**//sticky ads code//**
Een hooggevoelig kind dat prikkels opzoekt: waarom?

Een hooggevoelig kind dat prikkels opzoekt: waarom?

Hooggevoelige kinderen verschillen in de mate waarin ze gevoelig zijn en ook in de mate waarin ze wilskrachtig zijn. Een kind dat in hoge mate wilskrachtig is, wordt ook wel strong-willed genoemd. In de literatuur wordt gesproken over de high sensation seeker (hss) of sensatiezoekers.

Uit onderzoek blijkt dat 30% van de hooggevoelige mensen ook een grote wilskracht heeft,  sensatie zoekers zijn. De overige 70% van de hooggevoelige mensen zijn rustzoekers.

Hoe valt het te rijmen dat een kind wat niet goed tegen prikkels kan, deze zelf op zoekt. Aan de ene kant is een kind gevoelig voor labels in zijn kleding en schrikt van de strenge woorden van de juf. Aan de andere kant wil een kind van alles ondernemen en schreeuwt tegen anderen, alles om zijn zin te krijgen.

Hoe kan dit?

Om deze tegenstrijdigheid te begrijpen moeten we naar de persoonlijke eigenschappen van een kind kijken. Het probleem van een sensatie zoeker is dat hij vaak overprikkeld is, maar ook snel op dingen uitgekeken. Hij kan bruisen van de ideeën en een vol hoofd krijgen. Hij heeft regelmatig behoefte aan uitdaging en prikkels, want anders vindt hij het maar saai. Ook heeft hij behoefte aan rust en soms aan afzondering. Dit kan soms verwarrend voor hemzelf of anderen zijn.

Wanneer iemand strong willed is, heeft hij een sterk ‘innerlijk kompas’. Hij weet wat hij wel en niet wilt en wat hij moreel en ethisch goed vindt. Hij heeft een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. Mensen die strong willed zijn doen daarom niet zomaar wat een ander zegt. Ze moeten er écht van overtuigd zijn. Veranderingen juichen ze ook niet toe, tenzij ze het zelf willen.

Als iemand extravert is, krijgt hij energie van contact met anderen. Introverte mensen laden zich juist op als ze alleen zijn. Extraverte mensen staan graag in het middelpunt van de belangstelling. Als iemand ook hoogsensitief is, komen alle prikkels uit die sociale contacten wel harder binnen. Daardoor raakt iemand makkelijk overprikkeld.

Opvoeding

Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen met een sterke, vraagt soms veel van ouders. Vooral het dwingende karakter, de woedeaanvallen en de aandacht die het kind vraagt kosten veel energie. Extraverte kinderen lijken altijd wat te willen (van ouders). Ze zijn veelal zeer aanwezig en kunnen snel boos worden.

Extraverte hoogsensitieve kinderen hebben minder problemen in het afspreken met vriendjes. Hun zelfvertrouwen is vaak wat groter. Ze kunnen genieten van nieuwe dingen en gaan graag uitdagingen aan.

Je bent niet je gedrag!

Je bent niet je gedrag!

Het gedrag van een kind, zegt niets over wie het kind in werkelijkheid is.
Wel zegt het iets over de manier waarop een kind met prikkels en invloeden van buitenaf om gaat.

Hoe werkt dat precies?

Als een kind bijvoorbeeld (hoog) gevoelig is, dan heeft het een extra grote ‘antenne’ of ‘voelspriet’, waarmee het kind meer kan voelen dan anderen.
Zo kunnen (hoog) gevoelige kinderen sneller geprikkeld raken als ze samen met andere mensen zijn. Of als er dingen om hun heen gebeuren.
Doordat ze meer openstaan, kunnen al deze ‘prikkels’ een kind van binnen ‘raken’ en een bepaalde reactie bij het kind losmaken.
Deze reactie past niet altijd bij ‘wie het kind écht is’.
Een kind kan dus door de prikkels anders gaan reageren en zich ook anders gaan gedragen. Anders dan hoe hij of zij zich normaal zou gedragen.

Je bent niet je gedrag

Het is daarom handig om te weten, dat ‘het gedrag van een kind niets zegt over wie hij of zij werkelijk is’.Het gedrag is dus slechts een reactie op iets.

Wanneer een kind vaker geprikkeld is, dan lijkt het voor de mensen in zijn of haar omgeving, dat dit gedrag wel het normale gedrag van het kind is. En dat het kind ‘zo is’.
Er kan dan verwarring bij het kind ontstaan, omdat het geen passende reactie krijgt op wie hij of zij werkelijk is en wat het van binnen voelt.

Want mensen in de omgeving reageren vaak op het gedrag, dat ze ‘aan de buitenkant’ zien of meemaken. Ze begrijpen een kind niet altijd goed en gaan dan zelf ‘raden’ wat er met een kind zou kunnen zijn. Eigenlijk vaak zonder het ‘gewoon’ zelf aan een kind te vragen.
Ook kan een kind hierdoor een onnodig ‘etiket’ opgeplakt krijgen, als het bijvoorbeeld een situatie op school betreft.

Hoe kan jij hier als ouder of begeleider het beste mee omgaan?

Er is altijd een reden, waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt.

Probeer eens samen met het kind na te gaan, op welk moment en in bijzijn van wie, zijn of haar gedrag verandert. Vaak kan een kind hier zelf ook een ‘gevoel’ bij benoemen, zoals dat iemand of iets fijn voor het kind voelt, of juist niet.

Het gevoel bij kinderen is vaak feilloos en daar mag je als ouder of begeleider echt op vertrouwen. Net als op je eigen gevoel als ouder.  Jij ‘kent’ je kind vaak het best en voelt hem of haar het beste aan. Welk ‘etiket’ anderen ook op het kind willen plakken!

Samen kunnen jullie wellicht tot meer waardevolle inzichten komen. Zoals bijvoorbeeld: voelt het kind misschien aan, dat iemand niet oprecht is? Of voelt het kind de energie van iemand, die (herhaaldelijk) niet lekker in zijn vel zit? Of dat de energie van een ruimte vaak niet goed voelt?

Afsluiten voor de energieën van anderen en afsluiten in bepaalde ruimtes kan heel waardevol zijn.

Een kind beter ‘zien’

Maar laten we vooral ook de kinderen beter gaan ‘zien’ en hen hierbij helpen.
En ons verdiepen in het waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt. En wat hij of zij werkelijk nodig heeft in de begeleiding.

Als iets of iemand niet goed voor een kind voelt, dan zijn er vast andere oplossingen te bedenken. Anders dan het kind te (blijven) vertellen, dat het hier maar ‘gewoon mee om moet leren gaan’.

Enkele voorbeelden kunnen zijn: een andere groepje in de klas, een andere leerkracht of school, niet meer mee naar de verjaardag van iemand die niet goed voelt of niet meer naar een bepaald(e) clubgebouw of ruimte etc. Er zijn genoeg creatieve oplossingen samen met het kind te bedenken.

Want hoe minder prikkels, hoe fijner kinderen in hun vel komen te zitten. En kinderen meer hun ‘echte ik’ kunnen laten zien. Wij kunnen hier zelf de randvoorwaarden voor (helpen) scheppen, is dat niet mooi?

Succes : )

Barbara Veer

 

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Vandaag de dag krijgen kinderen vaak het label autisme of adhd, als ze iets drukker zijn dan gemiddeld of zich iets anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Vaak heeft het gedrag van deze kinderen te maken met hun manier van prikkelverwerking. Kinderen zijn overprikkeld of juist onderprikkeld. Wanneer je met dit in je achterhoofd naar het gedrag van kinderen kijkt, brengt je dit veelal tot hele andere inzichten en betere mogelijkheden om een kind te helpen, daar waar nodig.

Het ene kind wat gevoelig is voor prikkels en indrukken, houdt van rust. Terwijl een ander kind juist constant stuitert, friemelt, praat en geen twee seconden kan stil zitten. Een kind wat gevoelig is voor prikkels, wil na een drukke dag op school, graag even alleen zijn om tot rust te komen. Een onderprikkeld kind klimt in bomen, springt op de trampoline om extra prikkels op te doen.

Verschillende manieren om te reageren op prikkels

Er zijn twee manieren waarop kinderen kunnen reageren wanneer ze over of onderprikkeld zijn. Dit kan op een actieve en passieve manier. In het boek “wiebelen en friemelen” wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende “prikkeltypes

Onderprikkeld en actief (actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels worden doorgegeven aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

Een onderprikkeld actief kind gaat zelf op zoek naar extra prikkels. Die prikkels mogen van hem langer duren, harder zijn en vaker herhaald worden dan iemand met een gemiddelde zintuiglijke prikkelverwerking. Hij krijgt dus niet snel genoeg van prikkels; want prikkels ? véél prikkels ? zijn juist fijn!

Kenmerken van overprikkeld en actief zijn:
Druk, spontaan, uitbundig/chaotisch, vraagt veel aandacht, gaat maar door.
Een kind is altijd op zoek naar nieuwe ervaringen, houd niet van routines en regels. Hij is erg enthousiast en impulsief, verveelt zich snel. Een kind zit vaak te wiebelen of loopt van zijn plek.

Onderprikkeld en passief (niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind wordt daardoor wat loom of dromerig .
Een onderprikkeld passief kind gaat niet zelf op zoek naar de extra prikkels die hij nodig heeft. Daardoor blijft hij slomer en mist hij informatie. Wanneer die prikkels wel op zijn pad komen, kan hij daarvan genieten.

Kenmerken van overprikkeld en passief zijn:
Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken
Een kind is vaak heel rustig en kan zich goed concentreren. Presteert goed onder druk, omdat hij daar niet veel van opmerkt. Lijkt soms ongeïnteresseerd, is geregeld traag en vergeetachtig. Droomt snel met zijn gedachte weg. Mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

Overprikkeld en actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt een kind overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn eruit te filteren.
Een overprikkeld actief kind probeert zelf de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, zodat hij niet de hele tijd overprikkeld raakt. Hij probeert onprettige prikkels te vermijden en zoekt prikkels op die hem kalmeren.

Kenmerken van een overprikkeld actief kind zijn:
Gestructureerd en besluitvaardig, met oog voor detail, snel gespannen, wil controle hebben
Een kind vindt het prettig om alleen te zijn. Hij vergeet niet snel iets, merkt alles op. Een kind is niet heel flexibel, hij bepaalt graag zelf hoe dingen gaan. Hij verzet zich tegen verandering en kan zeer emotioneel zijn.

Op school gaat een kind achter in de rij staan, als hij te veel prikkels ervaart, omdat het daar rustiger is. Of hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd om minder last te hebben van de prikkels

Overprikkeld en passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, worden deze kinderen overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.
Een overprikkeld passieve kind is niet veel bezig om de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, waardoor hij regelmatig overprikkeld raakt.

Kenmerken van overprikkeld passief kind zijn:
Gevoelig, opmerkzaam, vindt rust prettig, nerveus, kan opeens overstuur raken
Een kind is zich heel bewust van zijn omgeving, heeft oog voor detail. Hij is snel afgeleid, is hyper en nerveus, hij schrikt van prikkels niet verwacht. Hij onthoudt wat mensen vertellen.

Bron: 7zintuigen

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Hoe beleeft een hooggevoelig kind een dag?  In haar praktijk Twinkelster begeleidt Maureen van de Lustgraaf vele kinderen waarvan de hoofdjes vol zitten. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk om goed te functioneren in de dagelijkse situaties thuis en op school.

In deze column deelt ze een verhaal welke een duidelijk beeld geeft van de ervaringen van de eerste ochtenduren van een hooggevoelig kind.

Het is maandagochtend 07.00 uur.

Tijd om op te staan. Ik word gewekt, maar eigenlijk wil ik nog even blijven liggen. Ik kan niet ineens opstaan, heb tijd nodig om wakker te worden. Bovendien willen mijn ogen gewoon niet open. Ik blijf nog even liggen.

Ineens hoor ik hard mijn naam. Oeps, nou is het menens. Ik moet er nu uit. Ik was me, kleed me snel aan en ga naar beneden. Mijn ontbijt staat klaar, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Ik laat het staan, tot grote frustratie van mijn moeder. Even word ik onzeker en bang.

Samen met mijn zus loop ik naar school. Op het schoolplein ga ik nog even buiten spelen totdat we naar binnen mogen. Om 8.30 uur precies lopen we met z’n allen de klas in. Er zijn een aantal kinderen die haast hebben. Ik word gewoon aan de kant geduwd! Ik begrijp niet waarom deze kinderen zo doen. Het is toch niet aardig….ze kunnen toch gewoon op hun beurt wachten? Ik laat ze maar voor.

Wanneer ik de klas in loop, hoor ik de juf schreeuwen tegen de “gehaaste” jongens. Ik schrik en doe mijn handen op mijn oren. Ik wil dit niet horen. Tegelijkertijd krijg ik een raar gevoel in mijn buik. Ik probeer zo onopvallend en rustig mogelijk te gaan zitten. Ik houd me gedeisd en ben bang. Die gehaaste jongens lachen de juf gewoon uit. Wat akelig!

Wanneer ik goed naar de juf kijk, zie ik dat ze een knalrood hoofd heeft en een verdrietige blik in haar ogen. De juf is zenuwachtig en weet even niet wat ze moet doen volgens mij. Om haar heen zie ik allemaal felle kleuren. Ik vind het heel naar om te zien en kijk maar even de andere kant op. Ik voel me ongemakkelijk en krijg buikpijn.

Vol hoofd

Mijn hoofd zit nu al vol merk ik. Vol met woorden, boosheid, frustratie van anderen, kleuren, haasten, bah! Ik ga in gedachten even proberen om in mijn hoofd te zoeken, hoe ik alles een plekje ga geven, zodat het rustiger wordt. Terwijl ik alles aan het ‘parkeren’ ben, hoor ik opeens mijn naam. Ik schrik….o jee…had ik iets niet gehoord? Ik kijk om me heen. Iedereen heeft zijn leesboek voor zich, behalve ik. Snel open ik mijn kastje, pak mijn leesboek en open het. Ik begin te lezen, maar hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet wat ik lees. Mijn hoofd zit nog steeds vol, er kan niets meer bij. Ik ga nog harder mijn best doen, want ik wil de juf niet teleurstellen. Ze ziet er namelijk nog steeds boos en verdrietig uit.

Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik zit zo vol. Zal ik even naar de wc gaan, dat helpt meestal wel. Zachtjes sta ik op en loop naar het stoplicht en zet het op rood. Terwijl ik de deurklink omlaag doe, hoor ik ineens…” Wat ga jij doen?” . Zachtjes antwoord ik dat ik naar de wc moet. Ik krijg te horen dat het niet mag omdat ik net op school ben, dus ga ik maar weer zitten. Wat voel ik me vervelend. Mijn hoofd begint te bonken en mijn buikpijn is nog erger geworden. Stilletjes hoop ik dat het snel pauze is.

Hooggevoeligheid & een vol hoofd

Wanneer een kind (hoog) gevoelig is voor omgevingsfactoren zal het snel vol kunnen lopen. Ervaring leert dat het een valkuil is om uiterlijke kenmerken van informatieverwerkingsproblemen en hooggevoeligheid als onwil te interpreteren. Er is eerder sprake van onvermogen dan van onwil.

Wat kun je als ouder doen?

Neem je kind bij de hand en ga als ouder op zoek naar een manier om er achter te komen hoe het in het hoofd van je kind werkt, waardoor het vol raakt en wat het nodig heeft om het leeg te maken.

Maureen: “In mijn praktijk adviseer ik ouders en kinderen. Ik vind het belangrijk om kinderen te leren contact te maken met hun eigen lichaam, zodat ze opmerken wanneer het hoofd vol loopt. Ook geef ik ze praktische tips mee naar huis.”

 

Hooggevoelige kinderen thuis

Hooggevoelige kinderen thuis

Van jongs af aan is soms al goed te merken dat een kind erg gevoelig is. Als baby huilt een kind soms veel om zich te ontladen van een grote hoeveelheid prikkels. Een kind wordt onrustig als de huiskamer vol mensen is. Een kind kan zich dan erg druk gaan gedragen en drijft je als ouders soms tot wanhoop. Andere hooggevoelige kinderen worden juist heel stil en teruggetrokken.

Hoogsensitieve kinderen voelen zich vaak overweldigd door wat er om hun heen gebeurt. Die overweldiging uiten zij soms in emoties, zoals verdriet, angst of woede. Uitingen van woede, angst of druk gedrag worden vaak als negatief gezien en hiervan willen we vaak dat een kind hier zo snel mogelijk mee stopt. Maar het is beter deze emotie als een kans te zien om een kind beter te begrijpen en te helpen.

Hoe kun je hooggevoelige kinderen thuis helpen?

  • Praat er over en benoem de emoties die een kind uit. Stel vragen om te weten wat een kind wil en voelt om hem te stimuleren gevoelens duidelijk te maken. Laat een kind mee denken in het zoeken naar oplossingen voor probleemsituaties. Het is verwonderlijk te merken hoe goed kinderen in staat zijn om aan te geven wat ze nodig hebben.
  • Wees je ervan bewust dat vervelend gedrag vaak een uiting van onvermogen is. Stel duidelijke grenzen aan het gedrag van een kind. Beoordeel een kind op zijn gedrag en keur hem niet als persoon af. Als een kind zich niet gedraagt zeg dan niet “Je bent een vervelend of lastig kind”, maar zeg “Ik vind het vervelend wat je nu doet”. Hooggevoelige kinderen zijn heel opmerkzaam als het gaat om deze nuance verschillen en zullen het laatste anders interpreteren als het eerste. De laatste opmerkingen zullen reflecteren op hun gedrag, de eerste op hun persoonlijkheid.
  • Zorg dat een kind een goede uitlaatklep heeft in bijvoorbeeld sport, muziek of andere creatieve activiteiten. Buiten sporten, zoals voetbal of hardlopen werken heel ontspannend voor een kind en zorgen voor een stukje ontlading.
  • Probeer een kind om te leren hoe hij met zijn hooggevoeligheid kan omgaan. Als een kind aangeeft dat hij het ergens te druk vindt, zoek dan samen naar een rustigere plek. Wanneer een kind leert hoe hij minder last kan hebben van prikkels van buitenaf is hij beter in staat om zich te concentreren en zal een kind ook minder snel reageren op emoties uit zijn omgeving.
  • Prikkels die vanuit de omgeving binnenkomen zorgen voor extra druk. Bedenk samen met een kind een manier om deze prikkels tegen te houden. Dit kan zijn door een bepaalde rustige plek te creëren in huis. Maar dit kan ook door een denkbeeldige schuilplaats te visualiseren. Laat een kind een ei of ton voor zich zien waar hij zogenaamd in kan gaan zitten. Als hij daar is komen er geen prikkels binnen. Wanneer hij ergens is waar hij veel prikkels binnenkrijgt moet hij zich voorstellen dat hij in zijn schuilplaats zit.
Een hooggevoelig kind en slaapproblemen!

Een hooggevoelig kind en slaapproblemen!

Een hooggevoelig kind heeft ’s avonds vaak moeite met in slaap vallen. Dit komt door allerlei indrukken en opgebouwde spanningen van de dag. Dit kan een kind letterlijk wakker houden. En dat terwijl slaap juist helpt om al die prikkels te verwerken. Wat kan helpen om een hooggevoelig kind gemakkelijker te laten slapen?

Wat kun je overdag doen?

Overdag zijn er al veel dingen die je kunt doen om te voorkomen dat een kind overprikkeld raakt en voldoende ontspant.

Het is belangrijk dat een kind overdag genoeg daglicht ziet. Dit draagt bij aan het activeren van de biologische klok.

Probeer daarnaast voor voldoende ontspanning te zorgen. Denk hierbij aan beweging, ontspanningoefeningen of tekenen.

Wat kun je s avonds doen?

Zorg voor een rustige slaapomgeving. Uiteraard wordt er op een slaapkamer ook gespeeld, maar richt de kamer in als slaapkamer.
Zorg voor rustige kleuren. Groen en blauw zijn zeer rustgevend, tegenover rood en geel, wat veel meer drukte en bedrijvigheid uitstraalt.
Zorg dat de kamer van een kind goed verduisterd is, zodat de zonlicht je kind niet wakker houdt.

Een opgeruimde omgeving zorgt voor rust, zorg dat het huis, maar zeker ook de slaapkamer van een kind netjes en opgeruimd is.

Wat doet voeding met een hooggevoelig kind?

Voeding heeft een grote invloed op hoe een kind zich voelt. Zo kan voeding een kind druk maken of juist rustiger.

NIET WEL
Cafeïne werkt enorm prikkelend.
Dranken als thee (behalve kruidenthee), cola, energy drinks, koffie.
Verse groenten. Vooral de groene bladgroenten, rijk aan chlorofyl. Maak mousse van deze groenten met een beetje bouillonpoeder en crème fraiche: dan eet een kind het vaak veel makkelijker.
Suiker en glucose doen je bloedsuiker snel stijgen en weer dalen (mood swings). Zit uiteraard in toetjes (ook fruityoghurt), snoep, koek maar ook in heel veel sappen en ketchup.Volkoren granen, zoals volkorenbrood, zilvervlies rijst en pasta. Hebben een kalmerend effect op het zenuwstelsel en het bewustzijn. Koolhydraten stimuleren ook de aanmaak van serotonine, wat weer voor een goede nachtrust zorgt.
Geraffineerde koolhydraten doen je bloedsuiker snel stijgen en weer dalen (mood swings). Witbrood, witte pasta, witte rijst.Noten en zaden. Hebben een kalmerend effect. Denk ook eens aan Chia zaden.
Fast food: doet bloedsuikerspiegel stijgen en werkt prikkelend door de additieven. Voeding met veel vet, conserveringsmiddelen, chemische toevoegingen, zout. Laag in vitamines & mineralen.Een glas warme melk bevat tryptofaan. Wordt omgezet in serotonine in het lichaam, wat een slaperig gevoel veroorzaakt en het wakker blijven voorkomt. Ook banaan, kikkererwten en cacao bevat tryptofaan.
Sla: bevat een aan opium gerelateerde substantie gecombineerd met sporen van hyoscyarnine, wat slaap stimuleert.

bron: gevoeligheidgrootbrengen.nl