**//sticky ads code//**
Stop met dyslexie een stoornis te noemen!

Stop met dyslexie een stoornis te noemen!

Als er in de media wordt gesproken over dyslexie wordt dit heel vaak een stoornis genoemd. Bij deze vragen wij te stoppen met dyslexie een stoornis te noemen!  

Het woord stoornis heeft bij mij een ontzettend negatieve lading. Volgens google is een stoornis een ontwikkelingsbeperking, een neurologische of psychische aandoening die optreedt bij mensen en die een belemmering geeft en/of afwijking vormt in de normale ontwikkeling.

Wat is een stoornis

Volgens de Nederlandse encyclopedie is het een term die wordt gebruikt ter aanduiding van een niet (meer) aanwezige of defecte functie of specifieke structuur.
Geen positieve uitleg. Nou is dyslectisch zijn  niet altijd fijn, zeker niet als je jong bent. Maar dyslectisch zijn heeft ook positieve kanten, kanten die kunnen zorgen voor een “bovengemiddelde”ontwikkeling.

Al zijn normaal en bovengemiddeld eigenlijk termen die ik niet wil gebruiken. Elk mens en elk kind is uniek.

Met deze definitie uit de wetenschap in je achterhoofd, kun je dyslexie dan een stoornis noemen? Bij dyslexie functioneren je hersenen anders. Automatiseren gaat lastig, maar ruimte inzicht en verbanden leggen gaan vaak weer goed.

Wat is dyslexie dan?

De term dyslexie komt uit het Grieks en Latijn, want dys = niet goed functioneren, lexis = taal of woorden.  Als je ergens niet goed in bent, heb je dan gelijk een stoornis?
Ik ben ook niet goed in hockey en gitaar spelen, heb ik dan ook gelijk een stoornis?

Dyslexie is volgens wikipedia, het onvermogen om woorden, waarvan men wel de letters ziet, in hun betekenis te vatten. Dat klinkt al beter dan een stoornis.
Dyslexie komt in belangrijke mate voort uit een andere manier van denken. Het is die manier van denken die de basis kan vormen tot het hebben van succes. Tot het ontwikkelen van een eigen manier van werken in de studie of op het werk.

Dyslexie zorgt vaak voor leerproblemen, maar problemen kun je oplossen. Een stoornis geneest niet.

Dyslectische gedachten verwerken de informatie anders. Hun andere, associërende  denken heeft een van de grootste uitvindingen, merken en kunst van de wereld gecreëerd. Waarom wordt dyslexie toch nog steeds gezien als een nadeel?

Dyslexie is geen stoornis

Het voortdurend noemen van dyslexie als stoornis, helpt hierin niet. Kinderen groeien op met het idee dat ze een beperking hebben, wat niet bijdraagt aan het zelfvertrouwen. En kan leiden tot gedemotiveerde, onder presterende en ongelukkige kinderen.

Alleen omdat zij ‘anders leren’, zijn ze niet beter of slechter. Zij zijn net zo waardevol en bijzonder als elk ander kind.  Laten we dyslexie gewoon dyslexie noemen. Iemand met dyslexie verwerkt informatie anders en heeft moeite met taal.

 

Rekenproblemen bij dyslexie

Rekenproblemen bij dyslexie

Bij dyslectische kinderen beperken de problemen zich vaak niet tot het lezen en spellen. Vaak gaat ook het rekenen langzamer. Rekenen is niet alleen maar het omgaan met getallen, het is eveneens een talige activiteit. Je gebruikt er je talige werkgeheugen voor en je moet sommige rekenkennis automatiseren. Daar zit bij dyslectische kinderen vaak het probleem. Dit maakt dat ze vaak wat minder snel rekenen. Soms kun je naast dyslexie ook van dyscalculie spreken.

Dyslexie wordt veroorzaakt doordat de hersenen anders informatie verwerken. Kinderen verwerken talige informatie anders. Dyslexie uit zich daarom niet alleen bij het lezen en spellen. Mensen met dyslexie kunnen er ook last van hebben bij het verstaan van mensen in een wat lawaaiige omgeving. Soms hebben ze wat meer moeite dan anderen om op woorden te komen. En het leren van stampwerk is een bekend probleem.

Automatiseren

Kinderen met dyslexie hebben vaak moeite met het automatiseren. Om goed en snel te kunnen rekenen is het belangrijk dat kinderen sommen tot twintig uit hun hoofd weten. Als ze deze sommen niet automatiseren, moeten ze deze steeds uitrekenen, terwijl de klasgenootjes de uitkomst al uit het hoofd weten. Dat uitrekenen kost natuurlijk tijd. Hetzelfde geldt voor het leren van de tafels. Het duurt langer voordat ze de tafels redelijk goed kennen. Soms zijn de problemen zo groot, dat het automatiseren ondanks alle moeite die er voor wordt gedaan, niet lukt. Dan kun je van dyscalculie spreken.

Verbaal geheugen

De rekenproblemen van dyslectische kinderen hebben veelal niet te maken met het rekenbegrip, maar met het vlot cijfermatig toepassen van de rekenbewerkingen. Uit onderzoek blijkt dat dit met het werkgeheugen en met het lange termijngeheugen te maken heeft. Dit zijn beide talige geheugensystemen waar ook een beroep op wordt gedaan bij het lezen en spellen.

Tips voor rekenproblemen bij dyslexie

Om de sommen tot twintig en de tafels goed te kunnen leren, moet een kind deze eerst goed begrijpen. Goed getalinzicht is van belang om te snappen wat optellen, aftrekken en vermenigvuldigen is. Als het begrip goed is, kun je vaak met leuke spelletjes een goede vooruitgang bereiken.
Spelletjes met getallen zijn daarom extra goed om te doen met deze kinderen. Denk aan Yahtzee of  Triomino’s spelen. Ook online zijn veel leuke spelletjes te vinden.

Dyslexie voor kinderen meer dan een leesprobleem!

Dyslexie voor kinderen meer dan een leesprobleem!

Dyslexie heeft niet alleen invloed op het leren van talen, maar ook voor andere vakken waar veel lezen aan te pas komt, ondervindt een kind hier hinder van. Denk bijvoorbeeld aan geschiedenis, rekenen en het verwerken van instructies van de leerkracht. Kinderen met dyslexie moeten, in vergelijking met hun klasgenoten met eenzelfde intelligentie, onevenredig veel energie in steken in deze vakken, waar lezen een belangrijk onderdeel van uitmaken.

Dyslexie kan een grote invloed hebben op een kind en zijn omgeving. Naast leesproblemen komen vaak sociaal-emotionele problemen voor. Leren lezen en schrijven is voor kinderen vaak belangrijk. Als dit niet goed gaat, schaadt dit het zelfvertrouwen van een kind.
Dyslexie kan het gevoel van eigenwaarde bij een kind zwaar ondermijnen. Het kan tot frustraties leiden als het kind voldoende intelligent is maar het technisch lezen niet onder de knie krijgt, terwijl het bij klasgenootjes probleemloos lijkt te verlopen. Ook kunnen motivatieproblemen ontstaan waardoor kinderen geen zin meer hebben om het lezen te blijven oefenen, terwijl zij juist extra oefening nodig hebben om een minimaal leesniveau te halen.

Klachten die verband houden met dyslexie zijn:

  • Onvoldoende motivatie
    Zeker wanneer er nog geen diagnose is gesteld kan een kind allerlei redenen bedenken waarom het lezen en spellen niet lukt. Het vele oefenen zonder veel resultaat kan voor demotivatie zorgen.
  • Lichamelijke klachten
    Een kind kan klagen over buikpijn of hoofdpijn. De inspanning die een kind op school moet leveren kan zo zwaar zijn dat dit zich uit in lichamelijke klachten. Of een kind probeert hiermee (onbewust) de aandacht van de lees- en spellingproblemen af te leiden.
  • Faalangst
    De kans bestaat dat een kind faalangst ontwikkelt, de angst om te falen of tekort te schieten, de angst om niet aan bepaalde verwachtingen te kunnen voldoen.

 

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie? Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Oefen jij wel genoeg?

Oefen jij wel genoeg?

“Jij moet gewoon meer oefenen” Het zal je maar gezegd worden!

Elke dag oefent en oefent een kind met lezen en spelling. Elke dag weer!  Een kind heeft het gevoel dat hij veel meer oefent dan andere kinderen, althans zo voelt hij het.
En dan zegt er ineens iemand dat het gewoon niet genoeg is… “Er wordt gewoon niet genoeg geoefend” staat er ineens met grote letters in de krant. Een klap in het gezicht voor veel kinderen en hun ouders.

Net als velen denkt ook Taalkanjer dat  enige nuancering op zijn plek is. Alleen maar meer oefenen, gewoon stampen, zoals mevrouw Bosman het noemt in haar artikel, heeft geen zin.

Zomaar extra oefenen – dat is als proberen met een hamer een schroef in de muur te slaan. Het zal uiteindelijk wel lukken. Maar het kost veel moeite, je beschadigt waarschijnlijk de muur en je schilderij dondert misschien naar beneden. En dat allemaal terwijl er beter gereedschap voorhanden is.

Niet meer maar beter!

De oplossing ligt in de visie van Taalkanjer niet in MEER oefenen, maar in BETER oefenen.
Wij vinden wel degelijk dat er iets ontbreekt in de manier waarop lezen en spelling op school aangeboden worden. Maar het ligt niet aan de inspanning die door ouders, kinderen EN leerkrachten geleverd wordt!

Lezen zonder woordbeeld blijft zwoegen

Voor het overgrote deel van de kinderen is er niks aan de hand. Die leren lezen en schrijven dankzij (of ondanks) de methode waarmee ze les krijgen. Voor deze kinderen zijn de methodes gemaakt.

Maar een flink deel van de kinderen heeft meer nodig.
Voor hen is de manier waarop lezen en spelling worden aangeboden niet voldoende.

Op school moeten kinderen de letters stuk voor stuk aan een klank koppelen en daarna die klanken samenvoegen tot één geheel. Pas als ze het geheel HOREN, weten ze wat er staat en kunnen ze er betekenis aan geven.

Tijdens dit proces worden woorden dus letter voor letter geanalyseerd. In eerste instantie geen probleem, maar wel als het zo blijft. Want op den duur is deze manier van lezen inspannend, tijdrovend en gevaarlijk: het risico op fouten is groot.

Herken jij dit moeizame en frustrerende proces bij jouw kind (of jouw leerling)?
Dan weet je dat het beter ‘gereedschap’ nodig heeft: jouw kind blijft – veel langer dan nodig is – afhankelijk van moeizaam ontcijferen, omdat het geen woordbeelden opslaat.

Een negatieve spiraal

Als jouw kind een woord dus opnieuw tegenkomt, dan denkt zijn/haar brein niet: “He! Dat heb ik eerder gezien!!”  Dus gaat het brein weer opnieuw ontcijferen… weer traag en moeizaam, weer met risico op fouten. Als je zo moet lezen is het niet leuk, want door al jouw geploeter om de tekst te ontcijferen, heb je geen tijd/energie/aandacht om ook nog tot je te laten doordringen waar het eigenlijk over gaat.

Lezen gaat dan niet meer over leuke informatie of een spannend verhaal, maar is alleen maar woord voor woord door de tekst heen zwoegen, alsof je door een spannend museum loopt met een blinddoek voor. Je krijgt niks mee van al het moois.

Je kind loopt hierdoor het risico om in een negatieve spiraal terecht te komen: doordat het niet leuk meer is, leest je kind minder en loopt de achterstand op. Daardoor kan het niet de boeken lezen die aansluiten bij zijn / haar belangstelling, waardoor lezen ook nog eens saai wordt. Gevolg: nog minder lezen en de achterstand groeit.

Want natuurlijk moeten alle kinderen veel oefenen, maar als het je relatief makkelijk afgaat en je leesniveau stijgt mee met je belangstellingsniveau, dan krijg je die oefening vanzelf. En belangrijker: het voelt niet als oefenen.

Vanaf het allereerste begin moeten we dus zien te voorkomen dat kinderen in deze negatieve spiraal terecht komen.

Spellen op je gehoor OF spellen met je oren dicht?

Op school leert je kind woorden in klanken op te delen en aan die klanken letters te koppelen die een klanknaam hebben. Denk aan buh-oo-mmm dat geschreven wordt met letters die ook ‘buh’, ‘oo’, en ‘mmm’ heten. Op deze manier is spelling puur een auditief proces: klank voor klank analyseren en omzetten naar letters.

Met ook hier weer hetzelfde gezwoeg: op deze manier spellen is moeizaam, tijdrovend en het risico op fouten is levensgroot. Want je kunt zomaar trijn, nigt, kaud, boomen of hont op papier zetten en dan kan niemand zeggen dat je niet goed geluisterd hebt.

Voor vlot en foutloos spellen hebben we datzelfde woordbeeld nodig dat bij lezen ook zo onmisbaar is!

Dat moet ontstaan als een woord een paar keer gelezen of geschreven is. Tijdens het normale proces van leren lezen en schrijven worden die woorden automatisch opgeslagen – dat geldt voor de grote meerderheid van de kinderen waar ik eerder over sprak.

Een klein gespecialiseerd gebiedje in ons brein is hiervoor verantwoordelijk. Dit is al meerdere malen wetenschappelijk aangetoond.

Een woordbeeld

Als je brein weet hoe een woord eruit ziet dan herken je het bij het lezen in milisecondes. Gewoon “BAM” en je weet wat er staat. En bij het schrijven ‘zie’ je gewoon dat trijn er raar uitziet en dat het eigenlijk trein moet zijn. En je weet dat je sneeuw moet schrijven en leeuw, in plaats van sniw en luew.

Je oren kunnen je hierbij NIET helpen – sterker nog – ze brengen je op een dwaalspoor.
Daarom zeggen we bij Taalkanjer dat woordbeelden de sleutel zijn bij zowel lezen als spelling.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die moeite hebben met leren lezen en spellen die woordbeelden NIET opslaan.

Zij blijven dus afhankelijk van moeizaam ontcijferen bij lezen en zij blijven twijfelen (tweifelen?) over de schrijfwijze van woorden.

Zij missen als het ware interne ‘spiekbriefjes’.
Sinds een aantal jaren werken wij samen met Olive Hickmott uit Engeland.
Zij ontwikkelde een unieke methode om kinderen (en volwassenen!) te helpen met het opslaan van visuele woordbeelden.

Wij haalden die methode naar Nederland en bieden haar aan op scholen en aan ouders. Daarmee kunnen zij kinderen helpen om wel een innerlijke visuele representatie (spiekbriefje) te maken van aangeboden woorden.

En daarmee hebben deze kinderen, die nu zo hard oefenen en daarmee onvoldoende resultaat boeken, een instrument in handen om wel die gehoopte grote stappen te gaan zetten.
Zodat niemand meer kan zeggen dat ze ‘gewoon niet genoeg geoefend’ hebben!

Meer weten: we geven binnenkort weer een online training, waarin we hier nog verder op ingaan:
Waarom zomaar hard oefenen voor lezen en spellen niet werkt (en wat je dan wel moet doen)

De dyslexie is over!

De dyslexie is over!

Dyslexie genezen kan dat? Het jongetje had een dyslexieverklaring. Maar desondanks had de RT-er op school de handen vol aan hem en thuis oefende hij met Kurzweil. In vaktermen vertoonde hij ‘een hardnekkige dyslexie en een didactische resistentie’. Toch belde zijn moeder ineens met de mededeling dat ‘de dyslexie over was’. Hij was naar een chiropractor geweest die hem goed onder handen had genomen en sindsdien waren de dyslectische klachten verdwenen. De dyslexie was echt weg. Ook hoor je wel verhalen van ouders dat hun kind een dyslexieverklaring heeft en met oogklachten naar een optometrist wordt verwezen waar fixatie disparatie wordt vastgesteld. Na een aangepaste bril zijn dan ook de dyslectische klachten ‘verdwenen’. Of zoals nu de heer Balt van Raamsdonk in het nieuws is – die ik overigens erg respecteer – met een methode waarmee kinderen letters leren betasten en waarmee zo het letterbeeld beter beklijft. Heel plausibel, maar dan wordt eraan toegevoegd dat dyslexie te voorkomen zou zijn. Daar heb ik moeite mee.

Dyslexie heeft meer dan lezen en leren te maken

Nu is mijn mening ook maar een mening, maar ik denk dat we een vergissing maken door dyslexie alleen maar in verband te brengen met lezen en leren. Dyslexie staat voor mij voor het hebben van een profiel en dat beperkt zich niet tot het lezen alleen: daar staat het wel of niet hebben van een dyslexieverklaring voor mij ook helemaal los van. Hoe zo’n profiel moet heten zijn ook weer de meningen over verdeeld: dyslectisch, disharmonisch, rechtsgeoriënteerd om er een paar te noemen. Bijna zonder uitzondering kan men stellen, dat naast het last hebben bij lezen en leren en de aansluiting missen op school, er eigenaardigheden te noemen zijn die er bijna altijd bij horen. Inkoppertjes zijn het ontbreken van planning en structuur, wanorde op de kamer èn in het hoofd. De tijd vergeten, slordig werk afleveren en echt heel veel dingetjes vergeten die ook gewoon heel makkelijk te vergeten zíjn.

Dyslexie genezen?

Nu kan iemand met dyslexie best wel eens door een periode gaan waarin de dyslexie minder aanwezig is. Maar soms is het er ineens weer: tijdens een drukke periode voor een toets, of als er weer veel gelezen en onthouden moet worden en er een beroep gedaan wordt op het geheugen. Met een griepje kan iemand zelfs iets meer dyslectisch zijn dan normaal. Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat wanneer je met een dyslectisch profiel op de wereld komt, daar gewoon nooit vanaf raakt. Hoe je daar mee omgaat en welke oplossingen je daarvoor vindt, hangt grotendeels af van je karakter en doorzettingsvermogen. Gelukkig zijn dyslecten creatief genoeg om naar goede oplossingen te zoeken en die uiteindelijk ook wel te vinden. Maar dyslexie is nooit ècht over en kan in mijn beleving ook niet voorkomen worden.