**//sticky ads code//**
Anders denken

Anders denken

Mensen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan mensen zonder dyslexie. Dyslectici denken anders.

Goede lezers

Via functionele MRI-scans is aangetoond dat mensen meestal voor het lezen en schrijven drie gebieden in het linkerdeel van de hersenen gebruiken.
Deze gebieden staan in directe verbinding met elkaar en zijn elk voor een deel van de taalverwerking verantwoordelijk.
In het Centrum van Broca, vindt o.a. de analyse van woorden plaats, maar ook de articulatie en het spreken. Achterin, in het Centrum van Wernicke en het Woordvormgebied, komt alle informatie samen en wordt o.a. opgeslagen hoe een woord eruitziet, hoe het klinkt en wat het betekent.  Deze gebieden worden bij lezen en informatie verwerken geactiveerd.

Dyslectische lezers

Voor dyslectici geldt dit niet. Wetenschapper Shaywitz toonde aan dat de verbindingen tussen deze 3 gebieden in de linkerhersenhelft bij dyslectici niet werken. Zelfs niet bij dyslectische kinderen van vier jaar. Alleen het Centrum van Broca, waar de woordanalyse en spraak is gelokaliseerd, wordt geactiveerd. Het Centrum van Wernicke en het woordvormgebied vertonen geen enkele activiteit. Bij dyslectici ontstaat een alternatieve route in de hersenen voor het opslaan en terugvinden van de betekenis van woorden die vooral via de rechterhersenhelft loopt. De oorzaak hiervan is dat de rechterhersenhelft van dyslectici in het denken, in het verwerken van informatie, dominant is.

Dat betekent dat dyslectici anders denken. Ze hebben een sterke voorkeur voor het denken via de rechterhersenhelft. Een voorkeur die zo sterk is, dat taal moeilijk wordt geautomatiseerd naar de linkerhersenhelft.

Dat is niet de enige oorzaak van dyslexie. Iemand die dyslectisch is, heeft een natuurlijke zwakte voor het verwerken van taal, net zoals andere mensen moeilijk kunnen tekenen of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Wat doen de beide hersenhelften?

Van de rechterhersenhelft is bekend dat deze verantwoordelijk is voor o.a. onze verbeelding, de intuïtie, het onderbewustzijn en onze creativiteit. Maar ook het leggen van verbanden en meerdere dingen tegelijk kunnen doen. Het snel kunnen scannen en verwerken van informatie en van het omgaan met nieuwe situaties. Dat zijn hele andere eigenschappen dan die eigenschappen waarvoor de linkerhersenhelft verantwoordelijk is. Namelijk het logisch redeneren, het analyseren van situaties, systematiek aanbrengen. Het stap voor stap iets aanpakken en het aanbrengen van routine in dagelijkse vaardigheden.

De linkerhersenhelft is ook verantwoordelijk voor de taal. Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, bepalen deze functies de manier van informatie verwerken. Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers, wat overigens niet betekent dat ze helemaal niet logisch kunnen denken.

Gevolgen voor het dyslectische denken

Een niet-dyslecticus heeft dus direct toegang tot de vorm, betekenis en uitspraak van woorden. De dyslecticus heeft dat niet en moet daar via zijn rechterhersenhelft achterkomen, dus via het maken van beelden, het leggen van verbanden en structuren, het hebben van allerlei associaties. Dit toont ook de voorliefde van dyslectici voor het uitgebreid redeneren, het denken in beelden, het leggen van verbanden, het probleemoplossende en kritische denken. Omdat er in korte tijd zoveel (bijkomende) informatie wordt verwerkt, hebben dyslectici in het algemeen vaak moeite om in een paar zinnen te vertellen wat zij bijv. hebben gelezen

Vermoed je dat je kind dyslectisch is vraag dan een dyslexietest aan.

bron: www.werkendyslexie.nl

(Hoog)begaafd en dyslectisch

(Hoog)begaafd en dyslectisch

Veel mensen denken dat dyslexie betekent dat je niet of moeilijk kunt lezen. Gedeeltelijk is dit waar, maar dyslexie is meer dan dat. Iemand die dyslectisch is, is vaak een beelddenker. Een beelddenker neemt de wereld anders waar dan een woorddenker. Waar loopt een kind tegen aan als hij begaafd en dyslectisch is?

Het beeld

Een beelddenker is in staat om met zijn blik uit zijn hoofd te treden en een voorwerp van alle kanten te bekijken. Hierdoor is zijn waarneming veel intenser dan van een woorddenker. Dit geldt voor alles, dus ook voor letters. Een stoel is voor een klein kind een stoel. Of je de stoel nu rechtop of op-z’n-kop zet dat maakt niet uit: het blijft een stoel. Dit geldt ook voor beelddenkers. Een b kan net zo gemakkelijk een d zijn of een p of een q. Als je ze draait blijft het hetzelfde. Dit geldt ook voor de u en de n. Hier begint het probleem. Al die letters zijn hetzelfde, maar noem je steeds anders. Als de beelddenker of dyslect, dan de letters ontcijferd heeft, dan kan hij er een woord van maken. Dit woord wordt in zijn hoofd direct omgezet in een plaatje.

Door elkaar

Het kan ook zijn dat een beelddenker de letters allemaal leest, maar dan in zijn hoofd worden die door elkaar gehusseld en ontstaat er spontaan een ander woord. Bord kan zo brood worden of Mik wordt Kim.

Radend lezen

Of het woord wordt wel goed gelezen, maar in het hoofd wordt er een plaatje van gemaakt en dat plaatje wordt dan benoemd maar is dan toch anders dan er stond. Een kasteel wordt dan een paleis. Radend lezen wordt dit genoemd.
Woorden met meerdere betekenissen zijn daardoor voor dyslecten een groot struikelblok.

(Hoog) begaafd

Een kind wat hoog begaafd en dyslectisch is weet een heleboel van deze problemen zelf te omzeilen. Ze leren wel lezen maar het niveau ontstijgt vaak niet het gemiddelde niveau. Hierdoor weet men wel dat er een probleem is, maar er wordt vaak niet aan dyslexie gedacht. Ook met rekenen weten ze te verbloemen dat ze de tafels niet uit hun hoofd kennen. Ze kunnen namelijk wel erg snel rekenen. Op deze manier is de kans groot dat het hoogbegaafde kind een negatief zelfbeeld, en zelfs faalangst, ontwikkeld. Vanwege hun hoogbegaafdheid zijn ze vaak erg gevoelig voor kritiek en leggen voor zichzelf de lat heel hoog.

Wat kan een begaafd en dyslectisch kind helpen?

Voor een hoogbegaafd dyslectisch kind is het lastig om gemotiveerd te blijven, de talige wijze waarop onderwijs veelal wordt gegeven, maken dat hij niet optimaal gebruik kan maken van zijn capaciteiten.

Een methode die kan helpen is de “Ik leer anders”
Deze methode gaat uit van het creatieve vermogen van beelddenkers om in hun hoofd dingen te creëren. Ze gaan “kasten” of “kamers” maken in hun hoofd waarin ze alles netjes geordend op kunnen slaan en waardoor het terug te vinden is. Van alle woorden maken we woordbeelden zodat het een tastbaar iets wordt in plaats van allemaal letters. Hierdoor kan de spelling wel onthouden worden. De training kun je als ouder samen met je kind doen. Tijdens de cursus wordt er een methode aangeleerd waarmee de een kind zelf aan de slag kan en moet gaan. De cursus bestaat uit 4 of 5 sessies.  Hierin komen aan de orde: Alfabet en woorden, Lezen, Rekenen en Klokkijken

Kijk voor meer informatie op ikleeranders.nl

Wat is het Makkelijk Lezen Plein in de bibliotheek.

Wat is het Makkelijk Lezen Plein in de bibliotheek.

Leren lezen gaat niet bij iedereen even gemakkelijk. Zeker als het moeizaam gaat is meters maken ontzettend belangrijk. Naar mate kinderen ouderen worden, wordt het vinden van leuke boeken lastiger. Mede hiervoor is er het makkelijk lezen plein in de bibliotheek. Hier is de kans groot dat een kind wel het boek vind wat aansluit bij zijn beleveniswereld 

Wat is het Makkelijk lezen plein?

Een Makkelijk Lezen Plein (MLP) is een speciale voorziening op de jeugdafdeling van de bibliotheek voor kinderen die niet zo van lezen houden of daar moeite mee hebben. Bijna elke bibliotheek in Nederland heeft er een. 
De boeken die er staan zijn uitgezocht op een aantrekkelijke omslag en op spannende, makkelijk te lezen tekst. Er zijn ook luisterboeken, informatieve dvd’s en soms ook verfilmde leesboeken te vinden. Het materiaal staat zo gepresenteerd dat het makkelijker wordt om leuk leesmateriaal te vinden en het leesplezier te vergroten. 

Voor Wie is het Makkelijk Lezen plein?

Het MLP is er voor kinderen vanaf 8 t/m 12 jaar met leesproblemen. De grootste groep bestaat uit kinderen met dyslexie. Maar ook kinderen met concentratieproblemen, zoals ADHD, of kinderen met een taalachterstand, kunnen moeite hebben met lezen. Al deze kinderen hebben baat bij de media op het MLP.

De MLP-collectie bestaat uit een gevarieerd aanbod van verschillende materialen. Deze zijn speciaal uitgezocht om het leesplezier van een kind te bevorderen. De boeken en materialen zijn op een aantrekkelijke manier gepresenteerd. Niet in rijen op alfabetische volgorde, maar op onderwerp bij elkaar met de voorkant duidelijk zichtbaar naar voren. 

De collectie bevat:

  • Voorleesboeken
  • Luisterboeken en daisyroms
  • Spannende en leuke leesboeken
  • Verfilmde boeken op DVD
  • Makkelijk te lezen informatieve boeken
  • Informatieve DVD’s
  • Tijdschriften
  • Informatieve boeken voor ouders en opvoeders over dyslexie en andere leesproblemen

Alle het MLP-materialen herken je aan de MLP sticker.

Op de site www.makkelijklezenplein.nl kun je meer informatie vinden over de boeken die je zoals kunt vinden op deze afdeling in de bibliotheek. 

 

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Omgaan met dyslexie

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie?

Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Dyslectische kinderen hebben de toekomst!

Dyslectische kinderen hebben de toekomst!

Dyslexie komt voort uit een andere manier van denken en informatie verwerken in de hersenen. Deze manier van denken wordt ook wel conceptueel denken genoemd. Kinderen gebruiken vooral hun rechter hersenhelft.  Conceptueel denkers denken van groot naar klein, hebben eerst een oplossing en gaan dan pas naar de details. Dit hebben zij gemeen met mensen met AD(H)D, hoogbegaafdheid, dyslcalculie en PDD-NOS.

De kwaliteiten en talenten van dyslectici

Doordat dyslectische kinderen conceptuele denkers zijn, zijn zij goed in:

  • improviseren;
  • kritisch denken;
  • innovatief
  • zijn creatief en zitten vol met ideeën ;
  • kunnen goed vooruit zien en denken;
  • oorzaak en gevolg kunnen zien;
  • zijn hooggevoelig, voelen aan wat er gaat gebeuren gaat, of wat er onder de oppervlakte speelt;
  • zien snel oplossingen voor complexe problemen;
  • kunnen problemen of situaties van verschillende kanten bekijken;
  • sterk beeldend vermogen;
  • goed ruimtelijk inzicht;
  • zijn gevoelig voor sfeer, kleur en schoonheid;
  • kunnen goed improviseren;

De kwaliteiten van dyslectische kinderen zijn nodig in de maatschappij

Er zijn diverse wetenschappers die een toekomstbeeld van onze maatschappij schetsen waarin conceptueel denkers in het voordeel zijn op lijndenkers.

Met de toename van de welvaart, de technologie en de globalisering, zijn de veranderingen in onze maatschappij vooral de laatste 150 jaar heel snel gegaan. 150 jaar geleden waren we vooral een agrarische samenleving. Met de komst van machines en fabrieken wordt steeds meer arbeid van de mens overgenomen. De komst van de computer heeft dat nog verder versneld, waardoor we nu in het informatietijdperk zitten en een kenniseconomie hebben. Er is veel informatie beschikbaar, die geanalyseerd moet worden. Iets waar lijndenkers heel god in zijn.
Met alle technologie die nu beschikbaar is en gaan we het conceptuele tijdperk in. Waarbij een beroep wordt gedaan op creativiteit, beeldend vermogen, organisatorische vaardigheden. En heel belangrijk het innovatief vermogen. Dit biedt volop kansen voor kinderen die conceptueel denken en vaak dyslectisch zijn.

Veel succesvolle dyslectici

Als we naar het verleden kijken zijn er ook veel dyslectici zeer succesvol. bijvoorbeeld: wetenschappers als Isaac Newton, Albert Einstein en Wubbo Ockels. Of ondernemers als Richard Branson, Steve Jobs,  Bill Gates, Nicola Tesla en Joop van den Ende.

Bijna niemand bekijkt hun succes en ziet daarbij hun dyslexie, als een defect of stoornis. Wat niet wegneemt dat ze vaak een hele worsteling achter de rug hebben, maar door zich vooral te richten op hun kwaliteiten zijn ze uitblinkers geworden.

bron: www.werkendyslexie.nl

Sinterklaasgedichten voorlezen als je dyslectisch bent

Sinterklaasgedichten voorlezen als je dyslectisch bent

Op veel scholen is het traditie om vanaf groep 5 surprises te maken. Ontzettend leuk natuurlijk, maar daar hoort ook vaak een gedicht bij. En dit laatste is niet altijd leuk voor kinderen met dyslexie. Niet het maken van het gedicht, maar het voordragen ervan

Het voorlezen van een sinterklaas gedicht is voor veel kinderen met dyslexie lastig.  Alle ogen zijn op jou gericht en je wilt een gedicht zo mooi mogelijk voordragen. Geen fouten maken en op een juiste toon en met een correcte intonatie voorlezen. Zodat het gedicht er vloeiend en op rijm uitkomt.

Heeft jouw kind iemand getrokken met dyslexie of heeft jouw kind dyslexie, dan kunnen onderstaande tips helpen.

Tip 1: Maak het gedicht niet te lang

Wanneer je een gedicht moet maken voor iemand die niet graag lees houd, maak hem dan niet te lang. Houdt het gedicht overzichtelijk door het in coupletten op te delen. Stel je voor, je ziet tegen het lezen van een gedicht op. Je vouwt het blaadje open en je ziet dat het maar om drie coupletten van vier regels gaat. Pfoei, valt dat even mee! De drempel om het gedicht nu voor te lezen wordt zo een stuk lager.

Tip 2: Gebruik een overzichtelijk en een groter lettertype

Het is verleidelijk om een ‘gezellig’ lettertype te kiezen, waardoor het gedicht net wat meer lijkt op het handschrift van Sinterklaas. BlackadderICT en Lucida Handwriting zijn de favoriet van veel gedichtenschrijvers. Echter niet van kinderen die moeite hebben met lezen. Het ontcijferen van die lettertypes is veel vermoeiender dan het lezen van lettertypes als Verdana, of Arial. Kies ook voor een grote lettertype 14 bijvoorbeeld een ruime regelafstand.

Tip 3: Maak gebruik van ritme, rijm en korte zinnen

Net zoals kinderen makkelijker gedichtjes onthouden die rijmen en een eenvoudig ritme hebben, zo leest dat ook veel makkelijker. Je maakt het gedicht voorspelbaar, wat het lezen eenvoudiger maakt. Denk dan bijvoorbeeld aan het rijmschema AABB CCDD.

De sint zat te denken,
wat hij Fleur zou schenken.
Hij heeft gezocht in alle gaten en hoeken
om voor hem wat leuks uit te zoeken.

Tip 4: Kies voor een samenleesgedicht

Wil je toch wat meer vertellen of lastige woorden gebruiken om een punt te maken? Probeer dan eens een samenleesgedicht. Dit werkt hetzelfde als het principe van samenleesboeken. Je gebruikt grote letters voor de eenvoudige regels die het kind leest en kleine letters voor de lastige regels voor de volwassene of een ander kind. Zo maak je er een gezellig leesmoment van, waarbij het kind maar de helft voorleest en waarin je toch veel kwijt kunt!

Tip 5: Voorbereid

Laat een kind, die het moeilijk vindt om iets goed voor te dragen, het gedicht van te voren even rustig doorlezen. Of lees het samen even door. Vraag aan de ouder van het dyslectisch kind of hij dat fijn vindt. Ook kan de leerkracht een moment creëren door iedereen even wat rommel te laten opruimen van andere surprises. Dit geeft een kind de gelegenheid om het gedicht alvast even door te lezen. Voorlezen is veel minder eng als je weet wat er staat.

bron: marant