Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Vandaag de dag krijgen kinderen vaak het label autisme of adhd, als ze iets drukker zijn dan gemiddeld of zich iets anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Vaak heeft het gedrag van deze kinderen te maken met hun manier van prikkelverwerking. Kinderen zijn overprikkeld of juist onderprikkeld. Wanneer je met dit in je achterhoofd naar het gedrag van kinderen kijkt, brengt je dit veelal tot hele andere inzichten en betere mogelijkheden om een kind te helpen, daar waar nodig.

Het ene kind wat gevoelig is voor prikkels en indrukken, houdt van rust. Terwijl een ander kind juist constant stuitert, friemelt, praat en geen twee seconden kan stil zitten. Een kind wat gevoelig is voor prikkels, wil na een drukke dag op school, graag even alleen zijn om tot rust te komen. Een onderprikkeld kind klimt in bomen, springt op de trampoline om extra prikkels op te doen.

Verschillende manieren om te reageren op prikkels

Er zijn twee manieren waarop kinderen kunnen reageren wanneer ze over of onderprikkeld zijn. Dit kan op een actieve en passieve manier. In het boek “wiebelen en friemelen” wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende “prikkeltypes

Onderprikkeld en actief (actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels worden doorgegeven aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

Een onderprikkeld actief kind gaat zelf op zoek naar extra prikkels. Die prikkels mogen van hem langer duren, harder zijn en vaker herhaald worden dan iemand met een gemiddelde zintuiglijke prikkelverwerking. Hij krijgt dus niet snel genoeg van prikkels; want prikkels ? véél prikkels ? zijn juist fijn!

Kenmerken van overprikkeld en actief zijn:
Druk, spontaan, uitbundig/chaotisch, vraagt veel aandacht, gaat maar door.
Een kind is altijd op zoek naar nieuwe ervaringen, houd niet van routines en regels. Hij is erg enthousiast en impulsief, verveelt zich snel. Een kind zit vaak te wiebelen of loopt van zijn plek.

Onderprikkeld en passief (niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind wordt daardoor wat loom of dromerig .
Een onderprikkeld passief kind gaat niet zelf op zoek naar de extra prikkels die hij nodig heeft. Daardoor blijft hij slomer en mist hij informatie. Wanneer die prikkels wel op zijn pad komen, kan hij daarvan genieten.

Kenmerken van overprikkeld en passief zijn:
Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken
Een kind is vaak heel rustig en kan zich goed concentreren. Presteert goed onder druk, omdat hij daar niet veel van opmerkt. Lijkt soms ongeïnteresseerd, is geregeld traag en vergeetachtig. Droomt snel met zijn gedachte weg. Mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

Overprikkeld en actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt een kind overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn eruit te filteren.
Een overprikkeld actief kind probeert zelf de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, zodat hij niet de hele tijd overprikkeld raakt. Hij probeert onprettige prikkels te vermijden en zoekt prikkels op die hem kalmeren.

Een overprikkeld kind wat juist prikkels opzoekt, moeilijk te rijmen

Kenmerken van een overprikkeld actief kind zijn:
Gestructureerd en besluitvaardig, met oog voor detail, snel gespannen, wil controle hebben
Een kind vindt het prettig om alleen te zijn. Hij vergeet niet snel iets, merkt alles op. Een kind is niet heel flexibel, hij bepaalt graag zelf hoe dingen gaan. Hij verzet zich tegen verandering en kan zeer emotioneel zijn.

Op school gaat een kind achter in de rij staan, als hij te veel prikkels ervaart, omdat het daar rustiger is. Of hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd om minder last te hebben van de prikkels

Overprikkeld en passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, worden deze kinderen overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.
Een overprikkeld passieve kind is niet veel bezig om de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, waardoor hij regelmatig overprikkeld raakt.

Kenmerken van overprikkeld passief kind zijn:
Gevoelig, opmerkzaam, vindt rust prettig, nerveus, kan opeens overstuur raken
Een kind is zich heel bewust van zijn omgeving, heeft oog voor detail. Hij is snel afgeleid, is hyper en nerveus, hij schrikt van prikkels niet verwacht. Hij onthoudt wat mensen vertellen.

Bron: 7zintuigen

prikkelverwerking

Het verschil tussen ADD en ADHD is niet enkel de hyperactiviteit

Het verschil tussen ADD en ADHD is niet enkel de hyperactiviteit

Vaak wordt gedacht dat het verschil tussen ADD en ADHD, hem vooral zit in de hyperactiviteit van kinderen.  Er zijn echter meer verschillen tussen ADD en ADHD, waardoor ook de aanpak van de problemen anders zou moeten zijn

Drie soorten ADHD

ADHD (Attention deficit hyperactivity disorder) wordt vaak gezien als een homogene aandoening, waarbij iedereen dezelfde symptomen laat zien. Dat zou betekenen dat elke ADHD’er last heeft van onrust, impulsiviteit en aandachtsproblemen. Dit is niet het geval. Er zijn verschillende soorten ADHD te onderscheiden. De symptomen verschillen per type en zijn een combinatie van een slechte aandacht, een slechte impulscontrole en hyperactiviteit. De volgende drie soorten ADHD worden onderscheiden:

  • Overwegend onoplettende ADHD (ook wel aangeduid als ADD): alleen onoplettend;
  • Hyperactieve/impulsieve ADHD: alleen hyperactief en impulsief;
  • Gecombineerde ADHD: overwegend onoplettend, hyperactief en impulsief.

ADD en ADHD een twee-eiige tweeling

Volgens deskundige (Tirtsa Ehrlich, GZ psycholoog,) zijn ADD en ADHD een twee-eiige tweeling. Ze delen de A van aandacht tekort, maar verschillen in de mate van H (hyperactief en impulsief gedrag). ADD en ADHD hebben veel overeenkomsten,  in beide gevallen hebben kinderen met deze diagnoses veel last van aandachts – en concentratieproblemen. Maar er zijn belangrijke verschillen, want het is een twee-eiige tweeling, geen eeneiige.

Een van de verschillen zit hem in de gevolgen. Kinderen met ADHD hebben aandachtsproblemen, maar zijn ook overbeweeglijk en impulsief. Hierdoor komen ze sneller in conflict met de buitenwereld, of de buitenwereld met hen (die vindt hen storend). Kinderen met ADD komen juist sneller in conflict met hun binnenwereld. Ze hebben vooral zelf last van hun klachten en de omgeving erkent hun moeilijkheden juist niet of veel te laat. Wat zorgt voor meer onzekerheid en naar binnen gerichte problemen. Wat niet wil zeggen dat kinderen met ADHD niet ook onzeker kunnen zijn, maar de botsingen met de omgeving trekken vaak meer aandacht.

Verschil tussen ADD en ADHD

Niet alle kinderen met ADHD en ADD hebben last van dezelfde problemen. Er zijn verschillende punten waarop ADHD en ADD van elkaar verschillen.

ADD
ADHD
Kan moeilijk op gang komen bij een opdracht
Heeft moeite met rustig aan doen wanneer het ergens mee bezig is.
Kan vaak maar met één ding tegelijk bezig zijn
en heeft moeite om de aandacht te verdelen
Doet meerdere dingen tegelijk, waardoor veel ‘half’
Raakt snel door anderen overspoeldOverspoelt anderen
Heeft vrij veel wisselende en verschillende activiteiten.
Doet dingen zonder daarbij over de gevolgen na te denken
Wacht tot het laatste momentReageert direct
Werkt en denkt langzaam.
Gaat met een rap tempo door verschillende werkzaamheden heen.

Er zijn ook veel verschillen tussen meisjes en jongens. Adhd bij meisjes uit zich anders en wordt daardoor vaak niet of laat herkent. Wat behoorlijke impact kan hebben op de ontwikkeling.

Magnesiumtekort verergeren klachten bij ADHD, ADD en Hoogsensitivteit

Magnesiumtekort verergeren klachten bij ADHD, ADD en Hoogsensitivteit

Veel mensen en kinderen hebben een tekort aan magnesium, vaak zonder dit te weten. Veelal hebben deze personen klachten die samen hangen met  AD(H)D en hooggevoeligheid. Uit onderzoek blijkt dat meer dan 60% van de mensen in de westerse wereld tegenwoordig een magnesiumtekort heeft. Wat betekent dit?

Wat is magnesium

Magnesium is een van de belangrijkste levensbehoefte die de mens nodig heeft naast zuurstof en water. Het is een van de 10 meest voorkomende mineralen in ons lichaam. Magnesium is behalve een mineraal ook een elektrolyt. Ze zijn verantwoordelijk voor alle elektrische activiteit (dus het geleidingsvermogen van de hersenen) in het lichaam. Zonder elektrolyten zoals magnesium, kunnen spieren niet werken (spierkramp), het hart niet optimaal kloppen en je hersenen niet optimaal signalen ontvangen. Wanneer we niet voldoende magnesium binnen krijgen verliezen we energie en krijgen we klachten.

Symptomen van magnesium te kort kunnen zijn:

  • Obstipatie, verstopping of constipatie
  • Depressie, spanning, angst, nervositeit
  • Gedragsstoornissen
  • Verminderd geheugen/denken
  • Vermoeidheid, slaapstoornissen
  • Spierkrampen, spierzwakte, spierpijn
  • Nervositeit
  • Misselijkheid, tintelingen
  • Verminderde eetlust
  • Hoofdpijn, migraine
  • Woede, agressie
  • ADHD, ADD, HSP

Hoe komt dit magnesiumtekort?

We leven is een maatschappij vol met prikkels. Elk kind gaat anders om met prikkelverwerking.  Daarnaast wordt er veel van kinderen gevraagd, zowel op school, op sportclubs als met vriendjes. Dit soort bewust en onbewust voor veel druk en mogelijk zelfs stres. Soms leven we steeds meer in de toekomst en vergeten we te genieten van wat we al wel hebben. De focussen ligt te veel op het consumeren van materialistische dingen. De productie van stresshormonen vereist een hoog magnesiumgehalte en stressvolle ervaringen van het steeds meer willen hebben leiden tot uitputting daarvan.

“We eten meer suiker dan ooit”. In bijna al onze voeding zit suiker, zowel verborgen als dat er op etiketten staat vermeld. Voor elke molecule suiker die we eten gebruikt ons lichaam 28 moleculen magnesium om het te verwerken.”

Magnesium en AD(H)D

De voedingsstoffen magnesium, vitamine B6 en zink hebben alle drie vele functies in de hersenstofwisseling. Ze zijn alle drie betrokken bij de stofwisseling van de essentiële vetzuren.
Een verstoring hiervan wordt in sommige gevallen als mogelijke oorzaak van ADHD –ernstige aandachts-, impulsiviteit-, en hyperactiviteit problemen – gezien. Ook zijn deze voedingsstoffen betrokken bij de melatonine- en dopamine synthese die ook een rol spelen bij ADHD.

Sommige kinderen hebben genetisch bepaald een verhoogde behoefte aan bepaalde voedingsstoffen. Als zij niet de voedingsstoffen krijgen die ze nodig hebben kunnen ze kenmerken krijgen die geassocieerd zijn met ADHD-symptomen zoals hyperactiviteit en concentratieproblemen. Idealiter zou een meer Individuele aanpak, gebaseerd op o.a. bloed- en urineonderzoek noodzaak zijn.

Een magnesiumtekort tegen gaan

Eet producten waar magnesium in zit. Magnesium zit voornamelijk in groene groenten, noten en zaden. Een handjevol gemengde noten per dag is goed voor het binnen krijgen van genoeg magnesium. Groente eten is altijd goed voor de vitaminen. Wanneer je denkt dat je kind een tekort aan magnesium heeft, is het aan te raden dit tekort aan te vullen door de volgende voeding vaker op tafel te zetten.

  1. Pompoenpitten
  2. Spinazie
  3. Snijbiet
  4. Sojabonen
  5. Sesamzaad
  6. Zwarte bonen
  7. Zonnebloempitten
  8. Cashewnoten
  9. Amandelen
  10. Sperzieboontjes
  11. Zeewier
  12. Mergkool

Zet deze herfst elke week een pompoenrecept op tafel, bijvoorbeeld pompoensoep of pompoenstamppot

bron www.storimanstherapie.nl/

10 prachtige eigenschappen van ADHD!

10 prachtige eigenschappen van ADHD!

ADHD is niet altijd gemakkelijk in onze hedendaagse maatschappij. Maar verwar de sterke punten van ADHD niet met symptomen! Het zijn unieke eigenschappen en vaardigheden die een kind creatiever, spontaner, zorgzamer en energieker maken dan wie dan ook. Enkele positieve kanten van ADHD

1. De onmisbare kracht van ADHD

Wees trots op de aandachtstekortstoornis ( ADHD of ADD ) en al het out-of-the-box denken, de humor, drive en passie die het met zich meebrengt! 

2. De gedrevenheid van ADHD

De kenmerkende hyper focus van ADHD is een serieus voordeel, wanneer je deze aandacht en energie effectief kunt inzetten. Veel wetenschappers, schrijvers en kunstenaars met ADHD hebben een zeer succesvolle carrière, grotendeels vanwege hun vermogen om zich urenlang te kunnen focussen op wat ze doen.

3. Een sprankelende persoonlijkheid

Kinderen met ADHD zijn slim, creatief en grappig . Ze houden van lachten en hebben vaak een goed gevoel voor humor.

4. Vrijgevigheid een mooie positieve kanten van ADHD

Kinderen met ADHD maken graag andere gelukkig. Dit kan zijn door het delen van een koekje of door een vriendje te troosten

5. Vindingrijkheid

ADHD-ers kunnen hun creativiteit op prachtige manieren benutten. Ze kunnen super snel met nieuwe ideeën komen.  Het zijn super brainstormers.

6. Bereidheid om een ​​risico te nemen

Een kind met ADHD, doet voor hij denkt, waardoor hij gemakkelijker dan andere kinderen risico’s neemt. Door risico’s te nemen kun je nieuwe dingen ontdekken, innoveren en vernieuwen.

7. Boeiende gespreksvaardigheden

Eén ding is zeker, met ADHD is er nooit een stil moment! Het constant racende brein leidt altijd naar nieuwe discussieonderwerpen en vragen. Ongemakkelijke pauzes in het gesprek bestaat vrijwel niet.

8. Behulpzaam

Hoewel kinderen vaak worstelen op school of in sociale situaties zonder adequate hulp, staan ​​mensen met ADHD bekend om hun medeleven met anderen en de bereidheid om een ​​handje te helpen.

9. Doorzettingsvermogen

Kinderen met ADHD hebben te maken met veel tegenslagen. Toch pakken ze telkens de draad weer op en gaan ze door. Dit vraagt veel doorzettingsvermogen.

10. Creativiteit een van de positieve kanten van ADHD

Beroemde mensen met ADHD zijn zanger Justin Timberlake, ondernemer Richard Brandson en cabaretier Jochem Myjer, om nog maar te zwijgen over tientallen anderen! Mensen met ADHD zijn vaak zeer intelligent en creatief. Deze beroemde gezichten bewijzen dat een diagnose je alleen tegenhoudt als je dat toestaat.

Lees meer over misvatting over adhd

5 inzichten die leiden tot een betere omgang met kinderen met ADHD

5 inzichten die leiden tot een betere omgang met kinderen met ADHD

Veel opvoedadviezen vertellen ons dat we gedrag moeten belonen dat je wilt aanmoedigen en dat je gedrag dat je niet wilt moet bestraffen. Vaak is dit een pleister op een onopgelost probleem. Belangrijker is om tot de kern van het uitdagende gedrag van een kind te komen.  
Problemen met het gedrag van kinderen zijn geen teken van ongehoorzaamheid, gebrek aan respect of grofheid. Ze zijn een rode vlag die je per ongeluk negeert. Ze vertellen je dat een kind worstelt om aan de verwachtingen te voldoen, mogelijk vanwege zijn ADHD en dat hij of zij niet weet hoe het verder moet. Bestraffen en belonen van gedrag dat iemand niet kan uitvoeren is ineffectief. 
Dit is het centrale uitgangspunt van het model voor collaboratieve en proactieve oplossingen (CPS) voor het beter omgaan met uitdagend gedrag.  Het is gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 

1. Benadruk problemen (en los ze op) in plaats van gedrag (en pas ze aan)

Veelal richten we ons voornamelijk op uitdagend gedrag en hoe dit te stoppen. Wat als je dit gedrag ziet als een signaal – een teken dat een kind communiceert: ‘Ik zit vast. Er zijn verwachtingen waar ik moeite mee heb”  Een uitbarsting is vaak de aanduiding van een probleem, net zoals koorts  duidt op een infectie elders in het lichaam.
Als u koorts behandelt zonder te zoeken naar de aandoening die deze veroorzaakt, is het herstel vaak slechts tijdelijk. Ditzelfde geldt als je gedrag wilt veranderen zonder het onopgeloste probleem te identificeren dat het veroorzaakt. Een uitbarsting zal dan zeker opnieuw gebeuren.

2. Probleemoplossing is samenwerken, niet eenzijdig

Problemen oplossen doe je liever met je kind dan voor hem. Vaak beslissen volwassenen over de oplossing en leggen deze dan op aan een kind, vooral wanneer een kind uitdagend gedrag vertoont dat  moet stoppen.
Werk met je kind als een team samen. Over het algemeen denken kinderen graag mee in oplossingsrichtingen. 

3. Het oplossen van problemen is proactief 

Bij het oplossen van probleemgedrag draait alles om timing. Een interventie mag niet reactief plaatsvinden, in de hitte van het moment. Het moet worden gepland en uitgevoerd voordat de uitbarsting plaatsvindt. Een actieve manier met het omgaan met uitdagend gedrag
Kinderen worden niet zomaar uit het niets boos. De aandacht ligt vaak bij hetgeen wat maakte dat iets gebeurde. Belangrijker is het om antwoord te vinden op de vraag waarom en wanneer heeft een kind problemen. Deze twee vragen kunnen helpen de oorzaak van het probleem te achter halen. 

4. Begrip gaat vooraf aan helpen

Kinderen communiceren op verschillende manieren wanneer ze teleurgesteld of boos zijn.  Kinderen die dit uiten met woorden, huilen of zich terugtrekken ontvangen vaak meer begrip, dan kinderen die beginnen de schreeuwen, schoppen of bijten. 
Uitdagende kinderen zijn uitdagend omdat ze niet over de vaardigheden beschikken om op een niet- uitdagende manier te communiceren .

Toon begrip voor deze reactie en help ze met het leren van vaardigheden om zich anders te uiten.

5. Anders omgaan met uitdagend gedrag 

Alle kinderen willen het goed doen, en dat doen ze als dat lukt.  Als ze het niet goed doen, zit er iets in de weg. 
Het mooiste wat je kun doen voor een kind dat zich ongelukkig voelt, is erachter komen wat hem in de weg staat. Welke vaardigheden moet een kind nog meer ontwikkelen. Wat zijn oplossingen voor zijn probleem. 

Sommige kinderen zijn al zo lang zo veel gecorrigeerd en gestraft dat ze besluiten dat ze het toch nooit goed doen. Laat bovenstaande helpen een kind goed te begeleiden. Onder alle het gedragsuitdagingen van een kind, zit een kind wat het goed wil doen, maar het heel moeilijk heeft om daar te komen.

Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Top 5 huiswerkfrustraties en oplossingen

Veel kinderen, en zeker kinderen met ADHD worstelen met huiswerk. Een ieder worstelt op zijn eigen manier. Het ene kind is ongeorganiseerd, de ander stelt het steeds uit of is afgeleid. Welke specifieke huiswerkuitdagingen er ook zijn, hier zijn oplossingen voor die goed werken.  Vaak heeft een kind problemen met zijn executieve functies. Een paar specifieke strategieën die de meest voorkomende huiswerkfrustraties, zoals chaotisch of uitstelgedrag.

Chaotisch

Veel kinderen met ADHD hebben moeite met het verwerken van informatie, wat betekent dat ze moeite hebben met het bijhouden van de opdrachten die ze moeten maken. Hun map met spullen is vaak rommelig. Dit is voor een kind heel frustrerend. Vooral ook als het huiswerk af is, maar vervolgens kwijt is als het moet worden ingeleverd.

De sleutel is om de organisatie als een onderwerp te behandelen. In plaats van huiswerktijd te beginnen met een wiskundeopdracht of een woordenschatlijst, begin met een paar minuten te besteden aan organisatie. Ga met een kind door zijn map heen. Werk samen aan enkele organisatorische strategieën. Als een kind bijvoorbeeld moeite heeft om papieren in een ringband met drie ringen te archiveren, vraag haar dan of ze in plaats daarvan een accordeonmap wil proberen.

Help kinderen die wat chaotisch zijn ook door te zorgen voor dagelijkse routine. Leg ’s avonds alles klaar voor school, zo kan een kind de dag georganiseerd beginnen.

Uitstellen gedrag

Uitstelgedrag is ook veel voorkomend. Kinderen zijn geneigd om huiswerkopdrachten uit te stellen. We gaan er vaak vanuit dat een kind geen zin heeft of niet wil. Maar in veel gevallen wil een kind beginnen maar ze voelen zich overweldigd. De hoeveelheid leerstof lijkt zo groot dat het verlammend werkt.

Om kinderen die uitstelgedrag te helpen, moet je eerst de drempel voor toegang verlagen. Maak het maken van huiswerk zo gemakkelijk dat iedereen het kan. Hier zijn twee hoofdstrategieën:

1. Per taak : Kies een kleine taak die een kind kan doen om aan de slag te gaan. Als er een werkstuk moet worden gemaakt, begin dan met het schrijven van de titelpagina.  Of als het om een wiskundig werkblad gaat met 20 opgave, vraag dan om de eerste twee te voltooien – en neem daarna een korte pauze.

2. Op tijd : Sommige kinderen hebben een timer nodig.  Gebruik bijvoorbeeld 10 minuten,  noem het de “Tolerable 10. Zeg tegen een kind dat hij zich gedurende 10 minuten zo goed mogelijk moet concentreren op zijn huiswerk.  Als de tijd om is, laat hem dan een rondje door de woonkamer lopen of een snelle rekoefening doen.

Of het nu gemotiveerd is door een taak of door de tijd , een kind zal zien dat zodra de drempel voor toegang is verlaagd, het werk niet zo moeilijk is.

Uitstellen kan ook te maken hebben met de grote van de opdrachten.  Als de leerstof in kleine, behapbare stukken wordt gedeeld, creëert dit overzicht en duidelijkheid. Het is dan veel makkelijker om aan iets te beginnen voor een kind als hij de leerstof kan overzien.  Een kind krijgt dan het idee dat het haalbaar is om de taak met succes te doen.

De huiswerkfrustraties: afgeleid

Afleidbaarheid komt in twee vormen: we hebben onze onruststokers en we hebben onze dagdromers. Onrustige kinderen bewegen altijd, heen en weer schommelen in hun stoel, of herhaaldelijk op hun pen klikken of hun haar draaien terwijl ze huiswerk maken. Voor ouders die hen helpen, kan deze constante beweging vervelend en storend worden. Aan de andere kant van het spectrum zijn de dagdromers, die de neiging hebben om een ​​opdracht van 15 minuten te nemen en deze naar een uur of langer te slepen. Simpelweg omdat ze niet gefocust kunnen blijven. Ze beginnen misschien uit het raam te kijken of op de hoek van het papier te krabbelen, in plaats van op de taak te letten.

Onderzoek toont aan dat afleidbare kinderen moeten friemelen om zich te kunnen concentreren. Met andere woorden, hen vertellen “stil te zitten” is in feite contraproductief. Geef ze in plaats daarvan een fidget-speeltje, een klein handobject waarmee je op een niet-storende manier kunt friemelen of een stressbal.

De dagdromer help je door een herinneringssysteem te gebruiken. Vraag een kind hoeveel herinneringen hij denkt nodig te hebben om een ​​opdracht af te maken. Als hij het niet zeker weet, begin dan met drie. Houd je aan dat aantal, wat er ook gebeurt. Wijs de eerste keer zachtjes zijn aandacht op zijn afleiding. Als jij weer afdwaalt, probeer het dan opnieuw: ‘Dit is je tweede herinnering; Ik geef je er nog één.  Als je hem weer ziet wegdromen, complimenteer een kind op wat al wel af is. En geef de laatste herinnering.  Deze strategie haalt het ‘zeurende’ element er uit en maakt een kind bewust van zijn eigen afleidbaarheid.

Je kunt dagdromers ook helpen door een stoptijd in te stellen. Hierdoor kan een kind een einde in zicht zien en zijn eigen tijd daarop afstemmen.

Gehaast

Dan zijn er de kinderen die wild door hun huiswerk rennen, gewoon om het zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Gehaast en snel huiswerk maken, ongeacht of het goed is. Een kind wil het gewoon zo snel mogelijk doen.

Gebruik bij gehaaste kinderen aangewezen huiswerktijd. Dit is gebaseerd op het uitgangspunt dat kinderen van elk leerjaar een bepaalde hoeveelheid tijd aan huiswerk moeten besteden. Een goede vuistregel is dat kinderen elke avond 10 minuten per klas moeten doorbrengen. Dus een 3e klasser zou ongeveer 30 minuten huiswerk moeten hebben, terwijl een 6e klasser maximaal 60 minuten kan hebben. Als ouder kunnen je stellen, ‘Ongeacht hoeveel huiswerk je ook zegt, je moet elke avond 30 minuten zitten en huiswerk maken. Als je echt niet genoeg te doen hebt, kun je een boek lezen of je wiskundige feiten oefenen’ In de meeste gevallen vermindert deze ingestelde periode de haast, omdat een kind weet dat het hoe dan ook niet in staat zal zijn om na 3 minuten op te staan ​​en Xbox te spelen

Gefrustreerd

Soms maakt huiswerk een kind van streek. Tekorten aan de executieve functies, leer problemen of moeilijke onderwerpen kunnen kinderen van streek maken. Als een kind van streek is kan hij zich minder op zijn huiswerk concentreren.

Als een kind gefrustreerd raakt, is de beste strategie om te stoppen. Een discussie aangaan heeft weinig effect op het moment dat een kind overstuur is. Belangrijk is het gevoel te erkennen, hierdoor kalmeert een kind. Als een kind weer rustig is, kan je opnieuw beginnen.

Als stoppen niet werkt voor een kind, is een andere strategie om het gevoel een naam te geven . Dit is een manier om empathie te oefenen waardoor kinderen het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Laat weten dat je snapt dat het huiswerk allemaal wat veel is.