Zichtwoorden oefenen om sneller te leren lezen!

Zichtwoorden oefenen om sneller te leren lezen!

Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om een goed technisch leesniveau te bereiken waar ze verder mee kunnen komen in het onderwijs. Dat betekent dus veel en vaak oefenen. Je kunt een kind daarbij helpen door veel voor te lezen en samen te lezen. Daarnaast is er ook nog andere manier om een kind te helpen sneller te kunnen leren lezen, zichtwoorden oefenen.

Sommige woorden worden in het Nederlands meer gebruikt dan anderen. Neem bijvoorbeeld het woordje mijn. Je ziet dat woordje heel vaak terug komen. Dit is een woord dat een kind al vroeg moet leren kennen. Deze veel voorkomende woorden worden vaak aangeduid als zichtwoorden. Aangezien een kind ze op het eerste gezicht dient te herkennen.  Als een kind veel zichtwoorden ogenblikkelijk kan herkennen, kan hij sneller lezen. Kinderen met dyslexie hebben moeten met het leren van deze zichtwoorden .

Zichtwoorden oefenen

Een manier om kinderen nieuwe woorden te leren lezen of schrijven is door ze het heel veel keren te laten doen. Dit kun je op een leuke manier oefenen met een kind! Neem tien veel voorkomende woorden en doe het volgende:

Pak tien stukjes papier en schrijf op elke papiertje één van de tien zichtwoorden (bijv. mijn, haar, in, op, dus, dan e.d.). Laat een kind ze uitspreiden en omgekeerd neerleggen. Vraag hem daarna om een papiertje om te draaien, het woord te lezen en dat woord vervolgens (zonder het nog een keer te bekijken) op een nieuwe vel papier te schrijven.

Je kunt de papiertjes voor de afwisseling ook een keer op een stapel leggen of in een waaiervorm vasthouden. Bewaar de woorden in een enveloppe en oefen de woorden meerdere keren per week. Deze oefening neem slecht vijf tot tien minuten in beslag. Tegen het einde van de week is een kind veelal vertrouwd met de woorden. Als dat toch niet het geval mocht zijn, stop de woorden waarmee hij nog steeds worstelt gewoon terug in de envelop en laat ze deel uitmaken van de tien van de week erop.

Enkele voorbeelden van zichtwoorden lees je hier

Sinterklaasgedichten voorlezen als je dyslectisch bent

Sinterklaasgedichten voorlezen als je dyslectisch bent

Op veel scholen is het traditie om vanaf groep 5 surprises te maken. Ontzettend leuk natuurlijk, maar daar hoort ook vaak een gedicht bij. En dit laatste is niet altijd leuk voor kinderen met dyslexie. Niet het maken van het gedicht, maar het voordragen ervan. Sinterklaasgedicht en dyslexie geen match.

Sinterklaasgedicht en dyslexie

Het voorlezen van een sinterklaas gedicht is voor veel kinderen met dyslexie lastig.  Alle ogen zijn op jou gericht en je wilt een gedicht zo mooi mogelijk voordragen. Geen fouten maken en op een juiste toon en met een correcte intonatie voorlezen. Zodat het gedicht er vloeiend en op rijm uitkomt.

Heeft jouw kind iemand getrokken met dyslexie of heeft jouw kind dyslexie, dan kunnen onderstaande tips helpen. Sinterklaasgedicht en dyslexie zullen nooit dikke vrinden worden. Maar deze tips kunnen het enigszins beter maken.

1. Maak het gedicht niet te lang

Wanneer je een gedicht moet maken voor iemand die niet graag lees houd, maak hem dan niet te lang. Houdt het gedicht overzichtelijk door het in coupletten op te delen. Stel je voor, je ziet tegen het lezen van een gedicht op. Je vouwt het blaadje open en je ziet dat het maar om drie coupletten van vier regels gaat. Dat valt enorm mee. De drempel om het gedicht nu voor te lezen wordt zo een stuk lager.

2. Gebruik een overzichtelijk en een groter lettertype

Het is verleidelijk om een ‘gezellig’ lettertype te kiezen, waardoor het gedicht net wat meer lijkt op het handschrift van Sinterklaas. Voor kinderen die moeite hebben met lezen is dit niet prettig. Het ontcijferen van die lettertypes is veel vermoeiender dan het lezen van lettertypes als Verdana, of Arial. Kies ook voor een grote lettertype 14 bijvoorbeeld een ruime regelafstand.

3. Maak gebruik van ritme, rijm en korte zinnen

Net zoals kinderen makkelijker gedichtjes onthouden die rijmen en een eenvoudig ritme hebben, zo leest dat ook veel makkelijker. Je maakt het gedicht voorspelbaar, wat het lezen eenvoudiger maakt. Denk dan bijvoorbeeld aan het rijmschema AABB CCDD.

De sint zat te denken,
wat hij Fleur zou schenken.
Hij heeft gezocht in alle gaten en hoeken
om voor hem wat leuks uit te zoeken.

4. Kies voor een samenleesgedicht

Wil je toch wat meer vertellen of lastige woorden gebruiken om een punt te maken? Probeer dan eens een samenleesgedicht. Dit werkt hetzelfde als het principe van samenleesboeken. Je gebruikt grote letters voor de eenvoudige regels die het kind leest en kleine letters voor de lastige regels voor de volwassene of een ander kind. Zo maak je er een gezellig leesmoment van, waarbij het kind maar de helft voorleest en waarin je toch veel kwijt kunt!

5. Voorbereiding

Laat een kind, die het moeilijk vindt om iets goed voor te dragen, het gedicht van te voren even rustig doorlezen. Of lees het samen even door. Vraag aan de ouder van het dyslectisch kind of hij dat fijn vindt. Ook kan de leerkracht een moment creëren door iedereen even wat rommel te laten opruimen van andere surprises. Dit geeft een kind de gelegenheid om het gedicht alvast even door te lezen. Voorlezen is veel minder eng als je weet wat er staat.

Heb jij nog meer tips over sinterklaasgedicht en dyslexie? Laat ze ons weten.

Lees meer over hoe het dyslectisch brein werkt

bron: marant

5 misvattingen over kinderen met dyslexie!

5 misvattingen over kinderen met dyslexie!

Er zijn vandaag de dag nog steeds veer misvattingen over dyslexie. Mensen weten soms wel dat dyslectische kinderen creatief zijn. En dat ze moeite hebben met lezen. Kinderen met dyslexie (en hun ouders) hebben nog altijd te maken met een hoop vooroordelen. We hebben er een aantal op een rijtje gezet en proberen er een stukje duidelijkheid over te geven.

1. Kinderen met dyslexie willen niet lezen

Ze willen wel lezen, maar lezen kost dyslectici enorm veel moeite. Als het keer op keer niet lukt, raken dyslectische kinderen vaak ontmoedigd. Met de juiste boeken op het juiste moment lukt het vaak wel. Dat wil zeggen met boeken met een lager AVI-niveau, met een onderwerp dat aansluit op de belevingswereld en leeftijd van het kind.

2. Wie dyslexie heeft is dom

Als je zelf goed kunt lezen is het soms moeilijk je voor te stellen hoe het is om minder goed te kunnen lezen. Taal is vaak een extra belemmering zijn voor kinderen met dyslexie, ook bij andere vakken zoals aardrijkskunde of rekenen, daar moet soms veel gelezen worden. Uit onderzoek blijkt echter dat dyslexie voorkomt in alle lagen van de bevolking en los staat van intelligentie. Kinderen met dyslexie denken anders

3. Dyslexie is een modeverschijnsel

Dyslexie is al jarenlang erkend. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met dyslexie de koppeling tussen letters en klanken niet goed kunnen maken. Er misschien steeds minder kinderen met dyslexie, maar deze andere manier van denken heeft altijd bestaan. Een vervelende misvattingen over dyslexie

4. Dyslexie is een excuus om de regels niet te hoeven leren

Kinderen met dyslexie zijn vaak zo met taal bezig, dat ze het tegenovergesteld van lui zijn. Tijdens het leren lezen moeten dyslectische kinderen meer moeite doen om de klanken die ze horen in een gesproken woord te koppelen aan letters. Het probleem is dus vooral het leren te automatiseren van de regels.

5. Dyslexie gaat over

Veel oefening en leeservaring is een noodzakelijke voorwaarde om de lees- en spellingvaardigheid op een beter, functioneel niveau te krijgen. Dat geldt voor normale lezers en ook voor dyslectici. Kinderen kunnen al op jonge leeftijd heel goed om leren gaan met dyslexie, het gaat echter nooit helemaal over.

Bewaar deze blog op pinterest

Misvattingen Over Dyslexie

Hoe werkt een dyslectisch brein?

Hoe werkt een dyslectisch brein?

Wanneer je geen dyslexie hebt is het moeilijk om je voor te stellen wat het is om dyslexie te hebben. Om te begrijpen op welke manier je er last van kan hebben en op hoeveel verschillende vlakken dit doorwerkt. Door beter te begrijpen wat het is, kun je kinderen met dyslexie beter in hun kracht zetten.

Waar hebben kinderen met dyslexie moeite mee?

Bij dyslexie denken we vaak aan kinderen die moeite hebben met lezen en schrijven, die de b en d omdraaien of de p en q. Daar hebben veel dyslectici inderdaad moeite mee, maar dyslexie is meer dan dat.
Kinderen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan de meeste mensen.

Kinderen met dyslexie denken anders. De meerderheid van de mensen denkt vooral met de linker hersenhelft, dyslectici denken vooral met hun rechter hersenhelft. Dat levert een andere denkwijze en leerstijl op, die vaak het conceptuele denken word genoemd.

Denken via vooral de rechterhersenhelft

Bij dyslectici is de rechterhersenhelft in het denken, in het verwerken van informatie, dominant. Dat betekent dat er een sterke voorkeur bestaat voor het denken via deze rechter-hersenhelft. Een kind met dyslexie, heeft vervolgens een zwakte voor het verwerken van taal. Net zoals andere kinderen bijvoorbeeld moeite hebben met tekenen, muziek of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Lees meer over de linker een rechterhersenhelft

Conceptueel denken

Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, ‘bepalen’ de eigenschappen van die hersenhelft de manier van informatie verwerken en de manier van leren.

Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken of lineair denken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Dit wordt ook wel beelddenken genoemd. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers.  Veel conceptuele denkers zijn eveneens hooggevoelig.

Dit betekent overigens niet dat conceptueel denkers niet logisch kunnen denken, maar hun logica is wel anders.

Kinderen met dyslexie vaker linkshandig!

Dyslectici zijn rechts dominant in het denken, net zoals velen ook met hun hand, voet, oog en oor rechts dominant zijn.
Linkshandigheid komt onder dyslectici echter vaker voor dan bij niet-dyslectici.

Een andere organisatie van de hersenen

Wanneer de hersenen van dyslectici worden onderzocht, wordt vaak gefocust op wat er in de linker hersenhelft anders gaat. En specifiek waarom drie gebiedjes niet in dezelfde mate geactiveerd worden zoals bij niet-dyslecticus. Het brein van dyslectici werkt gewoon anders.

Dyslectische hersenen bevatten allemaal ver uit elkaar liggende neuronen en veroorzaken zo fysiek grotere hersencircuits. Zij zien daardoor het grotere geheel, zien sneller ongebruikelijke of verre verbanden, plaatsen dingen in de context van situaties. Ze herkennen sneller de essentie van dingen, maar zijn dus veel zwakker in de verwerking van fijne details en minder efficiënt in routinetaken.

bron: werkendyslexie

 

Anders, maar niet minder!

Anders, maar niet minder!

Anders maar niet minder, het klinkt zo cliché, maar zo waar. Hoe krijg je dat bij een kind tussen zijn oren, dat anders niet minder is. Hoe zorg je ervoor dat een kind dat zich anders voelt, zich niet minder voelt.

Kinderen, met én zonder label, ondervinden binnen het onderwijs en in de maatschappij problemen omdat hun talenten niet voldoende erkend en gewaardeerd worden. De aandacht ligt vooral op de punten waarop ze “afwijken” of niet voldoen aan de algemene verwachtingen.

Kinderen met een label (bijv ADHD of dyslexie) zijn vaak net zo slim als hun vrienden en klasgenoten. Maar ze voelen zich zelden zo omdat ze anders leren en denken. Hun antwoorden zijn soms onverwacht. Hun observaties worden niet altijd op prijs gesteld. En hun expertisegebieden worden veelal niet beoordeeld of gewaardeerd. En dat terwijl ze net zo waardevol en bijzonder zijn als elk kind. Zij benaderen problemen en issues op een andere wijze en hebben andere kwaliteiten waarmee ze een belangrijke aanvulling zijn op het ‘mainstream’ denken. 

Onvoldoende zelfvertrouwen

De vele hobbels waar jonge “anders lerende” kinderen tegenaan lopen, maakt dat ze soms net iets vaker geprezen moeten worden op hun talent. In woord en daad.
Maar al te vaak gaan deze talenten verloren omdat kinderen onvoldoende zelfvertrouwen hebben om hun talenten te ontwikkelen en in te zetten.
Ze blijven zich soms hun leven lang minder voelen dan anderen. Ze durven onvoldoende hun hart te volgen en hun talenten te benutten. Door de aandacht te veel te richten op wat je niet kan, komt je niet tot het ontdekken en inzetten van je talent.

Veel ADHD’ers zijn ontzettend goed in out of the box denken. Met de snel veranderende maatschappij, een kwaliteit die op veel fronten kan worden ingezet.
Dyslectische kinderen bezitten vaak een groot ruimtelijk inzicht, hebben veel ideeën en zijn innovatief.

Ondernemer Richard Branson kon op zijn achtste nog niet lezen omdat hij geen minuut kon stilzitten in de klas. Dertien jaar later richtte hij Virgin Records op, gevolgd door vele succesvolle ondernemingen. Dyslexie en ADHD zijn zeker geen belemmering voor hem geweest, maar juist zijn kracht. Die hij heeft weten in te zetten.

Nu wil ik geen pleidooi gaan houden voor alle kinderen met “leerproblemen” dat ze succesvolle miljoenenbedrijven kunnen opzetten en runnen. Maar wel dat het in een ieder zit om zijn talent te ontwikkelen en benutten. Een gebrek aan voldoende zelfvertrouwen als gevolg van de manier waarop kinderen in hun jonge jaren zijn benaderd, mag dit niet remmen.

Wat echt helpt

Al die aandacht op wat een kind niet goed kan, extra oefenen om hier toch iets beter in te worden. Avonden lang ploeteren om te voldoen aan de gemiddelde eis die aan scholieren worden gesteld. Niet eens tijd overhouden voor de dingen waar ze goed in zijn. Het gebrek aan erkenning van talenten van kinderen die anders leren.

Ik ben ervan overtuigd dat als je kinderen laat doen waar ze goed in zijn, hen zich laat ontwikkelen op deze vlakken, dit zorgt voor zoveel motivatie, dat andere dingen ook beter zullen gaan.
Probeer niet van een vijf een zes te maken, maar van een acht een tien.  
Ik zou zo graag zien dat kinderen oprecht gewaardeerd worden voor hun talent. Dit klinkt makkelijk, maar check bij een kind of het ook zo ervaren wordt. Gelooft hij zelf in zijn eigen talenten?

Vergroten van het zelfvertrouwen

Hoe benut je de talenten van deze kinderen die anders leren? Het antwoord zit in het vergroten van het zelfvertrouwen van kinderen. Het ondersteunen van een kind in het vinden van de gebieden waarin zij uitblinken. En vervolgens activiteiten vinden die op die sterke punten in spelen. Zelfvertrouwen volgt dan bijna altijd. En wanneer een kind zich zelfverzekerd voelt, doet hij het beter op school en in het leven.

 

 

Meer over anders leren

Topografie leren! Zo haal je een dikke voldoende

Topografie leren! Zo haal je een dikke voldoende

Vanaf groep 6 krijgen de meeste kinderen topografie. Ze krijgen veelal een niets zeggend kaartje mee naar huis met daarop wat stippen. Bijzonder hoe zo’n kaartje er na al die jaren nog steeds zwart wit ziet en vaak onherkenbaar is. Maar daar gaat deze blog niet over. Hoe help je je kind om alle plaatsen te leren? Lees onze tips hoe topografie leren wel lukt! 

Veel kinderen hebben moeite om de plaatsnamen en provincies uit hun hoofd te leren. Als ouder heb je dan vaak een belangrijke rol om je kind aan een voldoende te helpen. Maar hoe doe je dat?

Met name kinderen met dyslexie hebben moeite om topografie te leren. Kinderen met dyslexie hebben moeite met automatiseren. Hierdoor is het lastig om feitenkennis te onthouden. De verschillende plaatsnamen zegt hen niets en ze hebben geen beeld bij woorden zoals ‘De Rijn’ of ‘Emmen’. Vaak lukt het wel om plaatsen in de buurt wel te onthouden. Deze namen hebben namelijk betekenis. Wanneer we na gaan denken over plaatsen en landen buiten Nederland wordt het lastig.

5 tips die helpen bij topografie leren op de basisschool

1. Maak plattegronden levendig

Maak de plattegrond levendig door gebruik te maken van kleuren. Geef bijvoorbeeld de rivieren een blauwe kleur en de provincies elk een eigen kleur. Dit maakt de plattegrond al duidelijker voor een kind.

2. Associaties

Kinderen hebben over het algemeen geen beeld bij plaatsen waar ze nog nooit zijn geweest. Zo kan je als ouder vertellen over de kaasmarkt in Alkmaar of er een filmpje over laten zien. Op deze manier krijgen deze steden meer betekenis en kunnen ze deze plaatsen beter onthouden. . Associaties kunnen ook worden gemaakt door te gaan rijmen op het woord of na te gaan waar je kind aan denkt bij deze plaatsnaam. Zoek daarbij naar verbanden. Bijvoorbeeld de stad Den Helder. Helder is lucht, lucht is boven en Den Helder ligt in het puntje van de provincie Noord-Holland. Let daarbij wel op dat de associaties gemaakt moeten worden door je kind. Als het voor je kind niet logisch blijft de naam minder goed hangen.

3. Topografie leren door een reis te maken

Maak een reis. Dit heeft deels te maken met tip 2, maar als ouder kan je goed ondersteunen door aan de hand van de te leren plaatsnamen of landen een verhaal te verzinnen. In het verhaal staat je reis door alle plaatsen centraal. Je gaat een verhaal verbinden aan de verschillende locaties. Op deze manier krijgen niet alleen de verschillende namen betekenis maar wordt de volgorde ook benadrukt.

4. Verdeel

Om alle plaatsen of gebieden goed te onthouden is het belangrijk het leerwerk te verdelen. Het werkt niet alles op een avond te willen leren. Verdeel de te leren plaatsen over verschillende dagen. Daarbij is een houvast om altijd te starten met wat je de vorige dag hebt geleerd als herhaling. Vervolgens voeg je er een paar plaatsen aan toe zodat je op de laatste dag alleen nog maar hoeft te herhalen.

5. Overhoren

De dag voor de toets neem je samen met je kind nog een keer alles door. Goed om te weten is dat bij kinderen met dyslexie eigenlijk nooit schrijffouten worden mee gerekend bij een topografietoets. Dat neemt in ieder geval de druk weg om alle plaatsen juist te leren schrijven. Het is toch ook geen spellingsles!

 

bron studieus.nl