**//sticky ads code//**
Misvattingen over ADHD

Misvattingen over ADHD

Een kind met  ADHD vindt het moeilijk om zich te concentreren, zijn aandacht vast te houden, zijn gedrag te beheersen en kan hyperactief zijn. Wat leven met ADHD misschien nog moeilijker maakt is de hoeveelheid verkeerde informatie en negatieve stereotypen over de diagnose.
Een kind met ADHD is altijd heel druk, dat komt door te veel suiker, een slechte opvoeding en het lijkt alsof er steeds méér drukke kinderen zijn. Er doen zich de gekste verhalen voor over ADHD. Soms gaat het om goed bedoeld advies, een andere keer wordt de aandoening niet erkent.  Zes misvattingen over ADHD op een rij:

1. ADHD staat voor: Alle Dagen Heel Druk

Een kind dat geregeld door de klas rent, niet stil kan zitten en het ontzettend moeilijk vindt om op zijn beurt te wachten. Dit is het typische beeld van een kind met ADHD. Maar dit beeld klopt niet helemaal.
Kinderen met ADHD hebben niet allemaal dezelfde kenmerken. Er zijn verschillende typen ADHD: de één is hyperactief, de ander heeft juist moeite zich te concentreren en is helemaal niet zo druk. Weer een ander is vooral impulsief. Ook kan iemand beide hebben, hyperactief, moeite met concentratie en impulsief

2. Het ligt aan de opvoeding

Een kind wat altijd druk en hyperactief is, vraagt om aandacht omdat hij thuis aandacht tekort komt. Dit is absoluut niet waar. ADHD is geen gevolg van slechte opvoeding. Deze fabel kan erg vervelend zijn voor het kind én ouders. ADHD kent een biologische oorzaak en is daarmee dus geen direct gevolg van verkeerde opvoeding. Wel vraagt de opvoeding van een kind met ADHD meer structuur, ritme en rust.

3. Er zijn steeds meer kinderen met ADHD

Drie tot vijf procent van de mensen heeft ADHD. In een klas zit dus vaak wel een kind met ADHD.  Het lijkt alsof er steeds meer kinderen met ADHD bij komen. Maar dit heeft veel te maken met de helderde geformuleerde diagnose. Waardoor het beter herkent word. De kenmerken waren vroeger minder duidelijk omschreven. Een kind was vervelend, onhandelbaar of heel druk. Door nieuwe technieken kan nu zelfs bekeken worden wat er anders is aan de hersenen van iemand met ADHD.

4. Het is een fase

Dat ADHD een fase is, is een misverstand. Ja, kinderen kunnen een tijd wat drukker zijn dan anders door bijvoorbeeld stress. Maar bij deze kinderen houden deze kenmerken langere tijd aan. Zo niet hun hele leven. Het blijft voor hen lastig zich te concentreren, hun beurt af te wachten en zaken te plannen. Ze kunnen wel leren er beter mee om te gaan.

5. Een kind met ADHD heeft een gebrek aan wilskracht en doorzettingsvermogen

Een kind met ADHD moet vaak op zijn tenen lopen om binnen de lijntjes te blijven. Over de hele linie kost het een kind met ADHD meer wilskracht en doorzettingsvermogen om te functioneren en mee te komen met de ‘normale’ mensen. Om dit te kunnen volhouden zijn creatieve en vernuftige trucs nodig, anders is het niet vol te houden. Veel kinderen met ADHD zijn creatief, intelligent en oplossingsgericht.

6. Geen suiker voor een kind met ADHD

Van suiker worden kinderen druk. Dat wordt vaak gedacht. Uit divers wetenschappelijk onderzoeken blijkt dat suikerinname niet de oorzaak van hyperactiviteit kan zijn. Kinderen krijgen vaak meer suiker op feestjes, waar ze toch al drukker waren dan normaal. Kinderen met ADHD hoeven dus zeker niet op een suikervrij dieet te worden gezet. Gezonden voeding is uiteraard belangrijk. Net als voor elk kind.

Er zit meer in dan dat eruit komt!

Er zit meer in dan dat eruit komt!

In normale situaties werken onze verbale en performale eigenschappen samen, maar bij een kloof verloopt die samenwerking niet zo vlot. Een kind kan zich dan geen beeld vormen van een bepaalde situatie en kan er daarom niet goed mee omgaan, hetgeen zich op school bijvoorbeeld kan uiten in slechte schoolresultaten.

Het performale IQ zegt iets over hoe iemand praktisch omgaat met kennis. Hoe los je praktisch een probleem op.  Motorische vaardigheden spelen hierbij een rol, maar ook ruimtelijk inzicht.
Het verbale IQ daarin heeft betrekking op woordenschat, taalgevoel, redeneringsvermogen.

Van een kloof wordt gesproken wanneer de verbale en niet-verbale IQ score van een kind wezenlijk van elkaar verschillen. Dit kan dus twee kanten op gaan: verbaal sterker of performaal sterker.  Een kloof waarbij iemand performaal verbaal hoger scoort dan verbaal is zeldzaam, maar komt voor bij kinderen.

Performaal sterker dan verbaal

Dit is een vrij ongrijpbare kloof voor veel mensen. Een kind denkt namelijk op een hoger niveau dan dat het zich verbaal kan uiten. Het ruimtelijk inzicht, organisatorisch vermogen en de detailwaarneming van het kind zijn beter ontwikkeld dan zijn vermogen om zijn gedachten te uiten met taal. Dit kind zal mensen verrassen met complexe visueel-ruimtelijke taken en een goed overzicht kunnen houden over de taken die hij krijgt. Tegelijkertijd kan het kind gefrustreerd raken doordat hij zich niet altijd kenbaar kan maken in taal en regelmatig onderschat wordt.

Een hoge performale intelligentie kan in de onderwijssituatie vertraging of stagnaties in het leerproces veroorzaken, omdat het kind gebruik maakt van een denkproces waarbij het via het handelen inzicht verwerft en ook bij voorkeur handelend tot oplossingen komt.

Een kind wordt veelal aangesproken op het niveau waar het zich verbaal uit. Er zit echter veel meer in  een kind dan er zichtbaar is, een kind wordt chronisch onderschat. Dit kan tot hevige frustraties leiden bij een kind .

Hoe ga je hier mee om?

Bij deze kinderen is het belangrijk om te begeleiden door te reflecteren op eigen gedrag in taal en ze uit te blijven dagen op school met ruimtelijke taken. Zo leert een kind zich steeds beter uiten in taal, terwijl hij ook ervaart dat hij vaardig kan zijn op school. Dit succes stimuleert en zorgt er voor dat een kind beter in zijn vel zit.

Wanneer een kind ook moeite heeft met het vinden van woorden kan logopedie uitkomst bieden. Op speelse wijze kan gewerkt worden aan woordvinding en vertelvaardigheid (verhaalopbouw, het leren scheiden van hoofd en bijzaken)

Deze kloof waarbij een kind performaal sterker is, wordt soms vergeleken met beelddenken. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat beelddenken vast te stellen is aan de hand van intelligentiegegevens, omdat de verbale subtests ook op een beelddenk manier kan worden gedaan.

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

ADHD bij meisjes vaak niet herkend

Jongens met ADHD, die (her)kent iedereen vaak wel.  Ze zijn druk, aanwezig en kunnen zich moeilijk concentreren. Bij meisjes uit ADHD zich heel anders. Een druk jongetje wordt al snel doorverwezen naar een deskundige, meisjes veel minder.  In 33 tot 50 procent van de gevallen worden symptomen van ADHD bij meisjes niet herkend.  Meisjes die wat meer kletsen of naar buiten staren worden als minder storend ervaren door leerkrachten. Mocht hier echter wel sprake zijn van ADHD en dit onbehandeld blijven, kan dat later tot veel ernstige problemen leiden

Waarin verschillen meisjes met van jongens als het gaat om ADHD

ADHD uit zicht bij meisjes op een aantal punten anders dan bij jongens.

Minder hyperactief

Het belangrijkste symptoom dat wordt geassocieerd met ADHD is hyperactiviteit. Maar in vergelijking met jongens, hebben meisjes met ADHD, over het algemeen veel minder moeite met stilzitten. Ze hebben minder last van friemelen en ook minder drang om continue te moeten bewegen.

Minder impulsief

Meisjes kunnen ook beter hun impulsen onder controle houden. Ze komen minder in de problemen door hun impulsieve gedrag. Ze pakken bijvoorbeeld niet zomaar iets zonder het te vragen.

Concentratieproblemen

Een signaal welke je zowel bij jongens als meisjes ziet zijn concentratieproblemen. Meisjes zijn net zo snel en vaak afgeleid. Het uit zich wel anders, ze zijn meer aan het dagdromen en zijn vaak afgeleid in de klas.

Ze praten heel veel

Kletsen is een favoriete bezigheid van veel kinderen. Meisjes met ADHD praten ontzettend veel en kunnen hier moeilijk mee stoppen. Ze missen signalen en hints van hun omgeving die een gesprek proberen te sturen. Hierdoor is er minder kans voor een ander om aan het woord te komen.

Ze zijn ook vaker geneigd om gesprekken van anderen te onderbreken. Bovendien kunnen ze het niet goed aanvoelen als het niet gepast is om te spreken.

Geïsoleerd gedrag

Meisjes laten vaker geïsoleerd gedrag zien. Voor zowel jongens als meisjes met ADHD kan het moeilijk zijn om vrienden te maken. Voor veel meisjes komt hier een extra uitdaging bij kijken. Vaak wordt van meisjes verwacht dat ze bepaalde sociale vaardigheden hebben. Zoals het zich kunnen inleven in een ander, gevoelens tonen en subtiele sociale hints oppikken. Omdat dit met ADHD lastiger is, kan het zorgen voor sociale problemen.

Emotioneel gevoelig 

Meisjes zijn erg emotioneel en heel gevoelig.  Sterke uiteenlopende emoties en ADHD gaan vaak hand in hand. Meisjes komen dan ook  vaak hypersensitief en extreem emotioneel over ten opzichte van jongens.

Laag zelfbeeld

Meisjes hebben meer last van gevoelens als schaamte en een laag zelfbeeld.  Het kan voorkomen dat een meisje met ADHD zich schaamt voor het feit dat ze zich maar moeilijk kan focussen of opletten. De kans is groot dat ze het zichzelf kwalijk gaat nemen dat ze met bepaalde (sociale) dingen moeite heeft. Dit kan een behoorlijke impact hebben op haar zelfvertrouwen.

Als de klachten van ADHD niet behandeld worden, kunnen meisjes als ze ouder worden sneller last krijgen van andere stoornissen. Denk aan depressies, verslavingen en angststoornissen. Dit kan vooral in de periode van de puberteit ontstaan. Maar ook pas jaren later als volwassen vrouw.

Ook al valt ADHD dus minder op dan bij jongens, het is dus nog steeds belangrijk dat meisjes ook de juiste behandeling krijgen.

bron: thehealthy.com

 

Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Wanneer gesignaleerd wordt dat een kind moeite heeft om zich te concentreren en er sprake is van aandachtstekort, denken we vaak aan een druk, impulsief kind. Een kind dat moeilijk kan stil zitten. Maar er zijn ook kinderen die moeite hebben met hun concentratie, die snel afgeleid zijn en hun aandacht maar moeilijk bij hun taken kan houden, maar helemaal niet druk zijn. Deze kinderen zijn eerder wat stil, passief, vergeetachtig en teruggetrokken. Soms wordt de diagnose ADD gesteld.

Deze kinderen vallen veel minder op dan de kinderen met drukgedrag, omdat hun probleem veel minder storend is voor hun omgeving. Het is vooral het kind zelf dat last van het aandachtsprobleem. ADD komt ook vaker bij meisjes voor dan bij jongens en we zien dat meisjes hun onvermogen vaak meer proberen te verbergen.

Wat betekent het als je kind ADD heeft of de symptomen hiervan?

Kinderen met de aandachtstekortstoornis ADD hebben moeite hun aandacht te richten op dingen. Ze kunnen moeilijk onderscheid maken tussen wat belangrijke en minder belangrijke informatie is . Hierdoor is het moeilijker gericht informatie op te nemen. En de binnengekomen informatie lijkt ook op een langzame en minder efficiënte manier verwerkt te worden door de hersenen. De regelfunctie in de hersenen die de informatieverwerking moet regelen lijkt minder goed te werken. Er is van een verminderde prikkeloverdracht in de hersenen waardoor het coördineren en organiseren in de hersenen minder goed verloopt.

Taakgerichtheid

Kinderen met ADD hebben ontzettend veel moeite met het taakgericht werken. Het aanleren van dagelijkse routines en vooral het automatiseren (het doen zonder er steeds lang bij na te hoeven denken) hiervan, kost ze enorm veel moeite. Ze zijn vaak stil en dromerig. Hun leertempo ligt veelal laag, zij hebben weinig zelfcontrole en kunnen erg teruggetrokken zijn, zijn vergeetachtig en lijken vaak weinig nieuwsgierig. Hun problemen met aandacht worden vaak toegedicht aan niet willen, terwijl er sprake is van niet kunnen

Slecht luisteren

Een kind met ADD kan veelal iet goed luisteren. Hij doet vaak niet wat er van hem wordt gevraagd.
Te veel informatie in één keer komt niet binnen. Het is dan ook beter om slecht één ding te gelijk te vragen en te controleren of hij het heeft begrepen. Vraag pas het volgende als de gehele taak of opdracht is afgerond.  Jas ophangen, schoenen uit doen en tas leegmaken en opruimen en dan ook nog vragen hoe het op school was. Een kind met ADD kan deze hoeveelheid informatie niet verwerken. Met een beetje geluk hangt hij nog net zijn jas op!

Negatief zelfbeeld

Wanneer een kind slecht luistert, niet doet wat je vraagt, is er vaker strijd en ruzie met ouders en  leerkrachten. Benoem daarom vaak wat goed gaat, geef opstekers en complimenten, wanneer dingen goed gaan. Verwacht ook niet teveel van een kind.

Weinig tijdsbesef

Kinderen met ADD hebben weinig tijdsbesef. Daarom gaat huiswerk maken niet altijd even goed. Ze maken het niet of op het laatste moment. Kinderen zijn gebaat bij wat extra hulp in de planning. Gebruik pictogrammen om routines aan te leren. Bijvoorbeeld voor het ochtend ritme. Maak duidelijke afspraken over wanneer huiswerk moet worden gemaakt. En wijk hier niet van af. Maak samen een planning zodat er later geen discussie over ontstaat. Duidelijke communicatie en strakke afspraken zijn heel belangrijk.

Concentratieproblemen

Een ADD’er heeft vaak concentratieproblemen als het om dingen gaat die hij minder interessant vindt
Probeer huiswerk of andere dingen die zijn aandacht eisen afwisselend en overzichtelijk te houden.  Bouw ontspan moment in, zodat hij zich daarna weer kan concentreren. Bij dingen die ze interessant vinden kunnen ze zeer geconcentreerd zijn, een hyperfocus. Ze kunnen volledig opgaan in dat wat hen bezighoudt. 

Impulsiviteit

Een ADD’er heeft moeite met het onverwacht veranderen van de planning.  Een spontaan bezoekje of uitje is vaak lastig voor iemand met ADD. Probeer dit zoveel mogelijk te voorkomen. Bespreek van te voren wanneer er iets wordt ondernomen. Wat kan een kind verwachten, zo kan hij aan het idee wennen.

 

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

✩Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken: vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken: braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Waarom hebben beelddenkers vaak een zwakke concentratie?

Waarom hebben beelddenkers vaak een zwakke concentratie?

Beelddenkers leren anders. Ze verwerven informatie anders, maar ook de verwerking verloopt anders dan bij de kinderen die meer taal georiënteerd zijn. Beelddenkers verwerken informatie voornamelijk visueel, zij willen informatie ‘zien’ en verwerken informatie associërend.

Een beelddenker neemt 1500 prikkels per minuut waar. Bijvoorbeeld: Een kind kijkt naar de leerkracht die voor het bord staat om uitleg te geven over een spellingregel. De leerkracht noemt als voorbeeld het werkwoord spelen. Het kind hoort het woord ‘spelen’ en krijgt meteen associatie-beelden als: plein met het voetbaldoel > hierop volgt associatie > zijn voetbalwedstrijd van maandagavond > hierop volgt associatie > eten bij oma > hierop volgt associatie > vakantie met opa en oma > hierop volgt associatie > zwemmen in het zwembad.

De eerste uitleg van de spellingregels heeft een kind nu al gemist.
Een kind kijkt naar de leerkracht en ziet een hele hoop. Kijken de ogen van de leerkracht blij of boos – mooie krullen in het haar – rode jurk – de poster naast het bord. Maar tegelijk neemt een kind ook waar wat er naast hem gebeurt. Het kind neemt ook waar vanuit de ooghoeken en krijgt impulsen als: jan die op een pen kauwt – Mary heeft vandaag een gebloemde legging aan – de deur van het lokaal is niet helemaal dicht, enz.
In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken. In het hoofd van een beelddenker is het dus best druk op zijn tijd!

De zwakke concentratie van een beelddenker is vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien!

De concentratie van een kind, bepaalt hoe intensief en hoe lang hij zijn aandacht ergens op kan richten.

Hoelang kan een kind werkelijk met een taak bezig zijn? Niet elke taak vraagt dezelfde concentratie. Voor tafeltennis heb je bijvoorbeeld een snellere, flitsender concentratie nodig dan voor schaken. Hiervoor heb je juist een rustige, analytische vorm nodig.
De verschillende vormen van concentratie zie je terug op school. Zelf actief bezig zijn vraagt een andere vorm van concentratie dan alleen luisteren. Ook vragen korte taken een andere vorm van concentratie dan taken die lang duren. Op school is vaak sprake van een gedwongen concentratie, een kind moet zich concentreren. Thuis met Playmobil spelen is een vrijwillige concentratie.

Bij beelddenkers zien je ook vaak concentratieproblemen als het voor hen niet duidelijk is waar ze mee bezig zijn. Daardoor zijn ze minder gemotiveerd en dus sneller afgeleid.

Wat helpt voor een betere concentratie?

Een effectieve concentratie oefening is Doodling of droedelen
Doodling is zonder na te denken tekeningetjes, bepaalde vormen, krullen enz. krabbelen terwijl je luistert naar iemand. Je bent doelloos aan het tekenen, krabbelen, terwijl je aandacht bij de leraar is. Het voorkomt dat je wegdroomt.

bron: beelendbrein en bestkids