**//sticky ads code//**
Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie? Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Dyscalculie, het minder bekende broertje van dyslexie

Dyscalculie, het minder bekende broertje van dyslexie

Dyslexie is voor veel mensen bekend. Veel minder bekend is dyscalculie. Dyscalculie is een leerprobleem op het gebied van rekenen en ruimtelijk inzicht. Kortweg: wat dyslexie is bij taal, is dyscalculie bij rekenen. Ik ga misschien te kort door de bocht door het broertje van dyslexie te noemen. Echter, dyslexie en dyscalculie hebben meer verwant dan je zou verwachten.

Wat is dyscalculie?

Niet iedereen heeft een rekenknobbel en dat hoeft ook niet. Soms is er echter meer aan de hand en wordt rekenen een groot en hardnekkig struikelblok. Dyscalculie betekent letterlijk vertaalt ‘beperkt rekenen’. Net zoals bij dyslexie zijn voor dyscalculie dezelfde criteria beschikbaar waarmee bepaald wordt wanneer je van dyscalculie mag spreken en in aanmerking komt voor een dyscalculieverklaring:

  • ernst van de problemen
  • mate van achterstand
  • en of er sprake is van didactische resistentie (=ondanks 3-6 maanden extra instructie door leerkracht of remedial teacher is weinig vooruitgang geboekt)

Hoe vaak komt dyscalculie voor?

Percentages in onderzoeken variëren tussen de 2-7%. Overigens heeft een groter percentage (10-15%) grote moeite met rekenen. Opvallend liggen de percentages in lijn met dyslexie ondanks de lagere bekendheid. Het belang van rekenen voor het dagelijks leven (op tijd zijn, omgaan met geld, meten) is groot, terwijl dyscalculie nog wordt onderschat. Dyscalculie kan net als dyslexie het effect op kinderen hebben dat ze denken ‘ik ben dom’, terwijl ze dat niet zijn.

Wat zijn de verschijnselen van dyscalculie?

Kinderen met dyslcalculie kunnen moeite hebben met het leren van cijfers, eenvoudige sommen lastig vinden, niet kunnen schatten, lang op de vingers blijven tellen, omdraaien van cijfers bij getallen (68 wordt 86), leen- en onthoudfouten, fouten bij het toepassen van de rekenregels. Een kind kan problemen hebben  met het automatiseren van tafels en delen. Of met het begrijpen van rekensymbolen (+,- , =). Soms heeft een kind ook moeite met het verschil kennen tussen links en rechts, kaartlezen, klokkijken, op tijd komen, notenschrift lezen, ordenen, dingen in de juiste volgorde plaatsen. In de praktijk zijn er grote individuele verschillen.

Oorzaken van dyscalculie

De oorzaak van dyscalculie is onduidelijk. Wel bekend zijn factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van dyscalculie:
1) Beelddenken: denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Veel onderwijsmethoden zijn gebaseerd op taal en stap-voorstap methoden. Dat past niet goed bij kinderen die meer in beelden denken. Beelddenkers weten soms heel snel de uitkomst van een som, maar kunnen niet uitleggen hoe ze aan hun antwoord komen.
2) Missen van de betekenis bij symbolen: cijfers en rekensymbolen zorgen dan voor verwarring. Zien ze het verband tussen het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal? Kennen ze de betekenis van rekensymbolen zoals + en =?
3) Dyslexie/leesproblemen: een deel van de kinderen heeft ook dyslexie. Het lezen van redactiesommen is moeilijker of ze lezen 2 x 5 = 7 in plaats van 2+5=7.
4) Mate van desoriëntatie: mate van afleiding , van verwarring. Is het kind vaak afgeleid in de klas, heeft het bijvoorbeeld ADHD? Het kind heeft minder aandacht bij de juf of les en mist belangrijke uitleg. Raakt het verward door de symbolen of zit het in de rekenstress? Dan zorgt de desoriëntatie dat het kind iets anders ziet dan er staat.
5) Missen van concepten: bij rekenen heb je vereiste vaardigheden nodig als consequentie, oorzaak-gevolg denken, tijd, orde, volgorde, etc. Als een kind een concept (deels) mist, mist het kind een vaardigheid die nodig is bij het rekenen.
6) aangeboren- of erfelijke aandoeningen: als dyscalculie in de familie voorkomt, is de kans groter. In het algemeen hebben meisjes met het syndroom van Turner meer moeite met rekenen.

Wat zeker geen rol speelt is de intelligentie, want op elk IQ niveau kun je dyscalculie hebben.

Wat hebben dyscalculie en dyslexie verwant?

Zowel bij dyscalculie als dyslexie zijn de factoren beelddenken, missen van betekenis bij symbolen en mate van desoriëntatie vaak aanwezig. Daarmee heb je mogelijkheden om de vicieuze cirkel, van lage prestaties naar negatieve emoties zoals frustratie en faalangst naar nog lagere prestaties, te doorbreken. Door gebruik te maken van hun beelddenkend vermogen. En hun te leren bewust te worden van hun desoriëntatie zodat ze zelf hun aandacht weer kunnen richten.

bron beeld-wijs.nl

Elk kind is uniek en precies goed zoals het is. En er zijn geen uitzonderingen…!

Elk kind is uniek en precies goed zoals het is. En er zijn geen uitzonderingen…!

Er is een nieuwe generatie kinderen, die een ander gedrag vertoont dan ‘de wereld’ gewend was.

En omdat dit nieuwe gedrag afwijkt van de standaard ‘normen’ en ‘visies’, die ooit voor ‘waar’ zijn aangenomen, wordt er driftig geprobeerd om labels en nieuwe hokjes te bedenken waar de kinderen op ‘ingedeeld’ kunnen worden.

Want geen labels, geen controle…

Ouders en opvoeders worden steeds bewuster en komen, samen met hun kinderen, steeds vaker klem te zitten tussen ‘de oude wereld van de labels’ en ‘de nieuwe wereld, waarin het hoog gevoelig zijn niet langer meer een uitzondering is’.

Een nieuwe weg vol ontdekking en verwondering

Het is zeker niet altijd makkelijk om het ‘oude’ te verlaten, want dat kan heel vertrouwd zijn. En ook de meeste instellingen zijn daar vooralsnog nog op ingericht. Alleen werkt het niet altijd meer… en mogen we dit nu stap voor stap gaan inzien en  loslaten. En op zoek gaan naar een nieuwe weg en een nieuwe manier om onze kinderen te begeleiden.

Een weg die niet vanuit het hoofd wordt bedacht of wetenschappelijk onderbouwd hoeft te worden, maar vanuit het hart wordt gecreëerd. Waarbij gevolg wordt gegeven aan intuïtie, gevoel en ‘weten’.

Want zou er echt een fout zijn gemaakt? Door een generatie kinderen op de aarde te zetten, die zo anders is? En waarvan wij ‘moeten’ proberen ‘dit allemaal onder controle’ te krijgen?

Of zou het juist de bedoeling zijn, om op een andere manier te gaan denken, voelen en leven? En laten deze generatie kinderen ons juist zien, dat er een nieuwe tijd aankomt of er zelfs al is…!

En dat wij deze generatie kinderen nu mogen ontvangen en ervaren, precies zoals ze zijn. En juist van hun mogen leren, hoe een nieuwe weg in te slaan. En wat daarvoor nodig is?

Een nieuwe manier van begeleiden

We zijn gewend, dat wij voor onze kinderen mogen zorgen. En hun mogen begeleiden in het leven. Niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. We leren onze kinderen de huidige normen en waarden. En hoe ‘het hoort’.

Maar wat als dit in deze nieuwe tijd juist andersom is?

En onze kinderen nu zelf aangeven, wat de visies, nomen en waarden van de nieuwe tijd zijn. En wat zij nodig hebben? Ben jij dan als ouder, verzorger of leerkracht bereid om hier (nog meer) naar te luisteren? En ook hiervoor de randvoorwaarden te gaan scheppen?

Het is een nieuwe weg, die we met elkaar mogen gaan ontdekken. En waarvan we gaan zien, dat er geen labels meer voor benodigd zijn. Er is geen fout gemaakt.

Elk kind is uniek en precies goed zoals het is. En er zijn geen uitzonderingen…!

Hartelijke groet,
Barbara Veer

Auteur van het boek ‘Hallo, ik ben Gwen’ en Coach gericht op Hooggevoeligheid & Bewustwording
www.halloikbengwen.nl

Hoe ga je om met hoog Sensitiviteit op school

Hoe ga je om met hoog Sensitiviteit op school

Steeds meer leerkrachten zijn bekend met Hoog Sensitiviteit, maar voor vele is het nog lastig om hiermee om te gaan. Omdat het belangrijk is kinderen met een Hoog Sensitief karakter op een juiste wijze te ondersteunen, gaat deze blog in op de belangrijkste eigenschappen van Hoog Sensitiviteit en geven hierbij tips hoe leerkrachten en ouders hier het beste mee om kunnen gaan. .

Diep nadenken
Hoog sensitieve kinderen stellen vaak diepzinnige vragen. Ze zijn wijs voor hun leeftijd en hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel en zijn erg gewetensvol.

★Beter dat de leraar een hoog sensitief kind bij gedragsproblemen niet in de groep aanspreekt, maar deze achteraf even apart neemt en hem/haar helpt in een rustig gesprek, zonder boos te worden en te veroordelen. Luisteren naar mogelijke oorzaken van het ontstane gedrag maakt vaak veel duidelijk. Indien nodig, op een rustige wijze herinneren aan de gemaakte afspraken die gelden in de klas.

Verandering
Hoog sensitieve kinderen vinden plotselinge veranderingen en onverwachte gebeurtenissen niet fijn.

★Kondig ruim van tevoren bijzondere gebeurtenissen, veranderingen in de klas, het lesrooster etc. aan. Een hoog sensitief kind is erg gebaat met een vast dagprogramma. Wanneer er een vast dagprogramma is, kan dit bijvoorbeeld zichtbaar in de klas opgehangen worden.

Angst en falen
Hoog sensitieve kinderen zijn bang om iets verkeerd te doen (perfectionistisch). Kunnen erg gefrustreerd reageren als iets niet lukt. Ze zijn gevoelig voor negatief commentaar. Schrikken bijvoorbeeld snel van harde stemmen/geluiden.

★Het is belangrijk dat de leerkracht zich bewust is van zijn taalgebruik en gezichtsuitdrukking en een vriendelijke, geduldige basishouding aanneemt. Een hoog sensitief kind is makkelijk met zijn aandacht naar binnen gekeerd en kan intens verbonden zijn met datgene waar ze op dat moment mee bezig zijn, waardoor deze vaak meer tijd nodig heeft.

Emoties en gevoelens
Hoog sensitieve kinderen lijken gedachten te kunnen lezen. Voelen emoties en stemmingen van anderen. Ze vinden veel mensen in een ruimte vaak niet fijn.

★Fijn wanneer de leerkracht een hoog sensitief kind betrekt bij plaatsing in de klas. Deze zal snel kiezen voor een rustige plek ergens aan de zijkant/achteraan in de klas, met een muur achter de rug. Vooraan plaatsen kan zorgen voor onrust, dit omdat er veel gebeurt achter een kind waardoor het afgeleid kan raken. Ook ontstaat mogelijk het gevoel dat het door de leraar op de vingers wordt gekeken waardoor het zenuwachtig zal worden en minder zal presteren. Ook belangrijk om een hoog sensitief kind niet naast een druk kind te laten zitten. Naast dat dit zal afleiden kan het kind ondergesneeuwd worden en zich in zichzelf keren, ook kan het zijn dat het kind helemaal mee gaat in het drukke gedrag. Bij beide vindt overprikkeling plaats, wat invloed heeft op het gedrag.

Harmonie
Zien de schoonheid van dingen. Stellen behoeftes van anderen voorop eigen behoeftes en kunnen moeite hebben voor zichzelf op te komen.

★Hoog sensitieve kinderen zijn een makkelijk slachtoffer en zullen niet snel voor zichzelf opkomen en terugvechten omdat dit indruist tegen hun invoelend en gewetensvol karakter. Pesten gebeurt vaak buiten het gezichtsveld van de leerkracht! Wanneer een hoog sensitief kind zich hierover al durft uit te spreken, neem dit dan heel serieus, want liegen zit gewoon niet in hun karakter.

Veel opmerken
Hoog sensitieve kinderen nemen subtiele veranderingen waar. Ook fysiek; Labels in kleding, strakke kleding, natte kleding worden vaak moeilijk verdragen.

★Een norse blik, een harde stem of zelfs straf zijn funest voor het zelfvertrouwen. Zelfs als het niet op hen gericht is, maar op een klasgenootje of als de leerkracht gewoon even niet lekker in zijn vel zit die dag, zal het hoog sensitieve kind dikwijls denken dat dit met hem/haar te maken heeft. Dit kan stress veroorzaken, hetgeen kan leiden tot vage klachten als buikpijn, hoofdpijn, niet meer naar school willen etc.

Slim en creatief
Hoog sensitieve kinderen kunnen ‘vanuit stilte’ met verrassende oplossingen/ideeën komen.

★Vraag als leerkracht eens naar waar het kind zijn interesse ligt, ook op creatief gebied. Sport, muziek of tekenen. Laat het kind hier (groep 5) bijvoorbeeld een spreekbeurt over houden. Het kan soms fijn zijn als een hoog sensitief kind zowel individueel als in een groep bezig kan zijn waarbij het zijn creativiteit en verbeelding mag gebruiken (zelfstandig tekenen bijv.). Wanneer het kind aangeeft even alleen te willen zijn, om bijvoorbeeld tot zichzelf te komen, geef deze dan ook even die ruimte.

Een “opgeleukte” rekentoets

Een “opgeleukte” rekentoets

Tijs heeft het naar zijn zin in de nieuwe groep. Hij vindt het wel prettig dat de leerstof hem bekend voorkomt en dat het allemaal iets makkelijker gaat. Hij haalt hogere cijfers en dat doet hem zichtbaar goed. Ook de extra hulp van beelddenkjuf geeft hem meer houvast met sommen, klokkijken en spelling.

Dan word ik op een dag gebeld door beelddenkjuf. Ze wil me de rekentoets van Tijs laten zien en daar over praten. Hij heeft de toets behoorlijk verknald.

De rekentoets ligt voor haar op tafel. Juf heeft geprobeerd de antwoorden van Tijs te analyseren. Bij een aantal opgaven heeft hij de cijfers omgedraaid. Bij de plus- en minsommen heeft hij soms, doordat hij of afgeleid was of door gemakzucht,  de plussen en minnen door elkaar gehaald. Maar dan begrijp ik wat ze bedoelt. Bij alle sommen waar een gezellig plaatje de vragen moeten opleuken staan antwoorden die kant nog wal raken. Er staat zelfs ergens in het priegel handschrift van Tijs dat de vraag niet klopt! Het moet niet gekker worden..

Ik kijk juf aan, een groot vraagteken staat te lezen op mijn gezicht.
‘Ik snap er ook niets van!’ zeg ik.

Ze haalt Tijs uit de klas, want zij wil weten wat er in dat koppie van hem omging toen hij de sommen moest maken. Wanneer Tijs bij ons zit en de juf vraagt of hij kan uitleggen waarom de vraag niet klopt, is Tijs heel stellig: ‘Dit plaatje hoort er toch niet bij? Er staan geiten op het plaatje. Vier geiten. Kijk maar’.

Ik lees ondertussen de opdracht door en dan snap ik wat mijn kind bedoelt. De som gaat niet over geiten maar over koeien.
‘En dan nog iets. Deze geit heeft maar drie poten, zie je dat?’

Ik kijk nog eens goed naar de afbeelding en het lijkt inderdaad of de achterste geit maar drie poten heeft. Terwijl mijn kind zich had moeten concentreren op de sommen, werd hij alleen maar afgeleid door een plaatje dat niet klopte. De sommen zijn vergeten.

Wanneer de juf de afbeelding bedekt, concentreert Tijs zich op de koeien opdracht.
‘Er blijven vijf koeien over’, zegt hij. Het antwoord klopt.
Hij sputtert nog tegen: ‘Dan hadden er toch vijf koeien op het plaatje moeten staan?’
De andere sommen, met plaatjes, hebben hetzelfde effect op Tijs. Hij is dan zo afgeleid dat hij de som die erbij hoort maar moeilijk kan maken.

Tijs gaat terug naar de klas.
‘Voor Tijs dus geen gezellige, opgeleukte rekentoets meer,’ zegt Beelddenkjuf.
‘We gaan in het vervolg zoveel mogelijk plaatjes afplakken voor hem, zodat hij minder afgeleid kan worden.’

Wanneer ik naar huis ga, loop ik nog even langs het lokaal van Tijs. Hij zit geconcentreerd, met zijn tong uit zijn mond, te schrijven. Voelt hij dat ik sta te kijken? Opeens draait hij zijn hoofd naar het raampje, ziet me staan en zwaait met een brede grijns naar me. Ik steek mijn duim omhoog en geef hem een luchtkus. Hij komt er wel. Die zoon van ons. Met de extra hulp van school en wij die hem in de gaten houden, gaat hij zijn talenten echt wel ontwikkelen. Is het niet rechtsom, dan wel linksom.

 

Kinderen die niet naar school willen, herken jij dit ook?

Kinderen die niet naar school willen, herken jij dit ook?

Elk kind wil wel eens niet naar school. Omdat het ‘even’ geen zin heeft of liever iets anders zou willen doen. Maar dat is niet altijd de ‘werkelijke’ reden, waarom een kind niet naar school toe wilt gaan.

Soms moet een kind ‘gewoon’ even bijtanken, het hoofd leeg maken of even afstand nemen van de indrukken en energieën in de klas. En dat uit zich dan in het ‘niet naar school toe willen gaan’.

Herken jij dit ook bij jouw kind?

Je bent in ieder geval niet de enige! Steeds vaker merken ouders dit op en vragen zich af wat hier precies de reden van zou kunnen zijn.

Waar zou dit aan kunnen liggen?

Dit heeft enerzijds te maken met het feit, dat de leervoorkeuren niet altijd goed overeenkomen met de wijze waarop lesstof wordt aangeboden. Wat maakt dat het kinderen veel energie extra kost om bij te blijven. Hierover heb ik in het artikel Kinderen van NU en de scholen van de toekomst  al meer geschreven.

Anderzijds slokt het ‘verplicht’ op school aanwezig ‘moeten’ zijn veel energie van een kind op. De focus ligt een groot deel van de dag op leren en presteren. En daarnaast is er veel interactie met andere kinderen, leerkrachten en ouders. Dus ook met de energieën van anderen.

Kinderen van de huidige generatie, de zogenaamde Nieuwetijdskinderen, staan meer open en voelen zoveel meer. En kunnen allerlei energieën aanvoelen en zelfs ook overnemen. Zij kunnen hierdoor overprikkeld raken en zich anders gaan gedragen.

Het gedrag dat kinderen vervolgens kunnen gaan inzetten, kan lijken alsof ze dwars zijn of driftbuien hebben. Of zich zodanig terugtrekken en minder eetlust hebben, dat je zou kunnen denken dat ze lichamelijk ziek zijn.

Toch is het vaak hun innerlijk kind, dat ‘gewoon’ aangeeft ‘dit even niet te willen’.

Hoe kunnen we hier als ouders en verzorgers mee omgaan?

Kinderen kunnen zelf heel goed aangeven, wanneer hun energie op is, hun hoofd vol zit of ze zich even moeten ontdoen van alle indrukken en energieën van anderen.

In mijn beleving is het goed om kinderen gewoon dan te vertrouwen en hun even de ruimte te geven. Als een kind voelt en ziet, dat je dat doet, dan groeit het zelfvertrouwen, dat het in staat is om naar zichzelf te luisteren. En dan kan je samen bespreken, wanneer het wel weer klaar is om naar school te gaan en wat het daarvoor nodig heeft.

Scholen en leerkrachten proberen steeds vaker hun best te doen om ouders en kinderen hierin tegemoet te komen en valt er vaak wel over te praten. En soms helaas ook niet.

Jij als ouder of verzorger blijft de spil tussen kind en school. En zal dit in goede banen mogen gaan leiden. Maar blijf vooral het kind zien en zelf ook voelen wat het juiste besluit op elk moment is. In plaats van in je hoofd te gaan zitten en te denken:  ‘wat zou de school of die en die hiervan vinden?’

Begrip voor deze nieuwe trend is vaak lastig, maar jijzelf kan als ouder en verzorger het verschil maken. En deze bewustwording verder helpen.

Ik wens je veel wijsheid hierbij.

Hartelijke groet,
Barbara Veer

Auteur van het boek ‘Hallo, ik ben Gwen’ en Coach gericht op Hooggevoeligheid & Bewustwording
www.halloikbengwen.nl