Hoe zit dat met onze linker- en rechterhersenhelft?

Hoe zit dat met onze linker- en rechterhersenhelft?

We worden allemaal geboren met een dominante rechterhersenhelft. We kunnen nog niet praten of dingen beredeneren, dit komt pas op latere leeftijd. Als baby verkennen we onze omgeving door te bewegen met onze armen en benen.  Met klanken (huilen) maken we duidelijk dat we iets willen. Alles is gericht op het zo snel mogelijk vervullen van een behoefte. Dit is het primaire denkproces.

Wanneer een baby honger heeft en dit duidelijk wil maken. Gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen.
Rond het derde/vierde levensjaar vindt een omslag punt plaats. Kinderen leren praten. Taal gaat overheersen en een kind gaat de wereld ‘beredeneren’. Dit wordt het secondaire denkproces genoemd.

Dominante rechterhersenhelft

Een kleine groep mensen blijft in beelden denken, veelal dyslectische mensen. De rechterhersenhelft blijft dominant. De linkerhersenhelft kan een achterstand gaan vertonen, maar dit hoeft niet. Hoogbegaafde mensen zijn vaak beelddenkers en zijn ook goed in taal en rekenen. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken. Maar ook kleine problemen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wanneer een kind niet gelijk krijgt wat hij wilt. Een beelddenkers wil direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: EEN GLAASJE LIMONADE, NU. Alle  argumenten waarom dit niet kan snapt een kind niet.  Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit (zeker bij jonge kinderen) een driftbui veroorzaken. Een kind krijgt dan vaak het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Om een kind duidelijk te maken en een beeld te geven waarom hij moet wachten, kun je een kind vragen of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en limonade kan inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Schrik echter niet van een creatief antwoord want beelddenkers zijn heel vindingrijk als ze iets voor elkaar willen krijgen.

Gebruik van de linker en rechterhersenhelft

Linker hersenhelft Rechter hersenhelft
-Secondair voorkeursdenken
– Beredeneren
– Informatie opbouwen
– Planning en organisatie
– Tijdsbesef
– Details
– Het zoeken naar verschillen
-Woorden (taal)
-Nummers (rekenen)
– Op verschillen letten
-Primair voorkeursdenken
-Beleven
-Ritme
-Ruimtelijk inzicht
-Overzicht
-Het leggen van verbanden
– Verbeelding
-Beleving
-Kleur
– Op overeenkomsten letten

Hier vindt je een test om te kijken welke hersenhelft bij jouw dominant is!

Welke problemen ondervinden kinderen als hun rechterhersenhelft dominant is.

Hersenhelften

bron: ikleeranders.nl

De twee kernproblemen voor dyslectische kinderen

De twee kernproblemen voor dyslectische kinderen

Dyslexie brengt een hoop kansen met zich mee, maar helaas ook een aantal problemen. De problemen met dyslexie die kinderen ondervinden zijn veelal terug te brengen tot twee kernproblemen, automatiseren en auditieve verwerking. 

Automatiseringsproblemen

Kinderen met dyslexie hebben veel moeite met het automatiseren van vaardigheden. Iemand zonder dyslexie kan vrij gemakkelijk een handeling (bijv. technisch lezen) op de ´automatische piloot´ zetten, zodat ze al hun aandacht aan een andere vaardigheid kunnen geven. Bijvoorbeeld begrijpen waar gaat deze tekst eigenlijk over.  Op die manier kunnen ze twee of meer dingen tegelijk doen, zoals lezen en begrijpen, autorijden en praten, luisteren en schrijven. Dit laatste is ook heel handig als je aantekeningen maakt tijdens de les. 
Iemand met dyslexie kan dit niet zo gemakkelijk. Het lezen gaat niet automatisch, evenmin als het schrijven. Maar ook andere vaardigheden, die niets met taal te maken hebben, raken soms niet goed geautomatiseerd. Automatiseren heb je voor veel verschillende vaardigheden nodig. Bijvoorbeeld voor:

  • tafels leren
  • klank-teken koppeling (letters herkennen en letters schrijven)
  • directe woordherkenning (technisch lezen)
  • het onthouden van woordbeelden (spelling)
  • het leren van splitsingen en tafels (rekenen)
  • complexe motorische vaardigheden, zoals zwemmen, fietsen en autorijden

Auditieve verwerkingsproblemen

Het auditief verwerken van spraakklanken, ook wel fonologische verwerking, gaat over het herkennen van klanken.  
Kinderen met dyslexie hebben moeite met de auditieve verwerking van klanken. Dat wil zeggen dat de verwerking van spraakklanken in de hersenen niet optimaal verlopen. Hierdoor kunnen kinderen met dyslexie vaak moeilijk verschillen horen tussen klanken in woorden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan heus of huis, schuur of scheur, hoor of hor. Dit wordt ook wel auditieve discriminatie genoemd.
Ook zijn er vaak problemen met het uiteenrafelen van een woord tot klanken of klankgroepen bij het spellen. Herfst = h-e-r-f-s-t of fietsenmaker = fiet-sen-ma-ker. Het samenvoegen van klanken of klankgroepen tot een woord bij het lezen gaat lastig. 
Tenslotte is het letterlijk en in de juiste volgorde onthouden van klanken, woorden of zinnen vaak een probleem. 

De combinatie van deze twee problemen maakt dat veel taken voor iemand met dyslexie moeilijk uit te voeren zijn. Dagelijks moeten we immers vaak auditieve en andere vaardigheden tegelijk  toepassen.

Er zijn verschillende methode om kinderen anders dingen te leren, een daarvan is de Kernvisie methode

 

Kernproblemen Dyslexie

 

Bron: stichtingtaalhulp.nl

 

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Leesproblemen zijn problemen die een kind ervaart tijdens de ontwikkeling van het leren lezen.  Een kind kan om verschillende redenen moeite hebben met lezen. Niet alle kinderen ontwikkelen vaardigheden op dezelfde tijdlijn. Dus in sommige gevallen is het een kwestie van een inhaalslag maken.  Leesproblemen kunnen ook worden veroorzaakt door verschillen in hoe de hersenen zich ontwikkelen en functioneren. Deze verschillen in leren en denken gaan niet weg. Maar met de juiste ondersteuning kunnen kinderen grote vooruitgang boeken bij het lezen.

Hoe dyslexie het lezen kan beïnvloeden

Dyslexie is een veel voorkomend leerverschil dat lezen moeilijk maakt. Het kan ook problemen veroorzaken met andere vaardigheden, zoals spelling, schrijven en rekenen.  Kinderen met dyslexie worstelen met decodering . Dit betekent dat ze moeite hebben met het verbinden van lettersymbolen met de geluiden die ze maken. En dat maakt het voor hen moeilijk om vloeiend en nauwkeurig te lezen.
Dyslexie kan ook van invloed zijn op begrijpend lezen.  Een kind heeft moeite om vragen over de tekst die hij heeft gelezen te beantwoorden.

Lees meer over signalen die duiden op dyslexie . En  wanneer je een dyslexietest kunt doen?

Hoe ADHD het lezen kan beïnvloeden

Kinderen kunnen moeite hebben om zich te focussen door hun ADHD brein, met als gevolg leesproblemen. Dit kan vaak zorgen voor problemen met zelfbeheersing, organisatie en andere vaardigheden die de uitvoerende functies worden genoemd. Een belangrijke vaardigheid die ADHD beïnvloedt, is het werkgeheugen. Dit is de mogelijkheid om informatie vast te houden en later te gebruiken.
Problemen met het werkgeheugen kunnen het moeilijk maken voor kinderen om iets te onthouden dat ze net hebben gelezen. Terwijl kinderen werken aan het ontcijferen van één woord, kunnen ze uit het oog verliezen wat eraan voorafging. Dat kan zijn tol eisen bij begrijpend lezen.

Hoe een langzame verwerkingssnelheid voor leesproblemen kan zorgen

Een lage verwerkingssnelheid betekent dat een kind langer nodig heeft om te reageren op informatie.  Veel kinderen met een ADHD- en dyslexie brein hebben dit, maar dit kan ook op zichzelf staan. Net als andere verschillen in leren en denken, heeft het niets te maken met hoe slim kinderen zijn. In plaats daarvan gaat het erom hoe snel ze informatie verwerken.

Kinderen met een lage verwerkingssnelheid hebben vaak meer tijd nodig om woorden en leesregels toe te passen en zo betekenis te geven aan teksten. Kinderen kunnen moeite hebben met het begrijpen van verhalen omdat ze vastlopen in de tekst. En dat kan lezen frustrerend maken.

Wees je ervan bewust dat een “goede lezer” niet per se een snelle lezer hoeft te zijn. Er zijn veel redenen waarom kinderen langzaam lezen . Als je weet waarom een kind langzaam leest, kun je manieren vinden om lezen leuk en minder frustrerend te maken.

Dit zijn enkele van de meest voorkomende leer- en denkverschillen die problemen kunnen veroorzaken bij het lezen. Maar ze zijn niet de enige. Kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met sociale vaardigheden, kunnen moeite hebben om de ‘grotere boodschap’ te vinden in wat ze lezen. Ze kunnen teksten te letterlijk nemen en geen humor of emotie vatten.
Ongeacht de oorzaak van de leesproblemen van een kind, zijn er verschillende manieren om een kind te helpen. Zoek naar boeken die passen bij het leesniveau van een kind. Oudere kinderen houden misschien van graphic novels , waardoor lezen leuker en toegankelijker wordt.

Dyslexie en angst bij kinderen

Dyslexie en angst bij kinderen

Kinderen weten hoe belangrijk lezen is. Ze horen het al van jongs af aan van hun ouders en leraren. Voor kinderen met een dyslectisch brein kan het worstelen met zo’n belangrijke vaardigheid veel stress veroorzaken. En dat kan leiden tot angst. Dyslexie en angst gaan vaak samen, hoe herken je dit en hoe kun je  een kind helpen?

Meestal zijn deze gevoelens beperkt tot situaties waarbij gelezen moet worden. Maar sommige dyslectische kinderen ontwikkelen een groter probleem met angst. Ze maken zich lang van tevoren zorgen dat ze moeten lezen en kunnen er zelfs bang voor zijn.
Wanneer kinderen met dyslexie angst hebben, raken ze vaak verstrikt in ‘wat als’. Wat als de andere kinderen me een makkelijk boek zien lezen en denken dat ik dom ben? Wat als de leraar me vraagt hardop voor te lezen en ik struikel over de woorden?
Ze zijn misschien bang om te falen, of om beoordeeld of beschaamd te worden. Er kunnen zelfs momenten zijn waarop ze bang zijn dat ze nooit iets zullen leren of ergens in zullen slagen vanwege hun leesuitdagingen. Dat kan ertoe leiden dat ze stoppen met proberen of uitdagingen vermijden.
Het krijgen van de juiste vorm van ondersteuning en leesinstructie kan een groot verschil maken. Kinderen zien dat hun vaardigheden verbeteren met ondersteuning en hard werken. En die verbeteringen kunnen helpen angst te verminderen en het gevoel van eigenwaarde op te bouwen.

Tekenen van angst bij dyslectische kinderen

Angst manifesteert zich op verschillende manieren en kan veranderen naarmate kinderen ouder worden. De symptomen kunnen ook verschillen, afhankelijk van of de angst beperkt is tot lezen of meer algemeen is.
Dit is wat je zou kunnen zien als kinderen met dyslexie angst hebben:

  • Wordt chagrijnig of boos zonder duidelijke reden;
  • Huilt vaak;
  • Misdraagt zich in de klas, vooral als het tijd is om te lezen;
  • Vermijdt huiswerk of schoolwerk;
  • Vermijdt situaties waarin lezen mogelijk te maken heeft;
  • Klaagt vaak over hoofdpijn en buikpijn;
  • Is bang om zelfs kleine fouten te maken;
  • Vraagt constant “wat als”;
  • Zorgen over dingen die ver weg zijn in de toekomst;
  • Een laag zelfbeeld, door dyslexie en angst.

Voor kinderen met dyslexie houden de uitdagingen niet op op school. Het dagelijkse leven vereist ook dat ze lezen, of het nu een menu is, een bord in een winkel of een eenvoudige set instructies.
Voor veel kinderen leidt deze constante strijd niet alleen tot angst. Ze verlagen ook het gevoel van eigenwaarde. Kinderen met dyslexie zijn net zo slim als hun leeftijdsgenoten. Maar als ze te maken krijgen met tegenslagen en negatieve feedback op school, kunnen ze het vertrouwen verliezen.
Hun moeite met lezen kan ‘ik kan niet’-gevoelens creëren die van invloed zijn op het leren op andere gebieden. Kinderen kunnen denken dat als het lezen niet lukt, niets lukt!
Ze kunnen ook het gevoel hebben dat niets wat ze doen een verschil zal maken. In plaats van een groeimindset te hebben, hebben ze het gevoel dat hun vaardigheden nooit zullen verbeteren.

Ontdek hoe een groeimindset kinderen gemotiveerd houdt 

Hoe kun je dyslectische kinderen die angstig zijn helpen?

Goede ondersteuning op school is essentieel om kinderen te laten ervaren dat ze vooruitgaan in hun leesvaardigheden.
Deze ondersteuningen omvatten speciale instructies en aanpassingen zoals meer tijd voor toets of een verkorte toetst.
Wat kun je doen

  • Neem de angst serieus, lach het niet weg. Kinderen moeten voelen dat ze bang mogen zijn. Uitspraken als ‘Stel je niet aan!’ helpen een kind niet om te leren omgaan met angst;
  • Praat over de angst. Erover praten met elkaar is een belangrijke eerste stap. Waarvoor is een kind bang? Wat voelt hij precies?
  • Help met kleine stappen. Situaties vermijden is niet goed, wees er daarom alert op dat dat niet gebeurt. Help een kind de angst te overwinnen. Moet een kind bijvoorbeeld iets voorlezen in de klas, kies dan een behapbare lengte van de tekst en oefen deze een paar keer thuis;
  • Geef complimenten, benadruk positieve dingen en benoem wat er goed gaat;
  • Vertel een kind dat fouten maken mag! Juist door het maken van fouten kan je leren;
  • Werk aan het bewust zijn dat dyslexie niks zegt over intelligentie. Dat dyslexie naast uitdagingen ook kwaliteiten met zich mee brengt.

De positieve kant van dyslexie

Wat je moet weten over een langzame verwerkingssnelheid

Wat je moet weten over een langzame verwerkingssnelheid

Als iemand iets tegen je zegt, hoe lang duurt het dan om de informatie te verwerken en te reageren? Je hebt er misschien nog nooit over nagedacht. Maar die reactietijd is het resultaat van iets dat verwerkingssnelheid wordt genoemd.

Iedereen verwerkt informatie in een ander tempo. Misschien heb je je kind een paar seconden stil zien staan ​​voordat hij op iemand reageerde, meer tijd aan huiswerk besteedde dan verwacht, of lang de tijd nam om iets uit te leggen. Dit kan te maken hebben met de verwerkingssnelheid.

Lees meer over de verwerkingssnelheid en wat er gebeurt als kinderen er lang over doen om informatie te verwerken.

Wat is verwerkingssnelheid?

Verwerkingssnelheid is het tempo waarin u informatie opneemt, begrijpt en begint te reageren. Deze informatie kan visueel zijn, zoals letters en cijfers. Het kan ook auditief zijn, zoals gesproken taal.

Sommige mensen hebben een snellere verwerkingssnelheid dan anderen. Het heeft niets te maken met hoe slim iemand is – hoe snel ze informatie opnemen en gebruiken.

Kinderen die sneller werken, zijn misschien de eersten die de vraag van een leraar beantwoorden, of zijn het kind in de klas dat altijd de grappige oneliner heeft. Aan de andere kant kunnen kinderen met een lage verwerkingssnelheid veel langer duren dan andere kinderen om dingen te doen, zowel op school als daarbuiten.

Stel je bijvoorbeeld het woord huis voor . Een kind met een lage verwerkingssnelheid weet misschien niet meteen wat die brieven zeggen. Ze moeten uitzoeken welke strategie ze moeten gebruiken om de betekenis van de letters voor hen te begrijpen. Het is niet dat ze niet kunnen lezen. Het is gewoon dat een proces dat snel en automatisch is voor andere kinderen van hun leeftijd langer duurt.

“Een lage verwerkingssnelheid heeft niets te maken met hoe slim kinderen zijn, maar met hoe snel ze informatie kunnen opnemen en gebruiken.”

Te veel dingen tegelijk zeggen kan ook een uitdaging zijn. Als je aanwijzingen in meerdere stappen geeft: ‘Als je beneden komt, neem dan je notitieboekje mee. En kun je de vuile glazen ook naar beneden halen en in de vaatwasser doen? ”- een kind met een lage verwerkingssnelheid volgt ze misschien niet allemaal. Met een lage verwerkingssnelheid is het moeilijk om al die informatie snel genoeg te verteren om te doen wat werd gevraagd.

Een lage verwerkingssnelheid kan het op alle leeftijden moeilijk maken om te leren. Het kan het voor jonge kinderen moeilijker maken om de basisprincipes van lezen, schrijven en tellen onder de knie te krijgen. En het heeft invloed op het vermogen van oudere kinderen om taken snel en nauwkeurig uit te voeren.

Kijk hoe een expert de lage verwerkingssnelheid uitlegt en hoe dit kinderen beïnvloedt.

Hoe langzame verwerkingssnelheid eruitziet

Een langzame verwerkingssnelheid kan kinderen in de klas, thuis en tijdens activiteiten zoals sporten beïnvloeden. Kinderen kunnen problemen hebben met:

  • Tests op tijd afronden
  • Huiswerk binnen een redelijke tijd afmaken
  • Luisteren of aantekeningen maken wanneer een leraar spreekt
  • Aantekeningen maken tijdens het lezen
  • Wiskundige problemen in hun hoofd oplossen
  • Geschreven projecten doen met meerdere stappen en details
  • Op de hoogte blijven van het gesprek

Gezinnen en leerkrachten kunnen opmerken dat een kind:

  • Wordt overweldigd door te veel informatie tegelijk
  • Heeft meer tijd nodig om beslissingen te nemen of antwoorden te geven
  • Moet informatie meer dan eens lezen om het te begrijpen
  • Mist nuances in een gesprek
  • Heeft moeite om aanwijzingen op te volgen, vooral als hem wordt gevraagd meer dan één ding te doen

Wat te doen als u zich zorgen maakt

Als u denkt dat een kind worstelt met de verwerkingssnelheid, is de eerste stap om de punten met elkaar te verbinden. Leraren kunnen contact opnemen met het gezin van een leerling. En gezinnen moeten contact opnemen met de leraar van hun kind. Deel uw eigen observaties en ontdek wat er thuis of in de klas gebeurt.

Ontdek of de verwerkingssnelheid van taak tot taak kan verschillen . En kijk hoe het is om te worstelen met de verwerkingssnelheid: ontdek een dag uit het leven van een kind met een lage verwerkingssnelheid .

Anders, maar niet minder!

Anders, maar niet minder!

Anders maar niet minder, het klinkt zo cliché, maar zo waar. Hoe krijg je dat bij een kind tussen zijn oren, dat anders niet minder is. Hoe zorg je ervoor dat een kind dat zich anders voelt, zich niet minder voelt.  Anders leren moet gevierd worden, in plaats van als een stoornis te worden gezien. 

Kinderen, met én zonder label, ondervinden binnen het onderwijs en in de maatschappij problemen omdat hun talenten niet voldoende erkend en gewaardeerd worden. De aandacht ligt vooral op de punten waarop ze “afwijken” of niet voldoen aan de algemene verwachtingen.

Kinderen met een label (bijv ADHD of dyslexie) zijn vaak net zo slim als hun vrienden en klasgenoten. Maar ze voelen zich zelden zo omdat ze anders leren en denken. Hun antwoorden zijn soms onverwacht. Hun observaties worden niet altijd op prijs gesteld. En hun expertisegebieden worden veelal niet beoordeeld of gewaardeerd. En dat terwijl ze net zo waardevol en bijzonder zijn als elk kind. Zij benaderen problemen en issues op een andere wijze en hebben andere kwaliteiten waarmee ze een belangrijke aanvulling zijn op het ‘mainstream’ denken. 

Onvoldoende zelfvertrouwen

De vele hobbels waar jonge “anders lerende” kinderen tegenaan lopen, maakt dat ze soms net iets vaker geprezen moeten worden op hun talent. In woord en daad.
Maar al te vaak gaan deze talenten verloren omdat kinderen onvoldoende zelfvertrouwen hebben om hun talenten te ontwikkelen en in te zetten.
Ze blijven zich soms hun leven lang minder voelen dan anderen. Ze durven onvoldoende hun hart te volgen en hun talenten te benutten. Door de aandacht te veel te richten op wat je niet kan, komt je niet tot het ontdekken en inzetten van je talent.

Veel ADHD’ers zijn ontzettend goed in out of the box denken. Met de snel veranderende maatschappij, een kwaliteit die op veel fronten kan worden ingezet.
Dyslectische kinderen bezitten vaak een groot ruimtelijk inzicht, hebben veel ideeën en zijn innovatief.

Ondernemer Richard Branson kon op zijn achtste nog niet lezen omdat hij geen minuut kon stilzitten in de klas. Dertien jaar later richtte hij Virgin Records op, gevolgd door vele succesvolle ondernemingen. Dyslexie en ADHD zijn zeker geen belemmering voor hem geweest, maar juist zijn kracht. Die hij heeft weten in te zetten.

Nu wil ik geen pleidooi gaan houden voor alle kinderen met “leerproblemen” dat ze succesvolle miljoenenbedrijven kunnen opzetten en runnen. Maar wel dat het in een ieder zit om zijn talent te ontwikkelen en benutten. Een gebrek aan voldoende zelfvertrouwen als gevolg van de manier waarop kinderen in hun jonge jaren zijn benaderd, mag dit niet remmen.

Wat echt helpt, als kinderen anders leren

Al die aandacht op wat een kind niet goed kan, extra oefenen om hier toch iets beter in te worden. Avonden lang ploeteren om te voldoen aan de gemiddelde eis die aan scholieren worden gesteld. Niet eens tijd overhouden voor de dingen waar ze goed in zijn. Het gebrek aan erkenning van talenten van kinderen die anders leren.

Ik ben ervan overtuigd dat als je kinderen laat doen waar ze goed in zijn, hen zich laat ontwikkelen op deze vlakken, dit zorgt voor zoveel motivatie, dat andere dingen ook beter zullen gaan.
Probeer niet van een vijf een zes te maken, maar van een acht een tien.  
Ik zou zo graag zien dat kinderen oprecht gewaardeerd worden voor hun talent. Dit klinkt makkelijk, maar check bij een kind of het ook zo ervaren wordt. Gelooft hij zelf in zijn eigen talenten?

Ongewenst gedrag anders bekeken

Vergroten van het zelfvertrouwen

Hoe benut je de talenten van deze kinderen die anders leren? Het antwoord zit in het vergroten van het zelfvertrouwen van kinderen. Het ondersteunen van een kind in het vinden van de gebieden waarin zij uitblinken. En vervolgens activiteiten vinden die op die sterke punten in spelen. Zelfvertrouwen volgt dan bijna altijd. En wanneer een kind zich zelfverzekerd voelt, doet hij het beter op school en in het leven.

Meer over anders leren