**//sticky ads code//**
Rekenproblemen anders bekeken

Rekenproblemen anders bekeken

Om goed te kunnen rekenen is getalbegrip nodig. Getalbegrip is de schakel tussen de ontwikkeling van denken en de rekenbewerkingen. Bij een gemiddelde ontwikkeling ontwikkelt een kind tussen zijn zesde en zevende jaar getalbegrip. Rekenproblemen ontstaan als dit begrip (nog) niet goed is ontwikkelt.

Het totale besef van een getal ontstaat bij kinderen door het verbinden van drie facetten.

  1. Het woord
    Een getal kan als woord worden gebruikt. Laten we eens kijken naar het getal 6. Het woord dat bij het cijfer 6 hoort is `zes`.
  2. Het cijfer
    Een getal kan als cijfer, als telwoord worden gebruikt. Bijvoorbeeld het getal `6`.
    Een kind weet dat dit een telwoord is.  Het getal 6 staat tussen 5 en 7.
    Op deze manier wordt een getal binnen de rangorde van de telrij geplaatst en gebruikt.
  3. De hoeveelheid
    Een getal kan ook worden gebruikt om een hoeveelheid aan te geven. Het getal 6 kan bijvoorbeeld de hoeveelheid van 6 dropjes horen. We hebben dan een hoeveelheid van 6 dropjes.

Maar bij het getal 6 kunnen we ook de hoeveelheid van 6 auto’s plaatsen. De hoeveelheid is bij zowel de dropjes als bij de auto’s  is hetzelfde, maar 6 dropjes geven een ander beeld dan de 6 auto’s

zes

Het beeld

Kinderen die anders informatie verwerken, bijvoorbeeld beelddenkers moet leren het beeld van de hoeveelheid los te zien van de grootte. Dit is lastig voor sommige kinderen.
Bij zes auto’s  heeft de beelddenker een beeld van iets groots en bij zes dropjes heeft de beelddenker een beeld van iets kleins. De dropjes passen op je hand en de auto’s  niet.
Maar beide hebben dezelfde hoeveelheid. Door zijn beeld zal hij in eerste instantie zeggen dat zes auto’s  meer is.

Wat gebeurt er in het brein bij de drie facetten: woord, cijfer en hoeveelheid?

Het woord

Laten we als voorbeeld het woord drie nemen. Het woord komt binnen via de oren. Daarna wordt het woord drie geanalyseerd in het gebied van het verbale systeem in de linkerhersenhelft.  En wordt drie als klankvorm herkend.

Het cijfer

Het cijfer 3  als visuele vorm (symbool) wordt via de ogen (kijken) naar het achterste gedeelte van het brein gestuurd. Daar wordt 3 als beeld herkend, maar je weet nog niet wat het is.

Hoeveelheid

In een gebied bovenin het brein worden hoeveelheden geregistreerd.  Dicht bij dit gebied ligt het gebied van tellen op je vingers. Dit verklaart waarom het tellen op de vingers kan helpen en ondersteunen in de beginfase bij het rekenen.

Als deze drie gebieden goed samenwerken, kan een kind tot getalbegrip komen. En als het getalbegrip aanwezig is, kun je beginnen met rekenen.

Getalbeelden

Het is belangrijk om bij rekenen te ondersteunen met getalbeelden. Een beelddenker met rekenproblemen heeft het beeld van de hoeveelheid dat bij een getal hoort nodig.
Als je een kind begeleidt, ondersteun dan elk getal wat je benoemt of waar je een bewerking mee doet met een getalbeeld.

Hoe ondersteun je met getalbeelden?
Je kunt daarvoor gebruik maken van kleine blokjes of fiches. Als je praat over het getal 6, leg je 6 fiches op je hand ter ondersteuning van de opgave.
Of bij de uitleg van de som 3+5= kun je ondersteunen met de getalbeelden op de tafel te leggen. Ga creatief met getalbeelden om.

 

Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Herhaling maakt lui! Hoe wordt het geheugen wel optimaal benut!

Leren en beelddenken gaan soms lastig samen door het associatieve denken. Het is vaak lastig voor beelddenkers om lesstof te onthouden. Door het brein te verrassen wordt het geheugen optimaal benut.

Maar hoe doe je dat?

Je weet het misschien nog van vroeger. Elke dag fiets je dezelfde route naar school met je moeder, met dezelfde fiets, over dezelfde weg, langs dezelfde huizen. Het is een routine en je bent je niet eens bewust meer van de route. Op een ochtend steken er plotseling drie vrolijke clowns de weg over en je kunt ze met een snelle beweging en door te remmen maar net ontwijken. De clowns hebben gekleurde ballonnen in hun hand en lopen naar de winkels aan de overkant van de weg.
Je zegt de clowns gedag en staat hijgend stil, dat ging maar net goed!

Deze ochtend zul je je blijven herinneren. Het beeld van de clowns op de weg en de schrik van het remmen was een bijzondere ervaring. Iets wat je nog niet eerder had meegemaakt. Je kunt je later nog precies herinneren dat het toen hard waaide en dat je moeder haar blauw jas aanhad. Van alle andere ochtenden herinner je weinig tot niks. Maar deze ochtend werden je hersenen alert en registreerden en ook veel details.

Je verrast het brein door iets bijzonders, iets anders. Je hersenen worden wakker en registreerden meteen alle nieuwe details. Zo wordt het geheugen optimaal benut.

Wanneer we nieuwe dingen meemaken, zorgt een feedbacksysteem in ons brein er voor dat we die opmerken. Daarbij registreren onze hersenen ook de bekendere dingen in die situatie bewuster, zodat je ze beter onthoudt. Bij het leren van nieuwe dingen kun je hier leuk gebruik van maken.

BIJZONDER maken

Door informatie opvallend en bijzonder te maken, wordt het brein van kinderen wakker.
Een kind denkt, iets nieuws…leuk en interessant. Het brein van een kind registreert meteen de nieuwe informatie en koppelt deze informatie aan al opgeslagen informatie in zijn geheugen. Ze kunnen lesstof dan beter en sneller onthouden. Denk maar aan de clowns uit het voorbeeld.

Door het gebruik van associaties en beelden kun je gewone informatie opeens opvallend en dus betekenisvol maken.

Vergeet je altijd de naam van mensen, probeer je dan eens bij het kennismaken,  zo’n persoon voor te stellen met een lange grijze baard of met olifantenoren. Je zult merken dat de naam beter beklijft…  Je maakt het bijzonder. Daardoor schiet de naam direct naar het langetermijngeheugen.

Het bijzonder maken van lesstof door associaties en beelden te gebruiken sluit goed aan bij de informatieverwerking van de beelddenker.

Onderzoeken van zowel Het Instituut voor Cognitieve Neurologie van de Otto von Guericke-Universiteit in Maagdenburg als The London University College in Londen geven aan dat het herhalen van leerstof pas zinvol is als we de hersenen eerst iets bijzonders aanbieden waardoor deze wakker worden en alerter reageren. Dit heeft direct te maken met de Hippocampus, een onderdeel in onze hersenen dat een rol speelt bij het opslaan van informatie in het langetermijngeheugen en het weer terughalen van informatie naar het kortetermijngeheugen.

Hoe werkt het?

De Hippocampus vergelijkt binnenkomende informatie met de al opgeslagen informatie. Als de binnenkomende informatie verschilt van de reeds opgeslagen informatie, geeft de Hippocampus een signaal aan het deel van de hersenen dat Dopamine aanmaakt, waarna ze via zenuwvezels dit terug melden aan de Hippocampus. Veel dopamine laat het geheugen effectiever werken.

Herhalen maakt `lui`

Deze nieuwste ontdekkingen kunnen het lesgeven effectiever maken. Immers: door een les te beginnen met herhalen wat al geleerd is, maak je de hersenen <em>lui</em>. De Hippocampus denkt: Dat weet ik al!. Er wordt geen signaal gegeven, waardoor er minder Dopamine wordt aangemaakt. Resultaat is dat de nieuwe informatie die de leerkracht die les aanbiedt, minder goed binnenkomt bij leerlingen.

Iets verrassends

Begin de les dus eens met iets verrassends. Een gekke hoed, een mop, beweging… iets wat kinderen niet verwachten. De Hippocampus wordt alert: hier gebeurt iets bijzonders!  Door het in werking zetten van de hersenen, wordt extra Dopamine aangemaakt, waardoor de verbindingen tussen de zenuwcellen worden versterkt en nieuwe informatie beter wordt opgenomen. De les wordt zo een stuk effectiever en leuker.

bron beeldenbrein

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Hoe krijgt een kind meer tijdsbesef?

Regelmaat is erg belangrijk voor kinderen en helemaal voor beelddenkers. Een typisch kenmerk van een beelddenkers is dat zij als het ware “niet in de tijd, maar in de activiteit” leven. Tijd zegt ze daarom niet zo veel. Hoe help je een kind om toch meer tijdsbesef te krijgen?

Het tijdsbesef van beelddenkers

Beelddenkers denken vaak meer tijd ter beschikking te hebben dan er feitelijk is. Ze komen vaak te laat, schatten tijd verkeerd in en hebben geen idee welke dag of maand het is.
Kinderen hebben geen besef van hoe lang iets duurt, of hoeveel tijd ze nog nodig hebben. Laat staan dat ze kunnen inschatten wanneer ze een zee van tijd hebben en wanneer ze zich moeten haasten. Een tijdschema kan al veel helpen. Hiermee heeft een kind een overzicht van de taken die het nog allemaal moet doen

Door regelmaat krijgt tijd betekenis

Regelmaat is het tovermiddel om (beelddenkende) kinderen rustiger te laten worden. Maak de tijd voorspelbaar door er regelmaat in te bouwen en door duidelijk de verschillende momenten aan te geven en zo te houden. Bijvoorbeeld nu is is het tijd om aan te kleden,  etenstijd, sporten of tijd om te spelen.
Een dagritme kaart kan hierbij helpen. Geef in beelden of symbolen aan wat wanneer wordt gedaan, in welke volgorde. Zorg ervoor dat het bord op een plek hangt welke een kind zelf kan zien.
Het zichtbaar maken van de activiteiten stimuleert tevens de verantwoordelijkheid voor taken. Het vergroot de betrokkenheid binnen het gezin. Iedereen ziet de dagindeling en elkaars activiteiten. Waardoor er meer tijd is voor gezelligheid en een positieve ‘vibe’ binnen het gezin.

Aankondigen van de tijd

Het is niet altijd eenvoudig om kinderen die druk aan het spelen zijn, aan het werk te krijgen of gewoon te doen stoppen. Kinderen hebben, net als volwassenen ook de tijd nodig om iets af te ronden. Belangrijk is daarom het stop-moment duidelijk en eventjes op voorhand aankondigen. Een kookwekkertje kan hierbij een hulpmiddel zijn. Maak 10 tot 15 minuten voor het einde, de afspraak met het kind, dat het nog even verder mag spelen, tot de wekker afloopt.

Een beelddenker hoort goed, maar luistert slecht!

Een beelddenker hoort goed, maar luistert slecht!

Beelddenkers kunnen goed horen, luisteren is een ander verhaal. Ze zijn auditief zwak. Een kind kan hier vaak niet veel aan doen, hij luistert slecht doordat hij informatie anders opslaat.

Een beelddenkende jongen vertelt vol enthousiasme dat hij in Rotterdam op de geldtoren is geweest. Hij bedoelde de Euromast! Beelddenkers zijn auditief zwak. Bij euro had hij het beeld geld en bij mast had hij het beeld toren; geldtoren!

Hij luistert slecht, hij is auditief zwak

Beelddenkers kunnen de klanken in worden vaak niet goed onderscheiden. Als beide oren goed functioneren, kun je goed horen. Maar dat wil nog niet zeggen dat je goed kunt luisteren.
Vaak zie je dat beelddenkers moeite hebben met lezen en/of spellen. Zij kunnen de verschillende klanken in onze taal niet goed onderscheiden. Dit noemt men auditief zwak.
De ogen gaan voor de oren, met andere woorden; de beelddenker is visueel (ogen) sterker dan auditief (oren). De belevenis, het beeld, staat bij beelddenkende kinderen voorop. Daardoor horen zij woorden niet altijd goed. De beelddenker onthoudt het eigen woord dat aansluit bij het beeld dat hij had.
Bijvoorbeeld het woord: rotonde. Je hoort een beelddenker vaak zeggen rondtonde. Het ding is rond, dus rondtonde.

Verschillende klanken

Voor een beelddenker is het lastig om het verschil tussen bijvoorbeeld geel en gil en vullen en veulen te onderscheiden. Dit uit zich in een zwakke spelling.
Dit heeft te maken met hoe informatie binnenkomt via de oren in de hersenen wordt verwerkt.
Om de klankanalyse te bevorderen kun je leuke luisteroefeningen met de beelddenker doen. Zij zullen daardoor beter klanken leren onderscheiden.

Een paar leuke oefeningen om auditieve vaardigheden te trainen.

Luisteroefening

Het kind doet zijn ogen dicht.
Tik met een pen op de linker of rechterkant van de tafel. Een kind moet aangeven waar het geluid vandaan kwam.

Rijmen

Spelletjes met rijmen zijn ook effectief om de klankanalyse te bevorderen.
Zeg twee woorden. Een kind moet aangeven of de woorden wel of niet rijmen.
Bijvoorbeeld: Kip – Dip, Snoep – Snoep, Mus-mees, Kies-vies, Kip-schip of Kat-mat

 

Effectief communiceren met beelddenkers!

Effectief communiceren met beelddenkers!

Soms lijken kinderen niet te luisteren. Als een kind voornamelijk in beelden denkt, kan hier een hele goede verklaring voor zijn. Communiceren met beelddenkers vraagt een andere aanpak

Als je een kind iets uitlegt gebruik je hiervoor veel woorden. Je kijkt een kind aan, maar hij lijkt niet te luisteren naar wat je zegt.  Je doet nog poging, waarbij je veelal nog meer woorden gebruikt.
Een reactie blijft uit en je kind kijkt je glazig aan of kijkt de andere kant op.  Als je na een aantal vruchteloze pogingen eindelijk contact lijkt te hebben kijkt hij je verbaasd aan. Ongeduldig leg je het nog een keer uit, met nog meer haastige woorden. Maar als je dan klaar bent kijkt hij je aan met een lege blik. Wanhopig vraag je je af waarom hij niet gewoon luistert! Herkenbaar?

Hoe komt dit en moet een kind zich aanpassen of moet er iets anders gebeuren?
Voor beelddenkers zijn woorden en zinnen één grote brei van klanken. Het vergt de nodige concentratie om een verbale informatie te vertalen naar begrijpelijke beelden. Daarom duurt het gemiddeld langer voordat iets binnenkomt bij een kind, voordat het wordt begrepen.

Tips om effectief te communiceren met beelddenkers

  • Geduld
    Omdat het verwerken van woorden tijd kost, is het goed een kind deze tijd ook te geven! Laat hem wat er gezegd is omzetten in beelden. Maar al te vaak beginnen we te snel met het opnieuw uitleggen. Hiermee verstoor je een kind zijn proces om hetgeen gezegd is te begrijpen.
  • Bewegen
    Beelddenkers luisteren en concentreren zich vaak door bewegen. Kinderen beginnen te bewegen, ogen draaien weg. Laat ze hier vrij in. Beperk ze niet in hun bewegingsvrijheid. Hoe erg is het als een kind even niet stil zit of beweegt?
  • Totaal plaatje
    Beelddenkers willen graag weten hoe het totaalplaatje eruit ziet. In het communiceren met beelddenkers is het goed hier rekening met de houden. Dus begin met uitleggen wat het eindresultaat is en dan pas stap voor stap uitleggen hoe ze daar komen…
  • Maak contract
    Beelddenkers kunnen erg op gaan in hun spel of in de beelden die ze zien in hun hoofd. Als een kind niet lijkt te luisteren, zegt zijn naam duidelijk of raak zachtjes zijn schouder aan zodat hij je aandacht heeft.
  • Controle
    Controleer na het geven van een uitleg of stellen van een vraag of een kind het heeft begrepen. En geef een kind hierbij de tijd om te reageren. Er is meer geduld nodig om met beelddenkers te communiceren.

Beelddenkers begrijpen, hier lees je er meer over

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.   Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van AD(H)D en Beelddenken komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

bron beeld en brein