**//sticky ads code//**
9 tips voor het opvoeden van een hoogsensitief kind

9 tips voor het opvoeden van een hoogsensitief kind

Rekening houden met hoogsensitiviteit in de opvoeding, hoe doe je dat?
Hét hoogsensitieve kind bestaat niet, maar voor alle ouders van een hoogsensitief kind geldt dat het veel vraagt van ouders.

Kant-en-klare tips die voor elke ouder werken, zijn er helaas niet. Wel zijn er aan aantal  basis bouwstenen waar alle ouders baat bij kunnen hebben bij het opvoeden van een hoogsensitief kind

Word je bewust van de hoogsensitiviteit van een kind

Zoek het juiste ritme van een kind. Zo zal het zich aanvaard een prettig voelen. Forceer dingen niet en benader hoogsensitiviteit niet als een ziekte of stoornis. Het is een eigenschap die ook veel mooie kanten heeft

Geeft een hoogsensitief kind voldoende tijd

Een hoogsensitief kind heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken.
Een geduldige en ontspannen houding naar een kind werkt stimulerend. Een harde stem, straf of een ongeduldige blik werken averechts. Daarnaast tast dit het zelfvertrouwen van een hooggevoelig kind aan.

Vermijd druk

We moeten vaak veel, volle agenda´s en tijdsdruk… Probeer voldoende tijd en ruimte te reserveren voor dingen zodat een kind minder druk ervaart.

Kleine stapjes

Dit is een van de grootste opgave in het opvoeden van een hoogsensitief kind. Kinderen hebben enerzijds uitdaging nodig. Anders verdwijnt motivatie als sneeuw voor de zon. Anderzijds kan te veel druk een kind uit balans brengen.
Hoogsensitieve kinderen hebben baat bij uitdagingen die haalbaar zijn. Stel daarom niet te hoge doelen, maar knip, daar waar moglijk dingen op, zodat er kleine stapjes gezet kunnen worden. Bevestiging en complimenten wanneer dit goed gaat, zijn hierbij cruciaal.

Zorg voor orde in de chaos.

Ritme en regelmaat zijn voor elk kind belangrijk! Maar zeker voor een hoogsensitief kind
Dit kan zijn op het gebied van het maken van taken of dagelijkse activiteiten. Probeer een overzichtelijke (dag)structuur aan te bieden. Wees je bewust van veranderingen of afwijkingen en bereid een kind hier op voor.

Observeer en leer.

Kijk en luister goed naar een kind. Wat zijn de elementen die een kind overprikkeld maken? Zijn ze vermijdbaar of kan je aan een hoogsensitieve kind aanleren om een situatie de volgende keer op een andere manier aan te pakken?

Leer een kind omgaan met zijn hoogsensitiviteit.

Bespreek met je kind welke activiteiten hem rustig kunnen maken. Het kan ook goed zijn om een kind aan te leren hoe ze hun wensen en behoefte aan anderen kunnen duidelijk maken.

Geef ruimte voor rust.

Een hoogsensitief kind heeft het op momenten nodig om zich te kunnen terugtrekken. Prikkels die intenser binnenkomen, vragen immers heel wat energie. Tot rust komen kan gebeuren op een rustige plek, maar dat kan ook zijn door iets rustig te doen. Zo zorg je ervoor dat een kind niet overprikkeld raakt.

Heb oog voor de kwaliteiten.

Hoogsensitieve kinderen zijn vaak heel creatief. Laat een kind doen waar het goed in is en heel belangrijk waar het zich goed bij voelt. Als een kind zich goed voelt kan hij veel meer aan.

 

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Op scholen proberen leerkrachten door middel van herhaling kinderen te laten automatiseren. Het idee hierachter is, dat wanneer je iets maar vaak genoeg herhaalt, het vanzelf in het lange termijn geheugen terechtkomt. Helaas werkt dit niet bij alle kinderen. Er ontstaan leerproblemen bij kinderen wanneer dit automatiseringsproces door gedachtestromen en associaties wordt verstoord.

Er zijn veel kinderen, die behoorlijk slim zijn, maar waarbij dit er op school toch niet echt uitkomt. Kinderen waarvan de resultaten achterblijven en de leerkracht aangeeft dat het kind ‘het’ niet kan.

Deze kinderen hebben vaak een voorkeur om met hun rechterhersenhelft te denken. Ze zijn visueel en gevoelsmatig ingesteld, denken meer in beelden dan in woorden. Ze associëren heel sterk met wat zij visueel en gevoelsmatig waarnemen en zijn hierdoor nog al eens ‘afwezig’ of ‘afgeleid’.

Hoe komt dit?

De hersenen bestaan uit twee verschillende helften die onderling verbonden zijn. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren maar werken ook vaak samen. Bij het leren van nieuwe dingen, gebruik je de meest dominante hersenhelft.

De rechter hersenhelft denkt in beelden, deze hersenhelft “voelt en weet”. Veel zaken die we nodig hebben om praktisch te kunnen functioneren vinden we terug in de rechterhersenhelft zoals emotie, verbeelding, ruimtelijk inzicht, overzicht, muziek & ritme, kleurherkenning en dergelijk.

Terwijl de linker hersenhelft “denkt” en theoretiseert. De logica vindt plaats in deze hersenhelft , letters, woorden, cijfers, volgordes en analyses.

Linksgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een linksgeoriënteerde leerstijl leren stapje voor stapje en werken zo naar een oplossing toe.

taaldenkers

Rechtsgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl, beelddenkers  doen direct een poging om tot een oplossing te komen, daarna gaan ze pas kijken of het goed is uitgevoerd.

beelddenkers

Hoe ontstaat nu een leerprobleem?

Op school willen leerkrachten – door middel van een spellingsregel – kinderen laten beredeneren hoe een woord geschreven moet worden. Op deze manier moet een “woordbeeld”  ontstaan. Deze manier van leren is linksgeoriënteerde.  Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl haken vaak halverwege af bij deze uitleg. Ze willen direct naar de oplossing: het woordbeeld.
Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl worden in deze dus gehinderd door de linksgeoriënteerde manier van werken. Op de meeste leesmethode op school kennen deze opbouw van de leerstof.

De manier van lesgeven op de school is vaak gericht op een verbale manier van informatie verwerken. Een leerkracht vertelt en kinderen luisteren.

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl  verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.  Beelddenkers willen liever zien en doen. Daar ligt dus ruimte voor de leerkracht om het beste te halen uit deze kinderen. Met een computer of een tablet bijvoorbeeld, kunnen kinderen aan de slag met leermateriaal dat past bij hun leerstijl.

bron: kernvisiemethode.nl

Onderpresteren, wat is dat eigenlijk?

Onderpresteren, wat is dat eigenlijk?

Als een kind minder goede resultaten haalt op school, is dit op zich helemaal niet erg. Er kunnen echter verschillende oorzaken zijn waarom een kind minder presteert.  Het kan natuurlijk zo zijn dat je een kind toch wat overschat. Of dat een leerprobleem er voor zorgt dat hij meer moeite heeft met de te leren stof. Een andere mogelijkheid is onderpresteren!

Nu wil elke ouder natuurlijk graag geloven dat als zijn kind minder goede resultaten haalt dat er sprake is van onderpresteren. Onze eigen kinderen vinden we over het algemeen toch vaak heel pienter en creatief. Wanneer is er sprake van onderpresteren en wat kun je hier aandoen?

Soorten onderpresteerders

Er kan onderscheid worden gemaakt in twee soorten van onderpresteren:

  • Relatief onderpresteren
    Een kind doet het minder goed dan van hem zou mogen worden verwacht, gezien zijn capaciteit. Hij valt niet zo erg op, omdat hij gemiddeld presteert ten opzicht van klasgenoten.
  • Absoluut onderpresteren
    Een kind doet het minder dan “normaal” is voor zijn leeftijd. Dit zie je vaak bij kinderen die het om de één of andere reden opgeven of de motivatie niet (meer) hebben om te laten zien wat ze kunnen.

Het is goed om je te realiseren dat onderpresteren géén privilege is van hoogbegaafden, elk kind kan onderpresteren.

Oorzaken van onderpresteren

Onderpresteren is een probleem dat je niet even makkelijk en snel kunt oplossen. Onderpresteren begint vaak al op jonge leeftijd. Zo zijn hoogbegaafden vaak gewend om zich aan te passen aan hun omgeving. Dit kan een patroon worden wat je niet gemakkelijk doorbreekt.

Verschillende oorzaken waarom kinderen gaan onderpresteren zijn:

  • Aanpassingsgedrag, als een kind niet wil opvallen tussen zijn klasgenoten, dan kan onderpresteren als verdedigingsmechanisme ingezet worden. Dit doet hij om geen uitzondering te zijn en geaccepteerd te worden door de groep.
  • Gebrek aan faalervaringen, hierdoor ontwikkelt een kind geen doorzettingsvermogen of raakt in paniek als iets niet in één keer goed gaat.
  • Gebrek aan uitdaging, bijvoorbeeld als een kind lange tijd onder zijn niveau werkt. Hij raakt hierdoor verveeld.
  • Gebrek aan motivatie, bijvoorbeeld als gevolg van te weinig uitdaging in de opdrachten

Gevolgen van onderpresteren

Vaak krijgen onderpresteerders een verkeerd of negatief zelfbeeld. Een kind ervaart dat het niet aan de verwachtingen voldoet. Hij voelt zich een kneus of mislukkeling, omdat hij anderen teleurstelt. Als het zelfbeeld niet verbetert kan een kind depressief, angstig of faalangstig worden.

Wat te doen bij een vermoeden van onderpresteren.

De basis voor de oplossing is een goede relatie tussen ouder, kind en leerkracht. Zorg ervoor dat een kind zich gewaardeerd voelt, voelt dat hij er mag zijn en dat hij er toe doet. Zowel thuis als op school.

  • Leg uit waarom hij iets moeten leren.
  • Bied een kind verrijkingsstof aan. Dit kan een vreemde taal zijn. Een kind moet (weer) leren leren.
  • Leer een kind denken, bijvoorbeeld door iets van denksport of programmeer les
  • Leer een kind fouten te durven maken.
  • Geef positieve feedback

 

Beelddenken dat kan toch iedereen!

Beelddenken dat kan toch iedereen!

Het lijkt zo vanzelfsprekend,  iedereen kan toch in beelden denken! Maar er is een groot verschil tussen beelddenken en beeldvormen

Wat is Beelddenken?

Beelddenken heeft te maken met de manier waarop informatie wordt verwerkt. Een beelddenker doet dat in eerste instantie zonder woorden. Om zijn gedachten, de beelden te kunnen overbrengen, moet een beelddenker gebruik maken van taal. Dat is verwoorden achteraf, de beelddenker probeert zijn beeld in woorden uit te leggen.
Een beelddenker moet de woorden bij het beeld zoeken. Als een beelddenker bewust het beeld van een huis oproept, zullen er andere associatiebeelden als het gras in de tuin, de tafel in de keuken in zijn hoofd verschijnen. Een beelddenker bevindt zich in het beeld, in gedachte kijk hij rondom en in het huis lopen. Het vertalen van beeld naar taal kost tijd en veel concentratie.

Wat is beeldvormen?

Beeldvormen of ook wel visualiseren heeft alleen betrekking op het eindgebeuren en niet op het denkproces zelf. Een taaldenker zal zeggen: “Ik kan ook een beeld voor me zien”. En dat klopt ook, dit noemen we beeldvormen. Een taaldenker denkt hoofdzakelijk in woorden en begrippen en vormt beelden als geheugensteun om iets te vertellen. Hij bedenkt het plaatje bij zijn woorden.
Een taaldenker visualiseert bijvoorbeeld een huis en kijkt tegen het beeld van een huis aan.

Een beelddenker bevindt zich in het beeld.
Het beeld is het denkproces van de beelddenker. Het verwoorden gebeurt achteraf.

Een taaldenker kijkt tegen het beeld.
Een taaldenker zoekt een beeld als steun voor zijn taal. Het denkproces gebeurt met taal.

Verschillen in communicatie

Taaldenkers denken voornamelijk vanuit structuren, details en woorden. Beelddenkers werken voornamelijk vanuit associaties, gehelen en beeld.
Hetzelfde onderwerp wordt dus op verschillenden manieren benaderd. Hierdoor kunnen er misverstanden ontstaan op het gebied van communicatie.

Een beelddenker slaat stappen over. Doordat een beelddenker alles bekijkt vanuit gehelen en het resultaat voor ogen heeft, slaat hij in de communicatie stappen over. Het is lastig om het kant en klare beeld duidelijk en gestructureerd te verwoorden.

Het gebruik van een mindmap kan helpen om beter te communiceren. Noteer het gesprek in een mindmap. Op deze manier kan je associatief werken en zo benut je de talenten van zowel het creatieve, snelle, associatieve van de beelddenker als het geordende, op volgorde zetten van de taaldenker.

bron: beeld en brein

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Soms kan een kind ineens boos, geïrriteerd of verdrietig worden om “niets” Of althans dat lijkt zo. Een hoogsensitief kind krijgt veel meer prikkels binnen en verwerkt deze ook diepgaander.  Hoogsensitieve kinderen krijgen dus veel binnen en denken daar diep over na. Ongeveer één op de vijf kinderen is hoogsensitief. Leren omgaan met deze gevoeligheid vermindert woedeaanvallen en huilbuien en versterkt het zelfvertrouwen. Er zijn een paar dingen die vrijwel alle hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Onrecht

Op nummer één van wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden staat: onrecht. Het rechtvaardigheidsgevoel van een hoogsensitief kind is groot. Als iets oneerlijk gaat, dan onderneemt hij actie. Het maakt niet uit of dit hem zelf of andere aangaat.  Ze gaan in discussie als ze het niet eens zijn met een oneerlijke beslissing van ouder of de leerkracht. Als dit dan weggewuifd wordt, ze zich niet gehoord en begrepen voelt, ontvlamt dit in woede.

Onechte mensen

Gevoelige en empathische kinderen reageren sterk op hun omgeving en ze hebben het feilloos door als mensen niet echt zijn. Ze hebben echte en betekenisvolle relaties nodig met andere mensen en ze voelen zich helemaal niet prettig bij mensen die nep zijn. Kinderen klappen vaak dicht in de omgeving van deze mensen.

Een schoolreisje of sportdag

Alles gaat die dag anders. Geen herkenbare structuur, een ander dagritme. Niet de gebruikelijke lessen in de klas of pauzes waarin gegeten en gedronken wordt.  Iedereen is zo druk, duwen voortdurend, praten hardere dan normaal. Het verwerken van al deze nieuwe prikkels kost veel tijd. Tegen het eind van de dag, zijn kinderen vaak uitgeput en kunnen maar moeilijk van zo’n “leuke dag” genieten.

Spontane uitstapjes

Opeens ‘leuk’ op stap gaan, is iets Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het bekende dagritme wordt doorbroken.  Er is veel onduidelijk over wat er gaat gebeuren, wie er zijn, hoe de omgeving eruit ziet. Dit voelt voor een kind niet prettig, waardoor hij in de weerstand schiet. Een kind houd liever vast aan het bekende en voorspelbare.

Labeltjes en naden

Door hun gevoelige huid is elk kledinglabeltje of naad in een sok aanwezig en zit dit continu te kriebelen. Ook strakke kleding of ruwe stoffen worden regelmatig als vervelend ervaren.

Zand

De meeste kinderen vinden zand geweldig. Spelen in de zandbak of op het strand. Zand is echter iets wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het zand plakt en kriebelt, komt in schoenen terecht en maakt kleren vies.

Meteen een keuze moeten nemen

“Wat wil je op je brood?”, is één van de meest gevreesde vragen, omdat papa of mama daar graag gelijk een antwoord op verwacht. Een keuze maken is lastig, omdat er zoveel consequenties zijn. Vruchtenhagel knoeit snel, pindakaas plakt in je mond en de jam heeft pitjes. Maar als ik nu iets zoets kies, mag ik dat vanmiddag niet meer. Voordat al deze aspecten zijn afgewogen, herinnert mama alweer aan de vraag, waardoor de irritatie stijgt en een keuze maken nog moeilijker is.

 

 

Dyslexie signalen en tips

Dyslexie signalen en tips

Als een kind moeite heeft met leren lezen behoeft dit niet gelijk te betekenen dat er sprake is van dyslexie. Wanneer kan er sprake zijn van dyslexie? We hebben de belangrijkste dyslexie signalen voor je op een rijtje gezet.

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden.
Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau te moeizaam. Dit staat los van iemands intelligentie. Dyslexie kan vastgesteld worden met een diagnostisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt eerst het niveau van lezen en spellen bepaald. Daarna volgt onderzoek naar vaardigheden waarop kinderen met dyslexie uitvallen, de dyslexie-indicatoren. Er wordt getest op nauwkeurigheid en snelheid van woordherkenning. Verder wordt gekeken naar vaardigheden waarop kinderen met andere leesproblemen uitvallen, maar kinderen met dyslexie niet.

Wat zijn dyslexie signalen?

Het belangrijkste kenmerk van dyslexie is dat een kind hardnekkige probleem ondervindt bij het leren lezen en spellen op woordniveau. Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om het (technisch) lezen aan te leren.

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben :

  • met het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • met het verschil tussen de letters b en d
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’ en ‘drop’ of ’12’ en ’21’
  • om de aandacht te houden bij gesproken woord , ‘klankinformatie’
  • met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen

Dyslexie en lezen

lezenDe leesproblemen van kinderen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Het kan zijn dat een kind een traag leestempo heeft of de woorden spellend leest. Andere kinderen hebben een hoog leestempo, maar maken juist veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Dyslexie en spelling

Kinderen met dyslexie maken langdurig veel spellingfouten en hebben, omdat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Het kan zijn dat ze één bepaald woord op een bladzijde op verschillende manieren spellen. Kinderen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. De losse woorden worden gemakkelijk weer vergeten omdat het op een ongestructureerde manier in het geheugen worden opgeslagen.

Dyslexie en schrijven

Kinderen met dyslexie schrijven vaak slordig en onleesbaar. Ze maken veel doorhalingen. Bij kinderen die wel leesbaar schrijven, valt op dat ze langzaam schrijven.

Tips om kinderen te helpen met hun dyslexie

  • Oefen regelmatig met een kind, waarbij het beter is vier keer 15 minuten te lezen, dan één keer een uur.
  • Kies boekjes die aansluiten bij het leesniveau op school. Vraag hiervoor tips aan school.
  • Zorg dat het leuk, gezellig en ontspannen is tijdens het lezen, zodat een kind gemotiveerd blijft.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de oefeningen, bijvoorbeeld door af en toe stripboeken, korte verhalen en informatieve boeken te kiezen.
  • Zet woorden waar een kind moeite mee heeft op kleine papiertjes en ga deze oefenen door ze te flitsen (snel achter elkaar neerleggen terwijl een kind de woorden hardop leest)
  • Ganzenborden met woorden. Schrijf de moeilijke woorden op een klein (gekleurd) papiertje. Legt deze in een cirkel of in de vorm van ganzenbord. Je hebt twee pionnen en een dobbelsteen. Om de beurt gooien, de dobbelsteen geeft aan hoeveel stappen iemand vooruit mag. Bij elke stap zegt je het woord welke op het papiertje staat. Maakt iemand een fout dan mag de ander het ook nog één keer proberen en één plaatsje vooruit. Wie het eerst bij de finish is heeft gewonnen.

beeld: 123RF Stockfoto