**//sticky ads code//**
Tine’s nieuwe school

Tine’s nieuwe school

Kijk, daar loopt Tine. Tine is 8 en gaat sinds kort naar een nieuwe school. Niet dat ze verhuisd is of zo, maar haar ouders vonden dat haar oude school haar onvoldoende kon stimuleren. Tine is namelijk hoogbegaafd. Althans, dat heeft een test uitgewezen, want zelf heeft ze helemaal niet het idee dat ze slim is.

Integendeel, Tine vindt heel erg veel heel erg lastig. Zoals begrijpen wat de kinderen in haar klas bedoelen. Of direct antwoord geven als er iets gevraagd wordt. Tine vindt namelijk, dat er op heel veel vragen meer goede antwoorden zijn. En hoe weet ze dan, of ze het juiste goede antwoord kiest? Het kost toch even tijd om dat te bedenken. Maar anderen denken op zo’n moment, dat ze het antwoord niet weet. Of dat ze gewoon geen zin heeft om antwoord te geven. Zoals laatst, toen ze voor het eerst met haar nieuwe groep naar de gymles liep. “Vind jij gymles leuk?”, vroeg een meisje aan haar. Tine wist werkelijk niet wat ze moest zeggen. Want ze liep nu toch voor het eerst mee naar gym? Hoe kon ze dan weten of ze de gymles leuk zou vinden? Dan moest ze toch minstens één les gehad hebben! Dus had ze maar niets geantwoord. Het meisje had heel vreemd gekeken, misschien vond ze haar nu al niet leuk. De tranen sprongen Tine in de ogen. Daar had ze vaker last van, die rottranen…

Overstappen

Kijk, daar is juf Elze. Elze heeft goed nagedacht hoe ze Tine kan helpen wat makkelijker over te stappen. Geen grootse entree, want dan durft Tine vast helemaal niets te zeggen. Wel de klas alvast een beetje inlichten. Toen ze vertelde dat er een nieuw meisje zou komen, hebben ze het ook gehad over hoe je je kunt voelen als je ergens naar toe moet waar je niemand kent. De kinderen waren heel open. Sommigen vertelden dat ze dan een tijdje vooral rondkijken, anderen dat ze juist heel stoer gaan doen zodat iedereen denkt dat ze dat ook echt zijn. Iedereen wist weer, dat ze het superspannend vonden als ze in zo’n situatie kwamen. En ze hoorden van elkaar, dat niet iedereen daar hetzelfde op reageert.

Elze ziet Tine in de klas zitten, een tenger meisje met halflang haar, dat meestal voor het gezicht hangt. Alsof ze er eigenlijk niet wil zijn. Tine huilt vaak in de klas. Elze gaat dan naar Tine toe en benadrukt, dat ze altijd iets mag vragen als ze iets niet weet of kan. Elze heeft Tine in een groepje gezet met meisjes die veel oog hebben voor hun omgeving, en ze kiest werkvormen waarbij Tine voorlopig alleen maar in haar eigen groepje hoeft te praten. Ze vertelt Tine, dat vakken misschien anders gaan dan op haar vorige school. Ook vertelt ze, dat de resultaten helemaal niet zo belangrijk zijn nu, dat ze het veel belangrijker vindt dat Tine het fijn gaat vinden op school.

Niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen!

Tine voelt zich de eerste dagen helemaal niet fijn op school. Alles is nieuw en ze wordt doodmoe van steeds bedenken wat er van haar verwacht wordt. Gelukkig is de juf er. Steeds als de spannende gedachten als tranen naar buiten komen, komt de juf even naar haar toe. Maar de juf vindt haar niet zielig, ze zegt gewoon “niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen”. Ze heeft het nu al zo vaak gezegd, dat Tine het soms zelfs in haar hoofd hoort als de juf er niet bij is. Dat is best handig, want daardoor wordt het huilen ook minder.

En ook de meisjes in haar groepje zijn eigenlijk heel aardig, ze geven haar tenminste tijd om even na te denken als ze een vraag stellen. Niet altijd natuurlijk, maar ze kijken niet meer zo raar als ze even niks zegt. En Linne had haar zelfs gevraagd of ze samen met haar op juffendag iets wilde organiseren! Dat vond ze doodeng, maar toch had ze ja gezegd. Ze ging het proberen, want op deze school mag je tenslotte altijd iets niet kunnen…

Hoogbegaafd of  hoog intelligent?  Weet jij het verschil?

Hoogbegaafd of hoog intelligent? Weet jij het verschil?

Er wordt al snel gedacht dat iemand die intelligent is, hoogbegaafd is. Maar iemand die intelligent is, is eigenlijk hoogintelligent. Hoogbegaafden zijn ook intelligent, maar dat is niet het enige.

Hoogbegaafdheid is de aanleg om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Hoogbegaafdheid is dus meer dan intelligentie, want dat is slechts de score uit een intelligentieonderzoek. Bij hoogbegaafden is sprake van een IQ boven de 130. Naast deze hoge intelligentie spelen ook persoonlijkheidsfactoren een rol, zoals creativiteit en doorzettingsvermogen.

Het verschil tussen hoogbegaafd en hoog intelligent

Een hoogintelligent kind snapt de aangeboden lesstof eerder, maar het blijft vaak wel rechtlijnig denken. Een hoogbegaafde blijft ‘verkeerde’ conclusies trekken, tenminste, zo lijkt het voor de rest, hij houdt er ‘vreemde’ denkbeelden op na.

Een hoogbegaafd kind wil ontdekken wat nog niet bekend is, en dan vooral onderwerpen die niet per se een vastgesteld begin of einde hebben. Hoogbegaafden gaan anders om met leeftijdsgenoten, dan hoog intelligente.

Zowel hoogbegaafde als hoog intelligente kinderen hebben een hoog IQ, de belangrijkste verschillen hebben we voor je opgesomd.

Hoog-intelligent Hoogbegaafd
Kent de antwoorden

Is ervaren in het van buiten leren

Heeft altijd vragen Is een groot gisser (probeert uit de context af te leiden)
Is geïnteresseerd in objectenIs een zeer nieuwsgierig onderzoeker
Is gefocust en oplettend in de lesIs zeer mentaal en fysiek betrokken, soms afwezig, wegdromend
Houdt van simpele logicaDrijft op complexiteit
Houdt van woordenHeeft vaak een ongewone, complexe woordenschat
Heeft goede ideeënHeeft flitsende, gekke en vreemde ideeën
Werkt hardProbeert en test uit
Beantwoordt de vragenDiscussieert in detail, is kritisch, bewerkt stellingen
Presteert bovengemiddeld in de klasKan bovengemiddeld, maar ook gemiddeld of beneden gemiddeld presteren
Luistert met interesseLaat sterke gevoelens en opinies zien
Leert gemakkelijkWeet het vaak al
6 tot 8 herhalingen nodig voor meesterschapMeesterschap na 1 tot 2 keer oefenen
Begrijpt ideeënOntwikkelt en bewerkt ideeën
Geniet van leeftijdgenotenPrefereert vaak ouder gezelschap
Begrijpt de bedoeling of betekenisOnderzoekt de toepassingen
Maakt zijn werk afStart projecten
Kopieert nauwkeurigCreëert nieuwe ontwerpen
Houdt van schoolGeniet van leren
TechnicusUitvinden
Is aandachtigIs een scherpe observator
Is tevreden over eigen leren/kunnenIs hoogst zelfkritisch

Bron: HIQ/John Irvine

Het verschil tussen hoogbegaafden en hoogintelligentie is duidelijk te merken op school. Maar ook in relaties met mensen onderling en thuis. Een hoog intelligent iemand wordt gezien als een slim, iemand die goede cijfers haalt. Terwijl een hoogbegaafd kind ook gezien kan worden als een ‘vreemd’ iemand, die zich wat afzondert van de groep.

(Hoog)begaafd en dyslectisch

(Hoog)begaafd en dyslectisch

Veel mensen denken dat dyslexie betekent dat je niet of moeilijk kunt lezen. Gedeeltelijk is dit waar, maar dyslexie is meer dan dat. Iemand die dyslectisch is, is vaak een beelddenker. Een beelddenker neemt de wereld anders waar dan een woorddenker. Waar loopt een kind tegen aan als hij begaafd en dyslectisch is?

Het beeld

Een beelddenker is in staat om met zijn blik uit zijn hoofd te treden en een voorwerp van alle kanten te bekijken. Hierdoor is zijn waarneming veel intenser dan van een woorddenker. Dit geldt voor alles, dus ook voor letters. Een stoel is voor een klein kind een stoel. Of je de stoel nu rechtop of op-z’n-kop zet dat maakt niet uit: het blijft een stoel. Dit geldt ook voor beelddenkers. Een b kan net zo gemakkelijk een d zijn of een p of een q. Als je ze draait blijft het hetzelfde. Dit geldt ook voor de u en de n. Hier begint het probleem. Al die letters zijn hetzelfde, maar noem je steeds anders. Als de beelddenker of dyslect, dan de letters ontcijferd heeft, dan kan hij er een woord van maken. Dit woord wordt in zijn hoofd direct omgezet in een plaatje.

Door elkaar

Het kan ook zijn dat een beelddenker de letters allemaal leest, maar dan in zijn hoofd worden die door elkaar gehusseld en ontstaat er spontaan een ander woord. Bord kan zo brood worden of Mik wordt Kim.

Radend lezen

Of het woord wordt wel goed gelezen, maar in het hoofd wordt er een plaatje van gemaakt en dat plaatje wordt dan benoemd maar is dan toch anders dan er stond. Een kasteel wordt dan een paleis. Radend lezen wordt dit genoemd.
Woorden met meerdere betekenissen zijn daardoor voor dyslecten een groot struikelblok.

(Hoog) begaafd

Een hoogbegaafde dyslect weet een heleboel van deze problemen zelf te omzeilen. Ze leren wel lezen maar het niveau ontstijgt vaak niet het gemiddelde niveau. Hierdoor weet men wel dat er een probleem is, maar er wordt vaak niet aan dyslexie gedacht. Ook met rekenen weten ze te verbloemen dat ze de tafels niet uit hun hoofd kennen. Ze kunnen namelijk wel erg snel rekenen. Op deze manier is de kans groot dat het hoogbegaafde kind een negatief zelfbeeld, en zelfs faalangst, ontwikkeld. Vanwege hun hoogbegaafdheid zijn ze vaak erg gevoelig voor kritiek en leggen voor zichzelf de lat heel hoog.

Wat kan helpen?

Voor een hoogbegaafd dyslectisch kind is het lastig om gemotiveerd te blijven, de talige wijze waarop onderwijs veelal wordt gegeven, maken dat hij niet optimaal gebruik kan maken van zijn capaciteiten.

Een methode die kan helpen is de “Ik leer anders”

De ik-leer-anders methode                             

De ik-leer-anders methode, gaat uit van het creatieve vermogen van beelddenkers om in hun hoofd dingen te creëren. Ze gaan “kasten” of “kamers” maken in hun hoofd waarin ze alles netjes geordend op kunnen slaan en waardoor het terug te vinden is. Van alle woorden maken we woordbeelden zodat het een tastbaar iets wordt in plaats van allemaal letters. Hierdoor kan de spelling wel onthouden worden. De training kun je als ouder samen met je kind doen. Tijdens de cursus wordt er een methode aangeleerd waarmee de een kind zelf aan de slag kan en moet gaan. De cursus bestaat uit 4 of 5 sessies.

Hierin komen aan de orde: Alfabet en woorden, Lezen, Rekenen en Klokkijken

Kijk voor meer informatie op ikleeranders.nl

Onderpresteren

Onderpresteren

Als een kind minder goede resultaten haalt op school, is dit op zich helemaal niet erg. Er kunnen echter verschillende oorzaken zijn waarom een kind minder presteert.  Het kan natuurlijk zo zijn dat je een kind toch wat overschat. Of dat een leerprobleem er voor zorgt dat hij meer moeite heeft met de te leren stof. Een andere mogelijkheid is onderpresteren!

Nu wil elke ouder natuurlijk graag geloven dat als zijn kind minder goede resultaten haalt dat er sprake is van onderpresteren. Onze eigen kinderen vinden we over het algemeen toch vaak heel pienter en creatief. Wanneer is er sprake van onderpresteren en wat kun je hier aandoen?

Soorten onderpresteerders

Er kan onderscheid worden gemaakt in twee soorten van onderpresteren:

  • Relatief onderpresteren
    Een kind doet het minder goed dan van hem zou mogen worden verwacht, gezien zijn capaciteit. Hij valt niet zo erg op, omdat hij gemiddeld presteert ten opzicht van klasgenoten.
  • Absoluut onderpresteren
    Een kind doet het minder dan “normaal” is voor zijn leeftijd. Dit zie je vaak bij kinderen die het om de één of andere reden opgeven of de motivatie niet (meer) hebben om te laten zien wat ze kunnen.

Het is goed om je te realiseren dat onderpresteren géén privilege is van hoogbegaafden, elk kind kan onderpresteren.

Oorzaken van onderpresteren

Onderpresteren is een probleem dat je niet even makkelijk en snel kunt oplossen. Onderpresteren begint vaak al op jonge leeftijd. Zo zijn hoogbegaafden vaak gewend om zich aan te passen aan hun omgeving. Dit kan een patroon worden wat je niet gemakkelijk doorbreekt.

Verschillende oorzaken waarom kinderen gaan onderpresteren zijn:

  • Aanpassingsgedrag, als een kind niet wil opvallen tussen zijn klasgenoten, dan kan onderpresteren als verdedigingsmechanisme ingezet worden. Dit doet hij om geen uitzondering te zijn en geaccepteerd te worden door de groep.
  • Gebrek aan faalervaringen, hierdoor ontwikkelt een kind geen doorzettingsvermogen of raakt in paniek als iets niet in één keer goed gaat.
  • Gebrek aan uitdaging, bijvoorbeeld als een kind lange tijd onder zijn niveau werkt. Hij raakt hierdoor verveeld.
  • Gebrek aan motivatie, bijvoorbeeld als gevolg van te weinig uitdaging in de opdrachten

Gevolgen van onderpresteren

Vaak krijgen onderpresteerders een verkeerd of negatief zelfbeeld. Een kind ervaart dat het niet aan de verwachtingen voldoet. Hij voelt zich een kneus of mislukkeling, omdat hij anderen teleurstelt. Als het zelfbeeld niet verbetert kan een kind depressief, angstig of faalangstig worden.

Wat te doen bij een vermoeden van onderpresteren.

De basis voor de oplossing is een goede relatie tussen ouder, kind en leerkracht. Zorg ervoor dat een kind zich gewaardeerd voelt, voelt dat hij er mag zijn en dat hij er toe doet. Zowel thuis als op school.

  • Leg uit waarom hij iets moeten leren.
  • Bied een kind verrijkingsstof aan. Dit kan een vreemde taal zijn. Een kind moet (weer) leren leren.
  • Leer een kind denken, bijvoorbeeld door iets van denksport of programmeer les
  • Leer een kind fouten te durven maken.
  • Geef positieve feedback

 

Hoe denkt een hoogbegaafd kind?

Hoe denkt een hoogbegaafd kind?

Hoogbegaafdheid en beelddenken gaan vaak samen. Hoogbegaafdheid is meer dan een IQ. Intelligentie kan middels een IQ-test worden vastgesteld. Maar al veelal blijkt een hoge intelligentiescore niet te leiden tot een succesvolle (school)carrière. Het tegenovergestelde is vaak het geval. hoogbegaafde kinderen lopen vast in het onderwijs. Van de hoog intelligente mensen in onze samenleving zou, volgens onderzoek, maar 10% werkelijk als hoogbegaafd kunnen worden aangemerkt.

Naast een hoog IQ zijn twee andere persoonlijkheidskenmerken van belang:

  • Doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen.
  • Creativiteit, het op originele wijze oplossen van problemen.

Hoogbegaafden denken snel

Om snel te kunnen denken, moet je in beelden denken (32 beelden per seconde) in plaats van in taal (2 woorden per seconde). Alleen door het in beelden denken, heb je snel overzicht, kun je gehelen overzien, ontdek je verbanden en kom je tot een passende, soms originele oplossing. Hoogintelligente en hoogbegaafde mensen zijn dus altijd in staat om in beelden te denken. Alleen zo kunnen zij snel en oplossingsgericht denken. In principe gebruiken deze mensen het beelddenken als voorkeursdenken bij het oplossen van problemen.

Een hoogbegaafde kan zowel beelddenken als taaldenken. Hij pakt het voorkeursdenken dat op dat moment het handigst is. Het taaldenken kan naast het beelddenken geïntegreerd zijn: immers taal is nodig in het onderwijs en in onze talige maatschappij. Het kunnen overschakelen van taal- naar beelddenken naar gelang de situatie geeft iemand een enorme bagage: je kunt zowel snel, creatief denken, als logisch, analytisch.

Doorzettingsvermogen

Bij hoogintelligente kinderen die zowel in beelden als in taal kunnen denken, is het doorzettingsvermogen van belang om tot succes te komen. Hoogintelligente kinderen die niet geleerd hebben om door te zetten, kunnen vastlopen in het automatiserende onderwijs. Met als gevolg dat ze onderpresteren.

Een hoogintelligent kind leert anders, hij verwerkt informatie vanuit het geheel, net als een beelddenker. Dit sluit niet goed aan bij het talige onderwijs. Als een hoogintelligentie kind zich niet erkend voelt, zal hij mogelijk gaan onderpresteren en een verkeerd zelfbeeld en faalangst ontwikkelen. Hij voelt zich als een volwassene in een kleuterklas.

Als een kind school saai vindt, wees dan alert.  Neem hem serieus en zoek eens uit hoe dat komt.

bron: beeldenbrein

Hoe herken je een hoogbegaafd kind?

Hoe herken je een hoogbegaafd kind?

Hoogbegaafdheid is de aanleg om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Hoogbegaafdheid is dus meer dan intelligentie, want dat is slechts de score uit een intelligentieonderzoek. 

Een hoogbegaafd kind is in meerdere opzichten ‘anders’ dan andere kinderen. Hij is niet beter of slechter, maar zit op een andere manier in elkaar. Een hoogbegaafde kind heeft andere dingen nodig om zichzelf optimaal te kunnen ontwikkelen. Het vroegtijdig signaleren van hoogbegaafdheid is belangrijk om tijdig voor de juiste begeleiding te kunnen zorgen.

Dat hoogbegaafden een hoog IQ hebben, weten de meeste mensen wel. Veelal wordt gedacht dat als een kind een hoog IQ heeft, het automatisch een hoogbegaafd kind is. Hoogbegaafdheid behelst echter meer dan alleen een hoog IQ. Het is een combinatie van drie eigenschappen: een IQ van 130 of hoger, een creatief brein en een flink veel doorzettingsvermogen.
Met een creativiteit wordt niet per se bedoeld dat een kind heel kunstzinnig is. Ook het buiten de geijkte kaders denken valt hieronder.

Het vaststellen van hoogbegaafdheid bij kinderen is lastig. Elk kind is anders, de volgende kenmerken blijken veel voor te komen bij hoogbegaafde kinderen (bron: SLO):

  • hoge intelligentie (IQ hoger dan 130)
  • vroege ontwikkeling / ontwikkelingsvoorsprong
  • uitblinken op meerdere gebieden
  • gemakkelijk kunnen leren
  • goed leggen van (causale) verbanden
  • makkelijk kunnen analyseren van problemen
  • maken van grote denksprongen
  • voorkeur voor abstractie
  • hoge mate van zelfstandigheid
  • brede of juist specifieke interesse/hoge motivatie/veel energie
  • creatief/origineel
  • perfectionistisch
  • apart gevoel voor humor
  • hoge mate van concentratie

Een kind hoeft niet al deze kenmerken te hebben om hoogbegaafd te worden genoemd. En andersom geldt ook  een kind één of meer van deze kenmerken heeft, behoeft het niet hoogbegaafd te zijn.

Wat te doen bij een vermoeden

Als je vermoed dat je kind hoogbegaafd is bespreek dit dan met school of de huisarts. Zij kunnen je doorverwijzen naar een instantie die kan testen of er sprake is van een hoog IQ.  In geval van een doorverwijzing worden de kosten van het onderzoek mogelijk vergoed. Vraag dit na bij je zorgverzekeraar.  Een test geeft geen antwoord op alles, maar het kan wel meer duidelijkheid geven.