Beter slapen met ADHD. Oorzaak en gevolg van slaapproblemen

Beter slapen met ADHD. Oorzaak en gevolg van slaapproblemen

Veel tieners met een ADHD brein hebben last van slaapproblemen. De negatieve gevolgen van slecht slapen zijn even talrijk als de grondoorzaken, als ze niet worden aangepakt. Om de slaap te verbeteren, moeten tieners zich houden aan gezonde slaap rituele. Beter slapen met ADHD, hoe dan?

Oorzaken van slaapproblemen

Slaapproblemen plagen vaak mensen met ADHD – vooral tijdens de tienerjaren, wanneer slaapritmes in de war raken. Dit geldt voor bijna alle tieners. Studies schatten dat tot 70 procent van de kinderen met ADHD slaapproblemen hebben die het gevolg zijn van redenen die variëren van snelle gedachten tot naast elkaar bestaande aandoeningen. Ook kunnen omgevingsfactoren het slaappatroon beïnvloeden.
Wat de onderliggende oorzaken ook zijn, aanhoudende slaapproblemen kunnen het functioneren beïnvloeden en de kwaliteit van leven in de loop van de tijd aantasten. Vroegtijdig signaleren van het probleem en adequate oplossingen kunnen de slaapkwaliteit aanzienlijk verbeteren. Zeker als een kind op jonge leeftijd dit aanleert.
Veelvoorkomende slaapproblemen bij tieners met ADHD zijn:

  • Slapeloosheid of moeilijk in slaap vallen, zelfs als ze later naar bed gaan. Dit gaat vaak gepaard met vroeg ontwaken en een onvermogen om weer in slaap te vallen;
  • Verkeerde slaap rituele, zoals in slaap vallen met de tv of radio als achtergrond geluid;
  • Weerstand tegen bedtijd of weigeren naar bed te gaan;
  • Angst , die verband kan houden met de slaap (zich zorgen maken over duisternis of andere dingen in de slaapomgeving),
  • Angsten  die verband houden met zorgen en stressoren die ze gedurende de dag ervaren;
  • Vertraagde slaapfase , laat in slaap vallen en laat wakker worden in een sterke afwijking van wat zou worden verwacht van een typisch biologisch ritme. Dit is een veelvoorkomend probleem, omdat tieners doordeweeks vroeg moeten opstaan ​​voor school, maar hun slaap in het weekend drastisch uitstellen.

Voor sommige kinderen en tieners zullen deze slaapproblemen vanzelf of door tussenkomst verdwijnen. Maar voor een aantal zullen ze blijven bestaan. Tieners met ADHD hebben bijvoorbeeld meer kans onvoldoende slaap te krijgen op schoolnachten.  Ze vertonen ook meer variabel slaapgedrag in vergelijking met leeftijdsgenoten zonder ADHD. Hiermee bedoelen we zaken als gevarieerde slaapduur en slaapkwaliteit.

Gevolgen van slaapproblemen

Slaapproblemen bij jongeren met ADHD zijn geassocieerd met verschillende negatieve uitkomsten. Zo beïnvloeden ze het functioneren gedurende de dag, zowel thuis als op school. Ook kunnen ze in de loop van tijd in verband gebracht worden met psychische problemen. Slecht slapen kan resulteren in een verminderde kwaliteit van leven en de geestelijke gezondheid. Met als gevolg slechtere schoolprestaties, stemmingswisselingen of agressief gedrag. Wanneer tieners met ADHD worden blootgesteld aan een kortere slaapduur blijkt dat ze moeilijker wakker worden. En overdag zijn ze slaperig en onoplettend.

Beter slapen met ADHD, wat kun je doen?

Een goede nachtrust verbetert de stemming, sociale interacties en algehele gezondheid van elk kind. Het aanleren en krijgen van een beter slaapritme is niet gemakkelijk, maar er zijn verschillende interventies die bij kunnen dragen aan het betere nachtrust. Een goede nachtrust, wordt beïnvloed door dag- en avondroutines, gezondheid en voeding, blootstelling aan licht en andere gewoonten. Het geleidelijk veranderen van gewoonten zal op de lange termijn effectiever zijn dan het aanbrengen van plotselinge en drastische veranderingen. Basis slaappraktijken zijn onder meer:

  • Een vast slaap-waakschema aanhouden. Een goed schema zorgt voor voldoende slaap (de aanbevolen tijd voor middelbare scholieren is 8 tot 10 uur). Van tieners is echter bekend dat ze op onvoorspelbare uren naar bed gaan. Gelukkig is het tijdstip van opstaan ​​het belangrijkst, ongeacht de bedtijd. Doordeweekse wektijden worden grotendeels bepaald door school. En tieners moeten proberen om in het weekend zo dicht mogelijk bij deze tijd wakker te worden.
  • Vermijd technologie (tv, computers, tablets, telefoons, videogames, enz.) binnen een uur voor het slapengaan. Sommige tieners kunnen afhankelijk zijn van tv geluiden, een podcast of muziek om hen te helpen in slaap te vallen. Verwijder deze items gelijk aan om zo steeds onafhankelijk te kunnen slapen.
  • Zorg overdag voor voldoende fysieke activiteiten en lichaamsbeweging. Doe dit niet vlak voor het slapen gaan.
  • Vermijd maaltijden vlak voor het slapengaan om te voorkomen dat het lichaam “wakker” wordt.
  • Vermijd dutjes , die het slaap- waakschema kunnen verstoren. Hierdoor wordt het moeilijk om op een vast tijdstip in slaap te vallen en de volgende dag uitgerust wakker te worden.
  • Beter slapen met ADHD kan door het volgen van een kalmerende bedtijdroutine om het lichaam in slaapmodus te krijgen.
  • Het bed alleen gebruiken om te slapen om een ​​krachtig signaal te geven voor het slapengaan.

Beter slapen met ADHD, werkt melatonine?

Melatonine kun je zonder recept kopen. Het is een populair supplement om te helpen slapen. Het wordt vaak gebruikt als kalmerend middel om gemakkelijker in te slapen. Verschillende onderzoeken bij kinderen met ADHD suggereren dat het effectief is.  Melatoninesupplementen worden echter niet geassocieerd met verbetering in de kwaliteit van slapen.

Ontspanningsoefeningen voor een betere nachtrust

Een vol hoofd en het onvermogen om lichaam en geest te kalmeren voor het slapengaan zijn veelvoorkomende problemen bij tieners met een ADHD brein. Vooral als er ook angst is. Het verminderen van deze stressoren kan helpen om beter te slapen. Dit kan onder andere door ontspanningstraining, zoals ademhalingsoefeninge of mindfulness meditatie.

Wat ik wenste dat de wereld wist over mijn kind met een ADHD brein

bron: additudemag

Een dag uit het leven van een kind met dyslexie

Een dag uit het leven van een kind met dyslexie

Maak kennis met Sem, een jongen in groep zeven met dyslexie. Hij is een slimme jongen, maar zijn moeite met lezen heeft invloed op bijna elk aspect van zijn dag. Om te zien hoe dyslexie kinderen kan beïnvloeden, nemen we je mee op een typische dag in Sem’s leven. Een kind met dyslexie.

7:00 uur

Sem zet de wekker uit, maar hij wil niet uit bed komen. Na jarenlang te zijn aangestaard en opmerkingen te hebben gehoord over hoe traag en moeizaam zijn lezen is, ziet hij op tegen de gedachte om naar school te gaan. Hij bleef een paar dagen geleden thuis vanwege buikpijn. Hij wou dat hij vandaag ook thuis kon blijven en ontstressen.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: school vermijden, zelfrespect

9:30 ’s ochtends

Sem is nog niet klaar met geschiedenisles van vandaag. Hij probeerde zijn werk af te maken, maar lezen kost zoveel tijd en moeite dat hij maar een paar alinea’s doorkwam. En omdat het zo lang duurde om elke zin te lezen, had hij moeite om te begrijpen hoe die zinnen in elkaar passen. Hij luistert aandachtig naar de leraar en worstelt om een paar rommelige aantekeningen te maken. Hij ziet op tegen de toets van vrijdag.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: begrijpend lezen, aantekeningen maken

10:15 uur

Sem is goed in rekenen, behalve de verhaalsommen. Het duurt een eeuwigheid om ze te lezen. Dat maakt het moeilijk voor hem om de details te onthouden en te beslissen wat hij ermee gaat doen. Hij maakt vaak een simpele fout, zoals het verwisselen van twee nummers of het door elkaar halen van de volgorde van stappen. Dus hij krijgt het verkeerde antwoord, ook al begrijpt hij de concepten.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie:: informatie lang genoeg onthouden om deze te gebruiken

12:00 uur lunch

Het is moeilijk voor Sem om te ontspannen tijdens de lunch. Hij maakt nog wat werkjes af of zoekt de juf voor extra hulp. Vandaag bekijkt hij flashcards voor zijn Engelse woordenschattest. Hij probeert de woorden in zijn hoofd te stampen. Maar op de een of andere manier voelt het nog steeds alsof hij voor het eerst naar deze woorden kijkt. Waarom blijven deze woorden niet “plakken”?

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: gezichtswoorden herkennen, woordenschat opbouwen

13:15 uur

Engels les is de slechtste! Sem heeft moeite met het volgen van spellingregels, hoe moet hij woorden spellen in een andere taal die andere klanken hebben? Bovendien laat de leraar iedereen hardop voorlezen. Als Sem voelt dat hij op het punt staat om de beurt te krijgen, bedenkt hij een goede smoes. Hij wil niet voor schut staan, dus hij verstopt zicht op het toilet.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: een vreemde taal leren, lezen vermijden

14.00 uur

Muziek is het enige wat Sem leuk vindt op school. Het lezen van de teksten is moeilijk, maar hij kan de stukken leren door ernaar te luisteren. En het voelt geweldig als mensen hem vertellen wat een geweldige stem hij heeft. Maar hij maakt zich zorgen dat hier geen tijd meer voor heeft als hij meer verlengde instructies of bijles moet volgen.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: angst, muziek lezen

15.30 uur na schooltijd

WhatsApp is stressvol. Het kost Sem veel tijd om erachter te komen welke woorden zijn vrienden afkorten. Zijn moeite met lezen en spellen maakt het moeilijk voor hem om deel uit te maken van het gesprek.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: decoderen, spelling, sociale problemen

19.00 uur

Sem’s moeder zeurt steeds om zijn werkstuk af te maken. Zijn spelling is zo slecht dat de autocorrectie soms niet kan achterhalen wat hij probeert te zeggen. Proeflezen is ook moeilijk voor hem – hij merkt geen fouten op, dus hij heeft zijn moeder nodig om zijn werkstuk na te kijken om er zeker van te zijn dat het klopt. Ze probeert te helpen, maar hij merkt dat ze niet altijd begrijpt hoe hard hij zijn best doet. Hij is bang dat ze denkt dat hij lui is of zijn best niet doet. Maar huiswerk kost hem gewoon veel meer tijd dan andere kinderen.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: schrijven, spellen, proeflezen

20.00 uur

Sem’s belangrijkste manier om aan zijn dyslexie te ‘ontsnappen’ is door videogames te spelen. Het is laat en hij is moe. Maar hij moet tot rust komen. Morgen wordt weer een lange dag.

Uitdagingen voor een kind met dyslexie: algemene stress over school

bron: Understood.org

ADHD is geen stoornis, ADHD is een andere manier van denken

ADHD is geen stoornis, ADHD is een andere manier van denken

Volgens de wetenschap is ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) een aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis.  Een afwijking waarbij een sterk verlaagd vermogen aanwezig is om aandacht voldoende bij activiteiten te houden. Er is spaken van impulsief gedrag en rusteloosheid. Deze formulering suggereert dat ADHD een psychische stoornis is, maar het is eigenlijk een andere manier van denken.

Dat wat men ADHD noemt is vaak een voorkeur om visueel (sterk beeldend) te denken in combinatie met gevoelsdenken. Een kind (of volwassene) reageert direct op gebeurtenissen en onderneemt daar ook actie op. Dit past niet altijd in de plannen die anderen met ze hebben. In de klas op school is dit veelal niet gewenst.

De heersende opinie zegt, dat deze kinderen lastig en minder intelligent zijn, maar niets is minder waar. Omdat een kind met ADHD een andere leerstijl heeft, heeft hij moeite om de focus te houden. Op school wordt er vaak te uitgebreid uitgelegd. Een kind verliest hierdoor zijn aandacht. Juist deze kinderen zijn gebaat bij een korte en duidelijke instructie.

ADHD en prikkels

Het is eveneens een groot misverstand dat mensen met ADHD te veel prikkels krijgen en daardoor snel zijn afgeleid. Iemand met ADHD krijgt juist te weinig prikkels en gaat daarom de prikkels zelf creëren. Dit verklaart het drukke imago van kinderen met ADHD. Om er voor te zorgen dat iemand met ADHD geen prikkels gaat creëren, moet je er dus voor zorgen dat hij redenen heeft om dingen te gaan doen, dan komt de focus vanzelf.

De kernvisiemethode

De kernvisiemethode kan kinderen helpen. Deze methode leert kinderen verschillende technieken aan om lesstof zelf visueel op te slaan en blijvend te kunnen reproduceren. Zij worden zelf verantwoordelijk voor de oplossing, er wordt dus ook veel aandacht besteed aan het opbouwen van de motivatie van het kind.

Het doel van coaching met de Kernvisie methode is om een kind op een natuurlijke manier vanuit zijn eigen persoonlijke kracht te laten leren. En het resultaat hiervan is dat het kind weer plezier krijgt in leren wat natuurlijk zijn weerslag heeft op de motivatie van het kind.

bron: kernvisiemethode.nl

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Vandaag de dag krijgen kinderen vaak het label autisme of adhd, als ze iets drukker zijn dan gemiddeld of zich iets anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Vaak heeft het gedrag van deze kinderen te maken met hun manier van prikkelverwerking. Kinderen zijn overprikkeld of juist onderprikkeld. Wanneer je met dit in je achterhoofd naar het gedrag van kinderen kijkt, brengt je dit veelal tot hele andere inzichten en betere mogelijkheden om een kind te helpen, daar waar nodig.

Het ene kind wat gevoelig is voor prikkels en indrukken, houdt van rust. Terwijl een ander kind juist constant stuitert, friemelt, praat en geen twee seconden kan stil zitten. Een kind wat gevoelig is voor prikkels, wil na een drukke dag op school, graag even alleen zijn om tot rust te komen. Een onderprikkeld kind klimt in bomen, springt op de trampoline om extra prikkels op te doen.

Verschillende manieren om te reageren op prikkels

Er zijn twee manieren waarop kinderen kunnen reageren wanneer ze over of onderprikkeld zijn. Dit kan op een actieve en passieve manier. In het boek  Wiebelen en friemelen wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende “prikkeltypes

Onderprikkeld en actief (actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels worden doorgegeven aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

Een onderprikkeld actief kind gaat zelf op zoek naar extra prikkels. Die prikkels mogen van hem langer duren, harder zijn en vaker herhaald worden dan iemand met een gemiddelde zintuiglijke prikkelverwerking. Hij krijgt dus niet snel genoeg van prikkels; want prikkels ? véél prikkels ? zijn juist fijn!

Kenmerken van overprikkeld en actief zijn:

Druk, spontaan, uitbundig/chaotisch, vraagt veel aandacht, gaat maar door.
Een kind is altijd op zoek naar nieuwe ervaringen, houd niet van routines en regels. Hij is erg enthousiast en impulsief, verveelt zich snel. Een kind zit vaak te wiebelen of loopt van zijn plek.

Onderprikkeld en passief (niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind wordt daardoor wat loom of dromerig .
Een onderprikkeld passief kind gaat niet zelf op zoek naar de extra prikkels die hij nodig heeft. Daardoor blijft hij slomer en mist hij informatie. Wanneer die prikkels wel op zijn pad komen, kan hij daarvan genieten.

Kenmerken van overprikkeld en passief zijn:

Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken
Een kind is vaak heel rustig en kan zich goed concentreren. Presteert goed onder druk, omdat hij daar niet veel van opmerkt. Lijkt soms ongeïnteresseerd, is geregeld traag en vergeetachtig. Droomt snel met zijn gedachte weg. Mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

Overprikkeld en actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt een kind overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn eruit te filteren.
Een overprikkeld actief kind probeert zelf de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, zodat hij niet de hele tijd overprikkeld raakt. Hij probeert onprettige prikkels te vermijden en zoekt prikkels op die hem kalmeren.

Een overprikkeld kind wat juist prikkels opzoekt, moeilijk te rijmen

Kenmerken van een overprikkeld actief kind zijn:
Gestructureerd en besluitvaardig, met oog voor detail, snel gespannen, wil controle hebben
Een kind vindt het prettig om alleen te zijn. Hij vergeet niet snel iets, merkt alles op. Een kind is niet heel flexibel, hij bepaalt graag zelf hoe dingen gaan. Hij verzet zich tegen verandering en kan zeer emotioneel zijn.

Op school gaat een kind achter in de rij staan, als hij te veel prikkels ervaart, omdat het daar rustiger is. Of hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd om minder last te hebben van de prikkels

Overprikkeld en passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, worden deze kinderen overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.
Een overprikkeld passieve kind is niet veel bezig om de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, waardoor hij regelmatig overprikkeld raakt.

Kenmerken van overprikkeld passief kind zijn:
Gevoelig, opmerkzaam, vindt rust prettig, nerveus, kan opeens overstuur raken
Een kind is zich heel bewust van zijn omgeving, heeft oog voor detail. Hij is snel afgeleid, is hyper en nerveus, hij schrikt van prikkels niet verwacht. Hij onthoudt wat mensen vertellen.

Bron: 7zintuigen

prikkelverwerking

De kracht van neurodiversiteit | ieder kind is uniek!

De kracht van neurodiversiteit | ieder kind is uniek!

We kennen allemaal biodiversiteit en culturele diversiteit, maar over de kracht van neurodiversiteit is nog maar weinig bekend. Neurodiversiteit betekent eenvoudigweg dat er verschillen zijn tussen de breinen van mensen en dus verschillende manieren van denken en leren. Het standaard brein bestaat niet. Diversiteit in breinen is net zo verrijkend als biodiversiteit.

Het nieuwe terrein van neurodiversiteit biedt een kans een einde te maken aan de trend om mensen die ‘anders’ zijn in een hokje te stoppen en te medicaliseren. In plaats van bevolkingsgroepen als ‘beperkt’ te beschouwen, ligt bij neurodiversiteit de nadruk op anders-zijn. Mensen met dyslexie zijn vaak goed in driedimensionaal visualiseren. Mensen met ADHD hebben een andere, meer diffuse vorm van aandacht. En mensen met autisme kunnen beter omgaan met dingen dan met mensen. (HOI foundation)
Het is tijd dat hier meer bewustzijn over ontstaat.

Neurodiversiteit en leer- en denkverschillen

Het concept dat mensen van nature diverse wezens zijn, is belangrijk voor kinderen met leer- en denkverschillen. Het kan stigma verminderen en het gevoel dat er iets “mis” met hen is. En dat kan helpen bij het opbouwen van zelfvertrouwen, zelfrespect, motivatie en veerkracht

Anders zijn

Vanuit het neurodiversiteitsmodel worden dyslexie, dyscalculie of ADHD/ADD gezien als een manier van informatie verwerken die hoort bij een minder gangbaar brein. Dit betekent niet dat kinderen er geen last van hebben. In het huidige onderwijssysteem ervaren kinderen veel hobbels en hindernissen. Bijvoorbeeld bij het leren lezen,  automatiseren van tafels, stilzitten of het stap voor stap uitvoeren van een taak

Kansen en bedreigingen van een label

Het kan voor een kind (en zijn ouders) soms heel prettig zijn om een label (ADHD of dyslexie) te krijgen. Het geeft inzicht, handvaten en hulp bij de problemen die een kind ondervind. Het werkt aan de andere kant ook heel stigmatiserend. Zeker als over een stoornis wordt gesproken en een behandeling die je kunt ondergaan als kind.  Dit geeft het gevoel dat je minder bent, een beperking hebt. Het ontwikkelen van een minderwaardigheidsgevoel ligt op de loer.
Een kind heeft niet minder capaciteiten dan een leeftijdsgenoot. Het zegt vooral iets over de soms te eenzijdige manier waarop we in onze samenleving geacht worden te leven, leren en werken.

Het is dan ook belangrijk dat mensen (gaan) beseffen dat er geen sprake is van een afwijking van wat “normaal” is. Er is geen sprake van een stoornis of handicap, maar alleen een net wat anders gestructureerd brein dan de gemiddelde mens heeft. Een brein, denkstijl, waarop de meest onderwijsmethoden zijn afgestemd.

Uitgaan en omarmen van diversiteit

Mocht je vroeger niet met je linkerhand schrijven en werd je hand op je rug gebonden, tot je het wel kon. Nu vinden we zoiets maar onbegrijpelijk en raar. Diversiteit in de kleur van de ogen, haar of de huidskleur vinden we heel normaal. Waarom zouden onze hersenen dan precies hetzelfde zijn?

Kennis en besef van neurodiversiteit maakt het mogelijk om naar alle capaciteiten van een kind te kijken. Door ieder brein als uniek te zien, maakt dat er meer gelijkwaardigheid ontstaat. Ieder kind heeft sterke en zwakke kanten. Door anders, open te kijken wordt je nieuwsgierig naar de sterke kanten van een kind. Dit stimuleert de ontwikkeling van een kind en maakt dat hij plezier in leren en ontdekken krijgt.

Uitgaan van verschillen versus omgaan met verschillen

Beelddenkers beter begrijpen? Hoe doe je dat?

Beelddenkers beter begrijpen? Hoe doe je dat?

Beelddenken is een andere manier van denken! Beelddenkers zijn visueel, maar ook ruimtelijk ingesteld. Luisteren is niet hun sterkste kant, ogen gaan voor oren! Om beelddenkers beter te begeleiden, is het nodig beelddenkers te begrijp. Beelddenkers beter begrijpen? Hoe doe je dat?

In één oogopslag kunnen beelddenkers ingewikkelde of complexe situaties overzien en brengen die met elkaar in verband. Beelddenkers kijken vooral naar overeenkomsten in plaats van naar verschillen. Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer net zo gedaan?

Totaalbeeld

Een beelddenker moet eerst iets begrijpen, voordat hij het kan doen. Een kleine illustratie die helpt beelddenkers te begrijpen. Lees onderstaande tekst.
Een krant is beter dan een tijdschrift
Het strand is een betere plek dan in de straat
Eerst kan je  beter rennen en dan lopen
Zelf kleine kinderen vinden het heel leuk
Vogels komen er zelden in de buurt

Lastig! Deze tekst zegt je weinig en is moeilijk te onthouden. Lees de tekst nog een keer en bedenk dat het over vliegeren gaat! Nu is de tekst veel beter te begrijpen.
Een beelddenker moet de informatie die hij krijgt kunnen plaatsen, hij denkt vanuit een totaal.
Als je zelf anders denkt is het moeilijk om je voor te stellen hoe een beelddenker dit verwerkt.

Omzetten van tekst naar beeld

Bij het horen of lezen van een woord moet de beelddenker dit vertalen in een plaatje. Wanneer een beelddenker praat of schrijft moet hij de beelden vertalen in woorden. Dat voortdurend moeten omschakelen kost een kind veel energie en tijd. Dit is vaak een  reden dat (niet-getrainde) beelddenkers achterop raken tijdens de lessen en meer tijd nodig hebben voor het maken van opdrachten. Ook zorgt dit soms voor een trage reactie op een vraag die je een beelddenkend kind stelt. Ben je bij het stellen van een vraag aan een kind, bewust van dit proces. Ter illustratie. zegt niet: ‘Maak je kleren niet vuil!’ maar  ‘Houd je kleren schoon!’?

Een beelddenker probeert zich een beeld te vormen hoe niet-vuile kleren of hoe schone kleren er-uit-zien, om van daaruit pas iets met de oproep te  (kunnen) doen. Het beeld van schone kleren is er direct. Maar…hoe zien niet-vuile kleren er eigenlijk uit?


Eén woord, meerdere betekenissen

Het is voor kinderen lastig om te begrijpen dat één woord meerdere beelden met zich mee kan brengen. Bijvoorbeeld als je een kind vertelt: “Dit is een Labrador”. Het beelddenkende kind antwoordt: “Nee, mam, het is een hond”.

Deel jou tips om beelddenkers beter te begrijpen! Laat een comment achter onder dit bericht.

Lees meer over hoe je beelddenkers kunt herkennen!