**//sticky ads code//**
Een brief aan mijn leraar

Een brief aan mijn leraar

Kinderen met dyslexie kunnen heel goed zelf vertellen wat ze nodig hebben. De behoefte per kind met dyslexie varieert per kind. Deze mooie film werd getoond bij de opening van de van de Nationale Dyslexie Conferentie 2019

Kinderen met dyslexie lopen veel tegen dezelfde dingen op school. Elke kind heeft weer andere behoefte, deze mooie film zet dit goed uit een. Ook laat het kinderen zien dat ze niet alleen zijn. En dat ze bijzonder zijn en hun kwaliteiten hebben.

Nationale Dyslexie Conferentie

Alle leerlingen, studenten en volwassenen met leesproblemen moeten zich optimaal kunnen ontplooien. Het bestrijden van kansenongelijkheid en stimuleren van talent staat hierbij centraal. We doen het in Nederland goed, maar het kan nog beter!

Meer dan 30 prominente sprekers deelde op 27 maart daarom nieuwe wetenschappelijke inzichten, adviezen en praktische handvatten met u. Want actuele onderzoeksresultaten, nieuwe inzichten en ervaringen maken dat het zorglandschap rondom leesproblemen en dyslexie blijft veranderen en verbeteren.

Dyslexie signalen en tips

Dyslexie signalen en tips

Als een kind moeite heeft met leren lezen behoeft dit niet gelijk te betekenen dat er sprake is van dyslexie. Wanneer kan er sprake zijn van dyslexie? We hebben de belangrijkste dyslexie signalen voor je op een rijtje gezet.

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden.
Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau te moeizaam. Dit staat los van iemands intelligentie. Dyslexie kan vastgesteld worden met een diagnostisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt eerst het niveau van lezen en spellen bepaald. Daarna volgt onderzoek naar vaardigheden waarop kinderen met dyslexie uitvallen, de dyslexie-indicatoren. Er wordt getest op nauwkeurigheid en snelheid van woordherkenning. Verder wordt gekeken naar vaardigheden waarop kinderen met andere leesproblemen uitvallen, maar kinderen met dyslexie niet.

Wat zijn dyslexie signalen?

Het belangrijkste kenmerk van dyslexie is dat een kind hardnekkige probleem ondervindt bij het leren lezen en spellen op woordniveau. Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om het (technisch) lezen aan te leren.

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben :

  • met het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • met het verschil tussen de letters b en d
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’ en ‘drop’ of ’12’ en ’21’
  • om de aandacht te houden bij gesproken woord , ‘klankinformatie’
  • met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen

Dyslexie en lezen

lezenDe leesproblemen van kinderen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Het kan zijn dat een kind een traag leestempo heeft of de woorden spellend leest. Andere kinderen hebben een hoog leestempo, maar maken juist veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Dyslexie en spelling

Kinderen met dyslexie maken langdurig veel spellingfouten en hebben, omdat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Het kan zijn dat ze één bepaald woord op een bladzijde op verschillende manieren spellen. Kinderen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. De losse woorden worden gemakkelijk weer vergeten omdat het op een ongestructureerde manier in het geheugen worden opgeslagen.

Dyslexie en schrijven

Kinderen met dyslexie schrijven vaak slordig en onleesbaar. Ze maken veel doorhalingen. Bij kinderen die wel leesbaar schrijven, valt op dat ze langzaam schrijven.

Tips om kinderen te helpen met hun dyslexie

  • Oefen regelmatig met een kind, waarbij het beter is vier keer 15 minuten te lezen, dan één keer een uur.
  • Kies boekjes die aansluiten bij het leesniveau op school. Vraag hiervoor tips aan school.
  • Zorg dat het leuk, gezellig en ontspannen is tijdens het lezen, zodat een kind gemotiveerd blijft.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de oefeningen, bijvoorbeeld door af en toe stripboeken, korte verhalen en informatieve boeken te kiezen.
  • Zet woorden waar een kind moeite mee heeft op kleine papiertjes en ga deze oefenen door ze te flitsen (snel achter elkaar neerleggen terwijl een kind de woorden hardop leest)
  • Ganzenborden met woorden. Schrijf de moeilijke woorden op een klein (gekleurd) papiertje. Legt deze in een cirkel of in de vorm van ganzenbord. Je hebt twee pionnen en een dobbelsteen. Om de beurt gooien, de dobbelsteen geeft aan hoeveel stappen iemand vooruit mag. Bij elke stap zegt je het woord welke op het papiertje staat. Maakt iemand een fout dan mag de ander het ook nog één keer proberen en één plaatsje vooruit. Wie het eerst bij de finish is heeft gewonnen.

beeld: 123RF Stockfoto

Anders denken

Anders denken

Mensen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan mensen zonder dyslexie. Dyslectici denken anders.

Goede lezers

Via functionele MRI-scans is aangetoond dat mensen meestal voor het lezen en schrijven drie gebieden in het linkerdeel van de hersenen gebruiken.
Deze gebieden staan in directe verbinding met elkaar en zijn elk voor een deel van de taalverwerking verantwoordelijk.
In het Centrum van Broca, vindt o.a. de analyse van woorden plaats, maar ook de articulatie en het spreken. Achterin, in het Centrum van Wernicke en het Woordvormgebied, komt alle informatie samen en wordt o.a. opgeslagen hoe een woord eruitziet, hoe het klinkt en wat het betekent.  Deze gebieden worden bij lezen en informatie verwerken geactiveerd.

Dyslectische lezers

Voor dyslectici geldt dit niet. Wetenschapper Shaywitz toonde aan dat de verbindingen tussen deze 3 gebieden in de linkerhersenhelft bij dyslectici niet werken. Zelfs niet bij dyslectische kinderen van vier jaar. Alleen het Centrum van Broca, waar de woordanalyse en spraak is gelokaliseerd, wordt geactiveerd. Het Centrum van Wernicke en het woordvormgebied vertonen geen enkele activiteit. Bij dyslectici ontstaat een alternatieve route in de hersenen voor het opslaan en terugvinden van de betekenis van woorden die vooral via de rechterhersenhelft loopt. De oorzaak hiervan is dat de rechterhersenhelft van dyslectici in het denken, in het verwerken van informatie, dominant is.

Dat betekent dat dyslectici anders denken. Ze hebben een sterke voorkeur voor het denken via de rechterhersenhelft. Een voorkeur die zo sterk is, dat taal moeilijk wordt geautomatiseerd naar de linkerhersenhelft.

Dat is niet de enige oorzaak van dyslexie. Iemand die dyslectisch is, heeft een natuurlijke zwakte voor het verwerken van taal, net zoals andere mensen moeilijk kunnen tekenen of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Wat doen de beide hersenhelften?

Van de rechterhersenhelft is bekend dat deze verantwoordelijk is voor o.a. onze verbeelding, de intuïtie, het onderbewustzijn en onze creativiteit. Maar ook het leggen van verbanden en meerdere dingen tegelijk kunnen doen. Het snel kunnen scannen en verwerken van informatie en van het omgaan met nieuwe situaties. Dat zijn hele andere eigenschappen dan die eigenschappen waarvoor de linkerhersenhelft verantwoordelijk is. Namelijk het logisch redeneren, het analyseren van situaties, systematiek aanbrengen. Het stap voor stap iets aanpakken en het aanbrengen van routine in dagelijkse vaardigheden.

De linkerhersenhelft is ook verantwoordelijk voor de taal. Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, bepalen deze functies de manier van informatie verwerken. Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers, wat overigens niet betekent dat ze helemaal niet logisch kunnen denken.

Gevolgen voor het dyslectische denken

Een niet-dyslecticus heeft dus direct toegang tot de vorm, betekenis en uitspraak van woorden. De dyslecticus heeft dat niet en moet daar via zijn rechterhersenhelft achterkomen, dus via het maken van beelden, het leggen van verbanden en structuren, het hebben van allerlei associaties. Dit toont ook de voorliefde van dyslectici voor het uitgebreid redeneren, het denken in beelden, het leggen van verbanden, het probleemoplossende en kritische denken. Omdat er in korte tijd zoveel (bijkomende) informatie wordt verwerkt, hebben dyslectici in het algemeen vaak moeite om in een paar zinnen te vertellen wat zij bijv. hebben gelezen

bron: www.werkendyslexie.nl

Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Wanneer een dyslexietest aanvragen?

Als ouder heb je vaak al in een vroeg stadium in de gaten dat er ‘iets’ aan de hand is met je kind. Vermoedens van eventueel dyslexie zijn vaak gebaseerd op ervaringen met oudere kinderen of herinneringen uit de eigen jeugd. Hoe werkt het als je een dyslexietest wil aanvragen? Wie doet, wanneer kan dit, wat moet je als ouder doen?

Eén derde van de kinderen die een ouder heeft met dyslexie, ontwikkelt zelf ook dyslexie. Neem eigen observaties en zorgen altijd serieus en schroom niet ze te delen met de school. Om te voorkomen dat een kind in de knel komt te zitten, is het essentieel om een kind emotionele steun te geven.

Waarom een dyslexietest bij kinderen laten doen?

Er zijn verschillende situaties waarin het handig is om een dyslexietest bij kinderen te laten doen met als doel een dyslexieverklaring te krijgen:
• Een kind heeft dit nodig om extra begeleiding op school te krijgen voor zijn dyslexie.
• Acceptatie in het feit dat lezen moeilijk gaat.
• Meer begrip vanuit de omgeving van een kind.
• Toegang krijgen tot hulpmiddelen welke worden vergoed door de ziektekostenverzekering,
zoals een Daisy-speler

Wanneer een dyslexietest?

Een school mag een kind doorverwijzen naar een instelling voor een test als een kind drie keer achter elkaar laag scoort op de Cito op de onderdelen lezen of spelling. Het gaat om de zogenoemde DMT toetst, ook wel drie minuten toets, het woordlezen. Behoort een kind op drie achtereenvolgende meetmomenten tot de zwakste 10%, een E-score. Of behoort een kind op spelling drie achtereenvolgende meetmomenten tot de zwakste 10% (E-score Cito spelling) en op lezen tot de zwakste 16% (D-score).
Na het invullen van vragenlijsten door school en ouders dient er bij de gemeente een beschikking worden opgevraagd, waarna een instantie de test mag uitvoeren.

Wat kun je als ouder in deze fase doen?

Bij een vermoeden van dyslexie dient er meer gelezen te worden met een kind. Tevens moet een kind extra instructie worden aangeboden, alvorens er een test kan worden aangevraagd. Dit dient in het schooldossier of groeidocument te worden verwerkt. Tussen een tweede en derde meetmoment ligt hier een belangrijke taak voor ouders om in gesprek te gaan met school over hetgeen “extra” gedaan moet zijn alvorens het traject van een dyslexieonderzoek kan worden opgestart.

Hoe sneller een eventueel dyslexie wordt vastgesteld, hoe sneller een kind geholpen kan worden. En niet onbelangrijk hoe snel een kind zelf zijn of haar leesprobleem een beter plek kan geven.
Er wordt met betrouwbare testen vastgesteld of er sprake is van een achterstand in lezen en spellen. Dit kunnen AVI-toetsen of andere testen zijn die bij de leesmethode horen. Hierbij wordt:
• zowel op nauwkeurigheid als op snelheid van woordherkenning getest
• vastgesteld dat dit niet komt door een algemeen leerprobleem, een taalstoornis of psychische stoornis
• gekeken naar de kenmerken van dyslexie die bij de meeste – maar niet noodzakelijk bij alle – leerlingen met dyslexie voorkomen.

Deze kenmerken kunnen zijn:
1. zwakke prestaties bij lezen en spellen
2. het trage moeizame leerproces doet zich alleen voor bij lezen en spellen en niet bij andere vakken
3. de leesproblemen doen zich voor bij het lezen van woorden en lettercombinaties
4. de verwerking van spraakklanken is verstoord / vertraagd
5. het snel achter elkaar benoemen van letters en cijfers is verstoord / vertraagd
6. visueel-orthografische woordherkenning (spellen) is onnauwkeurig / vertraagd
7. het koppelen van visueel-auditieve letter- / woordverwerking is verstoord / vertraagd
8. problemen met het verbale werkgeheugen.

Voor alle zekerheid: het gaat hier bij de genoemde visuele problemen niet om problemen met het zien, maar om problemen met de verwerking van visuele prikkels in de hersenen. Dus om de herkenning van letter- en woordvormen en om de koppeling tussen letter- en woordvormen met klanken in de hersenen.

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologische vaardigheden: Hoe leer je klanken herkennen?

Fonologisch bewustzijn is nodig om goed te leren praten.  Een goed fonologisch bewustzijn helpt kinderen rijmwoorden te herkennen en woorden te verdelen in klankgroepen (bijvoorbeeld kro-ko-dil).

Woorden kunnen worden opgedeeld in meerdere klankgroepen. Het klankbewustzijn is een belangrijke voorspeller voor het leren lezen.
Een klankgroep is niet hetzelfde als een lettergreep. Dit verschil wordt bij het woord potten duidelijk. Wanneer het woord wordt opgedeeld in lettergrepen, zie je pot-ten. Wanneer je luistert naar de verschillende klankgroepen in het woord, hoor je po-tten. Het opdelen van woorden in klankgroepen, dient als een voorbereiding op het latere lezen.

Een kind gaat herkennen welke klank vooraan of achteraan in een woord staat en leert het woord in klanken (fonemen) te verdelen (koek wordt k-oe-k) of uit fonemen samen te stellen (r-oo-s is roos). Om dit te kunnen moet een kind de afzonderlijke klanken niet alleen kunnen waarnemen en herkennen, maar het moet ze ook in de juiste volgorde kunnen onthouden. Dit noemen we het auditieve geheugen

Een ander woord voor spraakklank is foneem. Fonologisch bewustzijn is ´het vermogen om de betekenis van woorden te negeren en zich te concentreren op de klankenstructuur´ (Magnussen en Naucler, 1990). Als het gaat om het vermogen afzonderlijke klanken (fonemen) binnen gesproken woorden te horen, te herkennen en te manipuleren, spreken we over foneem bewustzijn ofwel klanken herkennen.  Om te kunnen leren lezen en spellen zijn goede fonologische vaardigheden nodig.

Kinderen met dyslexie hebben vaak moeite met fonologische vaardigheden. Maar wat zijn eigenlijk fonologische vaardigheden en hoe kun je helpen deze vaardigheden te ontwikkelen. Fonologische vaardigheden hebben te maken met het vermogen om klanken te herkennen en van elkaar te onderscheiden.
Kinderen met fonologische verwerkingsproblemen hebben moeite met bijv. ‘hakken en plakken’ of met het weglaten van een klank uit een woord. Een voorbeeld van een taak om deze fonologische vaardigheden te meten is een klank-weglatingstaak. Bijvoorbeeld ‘mand’ , laat de laatste letter weg, wat wordt het dan.

Spelletjes die kunnen helpen bij fonologische vaardigheden:

  • Rijmen: Door met rijmen en het manipuleren van klanken bezig te zijn, worden kinderen zich bewust van dat woorden uit klanken bestaan en dat er verschillen en overeenkomsten zijn tussen klanken
  • Identificeren wat de eerste klank is: Wat begint er met de M… muur
  • Hak en plak oefeningen. Jij zegt: “B-oo-m” een kind zegt boom
  • Letter bingo (Een kind schrijft een aantal letters op een blaadje). Nu kun je opdrachten geven zoals de middelste letter van teen. Een kind moet dan de ee aankruisen.
  • Dobbelstenen spel.  
    Op een paar dobbelstenen plak je letters. Gooi met de dobbelstenen en bedenk om de beurt een woord met de letter die je hebt gegooid. Je kunt dit ook met één of twee dobbelstenen doen. De middelste letter of de eerste en laatste letter. Voor kinderen die moeite hebben met het automatiseren en leren van klanken is dit een leuke ontspannende manier om te oefenen.
Hoe werkt een dyslectisch brein?

Hoe werkt een dyslectisch brein?

Wanneer je geen dyslexie hebt is het moeilijk om je voor te stellen wat het is om dyslexie te hebben. Om te begrijpen op welke manier je er last van kan hebben en op hoeveel verschillende vlakken dit doorwerkt. Door beter te begrijpen wat het is, kun je kinderen met dyslexie beter in hun kracht zetten.

Wat is dyslexie op het eerste gezicht

Bij dyslexie denken we vaak aan kinderen die moeite hebben met lezen en schrijven, die de b en d omdraaien of de p en q. Daar hebben veel dyslectici inderdaad moeite mee, maar dyslexie is meer dan dat.
Kinderen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan de meeste mensen.

kinderen met dyslexie denken anders. De meerderheid van de mensen denkt vooral met de linker hersenhelft, dyslectici denken vooral met hun rechter hersenhelft. Dat levert een andere denkwijze en leerstijl op, die vaak het conceptuele denken word genoemd.

Denken via vooral de rechterhersenhelft

Bij dyslectici is de rechterhersenhelft in het denken, in het verwerken van informatie, dominant. Dat betekent dat er een sterke voorkeur bestaat voor het denken via deze rechter-hersenhelft. Een kind met dyslexie, heeft vervolgens een zwakte voor het verwerken van taal. Net zoals andere kinderen bijvoorbeeld moeite hebben met tekenen, muziek of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Lees meer over de linker een rechterhersenhelft

Conceptueel denken

Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, ‘bepalen’ de eigenschappen van die hersenhelft de manier van informatie verwerken en de manier van leren.

Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken of lineair denken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Dit wordt ook wel beelddenken genoemd. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers.  Veel conceptuele denkers zijn eveneens hooggevoelig.

Dit betekent overigens niet dat conceptueel denkers niet logisch kunnen denken, maar hun logica is wel anders.

Dyslectici vaker linkshandig!

Dyslectici zijn rechts dominant in het denken, net zoals velen ook met hun hand, voet, oog en oor rechts dominant zijn.
Linkshandigheid komt onder dyslectici echter vaker voor dan bij niet-dyslectici.

Een andere organisatie van de hersenen

Wanneer de hersenen van dyslectici worden onderzocht, wordt vaak gefocust op wat er in de linker hersenhelft anders gaat. En specifiek waarom drie gebiedjes niet in dezelfde mate geactiveerd worden zoals bij niet-dyslecticus

Dyslectische hersenen bevatten allemaal ver uit elkaar liggende neuronen en veroorzaken zo fysiek grotere hersencircuits. Zij zien daardoor het grotere geheel, zien sneller ongebruikelijke of verre verbanden, plaatsen dingen in de context van situaties. Ze herkennen sneller de essentie van dingen, maar zijn dus veel zwakker in de verwerking van fijne details en minder efficiënt in routinetaken.

bron: werkendyslexie.nl