**//sticky ads code//**
Dyslexie signalen en tips

Dyslexie signalen en tips

Als een kind moeite heeft met leren lezen behoeft dit niet gelijk te betekenen dat er sprake is van dyslexie. Wanneer kan er sprake zijn van dyslexie? We hebben de belangrijkste dyslexie signalen voor je op een rijtje gezet.

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden.
Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau te moeizaam. Dit staat los van iemands intelligentie. Dyslexie kan vastgesteld worden met een diagnostisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt eerst het niveau van lezen en spellen bepaald. Daarna volgt onderzoek naar vaardigheden waarop kinderen met dyslexie uitvallen, de dyslexie-indicatoren. Er wordt getest op nauwkeurigheid en snelheid van woordherkenning. Verder wordt gekeken naar vaardigheden waarop kinderen met andere leesproblemen uitvallen, maar kinderen met dyslexie niet.

Wat zijn dyslexie signalen?

Het belangrijkste kenmerk van dyslexie is dat een kind hardnekkige probleem ondervindt bij het leren lezen en spellen op woordniveau. Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om het (technisch) lezen aan te leren.

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben :

  • met het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • met het verschil tussen de letters b en d
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’ en ‘drop’ of ’12’ en ’21’
  • om de aandacht te houden bij gesproken woord , ‘klankinformatie’
  • met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen

Dyslexie en lezen

lezenDe leesproblemen van kinderen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Het kan zijn dat een kind een traag leestempo heeft of de woorden spellend leest. Andere kinderen hebben een hoog leestempo, maar maken juist veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Dyslexie en spelling

Kinderen met dyslexie maken langdurig veel spellingfouten en hebben, omdat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Het kan zijn dat ze één bepaald woord op een bladzijde op verschillende manieren spellen. Kinderen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. De losse woorden worden gemakkelijk weer vergeten omdat het op een ongestructureerde manier in het geheugen worden opgeslagen.

Dyslexie en schrijven

Kinderen met dyslexie schrijven vaak slordig en onleesbaar. Ze maken veel doorhalingen. Bij kinderen die wel leesbaar schrijven, valt op dat ze langzaam schrijven.

Tips om kinderen te helpen met hun dyslexie

  • Oefen regelmatig met een kind, waarbij het beter is vier keer 15 minuten te lezen, dan één keer een uur.
  • Kies boekjes die aansluiten bij het leesniveau op school. Vraag hiervoor tips aan school.
  • Zorg dat het leuk, gezellig en ontspannen is tijdens het lezen, zodat een kind gemotiveerd blijft.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de oefeningen, bijvoorbeeld door af en toe stripboeken, korte verhalen en informatieve boeken te kiezen.
  • Zet woorden waar een kind moeite mee heeft op kleine papiertjes en ga deze oefenen door ze te flitsen (snel achter elkaar neerleggen terwijl een kind de woorden hardop leest)
  • Ganzenborden met woorden. Schrijf de moeilijke woorden op een klein (gekleurd) papiertje. Legt deze in een cirkel of in de vorm van ganzenbord. Je hebt twee pionnen en een dobbelsteen. Om de beurt gooien, de dobbelsteen geeft aan hoeveel stappen iemand vooruit mag. Bij elke stap zegt je het woord welke op het papiertje staat. Maakt iemand een fout dan mag de ander het ook nog één keer proberen en één plaatsje vooruit. Wie het eerst bij de finish is heeft gewonnen.

beeld: 123RF Stockfoto

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie? Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Oefen jij wel genoeg?

Oefen jij wel genoeg?

“Jij moet gewoon meer oefenen” Het zal je maar gezegd worden!

Elke dag oefent en oefent een kind met lezen en spelling. Elke dag weer!  Een kind heeft het gevoel dat hij veel meer oefent dan andere kinderen, althans zo voelt hij het.
En dan zegt er ineens iemand dat het gewoon niet genoeg is… “Er wordt gewoon niet genoeg geoefend” staat er ineens met grote letters in de krant. Een klap in het gezicht voor veel kinderen en hun ouders.

Net als velen denkt ook Taalkanjer dat  enige nuancering op zijn plek is. Alleen maar meer oefenen, gewoon stampen, zoals mevrouw Bosman het noemt in haar artikel, heeft geen zin.

Zomaar extra oefenen – dat is als proberen met een hamer een schroef in de muur te slaan. Het zal uiteindelijk wel lukken. Maar het kost veel moeite, je beschadigt waarschijnlijk de muur en je schilderij dondert misschien naar beneden. En dat allemaal terwijl er beter gereedschap voorhanden is.

Niet meer maar beter!

De oplossing ligt in de visie van Taalkanjer niet in MEER oefenen, maar in BETER oefenen.
Wij vinden wel degelijk dat er iets ontbreekt in de manier waarop lezen en spelling op school aangeboden worden. Maar het ligt niet aan de inspanning die door ouders, kinderen EN leerkrachten geleverd wordt!

Lezen zonder woordbeeld blijft zwoegen

Voor het overgrote deel van de kinderen is er niks aan de hand. Die leren lezen en schrijven dankzij (of ondanks) de methode waarmee ze les krijgen. Voor deze kinderen zijn de methodes gemaakt.

Maar een flink deel van de kinderen heeft meer nodig.
Voor hen is de manier waarop lezen en spelling worden aangeboden niet voldoende.

Op school moeten kinderen de letters stuk voor stuk aan een klank koppelen en daarna die klanken samenvoegen tot één geheel. Pas als ze het geheel HOREN, weten ze wat er staat en kunnen ze er betekenis aan geven.

Tijdens dit proces worden woorden dus letter voor letter geanalyseerd. In eerste instantie geen probleem, maar wel als het zo blijft. Want op den duur is deze manier van lezen inspannend, tijdrovend en gevaarlijk: het risico op fouten is groot.

Herken jij dit moeizame en frustrerende proces bij jouw kind (of jouw leerling)?
Dan weet je dat het beter ‘gereedschap’ nodig heeft: jouw kind blijft – veel langer dan nodig is – afhankelijk van moeizaam ontcijferen, omdat het geen woordbeelden opslaat.

Een negatieve spiraal

Als jouw kind een woord dus opnieuw tegenkomt, dan denkt zijn/haar brein niet: “He! Dat heb ik eerder gezien!!”  Dus gaat het brein weer opnieuw ontcijferen… weer traag en moeizaam, weer met risico op fouten. Als je zo moet lezen is het niet leuk, want door al jouw geploeter om de tekst te ontcijferen, heb je geen tijd/energie/aandacht om ook nog tot je te laten doordringen waar het eigenlijk over gaat.

Lezen gaat dan niet meer over leuke informatie of een spannend verhaal, maar is alleen maar woord voor woord door de tekst heen zwoegen, alsof je door een spannend museum loopt met een blinddoek voor. Je krijgt niks mee van al het moois.

Je kind loopt hierdoor het risico om in een negatieve spiraal terecht te komen: doordat het niet leuk meer is, leest je kind minder en loopt de achterstand op. Daardoor kan het niet de boeken lezen die aansluiten bij zijn / haar belangstelling, waardoor lezen ook nog eens saai wordt. Gevolg: nog minder lezen en de achterstand groeit.

Want natuurlijk moeten alle kinderen veel oefenen, maar als het je relatief makkelijk afgaat en je leesniveau stijgt mee met je belangstellingsniveau, dan krijg je die oefening vanzelf. En belangrijker: het voelt niet als oefenen.

Vanaf het allereerste begin moeten we dus zien te voorkomen dat kinderen in deze negatieve spiraal terecht komen.

Spellen op je gehoor OF spellen met je oren dicht?

Op school leert je kind woorden in klanken op te delen en aan die klanken letters te koppelen die een klanknaam hebben. Denk aan buh-oo-mmm dat geschreven wordt met letters die ook ‘buh’, ‘oo’, en ‘mmm’ heten. Op deze manier is spelling puur een auditief proces: klank voor klank analyseren en omzetten naar letters.

Met ook hier weer hetzelfde gezwoeg: op deze manier spellen is moeizaam, tijdrovend en het risico op fouten is levensgroot. Want je kunt zomaar trijn, nigt, kaud, boomen of hont op papier zetten en dan kan niemand zeggen dat je niet goed geluisterd hebt.

Voor vlot en foutloos spellen hebben we datzelfde woordbeeld nodig dat bij lezen ook zo onmisbaar is!

Dat moet ontstaan als een woord een paar keer gelezen of geschreven is. Tijdens het normale proces van leren lezen en schrijven worden die woorden automatisch opgeslagen – dat geldt voor de grote meerderheid van de kinderen waar ik eerder over sprak.

Een klein gespecialiseerd gebiedje in ons brein is hiervoor verantwoordelijk. Dit is al meerdere malen wetenschappelijk aangetoond.

Een woordbeeld

Als je brein weet hoe een woord eruit ziet dan herken je het bij het lezen in milisecondes. Gewoon “BAM” en je weet wat er staat. En bij het schrijven ‘zie’ je gewoon dat trijn er raar uitziet en dat het eigenlijk trein moet zijn. En je weet dat je sneeuw moet schrijven en leeuw, in plaats van sniw en luew.

Je oren kunnen je hierbij NIET helpen – sterker nog – ze brengen je op een dwaalspoor.
Daarom zeggen we bij Taalkanjer dat woordbeelden de sleutel zijn bij zowel lezen als spelling.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die moeite hebben met leren lezen en spellen die woordbeelden NIET opslaan.

Zij blijven dus afhankelijk van moeizaam ontcijferen bij lezen en zij blijven twijfelen (tweifelen?) over de schrijfwijze van woorden.

Zij missen als het ware interne ‘spiekbriefjes’.
Sinds een aantal jaren werken wij samen met Olive Hickmott uit Engeland.
Zij ontwikkelde een unieke methode om kinderen (en volwassenen!) te helpen met het opslaan van visuele woordbeelden.

Wij haalden die methode naar Nederland en bieden haar aan op scholen en aan ouders. Daarmee kunnen zij kinderen helpen om wel een innerlijke visuele representatie (spiekbriefje) te maken van aangeboden woorden.

En daarmee hebben deze kinderen, die nu zo hard oefenen en daarmee onvoldoende resultaat boeken, een instrument in handen om wel die gehoopte grote stappen te gaan zetten.
Zodat niemand meer kan zeggen dat ze ‘gewoon niet genoeg geoefend’ hebben!

Meer weten: we geven binnenkort weer een online training, waarin we hier nog verder op ingaan:
Waarom zomaar hard oefenen voor lezen en spellen niet werkt (en wat je dan wel moet doen)

Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Als ouder heb je vaak al in een vroeg stadium in de gaten dat er ‘iets’ aan de hand is met je kind. Vermoedens van eventueel dyslexie zijn vaak gebaseerd op ervaringen met oudere kinderen of herinneringen uit de eigen jeugd.

Een derde van de kinderen die een ouder heeft met dyslexie, ontwikkelt zelf ook dyslexie. Neem eigen observaties en zorgen altijd serieus en schroom niet ze te delen met de school. Om te voorkomen dat een kind in de knel komt te zitten, is het essentieel om een kind emotionele steun te geven.

Waarom een dyslexietest bij kinderen laten doen?

Er zijn verschillende situaties waarin het handig is om een dyslexietest bij kinderen te laten doen met als doel een dyslexieverklaring te krijgen:
• Een kind heeft dit nodig om extra begeleiding op school te krijgen voor zijn dyslexie.
• Acceptatie in het feit dat lezen moeilijk gaat.
• Meer begrip vanuit de omgeving van een kind.
• Toegang krijgen tot hulpmiddelen welke worden vergoed door de ziektekostenverzekering,
zoals een Daisy-speler

Wanneer een dyslexietest?

Een school mag een kin doorverwijzen naar de gezondheidszorg als hij op de Cito-toets een V of V- score haalt op lezen of spelling. Voorwaarde is dat dit is vastgesteld op minimal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg of specifieke interventies (minimaal twee interventieperioden).

Wat kun je als ouder in deze fase doen?

Bij een vermoeden van dyslexie dient er meer gelezen te worden met een kind. Tevens moet een kind extra instructie worden aangeboden, alvorens er een test kan worden aangevraagd. Dit dient in het schooldossier of groeidocument te worden verwerkt. Tussen een tweede en derde meetmoment ligt hier een belangrijke taak voor ouders om in gesprek te gaan met school over hetgeen “extra” gedaan moet zijn alvorens het traject van een dyslexieonderzoek kan worden opgestart.

Hoe sneller een eventueel dyslexie wordt vastgesteld, hoe sneller een kind geholpen kan worden. En niet onbelangrijk hoe snel een kind zelf zijn of haar leesprobleem een beter plek kan geven.
Er wordt met betrouwbare testen vastgesteld of er sprake is van een achterstand in lezen en spellen. Dit kunnen AVI-toetsen of andere testen zijn die bij de leesmethode horen. Hierbij wordt:
• zowel op nauwkeurigheid als op snelheid van woordherkenning getest
• vastgesteld dat dit niet komt door een algemeen leerprobleem, een taalstoornis of psychische stoornis
• gekeken naar de kenmerken van dyslexie die bij de meeste – maar niet noodzakelijk bij alle – leerlingen met dyslexie voorkomen.

Deze kenmerken kunnen zijn:
1. zwakke prestaties bij lezen en spellen
2. het trage moeizame leerproces doet zich alleen voor bij lezen en spellen en niet bij andere vakken
3. de leesproblemen doen zich voor bij het lezen van woorden en lettercombinaties
4. de verwerking van spraakklanken is verstoord / vertraagd
5. het snel achter elkaar benoemen van letters en cijfers is verstoord / vertraagd
6. visueel-orthografische woordherkenning (spellen) is onnauwkeurig / vertraagd
7. het koppelen van visueel-auditieve letter- / woordverwerking is verstoord / vertraagd
8. problemen met het verbale werkgeheugen.
Voor alle zekerheid: het gaat hier bij de genoemde visuele problemen niet om problemen met het zien, maar om problemen met de verwerking van visuele prikkels in de hersenen. Dus om de herkenning van letter- en woordvormen en om de koppeling tussen letter- en woordvormen met klanken in de hersenen.

De dyslexie is over!

De dyslexie is over!

Dyslexie genezen kan dat? Het jongetje had een dyslexieverklaring. Maar desondanks had de RT-er op school de handen vol aan hem en thuis oefende hij met Kurzweil. In vaktermen vertoonde hij ‘een hardnekkige dyslexie en een didactische resistentie’. Toch belde zijn moeder ineens met de mededeling dat ‘de dyslexie over was’. Hij was naar een chiropractor geweest die hem goed onder handen had genomen en sindsdien waren de dyslectische klachten verdwenen. De dyslexie was echt weg. Ook hoor je wel verhalen van ouders dat hun kind een dyslexieverklaring heeft en met oogklachten naar een optometrist wordt verwezen waar fixatie disparatie wordt vastgesteld. Na een aangepaste bril zijn dan ook de dyslectische klachten ‘verdwenen’. Of zoals nu de heer Balt van Raamsdonk in het nieuws is – die ik overigens erg respecteer – met een methode waarmee kinderen letters leren betasten en waarmee zo het letterbeeld beter beklijft. Heel plausibel, maar dan wordt eraan toegevoegd dat dyslexie te voorkomen zou zijn. Daar heb ik moeite mee.

Dyslexie heeft meer dan lezen en leren te maken

Nu is mijn mening ook maar een mening, maar ik denk dat we een vergissing maken door dyslexie alleen maar in verband te brengen met lezen en leren. Dyslexie staat voor mij voor het hebben van een profiel en dat beperkt zich niet tot het lezen alleen: daar staat het wel of niet hebben van een dyslexieverklaring voor mij ook helemaal los van. Hoe zo’n profiel moet heten zijn ook weer de meningen over verdeeld: dyslectisch, disharmonisch, rechtsgeoriënteerd om er een paar te noemen. Bijna zonder uitzondering kan men stellen, dat naast het last hebben bij lezen en leren en de aansluiting missen op school, er eigenaardigheden te noemen zijn die er bijna altijd bij horen. Inkoppertjes zijn het ontbreken van planning en structuur, wanorde op de kamer èn in het hoofd. De tijd vergeten, slordig werk afleveren en echt heel veel dingetjes vergeten die ook gewoon heel makkelijk te vergeten zíjn.

Dyslexie genezen?

Nu kan iemand met dyslexie best wel eens door een periode gaan waarin de dyslexie minder aanwezig is. Maar soms is het er ineens weer: tijdens een drukke periode voor een toets, of als er weer veel gelezen en onthouden moet worden en er een beroep gedaan wordt op het geheugen. Met een griepje kan iemand zelfs iets meer dyslectisch zijn dan normaal. Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat wanneer je met een dyslectisch profiel op de wereld komt, daar gewoon nooit vanaf raakt. Hoe je daar mee omgaat en welke oplossingen je daarvoor vindt, hangt grotendeels af van je karakter en doorzettingsvermogen. Gelukkig zijn dyslecten creatief genoeg om naar goede oplossingen te zoeken en die uiteindelijk ook wel te vinden. Maar dyslexie is nooit ècht over en kan in mijn beleving ook niet voorkomen worden.

 

 

 

Effectief voorkomen van leesproblemen!

Effectief voorkomen van leesproblemen!

Wanneer je verwacht dat je kind een verhoogd risico op dyslexie heeft, bijvoorbeeld omdat het in de familie zit. Of wanneer je ziet dat een kind achterblijft met lezen, dan kan het computerprogramma Bouw helpen.
Bespreek dit met de leerkracht, zodat je kind sneller en beter kan worden geholpen.

Het programma Bouw

Het is een wetenschappelijk bewezen effectief interventieprogramma en zorgt voor ruim 60% minder kinderen met leesproblemen en dyslexie. Het is onafhankelijk naast andere leesmethodes te gebruiken.

Er moet vier keer in de week geoefend worden. De meest effectieve manier van leren staat los van het aantal lessen en heeft alles met de regelmaat waarmee gewerkt wordt te maken. Doordat het programma online gebruikt wordt, kun je zowel thuis als op school oefenen.

Wanneer een kind ernstige dyslexie heeft “geneest” bouw! dit niet. Maar als een leerling ondanks intensief werken met Bouw! geen of nauwelijks vooruitgang laat zien bij tussentijdse toetsmomenten, is het op basis van de digitaal opgeslagen gegevens aantoonbaar dat de school heeft voldaan aan zijn zorgplicht (op niveau 3) en kan een kind worden aangemeld voor een dyslexietest.

Bouw! is een programma van Lexima.