Tijdsbesef en dyslexie: waarom drie minuten soms geen drie minuten zijn

Tijdsbesef en dyslexie: waarom drie minuten soms geen drie minuten zijn

“Over vijf minuten gaan we weg.”
Voor veel mensen is dat een duidelijke boodschap. Maar voor sommige dyslectische kinderen zegt vijf minuten verrassend weinig. Is dat genoeg tijd om nog even iets af te maken? Kun je nog snel naar boven? Of moet je eigenlijk nu al je schoenen aantrekken?
Veel dyslectische kinderen – en volwassenen – herkennen dat tijd lastig te voelen en in te schatten is. Ze weten prima hoe laat het is en kunnen vaak gewoon klokkijken, maar hoeveel tijd iets kost of hoeveel tijd er voorbij is gegaan, is een ander verhaal.

Tijd is behoorlijk abstract

Een tafel kun je zien. Een kilometer kun je afleggen. Maar een minuut?
Tijd kun je niet vastpakken of zien. Je moet als het ware een intern gevoel ontwikkelen voor wat vijf, tien of dertig minuten betekent.
Juist dat kan voor sommige dyslectische kinderen lastig zijn. Dyslectisch denken is vaak sterk visueel en gericht op beelden, verbanden en het grotere geheel. Tijd daarentegen vraagt veel van volgorde, automatisering en ordening.
Denk maar aan begrippen als:
eerst – daarna – straks – gisteren – morgen – over tien minuten – een half uur geleden.
Je moet niet alleen begrijpen wat deze woorden betekenen, maar ze ook op de juiste plek in een tijdlijn kunnen zetten.

“Ik dacht echt dat ik nog tijd had”

Een kind moet om 8.15 uur vertrekken. Het is 8.00 uur en er moeten nog schoenen aan, een tas worden gepakt en tanden worden gepoetst.
Vijftien minuten. Dat moet makkelijk lukken, toch?
En ineens is het 8.17 uur.
Dat kan overkomen als treuzelen, slecht plannen of niet op de tijd letten. Maar het kind kan zelf oprecht het gevoel hebben dat er nog genoeg tijd was.
Het probleem zit dan niet in het kennen van de kloktijd, maar in het inschatten van tijdsduur.
Hoe lang duren vijf minuten eigenlijk? Hoeveel dingen kun je in een kwartier doen? En hoeveel tijd moet je reserveren voor iets wat je nog nooit eerder hebt gedaan?

Waarom kan tijd inschatten lastiger zijn?

Er is niet één verklaring en dit geldt zeker niet voor iedere dyslect. Wel zijn er verschillende kenmerken die een rol kunnen spelen.

Informatie verwerken kost soms meer tijd.
Vooral bij talige taken kan een dyslectisch brein meer verwerkingstijd nodig hebben. Een opdracht lezen, begrijpen wat er wordt gevraagd en bedenken wat je moet doen, kost dan al tijd voordat je daadwerkelijk begint.

Automatiseren kan lastiger zijn.
Veel dagelijkse handelingen worden door herhaling bijna automatisch. Ook tijdsinschatting ontstaat voor een deel door ervaring en automatisering: dit duurt ongeveer vijf minuten, dat ongeveer een half uur. Wanneer automatiseren minder vanzelfsprekend gaat, kan het moeilijker zijn om zo’n intern gevoel voor tijd op te bouwen.

Volgorde vraagt aandacht.
Plannen betekent eigenlijk dat je vooruitkijkt en verschillende stappen in de juiste volgorde zet: eerst dit, daarna dat en vervolgens moet ik daar zijn. Dat vraagt overzicht én een inschatting van de tijd die iedere stap kost.

Het werkgeheugen kan behoorlijk vol raken.
Wanneer je tegelijkertijd moet onthouden wat je moet doen, in welke volgorde én hoe laat je klaar moet zijn, wordt er veel gevraagd van het werkgeheugen. Zeker wanneer een taak al veel concentratie vraagt, kan de klok gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnen.

En dan komt er ook nog tijdsdruk bij

“Je hebt nog tien minuten!”
Zo’n opmerking is bedoeld om te helpen, maar kan juist extra druk veroorzaken.
Onder tijdsdruk moet een kind niet alleen de taak uitvoeren, maar ondertussen ook nadenken over hoeveel tijd er nog is. Die extra mentale belasting kan ervoor zorgen dat iets juist minder soepel gaat.
Een kind dat zonder tijdsdruk prima weet wat het moet doen, kan daardoor ineens blokkeren, fouten maken of het overzicht verliezen.

Maak tijd zichtbaar

Juist omdat tijd zo abstract is, kan het helpen om tijd zichtbaar en concreet te maken.
Zeg bijvoorbeeld niet alleen:
“Over tien minuten gaan we weg.”
Maar maak duidelijk wat die tien minuten betekenen:
“Je hebt nog tijd om je schoenen aan te doen en je tas te pakken. Daarna vertrekken we.”
Een visuele timer, aftelklok, planning met afbeeldingen of een vaste volgorde van handelingen kan ook helpen. Zo hoeft een kind tijd niet alleen te voelen, maar kan het die ook zien.
Ook helpt het om samen regelmatig vooraf in te schatten hoe lang iets duurt en achteraf te kijken hoeveel tijd het werkelijk kostte. Niet als test, maar als manier om steeds beter gevoel voor tijd te ontwikkelen.

Niet ieder dyslectisch kind heeft moeite met tijd

Het is belangrijk om dyslexie en moeite met tijdsbesef niet één op één aan elkaar te koppelen. Dyslecten verschillen onderling net zo veel als andere mensen.

Maar wanneer een kind steeds te laat begint, denkt dat iets “maar vijf minuutjes” duurt of compleet vergeet hoe laat het is wanneer het ergens in opgaat, kan het waardevol zijn om verder te kijken dan:

“Je moet gewoon beter op de tijd letten.”
Misschien is tijd voor dit kind simpelweg minder vanzelfsprekend.
En dan helpt harder wijzen op de klok meestal niet. Tijd zichtbaar, voorspelbaar en concreet maken vaak wel.

Herken je dit?

Is “ik kom zo!” bij jullie thuis ook een heel rekbaar begrip?
Of denkt jouw kind regelmatig dat iets vijf minuten duurt, terwijl er ondertussen een half uur voorbij is?
Praat er eens over. Juist door samen te ontdekken hoe jouw kind tijd ervaart, kun je zoeken naar manieren die passen bij zijn of haar manier van denken.

Er is meer aandacht nodig voor de kwaliteiten van dyslexie

Er is meer aandacht nodig voor de kwaliteiten van dyslexie

Als het over dyslexie gaat, lees en hoor je veelal alleen de negatieve gevolgen, de worstelingen en moeilijkheden waarmee dyslectische kinderen te maken kunnen krijgen. Variërend van zorgen over lezen en schrijven, verwerkings- en geheugenproblemen en bijbehorende stress of angst. Het is ontzettend zonde om te veel bij deze negatieve effecten stil te staan en alle positieve punten te verwaarlozen. Maar wat zijn de kwaliteiten van dyslexie?

Fouten maken

Gedurende ons leven stoppen we nooit met leren en ons ontwikkelen. Dit kan een echt bevredigend proces zijn.  Het is dus prima om fouten te maken. 
Wat veel fout gaat bij dyslecten, jong en oud is plannen, foutloos schrijven. Ze ervaren een slecht auditief geheugen, langzamere verwerkingssnelheid en hebben vaak een slecht handschrift. Hoewel deze dingen vervelend zijn, ontwikkelen dyslectici coping-strategieën om deze zwakkere eigenschappen te verbeteren of te compenseren. Ze zijn creatief en zetten hun sterke krachten in om hun doel te bereiken.
Wat bijzonder is, is dat deze minder sterke eigenschappen soms alleen door de persoon zelf als zwakker worden ervaren. Andere zien dit totaal anders. Bovendien is het menselijk brein erg goed in het versterken en verdraaien van de perceptie van een negatieve eigenschap of vaardigheid. Dit maakt dat dyslecten meer dan gemiddeld last hebben van een minder positief zelfbeeld.

Aandacht voor kwaliteiten van dyslexie

Hoewel het belangrijk is om te streven naar ontwikkeling en verbetering van dingen die moeilijk gaan, is het belangrijker, vooral voor een dyslectisch kind,  om de nadruk te leggen op en zich te concentreren op sterke punten. Veel dyslectici kunnen gedemotiveerd raken en bang zijn voor nieuwe en uitdagende taken die niet lukken, met als resultaat een lager zelfbeeld en hoger angstniveau

Ronald Davis een bekend auteur op het gebied van dyslexie, benadrukt het belang van de persoonlijke sterke punten van dyslectici in zijn boek The Gift of Dyslexia. Hij benadruk dat alle dyslectici over verschillende sterke punten, vaardigheden en ‘unieke gaven’ beschikken. Zelfs als een dyslectische persoon deze zelf niet herkent. 

Er is ook een Nederlandse vertaling, van The gift of Dyslexia:  de kans van dyslexie

Veel dyslectici kunnen excelleren en bloeien op het gebied van creativiteit. Maar ook op verbeeldingskracht, ‘buiten de kaders’ denken en aandacht voor detail. Hoge emotionele intelligentie, veerkracht en ijver. In wezen kunnen al deze vaardigheden en eigenschappen uitstekende platforms zijn voor succes op tal van gebieden in het leven.

Concentreren en focussen op sterke punten en niet al te lang stilstaan ​​bij zwakheden of fouten is erg belangrijk in de dyslectische wereld. Het is essentieel voor het bevorderen van het welzijn en de veerkracht van dyslectici. Zeker aangezien ze zich vaak onzeker voelen en daarom uitdagingen uit de weggaan.

Wanneer iemand met dyslexie beschikt over voldoende zelfvertrouwen en zijn unieke talenten heeft kunnen ontdekken, kan hij veel bereiken. Naast de successen die dit iemand brengt, maakt het ook dat iemand beter in zijn vel zit en daardoor gelukkiger is. 

Wanneer een dyslexie test aanvragen

Hoe zit dat met onze linker- en rechterhersenhelft?

Hoe zit dat met onze linker- en rechterhersenhelft?

We worden allemaal geboren met een dominante rechterhersenhelft. We kunnen nog niet praten of dingen beredeneren, dit komt pas op latere leeftijd. Als baby verkennen we onze omgeving door te bewegen met onze armen en benen.  Met klanken (huilen) maken we duidelijk dat we iets willen. Alles is gericht op het zo snel mogelijk vervullen van een behoefte. Dit is het primaire denkproces.

Wanneer een baby honger heeft en dit duidelijk wil maken. Gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen.
Rond het derde/vierde levensjaar vindt een omslag punt plaats. Kinderen leren praten. Taal gaat overheersen en een kind gaat de wereld ‘beredeneren’. Dit wordt het secondaire denkproces genoemd.

Dominante rechterhersenhelft

Een kleine groep mensen blijft in beelden denken, veelal dyslectische mensen. De rechterhersenhelft blijft dominant. De linkerhersenhelft kan een achterstand gaan vertonen, maar dit hoeft niet. Hoogbegaafde mensen zijn vaak beelddenkers en zijn ook goed in taal en rekenen. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken. Maar ook kleine problemen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wanneer een kind niet gelijk krijgt wat hij wilt. Een beelddenkers wil direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: EEN GLAASJE LIMONADE, NU. Alle  argumenten waarom dit niet kan snapt een kind niet.  Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit (zeker bij jonge kinderen) een driftbui veroorzaken. Een kind krijgt dan vaak het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Om een kind duidelijk te maken en een beeld te geven waarom hij moet wachten, kun je een kind vragen of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en limonade kan inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Schrik echter niet van een creatief antwoord want beelddenkers zijn heel vindingrijk als ze iets voor elkaar willen krijgen.

Gebruik van de linker en rechterhersenhelft

Linker hersenhelft Rechter hersenhelft
-Secondair voorkeursdenken
– Beredeneren
– Informatie opbouwen
– Planning en organisatie
– Tijdsbesef
– Details
– Het zoeken naar verschillen
-Woorden (taal)
-Nummers (rekenen)
– Op verschillen letten
-Primair voorkeursdenken
-Beleven
-Ritme
-Ruimtelijk inzicht
-Overzicht
-Het leggen van verbanden
– Verbeelding
-Beleving
-Kleur
– Op overeenkomsten letten

Hier vindt je een test om te kijken welke hersenhelft bij jouw dominant is!

Welke problemen ondervinden kinderen als hun rechterhersenhelft dominant is.

Hersenhelften

bron: ikleeranders.nl

Ongewenst gedrag anders bekeken!

Ongewenst gedrag anders bekeken!

Dit is het verhaal van Sil. Sil is zo’n kind dat  bij iedereen op school bekend is. Sil vertoont ongewenst gedrag, hij is aanwezig, vrolijk, sociaal, creatief, lief…

Maar ook: wiebelig, niet luisterend naar de juf, naar buiten kijkend als de juf iets uitlegt, te laat komen, want er kwam iets anders heel belangrijks tussendoor… En ga zo maar door.
En die laatste kenmerken, die komen steeds weer naar voren. Op de rapporten staat dan: ” Sil is een lieve leuke jongen, maar hij is snel afgeleid.” Of: ”Sil is nogal dromerig” Of: “ Het zit erin, maar het komt er nog niet uit”. Allemaal goed bedoelde aantekeningen van de leerkracht, die ook zo graag wil dat Sil hogere cijfers haalt.

En wat dan?

School en ouders gaan oplossingen bedenken. Want allemaal willen we dat Sil het beter gaat doen op school, en dat hij niet steeds het idee krijgt van:” ik doe het (weer) niet goed”.

Sil gaat als het ware “een traject” in. Om hem te helpen bij zijn ongewenst gedrag.Sil krijgt rt op school, om de leerstof extra te oefenen. Hij krijgt ook huiswerk, om samen met met zijn ouders te doen. Als dit niet voldoende werkt, moeten ouders allerlei vragenlijsten invullen. Sil moet allerlei testjes doen, om te kijken waar het probleem zit. En dan de uitslag: Sil is dyslectisch, Sil vertoont kenmerken van AD(H)D.

Probleem en oplossing

Er is dus echt een probleem, zo blijkt. Wat zijn hiervoor dan de oplossingen?
Voor de dyslexie kan Sil een dyslexieverklaring krijgen. Hiermee krijgt hij:

  • extra tijd bij toetsen(meestal 30 minuten)
  • proefwerken vergroot afdrukken, zodat de letters beter leesbaar zijn
  • gebruik van ICT-hulpmiddelen zoals Kurzweil 3000, Sprint Plus, WoDy of een Daisy speler
  • een kopie of print van alle informatie die op het (digitale) schoolbord is geschreven
  • mondeling toetsen afnemen
  • teksten in het Lettertype Dyslexie indien dit de persoonlijke voorkeur van jouw kind heeft
  • vrijstelling in het VMBO, om een extra tweede taal te laten vallen, zoals Frans of Duits

Voor het AD(H)D probleem kan een pilletje, zoals Ritalin of Concerta een oplossing bieden.
Het is fijn voor Sil dat er oplossingen gezocht en gevonden worden.

Maar toch blijft er iets knagen bij de ouders van Sil. Want met een pilletje wordt Sil wel rustiger, maar niet blijer. En de hulpmiddelen die hij krijgt vanwege zijn dyslexieverklaring, zijn weliswaar handig, maar ook hierbij blijft Sil het idee houden dat hij anders (lees: minder) is dan zijn klasgenoten. En dat is niet fijn…

Zijn er wellicht ook andere oplossingen? Ja, er zijn alternatieven.

Denk eens aan:

  • De Davis Methode, waarbij jouw kind zelf leert op welke manier hij het beste leert
  • Ik leer anders, met praktische tips om anders te leren
  • Ik leer leren, waarbij je kijkt naar de voorkeursleerstijl van jouw kind
  • Snel leren=leuk leren, om te leren hoe je efficiënt huiswerk kunt maken en leren

Heb jij ook zo’n kind als Sil? En wil je meer weten over andere oplossingen?
Kijk eens op mijn site Leuk leren. Of neem contact op. Ik denk graag met je mee!

 

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Anders leren en denken oorzaak van leesproblemen!

Maak je je weleens zorgen over het lezen van je kind? Misschien merk je dat lezen moeizaam gaat, dat oefenen vaak strijd oplevert of dat je kind het vertrouwen begint te verliezen. Dat kan als ouder best onzeker maken. Je vraagt je misschien af: hoort dit erbij, of heeft mijn kind extra hulp nodig?
Leesproblemen ontstaan om verschillende redenen. Niet ieder kind leert lezen in hetzelfde tempo. Waar het ene kind snel stappen zet, heeft het andere kind meer tijd nodig om vaardigheden te ontwikkelen. Soms is het vooral een kwestie van groeien en een inhaalslag maken.
Er kunnen ook verschillen zijn in de manier waarop het brein informatie verwerkt en leert. Bijvoorbeeld bij dyslexie of andere leerprofielen. Die verschillen verdwijnen niet zomaar, maar dat betekent zeker niet dat een kind niet goed kan leren lezen. Met begrip, de juiste begeleiding en een aanpak die past bij je kind, kunnen kinderen grote vooruitgang boeken en weer vertrouwen krijgen in lezen.

Hoe dyslexie het lezen kan beïnvloeden

Dyslexie is een veel voorkomend leerverschil dat lezen moeilijk maakt. Het kan ook problemen veroorzaken met andere vaardigheden, zoals spelling, schrijven en rekenen.  Kinderen met dyslexie worstelen met decodering . Dit betekent dat ze moeite hebben met het verbinden van lettersymbolen met de geluiden die ze maken. En dat maakt het voor hen moeilijk om vloeiend en nauwkeurig te lezen.
Dyslexie kan ook van invloed zijn op begrijpend lezen.  Een kind heeft moeite om vragen over de tekst die hij heeft gelezen te beantwoorden.

Lees meer over signalen die duiden op dyslexie . En  wanneer je een dyslexietest kunt doen?

Hoe ADHD het lezen kan beïnvloeden

Kinderen kunnen moeite hebben om zich te focussen door hun ADHD brein, met als gevolg leesproblemen. Dit kan vaak zorgen voor problemen met zelfbeheersing, organisatie en andere vaardigheden die de uitvoerende functies worden genoemd. Een belangrijke vaardigheid die ADHD beïnvloedt, is het werkgeheugen. Dit is de mogelijkheid om informatie vast te houden en later te gebruiken.
Problemen met het werkgeheugen kunnen het moeilijk maken voor kinderen om iets te onthouden dat ze net hebben gelezen. Terwijl kinderen werken aan het ontcijferen van één woord, kunnen ze uit het oog verliezen wat eraan voorafging. Dat kan zijn tol eisen bij begrijpend lezen.

Hoe een langzame verwerkingssnelheid voor leesproblemen kan zorgen

Een lage verwerkingssnelheid betekent dat een kind langer nodig heeft om te reageren op informatie.  Veel kinderen met een ADHD- en dyslexie brein hebben dit, maar dit kan ook op zichzelf staan. Net als andere verschillen in leren en denken, heeft het niets te maken met hoe slim kinderen zijn. In plaats daarvan gaat het erom hoe snel ze informatie verwerken.

Kinderen met een lage verwerkingssnelheid hebben vaak meer tijd nodig om woorden en leesregels toe te passen en zo betekenis te geven aan teksten. Kinderen kunnen moeite hebben met het begrijpen van verhalen omdat ze vastlopen in de tekst. En dat kan lezen frustrerend maken.

Wees je ervan bewust dat een “goede lezer” niet per se een snelle lezer hoeft te zijn. Er zijn veel redenen waarom kinderen langzaam lezen . Als je weet waarom een kind langzaam leest, kun je manieren vinden om lezen leuk en minder frustrerend te maken.

Dit zijn enkele van de meest voorkomende leer- en denkverschillen die problemen kunnen veroorzaken bij het lezen. Maar ze zijn niet de enige. Kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met sociale vaardigheden, kunnen moeite hebben om de ‘grotere boodschap’ te vinden in wat ze lezen. Ze kunnen teksten te letterlijk nemen en geen humor of emotie vatten.
Ongeacht de oorzaak van de leesproblemen van een kind, zijn er verschillende manieren om een kind te helpen. Zoek naar boeken die passen bij het leesniveau van een kind. Oudere kinderen houden misschien van graphic novels , waardoor lezen leuker en toegankelijker wordt.

Hij snapt het wel… maar het lukt niet

Hij snapt het wel… maar het lukt niet

Over het verschil tussen denken en doen bij kinderen.

Je ziet het… maar je kunt het niet meteen plaatsen

Merk je bij je kind dat het vaak iets vergeet, dromerig is of moeite heeft met simpele, dagelijkse dingen? Of dat het snel boos of verdrietig is, chaotisch overkomt, worstelt met nieuwe situaties of niet goed mee lijkt te komen in een groep?

Dan ga je zoeken.
Logisch.

Je probeert te begrijpen wat er speelt. Je leest, vraagt, vergelijkt.
En al snel kom je uit bij termen als ADHD, autisme of dyslexie.

Maar soms… zit het net even anders.

Hij begrijpt het… dus waarom lukt het niet?

Soms kijk je naar je kind en denk je:
Hoe kan het dat je dit zo goed begrijpt… maar het niet lukt?

Je kind kan dingen prachtig verwoorden. Het stelt slimme vragen. Begrijpt ingewikkelde onderwerpen sneller dan je verwacht.
En toch raakt het vast. Bij een opdracht. Een taak. Iets wat ogenschijnlijk klein lijkt.

Dat contrast is verwarrend.
Voor je kind. En voor jou.

Want wat klopt er dan niet?

Als denken sneller gaat dan doen

Wat minder bekend is, is dat er sprake kan zijn van een zogenoemde verbaal-performale kloof. Ook wel een intelligentiekloof genoemd.

Het klinkt ingewikkeld, maar eigenlijk is het heel menselijk.
Het betekent dat het denken en het doen niet in hetzelfde tempo lopen.
Alsof er in het hoofd van je kind een snelweg ligt, waar ideeën, woorden en inzichten razendsnel bewegen, maar de weg naar buiten een smaller pad is, met bochten, hobbels en vertraging.

Je kind ziet het antwoord al.
Begrijpt hoe iets zit.
Kan het misschien zelfs uitleggen.

Maar het lukt niet altijd om dat om te zetten in actie.
En dat schuurt.

Wat is verbale en performale intelligentie?

De verbale intelligentie gaat over denken in woorden: taal, begrip, redeneren en geheugen. Kinderen die hier sterk in zijn, hebben vaak een rijke woordenschat en begrijpen snel wat er bedoeld wordt.

De performale intelligentie gaat over doen: plannen, organiseren, ruimtelijk inzicht en motoriek. Over hoe je iets aanpakt en uitvoert.
Wanneer deze twee niet in balans zijn, ontstaat er een kloof.
Niet omdat een kind iets niet kan, maar omdat het er niet uitkomt zoals het van binnen voelt.

Wat er van binnen gebeurt, zie je niet altijd

Wat je vaak niet ziet, is wat dit met een kind doet.

De teleurstelling.
De frustratie.
Het gevoel van: ik snap het toch?

Een kind kan een plan in zijn hoofd tot in detail uitdenken. Precies weten hoe iets moet.
Maar als het dan begint… lukt het niet zoals verwacht. Duurt het langer. Wordt het rommelig. Of stopt het halverwege.

En elke keer dat dat gebeurt, knaagt er iets.

Misschien zie je het terug in gedrag:
boos worden, afhaken, dingen vermijden.
Of juist alles perfect willen doen en blokkeren als dat niet lukt.

Soms lijkt een kind dromerig.
Of ongeïnteresseerd.

Maar vaak is het tegenovergestelde waar.
Het hoofd zit juist vol.

Gedrag dat makkelijk verkeerd begrepen wordt

Het gedrag dat je ziet, kan lijken op ADHD, autisme of dyslexie.
En soms is dat ook zo.
Maar soms vertelt het gedrag iets anders.
Namelijk dat er een verschil zit tussen hoe een kind denkt en hoe het handelt.
En als je dat verschil niet herkent, probeer je het gedrag te corrigeren.
Terwijl de echte vraag is: wat heeft dit kind nodig om die brug te slaan?

Wat helpt: van begrijpen naar doen

Wat helpt, begint vaak niet bij nóg meer uitleg.
Maar bij vertragen.

Samen een taak opdelen.
Hardop denken.
Voordoen hoe je iets aanpakt.

Niet alleen zeggen wat er moet gebeuren, maar laten zien hoe.
Structuur kan enorm helpen. Denk aan een planbord of pictogrammen, zodat een kind letterlijk kan zien wat er verwacht wordt. Dat geeft houvast en rust.
Maar misschien nog wel belangrijker: erkenning.

Erkennen wat er al is.
Wat een kind al begrijpt, al ziet, al kan.

“Je weet precies hoe het zit, hè?
Zullen we samen kijken hoe we het kunnen doen?”

Die zin maakt een wereld van verschil.

Misschien kijk je naar iets anders dan je dacht

Misschien is je kind niet chaotisch.
Misschien is het sneller in denken dan in doen.

Misschien is het niet dromerig.
Maar juist vol ideeën.

En misschien zit de sleutel niet in meer oefenen of harder werken,
maar in het overbruggen van die kloof.

Zodat wat er van binnen al is…
ook zichtbaar wordt aan de buitenkant.

En dat is waar het begint.