**//sticky ads code//**
Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Regelmaat is erg belangrijk voor kinderen en helemaal voor beelddenkers. Een typisch kenmerk van een beelddenkers is dat zij als het ware “niet in de tijd, maar in de activiteit” leven. Tijd zegt ze daarom niet zo veel. Hoe help je een kind om toch meer tijdsbesef te krijgen?

Het tijdsbesef van beelddenkers

Beelddenkers denken vaak meer tijd ter beschikking te hebben dan er feitelijk is. Ze komen vaak te laat, schatten tijd verkeerd in en hebben geen idee welke dag of maand het is.
Kinderen hebben geen besef van hoe lang iets duurt, of hoeveel tijd ze nog nodig hebben. Laat staan dat ze kunnen inschatten wanneer ze een zee van tijd hebben en wanneer ze zich moeten haasten. Een tijdschema kan al veel helpen. Hiermee heeft een kind een overzicht van de taken die het nog allemaal moet doen

Door regelmaat krijgt tijd betekenis

Regelmaat is het tovermiddel om (beelddenkende) kinderen rustiger te laten worden. Maak de tijd voorspelbaar door er regelmaat in te bouwen en door duidelijk de verschillende momenten aan te geven en zo te houden. Bijvoorbeeld nu is is het tijd om aan te kleden,  etenstijd, sporten of tijd om te spelen.
Een dagritme kaart kan hierbij helpen. Geef in beelden of symbolen aan wat wanneer wordt gedaan, in welke volgorde. Zorg ervoor dat het bord op een plek hangt welke een kind zelf kan zien.
Het zichtbaar maken van de activiteiten stimuleert tevens de verantwoordelijkheid voor taken. Het vergroot de betrokkenheid binnen het gezin. Iedereen ziet de dagindeling en elkaars activiteiten. Waardoor er meer tijd is voor gezelligheid en een positieve ‘vibe’ binnen het gezin.

Aankondigen van de tijd

Het is niet altijd eenvoudig om kinderen die druk aan het spelen zijn, aan het werk te krijgen of gewoon te doen stoppen. Kinderen hebben, net als volwassenen ook de tijd nodig om iets af te ronden. Belangrijk is daarom het stop-moment duidelijk en eventjes op voorhand aankondigen. Een kookwekkertje kan hierbij een hulpmiddel zijn. Maak 10 tot 15 minuten voor het einde, de afspraak met het kind, dat het nog even verder mag spelen, tot de wekker afloopt.

Een beelddenker hoort goed, maar luistert slecht!

Een beelddenker hoort goed, maar luistert slecht!

Beelddenkers kunnen goed horen, luisteren is een ander verhaal. Ze zijn auditief zwak. Een kind kan hier vaak niet veel aan doen, hij luistert slecht doordat hij informatie anders opslaat.

Een beelddenkende jongen vertelt vol enthousiasme dat hij in Rotterdam op de geldtoren is geweest. Hij bedoelde de Euromast! Beelddenkers zijn auditief zwak. Bij euro had hij het beeld geld en bij mast had hij het beeld toren; geldtoren!

Hij luistert slecht, hij is auditief zwak

Beelddenkers kunnen de klanken in worden vaak niet goed onderscheiden. Als beide oren goed functioneren, kun je goed horen. Maar dat wil nog niet zeggen dat je goed kunt luisteren.
Vaak zie je dat beelddenkers moeite hebben met lezen en/of spellen. Zij kunnen de verschillende klanken in onze taal niet goed onderscheiden. Dit noemt men auditief zwak.
De ogen gaan voor de oren, met andere woorden; de beelddenker is visueel (ogen) sterker dan auditief (oren). De belevenis, het beeld, staat bij beelddenkende kinderen voorop. Daardoor horen zij woorden niet altijd goed. De beelddenker onthoudt het eigen woord dat aansluit bij het beeld dat hij had.
Bijvoorbeeld het woord: rotonde. Je hoort een beelddenker vaak zeggen rondtonde. Het ding is rond, dus rondtonde.

Verschillende klanken

Voor een beelddenker is het lastig om het verschil tussen bijvoorbeeld geel en gil en vullen en veulen te onderscheiden. Dit uit zich in een zwakke spelling.
Dit heeft te maken met hoe informatie binnenkomt via de oren in de hersenen wordt verwerkt.
Om de klankanalyse te bevorderen kun je leuke luisteroefeningen met de beelddenker doen. Zij zullen daardoor beter klanken leren onderscheiden.

Een paar leuke oefeningen om auditieve vaardigheden te trainen.

Luisteroefening

Het kind doet zijn ogen dicht.
Tik met een pen op de linker of rechterkant van de tafel. Een kind moet aangeven waar het geluid vandaan kwam.

Rijmen

Spelletjes met rijmen zijn ook effectief om de klankanalyse te bevorderen.
Zeg twee woorden. Een kind moet aangeven of de woorden wel of niet rijmen.
Bijvoorbeeld: Kip – Dip, Snoep – Snoep, Mus-mees, Kies-vies, Kip-schip of Kat-mat

 

Effectief communiceren met beelddenkers!

Effectief communiceren met beelddenkers!

Soms lijken kinderen niet te luisteren. Als een kind voornamelijk in beelden denkt, kan hier een hele goede verklaring voor zijn. Communiceren met beelddenkers vraagt een andere aanpak

Als je een kind iets uitlegt gebruik je hiervoor veel woorden. Je kijkt een kind aan, maar hij lijkt niet te luisteren naar wat je zegt.  Je doet nog poging, waarbij je veelal nog meer woorden gebruikt.
Een reactie blijft uit en je kind kijkt je glazig aan of kijkt de andere kant op.  Als je na een aantal vruchteloze pogingen eindelijk contact lijkt te hebben kijkt hij je verbaasd aan. Ongeduldig leg je het nog een keer uit, met nog meer haastige woorden. Maar als je dan klaar bent kijkt hij je aan met een lege blik. Wanhopig vraag je je af waarom hij niet gewoon luistert! Herkenbaar?

Hoe komt dit en moet een kind zich aanpassen of moet er iets anders gebeuren?
Voor beelddenkers zijn woorden en zinnen één grote brei van klanken. Het vergt de nodige concentratie om een verbale informatie te vertalen naar begrijpelijke beelden. Daarom duurt het gemiddeld langer voordat iets binnenkomt bij een kind, voordat het wordt begrepen.

Tips om effectief te communiceren met beelddenkers

  • Geduld
    Omdat het verwerken van woorden tijd kost, is het goed een kind deze tijd ook te geven! Laat hem wat er gezegd is omzetten in beelden. Maar al te vaak beginnen we te snel met het opnieuw uitleggen. Hiermee verstoor je een kind zijn proces om hetgeen gezegd is te begrijpen.
  • Bewegen
    Beelddenkers luisteren en concentreren zich vaak door bewegen. Kinderen beginnen te bewegen, ogen draaien weg. Laat ze hier vrij in. Beperk ze niet in hun bewegingsvrijheid. Hoe erg is het als een kind even niet stil zit of beweegt?
  • Totaal plaatje
    Beelddenkers willen graag weten hoe het totaalplaatje eruit ziet. In het communiceren met beelddenkers is het goed hier rekening met de houden. Dus begin met uitleggen wat het eindresultaat is en dan pas stap voor stap uitleggen hoe ze daar komen…
  • Maak contract
    Beelddenkers kunnen erg op gaan in hun spel of in de beelden die ze zien in hun hoofd. Als een kind niet lijkt te luisteren, zegt zijn naam duidelijk of raak zachtjes zijn schouder aan zodat hij je aandacht heeft.
  • Controle
    Controleer na het geven van een uitleg of stellen van een vraag of een kind het heeft begrepen. En geef een kind hierbij de tijd om te reageren. Er is meer geduld nodig om met beelddenkers te communiceren.

Beelddenkers begrijpen, hier lees je er meer over

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.   Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van AD(H)D en Beelddenken komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

bron beeld en brein

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

Het impulsieve gedrag van beelddenkers

We worden allemaal geboren met een dominante rechter hersenhelft. Dit is ook heel logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd.
Wanneer een baby honger heeft gaat hij huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn vader of moeder te krijgen. Dit impulsieve gedrag van een baby stopt als hij melk krijgt. Een baby snapt nog niet dat hij soms even moet wachten met eten. Nee hij heeft NU honger! We spreken dan van een primair denkproces.

Primaire en secundair denkproces

Beelddenkers blijven meer bij het primair leerproces. Gevolg hiervan is dat ze vaak direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteit maakt niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Een kind krijgt onterecht het stempel niet in staat om te luisteren.

Het secundaire denkproces stelt gecontroleerd de behoefte tot bevrediging uit tot een geschikt moment. Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld, het secondaire denkproces neemt dan veelal de overhand. De meeste kinderen weten zich vanaf deze leeftijd redelijk te beheersen als ze hun zin niet krijgen. Ze bekijken de omstandigheden.  Beelddenkers daarentegen blijven veelal de voorkeur houden voor het primaire denkproces.

Dit heeft vaak het volgende resultaat:

  • weinig geduld
  • autoriteiten maken niet veel indruk
  • gevoel van binnen overheerst
  • accepteren geen nee
  • geen uitstel dulden
  • obsessie of “hyperfocus” (bijvoorbeeld door een spelletje)
  • afstand nemen van een situatie is moeilijk
  • wat gedaan wordt gebeurt intensief

Hoe kun je omgaan met impulsieve gedrag

Het beelddenkende kind wil vaak direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: Bijvoorbeeld ik wil NU een glaasje limonade. Elk argument van zijn moeder zal een kind verwerpen, simpelweg omdat het niet in zijn denkproces past. Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit een driftbui veroorzaken. Hij krijgt uiteindelijk het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Wanneer je een kind vraagt of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en kan limonade inschenken. Een kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Waardoor hij begrijpt dat hij even moet wachten. Of hij is creatief en vindingrijk alles om toch zijn zin te krijgen.

Bij driftbuien kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet. Begin totaal ergens anders over, dit leidt een kind vaak af van het kritische onderwerp.

Geduld kan worden aangeleerd door de wachttijd visueel te maken of te vragen om zich voor te stellen

bron: ik leer in beelden

 

Moeilijke woorden zijn beter te lezen dan makkelijke woorden

Moeilijke woorden zijn beter te lezen dan makkelijke woorden

Dat klinkt vreemd, maar toch is het zo! Moeilijke woorden zijn beter te lezen dan makkelijke woorden.

Sinds ik me ben gaan verdiepen in het beelddenken vallen allerlei puzzelstukjes op zijn plek.
Zo ook het fenomeen dat kinderen soms moeilijke woorden beter lezen dan makkelijkere woorden. Als kind kon ik struikelen over ‘omdat’ of ‘niets’. ‘Niets’ werd bijvoorbeeld ‘niks’. Hoe kan het dat sommige kinderen struikelen over ‘waarom’, maar ‘ridderkasteel’ wel goed lezen?

Inmiddels is ook dat puzzelstukje op zijn plek gevallen. Het zijn de woorden waar geen beeld van is, de zogenaamde ‘lege’ woorden. Want bij ‘ridderkasteel’ hebben ze een beeld, maar hoe ziet ‘omdat’ eruit of ‘ondanks’?

Daarom zie je vaak dat kinderen met een visuele voorkeur lang moeite blijven houden met deze woorden. Vaak worden ze vergeten, verhaspelt of lang gespeld.