Sommen automatiseren: Wat is het en waarom is het belangrijk!

Sommen automatiseren: Wat is het en waarom is het belangrijk!

Sommen automatiseren is soms lastig voor kinderen. Ze rekenen deze gewoon snel even uit. Om goed te kunnen rekenen is het belangrijk dat een kind sommen automatiseert. Met name voor sommen tot de tien is het belangrijk dat een kind de optellingen uit zijn hoofd kent. Dit betekent dat het kind de uitkomst van opgaven als 2+3, 3+5, 4+5 … meteen weet.
Dit kan soms lastig zijn voor kinderen, veel dyslectisch en beelddenkende kinderen hebben hier moeite mee.

Waarom is dit belangrijk en hoe kun je oefenen?

Wanneer rekensommen geautomatiseerd zijn, dan worden de rekenhandelingen bijna automatisch uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij de som 7 + 4 = doet een  kind automatisch 7 + 3 + 1 =. Een kind kan dit dan ook makkelijk toepassen in andere situaties. Bij een geautomatiseerde som kan een kind binnen 3 seconden antwoord geven. Dit maakt rekenen natuurlijk een stuk makkelijker.

Hoe sommen automatiseren?

Om te kunnen automatiseren is als eerste getalbegrip nodig. Er is pas getalbegrip als een kind een getal op twee manieren kent. Het getal staat in de telrij, maar bij een getal hoort ook een bepaalde hoeveelheid.

Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden, in onderwijsjargon de telrij. Als je kijkt waar het getal zeven staat. Deze staat tussen de zes en acht in.

Daarnaast is het belangrijk op om het hoeveelheidsbegrip te hebben bij een getal. Bij het getal zeven hoort een hoeveelheid van zeven eenheden. Dat kunnen zeven auto’s zijn, maar ook zeven bloemen.  Voor een beelddenker is het lastig om het beeld los te laten. Beide eenheden zijn even groot! Maar voor een beelddenker is het beeld van zeven auto’s groter.

Verschillende manieren om een plussom uit te rekenen

De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Robert Siegler heeft onderzocht hoe kinderen uit groep 3 een plussom uit rekenen. Zij bleken vijf manieren te hanteren om tot een antwoord te komen.

  1. Alles tellen
    Er werd gevraagd aan de kinderen hoeveel 3+4 is. Bij `alles tellen` gebruikt een kind twee handen. Met de ene hand houdt hij vier vingers omhoog en met de andere hand houden zij drie vingers omhoog. Nu gaan zij alle vingers tellen en tot het antwoord 7 te komen.
  1. Doortellen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind telt door en start bij vier. Het kind telt 3 cijfers door; 5, 6 en 7. Dus het antwoord is 7.
  1. Koppelen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind koppelt het antwoord aan wat het kind al weet. Het kind weet dat 4+4=8. Hij weet dat drie, een minder is dan vier. En dat vijf een meer is dan vier. Het kind koppelt nu 4+4 is evenveel aan 3+4. = Dus het antwoord is 7.
  1. Raden
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7 en zegt: `Dat heb ik geraden.`
  1. Weten
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7. Als je vraagt: `Hoe kom je aan het antwoord?`  Dan zegt een  kind: `Dat weet ik gewoon!`

Over de tien

Het is belangrijk dat een kind meteen het antwoord weet op de plussommen tot de tien. Dit is belangrijk om splitsingen te kunnen maken bij het rekenen boven de tien. Dit is de volgende stap: automatiseren tot twintig.
Normaal gesproken zijn de plussommen tot 20 in groep 4 geautomatiseerd Daarvoor zien we veel  kinderen rekenen met ondersteuning van de vingers.
Naast plussommen worden moeten ook de tafels geautomatiseerd worden

Wat kunnen we doen als het sommen automatiseren niet lukt?

Nel Ojemann heeft een leuke, effectieve oefening ontwikkeld die aansluit bij de informatieverwerking van onze beelddenkers.

Onuitspreekbare getallen

Nel Ojemann werkte met onuitspreekbare getallen die onder elkaar  worden gezet. Wij noemen dit olifantsommen.
Als het automatiseren van de plussommen niet lukt, met name bij de beelddenkers, kunnen we starten met olifantsommen.

Hoe werkt een olifantsom?

Het kind mag elke dag een olifantsom maken. Door de herhaling worden de plussommen op een leuke, effectieve manier geautomatiseerd.

Stappenplan:

  • Schrijf een rij getallen op. Maak een keuze uit de getallen 1, 2, 3, 4, of 5.
  • Schrijf precies onder deze rij getallen weer een rij getallen. Maak een keuze uit 1, 2, 3, 4 of 5.
  • Laat het kind een week elke dag dezelfde olifantsom maken.

Voorbeeldsom van een olifantsom van +tot 10

1 3 2 4 1 5 3 2 1 5 2 3 2 4 2 1 2 3 1 4

2 3 1 4 2 1 3 4 2 1 3 4 2 1 3 3 2 3 2 4 (+)

Let op: we gaan cijferend rekenen van rechts naar links! Dus we starten met 4+4 en dan 1+2, enz.
Een voorbeeld van een olifantsom is op de foto te zien.

automatiseren tot tien

Ook bij het leren lezen is automatiseren van belang, lees hier meer over

bron beeldenbrein.nl

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.  Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Hoe herken je een beelddenker?

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van beelddenken en ADHD komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

Wat de manier van prikkelverwerking je vertelt over je kind

bron beeld en brein

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

We worden allemaal geboren met een dominante rechter hersenhelft. Dit is ook heel logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd.
Wanneer een baby honger heeft gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen. Dit impulsieve gedrag van een baby stopt als hij melk krijgt. Een baby snapt nog niet dat hij soms even moet wachten met eten. Nee hij heeft NU honger! We spreken dan van een primair denkproces.

Primaire en secundair denkproces

Beelddenkers blijven meer bij het primair leerproces. Gevolg hiervan is dat ze vaak direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteit maakt niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Een kind krijgt onterecht het stempel niet in staat om te luisteren.

Het secundaire denkproces stelt gecontroleerd de behoefte tot bevrediging uit tot een geschikt moment. Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld, het secondaire denkproces neemt dan veelal de overhand. De meeste kinderen weten zich vanaf deze leeftijd redelijk te beheersen als ze hun zin niet krijgen. Ze bekijken de omstandigheden.  Beelddenkers daarentegen blijven veelal de voorkeur houden voor het primaire denkproces.

Dit heeft vaak het volgende resultaat:

  • weinig geduld
  • autoriteiten maken niet veel indruk
  • gevoel van binnen overheerst
  • accepteren geen nee
  • geen uitstel dulden
  • obsessie of “hyperfocus” (bijvoorbeeld door een spelletje)
  • afstand nemen van een situatie is moeilijk
  • wat gedaan wordt gebeurt intensief

Hoe kun je omgaan met impulsieve gedrag

Het beelddenkende kind wil vaak direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: Bijvoorbeeld ik wil NU een glaasje limonade. Elk argument van zijn moeder zal een kind verwerpen, simpelweg omdat het niet in zijn denkproces past. Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit een driftbui veroorzaken. Hij krijgt uiteindelijk het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Wanneer je een kind vraagt of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en kan limonade inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Waardoor hij begrijpt dat hij even moet wachten. Of hij is creatief en vindingrijk alles om toch zijn zin te krijgen.

Bij driftbuien kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet. Begin totaal ergens anders over, dit leidt een kind vaak af van het kritische onderwerp.

Geduld kan worden aangeleerd door de wachttijd visueel te maken of te vragen om zich voor te stellen

bron: ik leer in beelden

 

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Tijd is een lastig begrip voor jonge kinderen. Rond rond het negende jaar ontstaat er meer besef van tijdbesef bij kinderen. Jongere kinderen kennen de begrippen gisteren, vandaag en morgen al wel, maar ze hebben niet echt door hoelang een uur precies duurt. Er zijn kinderen voor wie het besef van tijd moeilijk blijft, vaak beelddenkers.  Een typisch kenmerk van een beelddenkers is dat zij “niet in de tijd, maar in de activiteit” leven. Tijd zegt ze daarom niet zo veel. Hoe help je een kind om toch meer tijdsbesef te krijgen?

Het tijdsbesef van beelddenkers

Beelddenkers denken vaak meer tijd ter beschikking te hebben dan er feitelijk is. Ze komen vaak te laat, schatten tijd verkeerd in en hebben geen idee welke dag of maand het is.
Kinderen hebben geen besef van hoe lang iets duurt, of hoeveel tijd ze nog nodig hebben. Laat staan dat ze kunnen inschatten wanneer ze een zee van tijd hebben en wanneer ze zich moeten haasten. Een tijdschema kan al veel helpen. Hiermee heeft een kind een overzicht van de taken die het nog allemaal moet doen

Door regelmaat krijgt tijd betekenis

Regelmaat is het tovermiddel om (beelddenkende) kinderen rustiger te laten worden. Maak de tijd voorspelbaar door er regelmaat in te bouwen en door duidelijk de verschillende momenten aan te geven en zo te houden. Bijvoorbeeld nu is is het tijd om aan te kleden,  etenstijd, sporten of tijd om te spelen.
Een dagritme kaart kan hierbij helpen. Geef in beelden of symbolen aan wat wanneer wordt gedaan, in welke volgorde. Zorg ervoor dat het bord op een plek hangt welke een kind zelf kan zien.
Het zichtbaar maken van de activiteiten stimuleert tevens de verantwoordelijkheid voor taken. Het vergroot de betrokkenheid binnen het gezin. Iedereen ziet de dagindeling en elkaars activiteiten. Waardoor er meer tijd is voor gezelligheid en een positieve ‘vibe’ binnen het gezin.

Beelddenkers beter begrijpen

Aankondigen van de tijd

Het is niet altijd eenvoudig om kinderen die druk aan het spelen zijn, aan het werk te krijgen of gewoon te doen stoppen. Kinderen hebben, net als volwassenen ook de tijd nodig om iets af te ronden. Belangrijk is daarom het stop-moment duidelijk en eventjes op voorhand aankondigen. Een kookwekkertje kan hierbij een hulpmiddel zijn. Maak 10 tot 15 minuten voor het einde, de afspraak met het kind, dat het nog even verder mag spelen, tot de wekker afloopt.

Effectief communiceren met beelddenkers!

Beelddenken voor ouders | 5 tips om je kind te helpen

Beelddenken voor ouders | 5 tips om je kind te helpen

Als ouder wil je graag dat je kind met plezier naar school gaat. Als het onderwijssysteem niet aansluit bij de leerstijl van je kind, kan dit tot veel problemen en ongenoegen leiden. Zoals bijvoorbeeld bij beelddenken.  Deze kinderen denken anders, verwerken informatie anders. Het onderwijs systeem sluit vaak niet aan bij de informatieverwerking van een beelddenker. Met als gevolg dat de beelddenker school minder leuk vindt. Een kind gaat met buikpijn naar school. Of hij ontwikkelt langzaam een faalangst doordat hij zich onbegrepen voelt en dom. Ouders zoeken naar handvatten om kun beelddenkende kinderen zo goed mogelijke helpen.

Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces, een zintuiglijk waarnemen. Taaldenken is een aangeleerd proces, dat door de talige maatschappij gestimuleerd en ontwikkeld wordt. Binnen het onderwijs hebben de beelddenkers het lastig. Er wordt voornamelijk les gegeven die aansluit bij het taaldenken.

Beelddenken werkt vanuit het geheel al associërend naar de kern met een voorkeur voor beelden.
Taaldenken werkt vanuit de kern stap voor stap naar het geheel met een voorkeur voor taal.

Hoe kun je beelddenkers helpen?

1. Bied veel structuur en duidelijke regels

Het beelddenken veroorzaakt bij een kind veel associaties. Dit geeft chaos in zijn hoofdje.
Structuur en duidelijke regels geeft een Beelddenker een kader en houvast in zijn chaotische, associatieve wereld.

2. Geef korte, gestructureerde opdrachten

Het is belangrijk dat ouders de beelddenker korte, gestructureerde opdrachten geeft. Je bent als ouder geneigd om meerdere opdrachten te geven. Zoals: ‘Ga naar boven douchen, je pyjama aandoen en je tanden poetsen.‘ De kans is groot dat het kind beneden komt zonder gedoucht te hebben en zijn pyjama niet heeft aangedaan, maar dat het kind alleen zijn tanden heeft gepoetst. Bij de opdracht zag een kind de beelden voor zich en had in zijn beleving al gedoucht en zijn pyjama aan gedaan; dus gaat het kind alleen de tanden poetsen.

3. Tijdsbesef

Beelddenkers  hebben moeite met het verwerken van seriële informatie (tijd en volgorde). Een beelddenker  kan zich daardoor moeilijk aan de tijd houden. Als een beelddenker om vijf uur thuis moet zijn om te eten, zal hij vaak te laat zijn. Het overkomt de beelddenker doordat hij niets met tijd heeft. Probeer een ijkpunt te vinden. Bijvoorbeeld: ‘Als het licht van de lantaarnpalen aangaan, moet je naar huis komen`. Je geeft nu een beeld bij de afspraak van tijd. Dit sluit aan bij  beelddenken.

4. Het is voor een beelddenker lastig een verhaal op volgorde te vertellen

Een beeld heeft geen begin en geen eind. Een verhaal wel. Een beelddenker moet leren de beelden achteraf te vertalen in woorden. Het is voor de beelddenker lastig om een goed samenhangend verhaal te vertellen. Zij beginnen vaak midden in een gebeurtenis te vertellen. Het verhaal heeft geen kop en geen staart. Om een verhaal op volgorde te leren vertellen,  kun je ’s avonds de dag doornemen met het kind zodat het kind leert om gebeurtenissen chronologisch te vertellen. Begeleid een kind daarin. Laat een kind de gebeurtenis eerst tekenen en dan vanuit het geheel van de tekening het verhaal vertellen. Deze manier sluit aan bij zijn manier van informatieverwerking.

5. Een beelddenker laat vaak een zwakke concentratie zien

Beelddenkers laten vaak een zwakke concentratie zien. De beelddenker wil het geluid zien omdat het kijken voor het horen gaat.

Concentratie-oefeningen

‘Pinkelen’; tik met de duim beurtelings de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger, de pink, de ringvinger, de middelvinger, de wijsvinger aan. Doe deze oefening een aantal keren achter elkaar met beide handen tegelijk.

‘Duimen’; zet de duim van de rechterhand tegen de wijsvinger en van de linkerhand. Zet daarna de duim van de linkerhand tegen de wijsvinger van de rechterhand. Herhaal deze procedure een aantal maal.

Bron beeldenbrein.nl

 

De problemen van beelddenkende kinderen op school

De problemen van beelddenkende kinderen op school

Kinderen willen vaak hun best doen, maar wanneer ze niet op hun talenten worden aangesproken kunnen ze een slechte werkhouding gaan ontwikkelen. Dit geldt vooral voor beelddenkende kinderen op school.
Het kost kinderen moeite hun aandacht bij de les te houden. Naar lange verhalen of uitleg luisteren vinden ze moeilijk. Ze worden snel afgeleid; vooral als ze niet mogen bewegen. Ze zitten te dromen of horen en zien juist alles om zich heen.

Wegdromen

Beelddenkers zijn van nature vaak nonchalant, spontaan en impulsief. De woorden die ze horen roepen allerlei beelden bij ze op. Deze beelden associëren ze weer met andere beelden, met het gevolg dat hun aandacht verzwakt, ze wegdromen en vergeten op te letten in de klas.

Wiebelen

De linker hersenhelft valt bij beelddenkende kinderen makkelijk stil. Daarom zie je dat kinderen vaak gaan zitten wiebelen om de aandacht erbij te kunnen houden. Onbewust stimuleren kinderen hiermee hun linker hersenhelft. De hersenhelft waar we onder andere woorden verwerken

Verwerkingstijd

Het duurt vaak even voor opdrachten landen bij beelddenkende kinderen en ze aan de slag gaan. Vervolgens laat ook het werktempo vaak te wensen over. Beelddenkende kinderen op school moeten alles in zijn hoofd vertalen van beeld naar woord en andersom; dat kost tijd en energie!

Nut en noodzaak

Vaak hebben beelddenkers moeite met het automatiseren van leerstof. Vaak zien ze het nut niet van de dingen die ze moeten leren. Ze willen weten waarom iets geleerd moet worden en zijn er moeilijk van te overtuigen dat iets is zoals het is.

Wat kan helpen?

  • Zorg dat een kind de opdracht begrijpt. Dit betekent dat een kind zelf actief hier nogmaals naar moet vragen of dat een docent het nogmaals kort uitlegt.
  • Zorg er voor dat een kind kan bewegen als dat nodig is voor een betere concentratie.
  • Laat beelddenkers zelf oplossingen vinden voor problemen, door informatie op te zoeken en zelf actief te zijn.
  • Laat ze associëren, dat is een leerstijl welke past bij veel beelddenkende kinderen, zo blijven ze enthousiast