**//sticky ads code//**
Bewegen: goed voor lichaam én brein!

Bewegen: goed voor lichaam én brein!

Heb je al eens van Braingym gehoord?  Dit is iets voor iedereen die gemotiveerd is om letterlijk en figuurlijk in beweging te komen, om ‘alles eruit te laten komen wat erin zit’. Het verbetert de concentratie van kinderen en daarmee de leerprestaties.

Braingym biedt een programma met bewegingsoefeningen. Tijdens de braingym wordt de samenwerking tussen de linker- en rechter hersenhelft gestimuleerd, wat er voor zorgt dat leren makkelijker gaat. Ook op school kan dit een mooie afwisseling zijn in het lesprogramma.
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat ratten en muizen meer hersencellen produceren door veel te rennen. De dieren konden na het rennen beter nieuw gedrag aanleren en het ook onthouden.

Waar heeft het mee te maken?

Vanaf hun geboorte tot en de kleutertijd hebben kinderen de tijd om zich voor te bereiden om te leren lezen en schrijven en alles wat daar op volgt.
De ontwikkeling van het brein gaat gelijk op met de ontwikkeling van het lichaam. Onderling stimuleren zij elkaar. De kruipbeweging van een baby is hier een goed voorbeeld van. De samenwerking tussen links en rechts is een eerste vereiste om goed te kunnen leren en houdt verband met de coördinatie van het brein met de zintuigen en de rest van het lichaam (bijvoorbeeld de oog/hand-coördinatie).
Als het goed is verloopt dit proces als vanzelf op een speelse en natuurlijke manier. Soms is iets meer oefening nodig.

Wat doet Braingym?

De verschillende oefeningen van Braingym spreken specifieke delen van het brein en de zintuigen aan. Er zijn oefeningen die speciaal geschikt zijn om uit te voeren voor een leesactiviteit, een andere oefening heeft weer meer invloed op een ontspannen schrijfhouding.

Enkele oefeningen die handig en redelijk makkelijk te doen zijn.

Oefeningen voor lezen: Kruisloop
Breng een hand of elleboog naar de tegenoverliggende knie en weer terug. Daarna met de andere hand en knie. Doe dit een tijdje op muziek, bij het zingen van een versje, bewegend in de ruimte, of op de trampoline. Probeer het ook eens aan de achterkant.

Liggende 8
Een oefening die wonderen kan verrichten is de liggende acht of Tibetaanse acht. Vraag een kind welke letters of cijfers hij moeilijk vindt. Kies er een en zeg deze hardop. Terwijl je dit doet laat je een kind met zijn armen een grote liggende acht maken. Begin in het midden van laag naar hoog. Laat een kind vervolgens zijn letter of cijfer in de lucht schrijven en hardop uitspreken. Eindig weer met een liggende acht. Deze oefening kun je ook op papier doen. De letters zullen steeds meer in het systeem van een kind komen, hij herkent ze beter en kan ze beter lezen en schrijven.

Een oefening voor het schrijven: Dubbele Doedels
Teken op een wit vel papier symmetrische vormen met twee handen tegelijk. Hoog, laag, wijd, smal, rond, hoekig, lyrisch, staccato, enzovoort. Hoe meer beweging, hoe beter. Dubbele Doedels kunnen ook vrij in de lucht gedaan worden, of samen met een ander, terwijl je tegenover elkaar staat.

Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Leren en beelddenken gaan soms lastig samen door het associatieve denken. Het is vaak lastig voor beelddenkers om lesstof te onthouden. Door het brein te verrassen wordt het geheugen optimaal benut.

Maar hoe doe je dat?

Je weet het misschien nog van vroeger. Elke dag fiets je dezelfde route naar school met je moeder, met dezelfde fiets, over dezelfde weg, langs dezelfde huizen. Het is een routine en je bent je niet eens bewust meer van de route. Op een ochtend steken er plotseling drie vrolijke clowns de weg over en je kunt ze met een snelle beweging en door te remmen maar net ontwijken. De clowns hebben gekleurde ballonnen in hun hand en lopen naar de winkels aan de overkant van de weg.
Je zegt de clowns gedag en staat hijgend stil, dat ging maar net goed!

Deze ochtend zul je je blijven herinneren. Het beeld van de clowns op de weg en de schrik van het remmen was een bijzondere ervaring. Iets wat je nog niet eerder had meegemaakt. Je kunt je later nog precies herinneren dat het toen hard waaide en dat je moeder haar blauw jas aanhad. Van alle andere ochtenden herinner je weinig tot niks. Maar deze ochtend werden je hersenen alert en registreerden en ook veel details.

Je verrast het brein door iets bijzonders, iets anders. Je hersenen worden wakker en registreerden meteen alle nieuwe details. Zo wordt het geheugen optimaal benut.

Wanneer we nieuwe dingen meemaken, zorgt een feedbacksysteem in ons brein er voor dat we die opmerken. Daarbij registreren onze hersenen ook de bekendere dingen in die situatie bewuster, zodat je ze beter onthoudt. Bij het leren van nieuwe dingen kun je hier leuk gebruik van maken.

BIJZONDER maken

Door informatie opvallend en bijzonder te maken, wordt het brein van kinderen wakker.
Een kind denkt, iets nieuws…leuk en interessant. Het brein van een kind registreert meteen de nieuwe informatie en koppelt deze informatie aan al opgeslagen informatie in zijn geheugen. Ze kunnen lesstof dan beter en sneller onthouden. Denk maar aan de clowns uit het voorbeeld.

Door het gebruik van associaties en beelden kun je gewone informatie opeens opvallend en dus betekenisvol maken.

Vergeet je altijd de naam van mensen, probeer je dan eens bij het kennismaken,  zo’n persoon voor te stellen met een lange grijze baard of met olifantenoren. Je zult merken dat de naam beter beklijft…  Je maakt het bijzonder. Daardoor schiet de naam direct naar het langetermijngeheugen.

Het bijzonder maken van lesstof door associaties en beelden te gebruiken sluit goed aan bij de informatieverwerking van de beelddenker.

Onderzoeken van zowel Het Instituut voor Cognitieve Neurologie van de Otto von Guericke-Universiteit in Maagdenburg als The London University College in Londen geven aan dat het herhalen van leerstof pas zinvol is als we de hersenen eerst iets bijzonders aanbieden waardoor deze wakker worden en alerter reageren. Dit heeft direct te maken met de Hippocampus, een onderdeel in onze hersenen dat een rol speelt bij het opslaan van informatie in het langetermijngeheugen en het weer terughalen van informatie naar het kortetermijngeheugen.

Hoe werkt het?

De Hippocampus vergelijkt binnenkomende informatie met de al opgeslagen informatie. Als de binnenkomende informatie verschilt van de reeds opgeslagen informatie, geeft de Hippocampus een signaal aan het deel van de hersenen dat Dopamine aanmaakt, waarna ze via zenuwvezels dit terug melden aan de Hippocampus. Veel dopamine laat het geheugen effectiever werken.

Herhalen maakt `lui`

Deze nieuwste ontdekkingen kunnen het lesgeven effectiever maken. Immers: door een les te beginnen met herhalen wat al geleerd is, maak je de hersenen <em>lui</em>. De Hippocampus denkt: Dat weet ik al!. Er wordt geen signaal gegeven, waardoor er minder Dopamine wordt aangemaakt. Resultaat is dat de nieuwe informatie die de leerkracht die les aanbiedt, minder goed binnenkomt bij leerlingen.

Iets verrassends

Begin de les dus eens met iets verrassends. Een gekke hoed, een mop, beweging… iets wat kinderen niet verwachten. De Hippocampus wordt alert: hier gebeurt iets bijzonders!  Door het in werking zetten van de hersenen, wordt extra Dopamine aangemaakt, waardoor de verbindingen tussen de zenuwcellen worden versterkt en nieuwe informatie beter wordt opgenomen. De les wordt zo een stuk effectiever en leuker.

bron beeldenbrein

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologisch bewustzijn is nodig om goed te leren praten.  Een goed fonologisch bewustzijn helpt kinderen rijmwoorden te herkennen en woorden te verdelen in klankgroepen (bijvoorbeeld kro-ko-dil).

Woorden kunnen worden opgedeeld in meerdere klankgroepen. Het klankbewustzijn is een belangrijke voorspeller voor het leren lezen.
Een klankgroep is niet hetzelfde als een lettergreep. Dit verschil wordt bij het woord potten duidelijk. Wanneer het woord wordt opgedeeld in lettergrepen, zie je pot-ten. Wanneer je luistert naar de verschillende klankgroepen in het woord, hoor je po-tten. Het opdelen van woorden in klankgroepen, dient als een voorbereiding op het latere lezen.

Een kind gaat herkennen welke klank vooraan of achteraan in een woord staat en leert het woord in klanken (fonemen) te verdelen (koek wordt k-oe-k) of uit fonemen samen te stellen (r-oo-s is roos). Om dit te kunnen moet een kind de afzonderlijke klanken niet alleen kunnen waarnemen en herkennen, maar het moet ze ook in de juiste volgorde kunnen onthouden. Dit noemen we het auditieve geheugen

Een ander woord voor spraakklank is foneem. Fonologisch bewustzijn is ´het vermogen om de betekenis van woorden te negeren en zich te concentreren op de klankenstructuur´ (Magnussen en Naucler, 1990). Als het gaat om het vermogen afzonderlijke klanken (fonemen) binnen gesproken woorden te horen, te herkennen en te manipuleren, spreken we over foneem bewustzijn ofwel klanken herkennen.  Om te kunnen leren lezen en spellen zijn goede fonologische vaardigheden nodig.

Kinderen met dyslexie hebben vaak moeite met fonologische vaardigheden. Maar wat zijn eigenlijk fonologische vaardigheden en hoe kun je helpen deze vaardigheden te ontwikkelen. Fonologische vaardigheden hebben te maken met het vermogen om klanken te herkennen en van elkaar te onderscheiden.
Kinderen met fonologische verwerkingsproblemen hebben moeite met bijv. ‘hakken en plakken’ of met het weglaten van een klank uit een woord. Een voorbeeld van een taak om deze fonologische vaardigheden te meten is een klank-weglatingstaak. Bijvoorbeeld ‘mand’ , laat de laatste letter weg, wat wordt het dan.

Spelletjes die kunnen helpen bij fonologische vaardigheden:

  • Rijmen: Door met rijmen en het manipuleren van klanken bezig te zijn, worden kinderen zich bewust van dat woorden uit klanken bestaan en dat er verschillen en overeenkomsten zijn tussen klanken
  • Identificeren wat de eerste klank is: Wat begint er met de M… muur
  • Hak en plak oefeningen. Jij zegt: “B-oo-m” een kind zegt boom
  • Letter bingo (Een kind schrijft een aantal letters op een blaadje). Nu kun je opdrachten geven zoals de middelste letter van teen. Een kind moet dan de ee aankruisen.
  • Dobbelstenen spel.  
    Op een paar dobbelstenen plak je letters. Gooi met de dobbelstenen en bedenk om de beurt een woord met de letter die je hebt gegooid. Je kunt dit ook met één of twee dobbelstenen doen. De middelste letter of de eerste en laatste letter. Voor kinderen die moeite hebben met het automatiseren en leren van klanken is dit een leuke ontspannende manier om te oefenen.
Stress bij kinderen met leerproblemen

Stress bij kinderen met leerproblemen

Bij stress denk je snel aan volwassenen die de werkdruk niet aankunnen. Maar ook kinderen kunnen stress ervaren. Een probleem wat vaak wordt onderschat. Uit een onderzoek van psychologe Francine Jellesma blijkt dat één op de vier kinderen lichamelijke klachten heeft en dat deze klachten in negen van de tien gevallen veroorzaakt worden door psychologische stress.  Stress bij kinderen met leerproblemen komt veelvuldig voor. 

Wat is stress?

Stress betekent niets anders dan spanning of druk. Stress is niet per definitie ongezond. Je hebt een bepaalde mate van stress nodig om goed te kunnen functioneren. Iemand die last heeft van stress, kan zich niet meer goed ontspannen.
Stress is  de spanning die iemand ervaart als hij zich bedreigd of uitgedaagd voelt en voelt dat het evenwicht tussen draagkracht en draaglast op het punt staat verstoort te raken.  Stress wordt een probleem en ongezond als deze te lang duurt of chronisch en te hevig is. Je kunt dan niet herstellen. 

Een stressreactie?

Als een kind stress ervaart, gebeurt er van alles in  zijn lichaam. Iedereen reageert hetzelfde op stress. Dit patroon wordt de stressreactie genoemd. Het is een aangeboren reactie en word veroorzaakt door allerlei stressoren (prikkels of gebeurtenissen die stress veroorzaken). Bijvoorbeeld door: angst, harde geluiden, extreme temperaturen etc. 

Stress heeft effect op het deel van het zenuwstelstel dat zorgt voor dat de ademhaling, de spijsvertering, de bloedsomloop, de hartslag en de blaasspier allemaal goed werkt.

De stressreactie bestaat uit de shockreactie en een tegenreactie. De shockreactie zorgt ervoor dat je direct levensbedreigende situaties het hoofd kunt bieden. Je lichaam wordt in een paar seconde klaargemaakt om te vechten tegen of te vluchten voor het gevaar: 

Soms schrik je zo dat je niets meer kunt doen en bevriest. De shockreactie vraagt veel energie en dit kun je maar een paar uur volhouden. De tegenreactie, die tegelijk op gang komt met de shockreactie, zorgt ervoor dat je de stress op langere termijn aankunt.

Als stress te lang blijft aanhouden, raakt het lichaam uitgeput. Als er teveel stresshormonen te lang in je lichaam aanwezig zijn, is dit schadelijk voor je organen en lichamelijke processen. Je kunt niet meer herstellen en er ontstaan allerlei klachten. 

Stress bij leerproblemen

Stress bij kinderen met leerproblemen komt helaas vaak voor.  Als een kind veel moeite heeft met lezen, zal het lezen iedere dag spanning met zich mee brengen. Een kind snapt het niet, wordt onzeker, voelt zich ‘bedreigd’ en het vecht- of vluchtmechanisme komt op gang.
Dit mechanisme zorgt ervoor dat je snel kunt handelen. Het denkvermogen wordt even op een laag pitje gezet. (nadenken over wat je moet doen als je oog in oog staat met een hongerige leeuw kost je waarschijnlijk je leven…) Dit betekent dat als je gestresst raakt door de rekenles je dus minder goed kunt nadenken! En juist als je iets niet snapt, is goed kunnen nadenken erg belangrijk. Doordat een kind door de stressreactie niet goed kan nadenken, volgt er waarschijnlijk weer een ‘mislukking’ en is de cirkel rond .

Een leerprobleem kan voor veel spanning zorgen. Voor zoveel spanning dat het een bedreiging wordt voor een kind en het vecht- of vluchtmechanisme op gang komt! Het lichaam maakt zich klaar om te vechten of te vluchten en goed nadenken is dan heel lastig. En vooral dit laatste is natuurlijk heel vervelend als je een moeilijke opdracht moet maken.

Ontspannen is belangrijk

Als je ontspant, is een deel van zenuwstelsel actief, dat ervoor zorgt dat je lichaam herstelt en je weer energie krijgt. Stresshormonen nemen af en je kunt ook weer beter nadenken! Voor kinderen die stress ervaren is ontspanning dus ontzettend belangrijk. 

Ontspannen kan op verschillende manieren, even tekenen, naar rustige  (klassieke) muziek luisteren, ontspanningsoefeningen. Door te ontspannen geef je je lichaam de kans om te herstellen. Ontspanning zorgt er ook voor dat je rustig en kalm kunt blijven in situaties die dit vragen. Bijvoorbeeld tijdens toetsen of belangrijke gesprekken.

Hoe kun je stress herkennen?

Als je stress ervaart, zal je lichaam zich klaar maken om te vechten of te vluchten. Je kunt deze reactie herkennen aan:

  • Een verhoogde hartslag
  • Vochtige en koude handen en voeten (het zweet breekt je uit)
  • Aangespannen spieren
  • Bevende armen en benen
  • Een hoge en snelle ademhaling (borstademhaling)
  • Spanning en kriebels in maag en buik
  • Koude rillingen

Als er te lang stress wordt ervaren, treden vaak de lichamelijke klachten als hoofdpijn, buikpijn, moeheid of problemen met slapen. Wanneer een kind gestrest is verandert  zijn gedrag. Veel voorkomende gedragsveranderingen bij kinderen zijn:

  • Dingen uit de weg gaan 
  • Zichzelf terugtrekken
  • Agressief gedrag
  • Te veel of juist te weinig eten
  • Heel druk worden
  • Snel geëmotioneerd raken en snel huilen
  • Vermindering van concentratie
  • Kinderen kunnen zich jonger gaan gedragen dan ze zijn
  • Weer duimen of nagelbijten
  • Bedplassen
  • Angstig zijn en in paniek raken
  • Geprikkeld zijn
  • Neerslachtig zijn
  • Boos of kwaad zijn
  • Droevig zijn

bron: wijzeroverdebasisschool

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.
Hoe werkt een dyslectisch brein?

Hoe werkt een dyslectisch brein?

Wanneer je geen dyslexie hebt is het moeilijk om je voor te stellen wat het is om dyslexie te hebben. Om te begrijpen op welke manier je er last van kan hebben en op hoeveel verschillende vlakken dit doorwerkt. Door beter te begrijpen wat het is, kun je kinderen met dyslexie beter in hun kracht zetten.

Wat is dyslexie op het eerste gezicht

Bij dyslexie denken we vaak aan kinderen die moeite hebben met lezen en schrijven, die de b en d omdraaien of de p en q. Daar hebben veel dyslectici inderdaad moeite mee, maar dyslexie is meer dan dat.
Kinderen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan de meeste mensen.

kinderen met dyslexie denken anders. De meerderheid van de mensen denkt vooral met de linker hersenhelft, dyslectici denken vooral met hun rechter hersenhelft. Dat levert een andere denkwijze en leerstijl op, die vaak het conceptuele denken word genoemd.

Denken via vooral de rechterhersenhelft

Bij dyslectici is de rechterhersenhelft in het denken, in het verwerken van informatie, dominant. Dat betekent dat er een sterke voorkeur bestaat voor het denken via deze rechter-hersenhelft. Een kind met dyslexie, heeft vervolgens een zwakte voor het verwerken van taal. Net zoals andere kinderen bijvoorbeeld moeite hebben met tekenen, muziek of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Lees meer over de linker een rechterhersenhelft

Conceptueel denken

Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, ‘bepalen’ de eigenschappen van die hersenhelft de manier van informatie verwerken en de manier van leren.

Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken of lineair denken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Dit wordt ook wel beelddenken genoemd. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers.  Veel conceptuele denkers zijn eveneens hooggevoelig.

Dit betekent overigens niet dat conceptueel denkers niet logisch kunnen denken, maar hun logica is wel anders.

Dyslectici vaker linkshandig!

Dyslectici zijn rechts dominant in het denken, net zoals velen ook met hun hand, voet, oog en oor rechts dominant zijn.
Linkshandigheid komt onder dyslectici echter vaker voor dan bij niet-dyslectici.

Een andere organisatie van de hersenen

Wanneer de hersenen van dyslectici worden onderzocht, wordt vaak gefocust op wat er in de linker hersenhelft anders gaat. En specifiek waarom drie gebiedjes niet in dezelfde mate geactiveerd worden zoals bij niet-dyslecticus

Dyslectische hersenen bevatten allemaal ver uit elkaar liggende neuronen en veroorzaken zo fysiek grotere hersencircuits. Zij zien daardoor het grotere geheel, zien sneller ongebruikelijke of verre verbanden, plaatsen dingen in de context van situaties. Ze herkennen sneller de essentie van dingen, maar zijn dus veel zwakker in de verwerking van fijne details en minder efficiënt in routinetaken.

bron: werkendyslexie.nl