerlingen die ogenschijnlijk als een tierelier gaan, daar valt ook nog wel iets over te zeggen.

Ik vind dyslexie dus beslist geen gave. Maar wat ik eigenlijk wel een kadootje vind, is de zelfkennis die een kind al jong gaat ontwikkelen, mòet ontwikkelen.  Zodra een kind uitvalt op de normale scores, dan wordt het met grote regelmaat onderworpen aan testjes, proefjes en projectjes en vaak bevraagd over het eigen functioneren. Het voordeel voor deze kinderen is, dat ze dus al heel jong min of meer genoodzaakt zijn om naar zichzelf en hun eigen vaardigheden te kijken. Een kind dat normaal presteert op school heeft die noodzaak in veel mindere mate.

Nou ja, en dààr heeft een leerling met dyslexie dus wel iets aan. Hoe leer ik, waarom gaat iets lastig? Waarom schiet ik in de stress bij een toets? Is mijn hoofd zo vol, of juist helemaal leeg en komt er niets? Over het algemeen kan een kind al heel jong vertellen waarom dat allemaal bij hem of haar zo werkt. De moeite waard dus om hier naar te luisteren.

De waarheid over kleurstoffen en gedrag: wat de wetenschap ons vertelt

De waarheid over kleurstoffen en gedrag: wat de wetenschap ons vertelt

Onderzoek toont aan dat synthetische voedselkleuring invloed heeft op het gedrag van kinderen.  In brits onderzoek kregen kinderen de ene week frisdrank en snoep met kleurstoffen en conserveringsmiddel en de andere week ‘nep’ snoep en frisdrank zonder toevoegingen. Er bleken duidelijke verschillen te zijn. De kinderen waren drukker en hadden minder concentratie. Kleurstoffen en gedrag wat hebben ze met elkaar te maken?
Resultaten laten zien dat de effecten niet alleen bestaan bij kinderen met adhd, maar bij iedereen. De onderzoekers zeggen dat kleurstoffen en conserveringsmiddelen samen leerproblemen kunnen veroorzaken. 

Effecten van kleurstoffen

Prikkelbaarheid. Extreme hyperactiviteit. Explosieve woede. Angst of zelfs moedeloosheid. Als je een piek in ongewenste emoties en gedragingen opmerkt nadat een kind een beker frisdrank op heeft  of een handvol M & M’s heeft gegeten ben je niet de enige. 

Met toenemende mate merken ouders een verband op tussen het gedrag van hun kinderen en hun consumptie van voedsel dat synthetische kleurstoffen bevat. De afgelopen jaren hebben meer dan 2.000 ouders hun zorgen gemeld bij het Centre for Science in the Public Interest (CSPI) , een belangenbehartigingsgroep voor consumenten. 

Veel wetenschappers roepen op om kleurstoffen volledig te verbieden of om een ​​waarschuwingsetiket te vragen over hun effecten op hyperactiviteit om het bewustzijn te vergroten.
Er is voldoende bewijs dat kleurstoffen voor levensmiddelen het gedrag beïnvloeden bij sommige gevoelige kinderen met ADHD en andere kinderen zonder dit label. 

Kleurstoffen voor levensmiddelen voegen geen voedingswaarde toe en dragen op geen enkele manier bij aan de smaak van voedsel. Ze worden verwerkt in voedingsmiddelen die voornamelijk aan kinderen worden verkocht – granen, yoghurt en snacks – om ze aantrekkelijker te maken.

Hoe herken je kleurstoffen?

Kleurstoffen in voeding zijn in principe altijd ongevaarlijk,  anders zijn ze verboden. De toegestane kleurstoffen hebben allemaal een E-nummer. Dit  betekent dat ze zeer goed zijn onderzocht en getest.  Kinderen kunnen last hebben van kleurstoffen die chemisch gemaakt zijn.  Het gaat dan bijna altijd om zogeheten azo-kleurstoffen. Stoffen die niet in de natuur voorkomen

Het gaat om de E-nummers 102, 107, 110, 122, 123, 124, 129, 151, 154, 155 en 180. Die chemische stoffen hebben soms prachtige namen, zoals zonnegeel, amaranth of briljantzwart. Als een van deze stoffen in een voedingsmiddel zit, moet dat op de verpakking staan.

Kleurstoffen verwijderen uit je eetpatroon 

Wil je minder kleurstoffen eten, blijf dan uit de buurt van de meeste verwerkte en verpakte voedingsmiddelen. Het gaat hierbij om dranken zoals frisdrank en sappen. Eet hele voedingsmiddelen aan de rand van de supermarkt. Zoals eieren, melk, kwark, vlees en gevogelte, noten en zaden, vers fruit, groenten en peulvruchten.

Wees ook voorzichtig zijn bij het kopen van ogenschijnlijk ‘gezonde’ voedingsmiddelen, waarvan sommige synthetische kleurstoffen bevatten. Denk aan augurken, gearomatiseerde havermout, slasaus, pindakaas en magnetronpopcorn.  Synthetische kleurstoffen zijn ook te vinden in tandpasta, medicijnen en cosmetica. Lees de productlabels aandachtig als je eten uit een verpakking koopt. 

bron: www.additudemag.com en gezondheidsnet

 

De schade die “anders leren” kan aanrichten!

De schade die “anders leren” kan aanrichten!

Onze dochter Iris (14) is al sinds de basisschool aan het worstelen met het feit dat ze slimmer is dan ze kan laten zien op school. Voor het kind een vervelende achtbaan, voor ons als ouders een zoektocht. Anders leren! Want hoe los je dit op? En hoeveel schade heeft het al aangericht in haar zelfbeeld?

Iris was als dreumes, peuter en kleuter heerlijk eigenwijs. Vond alle regeltjes in de klas toen ze op school kwam maar niets. De juf van groep 1 had de eerste dagen het zweet op haar voorhoofd staan. Want ze zat meer onder of naast haar stoel dan erop en keek haar ogen uit, zag en hoorde alles om zich heen. Een hoog sensitief kind, dat werd al snel duidelijk. De eerste jaren had ze het wel naar haar zin, ze was een late leerling en kleuterde bijna drie jaar omdat ze volgens de juf nog erg speels was. Als ouders luister je daarnaar, tenminste wij wel. Toch begon ze zich in groep 2 te vervelen en kreeg ze al wat werkjes van groep 3, die haar goed afgingen.

Naar groep 3

In groep 3 werd haar juf al vrij snel langdurig ziek, dus kwam er een invaller waar ze wel een klik mee had dus dat was niet zo’n probleem. Ook in groep 4 werd haar juf ziek, wat vervelender was, want de hele klas kende aan het einde van dat jaar de tafels nog niet. In groep 5 kwam ze in een combinatieklas met twee leerkrachten, waar ze erg ongelukkig van werd. Het was te druk, twee instructies door elkaar, een paar kinderen die haar pestten in de pauze. De juf waar Iris geen klik mee had gaf op een dag, vijf minuten voordat de bel ging, tegen mij op het schoolplein aan dat het niet zo lekker ging met Iris en dat we daar maar eens over moesten praten. Vervolgens begon Iris op zondagavond te huilen dat ze niet meer naar school wilde. Het liep al richting de zomervakantie en ik besloot snel te schakelen. Ik ben een gesprek op school aangegaan, met de directrice en met de andere juf, die haar allereerste kleuterjuf was, en zij gaf aan dat ik er heel goed aan zou doen als ik Iris van school zou halen, omdat ze er doodongelukkig was.

Andere school

We kozen een andere school in hetzelfde dorp, waar ze groep 6, 7 en 8 doorliep. Ze vond het daar fijner, alleen vanwege het feit dat er geen combiklassen waren en ze echt haar eigen klas had. Wat ons opviel, was dat ze op het gebied van rekenen en spelling matig scoorde. De rest ging wel goed. En qua creativiteit is het een natuurtalent, ze schildert, tekent, creëert als de beste. En ze heeft een enorm gevoel voor humor. In groep 7 moest ze de entreetoets maken, en ik kreeg een zeer zwaar telefoontje van de juf. Iris had de laagst mogelijke score behaald. Nu wisten ze wel dat ze beter zou moeten kunnen, maar ze schrokken er wel van. Wij ook. Vervolgens werd het voorlopig advies al snel op VMBO-TL gesteld. Ik was daar boos over, omdat ik wist dat er niet uit kwam wat er in zat, enorm frustrerend. Dus werd het VMBO/havo.

Intussen hebben we Iris laten testen bij het OPPU en daar kwam een diagnose van lichte ADD uit.
We kozen een cultuurprofielschool, waar ze naar een VMBO/HAVO brugklas kon. Ze deed erg haar best, maar bleef scoren op VMBO niveau. Wij kwamen een artikel tegen over beelddenken en herkenden alles. Iris gebruikt voornamelijk haar rechter hersenhelft en moet alle auditieve informatie omzetten in beelden. Dat verklaarde veel. We hebben een coach ingezet die haar heeft leren mindmappen en plannen.

Andere leren op de middelbare school

Nu zit ze in VMBO TL 2 en heeft ze de grootste moeite met spelling. Ze had laatst een toets waarover ik contact heb opgenomen met de lerares Nederlands. Daarna heb ik uitgebreid gemaild met een coach die gespecialiseerd is in leerproblematiek, dyslexie en anders leren. Ik had de vraag al neergelegd op school of er geen sprake kon zijn van dyslexie. Haar leraar Nederlands van de brugklas gaf aan van niet, omdat ze daarvoor een test hadden afgenomen vorig jaar. Toen ik de fouten die Iris maakt liet lezen aan de coach, gaf deze aan dat er wel degelijk sprake zou kunnen zijn van dyslexie, maar dan de vorm waarbij lezen wel goed gaat maar spelling niet: dysorthografie. Ik zie het terug in haar manier van schrijven. Ze vergeet hoofdletters, punten, schrijft veel woorden fonetisch. Ze scoorde op de desbetreffende toets een 5,8 vanwege de spelfouten, anders had ze een 7,8 gehad. Ik heb uitgebreid contact gehad met de school waar ze nu op zit, maar daar zijn geen mogelijkheden voor begeleiding. Ze hebben een dyslexieverklaring nodig en dan kan ze een dyslexiepas krijgen, zodat ze meer tijd heeft bij toetsen en minder puntenaftrek heeft. Ook al geeft de lerares Nederlands wel aan dat Iris één van haar slimste leerlingen is en ze zich afvraagt waarom deze resultaten er zijn…

Anders leren, betekent niet dat je dom bent!

Nu aan ons als ouders de uitdaging om Iris, die inmiddels 14 jaar is en 10 jaar op school zit, te blijven uitleggen dat ze er niets aan kan doen dat ze het gevoel heeft dat ze dom is, want dat heeft ze. En dom is ze zeker niet. Om uit te zoeken wat wij kunnen doen om haar te laten testen, liefst vergoed, maar dat is moeilijk als ze al op de middelbare school zitten heb ik begrepen… Op zoek naar een goede orthopedagoog. Dat is de volgende stap. Maar met een groot vraagteken op ons hoofd vragen wij ons af: hoe kan het zo ver komen? Hoe komt het dat dit op de lagere school niet gezien wordt? En hoe helpen we Iris om toch zelfverzekerd de toekomst tegemoet te gaan? Maar goed, we doen ons best!

Corina Blommendaal

Lees meer over anders leren